2011-06-01 | BWBR0030026 | Richtlijn motorrijtuig (doen) besturen tijdens ontzegging e.d. 5.15

This commit is contained in:
Coornhert 2011-06-01 12:00:00 +00:00
parent bcd6bcee2c
commit 22dbc676b0

View file

@ -0,0 +1,72 @@
---
titel: Richtlijn motorrijtuig (doen) besturen tijdens ontzegging e.d. 5.15
bwb_id: BWBR0030026
type: beleidsregel
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2011-06-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0030026
citeertitel: Richtlijn motorrijtuig (doen) besturen tijdens ontzegging e.d. 5.15
---
# Richtlijn motorrijtuig (doen) besturen tijdens ontzegging e.d. 5.15
Deze richtlijn ziet op een aantal delicten betreffende het ongeoorloofd (doen) besturen van een motorrijtuig. Onder deze richtlijn vallen het rijden tijdens een ontzegging van de rijbevoegdheid (OBM), na een (gedeeltelijke) ongeldigverklaring, na een van rechtswege ongeldigheid op grond van artikel 123b WVW 1994, na een vordering tot overgifte, alsmede na een invordering of inhouding van het rijbewijs.
Aard van de richtlijn
Verkeer
Basisdelicten
Motorrijtuig waarvoor bezit rijbewijs niet is vereist (doen) besturen tijdens ontzegging rijbevoegdheid.
Motorrijtuig waarvoor bezit rijbewijs is vereist (doen) besturen tijdens ontzegging rijbevoegdheid.
Motorrijtuig (doen) besturen in geval van (gedeeltelijk) ongeldig verklaard rijbewijs.
Motorrijtuig (doen) besturen na vordering tot overgifte en/of invordering en/of inhouding van het rijbewijs.
Motorrijtuig (doen) besturen in geval van een op grond van artikel 123b WVW 1994 van rechtswege ongeldig geworden rijbewijs.
Wegenverkeerswet 1994 art. 9
Dit basisdelict ziet op het (doen) besturen van een motorrijtuig in geval van een op grond van artikel 123b WVW 1994 van rechtswege ongeldig geworden rijbewijs
Commuun en verkeer
31 punten
Indien van toepassing afhankelijk van beleid van het parket
Geen
Geen
Geen
Mate van recidive (5 jaar)
| Geen recidive | +0 % |
| --- | --- |
| 1 maal | +10 % |
| Meermalen | +20 % +dagvaarden |
Geen
Regeling negeren beslissing
Geen
Toelichting: de volgende regeling is toegevoegd aan de richtlijn.
Deze regeling heeft betrekking op het negeren van een beslissing. Doel van die beslissing was het voorkomen dat de verdachte een bepaalde handeling zou verrichten. Een voorbeeld betreft de bestuurder die een motorrijtuig bestuurt, terwijl hem of haar de rijbevoegdheid (tijdelijk) is ontnomen door de rechter (OBM), het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (ongeldigverklaring), de politie (vordering tot overgifte / invordering) en/of de officier van justitie (inhouding / OBM). De regeling is ook van toepassing op de bestuurder van een motorrijtuig, indien het rijbewijs van rechtswege zijn geldigheid heeft verloren op grond van artikel 123b WVW 1994. Een ander voorbeeld betreft de ontzegging van de bevoegdheid tot het vliegen of de bevoegdheid tot het geven van luchtverkeersleiding (OBV).
Gezien de ernst van dergelijke normschendingen die worden gepleegd terwijl het bevoegd gezag een specifieke beslissing aan het adres van de verdachte heeft kenbaar gemaakt, is een enkele geldstraf geen passende reactie meer. Toch is, afgemeten naar het gepleegde feit, ook een volledige omrekening naar onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend. Dientengevolge worden de sanctiepunten gedeeltelijk omgerekend naar onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gedeeltelijk naar geldboete.
De sanctiepunten dienen, indien deze regeling van toepassing is, op de volgende wijze naar sanctie(s) te worden omgerekend:
50% van de punten wordt omgerekend naar geldboete
50% van de punten wordt omgerekend naar onvoorwaardelijke gevangenisstraf
Geen
motorrijtuig waarvoor bezit rijbewijs is vereist (doen) besturen tijdens ontzegging rijbevoegdheid.
motorrijtuig (doen) besturen in geval van (gedeeltelijk) ongeldig verklaard rijbewijs.
motorrijtuig (doen) besturen na vordering tot overgifte en/of invordering en/of inhouding van het rijbewijs.
motorrijtuig (doen) besturen in geval van een op grond van artikel 123b WVW 1994 van rechtswege ongeldig geworden rijbewijs.