From 25e211b41bbc91fe069c330954669bb67bf716bb Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jan 2013 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2013-01-01 | BWBR0011825 | Vreemdelingenbesluit 2000 --- .../BWBR0011825/README.md | 107 +++++++++--------- 1 file changed, 54 insertions(+), 53 deletions(-) diff --git a/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md b/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md index 074c8d6dd0c..53aeb6fcc25 100644 --- a/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md +++ b/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md @@ -598,7 +598,7 @@ De verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, wordt verleend, ind a. duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, onder a, en b. een garantstelling heeft ondertekend, voorzover de vreemdeling als partner van die persoon wil verblijven. -**2.** In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de verblijfsvergunning eveneens verleend, indien de hoofdpersoon 65 jaar of ouder is of naar het oordeel van Onze Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is. +**2.** In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de verblijfsvergunning eveneens verleend, indien de hoofdpersoon de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt of naar het oordeel van Onze Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is. **3.** Tenzij sprake is van gezinsvorming, wordt de verblijfsvergunning in afwijking van het eerste lid eveneens verleend, indien de aanvraag is ingediend binnen drie maanden nadat aan de hoofdpersoon een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de wet is verleend en gezinshereniging niet mogelijk is in een derde land waarmee de vreemdeling of de hoofdpersoon bijzondere banden heeft. @@ -706,7 +706,7 @@ b. die naar het oordeel van Onze Minister in het land van herkomst geen aanvaard **3.** Bij de aanvraag wordt een medische verklaring overgelegd en een garantverklaring ondertekend. -**4.** De aanvraag wordt niet op grond van artikel 16, eerste lid, onder c, van de Wet afgewezen, indien de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven 65 jaar of ouder is of naar het oordeel van Onze Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is. +**4.** De aanvraag wordt niet op grond van artikel 16, eerste lid, onder c, van de Wet afgewezen, indien de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt of naar het oordeel van Onze Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is. ### Artikel 3.29 @@ -1030,7 +1030,7 @@ d. zonder verblijfstitel slachtoffer is geworden van arbeidsgerelateerde uitbuit ### Artikel 3.49 -**1.** De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, kan worden verleend onder een beperking verband houdend methet afwachten van een beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap aan de in Nederland verblijvende vreemdeling die bij de rechtbank te 's-Gravenhage een verzoek heeft ingediend tot vaststelling van zijn Nederlanderschap, indien dat verzoek naar het oordeel van Onze Minister niet klaarblijkelijk van elke grond is ontbloot. +**1.** De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, kan worden verleend onder een beperking verband houdend methet afwachten van een beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap aan de in Nederland verblijvende vreemdeling die bij de rechtbank Den Haag een verzoek heeft ingediend tot vaststelling van zijn Nederlanderschap, indien dat verzoek naar het oordeel van Onze Minister niet klaarblijkelijk van elke grond is ontbloot. **2.** De aanvraag wordt niet afgewezen op grond van artikel 16, eerste lid, onder b en c, van de Wet. @@ -1269,7 +1269,7 @@ c. die in Nederland verblijft op grond van een geprivilegieerde status als gezin d. die ten minste zeven jaren werkzaam is of is geweest op een Nederlands zeeschip of een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat; e. die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van Besluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de ontwikkeling van de Associatie of van wie uitzetting in strijd zou zijn met de op 12 september 1963 te Ankara gesloten Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije (Trb. 1964, 217), het op 23 november 1970 te Brussel tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij die overeenkomst (Trb. 1971, 70) of dat Besluit nr. 1/80; f. vervallen; -g. die in Nederland verblijft, bij de rechtbank te 's-Gravenhage een verzoek heeft ingediend tot vaststelling van zijn Nederlanderschap dat naar het oordeel van Onze Minister niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot is; +g. die in Nederland verblijft, bij de rechtbank Den Haag een verzoek heeft ingediend tot vaststelling van zijn Nederlanderschap dat naar het oordeel van Onze Minister niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot is; h. die tijdelijke bescherming heeft en in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de wet, onder een beperking als bedoeld in artikel 3.30 of 3.31; i. die houder is van een verblijfsvergunning voor onderzoekers in de zin van richtlijn 2005/71/EG afgegeven door een andere staat die Partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dan wel de echtgenoot, partner of het minderjarig kind is van die houder, tenzij sprake is van gezinsvorming; j. die binnen drie maanden nadat aan de hoofdpersoon een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Wet is verleend, een aanvraag heeft ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Wet, onder een beperking verband houdend met gezinshereniging, voor zover de gezinsband reeds bestond voordat de hoofdpersoon in Nederland hoofdverblijf had en er geen gezinshereniging mogelijk is in een derde land waarmee de vreemdeling of de hoofdpersoon bijzondere banden heeft; @@ -1387,23 +1387,24 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 3.80a -**1.** Een aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet, in een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf wordt afgewezen, indien de aanvraag is ingediend door een vreemdeling als bedoeld in artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onderdeel a, die het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13 van de Wet inburgering, niet heeft behaald. +**1.** Een aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet, in een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf wordt afgewezen, indien de aanvraag is ingediend door een vreemdeling als bedoeld in artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onderdeel a, die het examen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, niet heeft behaald. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing, indien de vreemdeling: -a. minderjarig is of 65 jaar of ouder is; +a. minderjarig is of de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt; b. ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 2.6 van het Besluit inburgering; -c. beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met l, en tweede lid, van het Besluit inburgering, dan wel voldoet aan een van de criteria, genoemd in artikel 2.5, onder a tot en met c, van dat besluit; -d. op grond van artikel 6, eerste lid, of artikel 31, tweede lid, van de Wet inburgering van de inburgeringsplicht is ontheven; -e. verblijf heeft in Nederland op basis van een afhankelijke verblijfstitel en de relatie waarop die afhankelijke titel is gebaseerd is verbroken in verband met huiselijk geweld. +c. beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met l, en tweede lid, van het Besluit inburgering, dan wel voldoet aan het criterium, genoemd in artikel 2.5 van dat besluit; +d. beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder i tot en met l, van het Besluit inburgering zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van het besluit van 25 september 2012 tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 432), dan wel voldoet aan een van de criteria, genoemd in artikel 2.5, onder a en c, van dat besluit; +e. op grond van artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de Wet inburgering of dan wel artikel 6, eerste lid, of artikel 31, tweede lid, van de Wet inburgering zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430) van de inburgeringsplicht is ontheven; +f. verblijf heeft in Nederland op basis van een afhankelijke verblijfstitel en de relatie waarop die afhankelijke titel is gebaseerd is verbroken in verband met huiselijk geweld. -**3.** Onze Minister kan het eerste lid voorts buiten toepassing laten, indien de vreemdeling naar zijn oordeel blijkens een door deze vreemdeling overgelegd advies als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. +**3.** Onze Minister kan het eerste lid voorts buiten toepassing laten, indien de vreemdeling naar zijn oordeel blijkens een door deze vreemdeling overgelegd advies als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het examen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, te behalen. **4.** Onze Minister kan het eerste lid voorts buiten toepassing laten, voorzover toepassing daarvan naar zijn oordeel zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. -**5.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent de afwijzing van de aanvraag om wijziging van de verblijfsvergunning in andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid, en omtrent de toepassing van het tweede lid, onder d, en derde lid. +**5.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent de afwijzing van de aanvraag om wijziging van de verblijfsvergunning in andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid, en omtrent de toepassing van het tweede lid, onder e, en derde lid. ### Artikel 3.81 @@ -1435,7 +1436,7 @@ De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning **1.** De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, wordt niet op grond van artikel 18, eerste lid, onder d, van de Wet afgewezen, indien de vreemdeling en degene bij wie hij als gezinslid verblijft gezamenlijk zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, onder a. -**2.** De aanvraag wordt evenmin op grond van artikel 18, eerste lid, onder d, van de Wet afgewezen, indien de persoon bij wie de vreemdeling als gezinslid verblijft 65 jaar of ouder is of naar het oordeel van Onze Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is. +**2.** De aanvraag wordt evenmin op grond van artikel 18, eerste lid, onder d, van de Wet afgewezen, indien de persoon bij wie de vreemdeling als gezinslid verblijft de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt of naar het oordeel van Onze Minister blijvend en volledig arbeidsongeschikt is. ### Artikel 3.86 @@ -1591,7 +1592,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 3.89d -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Een aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, wordt niet op grond van artikel 18, eerste lid, onder i, van de Wet afgewezen indien uitzetting van de vreemdeling in strijd zou zijn met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. #### Paragraaf 5. Intrekking @@ -1628,7 +1629,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 3.91e -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, wordt niet op grond van artikel 19 in samenhang met artikel 18, eerste lid, onder i, van de wet ingetrokken, indien uitzetting van de vreemdeling in strijd zou zijn met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. ### Afdeling 3. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd @@ -1752,28 +1753,29 @@ Vervallen ### Artikel 3.96a -**1.** De aanvraag tot het verlenen of het wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van de Wet wordt afgewezen, indien de vreemdeling het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13 van de Wet inburgering niet heeft behaald. +**1.** De aanvraag tot het verlenen of het wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van de Wet wordt afgewezen, indien de vreemdeling het examen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, niet heeft behaald. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing, indien de vreemdeling: -a. minderjarig is of 65 jaar of ouder is; +a. minderjarig is of de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt; b. ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 2.6 van het Besluit inburgering; -c. beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met l, en tweede lid, van het Besluit inburgering, dan wel voldoet aan een van de criteria, genoemd in artikel 2.5, onder a tot en met c, van dat besluit; -d. op grond van artikel 6, eerste lid, of artikel 31, tweede lid, van de Wet inburgering van de inburgeringsplicht is ontheven; -e. meerderjarig is en: +c. beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met l, en tweede lid, van het Besluit inburgering, dan wel voldoet aan het criterium, genoemd in artikel 2.5 van dat besluit; +d. beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder i tot en met l, van het Besluit inburgering zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van het besluit van 25 september 2012 tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 432), dan wel voldoet aan een van de criteria, genoemd in artikel 2.5, onder a en c, van dat besluit; +e. op grond van artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de Wet inburgering of dan wel artikel 6, eerste lid, of artikel 31, tweede lid, van de Wet inburgering zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430) van de inburgeringsplicht is ontheven; +f. meerderjarig is en: 1°. voor het negentiende levensjaar tien jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven als bedoeld in artikel 8, onder a, b dan wel l, van de Wet, voor zover diens aanvraag is ontvangen voor het negenentwintigste levensjaar, of 2°. voor het negentiende levensjaar vijf jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven als bedoeld in artikel 8, onder a, b dan wel l, van de Wet, en voor wie Nederland naar het oordeel van Onze Minister het meest aangewezen land is; -f. oud-Nederlander is, die het Nederlanderschap heeft verloren door het afleggen van een verklaring van afstand, dan wel door intrekking van het besluit waarbij het Nederlanderschap is verleend op de grond dat hij heeft nagelaten na de totstandkoming van zijn naturalisatie al het mogelijke te doen om zijn oorspronkelijke nationaliteit te verliezen, en die voorafgaand aan de naturalisatie ten minste vijf jaren rechtmatig verblijf in Nederland als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet heeft gehad; -g. meerderjarig is, in aanmerking komt voor de terugkeeroptie op grond van artikel 8 van de Remigratiewet en voorafgaand aan de remigratie ten minste vijf jaren rechtmatig verblijf in Nederland als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet heeft gehad. +g. oud-Nederlander is, die het Nederlanderschap heeft verloren door het afleggen van een verklaring van afstand, dan wel door intrekking van het besluit waarbij het Nederlanderschap is verleend op de grond dat hij heeft nagelaten na de totstandkoming van zijn naturalisatie al het mogelijke te doen om zijn oorspronkelijke nationaliteit te verliezen, en die voorafgaand aan de naturalisatie ten minste vijf jaren rechtmatig verblijf in Nederland als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet heeft gehad; +h. meerderjarig is, in aanmerking komt voor de terugkeeroptie op grond van artikel 8 van de Remigratiewet en voorafgaand aan de remigratie ten minste vijf jaren rechtmatig verblijf in Nederland als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet heeft gehad. -**3.** Onze Minister kan het eerste lid voorts buiten toepassing laten, indien de vreemdeling naar zijn oordeel blijkens een door deze vreemdeling overgelegd advies als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. +**3.** Onze Minister kan het eerste lid voorts buiten toepassing laten, indien de vreemdeling naar zijn oordeel blijkens een door deze vreemdeling overgelegd advies als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het examen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, te behalen. **4.** Onze Minister kan het eerste lid voorts buiten toepassing laten, voorzover toepassing daarvan naar zijn oordeel zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. -**5.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent de toepassing van het tweede lid, onder d, en derde lid. +**5.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent de toepassing van het tweede lid, onder e, en derde lid. ### Artikel 3.97 @@ -2021,22 +2023,23 @@ d. de mogelijkheid bestaat om om de vluchtelingenstatus te verzoeken en, indien ### Artikel 3.107a -**1.** De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 33 van de Wet, wordt afgewezen indien de vreemdeling het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13 van de Wet inburgering niet heeft behaald. +**1.** De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 33 van de Wet, wordt afgewezen indien de vreemdeling het examen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, niet heeft behaald. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing, indien de vreemdeling: -a. minderjarig is of 65 jaar of ouder is; +a. minderjarig is of de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt; b. ten minste acht jaren tijdens de leerplichtige leeftijd in Nederland heeft verbleven overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 2.6 van het Besluit inburgering; -c. beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met l, en tweede lid, van het Besluit inburgering, dan wel voldoet aan een van de criteria, genoemd in artikel 2.5, onder a tot en met c, van dat besluit; -d. op grond van artikel 6, eerste lid, of artikel 31, tweede lid, van de Wet inburgering van de inburgeringsplicht is ontheven. +c. beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder b tot en met l, en tweede lid, van het Besluit inburgering, dan wel voldoet aan het criterium, genoemd in artikel 2.5 van dat besluit; +d. beschikt over een document als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onder i tot en met l, van het Besluit inburgering zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van het besluit van 25 september 2012 tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 432), dan wel voldoet aan een van de criteria, genoemd in artikel 2.5, onder a en c, van dat besluit; +e. op grond van artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de Wet inburgering of dan wel artikel 6, eerste lid, of artikel 31, tweede lid, van de Wet inburgering zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430) van de inburgeringsplicht is ontheven. -**3.** Onze Minister kan het eerste lid buiten toepassing, voor zover de vreemdeling naar zijn oordeel blijkens een door deze vreemdeling overgelegd advies als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het inburgeringsexamen te behalen. +**3.** Onze Minister kan het eerste lid buiten toepassing, voor zover de vreemdeling naar zijn oordeel blijkens een door deze vreemdeling overgelegd advies als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het Besluit inburgering door een psychische of lichamelijke belemmering, dan wel een verstandelijke handicap blijvend niet in staat is het examen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering of een diploma, certificaat of ander document als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, te behalen. **4.** Onze Minister kan het eerste lid voorts buiten toepassing laten, voorzover toepassing daarvan naar zijn oordeel zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. -**5.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent de toepassing van het tweede lid, onder d, en derde lid. +**5.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent de toepassing van het tweede lid, onder e, en derde lid. #### Paragraaf 2. Procedurele bepalingen @@ -2273,7 +2276,7 @@ b. het stellen van aantekeningen in het dossier van de vreemdeling ingeval van i **2.** Bij ministeriële regeling worden de plaatsen aangewezen waar grensdoorlaatposten, al dan niet tijdelijk, zijn gevestigd. -**3.** De grensdoorlaatposten worden bediend door ambtenaren van de Koninklijke marechaussee. De in de politieregio Rotterdam-Rijnmond gelegen grensdoorlaatposten worden eveneens bediend door de ambtenaren van het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond. +**3.** De grensdoorlaatposten worden bediend door ambtenaren van de Koninklijke marechaussee. De grensdoorlaatposten in het gebied waarin de regionale eenheid van de politie, bedoeld in artikel 46, eerste lid, onder b, van de Wet, de politietaak uitvoert, worden eveneens bediend door de ambtenaren van politie die zijn tewerkgesteld bij die regionale eenheid. **4.** Bij ministeriële regeling worden de tijden vastgesteld gedurende welke de grensdoorlaatposten zijn opengesteld. @@ -2388,7 +2391,7 @@ d. gegevens over de uitvoering van het toezicht op vreemdelingen. **2.** -De bevelhebber van de Koninklijke marechaussee en, voorzover van toepassing, de korpschef van het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond verstrekken periodiek ten minste de volgende inlichtingen aan Onze Minister: +De bevelhebber van de Koninklijke marechaussee en, voorzover van toepassing, de korpschef verstrekken periodiek ten minste de volgende inlichtingen aan Onze Minister: a. gegevens over de toegangsweigering; b. gegevens over de controle op de zorgplicht van vervoerders; @@ -2485,7 +2488,7 @@ Naast het plaatsen van de in artikel 10 en bijlage IV van de Schengengrenscode b a. inreis in Nederland; b. het doel en de duur van het voorgenomen verblijf in Nederland; c. de middelen waarover de vreemdeling met het oog op de toegang tot Nederland beschikt of kan beschikken; -d. aanmelding bij een korpschef; +d. aanmelding bij de korpschef; e. de toepassing van artikel 2.4; f. het weigeren van toegang tot Nederland; g. vertrek of uitzetting uit Nederland, of @@ -2521,7 +2524,7 @@ De ambtenaren belast met de grensbewaking, stellen in het reis- of identiteitspa De ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen, stellen in het reis- en identiteitspapier van een vreemdeling aantekeningen omtrent: -a. aanmelding of vervoeging bij een korpschef; +a. aanmelding of vervoeging bij de korpschef; b. de woon- of verblijfplaats binnen Nederland en vertrek naar het buitenland; c. het verlenen, het verlengen van de geldigheidsduur of het intrekken van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd; d. het verlenen of het intrekken van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd; @@ -2564,7 +2567,7 @@ e. de vreemdeling houder is van een document als bedoeld in artikel 4.21, eerste **1.** Uit de aantekening, bedoeld in artikel 4.29, eerste lid, onder b, blijkt op welke datum de vreemdeling is veranderd van woon- of verblijfplaats binnen Nederland. -**2.** De aantekening, bedoeld in het eerste lid, wordt door de korpschef van het regionale politiekorps waarin de nieuwe woon- of verblijfplaats is gelegen, gesteld. +**2.** De aantekening, bedoeld in het eerste lid, wordt door de korpschef gesteld. ### Artikel 4.33 @@ -2615,10 +2618,10 @@ Bij ministeriële regeling kunnen modellen van de aantekeningen, bedoeld in deze De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met h, van de Wet, is verplicht om in geval van: -a. verandering van adres binnen de gemeente waar de vreemdeling woont of verblijft, hiervan binnen vijf dagen kennis te geven aan de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen; -b. verandering van woon- of verblijfplaats binnen Nederland, zo mogelijk onder opgave van het nieuwe adres, hiervan vóór het vertrek kennis te geven aan de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen van waaruit de vreemdeling vertrekt; -c. verandering van woon- of verblijfplaats binnen Nederland, onder opgave van het nieuwe adres, hiervan binnen vijf dagen na aankomst in de nieuwe woon- of verblijfplaats in persoon kennis te geven aan de korpschef van het regionale politiekorps waarin de nieuwe woon- of verblijfsplaats is gelegen; -d. vertrek naar het buitenland, zo mogelijk onder opgave van het nieuwe adres, hiervan vóór het vertrek kennis te geven aan de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waaruit de vreemdeling vertrekt is gelegen. +a. verandering van adres binnen de gemeente waar de vreemdeling woont of verblijft, hiervan binnen vijf dagen kennis te geven aan de korpschef; +b. verandering van woon- of verblijfplaats binnen Nederland, zo mogelijk onder opgave van het nieuwe adres, hiervan vóór het vertrek kennis te geven aan de korpschef; +c. verandering van woon- of verblijfplaats binnen Nederland, onder opgave van het nieuwe adres, hiervan binnen vijf dagen na aankomst in de nieuwe woon- of verblijfplaats in persoon kennis te geven aan de korpschef; +d. vertrek naar het buitenland, zo mogelijk onder opgave van het nieuwe adres, hiervan vóór het vertrek kennis te geven aan de korpschef. **2.** De in het eerste lid, onder a en c, bedoelde kennisgeving blijft achterwege indien de vreemdeling als ingezetene is ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de nieuwe woonplaats. @@ -2644,11 +2647,11 @@ d. vertrek naar het buitenland, zo mogelijk onder opgave van het nieuwe adres, h ### Artikel 4.39 -De vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft, doet onmiddellijk van zijn aanwezigheid in persoon mededeling aan de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar hij verblijft is gelegen. +De vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft, doet onmiddellijk van zijn aanwezigheid in persoon mededeling aan de korpschef. ### Artikel 4.40 -Personen die nachtverblijf verschaffen aan een vreemdeling, van wie zij weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat deze vreemdeling niet rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8 van de Wet, doen daarvan onmiddellijk mededeling aan de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar de vreemdeling verblijft is gelegen. +Personen die nachtverblijf verschaffen aan een vreemdeling, van wie zij weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat deze vreemdeling niet rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8 van de Wet, doen daarvan onmiddellijk mededeling aan de korpschef. ### Artikel 4.41 @@ -2656,7 +2659,7 @@ Werkgevers, van wie bij Onze Minister bekend is dat zij een vreemdeling in diens ### Artikel 4.42 -**1.** De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder i, van de Wet en die arbeid gaat zoeken of arbeid gaat verrichten, deelt dit onmiddellijk mee aan de korpschef van het regionale politiekorps, waarin de gemeente waar de vreemdeling verblijft is gelegen. +**1.** De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder i, van de Wet en die arbeid gaat zoeken of arbeid gaat verrichten, deelt dit onmiddellijk mee aan de korpschef. **2.** @@ -2670,13 +2673,13 @@ c. naar Nederland is gekomen om aan te monsteren of als zeeman werk te zoeken aa ### Artikel 4.43 -**1.** De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a, van de Wet en die niet langer voldoet aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning is verleend, deelt dit onmiddellijk mee aan de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar de vreemdeling verblijft is gelegen. +**1.** De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a, van de Wet en die niet langer voldoet aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning is verleend, deelt dit onmiddellijk mee aan de korpschef. **2.** Onverminderd het eerste lid, stelt de houder van de door Onze Minister afgegeven Europese blauwe kaart, voor zover deze nog geen drie jaar als houder van die kaart in Nederland verblijft, Onze Minister vooraf in kennis van zijn voornemen om een arbeidsovereenkomst te sluiten met een andere werkgever. Hij stelt Onze Minister zo mogelijk vooraf in kennis van zijn werkloosheid en van andere wijzigingen die van belang kunnen zijn voor de intrekking van de Europese blauwe kaart. ### Artikel 4.44 -De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet en wiens document, bedoeld in artikel 9 van de Wet, waaruit het rechtmatig verblijf blijkt, vermist wordt, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, doet daarvan onmiddellijk in persoon aangifte bij de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft is gelegen. +De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet en wiens document, bedoeld in artikel 9 van de Wet, waaruit het rechtmatig verblijf blijkt, vermist wordt, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, doet daarvan onmiddellijk in persoon aangifte bij de korpschef. ### Artikel 4.44a @@ -2711,7 +2714,7 @@ Het eerste lid is evenmin van toepassing op familieleden als bedoeld in artikel ### Artikel 4.47 -**1.** De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder i, van de Wet en die naar Nederland is gekomen voor een verblijf van langer dan drie maanden, meldt zich binnen drie dagen na binnenkomst in Nederland in persoon aan bij de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar hij woon- of verblijfplaats heeft. +**1.** De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder i, van de Wet en die naar Nederland is gekomen voor een verblijf van langer dan drie maanden, meldt zich binnen drie dagen na binnenkomst in Nederland in persoon aan bij de korpschef. **2.** Voor de berekening van de in het eerste lid bedoelde termijn van drie maanden wordt eerder verblijf in Nederland binnen een tijdvak van zes maanden, onmiddellijk voorafgaande aan de binnenkomst, mede in aanmerking genomen. @@ -2719,7 +2722,7 @@ Het eerste lid is evenmin van toepassing op familieleden als bedoeld in artikel ### Artikel 4.48 -**1.** De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder i, van de Wet en die naar Nederland is gekomen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden, meldt zich binnen drie dagen na binnenkomst in Nederland in persoon aan bij de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar hij woon- of verblijfplaats heeft. +**1.** De vreemdeling die rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder i, van de Wet en die naar Nederland is gekomen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden, meldt zich binnen drie dagen na binnenkomst in Nederland in persoon aan bij de korpschef. **2.** Een verplichting tot aanmelding krachtens het voorgaande lid rust ten aanzien van de vreemdeling beneden de leeftijd van twaalf jaar op degene bij wie de vreemdeling woont of verblijft. @@ -2727,13 +2730,13 @@ Het eerste lid is evenmin van toepassing op familieleden als bedoeld in artikel ### Artikel 4.49 -**1.** De vreemdeling die houder is van een visum of een document voor grensoverschrijding waarin door de daartoe bevoegde autoriteit een aantekening is gesteld omtrent aanmelding bij een vreemdelingendienst in Nederland, meldt zich binnen drie dagen na binnenkomst in Nederland in persoon aan bij de korpschef van het regionale politiekorps waarin de in deze aantekening vermelde gemeente is gelegen. +**1.** De vreemdeling die houder is van een visum of een document voor grensoverschrijding waarin door de daartoe bevoegde autoriteit een aantekening is gesteld omtrent aanmelding bij een vreemdelingendienst in Nederland, meldt zich binnen drie dagen na binnenkomst in Nederland in persoon aan bij de korpschef. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing op onderdanen van een staat die partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en op onderdanen van Zwitserland. ### Artikel 4.50 -**1.** De vreemdeling die naar Nederland is gekomen om als zeeman werk te zoeken aan boord van een zeeschip, meldt zich binnen drie dagen na binnenkomst in Nederland in persoon aan bij de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar hij werk zoekt is gelegen. +**1.** De vreemdeling die naar Nederland is gekomen om als zeeman werk te zoeken aan boord van een zeeschip, meldt zich binnen drie dagen na binnenkomst in Nederland in persoon aan bij de korpschef. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing op onderdanen van een staat die partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en op onderdanen van Zwitserland. @@ -2743,7 +2746,7 @@ Het eerste lid is evenmin van toepassing op familieleden als bedoeld in artikel **1.** -Tot periodieke aanmelding als bedoeld in artikel 54, eerste lid, onder f, van de Wet, bij de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente van verblijf is gelegen, is verplicht de vreemdeling die: +Tot periodieke aanmelding als bedoeld in artikel 54, eerste lid, onder f, van de Wet, bij de korpschef is verplicht de vreemdeling die: a. geen rechtmatig verblijf heeft en in afwachting is van de feitelijke mogelijkheid tot vertrek of uitzetting, of b. rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder f, g of h, van de Wet. @@ -2760,12 +2763,12 @@ b. rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder f, g of h, van de Wet. **1.** -De vreemdeling levert het document, bedoeld in artikel 9 van de Wet, in ieder geval in persoon in bij de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente van verblijf is gelegen: +De vreemdeling levert het document, bedoeld in artikel 9 van de Wet, in ieder geval in persoon in bij de korpschef: a. zodra hij niet meer rechtmatig verblijft, doch uiterlijk op het moment waarop de vertrektermijn, bedoeld in artikel 62 van de Wet, verstrijkt, en b. vóór zijn vertrek naar het buitenland, indien hij zijn hoofdverblijf buiten Nederland verplaatst. -**2.** De persoon die het Nederlanderschap heeft verkregen levert het document, bedoeld in artikel 9 van de Wet, in bij de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente waar hij zijn woon- of verblijfsplaats heeft is gelegen. +**2.** De persoon die het Nederlanderschap heeft verkregen levert het document, bedoeld in artikel 9 van de Wet, in bij de korpschef. ### Artikel 4.52a @@ -3103,8 +3106,6 @@ c. de verblijfsrechtelijke gegevens in de gemeentelijke basisadministratie perso **5.** Indien een bestuursorgaan of een orgaan als bedoeld in artikel 107, vijfde lid, van de Wet, in een individueel geval aanwijzingen heeft dat op korte termijn een wijziging in de verblijfsrechtelijke positie van een vreemdeling optreedt of recent een wijziging in de verblijfsrechtelijke positie is opgetreden en het bestuursorgaan heeft met redenen omkleed aannemelijk gemaakt dat vanwege het spoedeisende karakter bij het toekennen van een verstrekking, voorziening, uitkering, ontheffing of vergunning niet gewacht kan worden op de aanpassing van de basisgegevens in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, verstrekt Onze Minister desgevraagd onmiddellijk nadere gegevens over een desbetreffende wijziging in de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling. Het verzoek wordt schriftelijk gedaan. -**6.** De korpschef, bedoeld in het eerste en tweede lid, is de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar de vreemdeling is ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens dan wel waar hij tijdelijke woon- of verblijfplaats heeft. Indien de vreemdeling geen woon- of verblijfplaats heeft, verstrekt de korpschef van het regionale politiekorps waarin het bestuursorgaan of een orgaan als bedoeld in artikel 107, vijfde lid, van de Wet, waarbij de vreemdeling zich meldt, is gelegen, de gegevens. - ### Artikel 8.2 **1.** @@ -3377,7 +3378,7 @@ d. wegens uitzending voor het verrichten van werkzaamheden. De periode van vijf jaar, bedoeld in eerste lid, geldt niet voor: -a. de werknemer of zelfstandige die langer dan drie jaar ononderbroken in Nederland heeft gewoond, die gedurende de laatste twaalf maanden in Nederland werkzaamheden heeft verricht en die op het tijdstip waarop hij zijn werkzaamheid staakt, de 65-jarige leeftijd heeft bereikt; +a. de werknemer of zelfstandige die langer dan drie jaar ononderbroken in Nederland heeft gewoond, die gedurende de laatste twaalf maanden in Nederland werkzaamheden heeft verricht en die op het tijdstip waarop hij zijn werkzaamheid staakt, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt; b. de werknemer die langer dan drie jaar ononderbroken in Nederland heeft gewoond, die gedurende de laatste twaalf maanden in Nederland werkzaamheden heeft verricht en die zijn werkzaamheden staakt ten gevolge van vervroegde uittreding; c. de werknemer of zelfstandige die zijn werkzaamheden na meer dan twee jaar ononderbroken verblijf in Nederland staakt als gevolg van blijvende arbeidsongeschiktheid; d. de werknemer of zelfstandige die in Nederland zijn werkzaamheden staakt wegens blijvende arbeidsongeschiktheid als gevolg van een arbeidsongeval of een beroepsziekte waardoor recht is ontstaan op een uitkering die geheel of ten dele ten laste komt van een Nederlandse instelling;