2023-03-07 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A)

This commit is contained in:
Coornhert 2023-03-07 12:00:00 +00:00
parent 6e5061b072
commit 258b2b0fe9

View file

@ -232,34 +232,28 @@ De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen ne
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen is bevoegd op grond van de in artikel 50, tweede lid, Vw toegekende bevoegdheid de vreemdeling over te brengen naar een plaats bestemd voor verhoor en de vreemdeling zich op die plaats laten ophouden.
### 3. Voorwaarden
### 3. Handelingen na aantreffen aan de Nederlandse buitengrens bij inreis van een al dan niet gesignaleerde vreemdeling
Als een vreemdeling, die in Nederland een verblijfsvergunning bezit of in een andere Schengenstaat een geldige verblijfstitel bezit, in het (N)SIS staat gesignaleerd, meldt de ambtenaar belast met de grensbewaking de treffer bij bureau SIRENE en licht de IND in.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling als die in het bezit is van een geldige Nederlandse verblijfsvergunning of mvv en er geen twijfel bestaat over de rechtmatigheid van deze verblijfsvergunning of mvv.
De ambtenaar belast met de grensbewaking moet de vreemdeling doorlaten aan de grens dan wel doorreis verlenen als de vreemdeling aan de overige voorwaarden voor toegang voldoet als bedoeld in artikel 6 SGC.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling als wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 6 SGC. Een van de voorwaarden is dat de vreemdeling niet mag worden beschouwd als een gevaar voor de openbare orde, nationale veiligheid of de internationale betrekkingen van één van de Schengenlidstaten.
Ingeval de vreemdeling in bezit is van een Nederlandse verblijfsvergunning en twijfel bestaat over de rechtmatigheid van deze verblijfsvergunning, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking nagaan bij de IND of de Nederlandse verblijfsvergunning rechtmatig is afgegeven.
De IND raadpleegt de Schengenstaat die een verblijfstitel aan de vreemdeling heeft afgegeven. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang op grond van artikel 14, eerste lid juncto artikel 6, eerste lid, onder e, SGC aan een vreemdeling die in het bezit is van een Nederlandse verblijfsvergunning of van een voor een andere Schengenstaat geldige verblijfstitel en in het E&S gesignaleerd staat.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling die niet wordt beschouwd als een gevaar voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de internationale betrekkingen van de Schengenstaten.
Onder gevaar voor de openbare orde vallen alle volgende situaties:
Onder gevaar voor de openbare orde vallen de volgende situaties:
• gevaar voor de openbare rust;
• gevaar voor de goede zeden;
• gevaar voor de volksgezondheid (zie A1/4.10 Vc).
Als een vreemdeling gesignaleerd staat in het(N)SIS is dat een indicatie dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de internationale betrekkingen van de Schengenstaten.
De ambtenaar belast met de grensbewaking die gegronde redenen heeft te veronderstellen dat de vreemdeling (politieke) activiteiten ontplooit die een gevaar opleveren voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de internationale betrekkingen stemt met de IND af of toegang aan de vreemdeling kan worden verleend.
Een vreemdeling die een gevaar oplevert voor de openbare orde of de nationale veiligheid mag niet tijdens de vrije termijn in het Schengengebied verblijven.
Als een vreemdeling gesignaleerd staat in het SIS of E&S is dat een indicatie dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de internationale betrekkingen van één van de Schengenlidstaten.
Gevaar voor de openbare orde bestaat in ieder geval in de volgende situaties:
• de vreemdeling staat in het E&S gesignaleerd als ongewenst vreemdeling of als ongewenstverklaarde vreemdeling;
• de vreemdeling staat ter fine van weigering van toegang tot Nederland dan wel het Schengengebied in het (N)SIS geregistreerd.
• de vreemdeling staat met het oog op weigering van toegang en verblijf of inzake terugkeer in combinatie met een inreisverbod in het SIS geregistreerd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking die gegronde redenen heeft te veronderstellen dat de vreemdeling (politieke) activiteiten ontplooit die een gevaar opleveren voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de internationale betrekkingen stemt met de IND af of toegang aan de vreemdeling kan worden verleend.
Een vreemdeling die een gevaar oplevert voor de openbare orde of de nationale veiligheid mag niet tijdens de vrije termijn in het Schengengebied verblijven.
De vreemdeling moet voldoen aan de voorwaarden voor toegang tenzij deze in het bezit is van een reisdocument voor vluchtelingen dat is afgegeven op grond van tenminste één van de volgende regelingen:
@ -268,6 +262,45 @@ De vreemdeling moet voldoen aan de voorwaarden voor toegang tenzij deze in het b
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of de DT&V mag deze vreemdeling niet naar zijn land van herkomst verwijderen.
Het onderstaande geldt met in achtneming van het bovenstaande, dat wil zeggen er moet worden voldaan aan artikel 6, eerste lid, SGC.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verricht na het aantreffen aan de buitengrens van een vreemdeling zonder geldige verblijfsvergunning of visum voor verblijf van langere duur voor Nederland of een van de andere Schengenlidstaten, die gesignaleerd is in:
• SIS inzake terugkeer, al dan niet in combinatie met een inreisverbod;
• SIS met het oog op weigering van toegang en verblijf; of
• E&S vanwege een ongewenstverklaring of anderszins ter fine van weigering van toegang tot Nederland,
de volgende handelingen:
• de toegang tot Nederland verlenen als er enkel een terugkeerbesluit is gegeven;
• de toegang tot Nederland weigeren als er ook een inreisverbod is opgelegd, tenzij de duur van het inreisverbod aantoonbaar is verstreken;
• de toegang tot Nederland weigeren bij een signalering in SIS met het oog op weigering van toegang en verblijf of bij een signalering in E&S ter fine van weigering van toegang tot Nederland;
• de treffer in het SIS bij het Bureau SIRENE melden (zie paragraaf A2/12.5.2 Vc);
• de IND informeren, zodat de IND de Nederlandse signalering inzake terugkeer wist of omklapt naar een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf als er sprake is van een inreisverbod;
• de IND informeren bij een door Nederland opgelegd inreisverbod dat is opgelegd vóór 7 maart 2023.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde personen niet in het E&S controleren.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verricht na het aantreffen aan de buitengrens van een vreemdeling die in het bezit is van een voor een andere lidstaat geldige verblijfsvergunning of visum voor verblijf van langere duur en die gesignaleerd is in E&S, de volgende handeling:
• de toegang tot Nederland weigeren.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verricht, na het aantreffen aan de buitengrens van een vreemdeling die in het bezit is van een voor een Schengenlidstaat geldige verblijfsvergunning of visum voor verblijf van langere duur en die door een andere Schengenlidstaat gesignaleerd is in SIS inzake terugkeer, al dan niet in combinatie met een inreisverbod, of met het oog op weigering van toegang en verblijf de volgende handelingen:
• verleent toegang tot Nederland in het geval de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt op doorreis te zijn naar de Schengenlidstaat die de verblijfsvergunning heeft verleend. Hiervoor is niet vereist dat de vreemdeling aan alle toegangsvoorwaarden van artikel 6, eerste lid, SGC voldoet;
• meldt de treffer bij Bureau SIRENE, zodat de raadplegingsprocedure volgens paragraaf A2/12.10.4 Vc wordt gevolgd en, als er sprake is van een signalering inzake terugkeer, de informatie-uitwisseling volgens paragraaf A2/12.5.2 Vc.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verricht, na het aantreffen aan de buitengrens van een vreemdeling die in het bezit is van een voor een andere Schengenlidstaat geldige verblijfsvergunning en die door Nederland gesignaleerd is in SIS inzake terugkeer in combinatie met een inreisverbod, de volgende handelingen:
verleent toegang tot Nederland in het geval de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt op doorreis te zijn naar de Schengenlidstaat die de verblijfsvergunning heeft verleend. Hiervoor is niet vereist dat de vreemdeling aan alle toegangsvoorwaarden van artikel 6, eerste lid, SGC voldoet;
informeert de IND zodat de IND de raadplegingsprocedure start volgens paragraaf A2/12.10.2.3, onder A, Vc.
Het Bureau SIRENE verricht vervolgens, bij alle bovenstaande situaties de volgende handelingen:
• registreert de in SIS gemelde treffers;
• informeert de IND over de treffer in SIS als Nederland de signalerende lidstaat is;
• informeert de signalerende lidstaat, als sprake is van een signalering door een andere lidstaat.
### 4. Bewijsmiddelen
#### 4.1. Document voor grensoverschrijding
@ -1373,203 +1406,490 @@ De Korpschef of de Commandant der KMar zendt de uitkomsten van het identiteits-
#### 12.1. Inleiding
De ambtenaar belast met de grensbewaking moet ten aanzien van een vreemdeling zonder geldige verblijfstitel voor Nederland of een van de andere Schengenlanden en die gesignaleerd staat in het E&S of het (N)SIS, alle volgende handelingen verrichten:
In dit hoofdstuk wordt met lidstaten bedoeld: de landen van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland.
• de toegang tot Nederland weigeren;
• de treffer in het (N)SIS bij het Bureau SIRENE melden.
In dit hoofdstuk wordt onder meer beschreven hoe te handelen in de volgende situaties:
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde personen niet in het E&S controleren.
• Nederland geeft de vreemdeling een terugkeerbesluit en signaleert de vreemdeling in het SIS (Schengeninformatiesysteem) inzake terugkeer;
• Nederland geeft de vreemdeling een terugkeerbesluit, legt een inreisverbod op en signaleert de vreemdeling in het SIS inzake terugkeer, omdat de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten nog niet daadwerkelijk heeft verlaten;
• Nederland heeft de vreemdeling een terugkeerbesluit gegeven en een inreisverbod opgelegd en zet de signalering inzake terugkeer om in een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf, zodra de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten daadwerkelijk heeft verlaten;
• Nederland neemt een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 en signaleert de vreemdeling in het E&S of het SIS met oog op weigering van toegang en verblijf.
Het Bureau SIRENE verricht alle volgende handelingen:
Ook worden in dit hoofdstuk de verschillende raadplegingsprocedures nader omschreven. De raadplegingsprocedure moet voorkomen dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning in een van de lidstaten, in het SIS gesignaleerd staat inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf.
• gemelde treffers in het (N)SIS registreren;
• de IND informeren over de treffer in het (N)SIS;
• het overleg met een Schengenland vastleggen als wordt overwogen een verblijfstitel af te geven aan een ter fine van weigering van de toegang gesignaleerde vreemdeling.
In dit hoofdstuk wordt hierna met 'verblijfsvergunning' een verblijfsvergunning regulier of een visum voor verblijf van langere duur bedoeld. Als 'verblijfsvergunning' ook ziet op de verblijfsvergunning asiel, wordt dit aangegeven met 'verblijfsvergunning inclusief asiel'. In Nederland heet een visum voor verblijf van langere duur een mvv.
#### 12.2. Opneming van signaleringen
#### 12.2. Algemeen
In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van de gegevens van een vreemdeling in het (N)SIS:
Het SIS is een computersysteem waarmee binnen de lidstaten specifieke informatie wordt uitgewisseld.
• een derdelander die niet heeft aangetoond over een verblijfsvergunning in een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland te beschikken en ongewenst is verklaard op grond van artikel 67 Vw;
• een vreemdeling is een zwaar inreisverbod opgelegd op grond van 66a, zevende lid, Vw;
• een vreemdeling is een licht inreisverbod opgelegd;
Het SIS geeft bevoegde autoriteiten onder andere informatie over personen die geen recht hebben om in het Schengengebied te verblijven, of gezocht worden voor (betrokkenheid bij) criminele activiteiten.
In dit hoofdstuk gaat het om:
• de signalering inzake terugkeer, genoemd in Verordening (EU) 2018/1860 van het Europees parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende het gebruik van het Schengeninformatiesysteem voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen (hierna: Vo (EU) 2018/1860); en
• de signalering met het oog op weigering toegang en verblijf, genoemd in Verordening (EU) 2018/1861 van het Europees parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van grenscontroles, tot wijziging van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en tot wijziging en intrekking van Verordening (EG) nr. 1987/2006 (hierna: Vo (EU) 2018/1861).
De IND is verantwoordelijk voor de invoering van deze door Nederland opgelegde signaleringen in het SIS. De IND voert signaleringen niet rechtstreeks in het SIS in, maar via NSIS (Nationaal Schengeninformatiesysteem). In dit hoofdstuk wordt enkel nog gesproken over SIS, ook als het om NSIS gaat. Uitwisseling van informatie met andere lidstaten vindt plaats door tussenkomst van Bureau SIRENE.
• Het E&S is een informatiesysteem van de Nederlandse politie. In het E&S staan o.a. vreemdelingenrechtelijke signaleringen. Welke signaleringen dit zijn staat in A2/12.6 Vc.
In het E&S worden signaleringen opgenomen volgens het Nederlandse vreemdelingenrecht die niet in het SIS mogen worden opgenomen. Ook worden signaleringen in het E&S opgenomen, die nog niet in het SIS kunnen worden opgenomen. De vreemdeling wordt dan gesignaleerd ter fine van weigering van toegang tot Nederland.
De IND is verantwoordelijk voor de invoering van bovengenoemde signaleringen in E&S.
De signalering in SIS en E&S vanwege een inreisverbod, ongewenstverklaring of besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt beëindigd als de duur van de betreffende maatregel is verstreken of als de maatregel wordt opgeheven.
#### 12.3. Onderdanen van de lidstaten en diens familieleden
Onderdanen van een lidstaat en diens familie- of gezinsleden in de zin van richtlijn 2004/38/EG (het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie van burgers van de Unie en hun familieleden), worden niet gesignaleerd in SIS inzake terugkeer of met het oog op weigering van toegang en verblijf.
De signalerende lidstaat wist op grond van artikel 14 Vo (EU) 2018/1860 een signalering inzake terugkeer van een persoon die het staatsburgerschap heeft verkregen van een van de lidstaten, zodra de signalerende lidstaat er kennis van krijgt dat de betrokken persoon het staatsburgerschap heeft verkregen.
Als een aanvraag om een verblijfsdocument of een verzoek om inschrijving EU bij de IND op grond van artikel 8, aanhef en onder e, Vw wordt ingediend, worden onder andere de systemen SIS en E&S geraadpleegd. Als de vreemdeling is gesignaleerd inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf en de aanvraag wordt ingewilligd of het verzoek wordt toegekend, dan overlegt de IND met de signalerende lidstaat en verzoekt de IND de signalering te wissen.
Als er een hit is van een familie- of gezinslid in de zin van richtlijn 2004/38/EG, neemt de IND op grond van artikel 26, tweede lid, Vo (EU) 2018/1861 contact op met de signalerende lidstaat om te bepalen welke actie moet worden ondernomen.
Bij een hit van een familielid van een onderdaan van een lidstaat die de IND in het SIS heeft gesignaleerd met het oog op weigering toegang en verblijf, overlegt de lidstaat, die de hit vaststelt, met de IND op grond van artikel 26 Vo (EU) 2018/1861. Als de IND de signalering wist, overweegt de IND of er redenen zijn om het familielid in E&S te signaleren.
#### 12.4. Handelingen na aantreffen gesignaleerde vreemdeling
##### 12.4.1. Handelingen na aantreffen gesignaleerde vreemdeling aan Nederlandse buitengrens bij inreis
Zie A1/3 Vc voor de te verrichten handelingen als een gesignaleerde vreemdeling aan de Nederlandse buitengrens wordt aangetroffen bij inreis.
##### 12.4.2. Handelingen na aantreffen vreemdeling aan Nederlandse buitengrens bij uitreis of in het binnenlands toezicht en die door een andere lidstaat is gesignaleerd
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling zonder geldige verblijfsvergunning (ook geen verblijfsvergunning asiel) voor Nederland of een van de andere lidstaten:
• die in het kader van binnenlands toezicht of bij controle aan de buitengrens bij uitreis wordt aangetroffen, en
• die door een andere lidstaat gesignaleerd is:
inzake terugkeer al dan niet in combinatie met een inreisverbod, of
met het oog op weigering van toegang en verblijf;
in ieder geval de volgende handeling:
• informeert via het Bureau SIRENE de signalerende lidstaat dat de vreemdeling in Nederland is aangetroffen, zodat informatie-uitwisseling op grond van artikel 7, tweede lid, Vo (EU) 2018/1860 plaatsvindt;
• informeert via het Bureau SIRENE de signalerende lidstaat wanneer de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten al eerder heeft verlaten; of
• informeert via het Bureau SIRENE de signalerende lidstaat van zijn uitreis via een Nederlandse lucht- of zeehaven of treinstation (Eurostar) (hierna: Nederlandse buitengrens) volgens paragraaf A2/12.5.1 Vc.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling die in het kader van binnenlands toezicht of bij controle aan de buitengrens bij uitreis wordt aangetroffen,
• die in het bezit is van een voor een andere lidstaat geldige verblijfsvergunning inclusief asiel, en
• die door een andere lidstaat gesignaleerd is in SIS inzake terugkeer al dan niet in combinatie met een inreisverbod,
de volgende handelingen:
• meldt de treffer bij Bureau SIRENE volgens paragraaf A2/12.10.4 Vc; en
• informeert de signalerende lidstaat volgens paragraaf A2/12.5.1 Vc als de vreemdeling via een Nederlandse buitengrens uitreist.
Het Bureau SIRENE verricht vervolgens de volgende handelingen:
• registreert de in SIS gemelde treffers; en
• informeert de signalerende lidstaat, als sprake is van een signalering door een andere lidstaat.
##### 12.4.3. Handelingen als een door Nederland gesignaleerde vreemdeling wordt aangetroffen aan de grens op uitreis of in het kader van binnenlands toezicht
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht in de volgende situaties de genoemde handelingen, als hij een door Nederland gesignaleerde vreemdeling in het kader van binnenlands toezicht of bij controle op uitreis aantreft.
• De vreemdeling is gesignaleerd inzake terugkeer, al dan niet in combinatie met een inreisverbod, en verlaat het grondgebied van de lidstaten: de betreffende ambtenaar informeert de IND, zodat de IND de Nederlandse signalering inzake terugkeer wist of omzet naar een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf als er sprake is van een inreisverbod of een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861.
• De vreemdeling is gesignaleerd inzake terugkeer, al dan niet in combinatie met een inreisverbod, en wordt aangetroffen in het kader van binnenlands toezicht: als blijkt dat de vreemdeling al heeft voldaan aan zijn terugkeerverplichting, informeert de betreffende ambtenaar de IND. De IND wist de signalering inzake terugkeer. Als er sprake is van een inreisverbod of een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 zet de IND de signalering om naar een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf. De betreffende ambtenaar beziet of de vreemdeling in aanmerking komt voor een nieuw terugkeerbesluit. De signalering met het oog op weigering toegang en verblijf blijft in stand vanwege het inwerking getreden inreisverbod.
• De vreemdeling is gesignaleerd vanwege een ongewenstverklaring. De betreffende ambtenaar:
controleert of de vreemdeling sinds de datum van bekendmaking van de beschikking tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw uit Nederland is vertrokken of uitgezet;
geeft zo nodig een terugkeerbesluit als de vreemdeling Nederland daadwerkelijk heeft verlaten sinds de datum van de bekendmaking van de beschikking tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw of als hij nog niet eerder een terugkeerbesluit heeft gekregen; en
beziet of een inreisverbod kan worden opgelegd, waarbij de ongewenstverklaring wordt opgeheven (zie paragraaf A4/3.9 Vc), hoort daartoe zo nodig de vreemdeling en dient daartoe een voorstel in bij de IND (model M63).
• De vreemdeling is gesignaleerd om een andere reden dan vanwege een ongewenstverklaring, terugkeerbesluit of inreisverbod. De betreffende ambtenaar:
geeft zo nodig een terugkeerbesluit al dan niet in combinatie met een (alleen bij uitreis: voornemen tot het opleggen van een) inreisverbod anders dan op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw (via model M107-B); of
geeft zo nodig een terugkeerbesluit al dan niet in combinatie met een voorstel aan de IND tot het opleggen van een inreisverbod op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw (M63), conform de beleidsregels in de paragrafen A4/2.1, A4/3.2 en A4/3.3 Vc.
De IND zorgt voor (aanpassing van) de signalering in SIS.
#### 12.5. De terugkeerbevestiging bij uitreis en informatie-uitwisseling bij inreis
De terugkeerbevestiging is de uitwisseling van informatie, naar aanleiding van een signalering inzake terugkeer, dat een vreemdeling het grondgebied van de lidstaten daadwerkelijk via een buitengrens heeft verlaten.
##### 12.5.1. Hit aan de buitengrens bij uitreis
Bureau SIRENE informeert naar aanleiding van een melding door een ambtenaar belast met de grensbewaking, de lidstaat die een vreemdeling in SIS gesignaleerd heeft inzake terugkeer, als de gesignaleerde vreemdeling het grondgebied van de lidstaten via een Nederlandse buitengrens verlaat.
Een andere lidstaat informeert Nederland als signalerende lidstaat, als de vreemdeling via de buitengrens van die lidstaat het grondgebied van de lidstaten verlaat. De IND wist de signalering inzake terugkeer op grond van artikel 6 Vo (EU) 2018/1860 direct na ontvangst van de terugkeerbevestiging. Als sprake is van een inreisverbod of een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf ingevoerd in SIS.
##### 12.5.2. Hit aan de buitengrens bij inreis
Bureau SIRENE informeert, naar aanleiding van een melding door een ambtenaar belast met de grensbewaking, de lidstaat die een vreemdeling in SIS gesignaleerd heeft inzake terugkeer, als de gesignaleerde vreemdeling het grondgebied van de lidstaten via een Nederlandse buitengrens wil inreizen.
Een andere lidstaat informeert Nederland als signalerende lidstaat, als de vreemdeling via de buitengrens van die lidstaat het grondgebied van de lidstaten wil inreizen.
De IND wist de signalering inzake terugkeer op grond van artikel 8 Vo (EU) 2018/1860 direct na de informatie-uitwisseling bij inreis. Als er sprake is van een inreisverbod wordt direct een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf ingevoerd in SIS.
Ook paragraaf A2/12.10.4 Vc is van toepassing als de vreemdeling is gesignaleerd door een andere lidstaat dan Nederland en een verblijfsvergunning inclusief asiel heeft in een andere (derde) lidstaat.
#### 12.6. Invoeren van signaleringen in het SIS of E&S
De IND voert een signalering inzake terugkeer in SIS in van de vreemdeling, die
• een terugkeerbesluit krijgt of heeft gekregen van de daartoe bevoegde ambtenaar als bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, VV. Bij dit terugkeerbesluit kan ook een inreisverbod of een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 zijn opgelegd;
• gesignaleerd is vanwege een inreisverbod opgelegd vóór 7 maart 2023, dat nog niet in werking is getreden en er een procedurele gebeurtenis plaatsvindt die leidt tot signalering. De IND wist dan de signalering vanwege het inreisverbod; of
• een terugkeerbesluit zonder inreisverbod heeft gekregen vóór 7 maart 2023 en voor zover bekend bij de IND, nog niet voldaan heeft aan de vertrekplicht en er een procedurele gebeurtenis plaatsvindt die leidt tot signalering.
De IND voert een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf in SIS in van:
• een vreemdeling, die niet beschikt over een verblijfsvergunning inclusief asiel in een andere lidstaat of dit niet heeft aangetoond, en
ongewenst is verklaard op grond van artikel 67 Vw;
een besluit heeft gekregen in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861; of
daadwerkelijk het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten, en aan wie:
■ een zwaar inreisverbod op grond van 66a, zevende lid, Vw is opgelegd; of
■ een licht inreisverbod op grond van artikel 66a, zesde lid, Vw is opgelegd;
• een vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd in verband met het gebruik van een vals document voor grensoverschrijding of identiteitspapieren. De signaleringsduur is 5 jaar;
• een vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd in verband met een aan drugssmokkel gerelateerd misdrijf. De signaleringsduur is 5 jaar;
• een vreemdeling bij wie concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De signaleringsduur is 10 jaar; en
• een vreemdeling bij wie concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De signaleringsduur is 10 jaar; of
• een vreemdeling bij wie concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde. De signaleringsduur is 2 jaar.
In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van de kenmerken van een verblijfsdocument in het (N)SIS:
De IND voert de signalering inzake terugkeer of met het oog op weigering van toegang en verblijf ook in als de vreemdeling al in SIS is gesignaleerd door een andere lidstaat, zolang de signaleringen niet onverenigbaar zijn met elkaar.
• de vreemdeling heeft zich uitgeschreven uit de BRP op grond van emigratie of de vreemdeling is met onbekende bestemming vertrokken en de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning is nog niet verlopen. De duur van de signalering is gelijk aan de nog geldende duur van de verblijfsvergunning.
Na de ontvangst van een terugkeerbevestiging van een door Nederland in SIS gesignaleerde vreemdeling, moet de IND:
In ieder geval de volgende categorieën vreemdelingen worden opgenomen in het E&S:
• de signalering inzake terugkeer wissen; en
• de signalering met het oog op weigering toegang en verblijf invoeren, als aan de vreemdeling ook een inreisverbod of een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 is opgelegd.
• een vreemdeling met verblijfsrecht in een lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland die zich niet gehouden heeft aan de voorwaarden van artikel 12 Vw. De termijn van signalering is maximaal zes maanden;
• een op grond van artikel 67 Vw ongewenst verklaarde EU-onderdaan;
• een vreemdeling met verblijfsrecht in een lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland aan wie een inreisverbod is opgelegd. Als het verblijfgevende land, na de consultatieprocedure van artikel 25 SUO, de verblijfsvergunning intrekt, volgt opname van de signalering in (N)SIS;
• een mvv-plichtige vreemdeling die niet (langer) voldoet aan de voorwaarden waaronder de mvv is afgegeven. De duur van de signalering wordt gelijk gesteld met de (resterende) duur van de afgegeven mvv.
De gegevens die een lidstaat bij een signalering in ieder geval in SIS moet invoeren staan vermeld in artikel 4 van Vo (EU) 2018/1860.
De signalering van een inreisverbod of ongewenstverklaring wordt beëindigd als de duur van de betreffende maatregel is verstreken of als de maatregel wordt opgeheven.
Daarnaast voert de IND in ieder geval de gegevens van een verblijfsdocument in SIS in, als:
De IND neemt signaleringen op in het E&S of het (N)SIS:
• de vreemdeling:
• naar aanleiding van een melding in de BVV van een door de politie of KMar opgelegd licht inreisverbod;
• naar aanleiding van een bekendmaking van een door de IND opgelegd licht of zwaar inreisverbod of een beschikking tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw;
• naar aanleiding van een door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen ingediend verzoek tot signalering;
• naar aanleiding van een beschikking tot intrekking van een mvv;
• naar aanleiding van een concrete aanwijzing.
zich uitgeschreven heeft uit de BRP op grond van emigratie; of
met onbekende bestemming is vertrokken; en
• de geldigheidsduur van het verblijfsdocument nog niet is verlopen en het verblijfsdocument niet is ingeleverd bij de IND. De einddatum van de signalering is gelijk aan de einddatum van het verblijfsdocument.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft bij het verzoek tot signalering aan de IND ten minste één van de volgende redenen voor signalering aan:
In het E&S staan o.a. vreemdelingenrechtelijke signaleringen, zoals:
• een op grond van artikel 67 Vw ongewenst verklaarde onderdaan van een van de lidstaten of diens familie- of gezinsleden;
• een op grond van artikel 67 ongewenst verklaarde vreemdeling die geen verblijfsvergunning (ook geen verblijfsvergunning asiel) (meer) heeft in Nederland en zich niet in Nederland bevindt;
• een op grond van artikel 67 Vw ongewenst verklaarde vreemdeling die zich niet in Nederland bevindt en een verblijfsvergunning inclusief asiel heeft in één van de lidstaten;
• een vreemdeling die een besluit krijgt in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861;
• een op grond van artikel 67 ongewenst verklaarde vreemdeling, die
niet heeft aangetoond over een verblijfsvergunning in een andere lidstaat te beschikken; en
ongewenst is verklaard vanwege een andere grond dan openbare orde of niet voldoet aan artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861;
• een vreemdeling met een verblijfsvergunning inclusief asiel in een van de lidstaten die zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden van artikel 12 Vw; de termijn van signalering is maximaal zes maanden; en
• een mvv-plichtige vreemdeling die niet (langer) voldoet aan de voorwaarden waaronder de mvv is afgegeven. De duur van deze signalering wordt gelijk gesteld met de (resterende) duur van de afgegeven mvv.
#### 12.7. Aanvullende informatie voor het invoeren van signaleringen
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft aan de IND ten minste één van de volgende onderbouwingen voor de signalering aan:
• gevaar voor de nationale veiligheid;
• toegangsweigering: proces-verbaal drugssmokkel gerelateerd misdrijf, (nog) geen veroordeling;
• toegangsweigering: proces-verbaal gebruik valse/vervalste reis-/identiteitspapieren;
• verwijdering van een vreemdeling met verblijfsrecht in een lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland die zich niet gehouden heeft aan de voorwaarden van artikel 12 Vw.
• toegangsweigering: proces-verbaal gebruik valse/vervalste reis-/identiteitspapieren; of
opleggen bevel zich onmiddellijk te begeven naar lidstaat aan een vreemdeling met een verblijfsvergunning inclusief asiel in een van de lidstaten die zich niet gehouden heeft aan de voorwaarden van artikel 12 Vw.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen stuurt met het verzoek om signalering de volgende documenten mee:
Daarnaast stuurt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen voor de signalering de volgende documenten mee:
• wanneer aanwezig: kopieën van identiteitsdocumenten van de vreemdeling;
• het opgemaakte proces-verbaal van het misdrijf dat aanleiding is voor het voorstel tot signalering;
• het nummer van het proces-verbaal;
• het nummer van het proces-verbaal; en
• als er geen sprake is van een proces-verbaal moeten andere bewijsmiddelen die het voorstel tot signalering ondersteunen, worden meegezonden.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdeling draagt er zorg voor dat in het kader van de signalering vingerafdrukken en een foto van de vreemdeling in de BVV voorhanden zijn. Indien dit niet mogelijk is moet de reden hiervan worden vermeld.
De politie doet op basis van de vingerafdrukken van de vreemdeling een onderzoek naar de identiteit van de vreemdeling als deze niet bekend is. De vreemdeling met verschillende personalia wordt onder de naam zoals deze in de BVV bekend is, gesignaleerd. De andere personalia worden als aliasnaam opgenomen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die het voorstel tot signalering doet aan de IND, moet de vreemdeling in ieder geval informeren over:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ervoor zorgen dat in het kader van de signalering vingerafdrukken en een foto van de vreemdeling in de BVV beschikbaar zijn. Als dit niet mogelijk is, moet de reden hiervan worden vermeld.
#### 12.8. Informatievoorziening aan de vreemdeling bij signalering
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen informeert de vreemdeling die gesignaleerd wordt in ieder geval over:
• het feit dat de vreemdeling gesignaleerd wordt;
• de duur van de signalering;
• het gebied waarvoor de signalering geldt;
• het gebied waarvoor de signalering geldt; en
• de wijze waarop de vreemdeling:
kan kennisnemen van de signalering;
om opheffing kan verzoeken; en
bezwaar kan maken tegen de signalering.
om opheffing kan verzoeken.
Als de identiteit van de vreemdeling niet bekend is en een onderzoek naar de identiteit van de vreemdeling nog niet heeft plaatsgevonden, moet de politie een onderzoek doen naar de identiteit van de vreemdeling op basis van de vingerafdrukken van de vreemdeling. De vreemdeling met verschillende personalia wordt onder de naam zoals deze bij de IND bekend is, gesignaleerd. De andere personalia worden als aliasnaam opgenomen.
#### 12.9. Aanvang van signalering
#### 12.3. Aanvang termijn signalering
De signalering van een vreemdeling in E&S of het SIS vangt aan op:
Bij signalering van een vreemdeling in E&S of het (N)SIS, vangt de duur van de signalering aan op de datum dat de vreemdeling het Schengengebied daadwerkelijk heeft verlaten.
a. de datum waarop aan de vreemdeling een terugkeerbesluit wordt bekendgemaakt;
b. de datum waarop de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten daadwerkelijk heeft verlaten als het een signalering vanwege een inreisverbod betreft. Als de situatie in paragraaf A4/2.4.3 Vc zich voordoet, waarbij het vertrek vanuit het grondgebied eerder plaatsvindt dan de bekendmaking van de beschikking waarin het inreisverbod wordt opgelegd, vindt de signalering plaats op de datum van de bekendmaking van de beschikking;
c. Als het een onderdaan van een lidstaat of diens familie- of gezinsleden betreft: de datum waarop de vreemdeling een verwijderingsbesluit met ongewenstverklaring heeft ontvangen en de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is verstreken of als er een bezwaarschrift is ingediend, na de beslissing op dat bezwaarschrift tenzij een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hangende beroep is ingediend. In dat laatste geval volgt signalering pas nadat het verzoek is afgewezen of nadat de getroffen voorziening is uitgewerkt;
d. de datum van de bekendmaking van het besluit tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw in andere gevallen dan hierboven onder c genoemd;
e. de datum waarop aan de vreemdeling een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt bekendgemaakt;
f. de datum waarop de vreemdeling de toegang tot Nederland is geweigerd;
g. de datum waarop de rechtsgevolgen genoemd in het besluit tot intrekking van de mvv in werking treden; of
h. de datum waarop aan de vreemdeling een bevel wordt gegeven zich onmiddellijk te begeven naar de verblijfgevende lidstaat.
De signalering treedt in werking vanaf:
#### 12.10. Signaleringen en verblijfsvergunningen/verblijfsaanvragen
• de datum van het besluit tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw of het inreisverbod;
• de datum dat de vreemdeling de toegang tot Nederland is geweigerd;
• de datum waarop de rechtsgevolgen genoemd in het besluit tot intrekking van de mvv in werking treden.
Een vreemdeling die door Nederland of door een andere lidstaat in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning wordt niet in SIS gesignaleerd inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf.
#### 12.4. Gevolgen signalering bij het aantreffen aan de grens op uitreis of binnen Nederland
Om te voorkomen dat een vreemdeling zowel in het bezit is van een verblijfsvergunning als gesignaleerd is in het SIS inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf, moet een lidstaat door tussenkomst van het bureau SIRENE van die lidstaat in contact treden met het bureau SIRENE van de andere lidstaat als zich situaties voordoen als beschreven in deze paragraaf. Het in contact treden met een andere lidstaat heet de raadplegingsprocedure.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling die onderdaan is van een derde land, gesignaleerd staat en die in het kader van binnenlands toezicht of bij controle op uitreis wordt aangetroffen in ieder geval de volgende handelingen:
In de subparagrafen hierna worden o.a. de volgende raadplegingsprocedures beschreven:
1. bij de vreemdeling die gesignaleerd staat, anders dan vanwege een ongewenstverklaring of inreisverbod:
• De raadpleging voorafgaand aan het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning, terwijl er al sprake is van een signalering;
• De raadpleging voorafgaand aan de invoering van een signalering, terwijl al bekend is dat verblijf is verleend;
• De raadpleging na invoering van een signalering, terwijl er verblijf is verleend;
• De raadpleging bij een hit als Nederland niet betrokken is bij de signalering of verblijfsverlening.
indien nodig een terugkeerbesluit opleggen en indien mogelijk een inreisverbod opleggen (model M107-B) anders dan op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw, of
indien nodig een terugkeerbesluit opleggen, horen en een voorstel (M63) bij de IND indienen als er aanleiding is een inreisverbod op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw op te leggen conform het beleid in de paragrafen A4/2.1, A4/3.2 en A4/3.3 Vc.
Bij iedere beoordeling van een aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning regulier of asiel in Nederland of een aanvraag om een mvv gaat de IND na of de vreemdeling is gesignaleerd in het E&S of SIS.
De IND zorgt voor (aanpassing van) de signalering in (N)SIS;
2. bij de vreemdeling die gesignaleerd staat wegens een ongewenstverklaring nagaan of de vreemdeling sinds de datum van bekendmaking van de beschikking tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw uit Nederland is vertrokken of uitgezet:
Het Bureau SIRENE legt de verrichte raadpleging door een lidstaat vast, als de IND overweegt een verblijfsvergunning te verlenen aan een vreemdeling die in SIS gesignaleerd is:
• als de vreemdeling Nederland niet heeft verlaten wordt een terugkeerbesluit gegeven indien de vreemdeling deze niet eerder heeft ontvangen. De ongewenstverklaring wordt bezien op omzetting naar een inreisverbod; de vreemdeling wordt daartoe gehoord en een voorstel (M63) wordt ingediend bij de IND ter oplegging van een inreisverbod onder gelijktijdige opheffing van de ongewenstverklaring;
• als de vreemdeling sinds de datum van bekendmaking van de beschikking tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw is vertrokken of uitgezet wordt een terugkeerbesluit opgelegd (model M107-A) en wordt de ongewenstverklaring bezien op omzetting naar een inreisverbod; de vreemdeling wordt daartoe gehoord en een voorstel (M63) wordt ingediend bij de IND ter oplegging van een inreisverbod onder gelijktijdige opheffing van de ongewenstverklaring.
inzake terugkeer als ook een inreisverbod is opgelegd, of
met het oog op weigering van toegang en verblijf.
Indien de IND de ongewenstverklaring kan omzetten in een licht inreisverbod en:
De IND brengt de vreemdeling, die gesignaleerd is in SIS of E&S op de hoogte middels een mededeling in de Staatscourant, als naar aanleiding van de raadplegingsprocedure deze signalering:
de vreemdeling niet al twee jaar buiten de EU/EER/Zwitserland heeft verbleven, wordt een inreisverbod met een duur van twee jaar opgelegd;
de vreemdeling minstens twee jaar buiten de EU/EER/Zwitserland heeft verbleven, heft de IND de ongewenstverklaring op en wordt er geen licht inreisverbod opgelegd, behalve als er gronden zijn voor het opleggen van een nieuw inreisverbod.
• in SIS wordt omgezet naar een signalering in E&S; of
• in E&S wordt omgezet naar een signalering in SIS,
De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd anders dan op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van artikel 108 Vw. De vreemdeling die ongewenst is verklaard of tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van artikel 197 WvSr.
tenzij de vreemdeling op andere wijze van deze wijziging op de hoogte is gesteld.
#### 12.5. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
##### 12.10.1. Aanvraag verblijfsvergunning bij IND en signalering door Nederland
Bij iedere beoordeling van een aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning in Nederland moet de IND nagaan of de vreemdeling is opgenomen in het E&S of (N)SIS.
De IND verricht bij een vreemdeling:
De volgende categorieën vreemdelingen worden in het kader van signalering in het (N)SIS onderscheiden:
• die door Nederland in het E&S of SIS gesignaleerd staat, en
• aan wie een verblijfsvergunning inclusief asiel wordt verleend,
a. Een vreemdeling die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning indient en door Nederland in het (N)SIS gesignaleerd staat;
de volgende handeling(en):
• de vreemdeling moet bij een beschikking waarbij de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning is afgewezen en waartegen geen rechtsmiddelen meer open staan of niet in Nederland afgewacht mogen worden, Nederland worden uitgezet;
• Het inreisverbod wordt opgeheven als aan de vreemdeling een verblijfsvergunning wordt verleend. De IND verwijdert de signalering uit het (N)SIS.
b. Een vreemdeling die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel of regulier indient of heeft ingediend en in het (N)SIS gesignaleerd staat door een andere signalerende lidstaat;
• wist de signalering uit het SIS of uit E&S; en
• heft een eventueel opgelegd inreisverbod of opgelegde ongewenstverklaring of besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 op.
• Het Bureau SIRENE van Nederland moet het Bureau SIRENE van de signalerende lidstaat in kennis stellen dat de vreemdeling in Nederland een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel of regulier heeft ingediend;
• De IND treedt in overleg met de signalerende lidstaat over de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning;
• De IND moet na het indienen van de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning, de vreemdeling een verklaring uitreiken waarin is vermeld dat de vreemdeling een aanvraag tot verblijf heeft ingediend terwijl de vreemdeling ter fine van weigering van de toegang gesignaleerd staat. De vreemdeling moet deze verklaring bij zich dragen en op verzoek verstrekken. Het Hoofd van de IND stelt een model voor deze verklaring vast;
• De vreemdeling moet bij een negatieve beschikking waartegen geen rechtsmiddelen meer open staan of deze niet in Nederland mogen worden afgewacht, worden uitgezet.
• Als aan de vreemdeling, na consultatie ingevolge artikel 25, eerste lid, SUO, een verblijfsvergunning wordt verleend, wordt de signalerende lidstaat verzocht de signalering uit het SIS te verwijderen.
c. Een vreemdeling die in Nederland of in een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland een geldige verblijfstitel bezit en in het (N)SIS gesignaleerd staat;
Bij een afwijzing van een verblijfsvergunning blijft de signalering in E&S of SIS gehandhaafd.
• Het Bureau SIRENE van Nederland moet de IND en het Bureau SIRENE van het andere land in kennis stellen;
• De IND past de in artikel 25 SUO genoemde consultatieprocedure toe;
• De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die de vreemdeling aantreft verricht alle volgende handelingen:
##### 12.10.2. Raadpleging door Nederland
melden van de treffer bij bureau SIRENE;
inlichten van de IND;
bij twijfel over de verblijfsstatus van de vreemdeling nagaan bij de IND of de verblijfsstatus van de vreemdeling geldig is voordat de vreemdeling toegang wordt verleend;
als de signalering van de vreemdeling bij afgifte van de verblijfstitel of bij de verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning (nog) niet bekend was bij de IND, een proces-verbaal van bevindingen opmaken;
een kopie van alle bewijsmiddelen maken die nog niet bekend waren bij de IND;
de vreemdeling toegang of doorreis verlenen naar het verblijfgevende land.
###### 12.10.2.1. Aanvraag verblijfsvergunning bij IND en signalering door een andere lidstaat
In geval van een vreemdeling die in het bezit is van een voor een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland geldige verblijfstitel en in het E&S gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met de grensbewaking de volgende handelingen:
In deze paragraaf wordt de raadpleging door de IND voorafgaand aan het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning besproken, terwijl er sprake is van een signalering door een andere lidstaat.
• hij weigert de vreemdeling de toegang tot Nederland;
• hij meldt de treffer bij bureau SIRENE; en
• hij licht de IND in.
De IND raadpleegt de signalerende lidstaat op grond van artikel 9, eerste lid, van Vo (EU) 2018/1860 of artikel 27 Vo (EU) 2018/1861 over de motivering van het besluit van de signalering, als de vreemdeling:
In paragraaf A3/2 Vc wordt de consultatieprocedure met het oog op signalering beschreven in het geval de vreemdeling verblijfsrecht heeft in een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland.
• in het SIS gesignaleerd is door een andere lidstaat inzake terugkeer in combinatie met een inreisverbod of met het oog op weigering van toegang en verblijf; en
• een aanvraag om een verblijfsvergunning inclusief asiel heeft ingediend welke de IND overweegt te verlenen.
#### 12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als de signalerende lidstaat het raadplegingsverzoek niet binnen tien dagen beantwoordt, dan neemt de IND aan op grond van artikel 9, eerste lid, onder c, Vo (EU) 2018/1860 of artikel 27, aanhef en onder c, Vo (EU) 2018/1861 dat de signalerende lidstaat geen bezwaar heeft tegen de verlening of verlenging van de verblijfsvergunning.
Als een vreemdeling te kennen geeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen en in het (N)SIS of E&S gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle volgende handelingen:
Als aan de vreemdeling, na eerdergenoemde raadplegingsprocedure, een verblijfsvergunning wordt verleend, stelt de IND de signalerende lidstaat hiervan in kennis. De signalerende lidstaat wist vervolgens de signalering inzake terugkeer of met het oog op weigering van toegang en verblijf.
• de treffer melden bij het Bureau SIRENE;
• de IND op de hoogte stellen van het bestaan van de (N)SIS- of E&S-signalering.
De IND signaleert de vreemdeling in SIS inzake terugkeer als:
De IND neemt de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in behandeling.
• de aanvraag om een verblijfsvergunning is afgewezen, en
• een terugkeerbesluit is gegeven.
Bij een negatief besluit op de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waartegen geen rechtsmiddelen meer open staan, moet de vreemdeling worden uitgezet en blijft de signalering in (N)SIS of E&S gehandhaafd.
De vreemdeling moet het grondgebied van de lidstaten na de afwijzende beschikking verlaten, als tegen de afwijzende beschikking geen rechtsmiddelen meer open staan of die niet in Nederland mogen worden afgewacht.
Als sprake is van een claim op basis van de Verordening (EU) nr. 604/2013 neemt het verantwoordelijke land de behandeling van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd over en blijft de (N)SIS-signalering voorlopig gehandhaafd. Het Schengenland dat de vreemdeling heeft gesignaleerd neemt de beslissing over het handhaven of laten vervallen van de signalering.
De IND verricht bij een vreemdeling:
Als de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, wordt de signalerende lidstaat verzocht de signalering uit het SIS te verwijderen en een eventueel onderliggend inreisverbod op te heffen (model M107-C).
• die in het SIS gesignaleerd is door een andere lidstaat inzake terugkeer zonder inreisverbod; en
• die een aanvraag om een verblijfsvergunning inclusief asiel heeft ingediend welke de IND overweegt te verlenen;
#### 12.7. Opheffing van signaleringen
de volgende handeling:
Een signalering wordt door de IND uit het (N)SIS verwijderd als de termijn van de signalering is verstreken.
• stelt op grond van artikel 9, tweede lid, Vo (EU) 2018/1860 de signalerende lidstaat er onverwijld van in kennis dat hij voornemens is een verblijfsvergunning te verlenen of dat hij deze heeft verleend.
De IND kan een signalering opheffen voordat de termijn van de signalering is verstreken als sprake is van gewijzigde omstandigheden, die aanzetten tot opheffing. Daarvan is in ieder geval sprake in de volgende gevallen:
De signalerende lidstaat wist onverwijld de signalering inzake terugkeer.
###### 12.10.2.2. Invoering signalering door IND als sprake is van een verblijfsvergunning in een andere lidstaat
In deze paragraaf wordt de raadpleging door de IND voorafgaand aan het invoeren van een signalering besproken, terwijl de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning in een andere lidstaat.
Voor het geven van een bevel zich onmiddellijk te begeven naar de betrokken lidstaat, zie paragraaf A3/2 Vc.
De ambtenaar belast met grensbewaking of toezicht informeert de IND over de vreemdeling:
• die in een andere lidstaat een geldige verblijfsvergunning bezit;
• aan wie de hier bedoelde ambtenaar een terugkeerbesluit geeft; en
• ten aanzien van wie wordt overwogen een signalering in te voeren in SIS inzake terugkeer.
Onderstaande raadplegingsprocedure is dan van toepassing.
De onderstaande raadplegingsprocedure is ook van toepassing als de IND overweegt een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf in te voeren vanwege:
een zwaar inreisverbod, al dan niet op voorstel van de ambtenaar belast met de grensbewaking of toezicht, of
een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861.
De IND signaleert de vreemdeling in E&S na het opleggen van een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861.
De IND start de raadplegingsprocedure op grond van artikel 10 van Vo (EU) 2018/1860 of artikel 28 van Vo (EU) 2018/1861 bij de verblijfgevende lidstaat. Dit houdt het volgende in:
• De verblijfgevende lidstaat stelt de IND binnen 14 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om raadpleging in kennis van zijn besluit om de verblijfsvergunning al dan niet in te trekken, of als het voor die lidstaat onmogelijk is om binnen die termijn een besluit te nemen, van zijn met redenen omkleed verzoek om de termijn van zijn antwoord met maximaal 12 bijkomende kalenderdagen te verlengen;
• Conform artikel 31, eerste lid, onder g, of 35, eerste lid, onder g, van het SIRENE-handboek moet de verblijfgevende lidstaat de raadplegende lidstaat altijd informeren ook al is de termijn van 26 dagen verstreken;
• Als de verblijfgevende lidstaat niet reageert en de reactietermijn is verstreken of aangeeft de verblijfsvergunning niet in te trekken, verricht de IND de volgende handelingen:
De IND voert geen signalering in SIS in; en
Als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd beoordeelt de IND aan de hand van paragraaf A4/2.5.5 Vc ambtshalve of het inreisverbod wordt opgeheven.
• Als de andere lidstaat de verblijfsvergunning intrekt:
wist de IND de signalering in E&S vanwege een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861; en
signaleert de IND de vreemdeling in SIS vanwege het terugkeerbesluit, het besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 of vanwege het inreisverbod als de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten inmiddels heeft verlaten.
###### 12.10.2.3. Na invoering signalering door IND: constatering verblijfsvergunning in een andere lidstaat
In deze paragraaf en subparagrafen wordt de raadpleging door de IND besproken als na het invoeren van een signalering blijkt dat de vreemdeling al in het bezit is van een verblijfsvergunning inclusief asiel in een andere lidstaat.
De IND wordt op de volgende wijzen geïnformeerd over de geldige verblijfsvergunning inclusief asiel in een andere lidstaat:
• het Bureau SIRENE informeert de IND bij een signaal van de verblijfgevende lidstaat dat de vreemdeling daar een verblijfsvergunning heeft;
• de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen constateert dat de vreemdeling is gesignaleerd door Nederland en een verblijfsvergunning heeft in een andere lidstaat en meldt de treffer bij Bureau SIRENE en licht de IND in;
• de vreemdeling toont zelf aan een verblijfsvergunning te hebben in de andere lidstaat; of
• een derde lidstaat stelt vast dat Nederland een vreemdeling heeft gesignaleerd en dat een andere lidstaat een verblijfsvergunning aan die vreemdeling heeft verleend; de derde lidstaat stelt het Bureau SIRENE hiervan in kennis op grond van artikel 12 Vo (EU) 2018/1860 of artikel 30 Vo (EU) 2018/1861.
Een vreemdeling is door Nederland gesignaleerd in het SIS inzake terugkeer al dan niet in combinatie met een inreisverbod. Na deze signalering blijkt dat de vreemdeling in een andere lidstaat een geldige verblijfsvergunning inclusief asiel heeft. De IND start de procedure op grond van artikel 11 van Vo (EU) 2018/1860 bij de verblijfgevende lidstaat. Dit houdt het volgende in:
• Als de IND besluit het terugkeerbesluit in te trekken of als de ambtenaar belast met grensbewaking of toezicht op vreemdelingen besluit het door hem gegeven terugkeerbesluit in te trekken vanwege het verblijfsrecht in een andere lidstaat, wordt de signalering inzake terugkeer onverwijld gewist. Als het een verblijfsvergunning asiel betreft, wordt het terugkeerbesluit altijd ingetrokken.
• Als het terugkeerbesluit wordt gehandhaafd, raadpleegt de IND de verblijfgevende lidstaat zoals hierna omschreven.
• De verblijfgevende lidstaat stelt Nederland binnen 14 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om raadpleging in kennis van zijn besluit om de verblijfsvergunning al dan niet in trekken, of als het voor die lidstaat onmogelijk was om binnen die termijn een besluit te nemen, van zijn met redenen omkleed verzoek om de termijn van zijn antwoord met maximaal 12 bijkomende kalenderdagen te verlengen.
• Conform artikel 32, eerste lid, onder f, van het SIRENE-handboek moet de verblijfgevende lidstaat de raadplegende lidstaat altijd informeren ook al is de termijn verstreken.
• Als de verblijfgevende lidstaat niet reageert en de reactietermijn is verstreken of als uit de raadpleging blijkt dat de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning handhaaft, verricht de IND de volgende handelingen:
De IND wist de signalering inzake terugkeer al dan niet in combinatie met een inreisverbod uit SIS;
Als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd beoordeelt de IND aan de hand van paragraaf A4/2.5.5 Vc ambtshalve of het inreisverbod wordt opgeheven;
Als er sprake is van een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt de vreemdeling in E&S gesignaleerd.
• Als uit de raadpleging blijkt dat de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning intrekt, wordt:
de signalering in SIS niet gewist, of
als de vreemdeling in het E&S is gesignaleerd, de signalering in E&S gewist en in SIS opgenomen.
Een vreemdeling is door Nederland gesignaleerd in SIS met het oog op weigering van toegang en verblijf. De vreemdeling heeft het grondgebied van de lidstaten verlaten. Na deze signalering blijkt dat de vreemdeling in een andere lidstaat een geldige verblijfsvergunning bezit.
De IND start de procedure op grond van artikel 29 Vo (EU) 2018/1861 bij de verblijfgevende lidstaat. Dit houdt het volgende in:
• De verblijfgevende lidstaat stelt Nederland binnen 14 kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om raadpleging in kennis van zijn besluit om de verblijfsvergunning al dan niet in trekken, of als het voor die lidstaat onmogelijk is om binnen die termijn een besluit te nemen, van zijn met redenen omkleed verzoek om de termijn van zijn antwoord met maximaal 12 bijkomende kalenderdagen te verlengen;
• Conform artikel 36, eerste lid, onder f, van het SIRENE-handboek moet de verblijfgevende lidstaat de raadplegende lidstaat altijd informeren ook al is de termijn verstreken;
• Als uit de raadpleging blijkt dat de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning handhaaft of als de verblijfgevende lidstaat niet reageert en de reactietermijn is verstreken, verricht de IND de volgende handelingen:
De IND wist de signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf uit SIS;
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf A4/2.5.5 Vc ambtshalve of het inreisverbod wordt opgeheven; en
Als er sprake is van een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt de vreemdeling in E&S gesignaleerd.
• Als uit de raadpleging blijkt dat de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning intrekt, wordt:
de signalering in SIS niet gewist, of;
als de vreemdeling in het E&S is gesignaleerd, de signalering in E&S gewist en in SIS opgenomen.
Als de in SIS gesignaleerde vreemdeling het grondgebied echter nog niet heeft verlaten en het inreisverbod, dat is opgelegd voor 7 maart 2023, dus nog niet in werking is getreden, start de IND alsnog de procedure op grond van artikel 29 Vo (EU) 2018/1861 bij de verblijfgevende lidstaat als een procedurele gebeurtenis daartoe aanleiding geeft. De procedure zoals hierboven omschreven is dan van toepassing. De IND wist de signalering vanwege het niet in werking getreden inreisverbod en voert een signalering inzake terugkeer in, als de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning intrekt.
##### 12.10.3. Raadpleging door andere lidstaat bij Nederland
###### 12.10.3.1. Aanvraag verblijfsvergunning bij andere lidstaat en signalering door Nederland
In deze paragraaf wordt de raadpleging door een andere lidstaat voorafgaand aan het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning inclusief asiel besproken, terwijl er al sprake is van een signalering door Nederland. Het Bureau SIRENE informeert de IND over het raadplegingsverzoek.
De IND verricht bij een vreemdeling die door Nederland:
• in het SIS gesignaleerd is inzake terugkeer zonder inreisverbod, de volgende handeling:
wist op grond van artikel 9, tweede lid, Vo (EU) 2018/1860 onverwijld de signalering inzake terugkeer, nadat de andere lidstaat Nederland er onverwijld van in kennis stelt dat de andere lidstaat voornemens is een verblijfsvergunning te verlenen of dat hij deze heeft verleend;
• in het SIS is gesignaleerd inzake terugkeer in combinatie met een inreisverbod of in combinatie met een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 of is gesignaleerd met het oog op weigering van toegang en verblijf, de volgende handeling(en):
beantwoordt op grond van artikel 9, eerste lid, onder b, Vo (EU) 2018/1860 of artikel 27, aanhef en onder b, Vo (EU) 2018/1861 de andere lidstaat binnen tien kalenderdagen;
als de IND het raadplegingsverzoek niet binnen tien kalenderdagen beantwoordt, wordt de IND op grond van artikel 9, eerste lid, onder c, Vo (EU) 2018/60 of artikel 27, aanhef en onder c, Vo (EU) 2018/61 geacht geen bezwaar te hebben tegen de verlening of verlenging van de verblijfsvergunning; en
als de andere lidstaat de IND ervan in kennis stelt dat hij voornemens is of besloten heeft de verblijfsvergunning te verlenen of te verlengen, wist de IND de signalering inzake terugkeer of met het oog op weigering van toegang en verblijf. De IND beoordeelt aan de hand van A4/2.5.5 Vc ambtshalve of het inreisverbod wordt opgeheven. Als er sprake is van een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt de vreemdeling in E&S gesignaleerd.
###### 12.10.3.2. Invoering signalering door andere lidstaat als sprake is van een verblijfsvergunning in Nederland
In deze paragraaf wordt de raadpleging door een andere lidstaat voorafgaand aan het invoeren van een signalering besproken, terwijl er al sprake is van een verblijfsvergunning inclusief asiel in Nederland. Het Bureau SIRENE informeert de IND over het raadplegingsverzoek.
De andere lidstaat overweegt de vreemdeling te signaleren in SIS en raadpleegt de IND:
• op grond van artikel 10 Vo (EU) 2018/1860 vanwege een signalering inzake terugkeer; of
• op grond van artikel 28 Vo (EU) 2018/1861 vanwege een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf.
Conform de hierboven genoemde raadplegingsprocedures geldt het volgende.
• De IND beoordeelt binnen veertien kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om raadpleging op basis van de verstrekte informatie van de andere lidstaat of er redenen zijn om de verblijfsvergunning in te trekken.
• De IND kan de andere lidstaat via het Bureau SIRENE bij uitzondering verzoeken om verlenging van de termijn met maximaal twaalf kalenderdagen.
• Conform artikel 31, eerste lid, onder g, of artikel 35, eerste lid, onder g, van het SIRENE-handboek moet Nederland de raadplegende lidstaat altijd informeren ook al is de termijn verstreken.
• De IND informeert de signalerende lidstaat of de verleende verblijfsvergunning wel of niet wordt ingetrokken.
• Als de IND de verblijfsvergunning handhaaft, wordt de signalering niet ingevoerd.
• Als de IND de verblijfsvergunning intrekt, signaleert de raadplegende lidstaat de vreemdeling in SIS.
###### 12.10.3.3. Na invoering signalering door andere lidstaat: constatering verblijfsvergunning in Nederland
In deze paragraaf wordt de raadpleging door de andere lidstaat besproken, als na het invoeren van een signalering door deze andere lidstaat blijkt dat de vreemdeling al in het bezit is van een verblijfsvergunning inclusief asiel in Nederland. Het Bureau SIRENE informeert de IND over het raadplegingsverzoek.
De vreemdeling is gesignaleerd in:
• SIS inzake terugkeer al dan niet in combinatie met een inreisverbod. Als de signalerende lidstaat besluit het terugkeerbesluit niet in te trekken, raadpleegt de signalerende lidstaat Nederland op grond van artikel 11 van Vo (EU) 2018/1860; of
• SIS met het oog op weigering van toegang en verblijf. De signalerende lidstaat raadpleegt Nederland op grond van artikel 29 Vo (EU) 2018/1861.
Conform genoemde raadplegingsprocedures geldt het volgende.
• De IND beoordeelt binnen veertien kalenderdagen na ontvangst van het verzoek om raadpleging op basis van de verstrekte informatie van de signalerende lidstaat of er redenen zijn om de verblijfsvergunning in te trekken.
• De IND kan de signalerende lidstaat via het Bureau SIRENE bij uitzondering verzoeken om verlenging van de termijn met maximaal twaalf kalenderdagen.
• Conform artikel 32, eerste lid, onder f, of artikel 36, eerste lid, onder f, van het SIRENE-handboek moet Nederland de raadplegende lidstaat altijd informeren ook al is de termijn verstreken.
• De IND informeert de signalerende lidstaat of de verleende verblijfsvergunning wel of niet wordt ingetrokken.
De procedure zoals hierboven beschreven wordt op grond van artikel 12 Vo (EU) 2018/1860 of artikel 30 Vo 2018/1861 geïnitieerd door een derde lidstaat als die lidstaat vaststelt dat de vreemdeling in het bezit is van een door Nederland afgegeven verblijfsvergunning en de vreemdeling door een andere lidstaat is gesignaleerd.
##### 12.10.4. Raadpleging zonder actieve betrokkenheid van Nederland
Deze paragraaf gaat over de raadpleging bij een hit als Nederland niet betrokken is bij de signalering of verblijfsverlening, maar de vreemdeling wel door Nederland wordt aangetroffen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling die:
• beschikt over een verblijfsvergunning inclusief asiel van een lidstaat; en
• door een andere lidstaat is gesignaleerd inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf,
de volgende handeling:
• meldt de treffer bij Bureau SIRENE zodat de raadplegingsprocedure op grond van artikel 12 van Vo (EU) 2018/1860 of artikel 30 van Vo (EU) 2018/1861 kan worden gevolgd.
#### 12.11. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Als een vreemdeling te kennen geeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen en in het SIS of E&S gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle volgende handelingen:
• de SIS-treffer melden bij het Bureau SIRENE; en
• de IND op de hoogte stellen van het bestaan van de SIS- of E&S-signalering; zie verder de procedure beschreven in paragraaf A2/12.10.2.1 als het een SIS-signalering is.
Als sprake is van een claim op basis van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening) neemt het verantwoordelijke land de behandeling van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd over en blijft de SIS-signalering voorlopig gehandhaafd. De lidstaat die de vreemdeling heeft gesignaleerd neemt de beslissing over het handhaven of laten vervallen van de signalering.
#### 12.12. Het wissen van signaleringen
De IND wist een door Nederland in het SIS ingevoerde signalering inzake terugkeer als de vreemdeling is uitgereisd uit het grondgebied van de lidstaten en zijn vertrek bij de IND bekend is. Een door Nederland in het SIS ingevoerde signalering met het oog op weigering toegang en verblijf wordt gewist als de duur van het opgelegde inreisverbod is verstreken en zijn vertrek bij de IND bekend is; zie ook paragraaf A4/2.5.6 Vc.
De IND kan een signalering wissen als sprake is van gewijzigde omstandigheden, die aanzetten tot het wissen van de signalering. Daarvan is in ieder geval sprake in de volgende gevallen:
• de grondslag voor de signalering is komen te vervallen;
• de vreemdeling toont aan dat de signalering berust op onterechte gronden;
• aan de vreemdeling wordt verblijf in Nederland toegestaan;
• aan de vreemdeling wordt verblijf in een andere lidstaat toegestaan. Als aan de vreemdeling verblijf in een andere lidstaat wordt toegestaan moet het Bureau SIRENE van het betreffende Schengenland aan Nederland verzoeken de signalering op te heffen. Het Bureau SIRENE van Nederland stuurt het verzoek om opheffing van de signalering door naar de IND. De IND wist de signalering uit het (N)SIS en gaat na of de signalering vervolgens in het E&S wordt opgenomen. Dit is afhankelijk van de reden van de signalering. Als de vreemdeling is gesignaleerd vanwege een:
• aan de vreemdeling wordt verblijf in een andere lidstaat toegestaan; zie paragraaf A2/12.10 Vc. De IND gaat na of de vreemdeling in het E&S wordt gesignaleerd.
• ongewenstverklaring: wist de IND de signalering uit (N)SIS en neemt de IND deze op in E&S.
• inreisverbod: beoordeelt de IND aan de hand van A4/2.5.5 Vc ambtshalve of het inreisverbod wordt opgeheven. Naar aanleiding van deze beoordeling wordt de signalering in (N)SIS opgeheven en opgenomen in E&S als dit van toepassing is.
##### 12.12.1. Verzoek tot het wissen van een signalering in het SIS
Met opneming van de signalering van de vreemdeling in E&S, moet de IND rekening houden met het verblijfsdoel van de vreemdeling in het land waar hem verblijf wordt toegestaan, bijvoorbeeld als de vreemdeling onder de werking van het Unierecht komt te vallen.
Een vreemdeling die gesignaleerd staat in het SIS mag bij elke lidstaat een verzoek indienen om het wissen van de signalering.
##### 12.7.1. Verzoek opheffing van een signalering in het (N)SIS
In Nederland moet de vreemdeling een verzoek tot het wissen van een signalering van een andere lidstaat richten aan de DLIO (Dienst Landelijke Informatie Organisatie).
Een vreemdeling die gesignaleerd staat in het (N)SIS mag bij elk Schengenland een verzoek indienen om opheffing van de signalering.
Als het verzoek tot het wissen van de signalering met het oog op weigering toegang en verblijf feitelijk een verzoek tot het opheffen van het door Nederland opgelegde inreisverbod of ongewenstverklaring betreft, moet het verzoek door de vreemdeling naar de IND worden gestuurd en is respectievelijk paragraaf A4/2.5 of paragraaf A4/3.5 Vc van toepassing.
In Nederland moet de vreemdeling een verzoek tot opheffing van een signalering van een andere lidstaat richten aan de DLIO (Dienst Landelijke Informatie Organisatie). Als de signalering dient ter fine van handhaving van een door Nederland opgelegd inreisverbod, moet het verzoek van de vreemdeling tot opheffing van de signalering gericht zijn op de opheffing van het inreisverbod.
Een verzoek tot het wissen van een door Nederland opgenomen signalering inzake terugkeer of met het oog weigering van toegang en verblijf moet door de vreemdeling naar de IND worden gestuurd.
Een verzoek tot opheffing van een door Nederland opgenomen signalering moet door de vreemdeling naar de IND worden gestuurd. Binnen vier weken nadat het verzoek van de vreemdeling is ontvangen, wordt door de IND schriftelijk beslist op het verzoek tot opheffing van de signalering.
Binnen acht weken nadat het verzoek van de vreemdeling is ontvangen, wordt door de IND schriftelijk beslist op het verzoek tot het wissen van de signalering.
##### 12.7.2. Verzoek opheffing van signalering in het E&S
##### 12.12.2. Verzoek tot het wissen van een signalering in het E&S
Een vreemdeling die is geregistreerd in het E&S heeft het recht een verzoek in te dienen om de signalering te verwijderen uit het E&S. Hiertoe moet de vreemdeling een schriftelijk en gemotiveerd verzoek richten aan de DLIO (zie artikel 15 en artikel 16 AVG). De DLIO stuurt het verzoek door aan de IND. De IND beslist schriftelijk binnen vier weken nadat het verzoek door de IND is ontvangen.
Een vreemdeling die is geregistreerd in het E&S kan een verzoek indienen om de signalering te wissen in het E&S. Hiertoe moet de vreemdeling een schriftelijk en gemotiveerd verzoek richten aan de DLIO. De DLIO stuurt het verzoek door aan de IND. De IND beslist schriftelijk binnen acht weken nadat het verzoek door de IND is ontvangen.
Een signalering wordt door de IND uit het E&S verwijderd als de signaleringstermijn is verstreken.
Een signalering wordt door de IND in het E&S gewist als de termijn van de maatregel die ten grondslag ligt aan de signalering is verstreken.
De IND kan een signalering in het E&S opheffen voordat de signaleringstermijn is verstreken als er sprake is van gewijzigde omstandigheden, die nopen tot opheffing.
De IND kan een signalering in het E&S ook wissen als de onderliggende maatregel wordt opgeheven.
De IND heft een signalering in het E&S op als de mvv-sticker van de mvv-plichtige vreemdeling die niet (langer) aan de voorwaarden waaronder de mvv is afgegeven voldoet, doorgehaald wordt.
De IND wist een signalering in het E&S als de mvv-sticker van de mvv-plichtige vreemdeling die niet (langer) aan de voorwaarden waaronder de mvv is afgegeven voldoet, doorgehaald wordt.
#### 12.8. Toegang verlenen ondanks signalering
#### 12.13. Toegang verlenen ondanks signalering
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt het Bureau SIRENE op de hoogte als een vreemdeling die gesignaleerd staat de toegang tot Nederland voor een kort verblijf wordt verleend. Het Bureau SIRENE informeert de andere Schengenlanden over deze toegangsverlening.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt het Bureau SIRENE op de hoogte als een vreemdeling die gesignaleerd staat de toegang tot Nederland voor een kort verblijf wordt verleend. Het Bureau SIRENE informeert de andere lidstaten over deze toegangsverlening.
### 13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten
@ -1579,7 +1899,7 @@ De politie, ZHP of KMar moeten contact opnemen met de IND om te vernemen hoe geh
• goede internationale betrekkingen;
• de nationale veiligheid.
De vreemdeling kan de bijzondere aanwijzing worden gegeven dat hij zich moet onthouden van activiteiten of uitlatingen die een gevaar opleveren voor de openbare orde.
De vreemdeling kan de bijzondere aanwijzing worden gegeven dat hij zich moet onthouden van activiteiten of uitlatingen die een gevaar opleveren voor een van de drie genoemde situaties.
## A3. Vertrek en uitzetting
@ -1609,7 +1929,7 @@ Een vreemdeling met een terugkeerbesluit, een zwaar inreisverbod en rechtmatig v
### 2. Zelfstandig vertrek
De IND, politie, KMar en ZHP starten een terugkeerprocedure op die gericht is op de terugkeer naar het land van herkomst van de vreemdeling, nadat zij de vreemdeling een terugkeerbesluit hebben uitgereikt. De politie, KMar en ZHP kunnen hierbij gebruik maken van model M107-A.
De IND, politie, KMar en ZHP starten een terugkeerprocedure op die gericht is op de terugkeer naar het land van herkomst van de vreemdeling, nadat zij de vreemdeling een terugkeerbesluit al dan niet in combinatie met een inreisverbod hebben uitgereikt. De politie, KMar en ZHP kunnen hierbij gebruik maken van model M107-A.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag de vreemdeling op grond van artikel 4.38 Vb vorderen om te verschijnen om gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van het vertrek uit Nederland. Hieronder vallen in ieder geval de biometrische gegevens van de vreemdeling.
@ -1625,26 +1945,20 @@ Naast deze begeleiding door de DT&V kunnen andere vormen van begeleiding plaatsv
• door de KMar in het kader van veiligheid van de vlucht; of
• door derden, zoals psychiatrisch geschoolde verpleegkundigen, ter vervulling van de reisvoorwaarden opgenomen in het BMA-advies.
In het geval de vreemdeling in één van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland een geldige reguliere verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf heeft, wordt in de regel geen terugkeerbesluit uitgevaardigd. Ingevolge artikel 62a, derde lid, Vw wordt aan de vreemdeling in beginsel eerst het bevel gegeven zich onmiddellijk naar het grondgebied van de betrokken lidstaat te begeven (model M106-B). Indien dit bevel niet wordt nageleefd of indien om redenen van openbare orde of nationale veiligheid het onmiddellijke vertrek van de vreemdeling is vereist, wordt tegen de vreemdeling wel een terugkeerbesluit uitgevaardigd door de IND, KMar, politie of ZHP.
In het geval de vreemdeling in één van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland een geldige reguliere verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf heeft, wordt in de regel geen terugkeerbesluit uitgevaardigd. Ingevolge artikel 62a, derde lid, Vw wordt aan de vreemdeling in beginsel eerst het bevel gegeven zich onmiddellijk naar het grondgebied van de betrokken lidstaat te begeven (model M106-B). Als dit bevel niet wordt nageleefd of als om redenen van openbare orde of nationale veiligheid het onmiddellijke vertrek van de vreemdeling is vereist, wordt tegen de vreemdeling wel een terugkeerbesluit uitgevaardigd door de IND, KMAR, politie of ZHP.
Als een vreemdeling met een regulier verblijfsrecht in een andere lidstaat een terugkeerbesluit krijgt uitgereikt door de IND, dat tevens een zwaar inreisverbod inhoudt, moet de consultatieprocedure, zoals hieronder is beschreven, worden opgestart. Overeenkomstig paragraaf A4/2.2 Vc kan een zwaar inreisverbod worden opgelegd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, Vw, ongeacht of het verblijfsrecht in de andere lidstaat wordt ingetrokken naar aanleiding van de consultatie. Het inreisverbod met de rechtsgevolgen als bedoeld in artikel 66a, zevende lid, Vw, kan al worden opgelegd terwijl de consultatieprocedure nog niet volledig is doorlopen.
In het geval de vreemdeling in één van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland internationale bescherming geniet, wordt geen terugkeerbesluit uitgevaardigd. Om die reden kan ook geen inreisverbod worden opgelegd (zie ook A4/2.2 Vc). Ingevolge artikel 62a, derde lid, Vw wordt aan de vreemdeling het bevel gegeven zich onmiddellijk naar het grondgebied van de betrokken lidstaat te begeven (model M106-B).
Opname in E&S volgt totdat zekerheid is omtrent de intrekking van het verblijfsrecht in de andere lidstaat; na intrekking van het verblijfsrecht volgt signalering in (N)SIS.
De IND kan deze vreemdeling enkel ongewenst verklaren als hij zich buiten Nederland bevindt. Zie voor signalering en raadplegingsprocedure: paragraaf A2/12.10 Vc.
Als wordt overwogen aan een vreemdeling met een regulier verblijfsrecht in een andere lidstaat die een terugkeerbesluit uitgereikt krijgt een licht inreisverbod op te leggen, moet de IND, politie, KMar of ZHP contact opnemen met de lidstaat door wie de verblijfsvergunning is afgegeven om nadere informatie te verkrijgen over de aard van het verblijf in die lidstaat en de vraag of zij naar aanleiding van het eventuele inreisverbod over gaan tot intrekking van het verblijfsrecht. Dit kan onder meer via Bureau SIRENE; Bureau SIRENE kan daarbij aan de andere lidstaat informatie verstrekken die relevant kan zijn voor de beoordeling van de intrekking van het verblijfsrecht in de andere lidstaat.
Als de lidstaat van de Unie waar de vreemdeling een regulier verblijfsrecht heeft op basis van de door de ambtenaar verstrekte informatie over gaat tot intrekking van de verblijfsvergunning van de vreemdeling, bestaat aanleiding om een terugkeerbesluit uit te reiken en overeenkomstig paragraaf A4/2.1 Vc een inreisverbod op te leggen. De vreemdeling wordt overeenkomstig paragraaf A2/12.2 Vc in het SIS gesignaleerd. De IND, KMar, politie of ZHP kan alleen een licht inreisverbod opleggen als een verblijfsrecht door een andere lidstaat is ingetrokken.
Als uit de consultatie van de andere lidstaat blijkt dat het verblijfsrecht niet wordt ingetrokken en overeenkomstig paragraaf A4/2.2 Vc een zwaar inreisverbod met toepassing van artikel 66a, zevende lid, Vw wordt opgelegd, staat dat in de weg aan een SIS-signalering. Signalering (of het laten voortduren van signalering) in E&S kan wel.
In het geval de vreemdeling in één van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland internationale bescherming geniet, wordt in de regel geen terugkeerbesluit uitgevaardigd. Ingevolge artikel 62a, derde lid, Vw wordt aan de vreemdeling in beginsel eerst het bevel gegeven zich onmiddellijk naar het grondgebied van de betrokken lidstaat te begeven (model M106-B). Een terugkeerbesluit wordt niet uitgevaardigd aan een vreemdeling met internationale bescherming in één van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland. Om die reden kan ook geen inreisverbod worden opgelegd (zie ook A4/2.2 Vc). De IND kan deze vreemdelingen ongewenst verklaren, naast het geven van een bevel tot terugkeer. Om de andere lidstaat hierover te informeren, vindt er een consultatie plaats zoals hieronder beschreven. De vreemdeling kan ongewenst worden verklaard en in E&S worden gesignaleerd, terwijl de consultatie nog niet volledig is doorlopen.
In afwijking van de richtlijn 2008/115/EG wordt een vreemdeling die voldoet aan alle volgende kenmerken door de DT&V begeleid in de terugkeer naar de lidstaat die hem een verblijfsvergunning heeft verleend:
Een vreemdeling die voldoet aan alle volgende kenmerken wordt door de DT&V begeleid in de terugkeer naar de lidstaat die hem een verblijfsvergunning heeft verleend:
• de vreemdeling is afkomstig uit een derde land;
• de vreemdeling heeft geen rechtmatig verblijf in Nederland;
• de vreemdeling is in het bezit van een door een andere lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf;
• de vreemdeling is na het ontvangen van een terugkeerbesluit alsnog bereid en in staat terug te keren naar de lidstaat die hem een verblijfsvergunning heeft verleend.
• de vreemdeling is in het bezit van een door een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland afgegeven geldige verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf; en
• aan de vreemdeling is geen terugkeerbesluit gegeven.
Als de vreemdeling wel een terugkeerbesluit heeft gekregen, begeleidt de DT&V niet in het vertrek naar de andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland die aan de vreemdeling een verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf heeft verleend. In dat geval zet de DT&V in op vertrek naar het land zoals genoemd in het terugkeerbesluit.
### 3. Vertrektermijnen
@ -2700,13 +3014,11 @@ De IND maakt gebruik van de in artikel 6.5, vierde lid, Vb geboden mogelijkheid
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt geen inreisverbod uit als:
a. de IND een ander land dat partij is bij Verordening (EU) nr. 604/2013 heeft verzocht de vreemdeling op grond van deze verordening terug te nemen of over te nemen;
a. de IND een ander land dat partij is bij Verordening (EU) nr. 604/2013 heeft verzocht de vreemdeling op grond van deze verordening terug te nemen of over te nemen;
b. de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning, verleend door een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland, tenzij de vreemdeling in aanmerking komt voor een zwaar inreisverbod;
c. het uitvaardigen van een inreisverbod aan de vreemdeling een schending van artikel 8 EVRM betekent.
De andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland die de verblijfsvergunning aan de vreemdeling heeft verleend, wordt geconsulteerd met de vraag of het betreffende land aanleiding ziet om het verblijfsrecht in te trekken.
In paragraaf A3/2 Vc wordt de consultatieprocedure met het oog op signalering beschreven in het geval de vreemdeling verblijfsrecht heeft in een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland. Een vreemdeling met internationale bescherming in een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland kan geen terugkeerbesluit uitgevaardigd krijgen en daarom kan hem ook geen inreisverbod worden opgelegd. De IND kan deze vreemdelingen wel ongewenst verklaren (zie ook A3/2 Vc).
In paragraaf A2/12.10 Vc wordt de raadplegingsprocedure met het oog op signalering beschreven in het geval de vreemdeling verblijfsrecht heeft in een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland. Een vreemdeling met internationale bescherming in een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland kan geen terugkeerbesluit uitgevaardigd krijgen en daarom kan hem ook geen inreisverbod worden opgelegd. Voor het geven van een bevel zich onmiddellijk te begeven naar de verblijfgevende lidstaat, zie paragraaf A3/2 Vc.
Bij het besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod weegt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar paragraaf B7/3.8 Vc.
@ -2758,9 +3070,9 @@ In artikel 66a, vijfde lid, Vw wordt bepaald dat als een beschikking, waarbij he
Het beleid dat geldt voor het opleggen van een inreisverbod is van overeenkomstige toepassing bij het opleggen van een inreisverbod aan de grensdoorlaatpost. Zie hiervoor Vc A4/2.
Indien het niet meer mogelijk is om voor het vertrek van de vreemdeling een inreisverbod uit te vaardigen, dan geldt in afwijking van A4/2.4.1 het volgende:
Als het niet meer mogelijk is om voor het vertrek van de vreemdeling een inreisverbod uit te vaardigen, dan geldt in afwijking van A4/2.4.1 het volgende:
Wanneer de ambtenaar belast met de grensbewaking van oordeel is dat er gronden zijn voor het uitvaardigen van een inreisverbod, dan dient deze ambtenaar een voornemenprocedure te starten.
Wanneer de ambtenaar belast met de grensbewaking van oordeel is dat er gronden zijn voor het uitvaardigen van een inreisverbod, dan moet deze ambtenaar een voornemenprocedure starten.
Voorafgaand aan het opleggen van het terugkeerbesluit geeft deze ambtenaar uitvoering aan de hoorplicht, zoals bedoeld in artikel 4:8 Awb. De vreemdeling wordt erop gewezen dat een inreisverbod kan worden opgelegd, ook als de vreemdeling aan de vertrekverplichting gaat voldoen.
@ -2778,11 +3090,11 @@ De ambtenaar belast met de grensbewaking handelt bij de uitreiking van het voorn
• hij verstrekt een brochure in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal met betrekking tot het uitvaardigen van een inreisverbod; en
• hij verstrekt informatie op welke wijze de vreemdeling zijn zienswijze naar voren kan brengen.
De hulpofficier van justitie betrekt alle feiten en omstandigheden die de vreemdeling in de zienswijze naar voren brengt.
De hulpofficier van justitie of de ambtenaar met ter zake voldoende kennis en kunde van de Koninklijke Marechaussee die daartoe is aangewezen door de Commandant der Koninklijke Marechaussee betrekt alle feiten en omstandigheden die de vreemdeling in de zienswijze naar voren brengt.
De hulpofficier van justitie besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod binnen acht weken nadat de termijn van vier weken voor het naar voren brengen van een zienswijze is verstreken. De beschikking wordt naar het door de vreemdeling opgegeven (e-mail)adres in het buitenland gezonden en van de inhoud wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. Als geen geldig (e-mail)adres van de vreemdeling in het buitenland bekend is, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Staatscourant. Indien een gemachtigde bekend is, wordt tevens een kopie van het besluit naar de gemachtigde gezonden op dezelfde dag als die waarop het besluit naar het door de vreemdeling opgegeven (e-mail)adres is gezonden.
De hulpofficier van justitie of de ambtenaar met ter zake voldoende kennis en kunde van de Koninklijke Marechaussee die daartoe is aangewezen door de Commandant der Koninklijke Marechaussee besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod binnen acht weken nadat de termijn van vier weken voor het naar voren brengen van een zienswijze is verstreken. De beschikking wordt naar het door de vreemdeling opgegeven (e-mail)adres in het buitenland gezonden en van de inhoud wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. Als geen geldig (e-mail)adres van de vreemdeling in het buitenland bekend is, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Staatscourant. Als een gemachtigde bekend is, wordt tevens een kopie van het besluit naar de gemachtigde gezonden op dezelfde dag als die waarop het besluit naar het door de vreemdeling opgegeven (e-mail)adres is gezonden.
Het beleid dat geldt voor opneming van signaleringen is van overeenkomstige toepassing. Zie hiervoor Vc A2/12.2.
Het beleid dat geldt voor opneming van signaleringen is van overeenkomstige toepassing. Zie hiervoor paragraaf A2/12 Vc.
#### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
@ -2847,15 +3159,22 @@ Het beleid dat geldt voor de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring is
##### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
Als een vreemdeling door Nederland gesignaleerd staat in SIS ter fine van de weigering van de toegang en de vreemdeling vraagt verblijf aan in een andere lidstaat van de Europese Unie (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland, consulteert deze andere lidstaat Nederland over de signalering. Als de andere lidstaat een verblijfsvergunning verleent, verzoekt deze lidstaat Nederland de signalering in SIS op te heffen.
Naar aanleiding van de raadplegingsprocedure genoemd in paragraaf A2/12.10 Vc heft de IND ambtshalve het lichte inreisverbod op, als:
De IND behandelt dit verzoek tot opheffing van de signalering als volgt:
• Nederland een vreemdeling heeft gesignaleerd of voornemens is te signaleren in SIS ter fine van de weigering van de toegang of inzake terugkeer in combinatie met een inreisverbod;
• de betreffende vreemdeling verblijf heeft of krijgt in een andere lidstaat van de Europese Unie (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland; en
• na de raadplegingsprocedure genoemd in paragraaf A2/12.10 Vc de signalering in SIS moet worden gewist of niet in SIS wordt ingevoerd.
• De IND heft een zwaar inreisverbod niet op, tenzij wordt voldaan aan de voorwaarden zoals neergelegd in paragraaf A4/2.5.2 Vc of als de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel heeft verkregen, zie hiervoor paragraaf A4/2.2 Vc. De signalering in SIS wordt omgezet naar een signalering in E&S.
• De IND heft een licht inreisverbod niet op, als er sprake is van openbare orde aspecten zoals neergelegd in paragraaf B1/4.4 Vc. De signalering in SIS wordt omgezet naar een signalering in E&S.
• De IND heft een licht inreisverbod op, als er geen sprake is van openbare orde aspecten zoals bedoeld in B1/4.4 Vc. De signalering in SIS wordt opgeheven.
Als in bovenstaande situatie sprake is van een zwaar inreisverbod en de verblijfgevende lidstaat heeft aangegeven het (voorgenomen) verblijfsrecht te handhaven of het verblijfsrecht niet in te trekken, heft de IND ambtshalve het inreisverbod op.
Als de signalering ter fine van de weigering van de toegang in SIS wordt omgezet naar een signalering in E&S wordt de vreemdeling daarvan op de hoogte gesteld middels een mededeling in de Staatscourant.
Als de verblijfgevende lidstaat niet binnen de reactietermijn van het raadplegingsverzoek heeft aangegeven (voornemens te zijn) het verblijfsrecht in te trekken, dan wordt het zware inreisverbod opgeheven als:
de verblijfgevende lidstaat na het verstrijken van de reactietermijn reageert en aangeeft het verblijfsrecht niet in te trekken; of
een redelijke termijn is verstreken na de reactietermijn en de verblijfgevende lidstaat niet alsnog heeft aangegeven het verblijfsrecht in te trekken.
De IND beoordeelt bij de opheffing van een inreisverbod of een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt opgelegd.
Hoe de IND omgaat met signaleringen in SIS of E&S naar aanleiding van een verzoek om opheffing van de signalering, staat opgenomen in paragraaf A2/12.10 Vc.
##### 2.5.6. Van rechtswege vervallen
@ -2863,9 +3182,11 @@ Het inreisverbod vervalt van rechtswege na afloop van de duur die aan het inreis
#### 2.6. Rechtsgevolgen van het inreisverbod
Artikel 66a, zesde en zevende lid, Vw blijven buiten toepassing als de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten ná het opleggen van het inreisverbod nog niet heeft verlaten. Het inreisverbod heeft in die situatie geen invloed op de mogelijkheid tot het verkrijgen van rechtmatig verblijf, zoals bedoeld in artikel 8 Vw.
Artikel 66a, zesde en zevende lid, Vw blijven buiten toepassing als de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland ná het opleggen van het inreisverbod nog niet heeft verlaten. Het inreisverbod heeft in die situatie geen invloed op de mogelijkheid tot het verkrijgen van rechtmatig verblijf, zoals bedoeld in artikel 8 Vw.
De hiervoor genoemde rechtsgevolgen van het inreisverbod treden pas in als de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten daadwerkelijk heeft verlaten. In dat geval staat het inreisverbod wel in de weg aan het verkrijgen van rechtmatig verblijf, behoudens (opvolgende) aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel en de uitzonderingen die voortvloeien uit artikel 66a, zesde en zevende lid, Vw.
De hiervoor genoemde rechtsgevolgen van het inreisverbod treden pas in als de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland daadwerkelijk heeft verlaten. In dat geval staat het inreisverbod wel in de weg aan het verkrijgen van rechtmatig verblijf, behoudens (opvolgende) aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel en de uitzonderingen die voortvloeien uit artikel 66a, zesde en zevende lid, Vw.
De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd anders dan op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van artikel 108 Vw. De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van artikel 197 WvSr.
### 3. Ongewenstverklaring
@ -2890,9 +3211,9 @@ De IND besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling als de vreemdeling ee
• De vreemdeling vormt een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving. Het beleid als neergelegd in paragraaf A3/3 Vc onder het kopje daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde is van overeenkomstige toepassing.
• De vreemdeling is wegens een misdrijf:
veroordeeld tot een gevangenisstraf (waaronder jeugddetentie) of heeft een taakstraf of vrijheidsontnemende maatregel opgelegd gekregen waarbij het (totale) onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straf of maatregel ten minste één dag bedraagt; of
bij herhaling veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf (waaronder jeugddetentie) of heeft bij herhaling een taakstraf, onvoorwaardelijke geldboete of vrijheidsontnemende maatregel opgelegd gekregen, een transactieaanbod aanvaard of een strafbeschikking opgelegd gekregen.
• De vreemdeling overeenkomstig paragraaf A2/12 Vc voor signalering in SIS in aanmerking komt wegens een gevaar voor de openbare orde.
veroordeeld tot een gevangenisstraf (waaronder jeugddetentie) of heeft een taakstraf of vrijheidsontnemende maatregel opgelegd gekregen waarbij het (totale) onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straf of maatregel ten minste één dag bedraagt; of
bij herhaling veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf (waaronder jeugddetentie) of heeft bij herhaling een taakstraf, onvoorwaardelijke geldboete of vrijheidsontnemende maatregel opgelegd gekregen, een transactieaanbod aanvaard of een strafbeschikking opgelegd gekregen.
• De vreemdeling overeenkomstig paragraaf A2/12.6 Vc voor signalering in SIS in aanmerking komt wegens een gevaar voor de openbare orde.
De IND besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling als deze een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De IND beschouwt een vreemdeling als een gevaar voor de nationale veiligheid als bedoeld in artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, Vw als daarvoor concrete aanwijzingen zijn.
@ -2938,9 +3259,13 @@ Als bekend is dat de vreemdeling niet langer op het laatst bekende adres woont,
Als geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is of de gemachtigde stelt niet of niet langer gemachtigde te zijn, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Staatscourant.
#### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
#### 3.5. Rechtsgevolgen ongewenstverklaring
##### 3.5.1. Inleiding
De vreemdeling die ongewenst is verklaard, mag niet langer in Nederland verblijven. De vreemdeling moet Nederland direct verlaten en mag ook niet meer terug naar Nederland reizen. Het verblijf in Nederland van een vreemdeling die ongewenst is verklaard, is strafbaar op grond van artikel 197 WvSr. Voor wat betreft de signalering wordt verwezen naar paragraaf A2/12.6 Vc.
#### 3.6. Opheffing van de ongewenstverklaring
##### 3.6.1. Inleiding
Bij de toepassing van artikel 6.6, tweede lid, Vb weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse Staat.
@ -2954,13 +3279,13 @@ Er kunnen zich bijzondere feiten en omstandigheden voordoen waarbij het gevaar v
In ieder geval merkt de IND het enkele feit dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit en niet meer in Nederland heeft verbleven, niet aan als een bijzonder feit of bijzondere omstandigheid.
##### 3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
##### 3.6.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring moet de vreemdeling indienen bij de IND.
De vreemdeling hoeft geen verklaring als bedoeld in artikel 6.6 lid 4 onder d Vb over te leggen als het overleggen van deze verklaring niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de algemene situatie of het ontbreken van een registratie van gepleegde misdrijven of strafvervolging in het in artikel 6.6 lid 4 onder d Vb bedoelde land.
#### 3.6. Beoordeling van de aanvraag
#### 3.7. Beoordeling van de aanvraag
De IND neemt uitsluitend in de volgende drie situaties aan dat er sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden die leiden tot de inwilliging van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring:
@ -2996,11 +3321,11 @@ De IND heft de ongewenstverklaring niet op en verleent de vreemdeling geen verbl
• de vreemdeling zich heeft schuldig gemaakt aan verstoringen van de openbare orde als omschreven in artikel 3.105c Vb of artikel 3.105e Vb; of
• artikel 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing is.
#### 3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
#### 3.8. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
De IND kan op grond van artikel 6.7 Vb in zeer uitzonderlijke en dringende gevallen een ongewenstverklaring tijdelijk opheffen. De IND stelt bij een tijdelijke opheffing voorwaarden aan de plaats van binnenkomst en de duur van het verblijf in Nederland. De IND beoordeelt een aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring aan de hand van het beleidskader opgenomen in paragraaf A4/3.7.1 t/m A4/3.7.6 Vc. De IND beoordeelt een aanvraag die is ingediend door een internationaal strafhof of tribunaal aan de hand van het specifieke beleidskader in paragraaf A4/3.7.7 Vc.
##### 3.7.1. Vorm van de aanvraag
##### 3.8.1. Vorm van de aanvraag
Een aanvraag tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet schriftelijk bij de IND worden ingediend, door uitsluitend één van de hierna genoemden:
@ -3010,7 +3335,7 @@ Een aanvraag tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet schrifteli
De IND verstaat onder instantie in ieder geval het OM of een internationaal strafhof of tribunaal. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door het OM, moet een Hoofdofficier van Justitie deze ondertekenen. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door een internationaal strafhof of tribunaal, moet een persoon van het niveau van een Hoofdofficier van Justitie, onder wie een rechter, deze ondertekenen.
##### 3.7.2. Inhoud van de aanvraag
##### 3.8.2. Inhoud van de aanvraag
De aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet in ieder geval alle volgende gegevens bevatten:
@ -3026,7 +3351,7 @@ De aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet in ieder gev
De vreemdeling, de gemachtigde van de vreemdeling of een instantie die stelt een bijzonder belang te hebben bij de komst van de vreemdeling naar Nederland geeft aan wat de redenen zijn voor het eventueel niet (kunnen) verstrekken van deze gegevens. De IND betrekt dit bij de beoordeling van de aanvraag.
##### 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
##### 3.8.3. Beoordeling van de aanvraag
De IND kan in de volgende situaties de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring inwilligen:
@ -3052,7 +3377,7 @@ In andere zaken dan civiele of een bestuursrechtelijke, waaronder begrepen een v
De vreemdeling moet aannemelijk maken dat sprake is van één van de situaties genoemd onder a, b of c.
##### 3.7.4. Gevaar voor de nationale veiligheid
##### 3.8.4. Gevaar voor de nationale veiligheid
De IND heft een ongewenstverklaring van een vreemdeling die een gevaar vormt voor de nationale veiligheid slechts tijdelijk op als aannemelijk is dat de nationale veiligheid niet in gevaar komt met de komst van de vreemdeling naar Nederland. Deze voorwaarde geldt in aanvulling op de voorwaarden a, b en c uit paragraaf A4/3.7.3 Vc.
@ -3066,7 +3391,7 @@ De IND maakt bij elke aanvraag een individuele afweging van deze belangen. De IN
Het bovenstaande is van overeenkomstige toepassing op vreemdelingen die om andere redenen dan vanwege nationale veiligheid ongewenst zijn verklaard, maar die op het moment van beoordeling van de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring een gevaar vormen voor de nationale veiligheid.
##### 3.7.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
##### 3.8.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
Aan de komst van de vreemdeling naar Nederland en de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring stelt de IND alle volgende voorwaarden:
@ -3074,34 +3399,45 @@ Aan de komst van de vreemdeling naar Nederland en de tijdelijke opheffing van de
• Binnenkomst in en vertrek uit Nederland moeten geschieden via een Nederlandse grensdoorlaatpost;
• De tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring gaat in op het moment van binnenkomst van de vreemdeling in Nederland.
##### 3.7.6. Binnenkomst, toezicht en vertrek
##### 3.8.6. Binnenkomst, toezicht en vertrek
De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de binnenkomst in en het vertrek uit Nederland van de vreemdeling van wie de ongewenstverklaring tijdelijk is opgeheven. De IND stelt de ambtenaren belast met de grensbewaking op de hoogte van de komst van de vreemdeling naar Nederland. Bij vertrek van de vreemdeling uit Nederland stellen de ambtenaren belast met de grensbewaking de IND van het moment van het vertrek op de hoogte. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring gaat gepaard met tijdelijke toegangsverlening aan een met het oog op weigering van toegang in het SIS gesignaleerde vreemdeling.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen houdt tijdens het verblijf van de vreemdeling in Nederland toezicht op hem. Welke vorm van toezicht geïndiceerd is, beziet de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen per vreemdeling. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen stemt de toe te passen vorm van toezicht af met de instantie die om het verblijf van de vreemdeling in Nederland heeft verzocht. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen past in het bijzonder maatregelen, zoals bijvoorbeeld vrijheidsbeperkende maatregelen, toe met het oog op het waarborgen van de nationale veiligheid, als de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid.
##### 3.7.7. Aanvraag van een internationaal strafhof of tribunaal
##### 3.8.7. Aanvraag van een internationaal strafhof of tribunaal
De IND beoordeelt een aanvraag van een internationaal strafhof of tribunaal om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring primair aan de hand van de afspraken tussen Nederland en het tribunaal, zoals bijvoorbeeld vervat in een zetelverdrag of een andere overeenkomst.
#### 3.8. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
#### 3.9. Opheffen ongewenstverklaring bij het aantreffen aan de grens bij uitreis of binnen Nederland
Voor de ongewenstverklaring van:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling die onderdaan is van een derde land, gesignaleerd staat en die in het kader van binnenlands toezicht of bij controle op uitreis wordt aangetroffen in ieder geval de handelingen zoals beschreven in paragraaf A2/12.4.3 Vc. Voor het opleggen van een inreisverbod is paragraaf A4/2 Vc van overeenkomstige toepassing.
Als de IND de ongewenstverklaring opheft, legt de IND een zwaar inreisverbod op als wordt voldaan aan de voorwaarden.
Als niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor een zwaar inreisverbod, legt de IND een licht inreisverbod op in de volgende situaties:
• als de vreemdeling niet al twee jaar buiten de EU/EER/Zwitserland heeft verbleven, legt de IND een inreisverbod met een duur van twee jaar op; of
• als de vreemdeling minstens twee jaar buiten de EU/EER/Zwitserland heeft verbleven, heft de IND de ongewenstverklaring op en legt de IND geen licht inreisverbod op, behalve als er gronden zijn voor het opleggen van een nieuw inreisverbod.
#### 3.10. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
Er gelden aanvullende beleidsregels voor de ongewenstverklaring van:
• Onderdanen van de EU;
• Onderdanen van Zwitserland;
• Onderdanen van de EER;
• Familieleden van onderdanen van de EU/EER en Zwitserland; of
• Turkse werknemers en hun gezinsleden die een verblijfsrecht ontlenen aan Besluit 1/80, gelden aanvullende beleidsregels.
• Turkse werknemers en hun gezinsleden die een verblijfsrecht ontlenen aan Besluit 1/80.
In aanvulling op artikel 67 Vw, artikel 8.18, onder b, Vb en artikel 8.22 Vb gaat de IND over tot ongewenstverklaring van de vreemdeling als bedoeld in deze paragraaf van wie het verblijf is ontzegd of beëindigt op grond van de openbare orde en openbare veiligheid als bedoeld in hoofdstuk B10/2.3 Vc.
In aanvulling op artikel 67 Vw, artikel 8.18, onder b, Vb en artikel 8.22 Vb gaat de IND over tot ongewenstverklaring van de vreemdeling als bedoeld in deze paragraaf van wie het verblijf is ontzegd of beëindigd op grond van de openbare orde en openbare veiligheid als bedoeld in paragraaf B10/2.3 Vc.
In aanvulling op artikel 8.22 Vb geldt bij de beoordeling door de IND van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring als deugdelijk bewijsmiddel:
• een overzicht van de plaatsen waar de vreemdeling sinds zijn ongewenstverklaring heeft verbleven, voorzien van bewijsstukken;
• een kopie van de documenten voor grensoverschrijding die de vreemdeling sinds zijn ongewenstverklaring heeft gehouden;
• gegevens en bescheiden ten bewijze van het feit dat er een wijziging in materiële zin is opgetreden in de omstandigheden die het besluit rechtvaardigden om tegen de vreemdeling een verwijderingsmaatregel uit te vaardigen en;
Een schriftelijke verklaring van de vreemdeling en van de terzake bevoegde autoriteiten van het land of de landen waar de vreemdeling sinds zijn ongewenstverklaring heeft verbleven waaruit blijkt dat hij zich in die periode niet schuldig heeft gemaakt aan misdrijven en dat hij niet aan strafvervolging onderworpen is.
• een kopie van de documenten voor grensoverschrijding die de vreemdeling sinds zijn ongewenstverklaring heeft gehad;
• gegevens en bescheiden die bewijzen dat er een wijziging in materiële zin is opgetreden in de omstandigheden die het besluit rechtvaardigden om tegen de vreemdeling een verwijderingsmaatregel uit te vaardigen en;
een schriftelijke verklaring van de vreemdeling en van de bevoegde autoriteiten van het land of de landen waar de vreemdeling sinds zijn ongewenstverklaring heeft verbleven waaruit blijkt dat hij zich in die periode niet schuldig heeft gemaakt aan misdrijven en dat hij niet aan strafvervolging onderworpen is.
## A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
@ -4266,13 +4602,13 @@ Vervallen
## Bijlage M106-M108
## Bijlage M106a. Bevel ingevolge
## Bijlage M106-A. Bevel ingevolge
*[afbeelding]*
*[afbeelding]*
## Bijlage M106b. Proces-verbaal van gehoor zich onmiddellijk te begeven naar lidstaat van verblijf (
## Bijlage M106-B. Proces-verbaal van gehoor zich onmiddellijk te begeven naar lidstaat van verblijf (
*[afbeelding]*