From 22da5682a0901b83dda7cfcfc4bb8da85bf4afdf Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Apr 2011 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2011-04-01 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A) --- .../BWBR0012287/README.md | 365 ++++-------------- 1 file changed, 75 insertions(+), 290 deletions(-) diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md index ac546f432ae..559591c2ccb 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-a/BWBR0012287/README.md @@ -38,12 +38,13 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A) | EEG | Europese Economische Gemeenschap | | EER | Europese Economische Ruimte | | EU | Europese Unie | -| EZ | (Ministerie/Minister van) Economische Zaken | +| EL&I | Ministerie/Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie | | Flexwet | Wet Flexibiliteit en Zekerheid (Stb. 1998, 300) | | GBA | Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens | | GG&GD | Geneeskundige en gezondheidsdienst | | GVI | Gemeenschappelijke Visuminstructies | | HKS | Herkenningsdienstsysteem | +| I&A | Minister voor Immigratie en Asiel | | IND | Immigratie- en Naturalisatiedienst | | IOM | Internationale Organisatie voor Migratie | | JDS | Justitieel documentatiesysteem | @@ -86,11 +87,11 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A) | Vb | Vreemdelingenbesluit | | Vc | Vreemdelingencirculaire | | VIS | Verificatie- en informatiesysteem | +| V&J | Ministerie/Minister/Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie | | VWN | VluchtelingenWerk Nederland | | VN | Verenigde Naties | | VNG | Vereniging van Nederlandse Gemeenten | | VRIS | Vreemdelingen in de strafrechtketen | -| VROM | (Ministerie/Minister van) Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer | | VV | Voorschrift Vreemdelingen | | Vw | Vreemdelingenwet | | VWS | (Ministerie/Minister van) Volksgezondheid, Welzijn en Sport | @@ -215,20 +216,20 @@ Deel C bevat de algemeen geldende en de bijzondere bepalingen voor vreemdelingen ### 2. Bevoegdheden -De Minister van Justitie is verantwoordelijk voor de uitvoering van de vreemdelingenwetgeving. De Staatssecretaris van Justitie is, binnen de grenzen van het door de minister van Justitie vastgestelde beleid, meer in het bijzonder belast met de verantwoordelijkheid voor vreemdelingenzaken, met uitzondering van de Rwn en met uitzondering van grensbewaking. +De Minister voor I&A is verantwoordelijk voor de uitvoering van de vreemdelingenwetgeving. Daar waar in deze circulaire wordt verwezen naar de verantwoordelijke bewindspersoon zal deze worden aangeduid als “de Minister”. -De Minister heeft zijn bevoegdheden met betrekking tot de coördinatie, regie en de uitvoering van het gezag binnen de vreemdelingenketen gemandateerd aan de Secretaris-Generaal, die dit op zijn beurt heeft doorgemandateerd aan de Directeur-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken. Laatstgenoemde geeft op grond van artikel 48 Vw namens de Minister aanwijzingen aan de uitvoeringsorganisaties, inclusief aanwijzingen omtrent de behandeling van individuen en bijzondere groepen. In spoedeisende individuele gevallen ligt deze aanwijzingsbevoegdheid bij het Hoofd van de IND teneinde een effectief optreden mogelijk te maken, voor zover dit niet ligt op het terrein van vertrek en uitzetting. De aanwijzingsbevoegdheid ligt waar het gaat om vertrek en uitzetting in spoedeisende individuele gevallen bij de Directeur van de DT&V. Voorts is het geven van een bijzondere aanwijzing in het geval van een voorgenomen toegangsweigering aan een vreemdeling die asiel aanvraagt (zie artikel 3, derde lid, Vw) of een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland (zie artikel 8.8, tweede lid, Vb) een bevoegdheid die aan het Hoofd van de IND is doorgemandateerd. Tevens is de uitvoering van de Vw gemandateerd aan het Hoofd van de IND, voor zover dit ligt op het terrein van toelating. Deze mandatering ziet onder meer op het nemen van beslissingen op toelatingsaanvragen. De uitvoering van de Vw op het terrein van vertrek en uitzetting is gemandateerd aan de Directeur DT&V. Zie voor de uitwerking van de mandatering binnen het Ministerie van Justitie de Regeling van de Minister van Justitie van 12 mei 2005, nr. 5332529/05/DP&O (Stcrt. d.d. 24 mei 2005, nr. 97), de Regeling van de Minister van Justitie van 12 mei 2005, nr. 5295095/04/DP&O (Stcrt. d.d. 24 mei 2005 nr. 97) en het besluit van het Hoofd van de IND van 24 juni 2005, nr. INDUIT05-4081 (AUB) (Stcrt. d.d. 18 juli 2005, nr. 136). +De Minister heeft zijn bevoegdheden met betrekking tot de coördinatie, regie en de uitvoering van het gezag binnen de vreemdelingenketen gemandateerd aan de Secretaris-Generaal, die dit op zijn beurt heeft doorgemandateerd aan de Directeur-Generaal Vreemdelingenzaken. Laatstgenoemde geeft op grond van artikel 48 Vw namens de Minister aanwijzingen aan de uitvoeringsorganisaties, inclusief aanwijzingen omtrent de behandeling van individuen en bijzondere groepen. In spoedeisende individuele gevallen ligt deze aanwijzingsbevoegdheid bij het Hoofd van de IND teneinde een effectief optreden mogelijk te maken, voor zover dit niet ligt op het terrein van vertrek en uitzetting. De aanwijzingsbevoegdheid ligt waar het gaat om vertrek en uitzetting in spoedeisende individuele gevallen bij de Directeur van de DT&V. Voorts is het geven van een bijzondere aanwijzing in het geval van een voorgenomen toegangsweigering aan een vreemdeling die asiel aanvraagt (zie artikel 3, derde lid, Vw) of een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland (zie artikel 8.8, tweede lid, Vb) een bevoegdheid die aan het Hoofd van de IND is doorgemandateerd. Tevens is de uitvoering van de Vw gemandateerd aan het Hoofd van de IND, voor zover dit ligt op het terrein van toelating. Deze mandatering ziet onder meer op het nemen van beslissingen op toelatingsaanvragen. De uitvoering van de Vw op het terrein van vertrek en uitzetting is gemandateerd aan de Directeur DT&V. Zie voor de uitwerking van de mandatering binnen het Ministerie van Justitie de Regeling van de Minister van Justitie van 12 mei 2005, nr. 5332529/05/DP&O (Stcrt. d.d. 24 mei 2005, nr. 97), de Regeling van de Minister van Justitie van 12 mei 2005, nr. 5295095/04/DP&O (Stcrt. d.d. 24 mei 2005 nr. 97) en het besluit van het Hoofd van de IND van 24 juni 2005, nr. INDUIT05-4081 (AUB) (Stcrt. d.d. 18 juli 2005, nr. 136). De Minister van BuZa is, op grond van het Soeverein Besluit 1813, bevoegd tot visumverlening. Het Hoofd van de IND is tevens Hoofd van de Visadienst en als onbezoldigd ambtenaar van BuZa gemandateerd om namens de Minister van BuZa te beslissen op visumaanvragen en mvv’s. Voorts zijn ingevolge de Vw aan de Korpschef en de Commandant der KMar bevoegdheden toegekend en taken opgedragen op het gebied van: -– toegang (zie A2); -– toezicht (zie A3); -– vertrek en uitzetting (zie A4); -– vrijheidsbeneming (zie A6). +• toegang (zie A2); +• toezicht (zie A3); +• vertrek en uitzetting (zie A4); +• vrijheidsbeneming (zie A6). In hoofdstuk 4 Vw is vastgelegd dat de Korpschef en de Commandant der KMar hun bevoegdheden en taken niet uitoefenen naar eigen beleidsinzicht, maar met inachtneming van de (algemene en bijzondere) aanwijzingen van de Minister (zie ook hoofdstuk 4 Vb). @@ -236,9 +237,9 @@ In hoofdstuk 4 Vw is vastgelegd dat de Korpschef en de Commandant der KMar hun b De organisaties die belast zijn met de uitvoering van de vreemdelingenwet- en regelgeving en aanverwante wet- en regelgeving dragen ieder zorg voor het organiseren en geven van specifieke voorlichting over de door hen uit te voeren taken. -De vreemdelingenwet- en regelgeving wordt onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Justitie geformuleerd. Op internet is het Ministerie voor algemene informatie bereikbaar via www.justitie.nl. +De vreemdelingenwet- en regelgeving wordt onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van BZK geformuleerd. -De afdeling Publieksvoorlichting van het Ministerie van Justitie is ondergebracht bij de Postbus 51 Informatiedienst, welke op werkdagen te bereiken op het gratis telefoonnummer 0800- 8051 en op internet op de website www.rijksoverheid.nl. Bij Postbus 51 kunnen alle algemene vragen worden gesteld over de rijksoverheid. Voor informatie over verblijfsaanvragen wordt verwezen naar de IND. +De afdeling Publieksvoorlichting van het Ministerie van BZK is ondergebracht bij de Postbus 51 Informatiedienst, welke op werkdagen te bereiken op het gratis telefoonnummer 0800- 8051 en op internet op de website www.rijksoverheid.nl. Bij Postbus 51 kunnen alle algemene vragen worden gesteld over de rijksoverheid. Voor informatie over verblijfsaanvragen wordt verwezen naar de IND. Overheidsinstanties die werkzaam zijn binnen de vreemdelingenketen kunnen de website www.vreemdelingenketen.nl bezoeken, welke de onderlinge informatie-uitwisseling tussen deze overheidsinstanties als doel heeft. @@ -263,20 +264,20 @@ De DJI is verantwoordelijk voor de uitvoering van vrijheidsbenemende straffen en • Telefoon Informatielijn: 070 - 370 27 34 • Internet: www.dji.nl -De directie Inburgering en Integratie van het Ministerie van VROM richt zich op de totstandkoming van een samenleving, waarin de in Nederland verblijvende leden van etnische groepen op basis van volwaardig en gedeeld burgerschap kunnen deelnemen. De directie ontwikkelt onder andere het beleid met betrekking tot de inburgering en de Remigratiewet. +De directie Inburgering en Integratie van het Ministerie van BZK richt zich op de totstandkoming van een samenleving, waarin de in Nederland verblijvende leden van etnische groepen op basis van volwaardig en gedeeld burgerschap kunnen deelnemen. De directie ontwikkelt onder andere het beleid met betrekking tot de inburgering en de Remigratiewet. -De directie Inburgering en Integratie van het Ministerie van VROM is bereikbaar via: +De directie Inburgering en Integratie van het Ministerie van BZK is bereikbaar via: • Telefoon: (algemeen): 070 - 339 0289 -• Internet: www.vrom.nl +• Internet: www.rijksoverheid.nl -De Directie Migratiebeleid van het Ministerie van Justitie draagt zorg voor de nationale en internationale beleidsontwikkeling op het asiel- en immigratieterrein, alsmede op het terrein van opvang van asielzoekers. Het aandachtsveld van de directie bestaat aldus uit toelating, verblijf, toezicht, terugkeer, grensbewaking, visumbeleid, opvang en de coördinatie van het beleid tot het tegengaan van illegaal verblijf. +De Directie Migratiebeleid van het Ministerie van BZK draagt zorg voor de nationale en internationale beleidsontwikkeling op het asiel- en immigratieterrein, alsmede op het terrein van opvang van asielzoekers. Het aandachtsveld van de directie bestaat aldus uit toelating, verblijf, toezicht, terugkeer, grensbewaking, visumbeleid, opvang en de coördinatie van het beleid tot het tegengaan van illegaal verblijf. De DT&V is als taakorganisatie belast met de uitvoering van de vreemdelingenwetgeving terzake vertrek en uitzetting. De DT&V bevordert, organiseert en realiseert het daadwerkelijk vertrek uit Nederland van vreemdelingen zonder verblijfsrecht. Bij het uitvoeren van deze taak staat het stimuleren van het zelfstandig vertrek voorop. Zo nodig bereidt de DT&V het gedwongen vertrek van de vreemdeling uit Nederland voor. De DT&V voert haar taak uit in samenwerking met andere ketenpartners van de overheid die een taak hebben in het vertrekproces. De DT&V regisseert het vertrekproces op operationeel niveau. Taken die wettelijk zijn voorbehouden aan ambtenaren belast met het toezicht of de grensbewaking, worden niet verricht door de DT&V. • Telefoon (algemeen): 0800 - 8051 • Internet: www.dienstterugkeerenvertrek.nl -• E-mail: info@dtv.minjus.nl +• E-mail: info@dtv.minbzk.nl Het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel is een samenwerkingsverband tussen de Dienst Nationale Recherche en DNRI van het KLPD, de KMar, de IND en de Sociale Inlichtingen en Opsporingsdienst van het Ministerie van SZW. @@ -305,7 +306,7 @@ De KMar is op de luchthavens en in de zeehavens in Nederland alsmede op zee bela • Telefoon KMar voorlichting: 070 - 318 83 57 • Internet: www.kmar.nl -Het Ministerie van BuZa is verantwoordelijk voor de behandeling van visumaanvragen voor een verblijf korter dan drie maanden en mvv’s. Indien ambassades en consulaten niet zelfstandig kunnen of mogen beslissen, worden de visumaanvragen voor een verblijf korter dan drie maanden - als het gaat om zakenbezoeken, diplomaten, politieke bezoeken, het verrichten van technische werkzaamheden, deelname aan/bijwonen van een congres, conferentie of sportmanifestatie, bezoeken van wetenschappelijke aard, aanvragen van personen uit de voormalige Sovjetrepublieken, bezoeken van personen die geregistreerd staan in het SIS of op een visumsanctielijst – voorgelegd aan de afdeling Vreemdelingen- en Visumzaken van de directie Personenverkeer, Migratie en Vreemdelingenzaken van het Ministerie van BuZa (zie voor overige visumaanvragen hierna onder Visadienst). +Het Ministerie van BuZa is verantwoordelijk voor de behandeling van visumaanvragen voor een verblijf korter dan drie maanden en mvv’s. Indien ambassades en consulaten niet zelfstandig kunnen of mogen beslissen, worden de visumaanvragen voor een verblijf korter dan drie maanden – als het gaat om zakenbezoeken, diplomaten, politieke bezoeken, het verrichten van technische werkzaamheden, deelname aan/bijwonen van een congres, conferentie of sportmanifestatie, bezoeken van wetenschappelijke aard, aanvragen van personen uit de voormalige Sovjetrepublieken, bezoeken van personen die geregistreerd staan in het SIS of op een visumsanctielijst – voorgelegd aan de afdeling Vreemdelingen- en Visumzaken van de directie Personenverkeer, Migratie en Vreemdelingenzaken van het Ministerie van BuZa (zie voor overige visumaanvragen hierna onder Visadienst). Het Ministerie van BuZa is tevens verantwoordelijk voor algemene en individuele ambtsberichten, welke door de Minister gebruikt worden als informatiebron onder andere bij de beoordeling van asielaanvragen. @@ -341,11 +342,6 @@ De Raden voor Rechtsbijstand geven uitvoering aan de Wet op de rechtsbijstand, w • Telefoon Juridisch Loket: 0900 - 8020 (10 cent pm) • Internet: www.rvr.org -De SRA organiseert, coördineert en verleent rechtsbijstand aan asielzoekers en bewaakt de kwaliteit van de rechtsbijstand. - -• Telefoon: 026 - 353 18 50 -• Internet: www.rechtsbijstandasiel.nl - De Visadienst is onderdeel van het Ministerie van BuZa. De Minister van BuZa heeft het Hoofd van de IND en het plaatsvervangend Hoofd van de IND mandaat verleend voor het nemen en ondertekenen van besluiten die door hen in hun functie van Hoofd van de Visadienst, respectievelijk plaatsvervangend Hoofd van de Visadienst, namens hem worden genomen. Ondermandaat is verleend aan de ambtenaar belast met de grensbewaking en het toezicht en specifieke functionarissen van de IND voorzover zij besluiten nemen of handelingen verrichten namens het Hoofd van de Visadienst. De Visadienst behandelt namens de Minister van BuZa alle door de ambassades en consulaten voorgelegde aanvragen voor mvv’s en visumaanvragen voor toerisme, familie- en privé-bezoek, artiesten, studenten, personen die gesignaleerd staan in het OPS of SIS, stagiaires en medische bezoeken, met uitzondering van personen uit de voormalige Sovjet republieken. De laatste categorie personen dient zich te wenden tot het Ministerie van BuZa (zie hiervoor onder Ministerie van Buza). Bovendien behandelt de Visadienst aanvragen voor visumverlenging en verlening van terugkeervisa. @@ -1107,7 +1103,7 @@ Van gevaar voor de openbare orde zal sprake zijn indien de vreemdeling in het OP ##### 4.4.7. De duur van de vrije termijn -Verblijf in de vrije termijn is toegestaan voor een bij artikel 3.3 Vb bepaalde duur, indien en zolang aan de in artikel 12 Vw gestelde voorwaarden wordt voldaan. +Verblijf in de vrije termijn is toegestaan voor een bij artikel 3.3 Vb bepaalde duur, indien en zolang aan de in artikel 12 Vw gestelde voorwaarden wordt voldaan. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen: @@ -1122,20 +1118,20 @@ Categorieën van vreemdelingen: duur vrije termijn niet-visumplichtigen: drie ma • visumplichtigen (C-visum): voor de duur aangegeven in het visum; • houders van een luchthaventransitvisum (A-visum): geen; -• houders van een doorreisvisum met recht van oponthoud (B-visum): voor de duur aangegeven in het visum (ten hoogste vijf dagen. Zie artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder b, Vb); -• houders van een reisvisum: voor de duur aangegeven in het visum (ten hoogste drie maanden. Zie artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder b, Vb); -• houders van een reisvisum geldig voor meerdere reizen: voor de duur aangegeven in het visum waarbij voor elke binnenkomst geldt dat deze ten hoogste drie maanden per zes maanden bedraagt (zie artikel 11, eerste lid, onder a, SUO); +• houders van een doorreisvisum met recht van oponthoud (B-visum): voor de duur aangegeven in het visum (ten hoogste vijf dagen. Zie artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder b, Vb); +• houders van een reisvisum: voor de duur aangegeven in het visum (ten hoogste drie maanden. Zie artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder b, Vb); +• houders van een reisvisum geldig voor meerdere reizen: voor de duur aangegeven in het visum waarbij voor elke binnenkomst geldt dat deze ten hoogste drie maanden per zes maanden bedraagt (zie artikel 11, eerste lid, onder a, SUO); • houders van een bijzonder doorlaatbewijs: voor de duur aangegeven in het bewijs (zie model M6). Zie voor de geldigheidsduur van visa A2/4.3. -Op grond van artikel 3.3, derde lid, Vb kan de vrije termijn van niet-visumplichtige vreemdelingen in geval van bijzondere omstandigheden worden verlengd tot zes maanden. De Minister van Justitie is hiertoe bevoegd. Hierbij kan worden gedacht aan situaties van overmacht, zoals ernstige ziekte van familieleden of van de vreemdeling zelf of een zeer gewichtige zakelijk belang, waardoor een verblijf ná de drie maanden van de vrije termijn gewenst is. Ook op grond van het criterium wezenlijk Nederlands belang, zoals dat bij verlenging van de geldigheidsduur van visa staat beschreven (zie A2/4.3.6.2), kan tot verlenging van de vrije termijn tot zes maanden worden overgegaan. +Op grond van artikel 3.3, eerste lid, onder c, Vb kan de vrije termijn van niet-visumplichtige vreemdelingen in geval van bijzondere omstandigheden worden verlengd tot zes maanden. De Minister voor I&A is hiertoe bevoegd. Hierbij kan worden gedacht aan situaties van overmacht, zoals ernstige ziekte van familieleden of van de vreemdeling zelf of een zeer gewichtige zakelijk belang, waardoor een verblijf ná de drie maanden van de vrije termijn gewenst is. Ook op grond van het criterium wezenlijk Nederlands belang, zoals dat bij verlenging van de geldigheidsduur van visa staat beschreven (zie A2/4.3.6.2), kan tot verlenging van de vrije termijn tot zes maanden worden overgegaan. Om deze verlenging van de vrije termijn zichtbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de sticker verblijfsaantekening algemeen, die in het paspoort wordt aangebracht. Voor deze verlenging van de vrije termijn worden geen kosten in rekening gebracht. -Vreemdelingen die een verblijf in Nederland beogen van langer dan drie maanden moeten in beginsel in het bezit zijn van een geldige mvv. Bij ontbreken van de vereiste mvv komt de vreemdeling in beginsel niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking (zie artikel 16, eerste lid, onder a, Vw). +Vreemdelingen die een verblijf in Nederland beogen van langer dan drie maanden moeten in beginsel in het bezit zijn van een geldige mvv. Bij ontbreken van de vereiste mvv komt de vreemdeling in beginsel niet voor een verblijfsvergunning in aanmerking (zie artikel 16, eerste lid, onder a, Vw). -De vrije termijn van vreemdelingen die voor een verblijf van langer dan drie maanden naar Nederland zijn gekomen, bedraagt acht dagen (zie artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder e, Vb). +De vrije termijn van vreemdelingen die voor een verblijf van langer dan drie maanden naar Nederland zijn gekomen, bedraagt acht dagen (zie artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder e, Vb). Voor niet-visumplichtige vreemdelingen en houders van een reisvisum die aanvankelijk naar Nederland zijn gekomen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden, verstrijkt de vrije termijn uiterlijk op de achtste dag nadat zich omstandigheden hebben voorgedaan waaruit kan worden afgeleid dat zij het voornemen hebben langer dan drie maanden in Nederland te verblijven (zie artikel 3.3, tweede lid, Vb). Dit voornemen kan bijvoorbeeld blijken uit het indienen van een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning, het huren van woonruimte of het aanvaarden van werk voor langer dan drie maanden. @@ -1202,7 +1198,7 @@ In het weigeringsformulier conform het standaardformulier zoals opgenomen in bij • de betreffende Staat (in casu de Staat der Nederlanden); • de betreffende instantie, inclusief logo (in casu KMar of ZHP); • de toepasselijke bepalingen van de vigerende wetgeving met betrekking tot de reden voor toegangsweigering (in casu artikel 13 juncto artikel 5, eerste lid SGC); -• de nationale wetsbepalingen en procedure betreffende het recht van beroep. Op het formulier dient te worden vermeld: ‘Tegen deze beslissing kan op grond van artikel 77, eerste lid, Vw administratief beroep worden ingesteld bij de Minister van Justitie. Het beroep kan worden ingesteld door de vreemdeling in persoon, zijn wettelijke vertegenwoordiger, zijn bijzonder gemachtigde, of een advocaat, indien deze verklaart daartoe bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd. Het beroep moet worden ingesteld binnen vier weken na de dag waarop de beschikking is gemaakt. Daarbij is aan te bevelen dat een afschrift van de beschikking wordt overlegd’. Tevens dient het adres vermeld te worden waarheen het beroepschrift gezonden kan worden. +• de nationale wetsbepalingen en procedure betreffende het recht van beroep. Op het formulier dient te worden vermeld: “Tegen deze beslissing kan op grond van artikel 77, eerste lid, Vw administratief beroep worden ingesteld bij de Minister voor I&A. Het beroep kan worden ingesteld door de vreemdeling in persoon, zijn wettelijke vertegenwoordiger, zijn bijzonder gemachtigde, of een advocaat, indien deze verklaart daartoe bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd. Het beroep moet worden ingesteld binnen vier weken na de dag waarop de beschikking is gemaakt. Daarbij is aan te bevelen dat een afschrift van de beschikking wordt overlegd”. Tevens dient het adres vermeld te worden waarheen het beroepschrift gezonden kan worden. Gedetailleerde voorschriften inzake weigering van toegang zijn opgenomen in bijlage V, deel A, SGC. @@ -1806,11 +1802,11 @@ Voor de vaststelling of een document voor grensoverschrijding geldig is, moet ee De hierboven bedoelde controle houdt minimaal het volgende in: -– controle of de naam, geboortedatum, nationaliteit, geslacht, lengte en foto, zoals die in het aangeboden reisdocument zijn opgenomen, overeenkomen met de aanbieder van dat document; -– controle of het aangeboden reisdocument voorzien is van de benodigde visa (zowel voor Nederland als voor het land van uiteindelijke bestemming); -– controle of de geldigheid van het aangeboden reisdocument en de daarin aangebrachte visa niet is verlopen; -– controle of het aangeboden reisdocument is afgegeven door een daartoe bevoegde autoriteit; -– controle door middel van een kort en bondig onderzoek of het aangeboden reisdocument vals of vervalst is, waarbij zonodig gebruik gemaakt dient te worden van eenvoudige hulpmiddelen. +• controle of de naam, geboortedatum, nationaliteit, geslacht, lengte en foto, zoals die in het aangeboden reisdocument zijn opgenomen, overeenkomen met de aanbieder van dat document; +• controle of het aangeboden reisdocument voorzien is van de benodigde visa (zowel voor Nederland als voor het land van uiteindelijke bestemming); +• controle of de geldigheid van het aangeboden reisdocument en de daarin aangebrachte visa niet is verlopen; +• controle of het aangeboden reisdocument is afgegeven door een daartoe bevoegde autoriteit; +• controle door middel van een kort en bondig onderzoek of het aangeboden reisdocument vals of vervalst is, waarbij zonodig gebruik gemaakt dient te worden van eenvoudige hulpmiddelen. Op opstapplaatsen waar door de vervoerder bij de controle van vervoersbewijzen al gebruik gemaakt wordt van technische apparatuur, dient de vervoerder deze apparatuur ook voor de controle van reisdocumenten aan te wenden. @@ -1818,7 +1814,7 @@ De Nederlandse overheid kan de individuele vervoerder aanwijzingen geven om extr Overeenkomstig de daartoe strekkende internationale regelgeving kan de Nederlandse overheid een vervoerder verzoeken, om op een risicodragende vlucht of vaart een plaats aan boord van het vaartuig of luchtvaartuig ter beschikking te stellen aan een ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten. De ambtenaar kan dan in de opstapplaats, ter gelegenheid van het aan boord gaan, vervoerders adviseren of de aangeboden reisdocumenten echt en onvervalst zijn, en het aangeboden reisdocument voorzien is van de benodigde visa (zowel voor Nederland als voor het land van uiteindelijke bestemming). Dit geschiedt enkel indien daartoe door de staat waarin de opstapplaats is gelegen toestemming is verleend. -Om vervoerders in staat te stellen de verlangde controle zo goed mogelijk te verrichten, houdt het ministerie van Justitie hen regelmatig op de hoogte van wijzigingen in de voor toegang tot Nederland vereiste documenten en visa. Tevens zullen aanwijzingen gegeven worden die een meer effectieve en efficiënte controle kunnen bewerkstelligen (bijv. informatie over reisroutes, trends, veel voorkomende vervalsingen etc.). +Om vervoerders in staat te stellen de verlangde controle zo goed mogelijk te verrichten, houdt het ministerie van BZK hen regelmatig op de hoogte van wijzigingen in de voor toegang tot Nederland vereiste documenten en visa. Tevens zullen aanwijzingen gegeven worden die een meer effectieve en efficiënte controle kunnen bewerkstelligen (bijv. informatie over reisroutes, trends, veel voorkomende vervalsingen etc.). ##### 7.1.3. De afschriftplicht @@ -2899,7 +2895,7 @@ Een uitzondering hierop vormt de situatie waarin de asielaanvraag is afgewezen b De situatie waarin er sprake is van een vrijheidsontnemende maatregel vormt daarop eveneens een uitzondering. Ook in dat geval kan de DT&V, ook indien de rechter nog niet heeft beslist op een door een asielzoeker ingediend verzoek om een voorlopige voorziening en/of ingesteld beroep, zich voor het aanvragen van een (vervangend) reisdocument, re-entry permit of identiteitsonderzoek wenden tot de autoriteiten van het (vermoedelijke) land van herkomst. -Eventueel kan ook in andere (bijzondere) gevallen worden overgegaan tot vroegtijdige presentatie van de vreemdeling bij de autoriteiten van het (vermoedelijke) land van herkomst. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om afgewezen asielzoekers afkomstig uit een land waarvan bekend is dat het verkrijgen van openbare-ordeaspecten (bijvoorbeeld iemand die op grond van het strafrecht van zijn vrijheid is beroofd). +Eventueel kan ook in andere (bijzondere) gevallen worden overgegaan tot vroegtijdige presentatie van de vreemdeling bij de autoriteiten van het (vermoedelijke) land van herkomst. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om afgewezen asielzoekers afkomstig uit een land waarvan bekend is dat het verkrijgen van (vervangende) reisdocumenten lange tijd in beslag neemt en er sprake is van openbare-ordeaspecten (bijvoorbeeld iemand die op grond van het strafrecht van zijn vrijheid is beroofd). Is de vreemdeling in een huis van bewaring, een gevangenis, een TBS-inrichting of een soortgelijke inrichting opgenomen, dan dient het (vervangend) reisdocument zo mogelijk reeds tijdens zijn verblijf in die inrichting te worden aangevraagd, opdat de uitzetting zo spoedig mogelijk, bij voorkeur onverwijld, na het ontslag kan plaatsvinden (zie A4/10.1). @@ -3196,15 +3192,17 @@ In dat geval blijft de uitzetting achterwege zonder dat sprake is van rechtmatig Een beroep op artikel 64 Vw is, gelet op artikel 1:3 Awb, een aanvraag in de zin van de Awb. De aanvraag wordt, met uitzondering van de procedure beschreven in A4/7.2.1.1, schriftelijk gedaan bij de IND en dient steeds onderbouwd te zijn met alle gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling van de vraag of de uitzetting gelet op de gezondheid van betrokkene kan worden geëffectueerd. +Vreemdelingen die een verzoek om toepassing van artikel 64 Vw willen indienen en nog niet bekend zijn bij de IND of eerder met onbekende bestemming zijn vertrokken, worden verzocht contact op te nemen met de IND over de te volgen procedure. Deze vreemdelingen zullen vervolgens in de gelegenheid worden gesteld om het verzoek om toepassing van artikel 64 Vw in persoon aan het IND-loket in te dienen. In het geval er reeds een schriftelijke aanvraag is ingediend, zal de vreemdeling worden verzocht zijn aanvraag aan het IND-loket aan te vullen door het aldaar laten vaststellen van zijn verblijfplaats in Nederland. De vraag of op grond van artikel 64 Vw uitzetting achterwege moet blijven, kan zich niet eerder voordoen dan vanaf het moment waarop de rechtsplicht ontstaat Nederland te verlaten. Derhalve kan het uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw zich niet voordoen zolang niet is gebleken van verblijf in Nederland. Het niet in persoon aan het IND-loket verschijnen kan derhalve reden zijn om het verzoek af te wijzen. + Het beroep op artikel 64 Vw moet de vreemdeling in ieder geval onderbouwen met: – Een recent ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring (zie model M39-A) met vermelding van de meest recente behandelaars, waarbij de vreemdeling momenteel onder behandeling staat. BMA verricht geen medisch onderzoek als de toestemmingsverklaring ouder is dan zes maanden. – Een gedagtekend, ondertekend schriftelijk bewijs van de medische behandelaar(s), waaruit blijkt: -○ de naam, het adres en het registratienummer van het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg of het Nederlands Instituut van Psychologen van de behandelaar(s); -○ dat de vreemdeling medische klachten heeft, waarvoor hij door de behandelaar op dat moment actief wordt behandeld; -○ datum start behandeling en indien bekend verwachte einddatum van de behandeling. -○ wat de aard is van de medische klachten. +• de naam, het adres en het registratienummer van het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg of het Nederlands Instituut van Psychologen van de behandelaar(s); +• dat de vreemdeling medische klachten heeft, waarvoor hij door de behandelaar op dat moment actief wordt behandeld; +• datum start behandeling en indien bekend verwachte einddatum van de behandeling. +• wat de aard is van de medische klachten. Het bewijs omtrent de medische situatie vreemdeling mag op het moment van overleggen niet ouder zijn dan een maand. @@ -3216,7 +3214,7 @@ De redelijke termijn voor het indienen van de ontbrekende, relevante medische st Indien de vreemdeling zich wendt tot de DT&V, de vreemdelingenpolitie, ZHP, KMar of het COA, wordt de aanvraag om toepassing van artikel 64 Vw doorgezonden aan de IND. -Een beroep op artikel 64 Vw kent geen wettelijke beslistermijn in de Vw. Daarom is artikel 4:13 tweede lid Awb van toepassing, waaruit volgt dat dient te worden beslist binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. Deze redelijke termijn is in ieder geval na 8 weken verstreken. Ingevolge artikel 4:14 derde lid Awb kan deze beslistermijn eenmalig worden verlengd met een concreet benoemde termijn. Deze verlenging moet gezien de omstandigheden redelijk zijn. De verlenging van de beslistermijn is in deze gevallen in ieder geval redelijk omdat een medisch adviseur van BMA onderzoek bij derden moet doen naar de medische problematiek van de vreemdeling. Gelet hierop is een verlenging van de beslistermijn met 13 weken redelijk. Aan de vreemdeling wordt bekend gemaakt binnen welke termijn een beslissing op het verzoek om toepassing van artikel 64 Vw kan worden verwacht. De verlenging van de beslistermijn op basis van artikel 4.14 derde lid Awb staat los van opschorten van de beslistermijn als bedoeld in artikel 4:5 juncto artikel 4:15 Awb. +Een beroep op artikel 64 Vw kent geen wettelijke beslistermijn in de Vw. Daarom is artikel 4:13 tweede lid Awb van toepassing, waaruit volgt dat dient te worden beslist binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. Deze redelijke termijn is in ieder geval na 8 weken verstreken. Ingevolge artikel 4:14 derde lid Awb kan deze beslistermijn eenmalig worden verlengd met een concreet benoemde termijn. Deze verlenging moet gezien de omstandigheden redelijk zijn. De verlenging van de beslistermijn is in deze gevallen in ieder geval redelijk omdat een medisch adviseur van BMA onderzoek bij derden moet doen naar de medische problematiek van de vreemdeling. Gelet hierop is een verlenging van de beslistermijn met 13 weken redelijk. Aan de vreemdeling wordt bekendgemaakt binnen welke termijn een beslissing op het verzoek om toepassing van artikel 64 Vw kan worden verwacht. De verlenging van de beslistermijn op basis van artikel 4.14 derde lid Awb staat los van opschorten van de beslistermijn als bedoeld in artikel 4:5 juncto artikel 4:15 Awb. ###### 7.2.1.1. Procedure voor opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een verzoek om toepassing van @@ -3416,6 +3414,18 @@ Wanneer vreemdelingen strafbare feiten plegen, is het van belang dat de vreemdel Uitlevering van een vreemdeling heeft een strafrechtelijk doel, namelijk het ter beschikking stellen van een persoon aan buitenlandse autoriteiten ten behoeve van hetzij een tegen de vreemdeling gericht strafrechtelijk onderzoek, hetzij de tenuitvoerlegging van een straf of strafrechtelijke maatregel. Uitlevering geschiedt uitsluitend krachtens verdrag en overeenkomstig de bepalingen van de Uitleveringswet. Uitlevering vindt bovendien slechts plaats op verzoek van een buitenlandse autoriteit. Indien een formeel uitleveringsverzoek is gedaan door het land waarnaar een vreemdeling zou moeten worden uitgezet of door een ander land, mogen er geen handelingen in die richting plaatsvinden totdat de uitleveringsprocedure is afgerond. +Indien de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een vreemdeling aantreft van wie de opsporing (en aanhouding ter fine van uitlevering) door een buitenlandse autoriteit wordt gevraagd dan bericht hij dat direct aan de afdeling SIRENE van de DNRI. Hij vermeldt daarbij de personalia van de vreemdeling, de autoriteit van wie het verzoek uitgaat en de vindplaats van de signalering. + +De afdeling SIRENE vraagt onmiddellijk aan de buitenlandse autoriteit ten spoedigste te berichten of een uitleveringsverzoek zal worden ingediend. Het antwoord van de buitenlandse autoriteit wordt door de afdeling SIRENE zo spoedig mogelijk ter kennis van de Korpschef of de Commandant der KMar gebracht. Het verdient bovendien aanbeveling aanstonds contact op te nemen met het Ministerie van V&J. Het Ministerie van V&J zal het uitleveringsverzoek van de buitenlandse autoriteit ontvangen en in behandeling nemen. + +In beginsel wordt een vreemdeling hangende de beslissing op een uitleveringsverzoek niet uitgezet. Veelal zullen echter enige dagen verstrijken voor het antwoord van de buitenlandse autoriteit omtrent het al dan niet indienen van een uitleveringsverzoek is ontvangen. In die gevallen zal door de buitenlandse autoriteit voorafgaand aan het formele verzoek om uitlevering om voorlopige aanhouding van de vreemdeling worden gevraagd. Zonodig kan aan dit verzoek worden voldaan. + +De Korpschef of de Commandant der KMar stelt zich hierover op de gebruikelijke wijze in verbinding met de terzake bevoegde officier van justitie. + +Indien de vreemdeling in vreemdelingenbewaring is gesteld, dient hij overgeplaatst te worden naar strafrechtelijke bewaring. De DT&V wordt hierover geïnformeerd. + +Wanneer gedurende de afhandeling van een verzoek om voorlopige aanhouding of uitlevering de voorgenomen uitzetting van de vreemdeling wordt opgeschort, kan de situatie ontstaan dat zich een mogelijkheid om betrokkene uit te zetten niet meer op korte termijn zal voordoen. In dat geval dient de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen telefonisch contact op te nemen met de DT&V. + ### 11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname Er bestaan bi- en multilaterale verdragen waarbij Nederland partij is die betrekking hebben op de terug- en overname van personen. Hierbij gaat het in het geval van terugname om eigen onderdanen en in het geval van overname om onderdanen van derde landen. Zo zijn er afspraken over terug- en overname tussen de Benelux-landen en hebben de Benelux en de EU terug- en overnameverdragen met derde landen. Daarnaast is er bijvoorbeeld een in Schengenverband afgesloten terug- en overnameovereenkomst met Polen en bevatten Verordening 343/2003 en de Overeenkomst van Dublin (zie C3/2) terug- en overnamebepalingen. Verder bestaan er bilaterale verdragen tussen de EU/Nederland en derde landen (over uiteenlopende onderwerpen) met een terug- en overnameclausule en sluit Nederland met derde landen memoranda of understanding waarin uitvoeringsafspraken met betrekking tot de terug- en overname worden vastgelegd. @@ -3577,7 +3587,18 @@ Als sprake is van gewijzigde feiten en omstandigheden, wordt vervolgens beoordee Indien een ongewenst verklaarde vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat juist hij bij terugkeer naar zijn land van herkomst een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een behandeling in de zin van artikel 3 EVRM, dan wel artikel 3 Antifolterverdrag, zal hij niet worden uitgezet naar het land van herkomst. Bij de beoordeling wordt het bepaalde in C2/3 betrokken. -Vorenstaande laat onverlet dat de ongewenstverklaring blijft bestaan. Voorts geldt dat op de vreemdeling de plicht blijft rusten om Nederland zelfstandig te verlaten en mitsdien zelf gevolg te geven aan zijn vertrekplicht. Eerst als de ongewenstverklaarde vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat artikel 3 EVRM, dan wel artikel 3 Antifolterverdrag, duurzaam in de weg staat aan uitzetting naar zijn land van herkomst, en hij bovendien heeft aangetoond dat er geen derde land is waar hij zich zal kunnen vestigen, en hij bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd waarom het handhaven van de ongewenstverklaring disproportioneel is, kan de ongewenstverklaring op verzoek van de vreemdeling worden opgeheven. Bij de beoordeling van dit verzoek tot opheffing wordt in ieder geval de aard en ernst van het gepleegde misdrijf betrokken. Met name vreemdelingen aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen of die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid, hebben een grotere inspanningsverplichting om aan te tonen dat er geen derde land is waar zij zich kunnen vestigen. +Vorenstaande laat onverlet dat de ongewenstverklaring blijft bestaan. Voorts geldt dat op de vreemdeling de plicht blijft rusten om Nederland zelfstandig te verlaten en mitsdien zelf gevolg te geven aan zijn vertrekplicht. + +In deze gevallen wordt bij het nemen van het besluit beoordeeld: + +a. of artikel 3 EVRM zich duurzaam verzet tegen uitzetting van de vreemdeling naar het land van herkomst; en, zo ja, +b. of het handhaven van de ongewenstverklaring disproportioneel is. + +De term duurzaam onder a. houdt ten eerste in dat de vreemdeling zich op het moment dat het besluit wordt genomen reeds gedurende tien jaren zonder verblijfsvergunning in Nederland in de situatie bevindt dat hij wegens schending van artikel 3 EVRM niet kan worden uitgezet, te rekenen vanaf datum eerste asielaanvraag. De term duurzaam houdt verder in dat er geen vooruitzicht is op verandering in deze situatie binnen niet al te lange termijn. Voor een positieve beantwoording van de vraag onder a. dient de vreemdeling tot slot aannemelijk te hebben gemaakt dat vertrek naar een ander land dan het land van herkomst ondanks voldoende inspanningen van de vreemdeling om te voldoen aan zijn vertrekplicht niet mogelijk is. + +Indien de toets onder a. leidt tot een bevestigend antwoord, kan dit leiden tot de proportionaliteitstoets onder b. Hiervoor dient de vreemdeling aannemelijk te hebben gemaakt dat hij zich in Nederland in een uitzonderlijke situatie bevindt. Aan de hand van deze door de vreemdeling aangedragen elementen wordt beoordeeld of het handhaven van de ongewenstverklaring disproportioneel is. + +Indien de toets inderdaad tot deze conclusie leidt, kan de ongewenstverklaring op verzoek van de vreemdeling worden opgeheven. Bij de beoordeling van dit verzoek tot opheffing wordt in ieder geval de aard en ernst van het gepleegde misdrijf betrokken. Met name vreemdelingen aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen of die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid, hebben een grotere inspanningsverplichting om aan te tonen dat er geen derde land is waar zij zich kunnen vestigen. Indien een ongewenstverklaarde vreemdeling een asielaanvraag indient en aannemelijk maakt dat hij verdragsvluchteling is, dan wel dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een behandeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw, moet de ongewenstverklaring worden opgeheven en aan hem op grond van artikel 3.105b Vb, respectievelijk artikel 3.105e Vb, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd worden verleend. Dit is slechts dan niet van toepassing als de vreemdeling zich heeft schuldig gemaakt aan openbare-ordeverstoringen als omschreven in voornoemde bepalingen of als artikel 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing is. @@ -4205,7 +4226,7 @@ Zodra van DJI bericht ontvangen is in welke inrichting de vreemdeling gaat verbl ###### 5.3.6.3. Declaratie van de kosten van bewaring in een politiecel -De kosten van bewaring in een politiecel kunnen – met uitsluiting van die van de eerste vier dagen van de bewaring – op grond van de Circulaire afbakening tussen politie- en Justitiekosten 2004-2008 van de Minister van Justitie (Stcrt 2004, nr. 92, pag. 22), gedeclareerd worden bij het ministerie van Justitie. +De kosten van bewaring in een politiecel kunnen – met uitsluiting van die van de eerste vier dagen van de bewaring – op grond van de Circulaire afbakening tussen politie- en Justitiekosten 2004-2008 van de toenmalige Minister van Justitie (Stcrt 2004, nr. 92, pag. 22), gedeclareerd worden bij het ministerie van V&J. ##### 5.3.7. Het strafrecht en bewaring @@ -4496,145 +4517,15 @@ Vervallen ## Bijlage M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen die kort verblijf beogen -Weigering van toegang aan de grens +*[afbeelding]* -Op..... (datum), om..... uur, is bij grensdoorlaatpost..... +*[afbeelding]* -te, ..... (plaats) +## Bijlage M18. Beschikking weigering toegang aan onderdanen van derde landen die lang verblijf beogen en personen die vallen onder het EU-recht inzake vrij verkeer ( -door ondergetekende, +*[afbeelding]* -achternaam ..... voorna(a)m(en) ..... - -geboren op..... (datum) - -te..... (plaats) - -geslacht (m/v) - -nationaliteit ....., - -woonachtig te..... adres) - -..... (postcode/woonplaats) - -..... (land) - -houder van document ..... (aard), nummer ..... - -afgegeven te ..... (plaats), op..... (datum) - -houder van visum, nummer ..... type..... , afgegeven door ..... - -geldig van ..... tot ..... (datum) - -voor de duur van..... (aantal) dagen, met het oog op..... (doel) - -komend uit ..... met ..... - -(gebruikte vervoermiddel vermelden, en bijvoorbeeld vluchtnummer), - -in kennis gesteld van het feit dat hem/haar de toegang wordt geweigerd krachtens artikel 13 juncto artikel 5 van de Verordening (EG) Nr. 562/2006 (Schengengrenscode) om de volgende redenen: - -## Bijlage M18. Beschikking weigering toegang aan onderdanen van derde landen die lang verblijf beogen en personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer ( - -houder van document .... (aard), nummer...... - -afgegeven te ..... (plaats), op ..... (datum) - -houder van visum, nummer ..... type ..... ,afgegeven door ..... - -geldig van..... tot..... (datum) - -voor de duur van ..... (aantal) dagen, met het oog op ..... (doel) - -komend uit ..... met ..... - -(gebruikte vervoermiddel vermelden, en bijvoorbeeld vluchtnummer). - -werd heden op grond van artikel 3 Vreemdelingenwet 2000 de toegang tot Nederland geweigerd omdat hij/zij: - -( ) niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding en/of in het bezit van een document voor grensoverschrijding waarin het benodigde visum ontbreekt. - -( ) een gevaar oplevert voor de openbare orde of nationale veiligheid. - -( ) niet beschikt over voldoende middelen om te voorzien zowel in de kosten van verblijf in Nederland als in die van zijn reis naar een plaats buiten Nederland waar zijn/haar toegang gewaarborgd is. - -( ) niet voldoet aan de gestelde voorwaarden om de hierboven genoemde kosten zeker te stellen en/of het doel van het voorgenomen verblijf of de verblijfsomstandigheden onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt, dan wel te staving daarvan onvoldoende documenten heeft overgelegd. - -werd heden op grond van artikel 3, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 juncto artikel 8.8 van het Vreemdelingenbesluit 2000 de toegang tot Nederland geweigerd omdat hij/ zij: - -( ) op grond van zijn persoonlijke gedrag een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving, hetgeen blijkt uit het feit dat: - -..... - -..... - -..... - -(concrete omschrijving van de feitelijke reden die betrekking heeft op de openbare orde of de nationale veiligheid) - -( ) lijdt aan een potentieel epidemische ziekte zoals gedefinieerd in de relevante instrumenten van de Wereldgezondheidsorganisatie dan wel andere infectieziekte of besmettelijke parasitaire ziekte ten aanzien waarvan in Nederland beschermende regelingen ten aanzien van Nederlanders zijn getroffen, namelijk: - -..... - -..... - -..... - -(aangeven welke ziekte) - -( ) om redenen van openbare orde of nationale veiligheid uit Nederland is verwijderd en sinds de verwijdering nog geen redelijke termijn is verstreken, hetgeen blijkt uit het feit dat: - -..... - -..... - -..... - -(vermelden van reden en datum van verwijdering) - -**(Onderdanen van België of Luxemburg)** - -( ) werd heden op grond van artikel 3, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 juncto artikel 8.5 van het Vreemdelingenbesluit 2000 de toegang tot Nederland geweigerd omdat hij/zij een actuele bedreiging voor de openbare orde of de nationale veiligheid vormt hetgeen blijkt uit het feit dat: - -..... - -..... - -..... - -(concrete omschrijving van de feitelijke reden die betrekking heeft op de openbare orde of de nationale veiligheid) - -de ambtenaar belast met grensbewaking/ toezicht op vreemdelingen, - -..... - -(naam ambtenaar belast met grensbewaking/ toezicht of verbalisantnummer) - -..... - -(handtekening van de ambtenaar) - -Tegen deze beschikking kan een administratief beroepschrift worden ingediend. Het administratief beroep kan worden ingesteld door de vreemdeling in persoon, zijn wettelijk vertegenwoordiger, zijn bijzonder gemachtigde of een advocaat, indien deze verklaart daartoe bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd. - -Het administratief beroepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop de beschikking bekend is gemaakt. Daarbij is aan te bevelen dat een afschrift van de beschikking wordt overgelegd. - -Van belang is dat ingevolge artikel 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht een administratief beroepschrift tijdig is ingediend, indien het voor het einde van de genoemde termijn van vier weken is ontvangen of indien het voor het einde van deze termijn ter post is bezorgd, mits het in dat geval niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. - -Het beroepschrift moet worden ingediend bij de: - -Minister van Justitie - -Immigratie- en Naturalisatiedienst - -Grenskantoor Schiphol - -Vertrekpassage 264 - -1118 AW Luchthaven Schiphol - -Faxnummer: 020-7951952 +*[afbeelding]* ## Bijlage M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge @@ -4928,31 +4819,11 @@ Vervallen ## Bijlage M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling -Conform het gestelde in hoofdstuk B9 van de Vreemdelingencirculaire 2000, deel ik u mede namens de Korpschef van de politieregio ......, dat aan/ door: +*[afbeelding]* -Gegevens omtrent in Nederland verblijvende kind(eren) van betrokkene +*[afbeelding]* -Indien aan de ouder van betrokkene bedenktijd is verleend en betrokkene niet in het bezit is van een geldig document voor de grensoverschrijding wordt betrokkene voor de duur van de bedenktijdfase van de ouder in het bezit gesteld van een W2 document. Hiertoe dient een door betrokkene of diens ouder ondertekende fotokaart, voorzien van persoonsgegevens, een pasfoto en het vreemdelingennummer aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst contactpersoon separaat nagezonden te worden. - -Indien aan de ouder van betrokkene bedenktijd is verleend en betrokkene niet in het bezit is van een geldig document voor de grensoverschrijding wordt betrokkene voor de duur van de bedenktijdfase van de ouder in het bezit gesteld van een W2 document. Hiertoe dient een door betrokkene of diens ouder ondertekende fotokaart, voorzien van persoonsgegevens, een pasfoto en het vreemdelingennummer aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst contactpersoon separaat nagezonden te worden. - -**Document als bedoeld in artikel 4.21 Vreemdelingenbesluit 2000** - -Indien de kennisgeving een aangifte of het verlenen van medewerking aan de opsporing en vervolging van mensenhandel betreft, bericht ik u tevens het onderstaande. - -De genoemde aangifte/het verlenen van medewerking aan de opsporing of vervolging dient gezien te worden als een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd “onder de beperking als genoemd in de Vreemdelingencirculaire, B9” en ik verzoek u mij, in het belang van het onderzoek en de te nemen maatregelen in het kader van vreemdelingentoezicht, te berichten over uw beslissing/ de voortgang van de opsporing dan wel vervolging. - -Voor de kinderen van slachtoffer-aangevers, getuige-aangevers en slachtoffers die op andere wijze medewerking verlenen aan de opsporing en vervolging van mensenhandel dient een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking “verblijf bij ouder” te worden ingediend. - -Voor zover het een aanvraag van een slachtoffer-aangever of een slachtoffer dat medewerking verleend aan de vervolging of opsporing betreft, verzoek ik u mij, in het belang van het onderzoek en de te nemen maatregelen in het kader van vreemdelingentoezicht, binnen 24 uur te berichten over uw beslissing. - -de Korpschef, - -namens deze, - -Datum: - -Plaats: +*[afbeelding]* ## Bijlage M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure @@ -4964,55 +4835,7 @@ Plaats: ## Bijlage M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een inbewaringgestelde vreemdeling -Vreemdelingennummer: .......... - -Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer: .......... - -Aan: - -de Staatssecretaris van Justitie, - -Immigratie en Naturalisatiedienst, - -Locatie ......... - -Ter attentie van de contactpersoon: - -faxnummer: .......... - -Hierbij deel ik u namens de Korpschef/ Commandant der Koninklijke Marechaussee te .........., mede, dat op .........., door: - -achternaam: .......... - -voorna(a)m(en): .......... - -geboortedatum: .......... - -geboorteplaats: .......... - -geboorteland: .......... - -nationaliteit: .......... - -geslacht: .......... - -adres: .......... - -postcode/plaats: .......... - -te .......... (plaats), een aanvraag is ingediend voor: - -Naam: .......... - -Telefoonnummer: .......... - -Faxnummer: .......... - -In het belang van de te nemen maatregelen van vreemdelingentoezicht, verzoek ik om mij binnen 24 uur over uw beslissing te berichten. - -de Korpschef/ Commandant der Koninklijke Marechaussee, - -namens deze, +*[afbeelding]* ## Bijlage M57. Verklaring inkomen ondernemer @@ -5272,47 +5095,9 @@ Vervallen ## Bijlage M117-A. Aanwijzing ingevolge -Vreemdelingennummer :.......... +*[afbeelding]* -Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer:: .......... - -Bestemd voor - -achternaam .......... - -voorna(a)m(en) .......... - -geboortedatum, -plaats .......... - -geboorteplaats .......... - -geboorteland .......... - -nationaliteit .......... - -U heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000. In verband hiermee valt u nu onder de categorie vreemdelingen die rechtmatig verblijf geniet op grond van artikel 8, onder f, van de Vreemdelingenwet 2000. - -Ingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet 2000 wijs ik de gemeente/ plaats .......... aan als plaats waar u zich beschikbaar dient te houden in verband met de behandeling van uw aanvraag. - -Ik geef u hierbij de volgende aanwijzing(en): - -Bovendien wijs ik u hierbij op de verplichting tot wekelijkse aanmelding die u hebt op grond van artikel 54, eerste lid, onder f, Vreemdelingenwet 2000 en artikel 4.51 Vreemdelingenbesluit 2000. Indien een andere termijn is gesteld, dient u daaraan gevolg te geven. Deze verplichting geldt niet zolang ontheffing is verleend. Het niet naleven van artikel 54 en/ of artikel 55 van de Vreemdelingenwet 2000 is strafbaar gesteld bij artikel 108, eerste lid, van deze wet. Voorts kan het niet naleven van de beschikbaarheidsverplichting, en de daarbij gegeven aanwijzing(en) tot gevolg hebben dat uw aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 afgewezen wordt. - -Op ..........(datum), heb ik, ..........(verbalisant), .......... (rang), te ..........aan bovengenoemde vreemdeling een afschrift van dit model gedateerd op ..........in persoon uitgereikt. - -Nadat ik aan betrokkene de strekking en inhoud van dit model medegedeeld had - -Ik heb hiervan op ambtseed/ belofte opgemaakt dit proces-verbaal, dat ik sloot en ondertekende op ..........(datum) te ..........(plaats). - -de (rang ambtenaar) - -(naam ambtenaar) - -Plaats.......... Datum.......... - -de Staatssecretaris van Justitie, - -namens deze, +*[afbeelding]* ## Bijlage M117-B. Vervolgaanwijzing ingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet (asielzoekers)