2008-11-22 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
This commit is contained in:
parent
9356338720
commit
2623960075
1 changed files with 142 additions and 29 deletions
|
|
@ -4708,6 +4708,17 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Colombia is geen besluit genomen in de zin van
|
|||
#### 1. Achtergrond
|
||||
|
||||
Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Congo DRC. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag.
|
||||
De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van juli 2008 (zie de website van het Ministerie van BuZa).
|
||||
|
||||
|
||||
Naar aanleiding van het algemeen ambtsbericht is besloten tot een beleidswijziging ten aanzien van asielzoekers afkomstig uit Congo DRC. Dit betreft het beëindigen van het beleid van categoriale bescherming voor de bevolkingsgroep van etnische Tutsi’s.
|
||||
Voor het overige blijft het beleid ongewijzigd. Vanwege de verslechterde situatie gedurende de verslagperiode, is Bas-Congo als categoriaal beschermingswaardig gebied aangemerkt. Noord-Kivu, Zuid-Kivu en Ituri werden reeds aangemerkt als categoriaal beschermingswaardige gebieden. Voor alle personen van alle bevolkingsgroepen is echter een verblijfsalternatief aanwezig in Kinshasa. Daarom geldt in het geheel geen categoriaal beschermingsbeleid meer voor asielzoekers afkomstig uit Congo DRC.
|
||||
De beleidswijziging is neergelegd in een brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 30 september 2008.
|
||||
|
||||
|
||||
Het beleid dat etnische Tutsi’s zijn aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep blijft gehandhaafd. Het beleid dat geen vlucht- of vestigingsalternatief voor asielzoekers uit Congo DRC aanwezig is, blijft eveneens van kracht.
|
||||
|
||||
200822620-11-200810-11-20082008/26200822620-11-200810-11-20082008/2622-11-2008
|
||||
|
||||
#### 2. Besluitmoratorium
|
||||
|
||||
|
|
@ -4715,41 +4726,47 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Congo DRC geldt geen besluit in de zin van arti
|
|||
|
||||
#### 3. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen
|
||||
|
||||
##### 3.1. Tutsi
|
||||
##### 3.1. Tutsi’s
|
||||
|
||||
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa komt naar voren dat de positie van Banyamulenge en andere Congolezen met een Tutsi-achtergrond kwetsbaar blijft.
|
||||
Hoewel diverse bronnen het niet eens zijn in hoeverre Tutsi’s thans een kwetsbare positie innemen, blijkt uit het ambtsbericht de situatie verder bestendigd dat Tutsi’s de laatste jaren in Kinshasa geen gevaar meer lopen. Deze ontwikkeling werd reeds in de twee voorgaande ambtsberichten beschreven.
|
||||
|
||||
Een persoon die behoort tot de bevolkingsgroep van de Tutsi in Congo DRC kan op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, indien hij aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk te vrezen heeft voor vervolging vanwege bijvoorbeeld zijn etnische afkomst. Het betreft hier zowel acties van de autoriteiten als ook van de lokale bevolking, waartegen de autoriteiten niet altijd bescherming kunnen bieden.
|
||||
|
||||
De Tutsi uit Congo DRC worden voorts aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep in de zin van C2/3.1.3.
|
||||
De Tutsi’s uit Congo DRC blijven aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep in de zin van C2/3.1.3.
|
||||
|
||||
Personen die behoren tot de bevolkingsgroep van de Tutsi in Congo DRC kunnen, behoudens contra-indicaties in aanmerking komen voor categoriale bescherming.
|
||||
Personen die behoren tot de bevolkingsgroep van de Tutsi in Congo DRC komen niet langer in aanmerking voor categoriale bescherming.
|
||||
|
||||
Aan personen behorend tot de Tutsi-bevolkingsgroep wordt geen verblijfsalternatief tegengeworpen.
|
||||
Voor personen behorend tot de Tutsi-bevolkingsgroep afkomstig uit de categoriaal beschermingswaardige gebieden in het oosten van Congo DRC, te weten Noord-Kivu, Zuid-Kivu, Ituri en thans ook Bas-Congo, is een verblijfsalternatief aanwezig in Kinshasa.
|
||||
|
||||
##### 3.2. Bevolkingsgroepen uit Noord- en Zuid-Kivu (niet zijnde Tutsi)
|
||||
##### 3.2. Bevolkingsgroepen uit Noord- en Zuid-Kivu
|
||||
|
||||
Uit het eerdergenoemde ambtsbericht blijkt dat de veiligheidssituatie in grote delen van de oostelijke Kivu-provincies verslechterd is, doordat het aantal oorlogshandelingen is toegenomen. Voorts komt naar voren dat deze oorlogshandelingen niet specifiek op individuen of op de burgerbevolking gericht zijn, hoewel die daar wel het slachtoffer van kunnen worden.
|
||||
Uit het eerdergenoemde ambtsbericht blijkt dat de veiligheidssituatie mede onder invloed van de Acte d’Engagement die in januari 2008 in Coma werd ondertekend, in beide Kivu-provincies enigszins verbeterd is. Anderzijds wordt in het ambtsbericht aangegeven dat nog steeds sprake is van grootschalige mensenrechtenschendingen.
|
||||
|
||||
Het merendeel van de gevechtshandelingen had plaats in het zuiden van Noord-Kivu. In Zuid-Kivu vinden minder veiligheidsincidenten plaats. Zowel de troepen van generaal Nkunda, als soldaten van het Congolese regeringsleger, Forces Armées de la Republique Democratic du Congo, als andere rebellengroeperingen maken zich schuldig aan moord op Congolese burgers, verkrachtingen en andere mensenrechtenschendingen.
|
||||
|
||||
Voorts komt naar voren dat deze oorlogshandelingen niet specifiek op individuen of op de burgerbevolking gericht zijn, hoewel die daar wel het slachtoffer van kunnen worden.
|
||||
|
||||
##### 3.3. Bevolkingsgroepen uit het Ituri District
|
||||
|
||||
Tijdens de verslagperiode van het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa gingen de gewelddadigheden in Ituri door. Er was sprake van grootschalige mensenrechtenschendingen. In april 2007 is één van de laatste strijdende partijen, de Front des Nationalistes et Intégrationnistes ontmanteld en geïntegreerd in het Congolese leger. Dit leidde tot een voorzichtige verbetering van de veiligheid.
|
||||
De veiligheidssituatie in Ituri is gedurende de verslagperiode verder verbeterd nadat enkele belangrijke militaire leiders, die eerder al waren gedemobiliseerd, zich in Kinshasa meldden om deel te nemen aan het brassage-proces. Niet alle soldaten willen echter deelnemen aan het proces en bleven tijdens de verslagperiode militair actief. Sporadische gevechten tussen Forces Armées de la Republique Democratic du Congo en overgebleven rebellengroeperingen bleven dan ook gedurende de verslagperiode voorkomen.
|
||||
|
||||
##### 3.4. Politieke tegenstanders van het bewind
|
||||
##### 3.4. Bevolkingsgroepen uit Bas-Congo
|
||||
|
||||
Ten opzichte van de vorige verslagperiode is de veiligheidssituatie in Bas-Congo ernstig verslechterd. In Bas-Congo bevindt zich de politiek-religieuze beweging Bundu dia Kongo die zich steeds heftiger lijkt te verzetten tegen de status quo in de provincie. Begin januari 2008 verjoeg de beweging de autoriteiten in enkele dorpen in de meer perifere gebieden van Bas-Congo. In februari 2008 begonnen de Congolese autoriteiten in de provincie Bas-Congo een campagne tegen Bundu dia Kongo waarbij honderden burgers om het leven kwamen. De Congolese politie trad hard op tegen Bundu dia Kongo en beging hierbij ernstige schendingen van de mensenrechten waarvan veel onschuldige burgers het slachtoffer werden. Onder de slachtoffers waren (vermeende) aanhangers van Bundu dia Kongo, maar ook burgers die niets met de beweging te maken hadden. Aan het einde van de verslagperiode was de rust in de provincie weer hersteld.
|
||||
|
||||
##### 3.5. Politieke tegenstanders van het bewind
|
||||
|
||||
De wet op de organisatie en het functioneren van politieke partijen van maart 2004 erkent en garandeert het politieke pluralisme in Congo DRC. Sinds deze nieuwe wetgeving van kracht is, is de vrijheid van vereniging en vergadering licht verbeterd.
|
||||
|
||||
##### 3.5. Leden rebellengroeperingen
|
||||
De grondwet voorziet in vrijheid van vereniging en vergadering en de vrijheid van demonstratie, zolang de openbare orde en de goede zeden niet in het geding komen.
|
||||
|
||||
In Congo DRC zijn ontwapeningsprogramma’s en vredesbesprekingen aan de gang waarbij de leden van de (voormalige) rebellenbewegingen worden op genomen in het regeringsleger.
|
||||
##### 3.6. Leden rebellengroeperingen
|
||||
|
||||
##### 3.6. Mobutu-aanhangers
|
||||
|
||||
Gelet op de informatie uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa over de situatie in Congo DRC, zijn er geen gevallen bekend van voormalig Mobutu-aanhangers of ex-militairen van de Forces Armées du Zaïre die specifieke problemen met de autoriteiten hebben ondervonden. De Union des Démocrates Mobutistes maakt deel uit van de regering, de zoon van oud-dictator Mobutu is thans Minister van Landbouw.
|
||||
In Congo DRC zijn ontwapeningsprogramma’s en vredesbesprekingen aan de gang waarbij de leden van de (voormalige) rebellenbewegingen worden opgenomen in het regeringsleger.
|
||||
|
||||
##### 3.7. Journalisten
|
||||
|
||||
De wet voorziet in vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en het recht op informatie. In de praktijk wordt dit recht echter beperkt. Journalisten worden regelmatig lastiggevallen. Journalisten die kritiek uiten op specifieke personen en instanties, bijvoorbeeld wanneer zij corruptie aan de kaak stellen, lopen de grootste risico’s. Intimidatie bestaat vooral uit het oppakken en vastzetten van journalisten. In de verslagperiode van het eerdergenoemde ambtsbericht werden diverse journalisten bedreigd, gearresteerd en gedetineerd.
|
||||
De wet voorziet in vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en het recht op informatie. In de praktijk wordt dit recht echter beperkt. Journalisten worden regelmatig lastiggevallen. Volgens Mission d'Observation des Nations Unies namen aanvallen, bedreigingen en arrestaties van journalisten aan het einde van de verslagperiode toe. De meeste journalisten plegen, om niet in de problemen te komen, een vorm van zelfcensuur. Intimidatie bestaat vooral uit het oppakken en vastzetten van journalisten. Blijkens het ambtsbericht komt het voor dat journalisten hierbij geketend en gefolterd kunnen worden. Hierbij wordt opgemerkt dat dit niet zo zeer in de officiële gevangenissen als wel in de niet-officiële gevangenissen, de zogenoemde cachots, voorkomt.
|
||||
|
||||
##### 3.8. Vrouwen
|
||||
|
||||
|
|
@ -4757,21 +4774,41 @@ Het normale beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3
|
|||
|
||||
##### 3.9. Dienstplichtigen en deserteurs
|
||||
|
||||
Het normale beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing.
|
||||
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing.
|
||||
|
||||
##### 3.10. Kinderen
|
||||
|
||||
Hoewel weeskinderen traditioneel altijd werden opgevangen door familieleden of mensen in de omgeving, is het aantal straatkinderen in Kinshasa de afgelopen jaren flink toegenomen. Volgens schattingen leven in Kinshasa alleen al zo’n 25.000 straatkinderen. De meerderheid van die kinderen (tot 70%) zou verstoten zijn door familieleden nadat ze van hekserij beschuldigd werden. UNICEF heeft in acht grote steden een programma voor straatkinderen opgezet.
|
||||
Waar het probleem van kinderen die van hekserij worden beschuldigd zich aanvankelijk leek te beperken tot Kinshasa en het westen van Congo DRC, wordt nu duidelijk dat het fenomeen in opkomst is in steden in het gehele land. De nieuwe Congolese grondwet stelt expliciet dat beschuldiging van hekserij een vorm van kindermishandeling is en daarom strafbaar is. Voor zover bekend is in Congo DRC, althans in de afgelopen jaren, niemand veroordeeld in verband met misdaden jegens van hekserij beschuldigde personen.
|
||||
|
||||
|
||||
Het enkele feit van straatkind zijn of als kind te worden beschuldigd van hekserij is onvoldoende voor verlening van een verblijfsvergunning.
|
||||
|
||||
200822620-11-200810-11-20082008/26200822620-11-200810-11-20082008/2622-11-2008
|
||||
|
||||
##### 3.11. Homoseksuelen
|
||||
|
||||
Zoals in veel Afrikaanse landen rust in Congo DRC een zwaar sociaal-cultureel taboe op homoseksualiteit, waardoor nauwelijks over het onderwerp kan worden gesproken. Door het gebrek aan beschermende wetgeving, aan formele en informele acceptatie en door het slechte functioneren van het politieapparaat kan een homoseksueel geen bescherming inroepen tegen gevallen van discriminatie door medeburgers, de politie of andere overheidsinstanties.
|
||||
|
||||
In Congo DRC is homoseksualiteit niet expliciet strafbaar. Het WvSr noemt wel ‘misdaden tegen het familieleven’ (met een maximum gevangenisstraf van vijf jaar), welke bepaling gebruikt kan worden tegen homoseksuelen.
|
||||
|
||||
Indien een Congolese asielzoeker die zich beroept op discriminatie vanwege homoseksualiteit, aannemelijk kan maken dat de ondervonden discriminatie een dusdanige beperking van de bestaansmogelijkheden oplevert dat het onmogelijk is om op maatschappelijk en sociaal gebied te functioneren dan kan de vreemdeling op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw, in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hierbij wordt niet van de vreemdeling verlangd dat hij zich tot de autoriteiten heeft gewend voor bescherming.
|
||||
|
||||
##### 3.12. Pygmeeën
|
||||
|
||||
In Congo DRC worden de pygmeeën ernstig gemarginaliseerd en gediscrimineerd.
|
||||
|
||||
Pygmeeën zouden door veel Congolezen als halve wilden worden gezien en daarom slecht behandeld. De pygmeeën hebben een leefwijze die zich slecht verhoudt tot de moderniteit. Het zijn jager-verzamelaars die rondtrekken in dunbevolkte bosgebieden. De pygmeeëngemeenschappen hebben veel te lijden gehad door de burgeroorlog en massale schendingen van de mensenrechten. Pygmeeën beschikken door hun leefwijze dikwijls over een uitstekende terreinkennis, waarvan de verschillende strijdende partijen gebruik hebben gemaakt en soms nog maken.
|
||||
|
||||
#### 4. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2 is van toepassing.
|
||||
|
||||
#### 5. Categoriale bescherming
|
||||
|
||||
Personen die behoren tot de bevolkingsgroep van de Tutsi uit Congo DRC komen behoudens contra-indicaties in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw (zie C2/5 ). Ook asielzoekers van gemengde afkomst worden tot de bevolkingsgroep van de Tutsi gerekend. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt of de vader dan wel de moeder tot de etnische groep van de Tutsi wordt gerekend en de andere ouder een andere etnische afkomst heeft.
|
||||
Asielzoekers uit Congo DRC, waaronder de Tutsi’s, komen niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning.
|
||||
|
||||
De beschrijving van de algehele veiligheidssituatie in het algemene ambtsbericht van de Minister van BuZa leidt tot het oordeel dat de gebieden in het oosten van Congo DRC, waar zich recent gewapende conflicten hebben voorgedaan (Noord-Kivu, Zuid-Kivu, Ituri en Bas-Congo), categoriaal beschermingswaardig zijn. Er is evenwel geen beleid van categoriale bescherming, in de zin van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw, geïndiceerd omdat asielzoekers, waaronder Tutsi’s, uit deze gebieden die niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op individuele gronden, zich aan de algehele geweldsituatie kunnen onttrekken door in Kinshasa te verblijven. Aan deze personen zal daarom een verblijfsalternatief worden tegengeworpen.
|
||||
|
||||
#### 6. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten
|
||||
|
||||
|
|
@ -4793,7 +4830,7 @@ Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure om
|
|||
|
||||
#### 7. Opvangmogelijkheden Amv’s
|
||||
|
||||
Voor Amv’s is adequate opvang in Congo DRC voorhanden. Weeskinderen worden in het algemeen opgevangen door de familie van één van beide ouders. In het opvangcentrum van de Congregatie der Salesianen (Don Bosco) zijn vier opvangplaatsen geregeld voor uit Nederland terugkerende Amv’s. Voor meer informatie over opvangmogelijkheden voor Amv’s wordt verwezen naar het eerdergenoemde ambtsbericht van de Minister van BuZa.
|
||||
Traditioneel werden weeskinderen altijd opgevangen door familieleden of mensen in de omgeving. Het aantal straatkinderen is echter in de afgelopen jaren flink toegenomen. Voor Amv’s is adequate opvang in Congo DRC voorhanden. Weeskinderen worden in het algemeen opgevangen door de familie van één van beide ouders. In het opvangcentrum van de Congregatie der Salesianen (Don Bosco) zijn vier opvangplaatsen geregeld voor uit Nederland terugkerende Amv’s. Voor meer informatie over opvangmogelijkheden voor Amv’s wordt verwezen naar het eerdergenoemde ambtsbericht van de Minister van BuZa.
|
||||
|
||||
#### 8. Vertrekmoratorium
|
||||
|
||||
|
|
@ -5197,6 +5234,10 @@ Het vertrekmoratorium dat gold ten aanzien van asielzoekers uit Guinee is verval
|
|||
|
||||
Dit hoofdstuk bevat het landgebonden asielbeleid voor Irak. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag.
|
||||
|
||||
De beleidsconclusies in dit hoofdstuk zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van juni 2008 over de situatie in Irak (zie de website van het Ministerie van BuZa).
|
||||
|
||||
Naar aanleiding van het ambtsbericht van de Minister van BuZa van juni 2008 waaruit blijkt dat de situatie in Irak aan het verbeteren is, en het verrichte onderzoek naar het beleid inzake Centraal-Irak in de ons omringende landen, is de Voorzitter van de Tweede Kamer bij brief van 12 september 2008 op de hoogte gebracht van het besluit om het, op 2 april 2007 ingestelde, beleid van categoriale bescherming ten aanzien van Irakezen afkomstig uit Centraal Irak, te beëindigen.
|
||||
|
||||
#### 2. Besluitmoratorium
|
||||
|
||||
Ten aanzien van asielzoekers uit Irak geldt geen besluit in de zin van artikel 43 Vw.
|
||||
|
|
@ -5205,7 +5246,13 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Irak geldt geen besluit in de zin van artikel 4
|
|||
|
||||
##### 3.1. Intellectuelen en journalisten
|
||||
|
||||
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa komt naar voren dat bestaat er officieel weliswaar persvrijheid bestaat, doch de Iraakse pers past uit zelfbehoud zelfcensuur toe. Intimidatie van journalisten en media vindt plaats. In de verslagperiode zijn journalisten vervolgd en zouden journalisten zijn aangevallen door aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken gelieerde milities.
|
||||
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa komt naar voren dat er officieel weliswaar persvrijheid bestaat, doch de Iraakse pers uit zelfbehoud zelfcensuur toepast. Intimidatie van journalisten en media vindt plaats.
|
||||
|
||||
Diverse Iraakse en buitenlandse journalisten zijn tijdens de verslagperiode om het leven gekomen ten gevolge van geweld. Het gevaar van ontvoering is nog aanwezig. Diverse journalisten zijn na ontvoering om het leven gebracht. Voor journalisten kan het riskant zijn kritiek te uiten op militante extremistische groeperingen. Aanslagen, vergeldingsacties en bedreigingen hebben plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
In de gebieden van de Kurdistan Regional Government is nog altijd sprake van intimidatie, arrestatie van en juridische procedures tegen journalisten die rapporteren over onder meer (veronderstelde) corruptie door de regering.
|
||||
|
||||
Intellectuelen en journalisten die aannemelijk maken dat zij vanwege hun opinies voor vervolging te vrezen hebben, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning. Het enkel een onafhankelijke houding innemen is daarvoor onvoldoende aangezien er wel enige ruimte voor kritiek blijkt te bestaan.
|
||||
|
||||
##### 3.2. Personen die vervolging vrezen van het ‘oude’ regime
|
||||
|
||||
|
|
@ -5215,53 +5262,109 @@ De val van het regime onder Saddam Hoessein heeft geleid tot een geheel nieuwe m
|
|||
|
||||
Eerwraak komt in heel Irak voor. Met eerwraak beoogt de dader de eer van de familie te herstellen door het ongewenste gedrag van een vrouwelijk en in uitzonderlijke gevallen eveneens een mannelijk familielid te bestraffen. Eerwraak kan bestaan uit het lijfelijk straffen, maar in sommige gevallen komt doden voor.
|
||||
|
||||
Het kan voorkomen dat het niet mogelijk is bescherming in te roepen dan wel anderszins zich aan de dreigende eerwraak te onttrekken. Wel mag worden verwacht dat aannemelijk kan worden gemaakt waarom bescherming in het individuele geval niet (effectief) kan worden geboden. Personen die aannemelijk hebben gemaakt gegronde vrees te hebben voor eerwraak en die geen afdoende bescherming kunnen inroepen van de autoriteiten, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel.
|
||||
|
||||
##### 3.4. Personen die stellen te vrezen voor intertribale problemen
|
||||
|
||||
Personen die stellen te vrezen voor bloedwraak of vergelijkbare intertribale problemen van een andere familie, clan of stam, worden geacht bescherming te kunnen krijgen binnen de eigen familie, clan of stam. Daarnaast kunnen de autoriteiten in sommige gevallen tevens bescherming bieden en bemiddelen bij het conflict. Indien betrokkene aannemelijk heeft gemaakt desondanks geen bescherming te kunnen krijgen, kan op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw een verblijfsvergunning asiel worden verleend.
|
||||
|
||||
##### 3.5. Personen werkzaam in risicoberoepen
|
||||
|
||||
Er vinden veel aanslagen plaats gericht tegen Irakezen die openlijk samenwerken met de regering, met internationale organisaties of diplomatieke vertegenwoordigingen, buitenlandse bedrijven en met de Multi National Forces in Iraq. Hierbij valt onder meer te denken aan Iraakse politici en hun familie, ambtenaren, personeel van het veiligheidsapparaat (vooral politie en leger), tolken of Irakezen die op andere wijze voor de regering, internationale organisaties en bedrijven in Irak werken, rechters en advocaten, alsook Iraakse journalisten en personen die voor hen werken. Ook bleek tijdens de verslagperiode dat bakkers en kappers werden aangevallen door extremistische groepen. De situatie van personeel in het onderwijs en de gezondheidszorg is eveneens als zeer ernstig te omschrijven.
|
||||
Er vinden veel aanslagen plaats gericht tegen Irakezen die samenwerken met de regering, met internationale organisaties of diplomatieke vertegenwoordigingen, buitenlandse bedrijven en met de Multi National Forces in Iraq. Hierbij valt onder meer te denken aan Iraakse politici en hun familie, ambtenaren, personeel van het veiligheidsapparaat (vooral politie en leger), tolken of Irakezen die op andere wijze voor de regering, internationale organisaties en bedrijven in Irak werken, rechters en advocaten, alsook Iraakse journalisten en personen die voor hen werken. De situatie van personeel in het onderwijs en de gezondheidszorg is eveneens als zeer ernstig te omschrijven. Ook zouden studenten, artiesten, sportlieden en mensen werkzaam in de sport doelwit zijn van geweld.
|
||||
|
||||
Indien betrokkene aannemelijk heeft gemaakt vanwege zijn werkzaamheden een gegronde vrees voor vervolging dan wel onmenselijke behandeling te hebben, waartegen geen bescherming kan worden geboden, kan op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw een verblijfsvergunning asiel worden verleend. Het enkele feit dat de vreemdeling deze werkzaamheden heeft verricht is onvoldoende voor de conclusie dat er gegronde vrees is voor vervolging dan wel onmenselijke behandeling.
|
||||
|
||||
##### 3.6. Iraakse Fayli-Koerden en Irakezen van Iraanse afkomst
|
||||
|
||||
Het regime van Saddam Hoessein heeft veel Fayli-Koerden hun Iraakse nationaliteit ontnomen. De decreten van de Revolutionaire Commandoraad (onder meer decreet 666 van 1980), die de ontneming van het Iraakse staatsburgerschap betroffen, zijn met de inwerkingtreding van de Transitional Administrative Law herroepen. De nieuwe nationaliteitswet bevat voorwaarden om nationaliteitsrechten weer te laten gelden. Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa komt naar voren dat naar verluidt een aantal Fayli Koerden de Iraakse nationaliteit heeft kunnen herkrijgen.
|
||||
|
||||
Het ambtsbericht van de Minister van BuZa geeft voorts aan dat in het Kurdistan Regional Gouvernement naar verluidt een speciale regeling geldt voor de terugkeer van Fayli-Koerden die afkomstig zijn uit de drie noordelijke provincies.
|
||||
Hoewel de implementatie met betrekking tot het laten herleven van de nationaliteitsrechten van Fayli-Koerden (in Centraal-Irak) nog niet is afgerond, geven bovenstaande ontwikkelingen aanleiding om Fayli-Koerden, aan wie onder het regime van Saddam Hoessein de Iraakse nationaliteit is ontnomen, niet langer als staatloos te beschouwen in het kader van de asielbeoordeling. Op basis van de Iraakse regelgeving kan worden aangenomen dat zij de jure de Iraakse nationaliteit hebben. Daarbij is de omstandigheid dat het verkrijgen van de facto nationaliteit nog niet in alle gevallen mogelijk is, geen grond om voor de beoordeling van de aanvraag niet van de Iraakse nationaliteit uit te gaan. De asielaanvragen van deze personen zullen dan ook op gebruikelijke wijze getoetst worden naar aanleiding van het beleid zoals in dit hoofdstuk neergelegd, waarbij wordt aangenomen dat zij de jure de Iraakse nationaliteit hebben.
|
||||
|
||||
##### 3.7. Christenen
|
||||
|
||||
Blijkens het ambtsbericht van de Minister van BuZa verkeren christenen in een moeilijke positie, nu de Irakese autoriteiten niet in staat zijn hen tegen het willekeurige dan wel gerichte geweld bescherming te bieden. Mede uit angst voor het extremistische geweld zijn christenen vanuit het zuiden en het midden van Irak naar het noorden getrokken. Er zijn echter berichten dat christenen ook in Noord-Irak zouden worden gediscrimineerd. Hierbij zou sprake zijn van landonteigening en intimidatie van kiezers ten tijde van de verkiezingen.
|
||||
Blijkens het ambtsbericht van de Minister van BuZa verkeren christenen in een moeilijke positie, nu de Irakese autoriteiten niet in staat zijn hen tegen het willekeurige dan wel gerichte geweld bescherming te bieden. Mede uit angst voor het extremistische geweld zijn christenen vanuit het zuiden en het midden van Irak naar het noorden getrokken. Er zijn echter berichten dat christenen ook in Noord-Irak zouden worden gediscrimineerd. Hierbij zou sprake zijn van onrechtmatige onteigening van eigendommen en discriminatoire vonnissen van de rechterlijke macht van de Kurdistan Regional Government ten nadele van christenen.
|
||||
|
||||
Personen die aannemelijk hebben gemaakt wegens hun christelijk geloof gegronde vrees te hebben voor vervolging kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Hierbij wordt niet verlangd dat zij zich tot de autoriteiten hebben gewend voor bescherming.
|
||||
|
||||
De christenen uit Irak worden voorts aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep in de zin van C2/3.1.3.
|
||||
|
||||
Dit betekent dat een asielzoeker die behoort tot deze groep reeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, aanhef en onder b, Vw, indien hij met op zichzelf beperkte individuele indicaties aannemelijk heeft gemaakt dat in samenhang met het behoren tot de christenen in Irak een dreigende schending van artikel 3 EVRM aanwezig is. Daarvoor is niet vereist dat betrokkene persoonlijk te maken heeft gehad met een behandeling die op zichzelf voldoet aan de omschrijving van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. Ook indien er sprake is van mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving van de vreemdeling bij personen die behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep, kan dit voldoende grond zijn om zulks aan te nemen. Daarbij wordt niet van de vreemdeling verlangd om aannemelijk te maken dat de betreffende mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep.
|
||||
|
||||
##### 3.8. Mandeeërs
|
||||
|
||||
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt dat de positie van mandeeërs (volgelingen van Johannes de Doper) in het zuiden van Irak sinds de val van het regime van Saddam Hoessein is verslechterd. Er zou sprake zijn van toenemende discriminatie en intimidatie en mandeeërs zijn slachtoffer geworden van ontvoeringen en geweldsmisdrijven. In tegenstelling tot wat eerder werd aangenomen, lijken mandeeërs om religieuze redenen doelwit te zijn.
|
||||
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa blijkt dat de positie van mandeeërs (volgelingen van Johannes de Doper) in het zuiden van Irak sinds de val van het regime van Saddam Hoessein is verslechterd. Er zou sprake zijn van discriminatie en intimidatie en mandeeërs zijn slachtoffer geworden van ontvoeringen en geweldsmisdrijven. In tegenstelling tot wat eerder werd aangenomen, lijken mandeeërs om religieuze redenen doelwit te zijn.
|
||||
|
||||
Mandeeërs die aannemelijk hebben gemaakt wegens hun geloof gegronde vrees te hebben voor vervolging kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Hierbij wordt niet verlangd dat zij zich tot de autoriteiten hebben gewend voor bescherming.
|
||||
|
||||
De mandeeërs worden voorts aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep in de zin van C2/3.1.3.
|
||||
|
||||
Dit betekent dat een asielzoeker die behoort tot deze groep reeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, aanhef en onder b, Vw, indien hij met op zichzelf beperkte individuele indicaties aannemelijk heeft gemaakt dat in samenhang met het behoren tot de mandeeërs een dreigende schending van artikel 3 EVRM aanwezig is. Daarvoor is niet vereist dat betrokkene persoonlijk te maken heeft gehad met een behandeling die op zichzelf voldoet aan de omschrijving van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. Ook indien er sprake is van mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving van de vreemdeling bij personen die behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep, kan dit voldoende grond zijn om zulks aan te nemen. Daarbij wordt niet van de vreemdeling verlangd om aannemelijk te maken dat de betreffende mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep.
|
||||
|
||||
##### 3.9. Yezidi’s
|
||||
|
||||
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa komt naar voren dat de positie van yezidi’s sinds de val van het regime van Saddam Hoessein niet significant lijkt te zijn verbeterd. De yezidi’s, die zich met name in de gebieden nabij de Syrische grens bevinden, vormen evenals de christenen en mandeeërs een religieuze minderheid in Irak. Zij ondervinden min of meer dezelfde gevaren, bedreigingen en belemmering als bovengenoemde groepen om hun geloof vrij uit te oefenen.
|
||||
|
||||
##### 3.10. Palestijnen
|
||||
Yezidi's die aannemelijk hebben gemaakt wegens hun geloof gegronde vrees te hebben voor vervolging kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Hierbij wordt niet verlangd dat zij zich tot de autoriteiten hebben gewend voor bescherming.
|
||||
|
||||
De situatie van Palestijnen in Irak verslechtert in toenemende mate. Er is met grote regelmaat sprake van bedreigingen en aanballen jegens, ontvoering van en moord op Palestijnen. Palestijnen zijn in toenemende mate slachtoffer van willekeurige arrestaties en detentie en valse beschuldigingen in de media.
|
||||
De yezidi’s worden voorts aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep in de zin van C2/3.1.3.
|
||||
|
||||
##### 3.11. Homoseksuelen
|
||||
Dit betekent dat een asielzoeker die behoort tot deze groep reeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, aanhef en onder b, Vw, indien hij met op zichzelf beperkte individuele indicaties aannemelijk heeft gemaakt dat in samenhang met het behoren tot de yezidi’s een dreigende schending van artikel 3 EVRM aanwezig is. Daarvoor is niet vereist dat betrokkene persoonlijk te maken heeft gehad met een behandeling die op zichzelf voldoet aan de omschrijving van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. Ook indien er sprake is van mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving van de vreemdeling bij personen die behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep, kan dit voldoende grond zijn om zulks aan te nemen. Daarbij wordt niet van de vreemdeling verlangd om aannemelijk te maken dat de betreffende mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep.
|
||||
|
||||
Homoseksuelen ondervinden in toenemende mate problemen. De VN in Irak hebben aangegeven aanwijzingen te hebben voor toenemende bedreigingen, ontvoering en moord op homoseksuelen in Irak. Er kan van uit worden gegaan dat overheidsinstanties noch derden bescherming bieden aan homoseksuelen die slachtoffer van eerwraak of ander geweld zouden zijn geworden of dreigen te worden.
|
||||
##### 3.10. Joden
|
||||
|
||||
Homoseksuelen die aannemelijk maken dat zij op grond van hun homoseksualiteit gegronde reden hebben voor vervolging, ofwel door de overheid, ofwel door derden in de vorm van eerwraak of ander geweld, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Het enkele feit van homoseksueel zijn is onvoldoende voor verlening van een verblijfsvergunning.
|
||||
Joden vormen een religieuze minderheid in Irak. Hoewel de Iraakse grondwet vrijheid van godsdienst garandeert, wordt de uitoefening van deze rechten sterk beperkt door het aanhoudende geweld. Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa komt naar voren dat joden belemmeringen ondervinden van de islamisering van de samenleving.
|
||||
|
||||
Personen die aannemelijk hebben gemaakt vanwege hun joodse geloof gegronde reden te hebben voor vervolging kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Hierbij wordt niet verlangd dat zij zich tot de autoriteiten hebben gewend voor bescherming.
|
||||
|
||||
Joden worden voorts aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep in de zin van C2/3.1.3.
|
||||
|
||||
Dit betekent dat een asielzoeker die behoort tot deze groep reeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, aanhef en onder b, Vw, indien hij met op zichzelf beperkte individuele indicaties aannemelijk heeft gemaakt dat in samenhang met het behoren tot de joden een dreigende schending van artikel 3 EVRM aanwezig is. Daarvoor is niet vereist dat betrokkene persoonlijk te maken heeft gehad met een behandeling die op zichzelf voldoet aan de omschrijving van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. Ook indien er sprake is van mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving van de vreemdeling bij personen die behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep, kan dit voldoende grond zijn om zulks aan te nemen. Daarbij wordt niet van de vreemdeling verlangd om aannemelijk te maken dat de betreffende mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep
|
||||
|
||||
##### 3.11. Shabak en Kaka’i
|
||||
|
||||
Zowel Shabak als Kaka’i vormen een religieuze minderheid in Irak. Hoewel de Iraakse grondwet vrijheid van godsdienst garandeert, wordt de uitoefening van deze rechten sterk beperkt door het aanhoudende geweld.
|
||||
|
||||
Shabak en Kaka’i die aannemelijk hebben gemaakt vanwege hun geloof gegronde reden te hebben voor vervolging kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Hierbij wordt niet verlangd dat zij zich tot de autoriteiten hebben gewend voor bescherming.
|
||||
|
||||
Shabak en Kaka’i worden voorts aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep in de zin van C2/3.1.3.
|
||||
|
||||
Dit betekent dat een asielzoeker die behoort tot deze groep reeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, aanhef en onder b, Vw, indien hij met op zichzelf beperkte individuele indicaties aannemelijk heeft gemaakt dat in samenhang met het behoren tot de Shabak of Kaka’i een dreigende schending van artikel 3 EVRM aanwezig is. Daarvoor is niet vereist dat betrokkene persoonlijk te maken heeft gehad met een behandeling die op zichzelf voldoet aan de omschrijving van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. Ook indien er sprake is van mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving van de vreemdeling bij personen die behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep, kan dit voldoende grond zijn om zulks aan te nemen. Daarbij wordt niet van de vreemdeling verlangd om aannemelijk te maken dat de betreffende mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep
|
||||
|
||||
##### 3.12. Palestijnen
|
||||
|
||||
De situatie van Palestijnen in Irak is sinds de val van Saddam Hoessein verslechterd. Er is met grote regelmaat sprake van bedreigingen en aanvallen jegens, ontvoering van en moord op Palestijnen. Palestijnen zijn in toenemende mate slachtoffer van willekeurige arrestaties en afpersing door politieagenten.
|
||||
|
||||
Palestijnen die aannemelijk hebben gemaakt wegens het behoren tot de Palestijnse bevolkingsgroep gegronde vrees te hebben voor vervolging kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel. Hierbij wordt niet verlangd dat zij zich tot de autoriteiten hebben gewend voor bescherming.
|
||||
|
||||
De Palestijnen in Irak worden voorts aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep in de zin van C2/3.1.3.
|
||||
|
||||
Dit betekent dat een asielzoeker die behoort tot deze groep reeds in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, aanhef en onder b, Vw, indien hij met op zichzelf beperkte individuele indicaties aannemelijk heeft gemaakt dat in samenhang met het behoren tot de Palestijnen in Irak een dreigende schending van artikel 3 EVRM aanwezig is. Daarvoor is niet vereist dat betrokkene persoonlijk te maken heeft gehad met een behandeling die op zichzelf voldoet aan de omschrijving van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. Ook indien er sprake is van mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving van de vreemdeling bij personen die behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep, kan dit voldoende grond zijn om zulks aan te nemen. Daarbij wordt niet van de vreemdeling verlangd om aannemelijk te maken dat de betreffende mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep.
|
||||
|
||||
##### 3.13. Homoseksuelen
|
||||
|
||||
Het ambtsbericht van de Minister van BuZa geeft aan dat homoseksualiteit in Irak een taboe is. Over het algemeen wordt homoseksualiteit verborgen gehouden voor de omgeving aangezien de eer van de familie bij openbaarmaking zou worden aangetast. Homoseksuelen hebben ernstig te lijden onder de gebrekkige veiligheidssituatie en straffeloosheid in Irak.
|
||||
|
||||
Homoseksuelen ondervinden in toenemende mate problemen. De VN in Irak hebben aangegeven aanwijzingen te hebben voor toenemende bedreigingen, ontvoering en moord op homoseksuelen in Irak. Er kan van uit worden gegaan dat overheidsinstanties noch derden bescherming bieden aan homoseksuelen die slachtoffer van eerwraak of ander geweld zouden zijn geworden of dreigen te worden.
|
||||
|
||||
Homoseksuelen uit Irak worden aangemerkt als risicogroep als bedoeld in C14/4.5. In het kader van de toetsing aan artikel 29, eerste lid, onder a, Vw worden aan personen behorende tot een risicogroep minder hoge eisen gesteld met betrekking tot het aannemelijk maken van de zwaarwegendheid van de ondervonden gebeurtenissen.
|
||||
|
||||
Dit houdt in dat wanneer deze personen zich beroepen op problemen op basis van hun homoseksualiteit van de zijde van de huidige (centrale) autoriteiten, of derden, of met medeburgers, en er sprake is van een geloofwaardig en individualiseerbaar asielrelaas, reeds met geringe indicaties aannemelijk kan worden gemaakt dat deze problemen leiden tot een gegronde vrees voor vervolging.
|
||||
|
||||
Indien hiervan sprake is, kan de vreemdeling op grond van artikel 29, eerste lid onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hierbij wordt niet verlangd dat hij zich tot de autoriteiten heeft gewend voor bescherming.
|
||||
|
||||
#### 4. Traumatabeleid
|
||||
|
||||
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2 is van toepassing. Voor het overige zijn er met betrekking tot Irak geen bijzonderheden.
|
||||
|
||||
#### 5. Categoriale bescherming
|
||||
|
||||
De veiligheidssituatie in Centraal-Irak is ten opzichte van april 2006 verder verslechterd. De centrale overheid heeft in grote delen van het land geen geweldsmonopolie en kan haar burgers niet tegen willekeurig geweld, dat aan de orde van de dag is, beschermen. Het geweld dat zich voordoet lijkt ongericht, in die zin dat een ieder er het slachtoffer van kan worden. Wat betreft de mate van geografische spreiding van het geweld dient te worden opgemerkt dat het geweld zich grotendeels voordoet in het soennitische midden van Irak. Noord-Irak is relatief veilig.
|
||||
Asielzoekers uit Irak komen op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5).
|
||||
|
||||
De beschrijving van de algehele veiligheidssituatie in het ambtsbericht van de Minister van BuZa leidt tot de conclusie dat de veiligheidssituatie in Irak aan het verbeteren is. Daarnaast voeren de ons omringende landen, met name het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Zweden geen bijzonder beleid voor Iraakse asielzoekers.
|
||||
|
||||
Met betrekking tot vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw, zal een herbeoordeling van de verleende verblijfsvergunning plaatsvinden. Indien deze herbeoordeling niet tot gevolg heeft dat wordt geoordeeld dat de vreemdeling op basis van één van de andere gronden van artikel 29, eerste lid, Vw verblijf toekomt, zal de verblijfsvergunning worden ingetrokken, dan wel de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd worden afgewezen. Dit geldt overeenkomstig voor de houders van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder e of f, Vw en waarbij de verblijfsvergunning van de hoofdpersoon op grond van het bovenstaande wordt ingetrokken.
|
||||
|
||||
Verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd zal op normale wijze plaatsvinden indien de geldigheid van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verlopen voorafgaand aan de beëindiging van het beleid van categoriale bescherming, voor zover de vreemdeling ook aan de overige vereisten voor verlening voldoet.
|
||||
|
||||
#### 6. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten
|
||||
|
||||
|
|
@ -5281,10 +5384,20 @@ Irak wordt niet beschouwd als veilig derde land.
|
|||
|
||||
Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure omtrent getuigen van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid wordt verwezen naar C11/3.1.
|
||||
|
||||
Blijkens een ambtsbericht van de Minister van BuZa over de Iraakse inlichtingen- en veiligheidsdiensten van december 2003 (zie de website van het Ministerie van BuZa) beschikte Centraal-Irak tot de val van het Ba’ath-bewind van Saddam Hoessein op 9 april 2003 over een machtig en omvangrijk netwerk van inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Van deze diensten waren de Algemene Inlichtingendienst, de Militaire Inlichtingendienst, de Speciale Veiligheidsdienst, de Algemene Veiligheidsdienst en de Militaire Veiligheidsdienst de belangrijkste. Het centrale doel van deze diensten was het absoluut veilig stellen van de macht van Saddam Hoessein en de regerende Ba’ath-partij. In het nastreven van dit doel hebben deze diensten gebruik gemaakt van een veelvoud aan terreurmiddelen en hebben zij op systematische wijze geweld toegepast. De handelingsbevoegdheid van de hoofden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten was in beginsel onbeperkt. Hierbij moet ook gedacht worden aan marteling en/of executie van vermeende tegenstanders van het regime. Het ambtsbericht stelt vast dat niet aannemelijk is dat een betaalde medewerker van de Iraakse inlichtingen- en veiligheidsdiensten onwetend was van de aard van de activiteiten van deze diensten.
|
||||
|
||||
Voor de hoofden van genoemde inlichtingen- en veiligheidsdiensten en voor de officieren van de Speciale Veiligheidsdienst kan worden uitgegaan dat zij hebben geweten van, althans in staat moeten zijn geweest om te beschikken over voldoende informatie over de gepleegde mensenrechtenschendingen. Daarmee wordt ‘knowing participation’ (zie C4/3.11.3.3) aangenomen. Daarnaast hebben zij door het aanvaarden en uitoefenen van hun leidinggevende functie de verantwoordelijkheid aanvaard voor de doelstellingen en uitgevoerde methoden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Daarmee is aan het vereiste van ‘personal participation’ (zie C4/3.11.3.3) voldaan.
|
||||
|
||||
Op basis van het bovenstaande wordt aan hoofden van genoemde inlichtingen- en veiligheidsdiensten en officieren van de Speciale Veiligheidsdienst in de regel artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag tegengeworpen. Ten aanzien van hen wordt aangenomen dat er sprake is van ‘personal and knowing participation’. Het is aan de vreemdeling om aan te tonen dat dit voor hem niet geldt en dat in zijn geval sprake is van de significante uitzondering.
|
||||
|
||||
##### 6.5. Onderscheid Noord-Irak en Centraal-Irak
|
||||
|
||||
Voor de bepaling welke gebieden behoren tot Centraal-Irak wordt aangesloten bij het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa. Centraal-Irak is het deel dat niet valt onder de omschrijving van Noord-Irak.
|
||||
|
||||
Bij de behandeling van individuele asielaanvragen geldt dat Iraakse vreemdelingen die niet in Noord-Irak zijn geboren, worden aangemerkt als afkomstig uit Centraal-Irak. Voorts geldt, dat wanneer één der gezinsleden geboren is in Centraal-Irak, alle gezinsleden worden aangemerkt als afkomstig uit Centraal-Irak. Wel dient de gezinsband reeds voor de komst naar Nederland te hebben bestaan. Vreemdelingen van Iraakse nationaliteit die buiten Irak zijn geboren, worden eveneens aangemerkt als afkomstig uit Centraal-Irak.
|
||||
|
||||
Hiervan worden echter uitgezonderd de minderjarige vreemdelingen wier beide ouders in Noord-Irak zijn geboren. In redelijkheid kan niet worden verwacht dat in dit geval het gezin de toegang tot Noord-Irak zal worden geweigerd.
|
||||
|
||||
#### 7. Opvangmogelijkheden Amv’s
|
||||
|
||||
Ten aanzien van Amv’s uit Irak kan niet op voorhand worden geconcludeerd dat adequate opvang aanwezig is. De aanwezigheid van adequate opvang dient per individueel geval te worden vastgesteld. Het algemene beleid is van toepassing. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue