diff --git a/zbo/aansluit-en-transportcode-gas-rnb/BWBR0037926/README.md b/zbo/aansluit-en-transportcode-gas-rnb/BWBR0037926/README.md index 78c3c097f12..faabbf74b0c 100644 --- a/zbo/aansluit-en-transportcode-gas-rnb/BWBR0037926/README.md +++ b/zbo/aansluit-en-transportcode-gas-rnb/BWBR0037926/README.md @@ -16,53 +16,61 @@ citeertitel: Aansluit- en transportcode gas RNB ### Artikel 1.1.1 -Deze code bevat de voorwaarden met betrekking tot de wijze waarop regionale netbeheerders en aangeslotenen alsmede regionale netbeheerders zich jegens elkaar gedragen ten aanzien van het in werking hebben van de gastransportnetten, het voorzien van een aansluiting op het regionale gastransportnet en het uitvoeren van transport van gas over het regionale gastransportnet alsmede de kwaliteitscriteria waaraan regionale netbeheerders moeten voldoen met betrekking tot hun dienstverlening. +Deze code bevat de voorwaarden voor de wijze waarop regionale netbeheerders en aangeslotenen alsmede regionale netbeheerders zich jegens elkaar gedragen over het in werking hebben van de gastransportnetten, het voorzien van een aansluiting of een aansluitpunt op het regionale gastransportnet en het uitvoeren van gas over het regionale gastransportnet alsmede de kwaliteitscriteria waaraan regionale netbeheerders moeten voldoen voor hun dienstverlening. ### Artikel 1.1.2 De in deze code gebruikte begrippen die ook in de Gaswet worden gebruikt, hebben de betekenis die daaraan in de Gaswet is toegekend. Van de overige in deze code gebruikte begrippen is de betekenis vastgelegd in de Begrippencode gas. -## Hoofdstuk 2. Voorwaarden met betrekking tot de aansluiting +## Hoofdstuk 2. Voorwaarden voor de aansluiting en het aansluitpunt ### Paragraaf 2.1. Voorwaarden voor alle aangeslotenen op regionale gastransportnetten -#### Paragraaf 2.1.1. De aansluiting +#### Paragraaf 2.1.1. De aansluiting en het aansluitpunt ### Artikel 2.1.1.1 -Zolang de technische voorwaarden ten aanzien van taken, rechten en plichten van de regionale netbeheerder en de afnemer met betrekking tot de aanleg, beheer en onderhoud van de aansluiting nog niet door de Autoriteit Consument en Markt zijn vastgesteld, geldt dat de totstandkoming van de fysieke verbinding tussen de aansluiting en het gastransportnet van de regionale netbeheerder plaatsvindt op grond van een tussen de regionale netbeheerder en de aangeslotene te sluiten overeenkomst. De regionale netbeheerder kan het aangaan of het wijzigen van een overeenkomst alleen schriftelijk en gemotiveerd weigeren op de gronden genoemd in artikel 15 van de Gaswet. +Het aanleggen van een aansluiting of een aansluitpunt vindt plaats op grond van een tussen de regionale netbeheerder en de aangeslotene af te sluiten aansluit- en transportovereenkomst. De regionale netbeheerder kan het aangaan of het wijzigen van een overeenkomst alleen schriftelijk en gemotiveerd weigeren op de gronden genoemd in artikel 15 van de Gaswet. ### Artikel 2.1.1.2 De regionale netbeheerder bepaalt, rekening houdend met de aard, de omvang en de locatie van de gasinstallatie, en zo nodig na overleg met de aangeslotene, op welke wijze (bijv. druktrap, één of meer verbindingen) de gevraagde aansluitcapaciteit ter beschikking wordt gesteld. +### Artikel 2.1.1.2a + +De regionale netbeheerder mag de aansluiting of het aansluitpunt, na voorafgaand overleg met de aangeslotene, realiseren op een ander punt in het net dan het dichtstbijzijnde punt in het net met een voor die aansluiting of dat aansluitpunt geschikte druk en voldoende capaciteit. Overeenkomstig artikel 2.1.1.1 worden afspraken daartoe vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. + ### Artikel 2.1.1.3 -Zolang de technische voorwaarden ten aanzien van taken, rechten en plichten van de regionale netbeheerder en de afnemer met betrekking tot de aanleg, beheer en onderhoud van de aansluiting nog niet door de Autoriteit Consument en Markt zijn vastgesteld, geldt dat de regionale netbeheerder de fysieke verbinding of desgewenst de gehele aansluiting binnen 18 weken na ontvangst van een aanvraag daartoe, realiseert. Indien realisatie van de aansluiting binnen deze termijn niet mogelijk is, informeert de regionale netbeheerder binnen een week na constatering van deze onmogelijkheid de aangeslotene daaromtrent onder opgaaf van redenen en zo mogelijk met vermelding van de termijn waarop de aansluiting wel gerealiseerd kan worden. +De regionale netbeheerder realiseert de aansluiting of het aansluitpunt binnen 18 weken na ontvangst van een aanvraag daartoe. Als dit binnen deze termijn niet mogelijk is dan informeert de regionale netbeheerder binnen een week na constatering van deze onmogelijkheid de aangeslotene daaromtrent schriftelijk onder opgaaf van redenen en bepaalt hij in overleg met de aangeslotene de termijn waarop de aansluiting of het aansluitpunt wel gerealiseerd wordt. ### Artikel 2.1.1.4 -De aangeslotene bepaalt na overleg met de regionale netbeheerder de plaats van het overdrachtspunt, met inachtneming van het bepaalde in 2.1.2.3 omtrent de plaats van de meetinrichting. +Indien de regionale netbeheerder de gehele aansluiting aanlegt dan bevindt het overdrachtspunt van de aansluiting zich, bezien vanuit het net, direct na de aansluitleiding. De aangeslotene bepaalt na overleg met de regionale netbeheerder de ligging van de aansluitleiding. + +### Artikel 2.1.1.4a + +Indien de regionale netbeheerder een aansluitpunt aanlegt dan bevindt het overdrachtspunt van de aansluiting zich, bezien vanuit het net, direct na de eerste afsluiter van het aansluitpunt. ### Artikel 2.1.1.5 -Zolang de technische voorwaarden ten aanzien van taken, rechten en plichten van de beheerder van het landelijk gastransportnet en de afnemer met betrekking tot de aanleg, beheer en onderhoud van de aansluiting nog niet door de Autoriteit Consument en Markt zijn vastgesteld, geldt dat het fysiek aan elkaar vast maken van de aansluiting en het regionale gastransportnet geschiedt door de regionale netbeheerder. De aangeslotene maakt het mogelijk dat de regionale netbeheerder alle handelingen kan verrichten die ter zake noodzakelijk worden geacht. +In het geval van de regionale netbeheerder een aansluiting realiseert, verbindt hij deze met de gasmeetinrichting. In het geval de regionale netbeheerder een aansluitpunt realiseert, verbindt hij deze met de aansluitleiding. De aangeslotene maakt het mogelijk dat de regionale netbeheerder alle handelingen kan verrichten die ter zake noodzakelijk worden geacht. ### Artikel 2.1.1.6 -Zolang de technische voorwaarden ten aanzien van taken, rechten en plichten van de beheerder van het landelijk gastransportnet en de afnemer met betrekking tot de aanleg, beheer en onderhoud van de aansluiting nog niet door de Autoriteit Consument en Markt zijn vastgesteld geldt dat voor het fysiek aan elkaar vastmaken van de aansluiting en het regionale gastransportnet de noodzakelijke hulpmiddelen en/of appendages worden aangebracht door de regionale netbeheerder. De aansluiting wordt in stand gehouden (daaronder mede begrepen onderhouden en gecontroleerd) door de netbeheerder, tenzij de aangeslotene de aansluiting (exclusief de fysieke verbinding) beheert. De aansluiting kan door de beheerder van die aansluiting worden uitgebreid, gewijzigd, vervangen, verplaatst en weggenomen. De regionale netbeheerder c.q. de aangeslotene maakt het mogelijk dat alle handelingen kunnen worden verricht die ter zake noodzakelijk worden geacht. +De regionale netbeheerder brengt de noodzakelijke hulpmiddelen en/of appendages aan voor het realiseren van de aansluiting of voor het realiseren van het aansluitpunt, zoals bedoeld in 2.1.1.5. De regionale netbeheerder houdt de aansluiting, voor zover deze de aansluiting heeft gerealiseerd, of het aansluitpunt in stand en is verantwoordelijk voor het onderhoud en de controle ervan. De regionale netbeheerder kan op verzoek van de aangeslotene de aansluiting, voor zover deze de aansluiting heeft gerealiseerd, of het aansluitpunt uitbreiden, wijzigen, vervangen, verplaatsen en weggenemen. De aangeslotene maakt het mogelijk dat alle handelingen kunnen worden verricht die hiervoor noodzakelijk zijn. ### Artikel 2.1.1.7 -Voor de ingebruikname van de aansluiting, alsmede bij een desbetreffende wijziging van de aansluiting, stelt de netbeheerder de kenmerkende eigenschappen van de aansluiting, zoals bedoeld in 2.1. 3, onderdelen a tot en met e en o tot en met r, van de Informatiecode elektriciteit en gas vast. De netbeheerder vergewist zich ervan dat de overige in 2.1.3 tot en met 2.1.5 van de Informatiecode elektriciteit en gas bedoelde onderdelen eenduidig zijn vastgelegd alvorens de aansluiting in gebruik te stellen. +Voordat een netbeheerder de aansluiting of het aansluitpunt in gebruik stelt, of wanneer de aansluiting of het aansluitpunt gewijzigd is, stelt de netbeheerder de kenmerkende eigenschappen van de aansluiting of het aansluitpunt, zoals bedoeld in 2.1.3, onderdelen a tot en met e en o tot en met r, van de lnformatiecode elektriciteit en gas vast. De regionale netbeheerder vergewist zich ervan dat de overige in 2.1.3 tot en met 2.1.5 van de lnformatiecode elektriciteit en gas bedoelde onderdelen eenduidig zijn vastgelegd alvorens de aansluiting of het aansluitpunt in gebruik te stellen of te wijzigen. ### Artikel 2.1.1.8 -Zolang de technische voorwaarden ten aanzien van taken, rechten en plichten van de regionale netbeheerder en de afnemer met betrekking tot de aanleg, beheer en onderhoud van de aansluiting nog niet door de Autoriteit Consument en Markt zijn vastgesteld, geldt dat de regionale netbeheerder de fysieke verbinding van de aansluiting of de gehele aansluiting in gebruik stelt na inspectie en goedkeuring door de netbeheerder van het door de afnemer aangelegde deel van de aansluiting, de uitbreiding, wijziging of vernieuwing van de aansluiting. +De regionale netbeheerder stelt de aansluiting of het aansluitpunt pas in gebruik nadat hij de door de aangeslotene aangelegde rest van de aansluiting heeft geïnspecteerd of goedgekeurd. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing bij uitbreiding, wijziging of vernieuwing van de door de aangeslotene aangelegde rest van de aansluiting. ### Artikel 2.1.1.9 -Leidingen ten behoeve van de aansluiting voldoen aan de volgende technische normen: +Leidingen en appendages ten behoeve van de aansluiting, het aansluitpunt en de aansluitleiding voldoen aan de volgende technische normen: a. NEN 1059:2010 “Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12186 en NEN-EN 12279 – Gasvoorzieningssystemen – Gasdrukregelstations voor transport en distributie”; b. NEN-EN 1594:2009 “Gasvoorziening – Leidingsystemen voor maximale bedrijfsdruk groter dan 16 bar – Functionele eisen”; @@ -109,7 +117,11 @@ De comptabel te meten grootheden worden vastgelegd in de transportovereenkomst v ### Artikel 2.1.2.3 -De comptabele meting vindt plaats op het overdrachtspunt. Calorische correctie en/of eventuele andere bewerking van de meetdata die noodzakelijk is om de meetdata tot comptabele meetdata te maken, kan off-site plaatsvinden. +De meetinrichting van de aansluiting bevindt zich, bezien vanuit het net, direct na de aansluitleiding. Calorische correcties en/of eventuele andere bewerkingen van de gegevens die noodzakelijk zijn om de meetgegevens tot comptabele meetgegevens te maken, hoeven niet op de aansluiting zelf te worden uitgevoerd. + +### Artikel 2.1.2.3a + +Het gas dat door het overdrachtspunt gaat moet worden gemeten. Als de regionale netbeheerder alleen een aansluitpunt realiseert dan is de aangeslotene ervoor verantwoordelijk dat er geen gas wordt onttrokken tussen het overdrachtspunt en de meetinrichting. ### Artikel 2.1.2.4 @@ -118,7 +130,7 @@ In afwijking van het bepaalde in 2.1.2.1, hoeft een kleinverbruiker niet te zorg a. het een aansluiting betreft die op het moment van inwerkingtreding van deze bepaling reeds onbemeten was, èn b. er voor deze aansluiting een zogeheten gasabonnement met de leverancier is afgesloten. -#### Paragraaf 2.1.3. De omgeving van de aansluiting +#### Paragraaf 2.1.3. De omgeving van de aansluiting of het aansluitpunt ### Artikel 2.1.3.1 @@ -126,7 +138,7 @@ De aangeslotene heeft de plicht er voor te zorgen dat de hulpmiddelen en appenda ### Artikel 2.1.3.2 -De toegang tot de ruimte, waarin zich de hulpmiddelen en appendages van de regionale netbeheerder, het overdrachtspunt en de meetinrichting en de tot de aansluiting behorende apparatuur bevinden, mag niet worden belemmerd. +De aangeslotene zorgt ervoor dat de toegang tot de ruimte, waarin zich de hulpmiddelen en appendages van de regionale netbeheerder, het overdrachtspunt en de meetinrichting en de tot de aansluiting of het aansluitpunt behorende apparatuur bevinden, niet wordt belemmerd. ### Artikel 2.1.3.3 @@ -138,7 +150,7 @@ De aangeslotene is gehouden alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem ### Artikel 2.1.3.5 -De hulpmiddelen en appendages van de regionale netbeheerder, het overdrachtspunt en de meetinrichting en de overige tot de aansluiting behorende apparatuur worden niet opgesteld in vochtige ruimten, ruimten met bijtende gassen, dampen of stoffen, ruimten met ontploffingsgevaar en ruimten met brandgevaar. +De aangeslotene zorgt ervoor dat hulpmiddelen en appendages van de regionale netbeheerder, het overdrachtspunt en de meetinrichting en de overige tot de aansluiting of het aansluitpunt behorende apparatuur niet opgesteld worden in vochtige ruimten, ruimten met bijtende gassen, dampen of stoffen, ruimten met ontploffingsgevaar en ruimten met brandgevaar. ### Artikel 2.1.3.6 @@ -152,10 +164,10 @@ In woonhuizen met individuele meting wordt voor het onderbrengen van alle tot de ### Artikel 2.1.3a.1 -De beveiliging van de gasaansluiting voldoet aan: +De beveiliging van de aansluiting of het aansluitpunt voldoet aan: -a. Paragraaf 4.7 van NEN 7244-6: 2005 “Gasvoorzieningsystemen – Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar – Deel 6: Specifieke functionele eisen voor aansluitleidingen” voor wat betreft de afsluitbaarheid van de aansluiting; -b. Paragraaf 8.3 van NEN 1059:2003 “Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12186 en NEN-EN 12279 – Gasvoorzieningsystemen – Gasdrukregelstations voor transport en distributie” voor zover van toepassing voor wat betreft de toepassing van een drukbeveiligingssyteem op de aansluiting. +a. Paragraaf 4.7 van NEN 7244-6:2005 “Gasvoorzieningsystemen – Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar – Deel 6: Specifieke functionele eisen voor aansluitleidingen” voor wat betreft de afsluitbaarheid van de aansluiting, +b. Paragraaf 8.3 van NEN 1059:2010 “Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12186 en NEN-EN 12279 – Gasvoorzieningssystemen – Gasdrukregelstations voor transport en distributie” voor zover van toepassing voor wat betreft de toepassing van een drukbeveiligingssysteem op de aansluiting. ### Artikel 2.1.3a.2 @@ -173,7 +185,7 @@ Gasinstallaties veroorzaken via het regionale gastransportnet geen ontoelaatbare ### Artikel 2.1.4.3 -De regionale netbeheerder heeft geen verplichting om na te gaan of een gasinstallatie voldoet aan de van toepassing zijnde bepalingen uit hoofdstuk 2 van deze code. Indien niet aan de voorwaarden voor gasinstallaties wordt voldaan zodat de systeemintegriteit van het gasdistributienet of de veiligheid in het geding zijn, heeft de regionale netbeheerder uit voorzorg het recht op het onmiddellijk afsluiten van de aansluiting, indien de netbeheerder niet het beheer heeft over de aansluiting. De regionale netbeheerder stelt de afnemer daarvan onmiddellijk op de hoogte. Indien anderszins niet aan de voorwaarden voor gasinstallaties wordt voldaan, stelt de regionale gasnetbeheerder de afnemer een redelijke termijn om de gasinstallatie aan de vereiste voorwaarden aan te passen. +De regionale netbeheerder heeft geen verplichting om na te gaan of een gasinstallatie voldoet aan de van toepassing zijnde bepalingen uit hoofdstuk 2 van deze code. Indien niet aan de voorwaarden voor gasinstallaties wordt voldaan zodat de systeemintegriteit van het gasdistributienet of de veiligheid in het geding zijn, heeft de regionale netbeheerder uit voorzorg het recht op het onmiddellijk afsluiten van de aansluiting of het aansluitpunt. De regionale netbeheerder stelt de afnemer daarvan onmiddellijk op de hoogte. Indien anderszins niet aan de voorwaarden voor gasinstallaties wordt voldaan, stelt de regionale gasnetbeheerder de afnemer een redelijke termijn om de gasinstallatie aan de vereiste voorwaarden aan te passen. ### Paragraaf 2.2. Aanvullende voorwaarden voor aangeslotenen op gastransportnetten met een druk van 25 t/m 200 mbar