2025-01-01 | BWBR0041330 | Besluit activiteiten leefomgeving

This commit is contained in:
Coornhert 2025-01-01 12:00:00 +00:00
parent 1e432ecf62
commit 2637fa044c

View file

@ -1018,8 +1018,10 @@ Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.48f, wordt voldaan a
Onder de aanwijzing vallen niet:
a. een grondwatersanering; en
b. het beperken of ongedaan maken van verontreiniging van de waterbodem.
a. een grondwatersanering;
b. het beperken of ongedaan maken van verontreiniging van de waterbodem;
c. herstelwerkzaamheden na een eindonderzoek bodem volgens artikel 5.6; en
d. maatregelen direct na een ongewoon voorval.
### Artikel 3.48i
@ -1119,8 +1121,9 @@ Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.48m, wordt voldaan
Onder de aanwijzing vallen niet:
a. het toepassen van grond of baggerspecie als die is verwerkt in een product dat als meststof op grond van hoofdstuk III van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet mag worden verhandeld;
b. het tijdelijk uitnemen van grond, volgens artikel 4.1222a of 4.1230a, voor zover het gaat om het terugbrengen van grond op of in de bodem; en
c. het onder dezelfde omstandigheden en zonder te zijn bewerkt terugbrengen van baggerspecie op of in de bodem na het tijdelijk uitnemen daarvan.
b. het tijdelijk uitnemen van grond, volgens artikel 4.1222a of 4.1230a, voor zover het gaat om het terugbrengen van grond op of in de bodem;
c. het onder dezelfde omstandigheden en zonder te zijn bewerkt terugbrengen van ten hoogste 25 m^3 grond op of nabij het ontgravingsprofiel na het tijdelijk uitnemen daarvan; en
d. het onder dezelfde omstandigheden en zonder te zijn bewerkt terugbrengen van baggerspecie op of nabij het ontgravingsprofiel na het tijdelijk uitnemen daarvan.
**4.**
@ -1202,7 +1205,12 @@ Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.50, wordt voldaan aan
a. een Seveso-inrichting, bedoeld in paragraaf 4.2; en
b. een benzineterminal, bedoeld in paragraaf 4.105.
**2.** Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
**2.**
Ook wordt voldaan aan de regels over:
a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1; en
b. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
### Artikel 3.53
@ -1226,11 +1234,12 @@ In aanvulling op artikel 23.2 van de wet geldt een wijziging van bijlage I bij d
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 3.54, en een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam die daarbij wordt verricht, wordt voldaan aan de regels over:
a. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1;
b. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
c. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3;
d. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en
e. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5.
a. het eindonderzoek bodem, bedoeld in paragraaf 5.2.1, voor zover het gaat om het exploiteren van een ippc-installatie;
b. PRTR, bedoeld in paragraaf 5.3.1;
c. verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1;
d. zeer zorgwekkende stoffen, bedoeld in paragraaf 5.4.3;
e. emissies in de lucht, bedoeld in paragraaf 5.4.4; en
f. geluid op industrieterreinen, bedoeld in paragraaf 5.4.5.
#### Paragraaf 3.3.3. Raffinaderij
@ -3846,11 +3855,12 @@ Bij het verrichten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3.250, en lozingsacti
a. het onderhouden en repareren van verbrandingsmotoren, gemotoriseerde voertuigen, vliegtuigen, vaartuigen of werktuigen, bedoeld in paragraaf 4.22;
b. het kleinschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.39;
c. het grootschalig tanken, bedoeld in paragraaf 4.40;
d. het aanmaken en via vaste leidingen transporteren van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen, bedoeld in paragraaf 4.62;
e. het composteren en opslaan van groenafval, bedoeld in paragraaf 4.89;
f. het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten, bedoeld in paragraaf 4.90;
g. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101; en
h. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104.
d. een wasstraat of wasplaats, bedoeld in paragraaf 4.44;
e. het aanmaken en via vaste leidingen transporteren van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen, bedoeld in paragraaf 4.62;
f. het composteren en opslaan van groenafval, bedoeld in paragraaf 4.89;
g. het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten, bedoeld in paragraaf 4.90;
h. het vullen van gasflessen met propaan of butaan, bedoeld in paragraaf 4.101; en
i. het opslaan van goederen, bedoeld in paragraaf 4.104.
**2.** Ook wordt voldaan aan de regels over verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in paragraaf 5.4.1.
@ -10240,12 +10250,14 @@ b. PGS 30 als vanuit een bovengrondse opslagtank wordt getankt.
### Artikel 4.508
**1.** Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met vloeibare brandstoffen en ureum wordt getankt boven een vloeistofdichte bodemvoorziening.
**1.** Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt getankt boven een vloeistofdichte bodemvoorziening.
**2.** De tankzuil en het vulpistool bevinden zich ook boven een vloeistofdichte bodemvoorziening.
**3.** Het deel van het vuilwaterriool dat op een vloeistofdichte bodemvoorziening is aangesloten, is vloeistofdicht vanaf de aansluiting tot aan de slibvangput en olieafscheider.
**4.** In afwijking van het eerste lid kan ureum worden getankt boven een aaneengesloten bodemvoorziening.
### Artikel 4.509
Een vloeistofdichte bodemvoorziening en het vloeistofdichte deel van het vuilwaterriool worden aangelegd door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7700.
@ -10588,15 +10600,17 @@ Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is overnachting door derden en r
### Artikel 4.547
**1.** Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met vloeibare brandstoffen of ureum bevindt een tankzuil op land zich boven een vloeistofdichte bodemvoorziening.
**1.** Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem bevindt een tankzuil op land zich boven een vloeistofdichte bodemvoorziening.
**2.** De vloeistofdichte bodemvoorziening bevindt zich 1 m rondom de tankzuil en tussen de tankzuil en de kade.
**3.** Het deel van het vuilwaterriool dat op een vloeistofdichte bodemvoorziening is aangesloten, is vloeistofdicht vanaf de aansluiting tot aan de slibvangput en olieafscheider.
**4.** Het derde lid is niet van toepassing als wordt voldaan aan de emissiegrenswaarde voor olie, bedoeld in artikel 4.550.
**4.** In afwijking van het eerste lid kan een tankzuil op land voor alleen ureum zich boven een aaneengesloten bodemvoorziening bevinden.
**5.** Er wordt door of onder direct toezicht van personeel getankt.
**5.** Het derde lid is niet van toepassing als wordt voldaan aan de emissiegrenswaarde voor olie, bedoeld in artikel 4.550.
**6.** Er wordt door of onder direct toezicht van personeel getankt.
### Artikel 4.548
@ -10718,6 +10732,10 @@ c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitko
**2.** Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
### Artikel 4.563a
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.562, wordt voldaan aan de regels over bodembeschermende voorzieningen, bedoeld in paragraaf 5.4.2.
### Artikel 4.564
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt graffiti verwijderd boven een aaneengesloten bodemvoorziening.
@ -12769,11 +12787,11 @@ b. wordt na het bemesten of het bespuiten van de gewassen met gewasbeschermingsm
Dit artikel is niet van toepassing:
a. als bij het bemesten van de gewassen alleen kunstmeststoffen worden gebruikt die over een langere periode werkzame stoffen afgeven en de teeltoppervlakte niet meer dan 500 m^2 is; of
b. op de teelt van aardbeien op trayvelden.
b. op de teelt van aardbeienplanten op trayvelden.
### Artikel 4.782
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater en het voorkomen van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam bij de teelt van aardbeien op trayvelden op een niet-doorlatende ondergrond:
Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater en het voorkomen van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam bij de teelt van aardbeienplanten op trayvelden op een niet-doorlatende ondergrond:
a. wordt het drainwater opgevangen in een opvangvoorziening en opnieuw gebruikt; en
b. wordt na het bemesten of het bespuiten van de gewassen met gewasbeschermingsmiddelen de eerste 30 m^3 drainwater en hemelwater per hectare teeltoppervlakte opgevangen in een opvangvoorziening en opnieuw gebruikt.
@ -12841,14 +12859,15 @@ b. de gevel van de kas van zonsondergang tot zonsopgang zo af te schermen dat op
### Artikel 4.791
Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van:
Deze paragraaf is van toepassing op het bij het telen van gewassen op substraat in een kas:
a. drainwater afkomstig van het telen van gewassen op substraat in een kas; of
b. spoelwater met gewasbeschermingsmiddelen van filters van een waterdoseringsinstallatie bij het telen van gewassen op substraat in een kas.
a. gebruiken van water voor het telen;
b. lozen van drainwater; of
c. lozen van spoelwater met gewasbeschermingsmiddelen van filters van een waterdoseringsinstallatie.
### Artikel 4.791a
**1.** Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.791, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
**1.** Het is verboden water te lozen afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.791, aanhef en onder b en c, zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
**2.** Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
@ -12889,18 +12908,19 @@ b. wordt water gebruikt met een natriumgehalte dat niet hoger is dan dat van hem
Het eerste lid is niet van toepassing als de totale teeltoppervlakte kleiner is dan 2.500 m^2.
| Categorie van gewassen | Vanaf 1 januari 2021 |
| --- | --- |
| Emissiegrenswaarde totaal stikstof in kg/ha teeltoppervlakte per kalenderjaar | |
| Anthurium, kuipplanten, perkplanten | 17 |
| Orchidee (Cymbidium) | 25 |
| Tulp, eenjarige zomerbloeiers | 33 |
| Tomaat, kruiden | 42 |
| Komkommer, potplant, uitgangsmateriaal sierteelt, overig sierteelt | 50 |
| Aardbei, aubergine, paprika | 67 |
| Gerbera, roos, uitgangsmateriaal groenten | 83 |
| Phalaenopsis, overige potorchidee | 125 |
| Overige groenten | 12,5 |
| Categorie gewassen | Tot 1 januari 2025 | Vanaf 1 januari 2025 |
| --- | --- | --- |
| | | |
| | Emissiegrenswaarde totaal stikstof in kg/ha teeltoppervlakte per kalenderjaar | Emissiegrenswaarde totaal stikstof in kg/ha teeltoppervlakte per kalenderjaar |
| Anthurium, kuipplanten, perkplanten | 17 | 8 |
| Orchidee (Cymbidium) | 25 | 13 |
| Tulp, eenjarige zomerbloeiers | 33 | 17 |
| Tomaat, kruiden | 42 | 21 |
| Komkommer, potplant, uitgangsmateriaal sierteelt, overig sierteelt | 50 | 35 |
| Aardbei, aubergine, paprika | 67 | 33 |
| Gerbera, roos, uitgangsmateriaal groenten | 83 | 42 |
| Phalaenopsis, overige potorchidee | 125 | 100 |
| Overige groenten | 12,5 | 6 |
### Artikel 4.791f
@ -12909,7 +12929,7 @@ Het eerste lid is niet van toepassing als de totale teeltoppervlakte kleiner is
Voor het vaststellen van de hoeveelheid totaal stikstof in drainwater worden aan de hand van de gewassen die worden geteeld, de teeltoppervlakte en de teeltperiode per gewas gemeten:
a. de hoeveelheid drainwater die wordt geloosd in kubieke meters, waarbij de afwijking van het instrument dat voor de meting wordt gebruikt ten hoogste 10% is; en
b. het gehalte aan nitraatstikstof en ammoniumstikstof in het geloosde drainwater.
b. het gehalte aan nitraatstikstof en ammoniumstikstof in het drainwater.
**2.**
@ -12953,14 +12973,15 @@ b. na de inwerkingtreding van dit besluit op een afstand van 40 m of minder op e
### Artikel 4.791h
Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van:
Deze paragraaf is van toepassing op het bij het telen van gewassen in een kas op materiaal dat in verbinding staat met de ondergrond:
a. drainagewater afkomstig van het telen van gewassen in een kas op materiaal dat in verbinding staat met de ondergrond; of
b. spoelwater met gewasbeschermingsmiddelen van filters van een waterdoseringsinstallatie bij het telen van gewassen in een kas op materiaal dat in verbinding staat met de ondergrond.
a. gebruiken van water voor het telen;
b. lozen van drainagewater; of
c. lozen van spoelwater met gewasbeschermingsmiddelen van filters van een waterdoseringsinstallatie.
### Artikel 4.791i
**1.** Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.791h, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
**1.** Het is verboden water te lozen afkomstig van de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.791h, aanhef en onder b en c, zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
**2.** Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
@ -14417,7 +14438,7 @@ Ten minste vier weken voordat de afstand, bedoeld in artikel 4.914, tweede lid,
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem bevindt het aansluitpunt van een vulleiding of leegzuigleiding van een bovengrondse opslagtank zich:
a. boven een vloeistofdichte bodemvoorziening; of
b. boven of in een vulpuntmorsbak.
b. boven of in een vulpuntmorsbak die een inhoud heeft van ten minste 5 l als die op de opslagtank is geplaatst of ten minste 65 l in andere gevallen.
### Artikel 4.919a
@ -14904,6 +14925,8 @@ b. wordt ten minste eenmaal per jaar beoordeeld en goedgekeurd door een onderne
**3.** De resultaten van beoordelingen worden ten minste drie jaar bewaard.
**4.** Op een ondergrondse opslagtank van staal en op een ondergrondse leiding van staal is kathodische bescherming aangebracht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7800.
### Artikel 4.969
**1.** Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt bij een ondergrondse opslagtank als bedoeld in artikel 4.968, eerste lid, onder c, ten minste een peilbuis geïnstalleerd. Per groep van drie ondergrondse opslagtanks kan ook een peilbuis worden geïnstalleerd als die opslagtanks binnen 10 m van elkaar liggen.
@ -14945,7 +14968,7 @@ Het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, wordt ten hoogste een week nadat de
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem bevindt het aansluitpunt van een vulleiding of leegzuigleiding van een ondergrondse opslagtank zich:
a. boven een vloeistofdichte bodemvoorziening; of
b. boven of in een vulpuntmorsbak.
b. boven of in een vulpuntmorsbak die een inhoud heeft van ten minste 5 l als die op de opslagtank is geplaatst of ten minste 65 l in andere gevallen.
### Artikel 4.972a
@ -14959,7 +14982,7 @@ Met het oog op de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van af
### Artikel 4.973
**1.** Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt ten minste eenmaal per jaar een stroomopdrukproef verricht als een ondergrondse opslagtank van staal en de daarop aangesloten leidingen van staal geen kathodische bescherming hebben, tenzij beschadiging van de opslagtank of leiding door zwerfstromen niet is te verwachten.
**1.** Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt ten minste eenmaal per jaar een stroomopdrukproef verricht als op een ondergrondse opslagtank van staal of op een ondergrondse leiding van staal geen kathodische bescherming is aangebracht.
**2.** De stroomopdrukproef wordt verricht door een inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 6800.
@ -15012,7 +15035,7 @@ Het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, wordt voor het begin van de inwendig
De financiële zekerheid wordt in stand gehouden tot:
a. vier weken nadat het rapport van het bodemonderzoek, bedoeld in artikel 5.5, is verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2; of
b. als de bodemkwaliteit wordt hersteld op grond van artikel 5.6: tot vier weken nadat het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, is geïnformeerd over de beëindiging van de herstelwerkzaamheden op grond van artikel 5.7, tweede lid.
b. als de bodemkwaliteit wordt hersteld op grond van artikel 5.6: tot vier weken nadat het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, is geïnformeerd over de beëindiging van de herstelwerkzaamheden op grond van artikel 5.7.
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing als degene die de activiteit verricht een openbaar lichaam is.
@ -15042,6 +15065,10 @@ Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 20
**2.** De artikelen 4.962, eerste lid, aanhef en onder a, 4.963, eerste lid, aanhef en onder a, en 4.964 zijn niet van toepassing op het opslaan van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3 in een ondergrondse opslagtank dat voor de inwerkingtreding van dit besluit al rechtmatig werd verricht, mits die activiteit naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze werd verricht voor de inwerkingtreding van dit besluit.
### Artikel 4.982a
Artikel 4.968, vierde lid, is niet van toepassing op een opslagtank die is geïnstalleerd voor 1 januari 2025.
### Paragraaf 4.97. Opslaan van diesel, oxiderende, bijtende of aquatoxische vloeistoffen of oliën, vetten of pekel in ondergrondse opslagtanks
### Artikel 4.983
@ -15103,6 +15130,16 @@ b. wordt ten minste eenmaal per jaar beoordeeld en goedgekeurd door een onderne
**3.** De resultaten van beoordelingen worden ten minste drie jaar bewaard.
**4.** Op een ondergrondse opslagtank van staal en op een ondergrondse leiding van staal is kathodische bescherming aangebracht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7800.
**5.**
Een ondergrondse opslagtank als bedoeld in het eerste lid, onder c, van staal voor het opslaan van diesel, gasolie of huisbrandolie is voorzien van een volledige inwendige coating die:
a. voldoet aan BRL-K779;
b. is aangebracht door een onderneming met een certificaat voor BRL-K790 verstrekt door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17065 voor die BRL; en
c. na een geconstateerde beschadiging is hersteld door een onderneming als bedoeld onder b.
### Artikel 4.988
**1.** Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt bij een ondergrondse opslagtank als bedoeld in artikel 4.987, eerste lid, onder c, ten minste een peilbuis geïnstalleerd. Per groep van drie ondergrondse opslagtanks kan ook een peilbuis worden geïnstalleerd als die opslagtanks binnen 10 m van elkaar liggen.
@ -15143,7 +15180,7 @@ b. vluchtige aromaten volgens NEN-EN-ISO 15680.
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem bevindt het aansluitpunt van een vulleiding of leegzuigleiding van een ondergrondse opslagtank zich:
a. boven een vloeistofdichte bodemvoorziening; of
b. boven of in een vulpuntmorsbak.
b. boven of in een vulpuntmorsbak die een inhoud heeft van ten minste 5 l als die op de opslagtank is geplaatst of ten minste 65 l in andere gevallen.
**2.** Het deel van het vuilwaterriool dat op een vloeistofdichte bodemvoorziening is aangesloten, is vloeistofdicht vanaf de aansluiting tot aan de slibvangput en olieafscheider, als in de ondergrondse opslagtank gasolie, diesel of huisbrandolie met een vlampunt van 55 °C of hoger, oliën of vetten worden opgeslagen.
@ -15165,7 +15202,7 @@ c. ADR-klasse 9, die het aquatisch milieu verontreinigen.
### Artikel 4.992
**1.** Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt ten minste eenmaal per jaar een stroomopdrukproef verricht als een ondergrondse opslagtank van staal en de daarop aangesloten leidingen van staal geen kathodische bescherming hebben, tenzij beschadiging van de opslagtank of leidingen door zwerfstromen niet is te verwachten.
**1.** Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt ten minste eenmaal per jaar een stroomopdrukproef verricht als op een ondergrondse opslagtank van staal of op een ondergrondse leiding van staal geen kathodische bescherming is aangebracht.
**2.** De stroomopdrukproef wordt verricht door een inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 6800.
@ -15223,14 +15260,24 @@ Het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, wordt voor het begin van de inwendig
Een ondergrondse opslagtank waarin afgewerkte olie wordt opgeslagen, wordt ten minste eenmaal per vijf jaar beoordeeld en goedgekeurd. De eerste keuring vindt plaats binnen vijf jaar na de installatie van de opslagtank.
| Type opslagtank en wand | Termijn eerste keuring in jaren | Termijn volgende keuringen in jaren |
| --- | --- | --- |
| Staal enkelwandig | | |
| Geen volledige inwendige coating | 15 | 15 |
| Volledige inwendige coating maar voldoet niet aan BRL-K779 of niet aangebracht door een onderneming met een certificaat voor BRL-K790, verstrekt door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17065 voor die BRL | 15 | 20 |
| Volledige inwendige coating die voldoet aan BRL-K779 en is aangebracht door een onderneming met een certificaat voor BRL-K790, verstrekt door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17065 voor die BRL | 20 | 20 |
| Staal dubbelwandig met een systeem voor lekdetectie in de wand | 20 | 20 |
| Kunststof enkelwandig of dubbelwandig | 15 | 15 |
| Type opslagtank en wand | Type vloeistof | Termijn eerste keuring in jaren | Termijn volgende keuringen in jaren |
| --- | --- | --- | --- |
| Staal enkelwandig en niet geplaatst in een ondergrondse bak als bedoeld in artikel 4.987, eerste lid, onder b | | | |
| Geen volledige inwendige coating | Diesel, gasolie of huisbrandolie | 10 | 10 of 8^1 |
| Overige vloeistoffen | 15 | 15 | |
| Volledige inwendige coating, maar voldoet niet aan BRL-K779 of niet aangebracht of bij beschadiging hersteld door een onderneming met een certificaat voor BRL-K790 verstrekt door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17065 voor die BRL | Diesel, gasolie of huisbrandolie | 10 | 10 of 8 |
| Overige vloeistoffen | 15 | 20 | |
| Volledige inwendige coating die voldoet aan BRL-K779 en is aangebracht en bij beschadiging hersteld door een onderneming met een certificaat voor BRL-K790 verstrekt door een certificatie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17065 voor die BRL | Alle vloeistoffen | 20 | 20 |
| Staal dubbelwandig met een systeem voor lekdetectie in de wand of enkelwandig en geplaatst in een ondergrondse bak als bedoeld in artikel 4.987, eerste lid, onder b | Alle vloeistoffen | 20 | 20 |
| Kunststof enkelwandig of dubbelwandig | Alle vloeistoffen | 15 | 15 |
^1 afhankelijk van resterende tankwanddikte bij herkeuring:
 meer dan 4,5 mm: 10 jaar
 4,5 mm of minder en ten minste 3,6 mm: 8 jaar
 minder dan 3,6 mm: afkeuring
### Artikel 4.998
@ -15271,7 +15318,7 @@ Het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, wordt onverwijld geïnformeerd over
De financiële zekerheid wordt in stand gehouden tot:
a. vier weken nadat het rapport van het bodemonderzoek, bedoeld in artikel 5.5, is verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2; of
b. als de bodemkwaliteit wordt hersteld op grond van artikel 5.6: tot vier weken nadat het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, is geïnformeerd over de beëindiging van de herstelwerkzaamheden op grond van artikel 5.7, tweede lid.
b. als de bodemkwaliteit wordt hersteld op grond van artikel 5.6: tot vier weken nadat het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, is geïnformeerd over de beëindiging van de herstelwerkzaamheden op grond van artikel 5.7.
**4.** Het eerste lid is niet van toepassing als degene die de activiteit verricht een openbaar lichaam is.
@ -15300,6 +15347,17 @@ b. die zijn geplaatst voor 2 november 2010 en zijn afgestemd op de hoeveelheid
**3.** Bij het analyseren van een monster worden onopgeloste stoffen meegenomen, en op het analyseren is voor olie NEN-EN-ISO 9377-2 van toepassing.
### Artikel 4.1003b
Artikel 4.987, vierde en vijfde lid, is niet van toepassing op een opslagtank die is geïnstalleerd voor 1 januari 2025.
### Artikel 4.1003c
Artikel 4.997, tweede lid, is tot en met 31 december 2027 niet van toepassing op de termijnen, bedoeld in tabel 4.997, van 10 en 8 jaar, als het gaat om een ondergrondse opslagtank die:
a. voor 1 januari 2025 is geïnstalleerd of gekeurd; en
b. waarvan de termijn voor de volgende keuring, die voor 1 januari 2025 van toepassing was op die opslagtank, nog niet is verstreken.
### Paragraaf 4.98. Opslaan van gevaarlijke stoffen in verpakking
### Artikel 4.1004
@ -15515,11 +15573,14 @@ b. bodembeschermende voorzieningen, bedoeld in paragraaf 5.4.2.
### Artikel 4.1020
**1.** Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem vindt het gebruik van vloeibare stoffen van ADR-klasse 5.2, type D tot en met F, plaats boven een vloeistofdichte bodemvoorziening.
**1.** Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem worden vloeibare gevaarlijke stoffen boven een vloeistofdichte bodemvoorziening opgeslagen. Opslag boven een lekbak is ook toegestaan.
**2.** Het gebruik van vaste stoffen van ADR-klasse 5.2, type D tot en met F, vindt plaats boven een aaneengesloten bodemvoorziening.
**2.**
**3.** Vloeibare stoffen van ADR-klasse 5.2, type C tot en met F, worden opgeslagen boven een aaneengesloten bodemvoorziening. Opslag boven een lekbak is ook toegestaan.
Boven een elementenbodemvoorziening kunnen worden opgeslagen:
a. vloeibare gevaarlijke stoffen in een gesloten verpakking die voldoet aan de ADR; en
b. vaste gevaarlijke stoffen in verpakking.
### Artikel 4.1020a
@ -15632,7 +15693,7 @@ b. het vuurwerk en de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik zo verpakt en
### Artikel 4.1032
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/400.
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt verpakt vuurwerk van categorie F1 en verpakt vuurwerk van categorie F2 dat is aangewezen op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik, bij het opslaan anders dan door particulieren, zo verpakt dat het op grond van bijlage A bij de ADR, alleen kan worden aangemerkt als ADR-klasse 1.4G of 1.4S.
### Artikel 4.1033
@ -16132,6 +16193,19 @@ c. op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en een schoonwaterriool uitko
**4.** Dit artikel is niet van toepassing op het opslaan van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen of gedemonteerde onderdelen daarvan, bedoeld in artikel 4.576.
**5.** Dit artikel is ook niet van toepassing op het opslaan van oliën, vetten of pekel in verpakking.
### Artikel 4.1063a
**1.** Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met bodembedreigende stoffen worden oliën, vloeibare vetten of pekel in verpakking opgeslagen boven een aaneengesloten bodemvoorziening en een lekbak.
**2.**
Boven een elementenbodemvoorziening kunnen worden opgeslagen:
a. oliën, vloeibare vetten of pekel in een gesloten verpakking; en
b. smeervetten.
### Artikel 4.1064
**1.**
@ -16814,18 +16888,41 @@ Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen en gebruiken van een gesloten
**1.** Het is verboden de milieubelastende activiteit, bedoeld in artikel 4.1135, te verrichten zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
**2.** Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
**2.**
De melding bevat:
a. een plattegrondtekening en situatietekening met daarop de ligging van de bodemlussen en het middelpunt;
b. de einddiepte van de bodemlussen onder het maaiveld in meters;
c. de lengte van de bodemlussen in meters; en
d. de coördinaten van de bodemlussen en het middelpunt van het bodemenergiesysteem.
**3.** Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.
### Artikel 4.1137
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2:
**1.**
a. een plattegrondtekening en situatietekening met daarop de ligging van de lussen van het gesloten bodemenergiesysteem, het middelpunt van het systeem en de einddiepte waarop het systeem zal worden aangelegd;
b. de coördinaten van het middelpunt van het gesloten bodemenergiesysteem en de einddiepte van het systeem in meters onder het maaiveld;
c. gegevens waaruit blijkt dat het gebruiken van het gesloten bodemenergiesysteem niet leidt tot negatieve interferentie met bodemenergiesystemen in de omgeving waarvoor een melding is gedaan of een omgevingsvergunning is verleend;
d. een verklaring van degene die het gesloten bodemenergiesysteem installeert over het energierendement, uitgedrukt als de SPF, dat het systeem zal behalen;
e. informatie over het bodemzijdig vermogen van het gesloten bodemenergiesysteem en de omvang van de behoefte aan warmte en koude waarin het systeem zal voorzien; en
f. de naam en het adres van degene die het gesloten bodemenergiesysteem zal ontwerpen en installeren en van degene die de boringen zal verrichten.
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 4.1135, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2:
a. de verwachte datum van het begin van:
1°. het boren;
2°. het aanleggen van het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem; en
3°. het aanleggen van het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem;
b. de naam en het adres van degene die:
1°. het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem ontwerpt;
2°. het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem ontwerpt;
3°. de boringen verricht;
4°. het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem aanlegt; en
5°. het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem aanlegt;
c. de soort circulatievloeistof die in het bodemenergiesysteem wordt toegepast;
d. gegevens waaruit blijkt dat het gebruiken van het bodemenergiesysteem niet leidt tot negatieve interferentie met bodemenergiesystemen in de omgeving waarvoor een melding is gedaan of een omgevingsvergunning is verleend;
e. een verklaring van degene die het bodemenergiesysteem ontwerpt of aanlegt over het energierendement, uitgedrukt als de SPF, dat het systeem zal behalen; en
f. informatie over het bodemzijdig vermogen van het bodemenergiesysteem en de omvang van de behoefte aan warmte en koude waarin het systeem volgens het ontwerp zal voorzien.
**2.** Onverwijld na het wijzigen van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
### Artikel 4.1138
@ -16837,11 +16934,11 @@ a. de hoeveelheden warmte en koude die vanaf de datum waarop het gesloten bodeme
b. het jaarlijks energierendement; en
c. de gemiddelde temperatuur per maand van de circulatievloeistof in de leiding waarin de circulatievloeistof wordt teruggeleid naar de bodem.
**2.** Dit artikel is niet van toepassing op een gesloten bodemenergiesysteem dat alleen wordt gebruikt ten behoeve van een woonfunctie niet gelegen in een woongebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving.
**2.** Dit artikel is niet van toepassing op een gesloten bodemenergiesysteem dat alleen wordt gebruikt voor een afzonderlijke woning.
### Artikel 4.1138a
Jaarlijks voor 1 april worden de gegevens, bedoeld in artikel 4.1138, verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2.
Voor een gesloten bodemenergiesysteem met een bodemzijdig vermogen van 70 kW of meer worden de gegevens, bedoeld in artikel 4.1138, eerste lid, jaarlijks voor 1 april verstrekt aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2.
### Artikel 4.1139
@ -17011,6 +17108,10 @@ c. als de activiteit wordt verricht op een terrein zonder militair object: de st
**4.** Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
### Artikel 4.1159a
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.1158, wordt voldaan aan de regels over bodembeschermende voorzieningen, bedoeld in paragraaf 5.4.2.
### Artikel 4.1160
**1.** Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt geen oefenmunitie die projectielen veroorzaakt, gebruikt met een maximale dracht van meer dan 180 m, gebaseerd op de combinatie van wapen en munitie.
@ -17145,6 +17246,10 @@ b. informatie over de fysieke begrenzing van de locatie waarop de activiteit zal
**4.** Dit artikel is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3.
### Artikel 4.1176a
Bij het verrichten van de activiteit, bedoeld in artikel 4.1175, wordt voldaan aan de regels over bodembeschermende voorzieningen, bedoeld in paragraaf 5.4.2.
### Artikel 4.1177
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid voldoet een schietbaan die ligt in een gebouw zonder open zijden en met een gesloten afdekking aan de voorschriften 2.6.1.20, 2.6.1.30, 2.6.3.10, 2.6.3.20, 2.6.4.10 en 2.6.4.30 van MP40-30.
@ -17924,7 +18029,7 @@ b. een laag grond of baggerspecie met een minimale dikte van 1,0 meter met een
**1.** Dit artikel is van toepassing bij verwijderen van verontreiniging als saneringsaanpak.
**2.** Verontreiniging van de bodem wordt verwijderd door de grond te ontgraven totdat de stof, die boven de interventiewaarde bodemkwaliteit of boven de in het omgevingsplan opgenomen waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem was aangetroffen, niet meer voorkomt in een concentratie hoger dan het niveau van de waarde die gelijk is aan de waarde voor de bodemfunctieklasse landbouw/natuur, wonen of industrie waarin de ontvangende landbodem volgens artikel 5.89p van het Besluit kwaliteit leefomgeving is ingedeeld.
**2.** Verontreiniging van de bodem wordt verwijderd door de grond te ontgraven totdat de stof, die boven de interventiewaarde bodemkwaliteit of boven de in het omgevingsplan opgenomen waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem was aangetroffen, niet meer voorkomt in een concentratie hoger dan het niveau van de waarde die gelijk is aan de waarde voor de bodemfunctieklasse landbouw/natuur, wonen of industrie waarin de landbodem volgens artikel 5.89p van het Besluit kwaliteit leefomgeving is ingedeeld.
### Artikel 4.1243
@ -17997,8 +18102,9 @@ b. een aanduiding van de kwaliteitsklasse, bedoeld in artikel 25d van het Beslu
c. een aanduiding of verschillende partijen grond of verschillende partijen baggerspecie worden samengevoegd;
d. als partijen worden samengevoegd: of dit gebeurt tot een partij groter dan 25 m^3;
e. als partijen worden samengevoegd: een aanduiding van kwaliteitsklassen van de samen te voegen partijen, waarin de partijen op grond van artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit zijn ingedeeld;
f. als op een oppervlaktewaterlichaam wordt geloosd: de locaties van de lozingspunten; en
g. als op een oppervlaktewaterlichaam wordt geloosd: het maximale lozingsdebiet in kubieke meters per uur.
f. als op een oppervlaktewaterlichaam wordt geloosd: de locaties van de lozingspunten;
g. als op een oppervlaktewaterlichaam wordt geloosd: het maximale lozingsdebiet in kubieke meters per uur; en
h. in een geval als bedoeld in artikel 4.1250, derde lid: een verklaring van het dagelijks bestuur van het waterschap dat de baggerspecie na het opslaan wordt toegepast in het kader van een functionele toepassing als bedoeld in artikel 4.1269, derde lid, onder a.
**3.** Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan overeenkomstig die gegevens, wordt een melding gedaan.
@ -18029,6 +18135,14 @@ a. de activiteit het eenmalig opslaan van één partij grond of één partij bag
b. voorafgaand aan het opslaan de kwaliteitsklasse van de bodem op de plaats van opslaan is vastgesteld in een milieuverklaring bodemkwaliteit die is opgesteld overeenkomstig de bepalingen in het Besluit bodemkwaliteit; en
c. de grond of baggerspecie volgens artikel 4.1272 op de plaats van opslaan mag worden toegepast.
**3.**
Het eerste lid is ook niet van toepassing als:
a. het gaat om het opslaan van baggerspecie die voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 25d, vijfde lid, onder b, van het Besluit bodemkwaliteit, die gelden voor de kwaliteit voor verspreiden op de landbodem geschikte baggerspecie;
b. de baggerspecie binnen drie jaar na het begin van het opslaan wordt toegepast in het kader van een functionele toepassing als bedoeld in artikel 4.1269, derde lid, onder a; en
c. op de locatie gedurende ten minste vijf jaar voor het begin van het opslaan geen baggerspecie is opgeslagen.
### Artikel 4.1251
**1.** Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van het opslaan, zeven of mechanisch ontwateren van baggerspecie van de kwaliteitsklasse licht verontreinigd of matig verontreinigd, bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit, geloosd op een oppervlaktewaterlichaam.
@ -18065,6 +18179,13 @@ b. dat is bestand tegen krachten die ontstaan bij het opslaan van baggerspecie.
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing als de baggerspecie volgens artikel 4.1272 op de plaats van het opslaan mag worden toegepast.
**4.**
Het eerste lid is ook niet van toepassing:
a. op steekvaste baggerspecie; of
b. in een geval als bedoeld in artikel 4.1250, derde lid.
### Artikel 4.1255
**1.** Met het oog op het doelmatig beheer van afvalstoffen en het voorkomen van verontreiniging van de bodem of van een oppervlaktewaterlichaam worden verschillende partijen grond of partijen baggerspecie niet samengevoegd tot een partij die groter is dan 25 m^3.
@ -18416,14 +18537,15 @@ b. de grond of baggerspecie wordt toegepast op een locatie waar de bodem al voor
**1.**
Grond of baggerspecie mag in afwijking van artikel 4.1272, eerste en tweede lid, ook volgens het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid van dit artikel worden toegepast als sprake is van toepassen in het kader van:
Grond of baggerspecie mag in afwijking van artikel 4.1272, eerste en tweede lid, ook volgens het tweede, derde en vierde lid van dit artikel worden toegepast als sprake is van:
a. het aanleggen van een functionele toepassing als bedoeld in artikel 4.1269, tweede lid, onder a, als het een weg of spoorweg betreft, waarin ten minste 5.000 m^3 grond of baggerspecie in een laagdikte van ten minste 0,5 m zal worden toegepast;
b. het aanleggen van een functionele toepassing als bedoeld in artikel 4.1269, tweede lid, onder a, als het een bouwwerk of dijk betreft, of een functionele toepassing als bedoeld in artikel 4.1269, tweede lid, onder e of f, waarin ten minste 5.000 m^3 grond of baggerspecie in een laagdikte van ten minste 2 m zal worden toegepast; of
c. het in stand houden, herstellen, veranderen of uitbreiden van een functionele toepassing als bedoeld onder a of b, die is aangelegd:
a. het aanleggen van een weg of spoorweg, met uitzondering van een bijbehorende geluidswal, als bedoeld in artikel 4.1269, tweede lid, onder a, waarin ten minste 5.000 m^3 grond of baggerspecie in een laagdikte van ten minste 0,5 m wordt toegepast;
b. het aanleggen van een geluidswal, bouwwerk of dijk als bedoeld in artikel 4.1269, tweede lid, onder a, waarin ten minste 5.000 m^3 grond of baggerspecie in een laagdikte van ten minste 2 m wordt toegepast;
c. het aanleggen van een werk als bedoeld in artikel 4.1269, tweede lid, onder e of f, waarin ten minste 5.000 m^3 grond of baggerspecie in een laagdikte van ten minste 2 m wordt toegepast; of
d. het in stand houden, herstellen, veranderen of uitbreiden van een werk als bedoeld onder a tot en met c, die is aangelegd:
1°. na 1 januari 2008 als sprake is van het toepassen in een oppervlaktewaterlichaam; of
2°. na 1 juli 2008 als sprake is van het toepassen op of in de landbodem.
1°. na 1 januari 2008 in een oppervlaktewaterlichaam; of
2°. na 1 juli 2008 op of in de landbodem.
**2.**
@ -18468,11 +18590,11 @@ b. de grond of baggerspecie wordt toegepast op een locatie waar de bodem al voor
### Artikel 4.1276
**1.** Met het oog op het beschermen van het milieu wordt, in afwijking van artikel 4.1272, tweede lid, in het kader van het toepassen van grond of baggerspecie in opvullingen van een diepe plas als bedoeld in artikel 4.1269, tweede lid, onder i, alleen grond of baggerspecie toegepast die voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 25d, vijfde lid, onder c, van het Besluit bodemkwaliteit, die gelden voor de kwaliteit voor toepassen in een diepe plas geschikte grond of de kwaliteit voor toepassen in een diepe plas geschikte baggerspecie.
**1.** Met het oog op het beschermen van het milieu wordt, in afwijking van artikel 4.1272, tweede lid, in het kader van het toepassen van grond of baggerspecie in opvullingen van een diepe plas als bedoeld in artikel 4.1269, tweede lid, onder i, alleen grond of baggerspecie toegepast die voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 25d, vijfde lid, onder e en f, van het Besluit bodemkwaliteit, die gelden voor de kwaliteit voor toepassen in een diepe plas geschikte grond of de kwaliteit voor toepassen in een diepe plas geschikte baggerspecie.
**2.**
Op de toegepaste grond of baggerspecie wordt binnen een jaar nadat het toepassen is voltooid of onderbroken een aaneengesloten afdeklaag met een laagdikte van 0,5 m aangebracht en in stand gehouden van grond of baggerspecie die voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 25d, vijfde lid, onder d, van het Besluit bodemkwaliteit, die gelden voor:
Op de toegepaste grond of baggerspecie wordt binnen een jaar nadat het toepassen is voltooid of onderbroken een aaneengesloten afdeklaag met een laagdikte van 0,5 m aangebracht en in stand gehouden van grond of baggerspecie die voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 25d, vijfde lid, onder g en h, van het Besluit bodemkwaliteit, die gelden voor:
a. als het grond betreft: de kwaliteit voor toepassen als afdeklaag in een diepe plas geschikte grond; en
b. als het baggerspecie betreft: de kwaliteit voor toepassen als afdeklaag in een diepe plas geschikte baggerspecie.
@ -18511,9 +18633,9 @@ b. de baggerspecie wordt verspreid op een locatie waar de bodem al voor het vers
### Artikel 4.1280
**1.** Als sprake is van toepassen van tarragrond, wordt in afwijking van artikel 4.1272, eerste lid, met het oog op het beschermen van het milieu alleen tarragrond toegepast die voldoet aan de kwaliteitseisen voor tarragrond, bedoeld in artikel 25d, vijfde lid, onder e, van het Besluit bodemkwaliteit, die gelden voor de kwaliteitsklasse en de bodemfunctieklasse waarin de ontvangende landbodem is ingedeeld.
**1.** Als sprake is van toepassen van tarragrond, wordt in afwijking van artikel 4.1272, eerste lid, met het oog op het beschermen van het milieu alleen tarragrond toegepast die voldoet aan de kwaliteitseisen voor tarragrond, bedoeld in artikel 25d, vijfde lid, onder i, van het Besluit bodemkwaliteit, die gelden voor de kwaliteitsklasse en de bodemfunctieklasse waarin de ontvangende landbodem is ingedeeld.
**2.** Als sprake is van het grootschalig toepassen van tarragrond, wordt in afwijking van artikel 4.1274, tweede lid, onder a, met het oog op het beschermen van het milieu alleen tarragrond toegepast die voldoet aan de kwaliteitseisen voor tarragrond, bedoeld in artikel 25d, vijfde lid, onder a, van het Besluit bodemkwaliteit, die gelden voor de kwaliteit emissiearme grond en voor de kwaliteitsklasse industrie.
**2.** Als sprake is van het grootschalig toepassen van tarragrond, wordt in afwijking van artikel 4.1274, tweede lid, onder a, met het oog op het beschermen van het milieu alleen tarragrond toegepast die voldoet aan de kwaliteitseisen voor tarragrond, bedoeld in artikel 25d, vijfde lid, onder i, van het Besluit bodemkwaliteit, die gelden voor de kwaliteit emissiearme grond en voor de kwaliteitsklasse industrie.
**3.** Met een milieuverklaring bodemkwaliteit wordt aangetoond dat aan het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt voldaan.
@ -18671,19 +18793,20 @@ b. de mijnsteen of vermengde mijnsteen wordt toegepast op een locatie waar de bo
**1.**
Mijnsteen of vermengde mijnsteen mag in afwijking van artikel 4.1288, eerste en tweede lid, ook volgens het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid van dit artikel worden toegepast als sprake is van toepassen voor:
Mijnsteen of vermengde mijnsteen mag in afwijking van artikel 4.1288, eerste en tweede lid, ook volgens het tweede, derde en vierde lid van dit artikel worden toegepast als sprake is van:
a. een weg of spoorweg als bedoeld in artikel 4.1285, tweede lid, onder a, waarin bij het aanleggen ten minste 5.000 m^3 mijnsteen of vermengde mijnsteen in een laagdikte van ten minste 0,5 m zal worden toegepast;
b. een ander functionele toepassing als bedoeld in artikel 4.1285, tweede lid, onder a, of een functionele toepassing als bedoeld in artikel 4.1285, tweede lid, onder d of e, waarin bij het aanleggen ten minste 5.000 m^3 mijnsteen of vermengde mijnsteen in een laagdikte van ten minste 2 m zal worden toegepast; of
c. het in stand houden, herstellen, veranderen of uitbreiden van een functionele toepassing als bedoeld onder a of b, die is aangelegd na 1 juli 2008.
a. het aanleggen van een weg of spoorweg, met uitzondering van een bijbehorende geluidswal, als bedoeld in artikel 4.1285, tweede lid, onder a, als ten minste 5.000 m^3 mijnsteen of vermengde mijnsteen in een laagdikte van ten minste 0,5 m wordt toegepast;
b. het aanleggen van een geluidswal, bouwwerk of dijk als bedoeld in artikel 4.1285, tweede lid, onder a, waarin ten minste 5.000 m^3 mijnsteen of vermengde mijnsteen in een laagdikte van ten minste 2 m wordt toegepast;
c. het aanleggen van een werk als bedoeld in artikel 4.1285, tweede lid, onder e of f, waarin ten minste 5.000 m^3 mijnsteen of vermengde mijnsteen in een laagdikte van ten minste 2 m wordt toegepast; of
d. het in stand houden, herstellen, veranderen of uitbreiden van een werk als bedoeld onder a tot en met c, die is aangelegd na 1 juli 2008.
**2.**
Met het oog op het beschermen van het milieu worden alleen mijnsteen of vermengde mijnsteen toegepast van een kwaliteit die voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 25d, zesde lid, van het Besluit bodemkwaliteit, die gelden voor de kwaliteit «emissiearme mijnsteen» of de kwaliteit «emissiearme vermengde mijnsteen», en de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 25d, tweede en derde lid, van het Besluit bodemkwaliteit, die gelden voor:
a. grond van de kwaliteitsklasse industrie als sprake is van het op of in de landbodem toepassen van mijnsteen of vermengde mijnsteen;
b. grond van de kwaliteitsklasse industrie als sprake is van het in een oppervlaktewaterlichaam toepassen van vermengde mijnsteen, als het gaat om mijnsteen vermengd met grond; of
c. baggerspecie van de kwaliteitsklasse matig verontreinigd als sprake is van het in een oppervlaktewaterlichaam toepassen van vermengde mijnsteen, als het gaat om mijnsteen vermengd met baggerspecie.
b. grond van de kwaliteitsklasse industrie als sprake is van het in een oppervlaktewaterlichaam toepassen van mijnsteen of vermengde mijnsteen, als het gaat om mijnsteen vermengd met grond; of
c. baggerspecie van de kwaliteitsklasse matig verontreinigd als sprake is van het in een oppervlaktewaterlichaam toepassen van mijnsteen of vermengde mijnsteen, als het gaat om mijnsteen vermengd met baggerspecie.
**3.**
@ -19645,7 +19768,7 @@ b. de wijze waarop het onderzoek is verricht;
c. de aard en de mate van de aangetroffen verontreinigde stoffen en de herkomst daarvan;
d. informatie over het huidige en eerdere gebruik van het terrein;
e. bestaande informatie over bodemmetingen en grondwatermetingen die de toestand van de bodem en het grondwater weergeven op het tijdstip van opstelling van het rapport, of anders nieuwe bodemmetingen en grondwatermetingen voor het constateren van eventuele verontreiniging van de bodem door de bodemverontreinigende stoffen die bij de activiteit zijn gebruikt, gemaakt of vrijgekomen; en
f. als de kwaliteit van de bodem wordt hersteld: de wijze waarop en de mate waarin dit gebeurt volgens artikel 5.4, eerste lid.
f. als de kwaliteit van de bodem wordt hersteld: de wijze waarop en de mate waarin dit gebeurt volgens artikel 5.6.
### Artikel 5.5
@ -19671,11 +19794,37 @@ c. de volgende kwaliteitsklasse, bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwa
**3.** Het herstel wordt milieukundig begeleid door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 6000.
### Artikel 5.6a
**1.**
Ten minste vier weken voor het begin van de herstelwerkzaamheden, bedoeld in artikel 5.6, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
a. de verwachte datum van het begin van de herstelwerkzaamheden;
b. een omschrijving van de herstelwerkzaamheden, waaronder in ieder geval:
1°. de begrenzing van de locatie waarop de herstelwerkzaamheden worden verricht met een aanduiding op een kaart en op een dwarsprofiel;
2°. het bodemvolume in kubieke meters waarbinnen de herstelwerkzaamheden worden verricht;
3°. de hoeveelheid af te voeren grond of baggerspecie per kwaliteitsklasse als bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit in kubieke meters; en
4°. de herstelwaarde voor de bodemkwaliteit en grondwaterkwaliteit volgens artikel 5.6, eerste lid; en
c. als afvalwater wordt geloosd: de lozingsroutes.
**2.**
Ten minste een week voor het begin van de herstelwerkzaamheden, bedoeld in artikel 5.6, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
a. de naam en het adres van degene die de herstelwerkzaamheden gaat verrichten;
b. de naam en het adres van de onderneming die de milieukundige begeleiding gaat verrichten; en
c. de naam van de natuurlijke persoon die de milieukundige begeleiding gaat verrichten.
**3.** Onverwijld na het wijzigen van de gegevens, bedoeld in het eerste of tweede lid, worden de gewijzigde gegevens verstrekt.
### Artikel 5.7
**1.** Het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, wordt ten minste vijf dagen voor het begin van de herstelwerkzaamheden geïnformeerd over de begindatum.
Ten hoogste vier weken na het beëindigen van de herstelwerkzaamheden, bedoeld in artikel 5.6, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt in de vorm van een evaluatieverslag volgens BRL SIKB 6000 dat in ieder geval de volgende gegevens bevat:
**2.** Het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, wordt ten hoogste vijf dagen na beëindiging van de herstelwerkzaamheden geïnformeerd over de einddatum.
a. de resultaten van de milieukundige begeleiding, bestaande uit het onderdeel processturing met daarbij in ieder geval een opsomming van bijzondere omstandigheden die zich hebben voorgedaan tijdens het saneren van de bodem; en
b. de resultaten van de milieukundige begeleiding, bestaande uit het onderdeel verificatie van het eindresultaat van de saneringsaanpak.
#### Paragraaf 5.2.2. Voorafgaand bodemonderzoek
@ -20055,7 +20204,7 @@ b. voldoet aan de vastgestelde wetenschappelijke criteria voor het bepalen van h
Het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, wordt elke vijf jaar geïnformeerd over:
a. de mate waarin zeer zorgwekkende stoffen in de lucht of het water worden geëmitteerd; en
b. de mogelijkheden om de emissies van zeer zorgwekkende stoffen in de lucht of het water te beperken.
b. de mogelijkheden om de emissies van zeer zorgwekkende stoffen in de lucht of het water te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken.
### Artikel 5.24
@ -20074,6 +20223,12 @@ d. informatie over afwenteleffecten.
**4.** Op het bepalen van de kosten en het rendement van de technieken, bedoeld in het derde lid, zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing.
### Artikel 5.24a
**1.** De informatie, bedoeld in artikel 5.23, onder a, wordt ingediend met gebruikmaking van een elektronische voorziening en een elektronisch formulier die door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat beschikbaar worden gesteld.
**2.** Gegevens en bescheiden die zijn verstrekt via het elektronisch formulier, gelden als ondertekend.
### Artikel 5.25
**1.** Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het milieu overschrijdt de concentratie van zeer zorgwekkende stoffen op leefniveau als gevolg van emissies door de activiteit, waarbij rekening wordt gehouden met de achtergrondwaarden, niet de grenswaarden, bedoeld in bijlage VIa.
@ -25245,10 +25400,10 @@ Bij gebruik van ozon voor de waterbehandeling wordt voorkomen dat ozon in het ba
| Som van trihalomethanen, berekend als chloroform | ≤ 50 μg/l |
| Ureum | ≤ 2,0 mg/l |
| Waterstofcarbonaat | ≥ 40 mg/l |
| Intestinale enterococcen | ≤ 1 kolonievormende eenheid/100 ml |
| Intestinale enterococcen | < 1 kolonievormende eenheid/100 ml |
| Legionella | < 100 kolonievormende eenheden/l |
| Pseudomonas aeruginosa | ≤ 1 kolonievormende eenheid/100 ml |
| Sporen van sulfietreducerende Clostridia | ≤ 1 kolonievormende eenheid/100 ml |
| Pseudomonas aeruginosa | < 1 kolonievormende eenheid/100 ml |
| Sporen van sulfietreducerende Clostridia | < 1 kolonievormende eenheid/100 ml |
### Artikel 15.17
@ -25522,10 +25677,10 @@ Voor de waterbehandeling wordt gebruik gemaakt van een helofytenfilter, zijnde e
| Nitraat | ≤ 30 mg/l |
| Totaal fosfor | ≤ 0,02 mg/l |
| Waterstofcarbonaat | ≥ 2 mmol/l |
| Escherichia coli | ≤ 100 kolonievormende eenheden/100 ml |
| Intestinale enterococcen | ≤ 50 kolonievormende eenheden/100 ml |
| Escherichia coli | < 100 kolonievormende eenheden/100 ml |
| Intestinale enterococcen | < 50 kolonievormende eenheden/100 ml |
| Legionella | < 100 kolonievormende eenheden/l |
| Pseudomonas aeruginosa | ≤ 10 kolonievormende eenheden/100 ml |
| Pseudomonas aeruginosa | < 10 kolonievormende eenheden/100 ml |
### Artikel 15.35