2018-01-01 | BWBR0012066 | Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
This commit is contained in:
parent
38bea55468
commit
23122cbde1
1 changed files with 22 additions and 23 deletions
|
|
@ -145,14 +145,13 @@ Als nationale regelgeving die leidt tot herstructurering of beëindiging van een
|
|||
a. de Regeling beëindiging veehouderijtakken;
|
||||
b. de volgende provinciale regelingen die in overeenstemming zijn met Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandgebieden op grond van artikel 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 193):
|
||||
|
||||
1°. wat betreft de provincie Limburg: de Algemene subsidieverordening 2004 (provinciaal blad 2004, nr. 51); de Subsidieregels Project Verplaatsing Intensieve Veehouderijen Noord- en Midden-Limburg (provinciaal blad 2005, nr. 63); de Beleidsregels Project Verplaatsing Intensieve Veehouderijen Noord- en Midden-Limburg (provinciaal blad 2005, nr. 62); de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg, paragraaf 1.9 Verplaatsen grondgebonden landbouwbedrijven met grondverwerving (provinciaal blad 2013, nr. 61);
|
||||
2°. wat betreft de provincie Noord-Brabant: de Subsidieregeling Verplaatsingskosten Intensieve Veehouderijen 2006 (provinciaal blad 2005, nr. 203); de Beleidsregeling Verplaatsing Intensieve Veehouderij 2005 (provinciaal blad 2004, nr. 177); de Subsidieregeling verplaatsing grondgebonden agrarische bedrijven Noord-Brabant (provinciaal blad 2007, nr. 127); de Subsidieregeling knelpunten platteland Noord-Brabant (provinciaal blad 2013, nr. 142); de Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (provinciaal blad 2016, nr. 51);
|
||||
3°. wat betreft de provincie Utrecht: de Uitvoeringsverordening subsidie Agenda Vitaal Platteland provincie Utrecht, artikel 4.1.4 Verplaatsing grondgebonden bedrijven (provinciaal blad 2012, nr. 38); de Uitvoeringsverordening subsidie Agenda Vitaal Platteland provincie Utrecht 2016–2019, artikel 4.1.1 Verplaatsing grondgebonden bedrijven (provinciaal blad 2016, nr. 5037);
|
||||
4°. wat betreft de provincie Gelderland: de Subsidieregeling Verplaatsing intensieve veehouderijen Gelderland (provinciaal blad 2005, nr. 81); e Regels Ruimte voor Gelderland 2016. Gecorrigeerd Exemplaar, paragraaf 4.5 Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen ten behoeve van het Gelders Natuurnetwerk (provinciaal blad 2015, nr. 7842);
|
||||
5°. wat betreft de provincie Overijssel: het Uitvoeringsbesluit Subsidies Overijssel 2005 (provinciaal blad 2005, nr. 82); de Beleidsregel Verplaatsing intensieve veehouderijen Overijssel 2005 (provinciaal blad 2006, nr. 85); het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2011, hoofdstuk 9. Bijzondere bepalingen Landbouw natuur en landschap, paragraaf 9.26. Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen vanwege de ontwikkelopgave EHS/Natura 2000 (provinciaal blad 2015, nr. 7938);
|
||||
6°. wat betreft de provincie Friesland: Kadersubsidieverordening pMJP Fryslân 2009 (provinciaal blad 2009, nr. 20); Subsidieverordening pMJP Fryslân 2009, hoofdstuk 1.1.3. Subsidie agrarische bedrijfsverplaatsing en daaraan gerelateerde investeringskosten (provinciaal blad 2009, nr. 48); Subsidieregeling agrarische bedrijfsverplaatsing Fryslân 2015 (provinciaal blad 2015, nr. 4424);
|
||||
7°. wat betreft de provincie Groningen: Programma landelijk gebied PMJP 2007-2013 Groningen, deel 3. Kader voor subsidies en overeenkomsten, paragraaf 9.3. Regeling bedrijfshervestiging en beëindiging (provinciaal blad 2007, nr. 36); Beleidsregel Verplaatsing Grondgebonden Agrarische Bedrijven Provincie Groningen (provinciaal blad 2013, nr. 56); Subsidieregeling agrarische bedrijfsverplaatsing Groningen 2016 (provinciaal blad 2016, nr. 4210);
|
||||
8°. wat betreft de provincie Drenthe: Provinciaal Meerjarenprogramma Drenthe, deel 3. Subsidiegids, hoofdstuk 2. Subsidies voor natuur, paragraaf 2.1. Realisatie natuur binnen de EHS, Subparagrafen Verwerving EHS en Agrarische bedrijfsverplaatsingen (provinciaal blad 2007, nr. 44); Subsidieregeling Verplaatsing Grondgebonden Agrarische Bedrijven Drenthe 2016 (provinciaal blad 2016, nr. 4154).
|
||||
1°. wat betreft de provincie Noord-Brabant: de Subsidieregeling Verplaatsingskosten Intensieve Veehouderijen 2006 (provinciaal blad 2005, nr. 203); de Beleidsregeling Verplaatsing Intensieve Veehouderij 2005 (provinciaal blad 2004, nr. 177); de Subsidieregeling knelpunten platteland Noord-Brabant (provinciaal blad 2013, nr. 142); de Subsidieregeling urgentiegebieden Noord-Brabant 2016 (provinciaal blad 2016, nr. 51);
|
||||
2°. wat betreft de provincie Utrecht: de Uitvoeringsverordening subsidie Agenda Vitaal Platteland provincie Utrecht 2016–2019, artikel 4.1.1 Verplaatsing grondgebonden bedrijven (provinciaal blad 2016, nr. 5037);
|
||||
3°. wat betreft de provincie Gelderland: de Subsidieregeling Verplaatsing intensieve veehouderijen Gelderland (provinciaal blad 2005, nr. 81); e Regels Ruimte voor Gelderland 2016. Gecorrigeerd Exemplaar, paragraaf 4.5 Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen ten behoeve van het Gelders Natuurnetwerk (provinciaal blad 2015, nr. 7842);
|
||||
4°. wat betreft de provincie Overijssel: het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2017, hoofdstuk 9 Gebiedsontwikkeling, paragraaf 9.4 Verplaatsing landbouwbedrijfsgebouwen vanwege de ontwikkelopgave EHS/Natura 2000 (provinciaal blad 2016, nr. 7088);
|
||||
5°. wat betreft de provincie Friesland: Subsidieregeling agrarische bedrijfsverplaatsing Fryslân 2015 (provinciaal blad 2015, nr. 4424);
|
||||
6°. wat betreft de provincie Groningen: Programma landelijk gebied PMJP 2007-2013 Groningen, deel 3. Kader voor subsidies en overeenkomsten, paragraaf 9.3. Regeling bedrijfshervestiging en beëindiging (provinciaal blad 2007, nr. 36); Beleidsregel Verplaatsing Grondgebonden Agrarische Bedrijven Provincie Groningen (provinciaal blad 2013, nr. 56); Subsidieregeling agrarische bedrijfsverplaatsing Groningen 2016 (provinciaal blad 2016, nr. 4210);
|
||||
7°. wat betreft de provincie Drenthe: Subsidieregeling Verplaatsing Grondgebonden Agrarische Bedrijven Drenthe 2016 (provinciaal blad 2016, nr. 4154).
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
|
|
@ -201,7 +200,7 @@ b. bij overige aan het inkomen gerelateerde levenslange inkomensvoorzieningen bi
|
|||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Ingeval het pensioen op grond van de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum eerder ingaat dan bij het bereiken van de pensioenrichtleeftijd, bedoeld in artikel 18a, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, en er geen sprake is van een aan een beschikbare premie gerelateerde levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom, wordt de in het eerste lid bedoelde aangroei gesteld op de met toepassing van het tweede lid, onderdeel b, bepaalde aangroei, vermenigvuldigd met de volgende factor:
|
||||
Ingeval het pensioen op grond van de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum eerder ingaat dan op de eerste dag van de maand waarin de pensioenrichtleeftijd, bedoeld in artikel 18a, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, wordt bereikt en er geen sprake is van een aan een beschikbare premie gerelateerde levenslange inkomensvoorziening bij ouderdom, wordt de in het eerste lid bedoelde aangroei gesteld op de met toepassing van het tweede lid, onderdeel b, bepaalde aangroei, vermenigvuldigd met de volgende factor:
|
||||
|
||||
| In de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum | factor |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
|
|
@ -324,17 +323,17 @@ Het percentage, bedoeld in artikel 5.16b, eerste lid, van de wet, wordt als volg
|
|||
|
||||
| Indien de belastingplichtige bij het eind van het kalenderjaar | Percentage |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 15 jaar of ouder, doch jonger dan 20 jaar is | 2,3 |
|
||||
| 20 jaar of ouder, doch jonger dan 25 jaar is | 2,7 |
|
||||
| 25 jaar of ouder, doch jonger dan 30 jaar is | 3,3 |
|
||||
| 30 jaar of ouder, doch jonger dan 35 jaar is | 3,9 |
|
||||
| 35 jaar of ouder, doch jonger dan 40 jaar is | 4,7 |
|
||||
| 40 jaar of ouder, doch jonger dan 45 jaar is | 5,7 |
|
||||
| 45 jaar of ouder, doch jonger dan 50 jaar is | 6,9 |
|
||||
| 50 jaar of ouder, doch jonger dan 55 jaar is | 8,3 |
|
||||
| 55 jaar of ouder, doch jonger dan 60 jaar is | 10,0 |
|
||||
| 60 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar is | 12,0 |
|
||||
| 65 jaar of ouder is | 13,6 |
|
||||
| 15 jaar of ouder, doch jonger dan 20 jaar is | 2,2 |
|
||||
| 20 jaar of ouder, doch jonger dan 25 jaar is | 2,6 |
|
||||
| 25 jaar of ouder, doch jonger dan 30 jaar is | 3,2 |
|
||||
| 30 jaar of ouder, doch jonger dan 35 jaar is | 3,7 |
|
||||
| 35 jaar of ouder, doch jonger dan 40 jaar is | 4,5 |
|
||||
| 40 jaar of ouder, doch jonger dan 45 jaar is | 5,4 |
|
||||
| 45 jaar of ouder, doch jonger dan 50 jaar is | 6,5 |
|
||||
| 50 jaar of ouder, doch jonger dan 55 jaar is | 7,9 |
|
||||
| 55 jaar of ouder, doch jonger dan 60 jaar is | 9,5 |
|
||||
| 60 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar is | 11,4 |
|
||||
| 65 jaar of ouder is | 13,1 |
|
||||
|
||||
**2.** De ten hoogste in aanmerking te nemen premie, bedoeld in artikel 5.16b, eerste lid, van de wet, wordt verminderd met de premie die in het voorafgaande kalenderjaar is ingelegd ten behoeve van een nettopensioenregeling als bedoeld in artikel 5.17, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -566,7 +565,7 @@ g. met betrekking tot een lijfrenterekening of een lijfrentebeleggingsrecht als
|
|||
|
||||
1°. de in het kalenderjaar overgemaakte bedragen;
|
||||
2°. indien in het kalenderjaar zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3.133, achtste lid, van de wet in samenhang met artikel 3.133, tweede lid, onderdeel a, b, c, d voor zover betrekking hebbend op vervreemding, e, g, h, i of j, van de wet: de omstandigheid die zich heeft voorgedaan en de waarde in het economische verkeer van de aanspraak bepaald met toepassing van artikel 3.137 van de wet;
|
||||
h. met betrekking tot een recht als bedoeld in artikel 5.10, eerste lid, onderdeel a, van de wet: waarde in het economische verkeer van het recht aan het begin van het kalenderjaar;
|
||||
h. met betrekking tot een recht als bedoeld in artikel 5.10, onderdeel a, van de wet: waarde in het economische verkeer van het recht aan het begin van het kalenderjaar;
|
||||
i. met betrekking tot een recht op kapitaaluitkering uit een op 14 september 1999 bestaande levensverzekering:
|
||||
|
||||
1°. de waarde in het economische verkeer van het recht aan het begin van het kalenderjaar;
|
||||
|
|
@ -576,7 +575,7 @@ j. met betrekking tot een recht op kapitaaluitkering uit een op 31 december 2000
|
|||
|
||||
1°. de waarde in het economische verkeer van het recht aan het begin van het kalenderjaar;
|
||||
2°. het in het kalenderjaar genoten bedrag aan uitkering;
|
||||
k. met betrekking tot een recht op kapitaaluitkering of prestatie uit levensverzekering, niet zijnde een recht als bedoeld in de onderdelen d, h, i en j en niet zijnde een recht als bedoeld in artikel 5.10, eerste lid, onderdeel c, van de wet: de waarde in het economische verkeer van het recht aan het begin van het kalenderjaar;
|
||||
k. met betrekking tot een recht op kapitaaluitkering of prestatie uit levensverzekering, niet zijnde een recht als bedoeld in de onderdelen d, h, i en j en niet zijnde een recht als bedoeld in artikel 5.10, onderdeel b, van de wet: de waarde in het economische verkeer van het recht aan het begin van het kalenderjaar;
|
||||
l. met betrekking tot een aanspraak op periodieke uitkeringen of verstrekkingen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval als bedoeld in artikel 3.124, eerste lid, onderdeel c, van de wet:
|
||||
|
||||
1°. indien in het kalenderjaar zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3.133, tweede lid, onderdeel a, d voor zover betrekking hebbend op vervreemding, e, g of i, laatstgenoemd onderdeel in samenhang met het vijfde lid, van de wet: de omstandigheid die zich heeft voorgedaan en de waarde in het economische verkeer van de aanspraak bepaald met toepassing van artikel 3.137 van de wet;
|
||||
|
|
@ -611,7 +610,7 @@ Een administratieplichtige kan de verstrekking van gegevens en inlichtingen acht
|
|||
|
||||
a. naar het oordeel van de inspecteur het belang van ontvangst van de gegevens en inlichtingen niet opweegt tegen de inspanning tot verstrekking daarvan door de administratieplichtige;
|
||||
b. naar het oordeel van de inspecteur de administratieplichtige tijdelijk niet in staat is de gegevens en inlichtingen te verstrekken of niet in de gelegenheid is tijdig de gegevens en inlichtingen te verstrekken en de administratieplichtige met de inspecteur een tijdstip is overeengekomen waarop hij geacht wordt daartoe wel weer in staat onderscheidenlijk in de gelegenheid te zijn;
|
||||
c. de waarde in het economische verkeer van het recht, bedoeld in het tweede lid, onderdelen h en i, onder 1°, lager is dan het bedrag, genoemd in artikel 5.10, eerste lid, onderdeel a, van de wet, of
|
||||
c. de waarde in het economische verkeer van het recht, bedoeld in het tweede lid, onderdelen h en i, onder 1°, lager is dan het bedrag, genoemd in artikel 5.10, onderdeel a, van de wet, of
|
||||
d. de gegevens of inlichtingen door de inspecteur zijn aangewezen als van verstrekking vrijgestelde gegevens en inlichtingen en aan de voor die vrijstelling verbonden voorwaarden is voldaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue