2021-07-03 | BWBR0005682 | Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

This commit is contained in:
Coornhert 2021-07-03 12:00:00 +00:00
parent c07d329a2c
commit 25ea5bbeb4

View file

@ -2560,6 +2560,39 @@ Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. de nadere voorwaarden voor inschrijving, waaronder mede wordt verstaan in welke gevallen het niet kunnen voldoen aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, het gevolg is van de uitbraak van COVID-19;
b. de onderwerpen waarop het beleid dat het instellingsbestuur in het kader van zijn bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, voert, in ieder geval betrekking heeft.
### Artikel 7.37d
**1.**
Het instellingsbestuur kan, in afwijking van artikel 7.37, eerste lid, en onverminderd de overige bepalingen van artikel 7.37, voor een opleiding voor het studiejaar 20212022 of een deel daarvan degene inschrijven die ten gevolge van de uitbraak van COVID-19 niet heeft kunnen voldoen aan:
a. een of meer van de vooropleidingseisen, bedoeld in de artikelen 7.24 tot en met 7.26a, 7.28, eerste lid, de zinsnede voor de eerste komma, lid 1a en tweede lid, eerste en tweede volzin, voor zover het een diploma of certificaat betreft dat wordt afgegeven op grond het bepaalde bij of krachtens artikel 117 van de Wet voortgezet onderwijs BES, derde en vierde volzin, en 7.30; of
b. een of meer van de toelatingseisen, bedoeld in de artikelen 7.30b en 7.30c.
**2.** De inschrijving, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats met ingang van het reguliere instroommoment voor de opleiding waarop de inschrijving betrekking heeft.
**3.**
Onverminderd artikel 7.42, eerste tot en met derde lid, beëindigt het instellingsbestuur de inschrijving indien:
a. degene die met ingang van 1 september 2021 is ingeschreven op grond van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, niet vóór 1 januari 2022 alsnog heeft voldaan aan de eisen, bedoeld in dat onderdeel;
b. degene die met ingang van 1 september 2021 is ingeschreven op grond van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, niet vóór een daartoe door het instellingsbestuur bij de inschrijving vastgestelde datum, die niet eerder is gelegen dan 1 januari 2022 en niet later dan 1 september 2022, alsnog heeft voldaan aan de eisen, bedoeld in dat onderdeel.
**4.** Het instellingsbestuur kan afzien van de beëindiging van de inschrijving vanwege het niet voldoen aan de in het derde lid, onderdelen a en b, neergelegde termijn, indien de beëindiging zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. In dat geval wordt de inschrijving beëindigd indien niet alsnog vóór 1 september 2022 aan de in het eerste lid bedoelde eisen wordt voldaan.
**5.** Op het beleid dat het instellingsbestuur van een universiteit en het instellingsbestuur van een hogeschool ter uitvoering van dit artikel voert, zijn respectievelijk de aanhef van artikel 9.33a, tweede lid, en de aanhef van artikel 10.20a, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
**6.**
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:
a. de nadere voorwaarden voor inschrijving, waaronder mede wordt verstaan in welke gevallen het niet kunnen voldoen aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, het gevolg is van de uitbraak van COVID-19;
b. de onderwerpen waarop het beleid dat het instellingsbestuur in het kader van zijn bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, voert, in ieder geval betrekking heeft.
**7.** Het eerste tot en met het vierde lid en het zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing op rechtspersonen voor hoger onderwijs.
**8.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 september 2022.
### Artikel 7.38
Vervallen