From 25406ebae5e32b4698ce4186615ffb5aa55c11c8 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jan 2024 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2024-01-01 | BWBR0002320 | Algemene wet inzake rijksbelastingen --- .../BWBR0002320/README.md | 40 +++++++++---------- 1 file changed, 19 insertions(+), 21 deletions(-) diff --git a/wet/algemene-wet-inzake-rijksbelastingen/BWBR0002320/README.md b/wet/algemene-wet-inzake-rijksbelastingen/BWBR0002320/README.md index 7b51f926f11..4945d32d16b 100644 --- a/wet/algemene-wet-inzake-rijksbelastingen/BWBR0002320/README.md +++ b/wet/algemene-wet-inzake-rijksbelastingen/BWBR0002320/README.md @@ -88,7 +88,7 @@ b. een voorlopige conserverende aanslag niet wordt verrekend met een conserveren **1.** In afwijking van artikel 2:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt in het verkeer tussen belastingplichtigen of inhoudingsplichtigen en de inspecteur of het bestuur van ’s Rijks belastingen een bericht uitsluitend elektronisch verzonden. -**2.** Bij ministeriële regeling wordt bepaald op welke wijze het elektronische berichtenverkeer plaatsvindt. +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop het elektronische berichtenverkeer plaatsvindt. **3.** Bij ministeriële regeling kunnen berichten en groepen van belastingplichtigen of inhoudingsplichtigen worden aangewezen waarvoor, alsmede omstandigheden worden aangewezen waaronder, het berichtenverkeer kan plaatsvinden anders dan langs elektronische weg. @@ -149,16 +149,15 @@ b. hij niet meer op hetzelfde woonadres in de basisregistratie personen of een d **1.** -Een algemeen nut beogende instelling is: +Een algemeen nut beogende instelling is een instelling – niet zijnde een vennootschap met een in aandelen verdeeld kapitaal, een coöperatie, een onderlinge waarborgmaatschappij of een ander lichaam waarin bewijzen van deelgerechtigdheid kunnen worden uitgegeven – die: -a. een instelling – niet zijnde een vennootschap met in aandelen verdeeld kapitaal, een coöperatie, een onderlinge waarborgmaatschappij of een ander lichaam waarin bewijzen van deelgerechtigdheid kunnen worden uitgegeven – die: +a. uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt; +b. haar gegevens op elektronische wijze via internet openbaar maakt; +c. voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden; en +d. als zodanig is aangemerkt door: -1°. uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt; -2°. haar gegevens op elektronische wijze via internet openbaar maakt; -3°. voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden; -4°. gevestigd is in het Koninkrijk, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een bij ministeriële regeling aangewezen staat, en -5°. door de inspecteur als zodanig is aangemerkt; -b. een niet in het Koninkrijk, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een bij ministeriële regeling aangewezen staat gevestigde, door Onze Minister als zodanig aangemerkte instelling indien en zolang zij voldoet aan de door hem te stellen voorwaarden. +1°. de inspecteur ingeval de instelling is gevestigd in het Koninkrijk, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een bij ministeriële regeling aangewezen staat; of +2°. Onze Minister ingeval de instelling niet is gevestigd in het Koninkrijk, een andere lidstaat van de Europese Unie en een bij ministeriële regeling aangewezen staat waarbij aanvullende voorwaarden kunnen worden gesteld. **2.** @@ -203,7 +202,7 @@ c. het misdrijf gezien zijn aard of de samenhang met andere door de algemeen nut **9.** Een instelling als bedoeld in het eerste lid wordt eveneens door de inspecteur niet, of niet langer, als algemeen nut beogende instelling aangemerkt indien de inspecteur gerede twijfel heeft over de integriteit van de instelling, een bestuurder van die instelling, een persoon die feitelijk leiding geeft aan die instelling of een voor die instelling gezichtsbepalende persoon, en die instelling, onderscheidenlijk persoon, ondanks een verzoek daartoe van de inspecteur, niet binnen een termijn van zestien weken nadat dit verzoek is gedaan een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens overlegt. -**10.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, die openbaar worden gemaakt, alsmede met betrekking tot de wijze waarop deze gegevens via internet openbaar worden gemaakt, waarbij door grotere instellingen een verplicht standaardformulier wordt gebruikt. +**10.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, die openbaar worden gemaakt, alsmede met betrekking tot de wijze waarop deze gegevens via internet openbaar worden gemaakt, waarbij door grotere instellingen een verplicht standaardformulier wordt gebruikt. **11.** Voor de toepassing van het vierde en het zesde tot en met negende lid kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld. @@ -1064,7 +1063,7 @@ b. tussen de datum van ontvangst van dat verzoek of die aangifte en de datum van **5.** Ingeval de navorderingsaanslag is vastgesteld naar aanleiding van een verzoek, eindigt het tijdvak waarover de belastingrente wordt berekend in afwijking in zoverre van het tweede lid, uiterlijk 12 weken na de datum van ontvangst van het verzoek. -**6.** Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot inkomstenbelasting ter zake van te conserveren inkomen als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, uitgezonderd te conserveren inkomen dat is ontstaan door toepassing van artikel 3.58, eerste lid, of artikel 3.64, eerste lid, van die wet. +**6.** Dit artikel is niet van toepassing met betrekking tot inkomstenbelasting ter zake van te conserveren inkomen als bedoeld in artikel 2.8, tweede en vierde tot en met zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, uitgezonderd te conserveren inkomen dat is ontstaan door toepassing van artikel 3.58, eerste lid, of artikel 3.64, eerste lid, van die wet. **7.** @@ -1161,7 +1160,7 @@ a. door de toepassing van artikel 19b, eerste lid of tweede lid, eerste volzin, b. ingevolge artikel 3.133, 3.136 of 7.2, tweede lid, aanhef en onderdeel g, van de Wet inkomstenbelasting 2001 premies voor een aanspraak op periodieke uitkeringen als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking worden genomen; c. ingevolge artikel 3.135 of 7.2, tweede lid, aanhef en onderdeel g, van de Wet inkomstenbelasting 2001 premies voor een aanspraak uit een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b, van die wet als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking worden genomen. -**2.** De revisierente bedraagt 20 percent van de waarde in het economische verkeer van aanspraken als bedoeld in het eerste lid. In afwijking van de eerste volzin bedraagt de revisierente, ingeval artikel 3.136, tweede, derde of vierde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 van toepassing is, 20% van het bedrag dat ingevolge die leden als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking wordt genomen. +**2.** De revisierente bedraagt 20 percent van de waarde in het economische verkeer van aanspraken als bedoeld in het eerste lid. In afwijking van de eerste zin bedraagt de revisierente, ingeval de artikelen 3.133, negende lid, of 3.136, tweede, derde of vierde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 van toepassing is, 20% van het bedrag dat ingevolge die leden als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking wordt genomen. **3.** @@ -1170,7 +1169,7 @@ Ingeval de aanspraak is bedongen minder dan 10 jaren vóór het jaar waarin de a a. ingeval het betreft een aanspraak ingevolge een pensioenregeling of negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen: de mogelijkheid zou bestaan de aftrek van de premies voor de aanspraak ongedaan te maken door navorderingsaanslagen over de jaren van die aftrek, of b. ingeval het betreft een aanspraak op periodieke uitkeringen: de mogelijkheid zou bestaan de aanspraak tot inkomen uit werk en woning te rekenen in het jaar waarop de aanspraak is ontstaan en ter zake daarvan een navorderingsaanslag op te leggen. -Hierbij worden de bedragen van die navorderingsaanslagen gesteld op 50 percent van de premies, bedoeld in de vorige volzin onderdeel a, danwel van de aanspraak, bedoeld in de vorige volzin onderdeel b, en wordt het einde van het in artikel 30fc, tweede lid, bedoelde tijdvak gesteld op 31 december van het jaar waarin de aanspraak ingevolge een pensioenregeling of de aanspraak op periodieke uitkeringen tot loon wordt gerekend dan wel de negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen worden genoten. +Hierbij worden de bedragen van die navorderingsaanslagen gesteld op 50 percent van de premies, bedoeld in de vorige volzin onderdeel a, danwel van de aanspraak, bedoeld in de vorige volzin onderdeel b, en wordt het einde van het in artikel 30fc, tweede lid, bedoelde tijdvak gesteld op 31 december van het jaar waarin de aanspraak ingevolge een pensioenregeling of de aanspraak op periodieke uitkeringen tot loon wordt gerekend dan wel de negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen worden genoten. Indien artikel 3.133, negende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt toegepast, wordt het bedrag aan revisierente, berekend op grond van de eerste en tweede zin, vermenigvuldigd met het bedrag dat door toepassing van artikel 3.133, eerste en negende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, als negatieve uitgave voor inkomensvoorzieningen als bedoeld in artikel 3.133, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 in aanmerking wordt genomen, gedeeld door het gezamenlijke bedrag, bedoeld in artikel 3.133, negende lid, onderdeel c, van de Wet inkomstenbelasting 2001. **4.** Indien revisierente wordt berekend met betrekking tot inkomstenbelasting die betrekking heeft op inkomsten die in aanmerking zijn genomen op grond van de artikelen 3.83, eerste of tweede lid, 3.133, tweede lid, onderdelen h of j, 3.136, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid, of 7.2, achtste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, wordt bij de toepassing van het derde lid artikel 30fc, zesde lid, buiten toepassing gelaten. @@ -1180,16 +1179,13 @@ Hierbij worden de bedragen van die navorderingsaanslagen gesteld op 50 percent v **2.** Het eerste lid is niet van toepassing op de belastingrente die in rekening wordt gebracht over de periode vanaf de dagtekening van de vaststelling van de belastingaanslag ter zake waarvan de belastingrente wordt berekend. -**3.** Het eerste lid is voorts niet van toepassing voor zover het te betalen bedrag aan belasting bestaat uit loonbelasting of omzetbelasting. - -**4.** +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen: a. situaties worden aangewezen waarin het te betalen bedrag aan belasting geacht wordt reeds te zijn geheven, dan wel op aangifte te zijn voldaan of afgedragen; -b. situaties worden aangewezen waarin het derde lid geen toepassing vindt; -c. nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het eerste lid; -d. regels worden gesteld op grond waarvan toepassing van het eerste lid om doelmatigheidsredenen achterwege blijft. +b. nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het eerste lid; +c. regels worden gesteld op grond waarvan toepassing van het eerste lid om doelmatigheidsredenen achterwege blijft. ### Artikel 30j @@ -1350,7 +1346,9 @@ Bij ministeriële regeling wordt aangewezen degene die is gehouden bij het verri ### Artikel 51 -Voor een weigering om te voldoen aan de in de artikelen 47, 47a, 47b, 48 en 49 omschreven verplichtingen kan niemand zich met vrucht beroepen op de omstandigheden dat hij uit enigerlei hoofde tot geheimhouding verplicht is, zelfs niet indien deze hem bij een wettelijke bepaling is opgelegd. +**1.** Voor een weigering om te voldoen aan de in de artikelen 47, 47a, 47b, 48 en 49 omschreven verplichtingen kan niemand zich met vrucht beroepen op de omstandigheden dat hij uit enigerlei hoofde tot geheimhouding verplicht is, zelfs niet indien deze hem bij een wettelijke bepaling is opgelegd. + +**2.** Voor een weigering om te voldoen aan de in de artikelen 47, 47a en 49 omschreven verplichtingen kan niemand zich met vrucht beroepen op de vertrouwelijkheid van zijn contacten met een verschoningsgerechtigde als bedoeld in artikel 53a, eerste lid, voor zover het gegevens, inlichtingen, boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan betreft waarover diegene ook zonder die vertrouwelijke contacten beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. ### Artikel 52 @@ -1414,7 +1412,7 @@ b. de heffing van de belasting waarvan de inhouding aan hen is opgedragen. ### Artikel 53a -**1.** Voor een weigering om te voldoen aan de verplichtingen ten behoeve van de belastingheffing van derden kunnen alleen bekleders van een geestelijk ambt, notarissen, advocaten, artsen en apothekers zich beroepen op de omstandigheid, dat zij uit hoofde van hun stand, ambt of beroep tot geheimhouding verplicht zijn. +**1.** Voor een weigering om te voldoen aan de verplichtingen ten behoeve van de belastingheffing van derden kunnen alleen bekleders van een geestelijk ambt, notarissen, advocaten, artsen en apothekers zich beroepen op de omstandigheid, dat zij uit hoofde van hun stand, ambt of beroep tot geheimhouding verplicht zijn, voor zover het betreft hetgeen aan hen in die hoedanigheid is toevertrouwd of door hen in die hoedanigheid is meegedeeld. **2.** Met betrekking tot de verplichtingen ten behoeve van de heffing van de belasting waarvan de inhouding aan administratieplichtigen is opgedragen, is artikel 51 van overeenkomstige toepassing.