2026-01-01 | BWBR0050365 | Verzamelbesluit Toeslagen
This commit is contained in:
parent
4f08d6cefb
commit
260f2050cd
1 changed files with 5 additions and 7 deletions
|
|
@ -18,7 +18,7 @@ Besluit:
|
|||
|
||||
## 1. Inleiding
|
||||
|
||||
*In dit besluit staat beleid met betrekking tot de kinderopvangtoeslag, de huurtoeslag, de zorgtoeslag en het kindgebonden budget. Onder meer is hierin het beleid rondom het matigen van de terugvordering van toeslagen opgenomen. Tevens zijn (goedkeurende) beleidsregels opgenomen voor specifieke situaties met betrekking tot kwijtscheldingswinsten, de termijn voor het tijdig betalen van de kosten voor kinderopvang, de toerekening van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen tussen partners in relatie tot de vermogenstoets in de huurtoeslag, verworven recht situaties in de huurtoeslag, partnerschap ontstaan door mantelzorg en het niet tegenwerpen van de arbeidseis bij feitelijke wijziging van het partnerschap. Ook bevat dit besluit vier goedkeurende beleidsregels op grond van de hardheidsclausule met betrekking tot (1) particulieren die leenbijstand ontvangen die in een later jaar wordt omgezet in een gift (alle toeslagen) en (2) het recht op huurtoeslag voor (half)wezen jonger dan 23 jaar die achterblijven in de ouderlijke woning. Tot slot wordt terugwerkende kracht verleend aan eerdere uitspraken van de ABRvS met betrekking tot de eerdere wijziging van de Wkb betreffende de uitzondering op het koppelingsbeginsel.*
|
||||
In dit besluit staat beleid met betrekking tot de kinderopvangtoeslag, de huurtoeslag, de zorgtoeslag en het kindgebonden budget. Onder meer is hierin het beleid rondom het matigen van de terugvordering van toeslagen opgenomen. Tevens zijn beleidsregels opgenomen voor specifieke situaties met betrekking tot kwijtscheldingswinsten, de termijn voor het tijdig betalen van de kosten voor kinderopvang en de toerekening van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen tussen partners in relatie tot de vermogenstoets in de huurtoeslag. Ook bevat dit besluit vier goedkeurende beleidsregels op grond van de hardheidsclausule met betrekking tot (1) particulieren die leenbijstand ontvangen die in een later jaar wordt omgezet in een gift (alle toeslagen), (2) partnerschap ontstaan door mantelzorg (alle toeslagen), (3) het niet tegenwerpen van de arbeidseis bij feitelijke wijziging van het partnerschap en (4) het recht op huurtoeslag voor (half)wezen jonger dan 21 jaar die achterblijven in de ouderlijke woning. Tot slot wordt terugwerkende kracht verleend aan eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State met betrekking tot de eerdere wijziging van de Wkb betreffende de uitzondering op het koppelingsbeginsel.
|
||||
|
||||
### 1.1. Opzet besluit
|
||||
|
||||
|
|
@ -207,15 +207,13 @@ In beginsel is een herziening in het voordeel van de belanghebbende van een toeg
|
|||
|
||||
Over de toepassing van artikel 5a, onderdeel b, UR Awir bepaal ik het volgende. Bij wijze van uitzondering is herziening van een toegekende of herziene tegemoetkoming huurtoeslag die op 24 juli 2019 of daarvoor onherroepelijk is geworden wel mogelijk als die herziening voortvloeit uit toepassing van de hierboven genoemde uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 juli 2019. Artikel 5a UR Awir blijft voor het overige onverkort van toepassing. Dit betekent dat herziening op basis van dit besluit in beginsel niet meer mogelijk is indien vijf jaren zijn verstreken na de laatste dag van het berekeningsjaar waarop de huurtoeslag betrekking heeft.
|
||||
|
||||
### 4.3. Huurtoeslag voor (half)wezen jonger dan 23 jaar
|
||||
### 4.3. Huurtoeslag voor (half)wezen jonger dan 21 jaar
|
||||
|
||||
De huurprijs die een huurder per maand is verschuldigd, is van invloed op het recht op huurtoeslag. Er bestaat in beginsel geen recht op huurtoeslag als de huurprijs hoger is dan de voor het betreffende berekeningsjaar vastgestelde maximale rekenhuur. Voor jongeren onder de 23 jaar geldt daarbij een lagere maximale rekenhuur (jongerenhuurgrens), tenzij er sprake is van een handicap of inwonend kind.14Artikel 13, eerste lid, Wht. In de praktijk doen zich echter ook uitzonderlijke situaties voor waarbij jongeren onder de 23 jaar na overlijden van hun ouder(s) of voogd achterblijven in de woning en zij vanwege de voor hen geldende lagere maximale rekenhuur geen recht hebben op huurtoeslag.
|
||||
In de Wht zijn maximale huurgrenzen opgenomen. Het huurdeel boven de maximale huurgrens wordt niet gesubsidieerd.1Zie artikel 13, eerste lid, in samenhang met artikel 21, eerste lid, onder d, van de Wht. Voor jongeren onder de 21 jaar geldt een lagere maximale huurgrens (jongerenhuurgrens), tenzij er sprake is van een handicap of inwonend kind. In de praktijk kan zich de uitzonderlijke situatie voordoen waarbij jongeren onder de 21 jaar na overlijden van hun ouder of voogd achterblijven in de woning en zij vanwege de voor hen geldende lagere maximale huurgrens recht hebben op een lager bedrag aan huurtoeslag.
|
||||
|
||||
Het betreft hier een uitzonderlijke en schrijnende groep jongeren die zich naast het verlies van hun ouder(s) of voogd mogelijk ook geconfronteerd zien met een noodgedwongen verhuizing uit de (ouderlijke) woning, nu zij de huurprijs niet zonder huurtoeslag kunnen betalen. Een oplossing op maat acht ik in deze situatie dan ook passend en geboden. Het onthouden van huurtoeslag voor deze specifieke groep jongeren vanwege een te jonge leeftijd in combinatie met een te hoge huur ontstaan door (een) overleden ouder(s) of voogd, is dermate uniek en aan te merken als ‘onbillijkheid van overwegende aard’ waaraan met toepassing van de hardheidsclausule kan worden tegemoetgekomen.
|
||||
Het betreft hier een uitzonderlijke groep jongeren in een schrijnende situatie die zich naast het verlies van hun ouder of voogd mogelijk ook geconfronteerd zien met een noodgedwongen verhuizing uit de (ouderlijke) woning, wanneer zij de huurprijs vanwege de jongerenhuurgrens voor de huurtoeslag niet meer kunnen betalen. Een oplossing op maat acht ik in deze situatie dan ook passend en geboden. Het verstrekken van een lager bedrag aan huurtoeslag voor deze specifieke groep jongeren vanwege hun jonge leeftijd ontstaan door een overleden ouder of voogd, is aan te merken als ‘onbillijkheid van overwegende aard’ waaraan met toepassing van de hardheidsclausule tegemoet kan worden gekomen.
|
||||
|
||||
Op grond van de hardheidsclausule (artikel 47, eerste lid, Awir) keur ik daarom goed dat op verzoek huurtoeslag kan worden toegekend boven de jongerenhuurgrens aan een jongere die als gevolg van het overlijden van zijn ouder(s) of voogd huurder wordt van een woning waarvan de rekenhuur in combinatie met diens leeftijd te hoog is voor het recht op huurtoeslag. Dit geldt in de situatie van een jongere onder de 23 jaar van wie een bloedverwant in de opgaande lijn in de eerste graad15Dit kan eveneens zien op een pleegkind bedoeld in artikel 4, eerste lid, Awir. of een voogd komt te overlijden en deze een woning huurde, waarvan de jongere huurder wordt. De overleden ouder(s) of voogd dient op het tijdstip van overlijden samen met de jongere diens hoofdverblijf in de woning te hebben en daar beiden ingeschreven te staan in de basisregistratie personen. Alleen dan kan de huurtoeslag voor de betreffende woning worden berekend zonder rekening te houden met artikel 13, eerste lid, onder b van de Wht. De maximale rekenhuur bedoeld in artikel 13 Wht blijft voor het overige onverminderd van toepassing.
|
||||
|
||||
Vanaf het moment dat de jongere 23 jaar wordt, wordt de huurtoeslag berekend conform de gebruikelijke regels van de Wht.
|
||||
Op grond van de hardheidsclausule (artikel 47, eerste lid, van de Awir) keur ik daarom goed dat op verzoek voor een jongere die als gevolg van het overlijden van een ouder of voogd huurder wordt van een woning waarvan de rekenhuur is gelegen boven de maximale huurgrens voor jongeren onder de 21 jaar, de maximale huurgrens voor huurders van 21 jaar en ouder wordt toegepast. Dit geldt in de situatie van een jongere onder de 21 jaar van wie een eerstegraad bloedverwant in de opgaande lijn of een voogd komt te overlijden en deze een woning huurde, waarvan de jongere huurder wordt. De overleden ouder of voogd dient op het tijdstip van overlijden samen met de jongere diens hoofdverblijf in de woning te hebben en zij dienen beiden ingeschreven te staan in de basisregistratie personen.
|
||||
|
||||
## 5. Kindgebonden budget
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue