2021-07-01 | BWBR0020586 | Wet handhaving consumentenbescherming

This commit is contained in:
Coornhert 2021-07-01 12:00:00 +00:00
parent d897fd07dd
commit 24dfbd1864

View file

@ -90,9 +90,7 @@ g. hetgeen tijdens het onderzoek is verricht, gebleken en overigens is voorgeval
**2.** Indien de voorgenomen beleidsregels naar het oordeel van Onze Minister in strijd zijn met het belang van een goede taakuitoefening door de Autoriteit Consument en Markt, deelt Onze Minister dit gemotiveerd mee aan de Autoriteit Consument en Markt binnen twee weken nadat de regels aan hem zijn voorgelegd.
**3.** Indien Onze Minister een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid heeft gedaan, stelt de Autoriteit Consument en Markt de beleidsregels niet vast.
**4.** De Autoriteit Consument en Markt maakt door haar vastgestelde beleidsregels bekend in de Staatscourant.
**3.** Indien Onze Minister een mededeling als bedoeld in het tweede lid heeft gedaan, stelt de Autoriteit Consument en Markt de beleidsregels niet vast.
### Paragraaf 2. Handhaving
@ -276,9 +274,7 @@ c. een last onder dwangsom opleggen.
**6.** Met betrekking tot de toepassing van het tweede lid, onderdeel c, zijn de artikelen 5:48 tot en met 5:51 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing en is artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht van overeenkomstige toepassing.
**7.** Een last onder dwangsom kan strekken tot verzekering van de medewerking die krachtens artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden gevorderd.
**8.** Aan een last onder dwangsom kunnen voorschriften worden verbonden die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om effectieve controle op de uitvoering van de last te verzekeren.
**7.** Aan een last onder dwangsom kunnen voorschriften worden verbonden die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om effectieve controle op de uitvoering van de last te verzekeren.
### Artikel 3.4a
@ -309,7 +305,7 @@ Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan, indien naar zijn oordee
a. een bestuurlijke boete opleggen;
b. een last onder dwangsom opleggen.
**3.** De artikelen 2.24, 3.2, tweede lid, 3.4, zesde tot en met achtste lid, en 3.4a zijn van overeenkomstige toepassing.
**3.** De artikelen 2.24, 3.2, tweede lid, 3.4, zesde en zevende lid, en 3.4a zijn van overeenkomstige toepassing.
**4.** Wat betreft de hoogte van de bestuurlijke boete is het eerste lid van artikel 101 van de Geneesmiddelenwet van overeenkomstige toepassing.
@ -332,7 +328,7 @@ Indien naar het oordeel van het Commissariaat voor de Media een inbreuk binnen d
a. een bestuurlijke boete opleggen;
b. een last onder dwangsom opleggen.
**3.** De artikelen 2.24, 3.2, tweede lid, 3.4, zesde tot en met achtste lid, en 3.4a zijn van overeenkomstige toepassing.
**3.** De artikelen 2.24, 3.2, tweede lid, 3.4, zesde en zevende lid, en 3.4a zijn van overeenkomstige toepassing.
**4.** De artikelen 7.12 en 7.19 van de Mediawet 2008 zijn van overeenkomstige toepassing.
@ -355,7 +351,7 @@ Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, indien naar zijn oordeel een
a. een bestuurlijke boete opleggen;
b. een last onder dwangsom opleggen.
**3.** De artikelen 2.24, 3.2, tweede lid, 3.4, zesde tot en met achtste lid, en 3.4a zijn van overeenkomstige toepassing.
**3.** De artikelen 2.24, 3.2, tweede lid, 3.4, zesde en zevende lid, en 3.4a zijn van overeenkomstige toepassing.
**4.** De in het tweede lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie geldboete, bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht.
@ -378,7 +374,7 @@ Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan, indien naar zijn oordee
a. een bestuurlijke boete opleggen;
b. een last onder dwangsom opleggen.
**3.** De artikelen 2.24, 3.2, tweede lid, 3.4, zesde tot en met achtste lid, en 3.4a zijn van overeenkomstige toepassing.
**3.** De artikelen 2.24, 3.2, tweede lid, 3.4, zesde en zevende lid, en 3.4a zijn van overeenkomstige toepassing.
**4.** Artikel 11b, tweede lid, van de Tabaks- en rookwarenwet is van overeenkomstige toepassing.