diff --git a/wet/wet-kenbaarheid-publiekrechtelijke-beperkingen-onroerende-zaken/BWBR0016876/README.md b/wet/wet-kenbaarheid-publiekrechtelijke-beperkingen-onroerende-zaken/BWBR0016876/README.md index e2e3b091dd0..cff30704fda 100644 --- a/wet/wet-kenbaarheid-publiekrechtelijke-beperkingen-onroerende-zaken/BWBR0016876/README.md +++ b/wet/wet-kenbaarheid-publiekrechtelijke-beperkingen-onroerende-zaken/BWBR0016876/README.md @@ -23,11 +23,10 @@ a. publiekrechtelijke beperking: b. beperkingenbesluit: 1°. op grond van artikel 2 aangewezen schriftelijke publiekrechtelijke rechtshandeling waaruit een publiekrechtelijke beperking voortvloeit dan wel waarbij deze wordt gewijzigd of komt te vervallen; -2°. een melding aan het bevoegd gezag van een voornemen tot sanering als bedoeld in artikel 39b, derde lid, van de Wet bodembescherming; -3°. een mededeling van een adviesaanvraag door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Monumentenwet 1988 betreffende de aanwijzing van een binnen het grondgebied van een gemeente gelegen onroerend monument als beschermd monument; -4°. een afschrift van een inschrijving door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van een als beschermd monument aangewezen onroerend monument in het register, bedoeld in artikel 6, eerste lid, of artikel 7, derde lid, van de Monumentenwet 1988; -5°. een schriftelijke handeling, niet zijnde een besluit, van een bestuursorgaan van een provincie of gemeente op grond van een provinciale respectievelijk gemeentelijke verordening, waardoor, voordat op grond van die verordening een besluit tot aanwijzing van een onroerende zaak als beschermd monument is genomen, op die onroerende zaak de in de betreffende verordening opgenomen bepalingen ten aanzien van krachtens die verordening aangewezen beschermde monumenten van overeenkomstige toepassing worden; -6°. een afschrift van een inschrijving op dan wel in een provinciale of gemeentelijke monumentenlijst respectievelijk een provinciaal of gemeentelijk monumentenregister door een bestuursorgaan van een provincie of gemeente van een besluit tot aanwijzing van een onroerende zaak als beschermd monument, indien door die inschrijving de in de betreffende provinciale of gemeentelijke verordening opgenomen bepalingen ten aanzien van krachtens die verordening aangewezen beschermde monumenten rechtstreeks van toepassing worden; +2°. een mededeling van een adviesaanvraag door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Monumentenwet 1988 betreffende de aanwijzing van een binnen het grondgebied van een gemeente gelegen onroerend monument als beschermd monument; +3°. een afschrift van een inschrijving door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van een als beschermd monument aangewezen onroerend monument in het register, bedoeld in artikel 6, eerste lid, of artikel 7, derde lid, van de Monumentenwet 1988; +4°. een schriftelijke handeling, niet zijnde een besluit, van een bestuursorgaan van een provincie of gemeente op grond van een provinciale respectievelijk gemeentelijke verordening, waardoor, voordat op grond van die verordening een besluit tot aanwijzing van een onroerende zaak als beschermd monument is genomen, op die onroerende zaak de in de betreffende verordening opgenomen bepalingen ten aanzien van krachtens die verordening aangewezen beschermde monumenten van overeenkomstige toepassing worden; +5°. een afschrift van een inschrijving op dan wel in een provinciale of gemeentelijke monumentenlijst respectievelijk een provinciaal of gemeentelijk monumentenregister door een bestuursorgaan van een provincie of gemeente van een besluit tot aanwijzing van een onroerende zaak als beschermd monument, indien door die inschrijving de in de betreffende provinciale of gemeentelijke verordening opgenomen bepalingen ten aanzien van krachtens die verordening aangewezen beschermde monumenten rechtstreeks van toepassing worden; c. gemeentelijk beperkingenregister: openbaar gemeentelijk register waarin een beperkingenbesluit van een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt ingeschreven; d. gemeentelijke beperkingenregistratie: openbare gemeentelijke registratie die gegevens omtrent in het gemeentelijke beperkingenregister ingeschreven beperkingenbesluiten bevat; e. openbare registers: openbare registers als bedoeld in artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek; @@ -43,7 +42,7 @@ h. persoonsgegeven: persoonsgegeven als bedoeld in artikel 1, onder a, van de We **3.** Tenzij bij de in het eerste of tweede lid bedoelde aanwijzing anders is bepaald, behoren tot de aangewezen categorieën van beperkingenbesluiten mede die beperkingenbesluiten die dezelfde publiekrechtelijke beperkingen hebben doen ontstaan als de tot de aangewezen categorieën behorende beperkingenbesluiten en als wettelijke grondslag hebben een inmiddels gewijzigde of vervallen wet, waarvan de werking ten aanzien van de op die wet gebaseerde beperkingenbesluiten ingevolge een latere wet is geëerbiedigd. -**4.** Tot de aangewezen categorieën van beperkingenbesluiten behoren verder mede die beperkingenbesluiten waarbij een publiekrechtelijke beperking die is voortgevloeid uit een beperkingenbesluit als vermeld in een aangewezen categorie, wordt gewijzigd of komt te vervallen. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing op de beperkingenbesluiten, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2° tot en met 6°. +**4.** Tot de aangewezen categorieën van beperkingenbesluiten behoren verder mede die beperkingenbesluiten waarbij een publiekrechtelijke beperking die is voortgevloeid uit een beperkingenbesluit als vermeld in een aangewezen categorie, wordt gewijzigd of komt te vervallen. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing op de beperkingenbesluiten, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2° tot en met 5°. **5.** @@ -112,10 +111,9 @@ d. de kadastrale aanduiding van de onroerende zaak of zaken waarop het beperking De inschrijving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt: a. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1°, binnen vier dagen na de dag van bekendmaking van het beperkingenbesluit; -b. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, binnen vier dagen na de dag waarop burgemeester en wethouders het beperkingenbesluit hebben ontvangen; -c. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 5°, binnen vier dagen na de dag waarop het beperkingenbesluit is verzonden of van het beperkingenbesluit kennisgeving is gedaan; -d. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 6°, binnen vier dagen na de dag waarop de inschrijving van het besluit tot aanwijzing van een onroerende zaak als beschermd monument heeft plaatsgevonden; -e. bij een op een beperkingenbesluit betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak, binnen vier dagen na de dag waarop burgemeester en wethouders een gewaarmerkt afschrift daarvan hebben ontvangen. +b. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 4°, binnen vier dagen na de dag waarop het beperkingenbesluit is verzonden of van het beperkingenbesluit kennisgeving is gedaan; +c. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 5°, binnen vier dagen na de dag waarop de inschrijving van het besluit tot aanwijzing van een onroerende zaak als beschermd monument heeft plaatsgevonden; +d. bij een op een beperkingenbesluit betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak, binnen vier dagen na de dag waarop burgemeester en wethouders een gewaarmerkt afschrift daarvan hebben ontvangen. **4.** Indien een publiekrechtelijke beperking die voortvloeit uit een in het gemeentelijke beperkingenregister ingeschreven beperkingenbesluit onherroepelijk en anders dan ten gevolge van een beperkingenbesluit of een daarop betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak is vervallen, dragen burgemeester en wethouders er zorg voor dat binnen vier dagen na de dag waarop dit bij hen bekend is geworden en met overeenkomstige toepassing van het eerste en tweede lid een verklaring met betrekking tot dat vervallen wordt ingeschreven in dat register. @@ -232,12 +230,11 @@ Op de inschrijving in de openbare registers van een beperkingenbesluit, een daar Het ter inschrijving aanbieden, bedoeld in het eerste lid, geschiedt: a. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1°, binnen vier dagen na de dag van bekendmaking van het beperkingenbesluit; -b. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, binnen vier dagen na de dag waarop dat bestuursorgaan het beperkingenbesluit heeft ontvangen; -c. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 3°, binnen vier dagen na de dag waarop het beperkingenbesluit is verzonden; -d. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 4°, binnen vier dagen na de dag waarop de inschrijving door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van de aanwijzing van een onroerend monument als beschermd monument in het register, bedoeld in artikel 6, eerste lid, of artikel 7, derde lid, van de Monumentenwet 1988, heeft plaatsgevonden; -e. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 5°, binnen vier dagen na de dag waarop het beperkingenbesluit is verzonden of van het beperkingenbesluit kennisgeving is gedaan; -f. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 6°, binnen vier dagen na de dag waarop de inschrijving van het besluit tot aanwijzing van een onroerende zaak als beschermd monument heeft plaatsgevonden; -g. bij een op een beperkingenbesluit betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak, binnen vier dagen na de dag waarop het bestuursorgaan een gewaarmerkt afschrift daarvan heeft ontvangen. +b. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, binnen vier dagen na de dag waarop het beperkingenbesluit is verzonden; +c. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 3°, binnen vier dagen na de dag waarop de inschrijving door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van de aanwijzing van een onroerend monument als beschermd monument in het register, bedoeld in artikel 6, eerste lid, of artikel 7, derde lid, van de Monumentenwet 1988, heeft plaatsgevonden; +d. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 4°, binnen vier dagen na de dag waarop het beperkingenbesluit is verzonden of van het beperkingenbesluit kennisgeving is gedaan; +e. bij een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 5°, binnen vier dagen na de dag waarop de inschrijving van het besluit tot aanwijzing van een onroerende zaak als beschermd monument heeft plaatsgevonden; +f. bij een op een beperkingenbesluit betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak, binnen vier dagen na de dag waarop het bestuursorgaan een gewaarmerkt afschrift daarvan heeft ontvangen. **3.** Indien een publiekrechtelijke beperking die voortvloeit uit een in de openbare registers ingeschreven beperkingenbesluit onherroepelijk en anders dan ten gevolge van een beperkingenbesluit of een daarop betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak is vervallen, biedt het bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, binnen vier dagen na de dag waarop dit bij hem bekend is geworden en met overeenkomstige toepassing van het eerste lid, de Dienst ter inschrijving in de openbare registers een verklaring met betrekking tot het vervallen van die beperking aan.