2005-06-01 | BWBR0017779 | Besluit handel in emissierechten
This commit is contained in:
parent
722bcd404a
commit
24dc8818d7
1 changed files with 164 additions and 22 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit handel in emissierechten
|
|||
bwb_id: BWBR0017779
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2005-01-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2005-04-13'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0017779
|
||||
citeertitel: Besluit handel in emissierechten
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -14,12 +14,12 @@ citeertitel: Besluit handel in emissierechten
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
wet: Wet milieubeheer;
|
||||
|
||||
vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 16.5, eerste lid, van de wet;
|
||||
|
||||
CO_2: kooldioxide;
|
||||
|
||||
CO_2-installatie: broeikasgasinstallatie waarin activiteiten worden verricht, die behoren tot een categorie van activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
|
||||
|
|
@ -28,13 +28,21 @@ brandstof: gasvormige, vloeibare of vaste stof, met inbegrip van alle daaraan to
|
|||
|
||||
meetinstantie: rechtspersoon als bedoeld in artikel 9, derde lid;
|
||||
|
||||
CEN-norm: norm die door het CEN, het Europese Comité voor Standaardisatie, is vastgesteld.
|
||||
CEN-norm: norm die door het CEN, het Europese Comité voor Standaardisatie, is vastgesteld;
|
||||
|
||||
NO_x-verbrandingsinstallatie: NO_x-installatie, niet zijnde een NO_x-procesinstallatie, met een vermogen van één megawatt thermisch of meer, die een emissie van stikstofoxiden in de lucht veroorzaakt als gevolg van het verstoken van brandstof, met inbegrip van de bij de installatie behorende voorzieningen voor de reiniging van het rookgas;
|
||||
|
||||
NO_x-procesinstallatie: NO_x-installatie die wordt gebruikt voor de vervaardiging van een product, waarbij een emissie van ten minste 1.000 kilogram stikstofoxiden per kalenderjaar in de lucht wordt veroorzaakt.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van hoofdstuk 2 en de daarop berustende bepalingen wordt onder vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet mede verstaan: vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van hoofdstuk 3 en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder product: ijzer, staal, elektrostaal, zink, anode, caprolactam, carbon black, siliciumcarbide, aluminium, vlakglas, verpakkingsglas, speciaal glas, steenwol, emailleerfritten, glasfritten, fosfor, fosforzuur, natriumtripolyphosphaat, cement, salpeterzuur, nitriet, actieve kool of magnesiumoxide.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Broeikasgasemissies
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Als categorieën van activiteiten als bedoeld in artikel 16.1, tweede lid, van de wet worden aangewezen de categorieën van activiteiten die een emissie van CO_2 in de lucht veroorzaken en die in de bij dit besluit behorende bijlage zijn genoemd.
|
||||
**1.** Als categorieën van activiteiten als bedoeld in artikel 16.1, tweede lid, van de wet worden aangewezen de categorieën van activiteiten die een emissie van CO_2 in de lucht veroorzaken en die in de bij dit besluit behorende bijlage I zijn genoemd.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid heeft de aanwijzing, bedoeld in dat lid, geen betrekking op activiteiten voorzover de CO_2-installaties waarin zij worden verricht, uitsluitend worden gebruikt voor onderzoek, ontwikkeling en beproeving van nieuwe producten en processen als bedoeld in bijlage I, onderdeel 1, bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -42,9 +50,9 @@ CEN-norm: norm die door het CEN, het Europese Comité voor Standaardisatie, is v
|
|||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** De aanvraag om een vergunning wordt gedaan door of namens degene die de inrichting drijft, waarop de aanvraag betrekking heeft.
|
||||
**1.** De aanvraag om een vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet wordt gedaan door of namens degene die de inrichting drijft, waarop de aanvraag betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag wordt in viervoud bij het bestuur van de emissieautoriteit ingediend.
|
||||
**2.** De aanvraag wordt in tweevoud bij het bestuur van de emissieautoriteit ingediend.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag geschiedt door indiening van een monitoringsprotocol dat voldoet aan de vereisten die zijn gesteld in de artikelen 4 en 5.
|
||||
|
||||
|
|
@ -52,10 +60,10 @@ CEN-norm: norm die door het CEN, het Europese Comité voor Standaardisatie, is v
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In gevallen waarin de vergunning betrekking heeft op het in werking hebben van een inrichting als bedoeld in artikel 16.5, eerste lid, onder a, van de wet, vermeldt de aanvrager in het monitoringsprotocol voor de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft, in elk geval:
|
||||
In gevallen waarin de vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet betrekking heeft op het in werking hebben van een inrichting als bedoeld in artikel 16.5, eerste lid, onder a, van de wet, vermeldt de aanvrager in het monitoringsprotocol voor de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft, in elk geval:
|
||||
|
||||
a. de naam en het adres van de aanvrager en beoogde houder van de vergunning, onder overlegging van een uittreksel uit het handelsregister, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Handelsregisterwet 1996;
|
||||
b. het adres, de kadastrale aanduiding en de ligging van de inrichting;
|
||||
b. de naam en het adres, de kadastrale aanduiding en de ligging van de inrichting;
|
||||
c. de naam van de contactpersoon van het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 8.1 van de wet voor de inrichting te verlenen;
|
||||
d. de indeling, de activiteiten en de processen in de inrichting, voorzover die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de emissies van CO_2 in de lucht, die daardoor kunnen worden veroorzaakt;
|
||||
e. de CO_2-installaties die zich in de inrichting bevinden;
|
||||
|
|
@ -77,11 +85,13 @@ f. de wijze waarop met behulp van een berekening of een meting de CO_2-jaarvrach
|
|||
g. de wijze waarop de onder c en f bedoelde gegevens worden verkregen, geregistreerd en bewaard;
|
||||
h. een niet-technische samenvatting van de in dit lid en het eerste lid bedoelde gegevens.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** Indien de houder van een vergunning krachtens artikel 16.49, eerste lid, onder a, van de wet een vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, onder a, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, van de wet, aanvraagt, bevat het monitoringsprotocol dat bij de aanvraag om laatstbedoelde vergunning moet worden ingediend, tevens de gegevens, bedoeld in artikel 16.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In gevallen waarin de vergunning betrekking heeft op het uitbreiden of veranderen van de inrichting of het veranderen van de werking daarvan dan wel op het veranderen van het voor de inrichting geldende monitoringsprotocol als bedoeld in artikel 16.5, eerste lid, onder b, c en d, van de wet, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing en vermeldt de aanvrager in het monitoringsprotocol voor de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft, tevens:
|
||||
|
||||
a. de vergunning krachtens welke de inrichting in werking is;
|
||||
a. de de vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, onder a, van de wet krachtens welke de inrichting in werking is;
|
||||
b. de beoogde uitbreiding, verandering of verandering van de werking van de inrichting, onderscheidenlijk verandering van het monitoringsprotocol;
|
||||
c. het tijdstip waarop beoogd wordt de voorgenomen uitbreiding of verandering te verwezenlijken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -93,13 +103,13 @@ c. het tijdstip waarop beoogd wordt de voorgenomen uitbreiding of verandering te
|
|||
|
||||
Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat in daarbij aangegeven gevallen en met inachtneming van bij die regeling te stellen eisen:
|
||||
|
||||
a. bij het bepalen van de jaarvracht van een inrichting tevens rekening wordt gehouden met emissies van CO_2 in de lucht, die worden veroorzaakt door activiteiten die in de inrichting worden verricht en die behoren tot een categorie van activiteiten die in de bij dit besluit behorende bijlage is genoemd, indien de bron van die emissies zich buiten de inrichting bevindt;
|
||||
b. bij het bepalen van de jaarvracht van een inrichting geen rekening wordt gehouden met emissies van CO_2 in de lucht, die worden veroorzaakt door activiteiten die in de inrichting worden verricht en die behoren tot een categorie van activiteiten die in de bij dit besluit behorende bijlage is genoemd, indien de bron van die emissies zich buiten de inrichting bevindt;
|
||||
a. bij het bepalen van de jaarvracht van een inrichting tevens rekening wordt gehouden met emissies van CO_2 in de lucht, die worden veroorzaakt door activiteiten die in de inrichting worden verricht en die behoren tot een categorie van activiteiten die in de bij dit besluit behorende bijlage I is genoemd, indien de bron van die emissies zich buiten de inrichting bevindt;
|
||||
b. bij het bepalen van de jaarvracht van een inrichting geen rekening wordt gehouden met emissies van CO_2 in de lucht, die worden veroorzaakt door activiteiten die in de inrichting worden verricht en die behoren tot een categorie van activiteiten die in de bij dit besluit behorende bijlage I is genoemd, indien de bron van die emissies zich buiten de inrichting bevindt;
|
||||
c. in afwijking van hoogste niveau van nauwkeurigheid kan worden volstaan met een lager niveau van nauwkeurigheid indien:
|
||||
|
||||
1°. het hoogste niveau van nauwkeurigheid technisch niet haalbaar is of tot buitensporig hoge kosten leidt, of
|
||||
2°. het kleine bronnen van emissies van CO_2 in de lucht betreft en in het monitoringsprotocol ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit een beschrijving is opgenomen van de toe te passen lagere niveaus voor de variabelen die worden gebruikt om de CO_2-emissies uit deze kleine bronnen te berekenen of de door de inrichting te hanteren eigen ramingsmethode om de CO_2-emissies in die gevallen te berekenen;
|
||||
d. nadat de vergunning is verleend, tijdelijk kan worden afgeweken van het in het monitoringsprotocol voorgeschreven niveau van nauwkeurigheid indien:
|
||||
d. nadat de vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet is verleend, tijdelijk kan worden afgeweken van het in het monitoringsprotocol voorgeschreven niveau van nauwkeurigheid indien:
|
||||
|
||||
1°. dit om technische redenen noodzakelijk is,
|
||||
2°. de afwijking onverwijld aan het bestuur van de emissieautoriteit wordt gemeld en
|
||||
|
|
@ -117,7 +127,7 @@ De aanvrager behoeft de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 4 en 5,
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels inhoudende een verplichting aan het bestuur van de emissieautoriteit de daarbij aangegeven voorschriften aan de vergunning te verbinden inzake:
|
||||
Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels inhoudende een verplichting aan het bestuur van de emissieautoriteit de daarbij aangegeven voorschriften aan de vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet te verbinden inzake:
|
||||
|
||||
a. de inhoud van het emissieverslag en de wijze waarop dit verslag moet worden ingediend;
|
||||
b. het melden van veranderingen van de inrichting of veranderingen van de werking daarvan als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder e, onder 1°, van de wet, die geen significante gevolgen hebben voor de emissie van CO_2 in de lucht dan wel voor het monitoringsprotocol, waaronder de termijn waarbinnen die melding dient plaats te vinden;
|
||||
|
|
@ -159,24 +169,156 @@ b. voor een of meer van deze verrichtingen de CEN-normen inzake de onafhankelijk
|
|||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.** Een verificateur voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in bijlage V bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Een verificatie wordt verricht met inachtneming van de voorschriften die ter zake zijn verbonden aan de krachtens artikel 16.5, eerste lid, van de wet voor de betrokken inrichting verleende vergunning.
|
||||
Het afgeven van een verklaring als bedoeld in artikel 16.12, eerste lid, onder c, van de wet geschiedt door een verificateur die werkzaam is bij een verificatie-instelling die is geaccrediteerd door:
|
||||
|
||||
**3.** Het is voor een verificateur verboden te handelen in strijd met de eisen die bij of krachtens dit besluit met betrekking tot de verificatie zijn gesteld of op te treden als verificateur indien niet wordt voldaan aan de vereisten die met betrekking tot de verificateur bij of krachtens dit besluit zijn gesteld.
|
||||
a. de Raad van Accreditatie, of
|
||||
b. een vergelijkbare buitenlandse instelling die erkend is door een staat, aangesloten bij de Multilateral Agreement on European Accreditation of Certification.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels, inhoudende eisen waaraan een verificateur en een verificatie moeten voldoen. Deze regels voldoen in elk geval aan de eisen die zijn opgenomen in de richtsnoeren die de Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft vastgesteld op grond van artikel 14, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt een verificatie-instelling in 2006 tevens als geaccrediteerd beschouwd indien die instelling een verzoek om accreditatie heeft ingediend bij de Raad van Accreditatie en dat verzoek door de Raad van Accreditatie ontvankelijk is verklaard.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
|
||||
### Artikel 12a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Emissies van stikstofoxiden en NO
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Als categorieën van NO_x-installaties als bedoeld in artikel 16.1, derde lid, van de wet worden aangewezen:
|
||||
|
||||
a. NO_x-verbrandingsinstallaties, voorzover het totale vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van de zich in de betrokken inrichting bevindende NO_x-verbrandingsinstallaties 20 of meer bedraagt;
|
||||
b. NO_x-procesinstallaties;
|
||||
c. indien zich in de betrokken inrichting NO_x-procesinstallaties bevinden: NO_x-verbrandingsinstallaties.
|
||||
|
||||
**2.** De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a en c, heeft geen betrekking op NO_x-verbrandingsinstallaties voor de vervaardiging van keramiek.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, heeft tot en met 31 december 2007 geen betrekking op NO_x-verbrandingsinstallaties die zich bevinden in een inrichting:
|
||||
|
||||
a. waarin het totale vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van die installaties minder dan 30 bedraagt,
|
||||
b. waarin zich geen NO_x-procesinstallaties bevinden, en
|
||||
c. ten aanzien waarvan Onze Minister een verzoek als bedoeld in artikel 14, eerste lid, om tijdelijk buiten bedoelde aanwijzing te blijven, op grond van artikel 14, tweede lid, heeft toegewezen.
|
||||
|
||||
**4.** De toepassing van het derde lid vervalt zodra de betrokken inrichting niet langer voldoet aan een van beide of beide in het derde lid, aanhef en onder a en b, bedoelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
**5.** De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, is op NO_x-procesinstallaties die betrekking hebben op de productie van vlakglas, speciaal glas of verpakkingsglas eerst van toepassing vijftien weken na de datum waarop de betrokken oven na een grote ovenrevisie wordt opgestart. Als datum waarop een oven na een ovenrevisie wordt opgestart, wordt aangemerkt de datum die degene die de betrokken inrichting drijft, ter zake overeenkomstig artikel 15, eerste lid, heeft gemeld aan het bestuur van de emissieautoriteit.
|
||||
|
||||
**6.** Het vijfde lid is niet van toepassing op NO_x-procesinstallaties waarbij na 1 januari 1994 in het kader van een grote ovenrevisie maatregelen zijn genomen om overeenkomstig de stand der techniek de emissie van NO_x voor de betrokken installatie te verminderen.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.** Degene die een inrichting drijft, waarin zich NO_x-verbrandingsinstallaties bevinden, kan Onze Minister verzoeken om tot en met 31 december 2007 buiten de aanwijzing, bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, te blijven.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister wijst het verzoek toe indien aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 13, derde lid, aanhef en onder a en b, is voldaan.
|
||||
|
||||
**3.** In het verzoek vermeldt de verzoeker de naam en het adres van de inrichting waarvoor het verzoek wordt ingediend.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De verzoeker verstrekt bij zijn verzoek voor de inrichting waarop het verzoek betrekking heeft:
|
||||
|
||||
a. een afschrift van het gedeelte van de vergunning krachtens artikel 8.1 van de wet waaruit blijkt dat aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 13, derde lid, aanhef en onder a en b, wordt voldaan, of
|
||||
b. een ondertekende verklaring van het bevoegd gezag krachtens 8.1 van de wet waarin het bevoegd gezag verklaart dat de inrichting voldoet aan de onder a bedoelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de verzoeker niet kan voldoen aan het vierde lid, verstrekt hij andere gegevens waaruit ten genoegen van Onze Minister blijkt dat de inrichting voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 13, derde lid, aanhef en onder a en b.
|
||||
|
||||
**6.** Het eerste lid is niet van toepassing op inrichtingen waarvoor een vergunning is verleend krachtens artikel 16.49, eerste lid, of artikel 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, van de wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** Degene die een inrichting drijft, waarin zich NO_x-procesinstallaties bevinden die betrekking hebben op de productie van vlakglas, speciaal glas of verpakkingsglas, meldt het voornemen tot het uitvoeren van een grote ovenrevisie als bedoeld in artikel 13, vijfde lid, schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit. Bij de melding wordt tevens aangegeven op welke datum de oven naar verwachting na de ovenrevisie wordt opgestart.
|
||||
|
||||
**2.** De melding geschiedt uiterlijk vier weken voor de datum van de voorgenomen ovenrevisie.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Met betrekking tot een vergunning krachtens artikel 16.49, eerste lid, onder a, of artikel 16.5, eerste lid, onder a, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, van de wet, zijn de artikelen 3 tot en met 12, met uitzondering van de artikelen 4, eerste lid, onder d, tweede lid, onder d, en 5, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het eerste lid vermeldt de aanvrager tevens in het monitoringsprotocol voor de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft:
|
||||
|
||||
a. het vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van elke zich in de inrichting bevindende NO_x-verbrandingsinstallatie;
|
||||
b. het totale vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van de zich in de inrichting bevindende NO_x-verbrandingsinstallaties;
|
||||
c. de verwachte NO_x-jaarvracht van elke zich in de inrichting bevindende NO_x-procesinstallatie;
|
||||
d. de productiecapaciteit, uitgedrukt in tonnen vervaardigd product per kalenderjaar, van de zich in de inrichting bevindende NO_x-procesinstallaties.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de houder van een vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, onder a, van de wet een vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, onder a, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, van de wet, aanvraagt, bevat het monitoringsprotocol dat bij de aanvraag om laatstbedoelde vergunning moet worden ingediend, tevens de gegevens, bedoeld in artikel 4.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De concentratie van stikstofoxiden in de afgassen van:
|
||||
|
||||
a. NO_x-verbrandingsinstallaties met een vermogen van 100 megawatt thermisch of meer,
|
||||
b. NO_x-procesinstallaties, waarbij een emissie van 150 ton stikstofoxiden of meer per kalenderjaar in de lucht wordt veroorzaakt, of
|
||||
c. afvalverbrandingsinstallaties of meeverbrandingsinstallaties als bedoeld in het Besluit verbranden afvalstoffen,
|
||||
|
||||
wordt bepaald door continue meting.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien sprake is van een afvalverbrandingsinstallatie of een meeverbrandingsinstallatie als bedoeld in het eerste lid, onder c, voldoet de continue meting, bedoeld in dat lid, aan de daaraan in het Besluit verbranden afvalstoffen gestelde eisen, met dien verstande dat
|
||||
|
||||
in afwijking van het bepaalde onder 2.9 in de bij dat besluit behorende bijlage, voorzover dat onderdeel betrekking heeft op stikstofoxiden, het vierde lid geldt.
|
||||
|
||||
**3.** In andere gevallen dan bedoeld in het tweede lid voldoet de continue meting, bedoeld in het eerste lid, aan de daaraan in het Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A gestelde eisen, met dien verstande dat in afwijking van artikel 30c van dat besluit, voorzover dat artikel betrekking heeft op stikstofoxiden, het vierde lid geldt.
|
||||
|
||||
**4.** De waarde van de 95%-betrouwbaarheidsintervallen van individuele waarnemingen op grond waarvan het halfuursgemiddelde of het uurgemiddelde van de concentratie van stikstofoxiden wordt bepaald, is kleiner dan 20% van de jaargemiddelde concentratie.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Het aantal NO_x-emissierechten dat degene die een inrichting drijft, in een kalenderjaar opbouwt als bedoeld in artikel 16.50 van de wet, komt overeen met:
|
||||
|
||||
a. voor NO_x-verbrandingsinstallaties: het in de bij dit besluit behorende bijlage II voor het betrokken kalenderjaar aangegeven getal, vermenigvuldigd met de in dat kalenderjaar verbruikte gigajoule brandstof;
|
||||
b. voor NO_x-procesinstallaties, met uitzondering van de NO_x-procesinstallaties, bedoeld onder c: het in de bij dit besluit behorende bijlage III voor het betrokken product voor het betrokken kalenderjaar per ton product aangegeven getal, vermenigvuldigd met het aantal in dat kalenderjaar vervaardigde tonnen van dat product;
|
||||
c. voor NO_x-procesinstallaties als bedoeld in artikel 13, vijfde lid: het in de bij dit besluit behorende bijlage IV voor het betrokken product voor het betrokken kalenderjaar per ton product aangegeven getal, vermenigvuldigd met het aantal in dat kalenderjaar vervaardigde tonnen van dat product.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het verkoopplafond voor een inrichting wordt bepaald door bij elkaar op te tellen:
|
||||
|
||||
a. het totale vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van de zich in de inrichting bevindende NO_x-verbrandingsinstallaties, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onder b, vermenigvuldigd met 8.000, vermenigvuldigd met het voor het kalenderjaar 2005 in de bij dit besluit behorende bijlage II opgenomen getal;
|
||||
b. de productiecapaciteit, uitgedrukt in tonnen vervaardigd product per kalenderjaar, van de zich in de inrichting bevindende NO_x-procesinstallaties, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onder d, vermenigvuldigd met het voor het kalenderjaar 2005 voor dat product in de bij dit besluit behorende bijlage III opgenomen getal.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, onder a, wordt het verkoopplafond voor een inrichting die niet meer dan 3.000 uren per kalenderjaar in bedrijf is, bepaald door het totale vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van de zich in de inrichting bevindende NO_x-verbrandingsinstallaties, bedoeld in artikel 16, tweede lid, onder b, vermenigvuldigd met 3.000, vermenigvuldigd met het voor het kalenderjaar 2005 in de bij dit besluit behorende bijlage II opgenomen getal.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** Het percentage, bedoeld in artikel 16.53, tweede lid, van de wet, van het voor een inrichting geldende verkoopplafond is vijf.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid geldt voor het kalenderjaar 2005 een percentage van zeven.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit handel in emissierechten.
|
||||
|
||||
## Bijlage . behorende bij het Besluit handel in emissierechten
|
||||
## Bijlage I. behorende bij het Besluit handel in emissierechten
|
||||
|
||||
Categorieën van activiteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, die plaatsvinden in een broeikasgasinstallatie die behoort tot een van de volgende categorieën:
|
||||
|
||||
## Bijlage II. behorende bij het Besluit handel in emissierechten
|
||||
|
||||
Het aantal NO_x-emissierechten, bedoeld in artikel 18, aanhef en onder a, van het Besluit handel in emissierechten, dat degene die een inrichting drijft, in het geval van een NO_x-verbrandingsinstallatie in een kalenderjaar opbouwt per gigajoule verbruikte brandstof
|
||||
|
||||
## Bijlage III. behorende bij het Besluit handel in emissierechten
|
||||
|
||||
Het aantal NO_x-emissierechten, bedoeld in artikel 18, aanhef en onder b, van het Besluit handel in emissierechten, dat degene die een inrichting drijft, in het geval van een NO_x-procesinstallatie in een kalenderjaar opbouwt per ton vervaardigd product
|
||||
|
||||
## Bijlage IV. behorende bij het Besluit handel in emissierechten
|
||||
|
||||
Het aantal NO_x-emissierechten, bedoeld in artikel 18, aanhef en onder c, van het Besluit handel in emissierechten, dat degene die een inrichting drijft, in het geval van een NO_x-procesinstallatie in een kalenderjaar opbouwt per ton vervaardigd product
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue