2006-04-01 | BWBR0018906 | Wet toelating zorginstellingen
This commit is contained in:
parent
066bc8eed3
commit
251272292f
1 changed files with 26 additions and 28 deletions
|
|
@ -23,12 +23,12 @@ b. College bouw: het College bouw zorginstellingen, genoemd in artikel 19;
|
|||
c. College sanering: het College sanering zorginstellingen, genoemd in artikel 32;
|
||||
d. College zorgverzekeringen: het College voor zorgverzekeringen, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet;
|
||||
e. Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten: het fonds, genoemd in artikel 89 van de Wet financiering sociale verzekeringen;
|
||||
f. instelling: een organisatorisch verband dat een toelating heeft als bedoeld in artikel 5, eerste, tweede of derde lid;
|
||||
f. instelling: een organisatorisch verband dat een toelating heeft als bedoeld in artikel 5, eerste lid;
|
||||
g. exploitatie van een instelling: het in bedrijf hebben van een instelling.
|
||||
|
||||
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kan met betrekking tot daarbij aan te wijzen categorieën van instellingen worden bepaald dat delen van deze wet op die instellingen of een deel daarvan niet van toepassing zijn.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan met betrekking tot daarbij aan te wijzen categorieën van instellingen worden bepaald dat zij, al dan niet onder voorwaarden of beperkingen, voor de toepassing van artikel 5, eerste of tweede lid, worden aangemerkt als in het bezit van een toelating.
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan met betrekking tot daarbij aan te wijzen categorieën van instellingen worden bepaald dat zij, al dan niet onder voorwaarden of beperkingen, voor de toepassing van artikel 5, eerste lid, worden aangemerkt als in het bezit van een toelating.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -44,37 +44,35 @@ g. exploitatie van een instelling: het in bedrijf hebben van een instelling.
|
|||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister maakt, gelet op de ontwikkelingen in de gezondheidszorg, ten minste eenmaal in de vier jaar zijn visie op een kwalitatief goed, doelmatig, evenwichtig en voor eenieder toegankelijk stelsel van gezondheidszorg bekend. In deze visie is tevens opgenomen hoe de bereikbaarheid van de acute zorg, daaronder begrepen de daaraan verbonden basiszorg, en van andere vormen van zorg ten aanzien waarvan aan de bereikbaarheid een bijzonder belang wordt gehecht, is gewaarborgd. Deze visie bevat tevens het financieel kader dat beschikbaar is voor de kosten voortvloeiend uit toelatingen die Onze Minister verleent op grond van artikel 7.
|
||||
**1.** Onze Minister maakt, gelet op de ontwikkelingen in de gezondheidszorg, ten minste eenmaal in de vier jaar zijn visie op een kwalitatief goed, doelmatig, evenwichtig en voor eenieder toegankelijk stelsel van gezondheidszorg bekend. In deze visie is tevens opgenomen hoe de bereikbaarheid van de acute zorg, daaronder begrepen de daaraan verbonden basiszorg, en van andere vormen van zorg ten aanzien waarvan aan de bereikbaarheid een bijzonder belang wordt gehecht, is gewaarborgd. Deze visie bevat tevens het financieel kader dat beschikbaar is voor de kosten voortvloeiend uit toelatingen die Onze Minister verleent met toepassing van artikel 7.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister zendt een afschrift van zijn visie aan beide kamers der Staten-Generaal, het College zorgverzekeringen en aan het College bouw.
|
||||
**2.** Onze Minister zendt een afschrift van zijn visie aan beide kamers der Staten-Generaal en aan het College bouw.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
Onze Minister stelt, gezien zijn visie, bedoeld in artikel 3, beleidsregels vast omtrent de beoordeling van aanvragen om toelating als bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid. Deze beleidsregels bevatten in ieder geval criteria omtrent de spreiding van de in artikel 3 bedoelde vormen van zorg ten aanzien waarvan aan de bereikbaarheid een bijzonder belang wordt gehecht. In de beleidsregels stelt Onze Minister voorts criteria vast voor het bepalen van de prioriteit van aanvragen om een toelating als bedoeld in artikel 5, tweede lid; deze criteria hebben in ieder geval betrekking op de bouwkundige en functionele staat van de instellingen.
|
||||
Onze Minister stelt, gezien zijn visie, bedoeld in artikel 3, beleidsregels vast omtrent de beoordeling van aanvragen om toelating als bedoeld in artikel 5, eerste lid. Deze beleidsregels bevatten in ieder geval criteria omtrent de spreiding van de in artikel 3 bedoelde vormen van zorg ten aanzien waarvan aan de bereikbaarheid een bijzonder belang wordt gehecht. In de beleidsregels stelt Onze Minister voorts criteria vast voor het bepalen van de prioriteit van aanvragen om een toelating waarop Onze Minister beslist met toepassing van artikel 7; deze criteria hebben in ieder geval betrekking op de bouwkundige en functionele staat van de instellingen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk III. Toelating en bouwprocedure
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** Een organisatorisch verband dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie van instellingen die zorg verlenen waarop aanspraak bestaat ingevolge artikel 6 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet, moet voor het verlenen van die zorg een toelating hebben van het College zorgverzekeringen.
|
||||
**1.** Een organisatorisch verband dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie van instellingen die zorg verlenen waarop aanspraak bestaat ingevolge artikel 6 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet, moet voor het verlenen van die zorg een toelating hebben van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid is een toelating van Onze Minister vereist indien ten behoeve van het verlenen van de in dat lid bedoelde zorg door een organisatorisch verband, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie, een bij die maatregel aangewezen vorm van bouw plaatsvindt.
|
||||
|
||||
**3.** Een toelating als bedoeld in het eerste en tweede lid kan aan instellingen met een winstoogmerk slechts worden verleend indien de instelling behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie.
|
||||
**2.** Een toelating kan aan instellingen met een winstoogmerk slechts worden verleend indien die instelling behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld:
|
||||
|
||||
a. de wijze waarop een aanvraag om een toelating bij Onze Minister onderscheidenlijk het College zorgverzekeringen wordt ingediend;
|
||||
a. de wijze waarop een aanvraag om een toelating bij Onze Minister wordt ingediend;
|
||||
b. welke gegevens bij de aanvraag worden overgelegd;
|
||||
c. met betrekking tot aanvragen als bedoeld in artikel 5, tweede lid: de termijn na de aanvang van een periode van telkens twee jaar, waarbinnen aanvragen in behandeling worden genomen met het oog op het toepassen van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4. De eerste periode van twee jaar vangt aan op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet dan wel, indien dat tijdstip niet 1 januari van enig jaar is, op 1 januari van het jaar, volgend op dat waarin deze wet in werking treedt.
|
||||
c. met betrekking tot aanvragen waarop Onze Minister beslist met toepassing van artikel 7: de termijn na de aanvang van een periode van telkens twee jaar, waarbinnen aanvragen in behandeling worden genomen met het oog op het toepassen van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4. De eerste periode van twee jaar vangt aan op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet dan wel, indien dat tijdstip niet 1 januari van enig jaar is, op 1 januari van het jaar, volgend op dat waarin deze wet in werking treedt.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Op aanvragen om toelating als bedoeld in artikel 5, tweede lid, beslist Onze Minister vóór het eind van de tweejaarlijkse periode, bedoeld in artikel 6, onder c, waarin de aanvragen in behandeling zijn genomen. Hij stelt de zorgverzekeraars in de zin van artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet gezamenlijk in de gelegenheid hun zienswijze kenbaar te maken.
|
||||
**1.** Indien een organisatorisch verband, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie, een toelating vraagt voor het verlenen van zorg ten behoeve waarvan een bij die maatregel aangewezen vorm van bouw plaatsvindt, beslist Onze Minister vóór het eind van de tweejaarlijkse periode, bedoeld in artikel 6, onder c, waarin de aanvraag in behandeling is genomen. Onze Minister stelt de zorgverzekeraars in de zin van artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet gezamenlijk in de gelegenheid hun zienswijze kenbaar te maken.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister wint over een aanvraag om een toelating het advies in van het College bouw. Het College bouw beziet de aanvraag onder meer in het licht van de eisen, bedoeld in artikel 10.
|
||||
**2.** Onze Minister wint over een aanvraag om een toelating als bedoeld in het eerste lid het advies in van het College bouw. Het College bouw beziet de aanvraag onder meer in het licht van de eisen, bedoeld in artikel 10.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -94,12 +92,12 @@ Indien het verlenen van een toelating niet mogelijk is op grond van artikel 7, d
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het College zorgverzekeringen verleent zijn toelating, bedoeld in artikel 5, eerste lid, indien:
|
||||
Onze Minister verleent een toelating waarop hij niet beslist met toepassing van artikel 7, indien:
|
||||
|
||||
a. de exploitatie past in de beleidsregels, bedoeld in artikel 4;
|
||||
b. het organisatorisch verband voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen eisen omtrent de bestuursstructuur, alsmede omtrent waarborgen voor een ordelijke en controleerbare bedrijfsvoering.
|
||||
|
||||
**2.** Van de verleende toelatingen doet het College zorgverzekeringen mededeling in de Staatscourant.
|
||||
**2.** Van de verleende toelatingen doet Onze Minister mededeling in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -115,7 +113,7 @@ b. het organisatorisch verband voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te
|
|||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.** Voor bouw waarvoor Onze Minister op grond van artikel 7 toelating heeft verleend, is een vergunning vereist van het College bouw.
|
||||
**1.** Voor bouw waarvoor Onze Minister met toepassing van artikel 7 toelating heeft verleend, is een vergunning vereist van het College bouw.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -124,36 +122,36 @@ Het College bouw verleent de vergunning voor zover de beoogde bouw:
|
|||
a. overeenkomt met hetgeen waarvoor de toelating, bedoeld in artikel 7, is verleend; en
|
||||
b. voldoet aan de prestatie-eisen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke gegevens ten behoeve van de beslissing van het College bouw moeten worden ingediend.
|
||||
**3.** Het College bouw bepaalt welke gegevens ten behoeve van zijn beslissing moeten worden ingediend.
|
||||
|
||||
**4.** Het College bouw kan aan de vergunning voorschriften verbinden met het oog op een goed verloop van de bouw.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
In de beslissing tot toelating op grond van artikel 7 of in de vergunning op grond van artikel 11 kan Onze Minister onderscheidenlijk het College bouw opnemen dat voor de eindverantwoording van bouw goedkeuring is vereist van het College bouw. Het College bouw toetst daarbij aan hetgeen waarvoor het vergunning heeft verleend dan wel, indien een vergunning niet was vereist, aan hetgeen waarvoor Onze Minister een toelating heeft verleend. Het College bouw zendt afschrift van zijn beschikkingen aan Onze Minister en van zijn beschikkingen die betrekking hebben op academische ziekenhuizen als bedoeld in artikel 1.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, een afschrift aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
|
||||
In de beslissing tot toelating met toepassing van artikel 7 of in de vergunning op grond van artikel 11 kan Onze Minister onderscheidenlijk het College bouw opnemen dat voor de eindverantwoording van bouw goedkeuring is vereist van het College bouw. Het College bouw toetst daarbij aan hetgeen waarvoor het vergunning heeft verleend dan wel, indien een vergunning niet was vereist, aan hetgeen waarvoor Onze Minister een toelating heeft verleend. Het College bouw zendt afschrift van zijn beschikkingen aan Onze Minister en van zijn beschikkingen die betrekking hebben op academische ziekenhuizen als bedoeld in artikel 1.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, een afschrift aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV. Exploitatie
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Een instelling voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 7, derde lid, onder c, onderscheidenlijk artikel 9, eerste lid, onder b. Een instelling die een toelating heeft als bedoeld in artikel 5, eerste of tweede lid, voldoet aan de eis, bedoeld in artikel 5, derde lid. Het College zorgverzekeringen onderscheidenlijk Onze Minister kan aan een toelating als bedoeld in eerste onderscheidenlijk tweede lid, andere voorschriften verbinden. De voorschriften kunnen worden gewijzigd of ingetrokken en nieuwe voorschriften kunnen worden gesteld.
|
||||
**1.** Een instelling voldoet, voorzover van toepassing, aan de eisen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, en in artikel 7, derde lid, onder c, onderscheidenlijk artikel 9, eerste lid, onder b. Onze Minister kan aan een toelating andere voorschriften verbinden. De voorschriften kunnen worden gewijzigd of ingetrokken en nieuwe voorschriften kunnen worden gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Het College zorgverzekeringen onderscheidenlijk Onze Minister kan de toelating intrekken indien niet wordt voldaan aan de voorschriften, gesteld bij of krachtens het eerste lid.
|
||||
**2.** Onze Minister kan de toelating intrekken indien niet wordt voldaan aan de voorschriften, gesteld bij of krachtens het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister onderscheidenlijk het College zorgverzekeringen kan op grond van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4:
|
||||
Onze Minister kan op grond van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4:
|
||||
|
||||
a. een toelating onder beperkingen verlenen;
|
||||
b. aan een verleende toelating alsnog beperkingen stellen;
|
||||
c. beperkingen wijzigen of intrekken;
|
||||
d. een toelating intrekken.
|
||||
|
||||
**2.** Alvorens over te gaan tot een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder b of d, stelt Onze Minister onderscheidenlijk het College zorgverzekeringen de zorgverzekeraars in de zin van artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet, waarmee de instelling een overeenkomst heeft gesloten, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de instelling zich bevindt, en het bestuur en medewerkers van de betrokken instelling de gelegenheid om binnen een door Onze Minister onderscheidenlijk het College zorgverzekeringen te bepalen termijn hun opmerkingen omtrent dit voornemen aan hen kenbaar te maken.
|
||||
**2.** Alvorens over te gaan tot een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder b of d, stelt Onze Minister de zorgverzekeraars in de zin van artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet, waarmee de instelling een overeenkomst heeft gesloten, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de instelling zich bevindt, en het bestuur en medewerkers van de betrokken instelling de gelegenheid om binnen een door Onze Minister te bepalen termijn hun opmerkingen omtrent dit voornemen aan hem kenbaar te maken.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister onderscheidenlijk het College zorgverzekeringen doet van een beslissing tot beperking of intrekking van een toelating op grond van het eerste lid, onder b of d, mededeling in de Staatscourant en zendt een afschrift van deze beschikking aan het College sanering.
|
||||
**3.** Onze Minister doet van een beslissing tot beperking of intrekking van een toelating op grond van het eerste lid, onder b of d, mededeling in de Staatscourant en zendt een afschrift van deze beschikking aan het College sanering.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
|
|
@ -325,7 +323,7 @@ d. geeft voorlichting omtrent het beleid op het terrein van de bouw van instelli
|
|||
|
||||
### Artikel 33
|
||||
|
||||
Het College bouw en het College sanering verstrekken desgevraagd aan elkaar, aan het College zorgverzekeringen, aan het College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 77, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet en aan het College tarieven gezondheidszorg, bedoeld in de Wet tarieven gezondheidszorg, de voor de uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen. De genoemde colleges kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de invulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
|
||||
Het College bouw en het College sanering verstrekken desgevraagd aan elkaar, aan het College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 77, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet en aan het College tarieven gezondheidszorg, bedoeld in de Wet tarieven gezondheidszorg, de voor de uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen. De genoemde colleges kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de invulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
|
||||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
|
|
@ -345,7 +343,7 @@ De in artikel 35 bedoelde personen beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd
|
|||
|
||||
### Artikel 37
|
||||
|
||||
Het College zorgverzekeringen onderscheidenlijk Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van artikel 5, eerste en tweede onderscheidenlijk derde lid, alsmede van de bij of krachtens artikel 13 aan een toelating verbonden voorschriften. Onze Minister heeft die bevoegdheid bovendien ter handhaving van de artikelen 15 en 16. Het College bouw is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 11 en 12. Het College sanering is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, eerste en achtste lid, en 18, eerste en tweede lid.
|
||||
Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van artikel 5, eerste lid, van de bij of krachtens artikel 13 aan een toelating verbonden voorschriften, alsmede van de artikelen 15 en 16. Het College bouw is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 11 en 12. Het College sanering is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, eerste en achtste lid, en 18, eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IX. Rechtsbescherming
|
||||
|
||||
|
|
@ -383,11 +381,11 @@ Het voorschrift, opgenomen in artikel 13, eerste lid, eerste volzin, geldt ten a
|
|||
|
||||
### Artikel 45
|
||||
|
||||
**1.** Bouw waarvoor vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet een verklaring is afgegeven als bedoeld in artikel 7 van de Wet ziekenhuisvoorzieningen, zoals die wet luidde tot bedoeld tijdstip, bij welke verklaring op grond van artikel 10, vijfde lid, van die wet is bepaald dat een aanvraag om goedkeuring van stukken als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder b of c, van die wet of om een vergunning als bedoeld in artikel 6 van die wet, binnen een daarbij aangegeven termijn niet in behandeling wordt genomen, welke termijn op bovenbedoeld tijdstip nog niet is verstreken, wordt gelijkgesteld met bouw waarvoor een aanvraag om een toelating als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van deze wet is ingediend. Het bepaalde krachtens artikel 7, derde lid, onder a, is op die aanvraag niet van toepassing.
|
||||
**1.** Bouw waarvoor vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet een verklaring is afgegeven als bedoeld in artikel 7 van de Wet ziekenhuisvoorzieningen, zoals die wet luidde tot bedoeld tijdstip, bij welke verklaring op grond van artikel 10, vijfde lid, van die wet is bepaald dat een aanvraag om goedkeuring van stukken als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder b of c, van die wet of om een vergunning als bedoeld in artikel 6 van die wet, binnen een daarbij aangegeven termijn niet in behandeling wordt genomen, welke termijn op bovenbedoeld tijdstip nog niet is verstreken, wordt gelijkgesteld met bouw waarvoor een aanvraag om een toelating als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van deze wet is ingediend. Het bepaalde krachtens artikel 7, derde lid, onder a, is op die aanvraag niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Een verklaring ter zake van bouw als bedoeld in artikel 7 van de Wet ziekenhuisvoorzieningen, zoals die wet luidde tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, waarbij niet een bepaling is opgenomen als bedoeld in het eerste lid of waarbij de daarbedoelde termijn reeds is verstreken, en die nog niet is gevolgd door een vergunning als bedoeld in artikel 6 van die wet, wordt gelijkgesteld met een toelating als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van deze wet. De artikelen 11 en 12 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Een verklaring ter zake van bouw als bedoeld in artikel 7 van de Wet ziekenhuisvoorzieningen, zoals die wet luidde tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, waarbij niet een bepaling is opgenomen als bedoeld in het eerste lid of waarbij de daarbedoelde termijn reeds is verstreken, en die nog niet is gevolgd door een vergunning als bedoeld in artikel 6 van die wet, wordt gelijkgesteld met een toelating als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van deze wet. De artikelen 11 en 12 zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanvraag om een verklaring, waarop op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet is beslist, wordt gelijkgesteld met een aanvraag om een toelating als bedoeld in artikel 5, tweede lid.
|
||||
**3.** Een aanvraag om een verklaring, waarop op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet nog niet is beslist, wordt gelijkgesteld met een aanvraag om een toelating als bedoeld in artikel 5, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue