1999-06-01 | BWBR0007013 | Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar
This commit is contained in:
parent
eceddc3727
commit
24f98e4d13
1 changed files with 155 additions and 104 deletions
|
|
@ -18,25 +18,23 @@ citeertitel: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar
|
|||
|
||||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
|
||||
a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
|
||||
b. titel van opsporingsbevoegdheid: de titel van opsporingsbevoegdheid, bedoeld in artikel 3;
|
||||
c. akte van opsporingsbevoegdheid: de akte van opsporingsbevoegdheid, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafvordering;
|
||||
d. aanwijzing: de aanwijzing, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering;
|
||||
c. akte van opsporingsbevoegdheid: de akte van opsporingsbevoegdheid, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder *a*, van het Wetboek van Strafvordering;
|
||||
d. aanwijzing: de aanwijzing, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder *b*, van het Wetboek van Strafvordering;
|
||||
e. aanvullende opsporingsbevoegdheid: de aanvullende opsporingsbevoegdheid, bedoeld in artikel 142, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;
|
||||
f. de akte van beëdiging: de akte van beëdiging, bedoeld in artikel 19, eerste lid;
|
||||
g. politiebevoegdheden: de bevoegdheden, bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012;
|
||||
g. politiebevoegdheden: de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993;
|
||||
h. werkgever: de werkgever van de buitengewoon opsporingsambtenaar;
|
||||
i. bewijs van bekwaamheid: een bewijs van het met goed gevolg afgelegd hebben van het door Onze Minister goedgekeurde examen;
|
||||
j. legitimatiebewijs: een bewijs als bedoeld in artikel 26 van dit besluit;
|
||||
k. insigne: het onderscheidingsteken, bedoeld in artikel 26a, eerste lid;
|
||||
l. geweldmiddelen: de wapens en de uitrusting waarmee geweld kan worden uitgeoefend, ten aanzien waarvan krachtens artikel 3a, derde lid, van de Wet wapens en munitie is bepaald dat de in dat lid genoemde artikelen niet van toepassing zijn op buitengewoon opsporingsambtenaren.
|
||||
j. legitimatiebewijs: een bewijs als bedoeld in artikel 26 van dit besluit.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Als standplaats in de zin van dit besluit wordt aangemerkt:
|
||||
|
||||
a. indien de buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd is zijn taak uit te oefenen in een gebied waarin meerdere regionale eenheden van de politie de politietaak uitvoeren, dan wel in het gehele land: de gemeente van vestiging van de werkgever;
|
||||
b. indien de buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd is zijn taak uit te oefenen in het gebied waarin één regionale eenheid van de politie de politietaak uitvoert:
|
||||
a. indien de buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd is zijn taak in meer politieregio's, dan wel in het gehele land uit te oefenen: de gemeente van vestiging van de werkgever;
|
||||
b. indien de buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd is zijn taak in één politieregio uit te oefenen:
|
||||
|
||||
1°. de gemeente waar hij zijn hoofdwerkzaamheden verricht, dan wel
|
||||
2°. een gekozen gemeente uit de gemeenten, waarin hij werkzaam is.
|
||||
|
|
@ -47,8 +45,8 @@ b. indien de buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd is zijn taak uit te oefene
|
|||
|
||||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. toezichthouder: de hoofdofficier van justitie, bedoeld in artikel 36, tweede lid;
|
||||
b. direct toezichthouder: degene, die op grond van artikel 36, derde lid, als direct toezichthouder is aangewezen.
|
||||
a. toezichthouder: het lid van het openbaar ministerie, dat op grond van artikel 36 onderscheidenlijk artikel 37 als toezichthouder is aangewezen;
|
||||
b. direct toezichthouder: degene, die op grond van artikel 36 onderscheidenlijk artikel 37 als direct toezichthouder is aangewezen.
|
||||
|
||||
De (direct) toezichthouder is geen toezichthouder bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -87,15 +85,15 @@ b. een aanduiding van het grondgebied waarvoor de opsporingsbevoegdheid moet gel
|
|||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag tot verlenging of wijziging van een akte van opsporingsbevoegdheid, de aanwijzing en de aanvullende opsporingsbevoegdheid wordt uiterlijk drie maanden voor het verlopen van de geldigheidsduur ingediend.
|
||||
**1.** Een aanvraag tot verlenging of wijziging van een akte van opsporingsbevoegdheid, de aanwijzing en de aanvullende opsporingsbevoegdheid wordt uiterlijk 4 maanden voor het verlopen van de geldigheidsduur ingediend.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan de akte van opsporingsbevoegdheid, de aanwijzing en de aanvullende opsporingsbevoegdheid ambtshalve wijzigen of vervangen.
|
||||
**2.** Onze Minister verlengt of wijzigt de akte van opsporingsbevoegdheid, de aanwijzing en de aanvullende opsporingsbevoegdheid. Onze Minister kan hiervan mandaat verlenen aan het College van procureurs-generaal.
|
||||
|
||||
**3.** Indien Onze Minister bij beschikking de akte van opsporingsbevoegdheid, de aanwijzing of de aanvullende opsporingsbevoegdheid verlengt, wijzigt of vervangt, past hij de akten van beëdiging van de betrokken buitengewoon opsporingsambtenaren zo spoedig mogelijk aan. Tot het tijdstip waarop de aanpassing heeft plaatsgevonden, wordt de akte van beëdiging geacht te zijn gebaseerd op de nieuwe beschikking.
|
||||
**3.** Indien Onze Minister of het College van procureurs-generaal bij beschikking de aanwijzing of de aanvullende opsporingsbevoegdheid heeft gewijzigd, worden de akten van beëdiging van de betrokken buitengewoon opsporingsambtenaren zo spoedig mogelijk door het College van procureurs-generaal aangepast. Tot het tijdstip waarop de aanpassing heeft plaatsgevonden, wordt de akte van beëdiging geacht te zijn gebaseerd op de nieuwe beschikking.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Op elke aanvraag ingevolge dit hoofdstuk wordt zo spoedig mogelijk, in elk geval binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag, beslist.
|
||||
Op elke aanvraag ingevolge dit hoofdstuk wordt zo spoedig mogelijk, in elk geval binnen 4 maanden na ontvangst van de aanvraag, beslist.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -107,9 +105,14 @@ Op elke aanvraag ingevolge dit hoofdstuk wordt zo spoedig mogelijk, in elk geval
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** De werkgever dient een aanvraag tot het verlenen van de akte van opsporingsbevoegdheid in bij Onze Minister.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister raadpleegt in ieder geval bij de aanvraag voor een categorie of eenheid het College van procureurs-generaal en Onze Ministers wie het mede aangaat.
|
||||
De werkgever dient een aanvraag tot het verlenen van de akte van opsporingsbevoegdheid in:
|
||||
|
||||
a. bij Onze Minister, indien de opsporingsbevoegdheid in het gehele land moet worden uitgeoefend;
|
||||
b. in de overige gevallen, bij het College van procureurs-generaal.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister raadpleegt Onze Ministers wie het mede aangaat.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -122,15 +125,17 @@ b. een omschrijving van diens functie en standplaats.
|
|||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
Onze Minister verleent de akte van opsporingsbevoegdheid, waarin staan vermeld het grondgebied en de strafbare feiten waarvoor de opsporingsbevoegdheid geldt.
|
||||
**1.** Indien Onze Minister de akte van opsporingsbevoegdheid verleent, zendt hij een afschrift daarvan aan het College van procureurs-generaal.
|
||||
|
||||
**2.** In de akte staan vermeld het grondgebied en de strafbare feiten waarvoor de opsporingsbevoegdheid geldt.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** De hoofdofficier van justitie kan een aanvraag indienen tot het verlenen van de akte van opsporingsbevoegdheid aan een of meer personen, voor de duur van een onderzoek dat wordt uitgevoerd onder leiding van een officier van justitie die tot zijn parket behoort.
|
||||
**1.** De hoofdofficier van justitie kan een aanvraag indienen tot het verlenen van de akte van opsporingsbevoegdheid aan een of meer personen, voor de duur van een onderzoek dat wordt uitgevoerd onder leiding van een officier van justitie die tot zijn arrondissementsparket behoort.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister beslist op de aanvraag en doet een afschrift van zijn beschikking toekomen aan de direct toezichthouder.
|
||||
**2.** Het College van procureurs-generaal beslist op de aanvraag en doet een afschrift van zijn beschikking toekomen aan de direct toezichthouder.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan een ontheffing als bedoeld in artikel 16, derde lid, verlenen indien de te benoemen persoon over voldoende bekwaamheid beschikt.
|
||||
**3.** Het College van procureurs-generaal kan een ontheffing als bedoeld in artikel 16, tweede lid, verlenen indien de te benoemen personen over voldoende bekwaamheid beschikt.
|
||||
|
||||
**4.** Bij het verlenen van de akte van opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, kan de aanwijzing van de toezichthouder en de direct toezichthouder achterwege blijven. In dat geval is het gestelde in hoofdstuk 6, met uitzondering van artikel 35 niet van toepassing op de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -145,7 +150,7 @@ Onze Minister verleent de akte van opsporingsbevoegdheid, waarin staan vermeld h
|
|||
De aanvraag bevat, naast de in artikel 5 genoemde gegevens, de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
a. een omschrijving van de categorie of eenheid binnen de organisatie en van de functies, waarvan de opsporingsbevoegdheid deel moet uitmaken, en
|
||||
b. een opgave van het hoogste aantal personen dat in die functies moet kunnen worden aangewezen.
|
||||
b. een opgave van het hoogste aantal personen dat in die functies moet kunnen worden aangesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Het bepaalde in artikel 9, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -164,13 +169,13 @@ In de beschikking wordt het hoogste aantal personen vermeld dat op grond van de
|
|||
De aanvraag ten behoeve van de categorie of eenheid bevat, naast de in artikel 5 genoemde gegevens, de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
a. een omschrijving van de categorie of eenheid binnen de organisatie en van de functies, waarvan de opsporingsbevoegdheid deel moet uitmaken, en
|
||||
b. een opgave van het hoogste aantal personen dat in die functies moet kunnen worden aangewezen.
|
||||
b. een opgave van het hoogste aantal personen dat in die functies moet kunnen worden aangesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Het bepaalde in artikel 9, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Indien Onze Minister ingevolge artikel 14 heeft beslist tot aanvulling van de opsporingsbevoegdheid, zendt hij een afschrift van zijn beschikking aan het College van procureurs-generaal, die bevoegd is tot aanpassing van de akte van beëdiging. In dat geval past het College van procureurs-generaal de akte van beëdiging aan.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. De bekwaamheid en de betrouwbaarheid
|
||||
|
||||
|
|
@ -178,23 +183,21 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**1.** Een persoon beschikt over de bekwaamheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden, indien hij de daarvoor vastgestelde basiskennis en vaardigheden bezit. De bekwaamheid blijkt uit het met goed gevolg hebben afgelegd van een examen waarmee Onze Minister heeft ingestemd.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan ten aanzien van categorieën buitengewoon opsporingsambtenaren aanvullende bekwaamheidseisen stellen. Onze Minister bepaalt daarbij of het voldoen aan die eisen blijkt uit het met goed gevolg hebben afgelegd van een examen waarmee hij heeft ingestemd of uit het met goed gevolg hebben doorlopen van een opleidingsprogramma waarmee hij heeft ingestemd. Het opleidingsprogramma kan worden doorlopen na de beëdiging.
|
||||
|
||||
**3.** Van het met goed gevolg afleggen van de in het eerste en tweede lid bedoelde examens en van het met goed gevolg hebben doorlopen van het in het tweede lid bedoelde programma kan ontheffing worden verleend, indien de bekwaamheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden op andere wijze blijkt. Bij het verlenen van een ontheffing kunnen aanwijzingen en voorschriften worden gegeven met het oog op het waarborgen van een adequaat niveau van bekwaamheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden.
|
||||
**2.** Van het met goed gevolg afleggen van het in het eerste lid genoemde examen kan ontheffing worden verleend, indien de bekwaamheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden op andere wijze blijkt. Bij het verlenen van een ontheffing kunnen aanwijzingen en voorschriften worden gegeven met het oog op het waarborgen van een adequaat niveau van bekwaamheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
**1.** Een persoon beschikt over de betrouwbaarheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden, indien hij van onbesproken gedrag is.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister beslist of een persoon betrouwbaar is voor de uitoefening van de opsporingsbevoegdheden.
|
||||
**2.** Het College van procureurs-generaal beslist of een persoon betrouwbaar is voor de uitoefening van de opsporingsbevoegdheden.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. De beëdiging
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister beëdigt de persoon, bedoeld in artikel 2, tot buitengewoon opsporingsambtenaar.
|
||||
**1.** Het College van procureurs-generaal beëdigt de persoon, bedoeld in artikel 2, tot buitengewoon opsporingsambtenaar.
|
||||
|
||||
**2.** De werkgever dient een aanvraag tot beëdiging van een buitengewoon opsporingsambtenaar in bij Onze Minister en overlegt daarbij een bewijs van de titel van opsporingsbevoegdheid en een bewijs van bekwaamheid van de te beëdigen persoon.
|
||||
**2.** De werkgever dient een aanvraag tot beëdiging van een buitengewoon opsporingsambtenaar in bij het College van procureurs-generaal en overlegt daarbij een bewijs van de titel van opsporingsbevoegdheid en een bewijs van bekwaamheid van de te beëdigen persoon.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag, bedoeld in artikel 9, eerste lid, wordt tevens geacht te zijn een aanvraag tot beëdiging.
|
||||
|
||||
|
|
@ -204,25 +207,25 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister maakt ten behoeve van de beëdiging een akte van beëdiging op. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een door Onze Minister vastgesteld model.
|
||||
**1.** Het College van procureurs-generaal maakt ten behoeve van de beëdiging een akte van beëdiging op. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een door Onze Minister vastgesteld model.
|
||||
|
||||
**2.** In de akte van beëdiging zijn in elk geval opgenomen de feiten tot de opsporing waarvan de desbetreffende persoon beëdigd is en het grondgebied waarvoor de opsporingsbevoegdheid geldt. Als grondgebied wordt bepaald het gebied waarop de desbetreffende persoon zijn functie uitoefent in verband waarmee hij tot buitengewoon opsporingsambtenaar wordt beëdigd.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd is politiebevoegdheden uit te oefenen dan wel geweldmiddelen te gebruiken, wordt daarvan aantekening gemaakt op de akte.
|
||||
**3.** Indien de buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd is politiebevoegdheden uit te oefenen dan wel geweldmiddelen, als bedoeld in artikel 37, derde lid, van de Ambtsinstructie voor de politie en de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar, te gebruiken, wordt daarvan aantekening gemaakt op de akte.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister neemt van de te beëdigen persoon de eed, verklaring of belofte van zuivering en een ambtseed of ambtsbelofte, vastgelegd in bijlage A, af. Het proces-verbaal van de aflegging van de eden, verklaring en beloften wordt aan de akte van beëdiging toegevoegd en maakt vanaf dat moment daarvan deel uit.
|
||||
**1.** Het College van procureurs-generaal neemt van de te beëdigen persoon de eed, verklaring of belofte van zuivering en een ambtseed of ambtsbelofte, vastgelegd in bijlage A, af. Het proces-verbaal van de aflegging van de eden, verklaring en beloften wordt aan de akte van beëdiging toegevoegd en maakt vanaf dat moment daarvan deel uit.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de bekendmaking of de beëdiging ontvangt de buitengewoon opsporingsambtenaar, de akte van beëdiging, het legitimatiebewijs, de tekst van hoofdstuk 5 en, voorzover op hem van toepassing, een afschrift van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren.
|
||||
**2.** Bij de bekendmaking of de beëdiging ontvangt de buitengewoon opsporingsambtenaar, de akte van beëdiging, het legitimatiebewijs, de tekst van hoofdstuk 5 en, voorzover op hem van toepassing, een afschrift van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister zendt een afschrift van de akte van beëdiging aan de toezichthouder en de direct toezichthouder.
|
||||
**3.** Het College van procureurs-generaal zendt een afschrift van de akte van beëdiging aan de toezichthouder en de direct toezichthouder.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister kan van de bevoegdheid tot het afleggen van de eden, verklaringen en beloften, bedoeld in artikel 20, eerste lid, mandaat verlenen aan de direct toezichthouder dan wel, indien de desbetreffende persoon behoort tot een dienst ressorterend onder een van Onze Ministers die het mede aangaat, aan het hoofd van die dienst. Onze Minister zendt in dat geval de door hem opgemaakte akte van beëdiging van te voren toe aan de direct toezichthouder of het hoofd van dienst.
|
||||
**1.** Het College van procureurs-generaal kan van de bevoegdheid tot het afleggen van de eden, verklaringen en beloften, bedoeld in artikel 20, eerste lid, mandaat verlenen aan de direct toezichthouder dan wel, indien de desbetreffende persoon behoort tot een dienst ressorterend onder een van Onze Ministers die het mede aangaat, aan het hoofd van die dienst. De procureur-generaal zendt in dat geval de door hem opgemaakte akte van beëdiging van te voren toe aan de direct toezichthouder of het hoofd van dienst.
|
||||
|
||||
**2.** De direct toezichthouder dan wel het hoofd van dienst in wiens handen de aflegging van de eden, verklaringen en beloften heeft plaatsgevonden, maakt van de aflegging proces-verbaal op en voegt dat toe aan de akte van beëdiging. Bij de beëdiging ontvangt de buitengewoon opsporingsambtenaar de in artikel 20, tweede lid, bedoelde stukken en wordt daarvan mededeling gedaan aan Onze Minister.
|
||||
**2.** De direct toezichthouder dan wel het hoofd van dienst in wiens handen de aflegging van de eden, verklaringen en beloften heeft plaatsgevonden, maakt van de aflegging proces-verbaal op en voegt dat toe aan de akte van beëdiging. Bij de beëdiging ontvangt de buitengewoon opsporingsambtenaar de in artikel 20, tweede lid, bedoelde stukken en wordt daarvan mededeling gedaan aan het College van procureurs-generaal.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
|
|
@ -232,21 +235,23 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
**1.** Een aanvraag tot wijziging van de akte van beëdiging wordt ingediend bij Onze Minister. Bij deze aanvraag wordt de akte overgelegd.
|
||||
**1.** Een aanvraag tot wijziging van de akte van beëdiging wordt ingediend bij het College van procureurs-generaal. Bij deze aanvraag wordt de akte overgelegd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onze Minister, past de akte van beëdiging aan indien de aanvraag betrekking heeft op een wijziging van:
|
||||
Het College van procureurs-generaal, past de akte van beëdiging aan indien de aanvraag betrekking heeft op een wijziging van:
|
||||
|
||||
a. de titel van opsporingsbevoegdheid dan wel de opsomming van de feiten tot welke opsporing de buitengewoon opsporingsambtenaar ingevolge die titel bevoegd is, overeenkomstig de bij of krachtens de wet gewijzigde titel dan wel opsomming;
|
||||
b. de standplaats;
|
||||
c. het grondgebied waarvoor de opsporingsbevoegdheid geldt, indien hem van de noodzaak daartoe is gebleken.
|
||||
|
||||
**3.** Heeft de aanpassing ingevolge een aanvraag tot wijziging van het grondgebied tot gevolg dat het grondgebied waarvoor de opsporingsbevoegdheid geldt zich zal uitstrekken over het gehele land stelt het College van procureurs-generaal Onze Minister daarvan in kennis.
|
||||
|
||||
### Artikel 24
|
||||
|
||||
**1.** De eed vervalt zodra de opsporingsbevoegdheid is vervallen.
|
||||
|
||||
**2.** Na het vervallen van de eed zendt de buitengewoon opsporingsambtenaar zijn akte van beëdiging en zijn legitimatiebewijs aan Onze Minister.
|
||||
**2.** Na het vervallen van de eed zendt de buitengewoon opsporingsambtenaar zijn akte van beëdiging en zijn legitimatiebewijs aan het College van procureurs-generaal.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 5. De instructie
|
||||
|
||||
|
|
@ -256,7 +261,7 @@ c. het grondgebied waarvoor de opsporingsbevoegdheid geldt, indien hem van de no
|
|||
|
||||
**2.** De buitengewoon opsporingsambtenaar gedraagt zich bij de uitoefening van zijn opsporingsbevoegdheden overeenkomstig de bij of krachtens de wet gegeven regels.
|
||||
|
||||
**3.** Indien hij bevoegd is politiebevoegdheden uit te oefenen, gedraagt hij zich overeenkomstig artikel 7, eerste tot en met vierde en zevende lid, van de Politiewet 2012 en de op hem van toepassing zijnde bepalingen uit de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren.
|
||||
**3.** Indien hij bevoegd is politiebevoegdheden uit te oefenen, gedraagt hij zich overeenkomstig artikel 8, eerste, tweede, derde en vijfde lid, van de Politiewet 1993 en de op hem van toepassing zijnde bepalingen uit de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
|
|
@ -266,23 +271,17 @@ c. het grondgebied waarvoor de opsporingsbevoegdheid geldt, indien hem van de no
|
|||
|
||||
**3.** Onverminderd artikel 1, eerste en tweede lid, van de Algemene wet op het binnentreden toont de buitengewoon opsporingsambtenaar zijn legitimatiebewijs desgevraagd aanstonds.
|
||||
|
||||
### Artikel 26a
|
||||
|
||||
**1.** Indien de buitengewoon opsporingsambtenaar een uniform of bedrijfskleding draagt, wordt dat uniform of die bedrijfskleding op een duidelijk zichtbare plaats voorzien van een insigne, waarvan het model door Onze Minister wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op het uniform van een buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam bij de politie, de Koninklijke marechaussee of de Belastingdienst/Douane.
|
||||
|
||||
### Artikel 27
|
||||
|
||||
In het proces-verbaal van opsporingshandelingen of in enige andere schriftelijke verslaglegging van de uitoefening van bevoegdheden vermeldt de buitengewoon opsporingsambtenaar zijn standplaats en het nummer van zijn akte van beëdiging.
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
De buitengewoon opsporingsambtenaar volgt bij de opsporing de door of namens het bevoegde gezag, bedoeld in artikel 148 van het Wetboek van Strafvordering, gegeven aanwijzingen op, tenzij artikel 80, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen of artikel 11:3, vierde lid, van de Algemene douanewet van toepassing is. Hij verstrekt het bevoegd gezag de gewenste inlichtingen.
|
||||
De buitengewoon opsporingsambtenaar volgt bij de opsporing de door of namens het bevoegde gezag, bedoeld in artikel 148 van het Wetboek van Strafvordering, gegeven aanwijzingen op, tenzij artikel 80, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen of artikel 203 van de Wet inzake de douane van toepassing is. Hij verstrekt het bevoegd gezag de gewenste inlichtingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
**1.** De buitengewoon opsporingsambtenaar volgt bij het uitoefenen van de politiebevoegdheden de door de direct toezichthouder gegeven aanwijzingen op.
|
||||
**1.** De buitengewoon opsporingsambtenaar volgt bij het uitoefenen van de politiebevoegdheden de door of namens de meerdere, bedoeld in artikel 37, derde lid, van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar, gegeven aanwijzingen op.
|
||||
|
||||
**2.** Hij verstrekt de meerdere, bedoeld in het eerste lid, de gewenste inlichtingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -294,11 +293,11 @@ De buitengewoon opsporingsambtenaar volgt bij de opsporing de door of namens het
|
|||
|
||||
### Artikel 31
|
||||
|
||||
**1.** De buitengewoon opsporingsambtenaar zorgt ervoor dat hij blijft beschikken over de bekwaamheid en de betrouwbaarheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden. Hij werkt mee aan de regelmatige toetsing van de bekwaamheid en volgt in door Onze Minister te bepalen gevallen een bijscholingsprogramma waarmee deze heeft ingestemd.
|
||||
**1.** De buitengewoon opsporingsambtenaar zorgt ervoor dat hij blijft beschikken over de bekwaamheid en de betrouwbaarheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden. Hij werkt mee aan de regelmatige toetsing van de bekwaamheid.
|
||||
|
||||
**2.** De buitengewoon opsporingsambtenaar woont de door de direct toezichthouder aangewezen bijeenkomsten bij, waarin onderricht wordt gegeven in zaken welke verband houden met de uitoefening van opsporingsbevoegdheden.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de uitoefening van politiebevoegdheden mede het gebruik van bepaalde geweldmiddelen omvat, oefent de buitengewoon opsporingsambtenaar met die middelen.
|
||||
**3.** Indien de uitoefening van politiebevoegdheden mede het gebruik van bepaalde geweldmiddelen, als bedoeld in artikel 37, derde lid, van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar, omvat, oefent de buitengewoon opsporingsambtenaar met die middelen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Het toezicht
|
||||
|
||||
|
|
@ -306,15 +305,13 @@ De buitengewoon opsporingsambtenaar volgt bij de opsporing de door of namens het
|
|||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister is belast met het toezicht op de buitengewoon opsporingsambtenaar voor wat betreft diens titel van opsporingsbevoegdheid en diens bekwaamheid en betrouwbaarheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden.
|
||||
**1.** Het College van procureurs-generaal is belast met het toezicht op de buitengewoon opsporingsambtenaar voor wat betreft diens titel van opsporingsbevoegdheid en diens bekwaamheid en betrouwbaarheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden.
|
||||
|
||||
**2.** Ten minste iedere vijf jaar dan wel ten minste op het daartoe op de akte van beëdiging vermelde tijdstip, stelt Onze Minister vast of de titel van opsporingsbevoegdheid en de bekwaamheid en de betrouwbaarheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden nog aanwezig zijn, alsmede of het dienstverband of de functie van de buitengewoon opsporingsambtenaar ongewijzigd is gebleven en het opsporen van strafbare feiten nog steeds onderdeel uitmaakt van diens functie. Onze Minister kan daartoe inlichtingen vragen aan het College van procureurs-generaal en andere betrokkenen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister bepaalt of het nog aanwezig zijn van de bekwaamheid blijkt uit het met goed gevolg hebben afgelegd van het in artikel 16, eerste en tweede lid, bedoelde examen of uit het met goed gevolg hebben doorlopen van het in artikel 16, tweede lid, of artikel 31, eerste lid, bedoelde programma. Artikel 16, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Iedere vijf jaar dan wel op het daartoe op de akte van beëdiging vermelde tijdstip, stelt het College van procureurs-generaal vast of de titel van opsporingsbevoegdheid en de bekwaamheid en betrouwbaarheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden nog aanwezig zijn, alsmede of het dienstverband of de functie van de buitengewoon opsporingsambtenaar ongewijzigd is gebleven en het opsporen van strafbare feiten nog steeds onderdeel uitmaakt van diens functie. Hij kan daartoe inlichtingen vragen aan de betrokkenen.
|
||||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
**1.** Ter vaststelling van de bekwaamheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden legt de werkgever binnen vier weken op een daartoe strekkend verzoek van Onze Minister, de bewijzen van de bekwaamheid van buitengewoon opsporingsambtenaar over. Onze Minister kan uitstel verlenen van de genoemde termijn.
|
||||
**1.** Ter vaststelling van de bekwaamheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden legt de werkgever binnen vier weken op een daartoe strekkend verzoek van het College van procureurs-generaal, de bewijzen van de bekwaamheid van buitengewoon opsporingsambtenaar over. Het College van procureurs-generaal kan uitstel verlenen van de genoemde termijn.
|
||||
|
||||
**2.** Indien binnen de gestelde termijn geen bewijzen van de bekwaamheid van de betrokkenen zijn overgelegd, wordt die bekwaamheid geacht niet meer aanwezig te zijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -330,7 +327,7 @@ De buitengewoon opsporingsambtenaar volgt bij de opsporing de door of namens het
|
|||
|
||||
De opsporingsbevoegdheid vervalt met ingang van de dag na de datum waarop
|
||||
|
||||
a. de titel van opsporingsbevoegdheid vervalt of wijzigt, tenzij de akte van beëdiging is gewijzigd als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onder a;
|
||||
a. de titel van opsporingsbevoegdheid vervalt of wijzigt, tenzij de akte van beëdiging is gewijzigd als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onder *a*;
|
||||
b. is vastgesteld dat de bekwaamheid of betrouwbaarheid voor de uitvoering van opsporingsbevoegdheden niet meer aanwezig is;
|
||||
c. is vastgesteld dat het dienstverband met de werkgever is beëindigd, dan wel dat de opsporing van strafbare feiten geen onderdeel meer uitmaakt van de functie van de desbetreffende persoon;
|
||||
d. door Onze Minister de opsporingsbevoegdheid van de desbetreffende persoon is beëindigd.
|
||||
|
|
@ -342,7 +339,7 @@ Onze Minister kan de opsporingsbevoegdheid van een buitengewoon opsporingsambten
|
|||
a. op een daartoe strekkende aanvraag van de werkgever of van de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar;
|
||||
b. indien de buitengewoon opsporingsambtenaar misbruik maakt van zijn bevoegdheden;
|
||||
c. indien de buitengewoon opsporingsambtenaar de aanwijzingen van het bevoegd gezag, de toezichthouder en de direct toezichthouder niet nakomt;
|
||||
d. indien de buitengewoon opsporingsambtenaar heeft gehandeld in strijd met enige andere bepaling bij of krachtens dit besluit of voor zover op hem van toepassing, de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren.
|
||||
d. indien de buitengewoon opsporingsambtenaar heeft gehandeld in strijd met enige andere bepaling bij of krachtens dit besluit of voor zover op hem van toepassing, de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan de opsporingsbevoegdheid van een buitengewoon opsporingsambtenaar opschorten voor de duur van het onderzoek naar de in het tweede lid, onder *b* tot en met *d*, genoemde handelingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -350,21 +347,17 @@ d. indien de buitengewoon opsporingsambtenaar heeft gehandeld in strijd met enig
|
|||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.** Bij de verlening van een titel van opsporingsbevoegdheid of bij de beëdiging wijst Onze Minister een toezichthouder en een direct toezichthouder aan.
|
||||
**1.** De aanwijzing van de toezichthouder en de direct toezichthouder vindt plaats ter gelegenheid van de verlening van een titel van opsporingsbevoegdheid of de beëdiging.
|
||||
|
||||
**2.** Als toezichthouder wordt een hoofdofficier van justitie aangewezen.
|
||||
**2.** Indien het grondgebied, bedoeld in artikel 5, onder *b*, is gelegen binnen de grenzen van een politieregio, is de hoofdofficier van justitie, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Politiewet 1993, de toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar. De korpschef, bedoeld in artikel 24 van de Politiewet 1993, is in dat geval de direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Als direct toezichthouder wordt aangewezen:
|
||||
|
||||
a. indien het grondgebied, bedoeld in artikel 5, onder b, is gelegen binnen het gebied waarin een regionale eenheid van de politie de politietaak uitvoert: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;
|
||||
b. indien het grondgebied, bedoeld in artikel 5, onder b, groter is dan het gebied waarin een regionale eenheid van de politie de politietaak uitvoert: de korpschef, of het hoofd van een onder de centrale overheid ressorterende landelijke dienst;
|
||||
c. indien de buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam is bij de krijgsmacht: de commandant van de Koninklijke marechaussee, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Politiewet 2012.
|
||||
**3.** Indien het grondgebied waarvoor de opsporingsbevoegdheid geldt, is gelegen in meer dan één politieregio binnen hetzelfde ressort, wijst het College van procureurs-generaal een hoofdofficier van justitie als toezichthouder en een korpschef als direct toezichthouder aan.
|
||||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Indien de buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd is in het gehele land op te sporen dan wel zijn titel van opsporingsbevoegdheid ontleent aan een beschikking als bedoeld in de artikelen 11 en 13, wijst Onze Minister een lid van het openbaar ministerie als toezichthouder aan. Onze Minister kan de korpschef van een regionaal politiekorps of de korpschef van het Korps landelijke politiediensten als direct toezichthouder aanwijzen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam is bij de krijgsmacht dan wel bij de Belastingdienst, wordt de commandant van de Koninklijke marechaussee, bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Politiewet 1993 respectievelijk het bestuur van 's Rijks belastingen, bedoeld in artikel 80 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 203 van de Wet inzake de douane, als direct toezichthouder aangewezen.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
|
|
@ -374,7 +367,7 @@ De toezichthouder ziet er op toe dat de buitengewoon opsporingsambtenaar zijn ta
|
|||
|
||||
**1.** De direct toezichthouder ziet toe dat de buitengewoon opsporingsambtenaar het gestelde in hoofdstuk 5 naleeft. Hij oefent tevens het dagelijks toezicht uit op de juiste uitoefening van bevoegdheden en een goede samenwerking met de politie.
|
||||
|
||||
**2.** De direct toezichthouder ziet toe dat de werkgever zorg draagt voor het onderricht aan de buitengewoon opsporingsambtenaar, tenzij in de voorschriften, bedoeld in artikel 16, derde lid, een ander persoon daarvoor is aangewezen.
|
||||
**2.** Hij draagt zorg voor het onderricht aan de buitengewoon opsporingsambtenaar, tenzij in de voorschriften, bedoeld in artikel 16, tweede lid, een ander persoon daarvoor is aangewezen.
|
||||
|
||||
**3.** De direct toezichthouder verstrekt de toezichthouder de gewenste inlichtingen en doet ook ongevraagd mededeling van hetgeen voor het uitoefenen van het toezicht van belang kan zijn.
|
||||
|
||||
|
|
@ -392,9 +385,7 @@ De toezichthouder ziet er op toe dat de buitengewoon opsporingsambtenaar zijn ta
|
|||
|
||||
**1.** De werkgever verschaft de toezichthouder en de direct toezichthouder alle door hen gewenste informatie met betrekking tot de in zijn dienst werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan bepalen dat de werkgever, aan wie hij ingevolge artikel 142, eerste lid, onder b, en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering een categoriale beschikking heeft verleend, een jaarverslag dan wel op andere door hem te bepalen wijze informatie aan hem doet toekomen.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan eisen stellen aan het door de werkgever of een categorie van werkgevers te gebruiken systeem voor het registreren en verstrekken van de in het eerste lid bedoelde informatie en van operationele informatie die wordt verkregen in het kader van de taakuitvoering van de buitengewoon opsporingsambtenaar.
|
||||
**2.** Onze Minister kan bepalen dat de werkgever, aan wie hij ingevolge artikel 142, eerste lid, onder *b*, en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering een categoriale beschikking heeft verleend, een jaarverslag dan wel op andere door hem te bepalen wijze informatie aan hem doet toekomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 42
|
||||
|
||||
|
|
@ -406,56 +397,52 @@ De toezichthouder ziet er op toe dat de buitengewoon opsporingsambtenaar zijn ta
|
|||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister houdt een registratie bij van de buitengewoon opsporingsambtenaren die door hem zijn beëdigd. Hij registreert de gegevens die staan vermeld op de akte van beëdiging alsmede alle wijzigingen die in de akte van beëdiging zijn aangebracht.
|
||||
**1.** De procureur-generaal houdt een registratie bij van de buitengewoon opsporingsambtenaren die door hem zijn beëdigd. Hij registreert de gegevens die staan vermeld op de akte van beëdiging alsmede alle wijzigingen die in de akte van beëdiging zijn aangebracht.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister bewaart de bescheiden die betrekking hebben op de buitengewoon opsporingsambtenaren.
|
||||
**2.** Hij bewaart de bescheiden die betrekking hebben op de buitengewoon opsporingsambtenaar van wie de standplaats binnen zijn rechtsgebied valt.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister verschaft desgewenst informatie over de buitengewoon opsporingsambtenaren aan het College van procureurs-generaal.
|
||||
**3.** Hij verschaft Onze Minister de gewenste informatie over de buitengewoon opsporingsambtenaren.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
**1.** De personen voor wie een aanvraag op grond van dit besluit is ingediend en die op 1 april 1994 in het bezit zijn van een diploma vermeld op de bij dit besluit gevoegde bijlage (Bijlage B.) wordt ontheffing verleend van de in artikel 16, eerste lid, gestelde eis, voor de periode genoemd in het tweede lid.
|
||||
|
||||
Indien voor 1 januari 2013 als toezichthouder is aangewezen de hoofdofficier van justitie van het in de linkerkolom bedoelde arrondissementsparket, is met ingang van 1 januari 2013 als toezichthouder aangewezen de hoofdofficier van justitie van het in de rechterkolom bedoelde arrondissementsparket.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
| Alkmaar | Noord-Holland |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Almelo | Oost-Nederland |
|
||||
| Amsterdam | Amsterdam |
|
||||
| Arnhem | Oost-Nederland |
|
||||
| Assen | Noord-Nederland |
|
||||
| Breda | Zeeland-West-Brabant |
|
||||
| Dordrecht | Rotterdam |
|
||||
| ’s-Gravenhage | Den Haag |
|
||||
| Groningen | Noord-Nederland |
|
||||
| Haarlem | Noord-Holland |
|
||||
| ’s-Hertogenbosch | Oost-Brabant |
|
||||
| Leeuwarden | Noord-Nederland |
|
||||
| Maastricht | Limburg |
|
||||
| Middelburg | Zeeland-West-Brabant |
|
||||
| Roermond | Limburg |
|
||||
| Rotterdam | Rotterdam |
|
||||
| Utrecht | Midden-Nederland |
|
||||
| Zutphen | Oost-Nederland |
|
||||
| Zwolle-Lelystad | Oost-Nederland |
|
||||
De ontheffing geldt voor de hierna te noemen groepen personen tot het tijdstip dat daarbij staat vermeld:
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is met ingang van 1 januari 2013 als toezichthouder aangewezen de hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Midden-Nederland, indien voor 1 januari 2013 als toezichthouder is aangewezen de hoofdofficier van justitie van het arrondissementparket Zwolle-Lelystad en het grondgebied, bedoeld in artikel 5, onder b, is gelegen binnen de grenzen van de politieregio Flevoland als bedoeld in de bijlage bij de Politiewet 1993, zoals deze wet luidde voor 1 januari 2013.
|
||||
a. zij die voor 1-1-1975 een diploma hebben verkregen tot 1-1-1996;
|
||||
b. zij die tussen 1-1-1975 en 1-1-1980 een diploma hebben verkregen tot 1-1-1997;
|
||||
c. zij die tussen 1-1-1980 en 1-1-1986 een diploma hebben verkregen tot 1-1-1998;
|
||||
d. zij die tussen 1-1-1986 en 1-1-1991 een diploma hebben verkregen tot 1-1-1999 en
|
||||
e. zij die tussen 1-1-1991 en vóór 1 april 1994 het diploma hebben behaald tot 1-1-2000.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid is met ingang van 1 januari 2013 als toezichthouder aangewezen de hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Midden-Nederland, indien voor 1 januari 2013 als toezichthouder is aangewezen de hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Amsterdam en het gebied, bedoeld in artikel 5, onder 5, is gelegen binnen de grenzen van de politieregio Gooi en Vechtstreek als bedoel in de bijlage bij de Politiewet 1993, zoals deze wet luidde voor 1 januari 2013.
|
||||
**3.** Indien de aanvraag voor de beëdiging van een buitengewoon opsporingsambtenaar wordt ingediend voor 1 april 1995 en de werkgever daarbij aantoont dat de desbetreffende persoon voor 1 april 1994 is beëdigd, behoeft de buitengewoon opsporingsambtenaar niet opnieuw te worden beëdigd. Artikel 22 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan nadere regels geven over de wijze waarop de in het eerste lid genoemde personen die voldoen aan het bepaalde in artikel 2 een akte van beëdiging kunnen verkrijgen.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De termijn voor het behandelen van een aanvraag op grond van dit besluit kan worden verlengd met ten hoogste negen maanden, indien
|
||||
|
||||
a. de aanvraag voor 1 april 1995 is ingediend, en
|
||||
b. de aanvraag betrekking heeft op personen als bedoeld in artikel 3, hoofdstuk 2, afdeling 1 van de Invoeringswet Politiewet 1993 en artikel 3, eerste lid, onder *b*, van de Politiewet 1993. Onze Minister kan regels geven ten behoeve van de uitoefening van opsporingsbevoegdheden in de periode dat nog niet op de aanvraag is beslist.
|
||||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
Indien voor 1 januari 2013 als direct toezichthouder is aangewezen de korpschef van een in de tabel genoemd politiekorps als bedoeld in artikel 4 van de Politiewet 1993, zoals deze wet luidde voor 1 januari 2013, is met ingang van 1 januari 2013 als direct toezichthouder aangewezen de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012.
|
||||
**1.** Het besluit van 28 maart 1952, *Stb.* 175, tot vaststelling van regelen omtrent de beëdiging van ambtenaren, belast met de opsporing van economische delicten wordt ingetrokken.
|
||||
|
||||
**2.** Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
|
||||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
|
||||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
|
|
@ -465,10 +452,74 @@ Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na datum van uitgifte
|
|||
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.
|
||||
|
||||
## Bijlage A
|
||||
## Bijlage A. bedoeld in artikel 19, eerste lid
|
||||
|
||||
Bij aanvaarding van de aanwijzing tot buitengewoon opsporingsambtenaar legt de desbetreffende persoon de navolgende eden (verklaringen en beloften) af:
|
||||
|
||||
## Bijlage B. bedoeld in artikel 44, eerste lid
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Diploma NPA;
|
||||
|
||||
Politiediploma A of B;
|
||||
|
||||
Diploma Herziene primaire opleiding;
|
||||
|
||||
Diploma surveillant van politie;
|
||||
|
||||
Diploma Koninklijke Marechaussee;
|
||||
|
||||
Diploma reservepolitie;
|
||||
|
||||
Diploma onbezoldigde opsporingsambtenaren van politie van de Politieopleidingsinstituten (LSOP);
|
||||
|
||||
Diploma onbezoldigd ambtenaar van gemeentepolitie van de Gemeentepolitie Amsterdam, Rotterdam, 's-Gravenhage, Utrecht of Arnhem;
|
||||
|
||||
Diploma onbezoldigd ambtenaar van Rijkspolitie, district 's-Gravenhage;
|
||||
|
||||
Diploma onbezoldigd ambtenaar van politie, Stichting Politie vormingscentrum te Vaassen (gem. Epe);
|
||||
|
||||
Diploma Nederlands Instituut voor Opleiding van Opsporingsambtenaren te Tienhoven (gem. Maarssen);
|
||||
|
||||
Diploma politiestudiecentrum Amsterdam;
|
||||
|
||||
Diploma onbezoldigde opsporingsambtenaren, instituut Minerva te Naarden;
|
||||
|
||||
Diploma Stichting docentenkollektief Zuid-Holland;
|
||||
|
||||
Diploma opsporingsfunctionaris sociale zekerheid, Stichting opleiding sociale verzekering;
|
||||
|
||||
Het bewijs van het gevolgd hebben van een van de navolgende opleidingen van de Stichting Opleiding Sociale Verzekering:
|
||||
|
||||
cursus Centrale Opleiding Opsporingsfunctionarissen SV, de DIVOSA-opleiding sociaal rechercheur en bijzonder controleur en de cursus Centrale opleiding opsporing sociale zekerheidsfraude;
|
||||
|
||||
Diploma HAMIL of OBD van de Bestuursacademies;
|
||||
|
||||
Diploma milieuopleiding van het Centraal Instituut Vorming en Opleiding Bestuursdienst;
|
||||
|
||||
Diploma opleidingscentrum Algemene Inspectiedienst Ministerie van LNV;
|
||||
|
||||
Het bewijs van het gevolgd hebben van de opleiding milieudelicten ten behoeve van inspectiejuristen en coördinatoren van de Nederlandse Politieacademie;
|
||||
|
||||
Diploma handhaving milieuwetgeving van Nieuw Rollecate of de Rijkshogeschool te Deventer;
|
||||
|
||||
Diploma vierjarige dagopleiding milieukunde met bijvak handhaving milieuwetgeving;
|
||||
|
||||
Het bewijs van het gevolgd hebben van de basisopleiding ambtenaar Algemene Inspectiedienst en onbezoldigd ambtenaar Algemene Inspectiedienst;
|
||||
|
||||
Diploma Scheepvaartmeester A en B;
|
||||
|
||||
Het bewijs van het gevolgd hebben van de cursus onbezoldigd opsporingsambtenaar van gemeentepolitie van het havenbedrijf Rotterdam;
|
||||
|
||||
Diploma opsporingsambtenaar Wet verontreiniging oppervlaktewater;
|
||||
|
||||
Diploma opleiding opsporingsfunctionaris Dienst Omroepbijdragen;
|
||||
|
||||
Het bewijs van het gevolgd hebben van de basisopleiding Marine beveiligingskorps;
|
||||
|
||||
Diploma Agent spoorwegpolitie;
|
||||
|
||||
Het bewijs van het gevolgd hebben van de opleiding keurmeester van de Keuringsdienst van Waren;
|
||||
|
||||
Diploma Nederlandse vereniging van jachtopzichters;
|
||||
|
||||
Vakbekwaamheidsdiploma van de opleiding personeel openbare reinigingsbedrijven.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue