2002-05-29 | BWBR0006040 | Burgerlijk ambtenarenreglement defensie

This commit is contained in:
Coornhert 2002-05-29 12:00:00 +00:00
parent 56714007c7
commit 26052290bd

View file

@ -462,6 +462,26 @@ elk door defensiepersoneel onder oorlogsnabootsende omstandigheden in praktijk b
**5.** Voor het deel dat de arbeidsduur wordt verkort, wordt maandelijks een inhouding toegepast. Deze inhouding bedraagt 2 maal het voor de betrokken ambtenaar geldende salaris per uur.
### Artikel 30dc
**1.** De spaaruren, bedoeld in artikel 30db, tweede lid, worden geheel of gedeeltelijk in een aaneengesloten periode van ten minste 288 spaaruren en ten hoogste 960 spaaruren opgenomen.
**2.** Indien de ambtenaar op een andere functie wordt tewerkgesteld kan het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar afwijken van het gestelde in het eerste lid dat de spaaruren in een aaneengesloten periode van ten minste 288 spaaruren worden opgenomen. Indien met een dergelijke aanvraag wordt ingestemd, dan wordt het gehele tegoed aan spaaruren opgenomen bij functiewisseling, voorafgaand aan de datum van tewerkstelling op de nieuwe functie.
**3.** Een aanvraag voor de opname van spaaruren wordt ten minste 6 maanden voorafgaande aan de gewenste datum van aanvang van de opnameperiode, ingediend bij het bevoegd gezag.
**4.** Het bevoegd gezag wijst een aanvraag als bedoeld in het derde lid toe, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet.
**5.** De in een kalenderjaar opgebouwde spaaruren vervallen na een periode van 10 kalenderjaren, te rekenen vanaf de dag van aanvang van het daarop volgende kalenderjaar.
**6.** Indien vanwege dienstbelang dan wel persoonlijke omstandigheden de ambtenaar gedurende de periode van 10 jaar bedoeld in het vijfde lid niet in de gelegenheid is gesteld de spaaruren op te nemen, maakt het bevoegd gezag in afwijking van het vijfde lid met de ambtenaar afspraken over de opname van de spaaruren binnen de 2 daaropvolgende kalenderjaren.
**7.** Ten aanzien van de opname van spaaruren zijn artikel 33, zevende lid, en artikel 91a van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 30dd
Indien de ambtenaar op de datum dat hem ontslag is verleend nog een tegoed aan spaaruren heeft, dan wordt voor elk spaaruur een vergoeding toegekend van 1/165 deel van het voor de betrokken ambtenaar geldende maandsalaris, zoals dit gold direct voorafgaande aan de datum dat hem ontslag is verleend.
### Artikel 30e
**1.** Het bevoegd gezag voert een deugdelijke registratie ter zake van de werk- en rusttijden en de realisatie daarvan, welke het toezicht op de naleving van de bepalingen in dit hoofdstuk mogelijk maakt.
@ -1141,6 +1161,80 @@ b. in alle andere gevallen, indien de ambtenaar, alle omstandigheden in aanmerki
#### Paragraaf . Buitengewoon verlof in het kader van arbeid en zorg
### Artikel 46a
**1.** Gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof op grond van artikel 3:1 van de Wet arbeid en zorg behoudt de vrouwelijke ambtenaar haar aanspraak op bezoldiging.
**2.** Het bevoegd gezag draagt ervoor zorg dat de vrouwelijke ambtenaar door tussenkomst van het bevoegd gezag een uitkering op basis van hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg aanvraagt bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen. Deze uitkering moet uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het zwangerschaps- en bevallingsverlof onderscheidenlijk de datum waarop de vrouwelijke ambtenaar het recht op de uitkering wil laten ingaan, worden aangevraagd.
**3.** Indien de vrouwelijke ambtenaar aan wie zwangerschaps- en bevallingsverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een uitkering op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt door het bevoegd gezag gedurende de periode waarin sprake is van een samenloop een inhouding op de doorbetaling van de bezoldiging als bedoeld in het eerste lid, toegepast die overeenkomt met het bedrag van bedoelde uitkering.
**4.** Indien aan de voorwaarden voor het toekennen van een uitkering als bedoeld in het derde lid, is voldaan, maar geen uitkering is toegekend omdat de vrouwelijke ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, past het bevoegd gezag het derde lid op overeenkomstige wijze toe.
### Artikel 46b
**1.** Gedurende het adoptieverlof op grond van artikel 3:2, eerste tot en met derde lid, van de Wet arbeid en zorg behoudt de ambtenaar zijn aanspraak op bezoldiging.
**2.** Het bevoegd gezag draagt ervoor zorg dat de ambtenaar door tussenkomst van het bevoegd gezag een uitkering op basis van hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg aanvraagt bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen. Deze uitkering moet uiterlijk twee weken voor de datum van ingang van het adoptieverlof onderscheidenlijk de datum waarop de ambtenaar het recht op de uitkering wil laten ingaan, worden aangevraagd.
**3.** Indien de ambtenaar aan wie adoptieverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een uitkering op basis van de Wet arbeid en zorg, wordt door het bevoegd gezag gedurende de periode waarin sprake is van een samenloop een inhouding op de doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, toegepast die overeenkomt met het bedrag van bedoelde uitkering.
**4.** Indien aan de voorwaarden voor het toekennen van een uitkering, als bedoeld in het derde lid, is voldaan, maar geen uitkering is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, past het bevoegd gezag het derde lid op overeenkomstige wijze toe.
### Artikel 46c
**1.**
Onverminderd artikel 4:1 van de Wet arbeid en zorg wordt door het bevoegd gezag aan de ambtenaar buitengewoon verlof met behoud van volle bezoldiging verleend:
a. bij plotselinge ziekte van de echtgenote of echtgenoot van de ambtenaar, de persoon met wie de ambtenaar ongehuwd samenwoont of een van zijn bloed- of aanverwanten in de eerste graad of wanneer een andere noodsituatie, waarvoor de ambtenaar onverwijld een voorziening moet treffen, ontstaat: voor de duur benodigd voor de eerste opvang en het treffen van verdere voorzieningen, maar voor ten hoogste één werkdag per zich voordoende situatie;
b. bij de bevalling van zijn echtgenote of de persoon met wie de ambtenaar ongehuwd samenwoont;
c. bij overlijden en lijkbezorging van de echtgenote of echtgenoot van de ambtenaar, de persoon met wie de ambtenaar ongehuwd samenwoont of een van zijn bloed- en aanverwanten in de eerste graad: vanaf het overlijden tot en met de dag van de begrafenis of de crematie en indien sprake is van bijzondere godsdienstige plechtigheden zoveel werkdagen als benodigd om overeenkomstig de bepalingen van die godsdienst rouwceremoniën te verrichten;
d. bij overlijden van:
1°. bloed- of aanverwanten in de 2e graad, dan wel van pleegbroers of -zusters: voor ten hoogste 2 werkdagen;
2°. bloed- of aanverwanten in de 3e of 4e graad of een van zijn huisgenoten: voor 1 werkdag,
met dien verstande dat indien de ambtenaar is belast met de regeling van de begrafenis, de crematie of van de nalatenschap dan wel van beide, het verlof voor ten hoogste 4 werkdagen kan worden verleend en indien sprake is van bijzondere godsdienstige plechtigheden zoveel werkdagen als benodigd om overeenkomstig de bepalingen van die godsdienst rouwceremoniën te verrichten.
**2.** De ambtenaar meldt vooraf aan het bevoegd gezag dat hij het verlof, bedoeld in het eerste lid, opneemt onder opgave van de reden. Indien dit niet mogelijk is, meldt de ambtenaar het opnemen van het verlof zo spoedig mogelijk aan het bevoegd gezag onder opgave van de reden.
**3.** Het bevoegd gezag kan achteraf van de ambtenaar verlangen dat hij aannemelijk maakt dat hij geen dienst heeft kunnen verrichten wegens een van de redenen genoemd in het eerste lid.
### Artikel 46d
Het kort durend zorgverlof, bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet arbeid en zorg, wordt door het bevoegd gezag verleend met behoud van volle bezoldiging.
### Artikel 46e
**1.** Aan de ambtenaar wordt door het bevoegd gezag langer durend zorgverlof met behoud van volle bezoldiging verleend voor hulpverlening aan een tijdelijk ernstig hulpbehoevende of stervende echtgenote, echtgenoot of persoon met wie de ambtenaar ongehuwd samenwoont, ouders, stief-, pleeg- of schoonouders, eigen of aangehuwde kinderen, stief- of pleegkinderen.
**2.** De ambtenaar meldt vooraf aan het bevoegd gezag dat hij het verlof, bedoeld in het eerste lid, opneemt onder opgave van de reden. Indien dit niet mogelijk is, meldt de ambtenaar het opnemen van het verlof zo spoedig mogelijk aan het bevoegd gezag onder opgave van de reden. Bij de melding geeft de ambtenaar ook de omvang, de wijze van opneming en zo mogelijk de vermoedelijke duur van het verlof aan.
**3.** Het verlof vangt niet aan of eindigt in ieder geval zodra het bevoegd gezag aan de ambtenaar kenbaar maakt dat hij tegen het opnemen van het verlof onderscheidenlijk de voortzetting daarvan een zodanig zwaarwegend dienstbelang heeft, dat het belang van de ambtenaar daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.
**4.** Het bevoegd gezag kan achteraf van de ambtenaar verlangen dat hij aannemelijk maakt dat hij geen dienst heeft kunnen verrichten wegens de reden genoemd in het eerste lid.
**5.** Het bevoegd gezag wijst de ambtenaar op de mogelijkheden tot het aanvragen van een financiële tegemoetkoming op basis van hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg.
**6.** Indien de ambtenaar aan wie verlof als bedoeld in het eerste lid, is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg, wordt door het bevoegd gezag gedurende de periode waarin sprake is van een samenloop een inhouding op de doorbetaling van de bezoldiging, als bedoeld in het eerste lid, toegepast welke overeenkomt met het bedrag van bedoelde financiële tegemoetkoming.
**7.** Indien aan de in hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming is voldaan maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, kan het bevoegd gezag het zesde lid op overeenkomstige wijze toepassen. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend.
### Artikel 47
**1.** Over de uren waarop de ambtenaar door het bevoegd gezag ouderschapsverlof, als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg, is verleend, behoudt hij 75% van zijn bezoldiging.
**2.** De ambtenaar kan door het bevoegd gezag worden verplicht tot terugbetaling van de bezoldiging over de genoten ouderschapsverlofuren wanneer hem tijdens de verlofperiode of binnen één jaar na afloop van het ouderschapsverlof ontslag wordt verleend op aanvraag dan wel niet op aanvraag op grond van aan de ambtenaar te wijten omstandigheden of, wanneer hij is aangesteld in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd of voor een proeftijd, ter zake van het verstrijken van die tijd. De verplichting tot terugbetaling wordt beperkt tot een bedrag dat evenredig is aan het aantal maanden dat ontbreekt aan de periode van één jaar. Indien het ontslag verband houdt met een aanstelling als militair ambtenaar of indiensttreding bij een andere overheidssector bestaat geen verplichting tot terugbetaling.
**3.** Het bevoegd gezag wijst de ambtenaar, aan wie ouderschapsverlof wordt verleend, in voorkomend geval op de mogelijkheden tot het aanvragen van een financiële tegemoetkoming op basis hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg.
**4.** Indien de ambtenaar aan wie ouderschapsverlof is verleend gedurende dat verlof of gedurende een bepaalde periode van dat verlof tevens recht heeft op een financiële tegemoetkoming op basis van hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg, wordt door het bevoegd gezag gedurende de periode waarin sprake is van een samenloop een inhouding op de doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, toegepast welke overeenkomt met het bedrag van bedoelde financiële tegemoetkoming, voor zover dat bedrag het bedrag overeenkomend met 100% van de bezoldiging te boven gaat.
**5.** Indien aan de in hoofdstuk 7 van de Wet arbeid en zorg gestelde voorwaarden voor het toekennen van een financiële tegemoetkoming is voldaan maar geen financiële tegemoetkoming is toegekend omdat de ambtenaar geen aanvraag heeft ingediend, kan het bevoegd gezag het vierde lid op overeenkomstige wijze toepassen. In dat geval wordt rekening gehouden met de financiële tegemoetkoming die aan de ambtenaar zou zijn toegekend indien hij wel een aanvraag zou hebben ingediend.
#### Paragraaf . Buitengewoon verlof van lange duur
### Artikel 48