diff --git a/beleidsregel/beleidsregels-buitengewoon-opsporingsambtenaar/BWBR0039766/README.md b/beleidsregel/beleidsregels-buitengewoon-opsporingsambtenaar/BWBR0039766/README.md index e970e01e0df..33a0ac4da59 100644 --- a/beleidsregel/beleidsregels-buitengewoon-opsporingsambtenaar/BWBR0039766/README.md +++ b/beleidsregel/beleidsregels-buitengewoon-opsporingsambtenaar/BWBR0039766/README.md @@ -20,7 +20,7 @@ De uitvoering en de handhaving van met name bijzondere wetgeving en verordeninge De Minister van Justitie en Veiligheid verleent een titel van opsporingsbevoegdheid indien de noodzaak voor (extra) opsporingsbevoegdheid is aangetoond en de betreffende persoon heeft voldaan aan de betrouwbaarheidseis en bekwaamheidseis. Deze toekenning geschiedt formeel tijdens de beëdiging van een persoon als boa door of namens de Minister van Justitie en Veiligheid. -De Minister van Justitie en Veiligheid kan bepalen dat een boa geweld of vrijheidsbeperkende middelen kan gebruiken en bevoegd is tot veiligheidsfouillering, vervoersfouillering en insluitingsfouillering (zie artikel 7, negende lid, Politiewet 2012), in deze beleidsregels aangeduid als politiebevoegdheden. Ook kunnen aan een boa geweldsmiddelen worden toegekend. Onder geweldsmiddelen worden in deze beleidsregels verstaan: handboeien, wapenstok, pepperspray, vuurwapen en surveillancehond (gecertificeerde diensthond). +De Minister van Justitie en Veiligheid kan bepalen dat een boa geweld of vrijheidsbeperkende middelen kan gebruiken en bevoegd is tot veiligheidsfouillering, vervoersfouillering en insluitingsfouillering (zie artikel 7, negende lid, Politiewet 2012), in deze beleidsregels aangeduid als politiebevoegdheden. Ook kunnen aan een boa vrijheidsbeperkende middelen of geweldsmiddelen worden toegekend. Onder geweldsmiddelen worden in deze beleidsregels verstaan: wapenstok, pepperspray, vuurwapen en surveillancehond (gecertificeerde diensthond). Onder vrijheidsbeperkende middelen worden in deze beleidsregels verstaan: handboeien2 Het is niet uitgesloten dat een boa die werkzaam is in domein VI op grond van andere wet- en regelgeving tevens kan beschikken over andere vrijheidsbeperkende middelen. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de politieboa (zie hiervoor bijlage A). Deze beleidsregels beperken zich tot handboeien.. Met het scala aan organisaties belast met de uitvoering en handhaving van een grote variëteit aan wettelijke regelingen is de diversiteit van boa's een gegeven. Niet alleen het werkveld van boa's is divers. Aangezien bevoegdheden op maat worden toegekend, variëren deze evenzeer. De boa heeft in de regel beperkte opsporingsbevoegdheid die is gerelateerd aan zijn functie en taakomschrijving. De boa wordt ingezet daar waar opsporing door de politie niet gewenst, vanwege prioritering, of niet mogelijk is vanwege onvoldoende deskundigheid of capaciteit bij de politie. @@ -34,11 +34,11 @@ Het bovenstaande in aanmerking genomen is een boa *een functionaris die uit hoof Gelet op de grote impact die het gebruik van opsporingsbevoegdheid en geweldsmiddelen op burgers en ondernemingen kan hebben blijven deze bevoegdheden een privilege dat voorbehouden is aan de overheid. Dit betekent dat boa’s in beginsel in bezoldigde dienst moeten zijn van een publiekrechtelijk rechtspersoon of een privaatrechtelijk rechtspersoon die voldoet aan de navolgende voorwaarden: -1. De rechtspersoon is een overheidslichaam of is volledig in handen van een overheidslichaam. In het geval van een BV of NV is hiervan sprake indien de aandelen volledig in handen zijn van de overheid (van bijvoorbeeld één of meer gemeenten). In het geval van een stichting of vereniging dienen in de statuten te zijn opgenomen dat het stichtings- of verenigingsbestuur wordt gevormd door afgevaardigden van een overheidslichaam dat de stichting of vereniging heeft opgericht.2Het criterium ‘100% in overheidshanden’ sluit aan bij het beleid zoals geformuleerd in het Veiligheidsprogramma ‘Naar een veiliger samenleving’ en de brief aan de Tweede Kamer d.d. 7 mei 2004, kenmerk 5266617/504. +1. De rechtspersoon is een overheidslichaam of is volledig in handen van een overheidslichaam. In het geval van een BV of NV is hiervan sprake indien de aandelen volledig in handen zijn van de overheid (van bijvoorbeeld één of meer gemeenten). In het geval van een stichting of vereniging dienen in de statuten te zijn opgenomen dat het stichtings- of verenigingsbestuur wordt gevormd door afgevaardigden van een overheidslichaam dat de stichting of vereniging heeft opgericht.3Het criterium ‘100% in overheidshanden’ sluit aan bij het beleid zoals geformuleerd in het Veiligheidsprogramma ‘Naar een veiliger samenleving’ en de brief aan de Tweede Kamer d.d. 7 mei 2004, kenmerk 5266617/504. 2. Indien er voor een stichting of vereniging als rechtsvorm wordt gekozen, mogen er geen private partijen in het (dagelijks dan wel stichtings- of verenigings)bestuur van de stichting of vereniging participeren. Tevens dienen de bestuursposities functiegebonden te zijn. Dat wil zeggen dat, indien er bijvoorbeeld een burgemeester in het bestuur zitting heeft, hij die functie ambtshalve bekleedt en niet als privépersoon. 3. De democratische controle op de rechtspersoon dient gewaarborgd te zijn opdat de democratische controle op de handhavings- en opsporingsactiviteiten van de rechtspersoon in volle omvang uitgeoefend kan worden (hiertoe dienen tevens de voorwaarden 1 en 2). 4. De lokale driehoek dient in te stemmen met het onderbrengen van de betreffende boa-taken in de betreffende rechtspersoon. Het is raadzaam om voor de organisatorische inbedding instemming van de lokale driehoek te vragen. Dit sluit aan op het vereiste van inbedding in het lokale veiligheidsbeleid. -5. De boa’s dienen operationeel samen te werken met de politie.3 Vgl. artikel 10 lid 2 Politiewet 2012. +5. De boa’s dienen operationeel samen te werken met de politie.4 Vgl. artikel 10 lid 2 Politiewet 2012. De bezoldiging is het salaris of loon dat de boa krijgt van de overheidswerkgever in het kader van een publiekrechtelijke aanstelling (of een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst) en dat voortvloeit uit de inschaling van de boa. Een enkele onkostenvergoeding of andere financiële tegemoetkomingen worden dus niet opgevat als bezoldiging. @@ -50,18 +50,18 @@ Op het hiervoor beschreven algemene uitgangspunt dat boa’s in (a) bezoldigde d ### 3.2. Criteria toekenning bevoegdheden -Conform het BBO wordt een titel van opsporingsbevoegdheid verleend dan wel verlengd indien daartoe noodzaak bestaat en de boa betrouwbaar en bekwaam is.4De bevoegdheid tot het opsporen van de in de akte van beëdiging vermelde strafbare feiten is gebonden aan een geldigheidsduur van maximaal vijf jaar en kan steeds met vijf jaar worden verlengd. In het laatste geval zal door het Ministerie van Justitie en Veiligheid opnieuw worden getoetst op noodzakelijkheid, betrouwbaarheid en bekwaamheid voor het uitoefenen van opsporingsbevoegdheden.Er is voldaan aan het noodzaakcriterium wanneer naar het oordeel van de Minister van Justitie en Veiligheid, de opsporingsbevoegdheid noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie van de betreffende persoon of de dienst waarbij deze werkzaam is, en een beroep op de politie voor het uitoefenen van opsporingsbevoegdheden bezwaarlijk, niet mogelijk of niet wenselijk is. 5Artikel 4, lid 1 BBO. Over de noodzaak voor toekenning van (extra) opsporingsbevoegdheid wordt door de boa-werkgever advies gevraagd aan de direct toezichthouder en toezichthouder als bedoeld in artikel 1, vierde lid, BBO. Zie ook paragraaf 3.5 Toezicht op boa’s. +Conform het BBO wordt een titel van opsporingsbevoegdheid verleend dan wel verlengd indien daartoe noodzaak bestaat en de boa betrouwbaar en bekwaam is.5De bevoegdheid tot het opsporen van de in de akte van beëdiging vermelde strafbare feiten is gebonden aan een geldigheidsduur van maximaal vijf jaar en kan steeds met vijf jaar worden verlengd. In het laatste geval zal door het Ministerie van Justitie en Veiligheid opnieuw worden getoetst op noodzakelijkheid, betrouwbaarheid en bekwaamheid voor het uitoefenen van opsporingsbevoegdheden.Er is voldaan aan het noodzaakcriterium wanneer naar het oordeel van de Minister van Justitie en Veiligheid, de opsporingsbevoegdheid noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie van de betreffende persoon of de dienst waarbij deze werkzaam is, en een beroep op de politie voor het uitoefenen van opsporingsbevoegdheden bezwaarlijk, niet mogelijk of niet wenselijk is. 6Artikel 4, lid 1 BBO. Over de noodzaak voor toekenning van (extra) opsporingsbevoegdheid wordt door de boa-werkgever advies gevraagd aan de direct toezichthouder en toezichthouder als bedoeld in artikel 1, vierde lid, BBO. Zie ook paragraaf 3.5 Toezicht op boa’s. -In Domein I Openbare Ruimte geldt een afwijkende procedure voor zover het gaat om een aanvraag van gemeenten tot uitbreiding van het aantal boa’s. Hier vindt de toetsing op noodzaak plaats in de lokale driehoek.6 Kamerstukken II, 2012/13, 28 684 nr. 387, p. 7. Dit ziet alleen op boa’s in dienst van de gemeente, niet op boa’s in Domein I die in dienst van andere werkgevers zijn. +In Domein I Openbare Ruimte geldt een afwijkende procedure voor zover het gaat om een aanvraag van gemeenten tot uitbreiding van het aantal boa’s. Hier vindt de toetsing op noodzaak plaats in de lokale driehoek.7 Kamerstukken II, 2012/13, 28 684 nr. 387, p. 7. Dit ziet alleen op boa’s in dienst van de gemeente, niet op boa’s in Domein I die in dienst van andere werkgevers zijn. -Het noodzaakcriterium wordt ook gehanteerd voor de toekenning van politiebevoegdheden en geweldsmiddelen. +Het noodzaakcriterium wordt ook gehanteerd voor de toekenning van politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldsmiddelen. -Voor de toekenning van de politiebevoegdheden van artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012, gelden de volgende criteria: +Voor de toekenning van de politiebevoegdheden van artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 de toekenning van vrijheidsbeperkende middelen van artikel 7, eerste lid van de Politiewet 2012, gelden de volgende criteria: a) de boa moet zelf verdachten kunnen aanhouden en overbrengen naar een plaats van verhoor; b) er is geen beroep op de politie mogelijk; c) de bevoegdheid tot het gebruik van geweld staat in verhouding tot de toe te kennen dan wel toegekende opsporingsbevoegdheid; -d) de geweldsbevoegdheid, de veiligheidsfouillering, de vervoersfouillering en de insluitingsfouillering mogen pas worden uitgeoefend indien de boa heeft voldaan aan de bekwaamheidseisen als gesteld in de Regeling Toetsing Geweldsbeheersing Buitengewoon opsporingsambtenaar en ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten (hierna: RTGB). De wijze waarop van de veiligheidsfouillering, de vervoersfouillering en de insluitingsfouillering gebruik dient te worden gemaakt, is nader geregeld in de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren (hierna ook: Ai). +d) de geweldsbevoegdheid, de veiligheidsfouillering, de vervoersfouillering en de insluitingsfouillering mogen pas worden uitgeoefend indien de boa heeft voldaan aan de bekwaamheidseisen als gesteld in de Regeling Toetsing Geweldsbeheersing Buitengewoon opsporingsambtenaar en ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten (hierna: RTGB). De wijze waarop van de veiligheidsfouillering, de vervoersfouillering en de insluitingsfouillering gebruik dient te worden gemaakt, is nader geregeld in de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren (hierna ook: Ai). Voor de toekenning van vrijheidsbeperkende middelen geldt dat men tevens bevoegd moet zijn om geweld te gebruiken (politiebevoegdheid van artikel 7, eerste lid van de Politiewet 2012). Het toepassen van geweld met gebruik van een geweldsmiddel is een bevoegdheid die in beginsel alleen toekomt aan de gewapende macht van de overheid (de krijgsmacht) en de politie. Derhalve worden slechts in uitzonderlijke gevallen geweldsmiddelen aan anderen toegekend. Mede vanuit de doelstelling van de Wet wapens en munitie (hierna: WWM) wordt een restrictief beleid gehanteerd. Het toekennen van geweldsmiddelen aan een boa geschiedt slechts indien de noodzaak hiertoe door de aanvrager aangetoond is en indien zijn bekwaamheid in de omgang met het betreffende wapen is aangetoond (zie ook artikel 5, eerste lid, Regeling wapens en munitie, hierna: Rwm). Het toekennen van geweldsmiddelen wordt tevens afhankelijk gesteld van de in redelijkheid te verwachten kans dat de boa bij de vervulling van zijn functie met geweld of dreiging met geweld wordt geconfronteerd. @@ -73,7 +73,7 @@ c. Over welke geweldsmiddelen kan de boa op basis van zijn taakstelling beschikk Bij de beoordeling van een aanvraag kan, in samenhang met bovenstaande elementen genoemd onder a t/m c, de frequentie en mate waarin zich in het verleden situaties voorgedaan waarbij bewapening wenselijk was geweest, worden betrokken. Het belang van concrete informatie hieromtrent neemt toe, naarmate het verzochte geweldmiddel zwaarder wordt (meer letselpotentieel). -Indien de beantwoording van de bovenstaande vragen nog onvoldoende duidelijkheid geeft over de aanwezigheid van de noodzaak, kunnen aanvullende vragen naar de (on)mogelijkheid van politieassistentie en de aandacht bij de scholing van boa's voor het onderwerp sociale vaardigheden nog een nadere indicatie geven. Indien zich vaak situaties voordoen waarin het aanwenden van sociale vaardigheden en geweldsbeheersingstechnieken niet (meer) afdoende zijn, kan er aanleiding zijn voor het toekennen van geweldsmiddelen. De toekenning geldt voor het gehele opsporingsgebied van de boa. In bijlage A staan de politiebevoegdheden en de geweldsmiddelen nader omschreven inclusief aanvullende toekenningseisen per geweldsmiddel. +Indien de beantwoording van de bovenstaande vragen nog onvoldoende duidelijkheid geeft over de aanwezigheid van de noodzaak, kunnen aanvullende vragen naar de (on)mogelijkheid van politieassistentie en de aandacht bij de scholing van boa's voor het onderwerp sociale vaardigheden nog een nadere indicatie geven. Indien zich vaak situaties voordoen waarin het aanwenden van sociale vaardigheden en geweldsbeheersingstechnieken niet (meer) afdoende zijn, kan er aanleiding zijn voor het toekennen van geweldsmiddelen. De toekenning geldt voor het gehele opsporingsgebied van de boa. In bijlage A staan de politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en de geweldsmiddelen nader omschreven inclusief aanvullende toekenningseisen per geweldsmiddel. ### 3.3. Betrouwbaarheid @@ -81,7 +81,7 @@ Voordat iemand kan worden aangewezen als boa, wordt zijn betrouwbaarheid getoets De betrouwbaarheid wordt periodiek getoetst. Dit is in elk geval iedere vijf jaar bij een aanvraag voor verlenging van de titel van opsporingsbevoegdheid. Het is mogelijk om frequenter te toetsen, of om in incidentele gevallen gericht informatie op te vragen. -Het oordeel over de betrouwbaarheid wordt zowel bij de initiële aanvraag als bij de verlengingsaanvraag in beginsel gebaseerd op de overgelegde Verklaring Omtrent het Gedrag (hierna: VOG) of in gevallen waarin dat vereist is met een VOG-politiegegevens (VOG-P). Bij het beoordelen van de betrouwbaarheid op basis van de VOG of de VOG-P wordt justitiële en politiële informatie betrokken. Er is een specifiek screeningsprofiel voor (buitengewoon) opsporingsambtenaren aan de hand waarvan de screening plaatsvindt.1De screeningsprofielen voor het beoordelen van aanvragen ter verkrijging van een Verklaring Omtrent het Gedrag van natuurlijke personen en rechtspersonen zijn te vinden op https://www.justis.nl/producten/vog/vog-aanvragen/naar-welke-gegevens-wordt-gekeken/screeningsprofielen.aspx. Ter aanvulling op de VOG kan advies worden gevraagd aan de toezichthouder en/of de direct toezichthouder. Het uiteindelijke oordeel over de betrouwbaarheid van de boa baseert de Minister van Justitie en Veiligheid op de overgelegde VOG of VOG-P en, indien van toepassing, op eventuele aanvullende politiële informatie. +Het oordeel over de betrouwbaarheid wordt zowel bij de initiële aanvraag als bij de verlengingsaanvraag in beginsel gebaseerd op de overgelegde Verklaring Omtrent het Gedrag (hierna: VOG) of in gevallen waarin dat vereist is met een VOG-politiegegevens (VOG-P). Bij het beoordelen van de betrouwbaarheid op basis van de VOG of de VOG-P wordt justitiële en politiële informatie betrokken. Er is een specifiek screeningsprofiel voor (buitengewoon) opsporingsambtenaren aan de hand waarvan de screening plaatsvindt.8De screeningsprofielen voor het beoordelen van aanvragen ter verkrijging van een Verklaring Omtrent het Gedrag van natuurlijke personen en rechtspersonen zijn te vinden op https://www.justis.nl/producten/vog/vog-aanvragen/naar-welke-gegevens-wordt-gekeken/screeningsprofielen.aspx. Ter aanvulling op de VOG kan advies worden gevraagd aan de toezichthouder en/of de direct toezichthouder. Het uiteindelijke oordeel over de betrouwbaarheid van de boa baseert de Minister van Justitie en Veiligheid op de overgelegde VOG of VOG-P en, indien van toepassing, op eventuele aanvullende politiële informatie. Daarnaast is het altijd mogelijk om de betrouwbaarheid tussentijds te toetsen. Mocht bij deze tussentijdse toetsing twijfels bestaan omtrent de betrouwbaarheid of blijken dat de boa niet meer betrouwbaar is, dan kan de bevoegdheid worden opgeschort of ingetrokken. Of de boa nog betrouwbaar is wordt vastgesteld aan de hand van de justitiële documentatie of politiële informatie afkomstig van de toezichthouder en/of de direct toezichthouder. Bij verstrekking van deze informatie kan advies worden gevraagd aan de toezichthouder en/of de direct toezichthouder. Ook feiten die (nog) niet tot strafrechtelijke vervolging hebben geleid worden meegenomen bij het bepalen of de boa nog betrouwbaar kan worden geacht. @@ -91,7 +91,7 @@ Indien wordt vastgesteld dat bij de (beoogde) boa de betrouwbaarheid voor de uit Uit artikel 2 BBO volgt dat een boa slechts bevoegd kan zijn als hij bekwaam is. Artikel 16, eerste lid, BBO bepaalt dat iemand beschikt over bekwaamheid als hij de daarvoor vastgestelde basiskennis en vaardigheden bezit. Het tweede lid stelt dat ten aanzien van categorieën boa’s aanvullende bekwaamheidseisen kunnen worden gesteld in de vorm van een verzwaard examen of een opleidingsprogramma. -Het basisexamen en de permanente her- en bijscholing in domein I, II en III worden geëxamineerd onder auspiciën van de Stichting Exameninstelling Toezicht en Handhaving (Stichting ExTH). +Het basisexamen en de permanente her- en bijscholing in domein I, II, III en IV worden geëxamineerd onder auspiciën van de Stichting Exameninstelling Toezicht en Handhaving (Stichting ExTH). Indien men slaagt voor het algemene basisexamen buitengewoon opsporingsambtenaar ontvangt men een ‘getuigschrift boa’, ondertekend door de voorzitter van de Examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar namens de Minister van Justitie en Veiligheid. De (beoogd) boa wordt op een aantal elementen getoetst om te bezien of hij over de basiskennis en basisvaardigheden beschikt. Het basisexamen moet in beginsel elke vijf jaar met goed gevolg worden afgelegd, tenzij in het domein sprake is van een systeem van permanente her- en bijscholing. Het examen wordt afgenomen onder verantwoordelijkheid van de door de Stichting ExTH ingestelde Examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar op basis van het door de Stichting ExTH opgestelde examenreglement. Dit reglement is gepubliceerd op www.exth.nl. @@ -137,7 +137,7 @@ Uitgangspunt is dat zowel bij een eerste aanvraag als bij een aanvraag tot verle De ontheffingsgronden staan beschreven in bijlage H van deze beleidsregels. Eventuele specifieke ontheffingsgronden voor aanvullende opleidingen staan beschreven in de betreffende domeinen. -Tijdens het uitoefenen van zijn opsporingsbevoegdheden is de boa gehouden aan de regels van het Wetboek van Strafvordering en het BBO en voor economische delicten (ook) aan de Wet op de economische delicten. Indien hem politiebevoegdheden dan wel geweldsmiddelen zijn toegekend, dient hij zich tevens te gedragen overeenkomstig de regels van de Politiewet 2012, de WWM alsmede de Ai. Artikel 4, onder b, Ai bepaalt dat het gebruik van een geweldsmiddel slechts is toegestaan door een ambtenaar die in het gebruik van dat geweldsmiddel is geoefend. Voorts bepaalt artikel 5 Rwm dat de boa slechts met een wapen kan worden uitgerust indien de noodzaak van het dragen van dat wapen aannemelijk wordt gemaakt en de bekwaamheid van de boa met het wapen is aangetoond. Daarbij moet de boa die één of meer politiebevoegdheden heeft ofwel politiebevoegdheden en één of meer geweldsmiddelen, voldoen aan de eisen zoals gesteld in de RTGB. In de RTGB worden regels gesteld inzake de toetsing van boa’s met betrekking tot geweldsbeheersing, aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden en de schietvaardigheid.8De regeling is te vinden op http://wetten.overheid.nl/BWBR0021973/2013-01-01. Voor inhoudelijke uitleg van de RTGB en het toetsingsschema wordt verwezen naar de toelichting op deze regeling. +Tijdens het uitoefenen van zijn opsporingsbevoegdheden is de boa gehouden aan de regels van het Wetboek van Strafvordering en het BBO en voor economische delicten (ook) aan de Wet op de economische delicten. Indien hem politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkendemiddelen dan wel geweldsmiddelen zijn toegekend, dient hij zich tevens te gedragen overeenkomstig de regels van de Politiewet 2012, de WWM alsmede de Ai. Artikel 4, onder b, Ai bepaalt dat het gebruik van een geweldsmiddel of vrijheidsbeperkende middel slechts is toegestaan door een ambtenaar die in het gebruik van dat geweldsmiddel of vrijheidsbeperkende middel is geoefend. Voorts bepaalt artikel 5 Rwm dat de boa slechts met een wapen kan worden uitgerust indien de noodzaak van het dragen van dat wapen aannemelijk wordt gemaakt en de bekwaamheid van de boa met het wapen is aangetoond. Daarbij moet de boa die één of meer politiebevoegdheden heeft ofwel politiebevoegdheden en een vrijheidsbeperkende middel of één of meer geweldsmiddelen, voldoen aan de eisen zoals gesteld in de RTGB. In de RTGB worden regels gesteld inzake de toetsing van boa’s met betrekking tot geweldsbeheersing, aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden en de schietvaardigheid.9De regeling is te vinden op http://wetten.overheid.nl/BWBR0021973/2013-01-01. Voor inhoudelijke uitleg van de RTGB en het toetsingsschema wordt verwezen naar de toelichting op deze regeling. Bij de verlenging van de titel van opsporingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 6 van het BBO wordt getoetst of de boa tijdig heeft voldaan aan alle tot aan het moment van aanvraag van de verlenging verplichte bekwaamheidseisen. @@ -185,28 +185,28 @@ Bij niet-naleving van de bepalingen uit deze beleidsregels dan wel het bepaalde ### 4.1. Veilige publieke taak -Geweld en agressie tegen boa’s worden niet getolereerd. In de praktijk betekent dit dat boa’s effectief moeten kunnen optreden als zij worden geconfronteerd met agressie en geweld tijdens de uitoefening van hun publieke taak. Elke boa beschikt daarom optioneel over extra (politie)bevoegdheden en geweldsmiddelen voor de hieronder vermelde strafrechtartikelen, ten aanzien van domeinlijstnummer 24a in de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar. +Geweld en agressie tegen boa’s worden niet getolereerd. In de praktijk betekent dit dat boa’s effectief moeten kunnen optreden als zij worden geconfronteerd met agressie en geweld tijdens de uitoefening van hun publieke taak. Elke boa beschikt daarom optioneel over extra (politie)bevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldsmiddelen voor de hieronder vermelde strafrechtartikelen, ten aanzien van domeinlijstnummer 24a in de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar. -Bij de verdenking van een misdrijf als bedoeld in de artikelen 177, 179, 180, 181, 182, 284, 285, 300 juncto artikel 304 onder 3° van het Wetboek van Strafrecht kunnen boa’s een ambtsedig proces-verbaal van bevindingen opmaken van het door een buitengewoon opsporingsambtenaar overkomen geweld. Indien het optreden van de politie redelijkerwijs niet kan worden afgewacht, zijn de (ter plaatse) bij de heterdaad situatie betrokken boa’s (ten tijde van het incident) bevoegd een aanhouding te doen als opsporingsambtenaar en daarbij gebruik te maken van de aan hen toegekende politiebevoegdheden en geweldsmiddelen. Het is – in verband met de onafhankelijkheid van het onderzoek – uitdrukkelijk niet de bedoeling dat een boa het volledige onderzoek in de onderhavige zaak gaat doen. Dit blijft een verantwoordelijkheid van de politie. De rol van slachtoffer en die van onderzoeker moeten gescheiden blijven. Het proces-verbaal van bevindingen zal in de praktijk altijd gepaard gaan met het doen van aangifte bij de politie van het geweld. +Bij de verdenking van een misdrijf als bedoeld in de artikelen 177, 179, 180, 181, 182, 284, 285, 300 juncto artikel 304 onder 3° van het Wetboek van Strafrecht kunnen boa’s een ambtsedig proces-verbaal van bevindingen opmaken van het door een buitengewoon opsporingsambtenaar overkomen geweld. Indien het optreden van de politie redelijkerwijs niet kan worden afgewacht, zijn de (ter plaatse) bij de heterdaad situatie betrokken boa’s (ten tijde van het incident) bevoegd een aanhouding te doen als opsporingsambtenaar en daarbij gebruik te maken van de aan hen toegekende politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldsmiddelen. Het is – in verband met de onafhankelijkheid van het onderzoek – uitdrukkelijk niet de bedoeling dat een boa het volledige onderzoek in de onderhavige zaak gaat doen. Dit blijft een verantwoordelijkheid van de politie. De rol van slachtoffer en die van onderzoeker moeten gescheiden blijven. Het proces-verbaal van bevindingen zal in de praktijk altijd gepaard gaan met het doen van aangifte bij de politie van het geweld. Boa’s mogen een volledig proces-verbaal opmaken voor onderzoeken in het kader van de artikelen van het Wetboek van Strafrecht die zijn opgenomen in onderdeel 24 van domein I van de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar. ### 4.2. Landelijke opsporingsbevoegdheid -Boa’s zijn landelijk opsporingsbevoegd, hierdoor kunnen afspraken worden gemaakt over de inzet van boa's op regionaal niveau. Aan de mogelijkheid om landelijk te werken worden voorwaarden gesteld. De boa onthoudt zich - zoals een politiefunctionaris - in principe van optreden buiten zijn gebied van aanstelling.10 Zie artikel 6, tweede lid, van de Politiewet 2012. Hij mag alleen dan optreden buiten zijn eigen gebied, indien dat gebeurt in overleg met het bevoegde gezag (de lokale driehoek) en - indien van toepassing - in overleg met het bevoegd gezag van een eventueel ander gebied dan het gebied van aanstelling. Het is de taak van de toezichthouder en direct toezichthouder om het bevoegd gezag van de betreffende gebieden te informeren. Deze afstemming dient te worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. Hierin moet staan welke partijen met elkaar gaan samenwerken, hoe wordt omgegaan met het gebruik van politiebevoegdheden en geweldsmiddelen, wie de direct toezichthouder en toezichthouder zijn en of het bevoegd gezag is geïnformeerd. Het is aan de betreffende partijen welke afspraken zij nog meer willen vaststellen in de overeenkomst (bijvoorbeeld aantal boa's). Bijlage I bevat een voorbeeld van een samenwerkingsovereenkomst die ten grondslag kan liggen aan een samenwerkingsverband. +Boa’s zijn landelijk opsporingsbevoegd, hierdoor kunnen afspraken worden gemaakt over de inzet van boa's op regionaal niveau. Aan de mogelijkheid om landelijk te werken worden voorwaarden gesteld. De boa onthoudt zich - zoals een politiefunctionaris - in principe van optreden buiten zijn gebied van aanstelling.10 Zie artikel 6, tweede lid, van de Politiewet 2012. Hij mag alleen dan optreden buiten zijn eigen gebied, indien dat gebeurt in overleg met het bevoegde gezag (de lokale driehoek) en - indien van toepassing - in overleg met het bevoegd gezag van een eventueel ander gebied dan het gebied van aanstelling. Het is de taak van de toezichthouder en direct toezichthouder om het bevoegd gezag van de betreffende gebieden te informeren. Deze afstemming dient te worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. Hierin moet staan welke partijen met elkaar gaan samenwerken, hoe wordt omgegaan met het gebruik van politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldsmiddelen, wie de direct toezichthouder en toezichthouder zijn en of het bevoegd gezag is geïnformeerd. Het is aan de betreffende partijen welke afspraken zij nog meer willen vaststellen in de overeenkomst (bijvoorbeeld aantal boa's). Bijlage I bevat een voorbeeld van een samenwerkingsovereenkomst die ten grondslag kan liggen aan een samenwerkingsverband. ### 4.3. Aanvraagprocedure De boa-werkgever dient voor het doen van een aanvraag bij de dienst Justis eerst contact te zoeken met de direct toezichthouder en de toezichthouder om de noodzaak en de voorgenomen aanvraag te bespreken. De boa-werkgever stuurt de aanvraag samen met de adviezen van beide toezichthouders toe aan de dienst Justis.11Zie voor meer informatie en de aanvraagformulieren: https://www.justis.nl/producten/boa/boa-worden/akte-van-opsporingsbevoegdheid-aanvragen/index.aspx. -Dit geldt ook voor aanvragen voor toekenning van politiebevoegdheden en geweldsmiddelen. Aan de toekenning van geweldsmiddelen aan boa's kunnen nadere voorwaarden worden verbonden. +Dit geldt ook voor aanvragen voor toekenning van politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldsmiddelen. Aan de toekenning van geweldsmiddelen aan boa's kunnen nadere voorwaarden worden verbonden. -De (direct) toezichthouders dienen actief te worden betrokken bij de inzet van boa’s. Voor wat betreft de aanvraag van werkgevers tot de toekenning van geweldsmiddelen, met uitzondering van handboeien, aan boa’s wier opsporingsbevoegdheid strekt tot de in domein I opgenomen strafbare feiten, wordt de aanvraag vergezeld van: +Voor wat betreft de aanvraag van werkgevers tot de toekenning van geweldsmiddelen aan boa’s wier opsporingsbevoegdheid strekt tot de in domein I opgenomen strafbare feiten, zorgt de werkgever ervoor dat het voornemen tot het doen van deze aanvraag wordt geagendeerd in het driehoeksoverleg12Vanwege het specialistische karakter en om de onafhankelijkheid van die rol te waarborgen, is de taak van direct toezichthouder en toezichthouder binnen de politie en OM belegd bij daarvoor specifiek aangewezen afdelingen en functionarissen. In de lokale driehoek zijn politie en OM ook vertegenwoordigd, maar hun rol is daar anders dan die van de direct toezichthouder en toezichthouder. Die rol is namelijk voornamelijk gericht op het maken van afspraken over de inzet en uitvoering van de politietaak (politiechef) en het maken van afspraken over lokale prioriteiten en criminaliteitsbestrijding (officier van justitie) (art. 13 Politiewet 2012)., bedoeld in artikel 13 van de Politiewet 2012. De driehoek zal daarbij onder meer moeten kijken of de veiligheid van boa’s niet op andere manieren kan worden gewaarborgd en neemt daarbij onderstaande documenten mee in zijn overwegingen: -a) Een veiligheidsplan, waarin de risico’s in relatie tot de taken en omstandigheden van de boa in kaart zijn gebracht. Hieruit moet tevens blijken dat boa’s niet worden ingezet in situaties met een voorzienbaar verhoogd veiligheidsrisico, zoals bij optredens tegen concentraties van grote groepen mensen en (in de regel) laat in de nacht in horeca- gebieden. -b) Een handhavingsarrangement, waarin concrete afspraken over de samenwerking tussen boa’s en de politie uiteen worden gezet. Hierin worden afspraken vastgelegd over eventuele gezamenlijke acties, de toegang tot het politiebureau, gezamenlijke briefings, informatie-uitwisseling en het overbrengen van aangehouden verdachten. Ook is duidelijk omschreven hoe boa’s zich uit risicovolle situaties dienen te onttrekken, waarbij de politie de situatie overneemt. Het inzetcriterium, zoals opgenomen in deze beleidsregels, is leidend bij het bepalen van de inzet van boa’s binnen een gemeente. +a) Een veiligheidsplan, waarin de risico’s in relatie tot de taken en omstandigheden van de boa in kaart zijn gebracht. Hieruit moet tevens blijken dat boa’s niet worden ingezet in situaties met een voorzienbaar verhoogd veiligheidsrisico, zoals bij optredens tegen concentraties van grote groepen mensen en (in de regel) laat in de nacht in horeca- gebieden. De daadwerkelijke inzet en de invulling van de taak van de boa wordt uiteindelijk bepaald in de lokale driehoek. +b) Een handhavingsarrangement, waarin op basis van lokale leefbaarheids- en veiligheidsproblematiek handhavingstaken worden geprioriteerd. Aan de hand van lokale prioriteiten worden – met inachtneming van de risico’s concrete afspraken gemaakt over de samenwerking tussen boa’s en de politie. Er worden afspraken vastgelegd over eventuele gezamenlijke acties, de toegang tot het politiebureau, gezamenlijke briefings, informatie-uitwisseling en het overbrengen van aangehouden verdachten. Ook is duidelijk omschreven hoe boa’s zich uit risicovolle situaties dienen te onttrekken, waarbij de politie de situatie overneemt. Het inzetcriterium, zoals opgenomen in deze beleidsregels, is leidend bij het bepalen van de inzet van boa’s binnen een gemeente. -De toezichthouders betrekken het veiligheidsplan en het handhavingsarrangement in hun uiteindelijke advies op de hiervoor bedoelde aanvraag. +Van de bespreking in het driehoeksoverleg wordt een verslag opgesteld. De werkgever draagt er vervolgens zorg voor dat het handhavingsarrangement, het veiligheidsplan en de overwegingen van de lokale driehoek m.b.t. inzet en veiligheid van de boa’s worden bijgesloten bij de aanvraag wanneer deze voor advies wordt toegestuurd aan de direct toezichthouder en toezichthouder. De direct toezichthouder en toezichthouder betrekken dit in hun uiteindelijke advies op de hiervoor bedoelde aanvraag. De toezichthouders kunnen gemotiveerd afwijken van de overwegingen van de lokale driehoek. Bij wijze van proef kan ervoor worden gekozen om voor een kortere periode bepaalde geweldsmiddelen toe te kennen. @@ -214,7 +214,7 @@ In bijlage J wordt de aanvraagprocedure uiteengezet. ## 5. De domeinen -De domeinlijsten zoals opgenomen in de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar bestaan uit vijf inhoudelijke domeinen en een ‘restdomein’. De domeinen *Openbare ruimte, Milieu, welzijn en infrastructuur, Onderwijs, Openbaar vervoer, Werk, inkomen en zorg en Generieke opsporing* bieden een breed optioneel pakket aan opsporingsbevoegdheden, politiebevoegdheden en geweldsmiddelen. +De domeinlijsten zoals opgenomen in de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar bestaan uit vijf inhoudelijke domeinen en een ‘restdomein’. De domeinen *Openbare ruimte, Milieu, welzijn en infrastructuur, Onderwijs, Openbaar vervoer, Werk, inkomen en zorg en Generieke opsporing* bieden een breed optioneel pakket aan opsporingsbevoegdheden, politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldsmiddelen. De domeinen bevatten maximale opsporingspakketten. De boa in bezoldigde dienst kan formeel beschikken over alle opsporingsbevoegdheden binnen het betreffende domein. Met het oog op nut en noodzaak wordt er echter van uitgegaan dat de boa-werkgever het pakket aan opsporingsbevoegdheden koppelt aan de taakomschrijving van zijn boa's. Het gebruik van opsporingsbevoegdheden dient immers altijd gekoppeld te zijn aan de vervulling van de aan de functie gerelateerde taken. Daarom dient de boa-werkgever middels het aanvraagformulier de taakomschrijving te beschrijven en daarbij de gewenste opsporingsbevoegdheden binnen een domein aan te kruisen. @@ -244,10 +244,10 @@ De boa Openbare ruimte heeft een breed pakket aan bevoegdheden waarmee het lokal A. *Criteria met betrekking tot de afbakening van de te handhaven feiten die zich lenen voor de inzet van boa’s met het specialisme openbare ruimte:* – Het te handhaven feit is aan te merken als overlast, verloedering of veiligheid voor zover dit laatste niet ziet op de openbare orde. Het gaat daarbij om overtredingen die de leefbaarheid aantasten en niet zien op de openbare orde. -– Het te handhaven feit behelst geen duplicering van handhaving op grond van formele wetgeving.2Bijvoorbeeld het dealen van drugs wordt aangepakt op grond van de Opiumwet door de politie; het neveneffect – de overlast – kan door boa’s worden gehandhaafd +– Het te handhaven feit behelst geen duplicering van handhaving op grond van formele wetgeving.13Bijvoorbeeld het dealen van drugs wordt aangepakt op grond van de Opiumwet door de politie; het neveneffect – de overlast – kan door boa’s worden gehandhaafd B. *Criteria met betrekking tot de uitvoerbaarheid door boa’s met het specialisme openbare ruimte:* -– Het te handhaven feit betreft enkel die gevallen, waarbij geen sprake is van een te verwachten gevaarlijke, escalerende of gewelddadige setting (gevaarzetting).3De definitie gevaarzetting wordt toegelicht in het handelingsperspectief gevaarzetting, te vinden in Bijlage L van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar. Het handelingsperspectief is bedoeld voor alle partijen die onderdeel uitmaken van de lokale driehoek en boa’s zelf en fungeert als afwegingskader voor de werkgever bij de inzet van boa’s. Het handelingsperspectief is richtinggevend, omdat situaties in de praktijk verschillen door de specifieke context ter plaatse. +– Het te handhaven feit betreft enkel die gevallen, waarbij geen sprake is van een te verwachten gevaarlijke, escalerende of gewelddadige setting (gevaarzetting).14De definitie gevaarzetting wordt toegelicht in het handelingsperspectief gevaarzetting, te vinden in Bijlage L van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar. Het handelingsperspectief is bedoeld voor alle partijen die onderdeel uitmaken van de lokale driehoek en boa’s zelf en fungeert als afwegingskader voor de werkgever bij de inzet van boa’s. Het handelingsperspectief is richtinggevend, omdat situaties in de praktijk verschillen door de specifieke context ter plaatse. – Het te handhaven feit is te constateren tijdens de surveillance van de boa (de boa dient aanwezig te zijn in de openbare ruimte). – Het te handhaven feit is in beginsel door eigen waarneming van de boa direct te constateren, niet zijnde uitsluitend waarnemingen door foto- en/of beeldmateriaal. – Het te handhaven feit is feitgecodeerd af te handelen. Voor zover het gaat om niet-feitgecodeerde zaken, gaat het om zaken die eenvoudig bewijsbaar zijn en niet zien op geweld, veelplegers, medepleging en/of aanzienlijke schade. @@ -270,11 +270,11 @@ Een gemeente kan onder voorwaarden een particuliere functionaris inzetten ten be ### 6.4. Bekwaamheidseis domein I Openbare ruimte -Een nieuwe boa behaalt eerst het boa basisexamen (het boa-getuigschrift), en doorloopt vervolgens de permanente her- en bijscholing. De basisbekwaamheid en de permanente her- en bijscholing worden geëxamineerd onder de auspiciën van de Stichting ExTH. Indien de boa Openbare ruimte beschikt over politiebevoegdheden en geweldsmiddelen zijn tevens de bekwaamheidseisen uit de RTGB van toepassing. +Een nieuwe boa behaalt eerst het boa basisexamen (het boa-getuigschrift), en doorloopt vervolgens de permanente her- en bijscholing. De basisbekwaamheid en de permanente her- en bijscholing worden geëxamineerd onder de auspiciën van de Stichting ExTH. Indien de boa Openbare ruimte beschikt over politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldsmiddelen zijn tevens de bekwaamheidseisen uit de RTGB van toepassing. In 2010 werden initiatieven ontwikkeld voor een verdergaande professionalisering van de boa Openbare ruimte. In overleg met boa-werkgevers, de direct toezichthouders, de toezichthouders en andere betrokken partners zijn aanvullende bekwaamheidseisen ontwikkeld die per 1 oktober 2012 verplicht zijn gesteld. Ten aanzien hiervan is voor domein I een overgangstermijn van zes maanden vastgesteld , ten gevolge waarvan de aanvullende bekwaamheidseisen de facto per 1 april 2013 verplicht zijn gesteld. Boa’s Openbare ruimte die voor de eerste maal een akte van opsporingsbevoegdheid aanvragen behalen vanaf 1 april 2013 nog eenmaal het basisexamen, waarna zij een modulair opgebouwd traject van permanente her- en bijscholing zullen doorlopen om de boa-bevoegdheid te kunnen behouden. Boa’s Openbare ruimte die een akte van opsporingsbevoegdheid hebben die is afgegeven vóór 1 april 2013 dienen nog één maal het basisexamen te behalen voor de eerstkomende verlenging van hun akte. Na deze verlenging dient een modulair opgebouwd traject van permanente her- en bijscholing te worden doorlopen om de boa-bevoegdheid te kunnen behouden. Boa’s Openbare ruimte die verlenging van hun opsporingsbevoegdheid hebben gekregen op of na 1 april 2013, dienen vanaf dat moment van verlenging het traject van permanente her- en bijscholing te doorlopen om de boa-bevoegdheid te kunnen behouden. -De boa’s Openbare ruimte dienen vier modules in de looptijd van hun akte met een voldoende resultaat te hebben afgerond om na vijf jaar hun titel van opsporingsbevoegdheid te mogen verlengen.13 Voor personen aan wie een ontheffing is verleend van de bekwaamheidseis op grond van het zogenaamde seniorenbeleid (deze ontheffingsgrond is per 1 januari 2016 afgeschaft) geldt dat zij wel de modules volledig moeten volgen inclusief afronding van de modules met een bewijs van getoonde inzet, maar dat de modules niet met een examen afgerond hoeven te worden. Hierbij wordt geadviseerd dat in de eerste vier jaren ieder jaar een module wordt behaald. Het vijfde jaar kan dan indien nodig worden benut als herkansingsjaar. In sommige gevallen zal het nodig zijn het traject van permanente her- en bijscholing versneld af te leggen. Bijvoorbeeld als een boa is overgestapt naar een domein waarin hij voor het eerst wordt geconfronteerd met de permanente her- en bijscholing. Gedurende de resterende geldigheidsduur van de akte dient de boa in beginsel versneld het phb-traject te volgen om bij de verlengingsaanvraag certificaten van de 4 modules over te kunnen leggen. +De boa’s Openbare ruimte dienen vier modules in de looptijd van hun akte met een voldoende resultaat te hebben afgerond om na vijf jaar hun titel van opsporingsbevoegdheid te mogen verlengen.15 Voor personen aan wie een ontheffing is verleend van de bekwaamheidseis op grond van het zogenaamde seniorenbeleid (deze ontheffingsgrond is per 1 januari 2016 afgeschaft) geldt dat zij wel de modules volledig moeten volgen inclusief afronding van de modules met een bewijs van getoonde inzet, maar dat de modules niet met een examen afgerond hoeven te worden. Hierbij wordt geadviseerd dat in de eerste vier jaren ieder jaar een module wordt behaald. Het vijfde jaar kan dan indien nodig worden benut als herkansingsjaar. In sommige gevallen zal het nodig zijn het traject van permanente her- en bijscholing versneld af te leggen. Bijvoorbeeld als een boa is overgestapt naar een domein waarin hij voor het eerst wordt geconfronteerd met de permanente her- en bijscholing. Gedurende de resterende geldigheidsduur van de akte dient de boa in beginsel versneld het phb-traject te volgen om bij de verlengingsaanvraag certificaten van de 4 modules over te kunnen leggen. Bij de aanvraag om verlenging van de akte of de aanvraag van een nieuwe akte moeten de certificaten van de 4 modules nog geldig zijn. Een certificaat van een module van het traject van permanente her- en bijscholing is vijf jaar geldig. De akte van opsporingsbevoegdheid wordt voor de duur van vijf jaar afgegeven. Indien een boa gedurende de looptijd van zijn akte wil overstappen naar een andere werkgever of een nieuw domein en hij nog niet 4 modules heeft behaald, wordt de nieuwe akte verleend voor de resterende geldigheidsduur van de akte die eerder op basis van 4 modules (of het getuigschrift boa) is afgegeven. @@ -284,9 +284,9 @@ De door de Stichting ExTH ingestelde examencommissie bewaakt de kwaliteit van de In Bijlage D is een overzicht opgenomen van de examenonderdelen en bijbehorende onderwerpen. In de laatste kolom is aangeven of het betreffende examenonderdeel met een theorietoets (T) of een praktijktoets (P) geëxamineerd wordt. Voor verdere uitwerking van de examenonderdelen: zie www.exth.nl/examens/phb-domein-i/. -Naar aanleiding van de evaluatie opgeleverd in mei 2022 van een pilot4Lakerveld, J.A. van en Lindeboom, G,J.: Evaluatie van de inzet en het gebruik van de korte wapenstok door buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s); Plato/Ockham IPS; WODC 2022. met de korte wapenstok, gehouden in 10 gemeenten, is gebleken dat aanvullende eisen aan de opleiding en training van de deelnemende boa’s van grote toegevoegde waarde zijn. Op basis van de uitkomsten van deze pilot is derhalve besloten om de bekwaamheidseisen, die noodzakelijk waren voor deelname aan deze pilot, op te nemen in de deze beleidsregels. +Naar aanleiding van de evaluatie opgeleverd in mei 2022 van een pilot16Lakerveld, J.A. van en Lindeboom, G,J.: Evaluatie van de inzet en het gebruik van de korte wapenstok door buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s); Plato/Ockham IPS; WODC 2022. met de korte wapenstok, gehouden in 10 gemeenten, is gebleken dat aanvullende eisen aan de opleiding en training van de deelnemende boa’s van grote toegevoegde waarde zijn. Op basis van de uitkomsten van deze pilot is derhalve besloten om de bekwaamheidseisen, die noodzakelijk waren voor deelname aan deze pilot, op te nemen in de deze beleidsregels. -De toekenning van een geweldmiddel, met uitzondering van handboeien, aan een boa wiens opsporingsbevoegdheid strekt tot de in domein I opgenomen strafbare feiten geschiedt slechts indien wordt voldaan aan de volgende aanvullende bekwaamheidseisen: +De toekenning van een geweldmiddel aan een boa wiens opsporingsbevoegdheid strekt tot de in domein I opgenomen strafbare feiten geschiedt slechts indien wordt voldaan aan de volgende aanvullende bekwaamheidseisen: – een opleidingsniveau MBO-3 (Handhaving, Toezicht en Veiligheid) en; – minimaal 1 jaar relevante praktijkervaring. @@ -334,13 +334,13 @@ Een overheidsorgaan of particuliere werkgever kan onder voorwaarden een particul ### 7.3. Toezicht I. Het toezicht op de boa's die zich bezig houden met de milieuhandhaving is belegd bij het Functioneel Parket in plaats van een hoofdofficier van Justitie van een arrondissementsparket. Het Functioneel parket is belast met de bestrijding van milieucriminaliteit. Het is dan ook voor de hand liggend om het toezicht op de boa's die zich bezig houden met milieuhandhaving, neer te leggen bij het Functioneel Parket. Het toezicht op de overige boa's in dit domein kan bij uitzondering bij andere toezichthouders worden belegd. -II. Het direct toezicht op de milieuboa's in dienst van of werkzaam voor een landelijke werkgever kan worden belegd bij het hoofd van een landelijke dienst.15 Zoals bij de volgende diensten: NVWA, Rijkswaterstaat, Inspectie SZW, Inspectie Leefomgeving en Transport, Staatstoezicht op de Mijnen. Bij een lokale, regionale boa-werkgever (geen landelijk werkterrein) blijft de Korpschef van de nationale politie de direct toezichthouder. +II. Het direct toezicht op de milieuboa's in dienst van of werkzaam voor een landelijke werkgever kan worden belegd bij het hoofd van een landelijke dienst.17 Zoals bij de volgende diensten: NVWA, Rijkswaterstaat, Inspectie SZW, Inspectie Leefomgeving en Transport, Staatstoezicht op de Mijnen. Bij een lokale, regionale boa-werkgever (geen landelijk werkterrein) blijft de Korpschef van de nationale politie de direct toezichthouder. ### 7.4. Bekwaamheidseis Domein II Milieu, welzijn en infrastructuur -Een nieuwe boa behaalt eerst het boa basisexamen (het boa-getuigschrift), en doorloopt vervolgens de permanente her- en bijscholing. De basisbekwaamheid en de permanente her- en bijscholing worden geëxamineerd onder de auspiciën van de Stichting ExTH. Indien de boa Milieu, welzijn en infrastructuur beschikt over politiebevoegdheden en geweldsmiddelen zijn tevens de bekwaamheidseisen uit de RTGB van toepassing. +Een nieuwe boa behaalt eerst het boa basisexamen (het boa-getuigschrift), en doorloopt vervolgens de permanente her- en bijscholing. De basisbekwaamheid en de permanente her- en bijscholing worden geëxamineerd onder de auspiciën van de Stichting ExTH. Indien de boa Milieu, welzijn en infrastructuur beschikt over politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldsmiddelen zijn tevens de bekwaamheidseisen uit de RTGB van toepassing. -De boa’s Milieu, welzijn en infrastructuur dienen vier modules in de looptijd van hun akte met een voldoende resultaat te hebben afgerond om na vijf jaar hun titel van opsporingsbevoegdheid te mogen verlengen.16 Voor personen aan wie een ontheffing is verleend van de bekwaamheidseis op grond van het zogenaamde seniorenbeleid (deze ontheffingsgrond is per 1 januari 2016 afgeschaft) geldt dat zij wel de modules volledig moeten volgen inclusief afronding van de modules met een bewijs van getoonde inzet, maar dat de modules niet met een examen afgerond hoeven te worden. Hierbij wordt geadviseerd dat in de eerste vier jaren ieder jaar een module wordt behaald. Het vijfde jaar kan dan indien nodig worden benut als herkansingsjaar. In sommige gevallen zal het nodig zijn het traject van permanente her- en bijscholing versneld af te leggen. Bijvoorbeeld als een boa is overgestapt naar een domein waarin hij voor het eerst wordt geconfronteerd met de permanente her- en bijscholing. Gedurende de resterende geldigheidsduur van de akte dient de boa in beginsel versneld het phb-traject te volgen om bij de verlengingsaanvraag certificaten van de 4 modules over te kunnen leggen. +De boa’s Milieu, welzijn en infrastructuur dienen vier modules in de looptijd van hun akte met een voldoende resultaat te hebben afgerond om na vijf jaar hun titel van opsporingsbevoegdheid te mogen verlengen.18 Voor personen aan wie een ontheffing is verleend van de bekwaamheidseis op grond van het zogenaamde seniorenbeleid (deze ontheffingsgrond is per 1 januari 2016 afgeschaft) geldt dat zij wel de modules volledig moeten volgen inclusief afronding van de modules met een bewijs van getoonde inzet, maar dat de modules niet met een examen afgerond hoeven te worden. Hierbij wordt geadviseerd dat in de eerste vier jaren ieder jaar een module wordt behaald. Het vijfde jaar kan dan indien nodig worden benut als herkansingsjaar. In sommige gevallen zal het nodig zijn het traject van permanente her- en bijscholing versneld af te leggen. Bijvoorbeeld als een boa is overgestapt naar een domein waarin hij voor het eerst wordt geconfronteerd met de permanente her- en bijscholing. Gedurende de resterende geldigheidsduur van de akte dient de boa in beginsel versneld het phb-traject te volgen om bij de verlengingsaanvraag certificaten van de 4 modules over te kunnen leggen. Bij de aanvraag om verlenging van de akte of de aanvraag van een nieuwe akte moeten de certificaten van de 4 modules nog geldig zijn. Een certificaat van een module van het traject van permanente her- en bijscholing is vijf jaar geldig. De akte van opsporingsbevoegdheid wordt voor de duur van vijf jaar afgegeven. Indien een boa gedurende de looptijd van zijn akte wil overstappen naar een andere werkgever of een nieuw domein en hij nog niet 4 modules heeft behaald, wordt de nieuwe akte verleend voor de resterende geldigheidsduur van de akte die eerder op basis van 4 modules (of het getuigschrift boa) is afgegeven. @@ -380,7 +380,7 @@ Een gemeente kan onder voorwaarden een particuliere functionaris inzetten ten be ### 8.3. Bekwaamheidseis Domein III Onderwijs -Een nieuwe boa behaalt eerst het boa basisexamen (het boa-getuigschrift), en doorloopt vervolgens de permanente her- en bijscholing. De basisbekwaamheid en de permanente her- en bijscholing worden geëxamineerd onder de auspiciën van de Stichting ExTH. Indien de boa Onderwijs beschikt over politiebevoegdheden en geweldsmiddelen zijn tevens de bekwaamheidseisen uit de RTGB van toepassing. +Een nieuwe boa behaalt eerst het boa basisexamen (het boa-getuigschrift), en doorloopt vervolgens de permanente her- en bijscholing. De basisbekwaamheid en de permanente her- en bijscholing worden geëxamineerd onder de auspiciën van de Stichting ExTH. Indien de boa Onderwijs beschikt over politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldsmiddelen zijn tevens de bekwaamheidseisen uit de RTGB van toepassing. De boa’s Onderwijs dienen vier modules in de looptijd van hun akte met een voldoende resultaat te hebben afgerond om na vijf jaar hun titel van opsporingsbevoegdheid te mogen verlengen. Hierbij wordt geadviseerd dat in de eerste vier jaren ieder jaar een module wordt behaald. Het vijfde jaar kan dan indien nodig worden benut als herkansingsjaar. @@ -420,7 +420,7 @@ Een gemeente kan onder voorwaarden een particuliere functionaris inzetten ten be Inhuur is in dit domein ook mogelijk voor de in paragraaf 3.1 bij de uitzonderingen onder 1. genoemde particuliere werkgevers. Omdat deze vervoerders vaak over de gemeentegrenzen opereren, gelden voor hen niet de voorwaarden die betrekking hebben op de lokale context. Omdat het voor hen tevens niet mogelijk is om boa’s als onbezoldigd ambtenaar aan te wijzen geldt ook deze voorwaarde niet. De voorwaarden waaraan voor inhuur dient te worden voldaan zijn voor vervoerders: -○ Instemming van de concessieverlener.17Aan de instemming kunnen door de concessieverlener voorwaarden worden verbonden. +○ Instemming van de concessieverlener.19Aan de instemming kunnen door de concessieverlener voorwaarden worden verbonden. ○ Melding aan de direct toezichthouder en toezichthouder. ○ Herkenbaarheid van de ingehuurde boa als medewerker van de vervoerder. Hierbij mogen geen tot de particuliere instantie waarvan de vervoerder de functionaris inhuurt herleidbare kenmerken zichtbaar gedragen worden. ○ De ingehuurde boa heeft maximaal de beschikking over de politiebevoegdheden als bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en over handboeien. @@ -431,13 +431,13 @@ Inhuur is in dit domein ook mogelijk voor de in paragraaf 3.1 bij de uitzonderin ### 9.3. Bekwaamheidseis Domein IV Openbaar Vervoer -De bekwaamheidseis bestaat uit een verzwaard examen, het boa-Openbaar Vervoer examen (getuigschrift BOA OV), en - indien de boa openbaar vervoer beschikt over politiebevoegdheden en geweldsmiddelen - de bekwaamheidseisen uit de RTGB. +De bekwaamheidseis bestaat uit een verzwaard examen, het boa-Openbaar Vervoer examen (getuigschrift BOA OV), en - indien de boa openbaar vervoer beschikt over politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldsmiddelen - de bekwaamheidseisen uit de RTGB. De BOA OV opleiding vormt een ‘boa-plus opleiding’ in vergelijking met de basis bekwaamheidseis (boa-getuigschrift) en is een op maat gesneden opleiding gericht op het openbaar vervoer. In bijlage G staan de gedragsspecifieke leerdoelen beschreven waaraan de boa openbaar vervoer moet voldoen. De bekwaamheid wordt verkregen of behouden door het afleggen van het boa Openbaar Vervoer examen dan wel het met voldoende resultaat doorlopen van vijf modules. In verband met de introductie van inhuur in het domein wordt de mogelijkheid ontwikkeld om in aanvulling op de basisbekwaamheid een aanvullende module te volgen waarmee ook wordt voldaan aan de bekwaamheidseisen voor domein IV Openbaar Vervoer. -De eindtermen van het algemene boa basis examen maken onverkort deel uit van het examen en de modules. De door de minister ingestelde examencommissie BOA OV stelt de eindtermen op en toetsing vast. +De eindtermen van het algemene boa basis examen maken onverkort deel uit van het examen en de modules. ### 9.4. Domeinlijst IV. Openbaar vervoer @@ -455,7 +455,7 @@ Hieronder vallen onder andere alle regelingen die de gemeenten uitvoeren op het ### 10.2. Bekwaamheidseis Domein V Werk, inkomen en zorg -De bekwaamheidseis bestaat uit het boa basisexamen (het boa-getuigschrift) en - indien de boa werk, inkomen en zorg beschikt over politiebevoegdheden en geweldsmiddelen - de bekwaamheidseisen uit de RTGB. +De bekwaamheidseis bestaat uit het boa basisexamen (het boa-getuigschrift) en - indien de boa werk, inkomen en zorg beschikt over politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldsmiddelen - de bekwaamheidseisen uit de RTGB. In overleg met boa-werkgevers, de direct toezichthouders, de toezichthouders en eventueel andere betrokken partners wordt nader bekeken in hoeverre aanvullende bekwaamheidseisen verplicht dienen te worden gesteld en wat die aanvullende bekwaamheidseisen precies moeten zijn. Tot die tijd is het de verantwoordelijkheid van de boa-werkgever om zijn boa’s werk, inkomen en zorg aanvullend op te leiden voor hun specifieke taak. Indien de boa-werkgever kan voorzien in een opleiding voor de boa die voldoet aan de eisen welke worden gesteld aan de semi-permanente ontheffing (bijlage H) kan de boa ontheffing krijgen voor de basisbekwaamheid. @@ -541,7 +541,7 @@ In de jaren na de formele plaatsing wordt de bezetting binnen de politieorganisa ### 11.3. Bekwaamheidseis -De bekwaamheidseis bestaat uit het boa basisexamen (het boa-getuigschrift) en - indien de boa generieke opsporing beschikt over politiebevoegdheden en geweldsmiddelen - de bekwaamheidseisen uit de RTGB. +De bekwaamheidseis bestaat uit het boa basisexamen (het boa-getuigschrift) en - indien de boa generieke opsporing beschikt over politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldsmiddelen - de bekwaamheidseisen uit de RTGB. Het merendeel van de diensten wiens boa’s vallen binnen het domein generieke opsporing beschikt over een eigen opleiding ten behoeve van hun overige werknemers die zich (op grond van artikel 141 Wetboek van Strafvordering) bezig houden met de strafrechtelijke handhaving. Het is de verantwoordelijkheid van de boa-werkgever om zijn boa’s generieke opsporing aanvullend op te leiden voor hun specifieke taak. Net als voor alle andere boa’s geldt dat de politieboa’s slechts bevoegd zijn voor die feiten die vallen binnen hun taakomschrijving mits wetgeving in formele zin zich hier niet tegen verzet en de boa voldoende bekwaam is om voor die feiten op te treden. @@ -551,9 +551,9 @@ Zie de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar. Voor de politiemedewerkers die vanuit de reorganisatie Politiewet 2012 als boa een deel van een executieve politiefunctie gaan vervullen, wordt bij schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 10, zesde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) bevestigd met welke taken binnen de functie de medewerker belast wordt. -De boa Generieke opsporing kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en kan optioneel beschikken over handboeien, wapenstok, pepperspray, surveillancehond en/of vuurwapen. +De boa Generieke opsporing kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en kan optioneel beschikken over vrijheidsbeperkende middelen, wapenstok, pepperspray, surveillancehond en/of vuurwapen. -## Bijlage A. Politiebevoegdheden en geweldsmiddelen +## Bijlage A. Politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldsmiddelen ## Bijlage B. Taken direct toezichthouder