2009-01-01 | BWBR0018472 | Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

This commit is contained in:
Coornhert 2009-01-01 12:00:00 +00:00
parent 271a5f8627
commit 2534d47974

View file

@ -30,27 +30,26 @@ citeertitel: Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
In deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede in inkomensafhankelijke regelingen, wordt verstaan onder:
a. belastbaar loon: het belastbare loon bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964;
a. belastbaar loon: het belastbare loon bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, met uitzondering van loon dat als een eindheffingsbestanddeel in de zin van die wet is belast;
b. berekeningsjaar: het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft;
c. bestuurlijke boete: de bestuurlijke sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom, die is gericht op bestraffing van de overtreder;
d. jaaropgaaf: de opgaaf bedoeld in artikel 28, onderdeel d, van de Wet op de loonbelasting 1964;
e. kind: de persoon bedoeld in artikel 4;
f. lidstaat: een Staat die lid is van de Europese Unie of een andere Staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
g. medebewoner: de persoon die op hetzelfde woonadres als de belanghebbende staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, met dien verstande dat als medebewoner niet wordt aangemerkt:
d. kind: de persoon bedoeld in artikel 4;
e. lidstaat: een Staat die lid is van de Europese Unie of een andere Staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
f. medebewoner: de persoon die op hetzelfde woonadres als de belanghebbende staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, met dien verstande dat als medebewoner niet wordt aangemerkt:
1°. de partner van de belanghebbende,
2°. de persoon die op basis van een schriftelijke overeenkomst met de belanghebbende een deel van de woning huurt, tenzij deze een bloed- of aanverwant in de eerste graad is van de belanghebbende of van diens partner,
3°. degene die tot het huishouden van de onder 2° bedoelde persoon behoort;
h. partner: de persoon bedoeld in artikel 3;
i. sociaal-fiscaalnummer: het nummer bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
j. tegemoetkoming: een financiële bijdrage van het Rijk op grond van een inkomensafhankelijke regeling;
k. toetsingsinkomen: het inkomen bedoeld in artikel 8;
l. verzamelinkomen: het verzamelinkomen bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
m. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000;
n. inspecteur: de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
o. niet in Nederland belastbaar inkomen: inkomen dat niet in het verzamelinkomen of het belastbare loon is begrepen omdat het niet behoort tot het Nederlandse inkomen, bedoeld in artikel 7.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of omdat het is vrijgesteld op grond van bepalingen van interregionaal of internationaal recht;
p. ontvanger: de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990;
q. beschikking verzamelinkomen: de beschikking bedoeld in artikel 9.4, vijfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
g. partner: de persoon bedoeld in artikel 3;
h. sociaal-fiscaalnummer: het nummer bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
i. tegemoetkoming: een financiële bijdrage van het Rijk op grond van een inkomensafhankelijke regeling;
j. toetsingsinkomen: het inkomen bedoeld in artikel 8;
k. verzamelinkomen: het verzamelinkomen bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
l. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000;
m. inspecteur: de inspecteur, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
n. niet in Nederland belastbaar inkomen: inkomen dat niet in het verzamelinkomen of het belastbare loon is begrepen omdat het niet behoort tot het Nederlandse inkomen, bedoeld in artikel 7.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, of omdat het is vrijgesteld op grond van bepalingen van interregionaal of internationaal recht;
o. ontvanger: de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990;
p. inkomensgegeven: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
**2.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder Onze Minister: Onze Minister van Financiën.
@ -89,7 +88,7 @@ c. de meerderjarige die in het berekeningsjaar gedurende meer dan zes maanden on
### Artikel 5
Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor de toepassing van inkomensafhankelijke regelingen, wordt met de aanwezigheid van een partner of medebewoner geen rekening gehouden in de kalendermaand waarin het partnerschap of medebewonerschap aanvangt of eindigt.
Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen alsmede voor de toepassing van inkomensafhankelijke regelingen, wordt een wijziging in de omstandigheden en van de leeftijd van de belanghebbende, de partner of een medebewoner die zich voordoet na de eerste dag van de maand, in aanmerking genomen vanaf de eerste dag van de daaropvolgende maand.
### Artikel 6
@ -113,26 +112,19 @@ Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor
**4.** Indien in een inkomensafhankelijke regeling de aanspraak op een tegemoetkoming mede afhankelijk is gesteld van het vermogen van medebewoners, bestaat tevens geen aanspraak op een tegemoetkoming indien bij een medebewoner over het berekeningsjaar voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 in aanmerking wordt genomen, dan wel in aanmerking zou worden genomen indien geen rekening wordt gehouden met de vrijstellingen bedoeld in afdeling 5.3 en 5.3A van die wet. Het bepaalde in de eerste volzin geldt alleen ten aanzien van degenen van wie het medebewonerschap het gehele berekeningsjaar heeft geduurd.
**5.** Het toetsingsinkomen van een medebewoner die een eerstegraads bloed- of aanverwant in de neergaande lijn of een pleegkind is van de belanghebbende, van zijn partner, of van een medebewoner, en die bij de aanvang van het berekeningsjaar de leeftijd van 23 jaar niet heeft bereikt, wordt voor de toepassing van het tweede lid slechts in aanmerking genomen voor zover het meer bedraagt dan € 4268.
**5.** Het toetsingsinkomen van een medebewoner die een eerstegraads bloed- of aanverwant in de neergaande lijn of een pleegkind is van de belanghebbende, van zijn partner, of van een medebewoner, en die bij de aanvang van het berekeningsjaar de leeftijd van 23 jaar niet heeft bereikt, wordt voor de toepassing van het tweede lid slechts in aanmerking genomen voor zover het meer bedraagt dan € 4341.
**6.** Met betrekking tot het bedrag vermeld in het vijfde lid zijn de artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 8
**1.**
**1.** Toetsingsinkomen is: het op het berekeningsjaar betrekking hebbende inkomensgegeven.
Toetsingsinkomen is:
**2.** Niet in Nederland belastbaar inkomen, zoals dat bij beschikking is vastgesteld, wordt in aanvulling op het eerste lid mede als toetsingsinkomen in aanmerking genomen.
a. indien over het berekeningsjaar een aanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: het verzamelinkomen, zoals dat in die aanslag is of wordt opgenomen of zoals dat bij beschikking is of wordt vastgesteld;
b. indien over het berekeningsjaar geen aanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: het belastbare loon, zoals dat blijkt uit de op het berekeningsjaar betrekking hebbende jaaropgaven, vermeerderd met het belastbare loon van het berekeningsjaar waarover loonbelasting is nageheven van de werknemer.
**3.**
**2.** Indien over het berekeningsjaar een navorderingsaanslag inkomstenbelasting is vastgesteld is, in afwijking van het eerste lid, het in die navorderingsaanslag opgenomen verzamelinkomen het toetsingsinkomen.
**3.** Niet in Nederland belastbaar inkomen, zoals dat bij beschikking is vastgesteld, wordt in aanvulling op het eerste en tweede lid mede als toetsingsinkomen in aanmerking genomen.
**4.**
Indien zulks leidt tot een ten minste 10 percent lager toetsingsinkomen, wordt bij beëindiging van het partnerschap in het berekeningsjaar, in afwijking in zoverre van het eerste tot en met het derde lid, op verzoek van de belanghebbende bij de berekening van het toetsingsinkomen van de partner:
Indien zulks leidt tot een ten minste 10 percent lager toetsingsinkomen, wordt bij beëindiging van het partnerschap in het berekeningsjaar, in afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid, op verzoek van de belanghebbende bij de berekening van het toetsingsinkomen van de partner:
a. geen rekening gehouden met:
@ -141,19 +133,11 @@ a. geen rekening gehouden met:
3°. belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden indien de werkzaamheden na beëindiging van het partnerschap zijn gestart;
b. het belastbare loon dat in de periode van partnerschap is genoten tijdsevenredig herleid naar een jaarloon.
**5.** Bij beëindiging van het medebewonerschap in het berekeningsjaar is het vierde lid van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het toetsingsinkomen van de medebewoner.
**4.** Bij beëindiging van het medebewonerschap in het berekeningsjaar is het derde lid van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het toetsingsinkomen van de medebewoner.
**6.** Bij overlijden van de belanghebbende, zijn partner, of een medebewoner wordt, in afwijking in zoverre van het eerste tot en met het derde lid het toetsingsinkomen van de overledene berekend door het op grond van die leden bepaalde toetsingsinkomen tijdsevenredig te herleiden naar een jaarinkomen.
**5.** Bij overlijden van de belanghebbende, zijn partner, of een medebewoner wordt, in afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid het toetsingsinkomen van de overledene berekend door het op grond van die leden bepaalde toetsingsinkomen tijdsevenredig te herleiden naar een jaarinkomen.
**7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het vierde tot en met het zesde lid.
**8.** De inspecteur kan bepalen dat een ander bedrag aan belastbaar loon in aanmerking wordt genomen dan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
**9.** De inspecteur stelt het belastbare loon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dan wel het belastbare loon, bedoeld in het achtste lid, vast indien een geschil over de hoogte van het belastbare loon bestaat.
**10.** Indien er grond is voor het vermoeden dat het belastbare loon met toepassing van het negende lid tot een te laag bedrag is vastgesteld, kan de inspecteur dit herzien. Bij deze herziening is, in afwijking in zoverre van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 16, eerste tot en met vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.
**11.** Een beschikking op grond van het negende of tiende lid wordt aangemerkt als een voor bezwaar vatbare beschikking als bedoeld in hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het derde tot en met het vijfde lid.
### Artikel 8a
@ -294,13 +278,11 @@ b. in andere gevallen: binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag.
### Artikel 20
**1.** Indien na de toekenning van de tegemoetkoming uit een wijziging van een verzamelinkomen, belastbaar loon of niet in Nederland belastbaar inkomen blijkt dat de tegemoetkoming tot een te hoog of te laag bedrag is toegekend, herziet de Belastingdienst/Toeslagen de tegemoetkoming met inachtneming van die wijziging.
**1.** Indien na de toekenning van de tegemoetkoming uit een wijziging van een inkomensgegeven of niet in Nederland belastbaar inkomen blijkt dat de tegemoetkoming tot een te hoog of te laag bedrag is toegekend, herziet de Belastingdienst/Toeslagen de tegemoetkoming met inachtneming van die wijziging.
**2.** Indien na de toekenning van de tegemoetkoming blijkt dat over het berekeningsjaar een aanslag of een navorderingsaanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld en de tegemoetkoming tot een te hoog of te laag bedrag is toegekend, herziet de Belastingdienst/Toeslagen de tegemoetkoming met inachtneming van die vaststelling.
**2.** De herziening geschiedt binnen acht weken na het tijdstip waarop het gewijzigde inkomensgegeven aan de Belastingdienst/Toeslagen bekend is geworden dan wel de beschikking of uitspraak strekkende tot de in het eerste lid bedoelde wijziging onherroepelijk is geworden.
**3.** De in het eerste lid bedoelde herziening geschiedt binnen acht weken na het tijdstip waarop de beschikking of uitspraak strekkende tot de in het eerste lid bedoelde wijziging onherroepelijk is geworden, of, zolang geen aanslag inkomstenbelasting of beschikking verzamelinkomen is vastgesteld, de wijziging aan de Belastingdienst/Toeslagen bekend is geworden dan wel de herziene jaaropgaaf terzake van het belastbare loon bij de Belastingdienst/Toeslagen bekend is geworden. De in het tweede lid bedoelde herziening geschiedt binnen 13 weken nadat de aangifte inkomstenbelasting is ingediend, maar uiterlijk binnen acht weken na de vaststelling van de aanslag onderscheidenlijk de navorderingsaanslag
**4.** Een herziening op grond van dit artikel kan leiden tot een uit te betalen bedrag doch ook tot een terug te vorderen bedrag.
**3.** Een herziening op grond van dit artikel kan leiden tot een uit te betalen bedrag doch ook tot een terug te vorderen bedrag.
### Artikel 21
@ -347,7 +329,9 @@ De Belastingdienst/Toeslagen kan de uitbetaling van een voorschot geheel of gede
**1.** Uitbetaling van een voorschot of een tegemoetkoming geschiedt door de Belastingdienst/Toeslagen door middel van een bijschrijving op een ten name van de belanghebbende of diens partner bestaande bankrekening, bestemd voor girale betaling, tenzij daartoe door de belanghebbende een andere rekening is aangewezen.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de aanwijzing van een andere rekening als bedoeld in het eerste lid.
**2.** Indien daartoe gegronde redenen aanwezig zijn, kan de Belastingdienst/Toeslagen in afwijking van de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, een voorschot of een tegemoetkoming bijschrijven op een ten name van de belanghebbende of diens partner bestaande bankrekening, bestemd voor girale betaling.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de aanwijzing van een andere rekening als bedoeld in het eerste lid.
### Artikel 26
@ -481,7 +465,14 @@ De Belastingdienst/Toeslagen kan onder bij of krachtens algemene maatregel van b
**4.** De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerst lid vervalt vijf jaren na de dag waarop de in artikel 18, derde lid, gestelde termijn is verstreken. De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid vervalt vijf jaren na het einde van het berekeningsjaar waarop de te hoog toegekende tegemoetkoming betrekking heeft.
**5.** Indien de tegemoetkoming wordt herzien als gevolg van een vaststelling of herziening van de beschikking verzamelinkomen als bedoeld in artikel 9.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 of van een vaststelling of herziening van een beschikking niet in Nederland belastbaar inkomen, worden onder de in het tweede lid bedoelde gegevens of inlichtingen mede verstaan de gegevens of inlichtingen die ten behoeve van deze beschikking aan de inspecteur zijn verstrekt dan wel hadden moeten worden verstrekt. Artikel 67d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is niet van toepassing.
**5.**
Indien de tegemoetkoming wordt herzien als gevolg van:
a. een eerste bepaling of herziening van het inkomensgegeven, bedoeld in artikel 21, onderdeel e, onder 1°, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het geval er geen inkomstenbelasting verschuldigd is, dan wel de aanslag inkomstenbelasting is vastgesteld op nihil;
b. een vaststelling of herziening van een beschikking niet in Nederland belastbaar inkomen;
worden onder de in het tweede lid bedoelde gegevens of inlichtingen mede verstaan de gegevens of inlichtingen die ten behoeve van deze beschikking aan de inspecteur zijn verstrekt dan wel hadden moeten worden verstrekt. Artikel 67d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is niet van toepassing.
### Artikel 41
@ -544,7 +535,7 @@ Onze Minister zendt, in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat,
### Artikel 49
Voor de berekeningsjaren 2006, 2007 en 2008 wordt voor de beoordeling van de aanspraak op of de bepaling van de hoogte van een tegemoetkoming op grond van een inkomensafhankelijke regeling als bedoeld in artikel 11, eerste lid, een wijziging in de omstandigheden en van de leeftijd van de belanghebbende, de partner of een medebewoner die zich voordoet na de eerste dag van de maand, in aanmerking genomen vanaf de eerste dag van de daaropvolgende maand, en blijft artikel 5 buiten toepassing.
Vervallen
### Artikel 50