diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md index 82b453e6b56..085394b5209 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md @@ -324,6 +324,7 @@ De IND past de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 3.71, derde lid, Vb in i • van wie de terugkeer in verband met een medische noodsituatie leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard; of • die minderjarig is en op grond van een in het buitenland uitgesproken adoptie, door de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het bezit is gesteld van een Nederlands document voor grensoverschrijding, terwijl geen onjuiste gegevens zijn verstrekt die hebben geleid tot afgifte van het Nederlands document voor grensoverschrijding. +• die een minderjarig kind is van en samen in Nederland verblijft met de houder van een verblijfsvergunning op tijdelijke humanitaire gronden, verband houdend met mensenhandel of eergerelateerd geweld of huiselijk geweld. De IND past de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 3.71, derde lid, Vb in ieder geval niet toe als de vreemdeling: @@ -1423,23 +1424,19 @@ De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning niet af op grond van artik - - Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder g, Vb verleent IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking: ‘Arbeid in loondienst’. Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder d, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument: ‘Arbeid toegestaan mits TWV is verleend’. -Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder b, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument als de IND de verblijfsvergunning verleent op grond van paragraaf B5/2.1.1: ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend’. +Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder f, VV luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument als de IND de verblijfsvergunning verleent op grond van paragraaf B5/2.1.1: ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend. Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument als de vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’. Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder b, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening als de IND de verblijfsvergunning verleent op grond van paragraaf B5/2.1.2: ‘TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid niet toegestaan’. -Op grond van artikel 3.58, derde lid, onder b, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van de arbeidsovereenkomst. +Op grond van artikel 3.58, derde lid, aanhef en onder b, Vb, verleent de IND de op grond van paragraaf B5/2.1.1 verleende verblijfsvergunning voor de duur van een inkomensvervangende uitkering krachtens een sociale verzekeringswet, of voor de duur van de arbeidsovereenkomst. -Op grond van artikel 3.58, derde lid, aanhef en onder a, Vb, verleent de IND de op grond van paragraaf B5/2.1.1 verleende verblijfsvergunning voor de duur van maximaal één jaar. - -Op grond van artikel 3.58, derde lid, aanhef en onder a, Vb, verleent de IND de op grond van paragraaf B5/2.1.2 verleende verblijfsvergunning voor de duur van de werkzaamheden. +Op grond van artikel 3.58, derde lid, aanhef en onder b, Vb, verleent de IND de op grond van paragraaf B5/2.1.2 verleende verblijfsvergunning voor de duur van de werkzaamheden. #### 2.3. Bewijsmiddelen @@ -2120,7 +2117,7 @@ De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning niet af op grond 3.14, aan De IND telt het zelfstandige en duurzaam verworven inkomen van de partner van de referent mee bij het beoordelen van het inkomen van de referent als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden: -• de referent en zijn partner zijn gehuwd of zijn een geregistreerd partnerschap aangegaan; +• de referent en zijn partner zijn gehuwd of zijn een (geregistreerd) partnerschap aangegaan; • de partner van de referent is een Nederlander of heeft rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder a tot en met e, of l, Vw; en • de referent en de partner wonen samen. @@ -2385,14 +2382,13 @@ De IND beschouwt de relatieverklaring als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat De IND beschouwt de ingevulde partnervragenlijst als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat sprake is van een duurzame en exclusieve relatie. -De IND beschouwt een ongehuwdverklaring uit het land van herkomst als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling in het land van herkomst niet is gehuwd. +De IND beschouwt een ongehuwdverklaring uit het land van herkomst, niet ouder dan zes maanden, als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling in het land van herkomst niet is gehuwd. De IND beschouwt een ongehuwdverklaring als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de referent niet is gehuwd. De IND beschouwt als bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de vreemdeling de persoon bij wie verblijf was toegestaan wegens gewelddaden heeft verlaten: -• recente bescheiden van de politie, waaruit blijkt dat bij de politie aannemelijk gemaakt is dat het huiselijk -• geweld heeft plaatsgevonden; of +• recente bescheiden van de politie, waaruit blijkt dat bij de politie aannemelijk is gemaakt dat het huiselijk geweld heeft plaatsgevonden; of • een recente verklaring van de politie of het OM waaruit blijkt dat het OM ambtshalve vervolging tegen de dader heeft ingesteld; en • recente medische informatie van de (vertrouwens)arts of een recente verklaring van een andere hulpverlener of recente gegevens over verblijf in de opvang of andere objectieve gegevens uit betrouwbare bron, waaruit voldoende blijkt dat het huiselijk geweld heeft plaatsgevonden. @@ -2404,21 +2400,21 @@ De IND beschouwt andere bescheiden met betrekking tot de familierechtelijke rela De IND beschouwt bescheiden waaruit het rechtmatig gezag blijkt als bewijsmiddel van het rechtmatig gezag van de referent over de vreemdeling. -De IND beschouwt -in het geval van een achtergebleven ouder met rechtmatig gezag- als bewijsmiddel dat de achtergebleven ouder toestemming heeft gegeven voor de komst van het minderjarige kind naar Nederland: +De IND beschouwt – in het geval van een achtergebleven ouder met rechtmatig gezag – als bewijsmiddel dat de achtergebleven ouder toestemming heeft gegeven voor de komst van het minderjarige kind naar Nederland: • een door de achtergebleven ouder ondertekende toestemmingsverklaring; en • een kopie van het geldig document voor grensoverschrijding van de achtergebleven ouder. De IND beschouwt bescheiden met betrekking tot de familierechtelijke relatie, zoals een geboorteakte, als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling een familielid is van referent als bedoeld in artikel 3.24a Vb. -De IND beschouwt een beginseltoestemming van de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden van het Ministerie van Veiligheid en Justitie als bewijsmiddel dat de referent: +De IND beschouwt een beginseltoestemming van de Centrale autoriteit interlandelijke adoptie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie als bewijsmiddel dat de referent: • geschikt is bevonden om een buitenlands kind op te nemen ter adoptie; en • gebruik mag maken van een vergunninghoudende bemiddelende instantie als bedoeld in hoofdstuk 5 Wobka. De IND beschouwt een verklaring van de vergunninghoudende bemiddelende instantie als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de referent gebruik heeft gemaakt van een vergunninghoudende bemiddelende instantie zoals bedoeld in hoofdstuk 5 Wobka. -Als geen gebruik is gemaakt van een vergunninghoudende bemiddelende instantie zoals bedoeld in hoofdstuk 5 Wobka, dan beschouwt de IND een toestemmingsverklaring van de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden van het Ministerie van Veiligheid en Justitie als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de referent toestemming heeft gekregen om zonder directe bemiddeling van een vergunninghoudende bemiddelende instantie een procedure tot opneming van een adoptiekind in het buitenland te starten. +Als geen gebruik is gemaakt van een vergunninghoudende bemiddelende instantie zoals bedoeld in hoofdstuk 5 Wobka, dan beschouwt de IND een toestemmingsverklaring van de Centrale autoriteit interlandelijke adoptie van het Ministerie van Veiligheid en Justitie als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de referent toestemming heeft gekregen om zonder directe bemiddeling van een vergunninghoudende bemiddelende instantie een procedure tot opneming van een adoptiekind in het buitenland te starten. De IND beschouwt een verklaring van de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de autoriteiten van het land van herkomst hebben ingestemd met de opneming van de vreemdeling door de referent ter adoptie. @@ -2453,7 +2449,7 @@ De IND beschouwt bescheiden waaruit de familierechtelijke relatie blijkt als bew De IND beschouwt een in het land van herkomst afgegeven medische verklaring, niet ouder dan zes maanden, als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat in redelijkheid kan worden aangenomen dat de vreemdeling niet lijdt aan een gevaarlijke of besmettelijke of langdurige lichamelijke of geestelijke ziekte. -De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de ouder(s) of wettelijk vertegenwoordiger en – als het recht van het land van herkomst dit vereist- de autoriteiten in het land van herkomst hebben ingestemd met het verblijf van de vreemdeling in het gezin van de pleegouders: +De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de ouder(s) of wettelijk vertegenwoordiger en – als het recht van het land van herkomst dit vereist – de autoriteiten in het land van herkomst hebben ingestemd met het verblijf van de vreemdeling in het gezin van de pleegouders: • een instemmingsverklaring van de ouders of wettelijk vertegenwoordigers; en • een instemmingsverklaring van de bevoegde autoriteiten in het land van herkomst. @@ -2464,8 +2460,6 @@ De IND beschouwt bescheiden waaruit de familierechtelijke relatie tussen de vree De IND beschouwt bescheiden waaruit blijkt dat invulling wordt gegeven aan het gezinsleven tussen de vreemdeling en de referent als bewijsmiddel van de feitelijke invulling. -Mvv-vereiste voor de gezinsleden van de houder van de Europese blauwe kaart - De IND beschouwt gegevens en bescheiden waaruit de duur en aard van het eerdere verblijf als gezinslid in de andere staat die partij is bij het EU-verdrag als bewijsmiddel dat de vreemdeling geen mvv hoeft over te leggen. ## B8. Humanitair tijdelijk @@ -2490,8 +2484,6 @@ De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 3.46, - - De IND verleent op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een slachtoffer van eergerelateerd geweld als aan alle volgende voorwaarden is voldaan: 1. er is sprake van een dreiging met eergerelateerd geweld in Nederland én in het land van herkomst; @@ -2525,18 +2517,14 @@ De IND verleent op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb een 1. er is sprake van (een reële dreiging van) huiselijk geweld; 2. het huiselijk geweld heeft geleid tot verbreking van de (huwelijks)relatie; 3. het huiselijk geweld heeft geen relatie met eer(wraak); -4. het slachtoffer kan zich niet onttrekken aan het huiselijk geweld door vestiging in het land van herkomst of het land van herkomst; en +4. het slachtoffer kan zich niet onttrekken aan het huiselijk geweld door vestiging in het land van herkomst; en 5. het slachtoffer komt niet op enige andere grond dan in deze paragraaf genoemd in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Hierbij is niet van belang wie tot verbreking van de (huwelijks)relatie heeft besloten. Uitsluitend bij minderjarige slachtoffers is het in verband met de leeftijd niet noodzakelijk dat de gezinsband is verbroken. -Naast dreiging in Nederland moet ook in het land van herkomst van het slachtoffer dreiging aanwezig zijn. Het slachtoffer moet in dit kader aannemelijk maken of: - -• familieleden in het land van herkomst wonen; -• welke familieleden dat zijn; en -• waar deze familieleden woonachtig zijn. +De vreemdeling moet aannemelijk maken dat hij zich niet aan het geweld kan onttrekken als hij zich zou vestigen in het land van herkomst. Naast geweld of dreiging van geweld in Nederland moet ook in het land van herkomst dreiging aanwezig zijn. De vreemdeling moet aannemelijk maken dat van de kant van de familieleden die in het land van herkomst wonen, dreiging voor betrokkene uitgaat. De IND wijst de aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning niet af wegens: @@ -2580,7 +2568,7 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel van huiselijk geweld: Voor zover indicaties van mensenhandel zich voordoen bij een vreemdeling die via Schiphol Nederland inreist zijn de bevoegdheden van de Districtscommandant KMar Schiphol gelijkgesteld met die van de Korpschef van Politie. -EU-/EER onderdanen en Zwitserse onderdanen kunnen rechten ontlenen aan de in deze paragraaf neergelegde bepalingen voor zover zij geen rechten ontlenen aan het Unierecht. +EU-/EER onderdanen en Zwitserse onderdanen kunnen rechten ontlenen aan de in deze paragraaf neergelegde bepalingen voor zover zij geen rechten ontlenen aan het gemeenschapsrecht. De IND onderscheidt drie verblijfsrechtelijke situaties met betrekking tot het tijdelijke verblijfsrecht van slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel: @@ -2590,7 +2578,9 @@ De IND onderscheidt drie verblijfsrechtelijke situaties met betrekking tot het t Aan vermoedelijke slachtoffers van mensenhandel wordt op grond van artikel 8, onder k Vw een bedenktijd van maximaal drie maanden gegund, waarbinnen zij een beslissing moeten nemen of zij aangifte willen doen van mensenhandel of op andere wijze medewerking willen verlenen aan een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van een verdachte van mensenhandel, of dat zij hiervan afzien. -Gedurende de bedenktijd wordt het vertrek van het vermoedelijke slachtoffer van mensenhandel uit Nederland opgeschort. +Reeds bij de geringste aanwijzing dat sprake is van mensenhandel, biedt de politie aan het vermoedelijke slachtoffer de bedenktijd aan. + +Gedurende de bedenktijd schort de IND het vertrek van het vermoedelijke slachtoffer van mensenhandel uit Nederland op. De periode van de bedenktijd is eenmalig en wordt niet verlengd. @@ -2634,7 +2624,7 @@ De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd uitsluitend a De IND toetst bij de ambtshalve beoordeling ex nunc. -De IND verleent de verblijfsvergunning niet ambtshalve als: +De IND verleent de verblijfsvergunning niet ambtshalve als; • de vreemdeling die stelt slachtoffer van mensenhandel te zijn (nog) geen aangifte heeft gedaan noch op andere wijze medewerking heeft verleend aan het strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek; • geen sprake meer is van een strafrechtelijk opsporings- of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan de vreemdeling aangifte heeft gedaan of waaraan de vreemdeling op andere wijze medewerking heeft verleend. @@ -2775,7 +2765,15 @@ De IND verleent op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder a, Vb een • door BMA is vastgesteld dat de vreemdeling vanwege zijn gezondheidstoestand blijvend niet kan reizen; of • is aangetoond dat de vreemdeling en de betrokken instanties alle inspanningen hebben verricht om het vertrek uit Nederland te realiseren, waaronder het verkrijgen van vervangende reisbescheiden, en gebleken is dat de voorgeschreven fysieke overdracht niet te realiseren is. -#### 4.2. Bewijsmiddelen +#### 4.2. Verlenging en intrekking + + + +De IND wijst de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning af indien uit nieuwe informatie blijkt dat de vreemdeling alsnog terug kan keren naar zijn land van herkomst of een ander land. + +De IND trekt de verblijfsvergunning in indien uit nieuwe informatie blijkt dat de vreemdeling alsnog terug kan keren naar zijn land van herkomst of een ander land. + +#### 4.3. Bewijsmiddelen De IND beschouwt als bewijsmiddel dat de vreemdeling bij tot de autoriteiten van zijn land van herkomst heeft geprobeerd een geldig document voor grensoverschrijding te krijgen: @@ -3221,14 +3219,22 @@ De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als de vreem De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als de vreemdeling in aanvulling op de in B9/2.2.1 genoemde voorwaarden ook voldoet aan de voorwaarde dat hij het Nederlanderschap heeft verloren door het afleggen van een verklaring van afstand, nadat het Nederlanderschap is verleend en voordat het Nederlanderschap met toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d of f, RWN zou worden ingetrokken. -### 3. Terugkeeroptie op grond van +### 3. Vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken + +De IND verleent op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder c, Vb de verblijfsvergunning onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ als: + +• de vreemdeling drie jaar rechtmatig verblijf heeft gehad onder de beperking ‘tijdelijke humanitaire gronden’ op grond van artikel 3.48, tweede lid, aanhef en onder a, Vb; +• de vreemdeling op het moment van de indiening van de aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor de verlening van de verblijfsvergunning voor vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken, en +• er geen overige gronden voor weigering zijn. + +### 4. Terugkeeroptie op grond van De IND verleent, in aanvulling op artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder g, Vb, een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als: • de aanvraag is ontvangen binnen één jaar na de remigratie uit Nederland met toepassing van de Remigratiewet; en • de vreemdeling niet eerder gebruik heeft gemaakt van de terugkeeroptie. -### 4. Terugkeeroptie (minderjarige vreemdelingen) +### 5. Terugkeeroptie (minderjarige vreemdelingen) @@ -3244,11 +3250,9 @@ De IND beoordeelt of Nederland het meest aangewezen land is, zoals bedoeld in ar • de aanwezigheid van familieleden in Nederland; en • eerdere pogingen om terug te keren naar Nederland. -### 5. Langdurig verblijvende kinderen - -#### 5.1. Voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning - +### 6. Langdurig verblijvende kinderen +#### 6.1. Voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning @@ -3289,7 +3293,7 @@ Als de vreemdeling of een gezinslid naar een andere Europese lidstaat is vertrok Als de gezinsband is verbroken, geldt deze contra-indicatie uitsluitend voor het betreffende gezinslid. -#### 5.2. Contra-indicaties +#### 6.2. Contra-indicaties De IND verleent de vergunning niet als bij de hoofdpersoon of een gezinslid sprake is van de volgende contra-indicaties, zoals die ten tijde van de beoordeling van de aanvraag geconstateerd worden: @@ -3329,7 +3333,7 @@ Uitsluitend in het geval dat de vreemdeling in het bezit van een terugkeervisum Als de gezinsband is verbroken, beschouwt de IND dit niet als een contra-indicatie ten aanzien van de overige gezinsleden. -#### 5.3. Overige vereisten +#### 6.3. Overige vereisten De IND wijst de aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning niet af wegens: @@ -3337,16 +3341,16 @@ De IND wijst de aanvraag om verlening van de verblijfsvergunning niet af wegens: • het ontbreken van middelen van bestaan; en • het ontbreken van een geldig document voor grensoverschrijding. -### 6. Verblijfsvergunning na eerder verblijf als minderjarige vreemdeling in het kader van verblijf als familie- of gezinslid +### 7. Verblijfsvergunning na eerder verblijf als minderjarige vreemdeling in het kader van verblijf als familie- of gezinslid De IND verleent de verblijfsvergunning, als bedoeld in artikel 3.50, eerste lid, aanhef en onder a en b, Vb ook aan de vreemdeling die: • in het jaar na zijn verblijfsaanvaarding in het kader van verblijf als familie- of gezinslid meerderjarig is geworden; of • nog feitelijk bij zijn ouder(s) woont en van wie de gezinsband niet is verbroken en voldoet aan de voorwaarden van artikel 3.50 Vb. -### 7. Verblijfsvergunning na verblijf als familie- of gezinslid +### 8. Verblijfsvergunning na verblijf als familie- of gezinslid -#### 7.1. Algemene verblijfsvoorwaarden +#### 8.1. Algemene verblijfsvoorwaarden Op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning als: @@ -3380,7 +3384,7 @@ Hiervan is sprake als: • van de vreemdeling gezien zijn leeftijd en overige omstandigheden, niet kan worden verwacht dat hij Nederlands leert lezen en schrijven binnen een periode van vijf jaar; en • de vreemdeling de toets gesproken Nederlands (TGN) op A2 niveau heeft behaald. -De IND gaat bij de beoordeling van deze ontheffingsgrond in beginsel uit van een door de vreemdeling overgelegde verklaring met een advies (naar aanleiding van het zogenaamde haalbaarheidsonderzoek) van het ROC Amsterdam. Vanaf 1 juli 2013 wordt dit haalbaarheidsonderzoek niet meer door het ROC Amsterdam gedaan. Alle adviezen van aanvragen voor een haalbaarheidsonderzoek ingediend vóór 1 juli 2013 worden meegenomen in de besluitvorming. +De IND gaat bij de beoordeling van deze ontheffingsgrond in beginsel uit van een door de vreemdeling overgelegde verklaring met een advies (naar aanleiding van het zogenaamde haalbaarheidsonderzoek) van het ROC Amsterdam. Vanaf 1 juli 2013 wordt dit haalbaarheidsonderzoek niet meer door het ROC Amsterdam gedaan. Alle adviezen van aanvragen voor een haalbaarheidsonderzoek ingediend vóór 1 juli 2013 worden meegenomen in de besluitvorming. Op de dag van de indiening van de aanvraag mag dit advies niet ouder zijn dan vijf jaar. De IND neemt het ROC-advies niet over als: @@ -3395,7 +3399,7 @@ De IND maakt in ieder geval geen gebruik van de bevoegdheid om de hardheidsclaus • geen taalkennisvoorziening opgelegd heeft gekregen; of • nooit te hebben geweten het inburgeringsexamen te moeten behalen. -#### 7.2. Bijzondere voorwaarden na een (huwelijks)relatie +#### 8.2. Bijzondere voorwaarden na een (huwelijks)relatie Op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning uitsluitend als de vreemdeling naast de in B9/7.1 genoemde voorwaarden ook voldoet aan alle volgende voorwaarden: @@ -3407,15 +3411,15 @@ Op grond van artikel 3.51, achtste lid, Vb verleent de IND de verblijfsvergunnin • aan hem de in artikel 3.31b Vb bedoelde vergunning is verleend (zie B11) en hij uiterlijk op het moment waarop de geldigheidsduur van die verblijfsvergunning verstrijkt, beschikt over een arbeidsplaats voor nog een jaar waarmee hij zelfstandig en duurzaam voldoende middelen van bestaan als bedoeld in de artikelen 3.73 tot en met 3.75 Vb verwerft; of • hij drie jaar in Nederland verblijft als houder van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van een persoon met een niet-tijdelijk verblijfsrecht, en is voldaan aan de voorwaarden voor het verlenen van de geldigheidsduur van de oorspronkelijke verblijfsvergunning. -#### 7.3. Bijzondere voorwaarden na verruimde gezinshereniging +#### 8.3. Bijzondere voorwaarden na verruimde gezinshereniging Op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning alleen als de vreemdeling naast in B9/7.1 genoemde voorwaarden ook voldoet aan de voorwaarde dat hij vijf jaren in het kader van verruimde gezinshereniging een verblijfsvergunning heeft voor verblijf bij een referent die zelf verblijfsrecht van niet-tijdelijke aard heeft. -#### 7.4. Verblijfsvergunning na overlijden van de referent +#### 8.4. Verblijfsvergunning na overlijden van de referent -De IND wijst de aanvraag op grond van artikel 3.51, derde lid, aanhef en onder c, Vb af als de vreemdeling verblijf heeft gekregen op grond van het beleid voor gezinshereniging van een alleenstaande vreemdeling van 65 jaar of ouder met zijn kind. +De IND wijst de aanvraag op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder c, Vb af als de vreemdeling verblijf heeft gekregen op grond van het beleid voor gezinshereniging van een alleenstaande vreemdeling van 65 jaar of ouder met zijn kind. -#### 7.5. Gezinsleden van houders van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ verleend na verblijf in het kader van medische behandeling +#### 8.5. Gezinsleden van houders van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ verleend na verblijf in het kader van medische behandeling Op grond van artikel 3.51, derde lid, aanhef en onder h, Vb verleent de IND een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ alleen aan de vreemdeling die aan de volgende voorwaarden voldoet: @@ -3428,7 +3432,7 @@ b. twee jaar als houder van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder • de vreemdeling dient tegelijkertijd met, of op een latere datum dan de hoofdpersoon een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’; en • de vreemdeling voldoet aan de algemene verblijfsvoorwaarden genoemd in artikel 16 Vw. De vreemdeling hoeft niet te beschikken over voldoende middelen van bestaan of een verklaring van een referent (als gevolg van art. 3.51, vierde lid, Vb). -### 8. Na verblijf in het kader van medische behandeling +### 9. Na verblijf in het kader van medische behandeling De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden op grond van artikel 3.51, eerste lid, onderdeel a, ten tweede, en artikel 3.51, eerste lid, onderdeel b, Vb, uitsluitend als de vreemdeling voldoet aan de volgende voorwaarden: @@ -3438,7 +3442,7 @@ c. de medische behandeling is voor ten minste nog één jaar noodzakelijk; en d. de vreemdeling heeft gedurende de gehele periode voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de geldigheidsduur van de oorspronkelijke verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met medische behandeling; en e. de vreemdeling voldoet op het moment waarop hij de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden indient, nog steeds aan alle voorwaarden voor verlenging van de oorspronkelijke verblijfsvergunning. De vreemdeling hoeft niet te beschikken over voldoende middelen van bestaan. -### 9. Bijzondere individuele omstandigheden +### 10. Bijzondere individuele omstandigheden Een vreemdeling kan een aanvraag indienen om een verblijfsvergunning onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ op grond van artikel 3.51 eerste lid, aanhef en onder h, Vb als hij: @@ -3514,9 +3518,9 @@ De IND betrekt in elk geval de volgende factoren bij de beoordeling of van de vr • risico van vervolging in het land van herkomst, bijvoorbeeld op grond van prostitutie; en • de mogelijkheden van sociale en maatschappelijke herintegratie in het land van herkomst. -### 10. Privéleven als bedoeld in artikel 8 EVRM +### 11. Privéleven als bedoeld in artikel 8 EVRM -#### 10.1. Privéleven +#### 11.1. Privéleven Volgens de jurisprudentie van het EHRM wordt het begrip privéleven gevormd door de volgende elementen: @@ -3532,7 +3536,7 @@ De IND betrekt bij de beoordeling van een beroep op het uitoefenen van privélev • de verblijfsduur in Nederland; en • het totaal van de in het gastland aangegane sociale banden en de intensiteit daarvan. -#### 10.2. Inmenging +#### 11.2. Inmenging De IND neemt inmenging in het privéleven aan, als de vreemdeling: @@ -3540,7 +3544,7 @@ De IND neemt inmenging in het privéleven aan, als de vreemdeling: • met toepassing van artikel 67 Vw ongewenst is verklaard; of • in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning. -#### 10.3. Belangenafweging +#### 11.3. Belangenafweging Om te kunnen bepalen of weigering van (voortzetting van) het verblijf van de vreemdeling in strijd is met artikel 8 EVRM, neemt de IND alle relevante feiten en omstandigheden van het geval in ogenschouw en brengt deze tot uitdrukking in een belangenafweging. Welke belangen de IND bij de belangenafweging betrekt, hangt af van de concrete individuele casus. Van belang is dat het altijd gaat om de feitelijke situatie in het individuele geval, die per casus verschilt. Aangezien het gaat om de beoordeling en afweging van diverse belangen van verschillende aard, komt in beide gevallen aan de IND een zekere beoordelingsvrijheid (a certain margin of appreciation) toe. @@ -3548,7 +3552,7 @@ De IND bepaalt de uitgangspositie van de belangenafweging mede door de omstandig Dit laat onverlet dat ook als geen sprake is van inmenging de IND een belangenafweging maakt tussen de belangen van de Staat en die van de vreemdeling. -### 11. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur +### 12. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur @@ -3560,7 +3564,7 @@ Op grond van artikel 3.1, derde lid, aanhef en onder a, VV luidt de arbeidsmarkt Op grond van artikel 3.58, achtste lid, Vb verleent de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking: ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ voor de duur van vijf jaar. -### 12. Verlenging en intrekking +### 13. Verlenging en intrekking Op grond van artikel 3.59, vijfde lid, Vb verlengt de IND de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor de duur van vijf jaar. @@ -3575,9 +3579,9 @@ Dit geldt ook voor de afhankelijke gezinsleden van Nederlanders die buiten Neder Als de IND verblijfsrecht van de oud-Nederlander niet beëindigt, dan beëindigt de IND evenmin het verblijfsrecht van de afhankelijke gezinsleden als de afhankelijke gezinsleden niet zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan en niet samenwonen met de oud- Nederlander. -### 13. Bewijsmiddelen +### 14. Bewijsmiddelen -#### 13.1. Algemeen +#### 14.1. Algemeen @@ -3588,7 +3592,7 @@ De IND beschouwt het inburgeringsdiploma of bewijsstukken waaruit moet blijken d De IND beschouwt conform het Besluit inburgering en de Wet inburgering als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling is vrijgesteld van het afleggen van het inburgeringsexamen één van onderstaande bescheiden: • een diploma of getuigschrift van een opleiding van wetenschappelijk onderwijs, hoger onderwijs, algemeen voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs of leerlingwezen als de vreemdeling onderwijs heeft gevolgd in de Nederlandse taal en in het bezit is van een op wettelijke basis uitgereikt diploma of getuigschrift van een hiergenoemde opleiding; -• een diploma Staatsexamen Nederlands als tweede taal, programma I of II als de aanvrager het Staatsexamen Nederlands als tweede taal, programma I of II, heeft afgelegd; +• een diploma Staatsexamen Nederlands als tweede taal, programma I of II als de aanvrager het Staatsexamen Nederlands als tweede taal, programma I of II, heeft afgelegd; • een Belgisch diploma of getuigschrift, behaald in Nederlandstalig onderwijs, met een voldoende voor het vak Nederlands; • een Surinaams diploma, behaald in het Nederlandstalig onderwijs, met een voldoende voor het vak Nederlands; • een diploma, certificaat of ander document afkomstig uit Aruba, Curaçao, of Sint-Maarten, behaald in het Nederlandstalig onderwijs, met een voldoende voor het vak Nederlands; @@ -3623,9 +3627,7 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling ondank • een verklaring van het ROC van Amsterdam, waarin deze aangeeft dat de vreemdeling analfabeet is en wegens beperkt leervermogen in samenhang met onder meer vooropleiding en leeftijd in redelijkheid niet in staat kan worden geacht het inburgeringsexamen binnen vijf jaar af te leggen; en • de door DUO verstrekte resultatenbrief van het afleggen van de toets gesproken Nederlands (TGN), met het resultaat ‘geslaagd’ (A2-niveau). -#### 13.2. Verblijfsspecifiek - - +#### 14.2. Verblijfsspecifiek @@ -3657,7 +3659,7 @@ De IND beschouwt een afschrift van de overlijdensakte als bewijsmiddel waaruit m De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de medische behandeling van de vreemdeling voor ten minste één jaar noodzakelijk is: -• een door de medische behandelaars van de vreemdeling volledig ingevulde en ondertekende Bijlage bewijs omtrent medische situatie vreemdeling, die niet ouder is dan een maand; en +• een door de medische behandelaars van de vreemdeling volledig ingevulde en ondertekende Bijlage bewijs omtrent medische situatie vreemdeling, die niet ouder is dan zes weken; en • een door de vreemdeling zelf volledig ingevulde en ondertekende Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens die niet ouder is dan zes maanden. De IND beschouwt als bewijsmiddel van huiselijk geweld: @@ -3706,8 +3708,6 @@ De IND verstaat onder familieleden van een burger van de Unie: familieleden als - - In aanvulling op artikel 8.7 Vb geldt dat richtlijn 2004/38/EG niet van toepassing is op Nederlanders die ook de nationaliteit van een andere lidstaat hebben, die het recht van vrij verkeer nooit hebben uitgeoefend en die altijd hier te lande hebben verbleven. Een familielid van een burger van de Unie verliest niet de rechten, die al aan het EU-recht werden ontleend als de burger van de Unie naturaliseert tot Nederlander (al dan niet met verlies van de oorspronkelijke nationaliteit). @@ -3755,17 +3755,17 @@ De IND verstrekt deze sticker niet als: • indicaties aanwezig zijn van een schijnrelatie of schijnhuwelijk; of • niet deugdelijk is bewezen dat sprake is van een duurzame relatie. -De IND stelt een Roemeen of Bulgaar in het bezit van een verblijfsdocument met de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’ als: +De IND stelt een Roemeen, Bulgaar of Kroaat in het bezit van een verblijfsdocument met de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’ als: -• de Roemeen of Bulgaar ten minste twaalf maanden onafgebroken heeft beschikt over een verblijfsdocument met de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’; -• aan de werkgever van de Roemeen of Bulgaar een TWV is verleend met een onafgebroken geldigheidsduur van ten minste twaalf maanden en gedurende de geldigheidsduur van de TWV ten minste twaalf maanden onafgebroken reële en daadwerkelijke arbeid is verricht bij die werkgever; of -• de Roemeen of Bulgaar ten minste twaalf maanden onafgebroken heeft beschikt over een verblijfsvergunning onder de beperking ‘arbeid als kennismigrant’. +• de Roemeen, Bulgaar of Kroaat ten minste twaalf maanden onafgebroken heeft beschikt over een verblijfsdocument met de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’; +• aan de werkgever van de Roemeen, Bulgaar of Kroaat een TWV is verleend met een onafgebroken geldigheidsduur van ten minste twaalf maanden en gedurende de geldigheidsduur van de TWV ten minste twaalf maanden onafgebroken reële en daadwerkelijke arbeid is verricht bij die werkgever; of +• de Roemeen, Bulgaar of Kroaat ten minste twaalf maanden onafgebroken heeft beschikt over een verblijfsvergunning onder de beperking ‘arbeid als kennismigrant’. -In alle overige gevallen wordt de Roemeen of Bulgaar door de IND in het bezit gesteld van een verblijfsdocument met de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid in loondienst alleen toegestaan met TWV' of in geval dat werkzaamheden worden verricht in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening: 'TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend’. +In alle overige gevallen wordt de Roemeen, Bulgaar of Kroaat door de IND in het bezit gesteld van een verblijfsdocument met de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid in loondienst alleen toegestaan met TWV' of in geval dat werkzaamheden worden verricht in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening: 'TWV niet vereist voor specifieke arbeid, andere arbeid toegestaan mits TWV is verleend’. -De IND telt bij de beoordeling of de Roemeen of Bulgaar volledige toegang heeft tot de arbeidsmarkt de geldigheidsduur van TWV’s die zijn verleend voor de duur van minder dan twaalf maanden bij elkaar op, op voorwaarde dat sprake is van een aaneengesloten periode. +De IND telt bij de beoordeling of de Roemeen, Bulgaar of Kroaat volledige toegang heeft tot de arbeidsmarkt de geldigheidsduur van TWV’s die zijn verleend voor de duur van minder dan twaalf maanden bij elkaar op, op voorwaarde dat sprake is van een aaneengesloten periode. -In aanvulling op artikel 8.13, vierde lid, Vb verstrekt de IND aan een familielid dat wil verblijven bij een Roemeen of Bulgaar onmiddellijk na indiening van de aanvraag voor toetsing aan het EU-recht de sticker ‘Verblijfsaantekening algemeen’ (VV bijlage 7g) met dezelfde aantekening als de Roemeen of Bulgaar. +In aanvulling op artikel 8.13, vierde lid, Vb verstrekt de IND aan een familielid dat wil verblijven bij een Roemeen, Bulgaar of Kroaat onmiddellijk na indiening van de aanvraag voor toetsing aan het EU-recht de sticker ‘Verblijfsaantekening algemeen’ (VV bijlage 7g) met dezelfde aantekening als de Roemeen, Bulgaar of Kroaat. #### 2.3. Ontzegging of beëindiging rechtmatig verblijf @@ -3791,12 +3791,26 @@ Op grond van artikel 8.23, eerste lid, Vb ontzegt of beëindigt de IND het recht Tenzij persoonlijke omstandigheden zich hiertegen verzetten, beëindigt de IND in aanvulling op artikel 8.16 Vb het verblijf bij een beroep op de algemene middelen als de burger van de Unie of diens familielid: -• in het eerste jaar van dat verblijf een – al dan niet aanvullend – beroep doet op een uitkering in het kader van de Wwb; -• in het tweede jaar van dat verblijf drie maanden of langer een eerste, *meer dan aanvullend* beroep doet op de Wwb of gedurende zes maanden of meer een *aanvullend *beroep doet op de Wwb; -• in het derde jaar van dat verblijf zes maanden of langer een eerste, *meer dan aanvullend* beroep doet op de Wwb of gedurende negen maanden of meer een *aanvullend* beroep doet op de Wwb; -• in het vierde jaar van dat verblijf negen maanden of langer een eerste, *meer dan aanvullend* beroep doet op de Wwb of gedurende twaalf maanden of meer een *aanvullend* beroep doet op de Wwb; -• in achtereenvolgende jaren van verblijf of binnen een jaar meermalen een beroep doet op een uitkering in het kader van de Wwb; of -• binnen drie jaren van verblijf achttien maanden of meer een aanvullend beroep doet op een uitkering in het kader van de Wwb. +• in de eerste twee jaar van dat verblijf een – al dan niet aanvullend – beroep doet op een uitkering in het kader van de Wwb of de eerste twee jaar van dat verblijf gedurende ten minste 8 nachten in totaal een beroep doet op maatschappelijke opvang (in de vorm van nachtverblijf); +• in het derde jaar van dat verblijf twee maanden of langer een eerste, meer dan aanvullend beroep doet op de Wwb of gedurende drie maanden of meer een aanvullend beroep doet op de Wwb of in het derde jaar van dat verblijf gedurende ten minste 16 nachten een beroep doet op maatschappelijke opvang (in de vorm van nachtverblijf); Een combinatie van beroep op bovengenoemde uitkering en beroep op maatschappelijke opvang die tezamen in financiële zin vergelijkbaar is met een beroep op bovengenoemde uitkering of een beroep op 16 of meer nachten in de maatschappelijke opvang wordt evenens als regel een onredelijke last geacht; +• in het vierde jaar van dat verblijf vier maanden of langer een eerste, meer dan aanvullend beroep doet op de Wwb of gedurende zes maanden of meer een aanvullend beroep doet op de Wwb of in het vierde jaar van dat verblijf gedurende ten minste 32 nachten een beroep doet op maatschappelijke opvang (in de vorm van nachtverblijf). Een combinatie van beroep op bovengenoemde uitkering en beroep op maatschappelijke opvang die tezamen in financiële zin vergelijkbaar is met een beroep op bovengenoemde uitkering of een beroep op 32 of meer nachten in de maatschappelijke opvang wordt evenens als regel een onredelijke last geacht; +• in het vijfde jaar van dat verblijf zes maanden of langer een eerste, meer dan aanvullend beroep doet op de Wwb of gedurende negen maanden of meer een aanvullend beroep doet op de Wwb of in het vijfde jaar van dat verblijf gedurende ten minste 64 nachten een beroep doet op maatschappelijke opvang (in de vorm van nachtverblijf). Een combinatie van beroep op bovengenoemde uitkering en beroep op maatschappelijke opvang die tezamen in financiële zin vergelijkbaar is met een beroep op bovengenoemde uitkering of een beroep op 64 of meer nachten in de maatschappelijke opvang wordt evenens als regel een onredelijke last geacht; +• in achtereenvolgende jaren van verblijf of binnen een jaar meermalen een beroep doet op een uitkering in het kader van de Wwb of in achtereenvolgende jaren van verblijf meermalen gedurende ten minste 8 nachten een beroep doet op maatschappelijke opvang (in de vorm van nachtverblijf) of een combinatie van beroep op bovengenoemde uitkering en beroep op maatschappelijke opvang doet; of +• binnen drie jaren van verblijf vijftien maanden of meer een aanvullend beroep doet op een uitkering in het kader van de Wwb. + +De IND betrekt in ieder geval de volgende persoonlijke omstandigheden bij de belangenafweging: + +• de reden waarom de burger van de Unie niet in staat is in zijn levensonderhoud en dat van zijn familieleden te voorzien en of deze reden van tijdelijke dan wel permanente aard is; +• de banden die de burger van de Unie nog heeft met zijn land van herkomst; +• de gezinssituatie; +• de medische situatie (gezondheidstoestand); +• leeftijd; +• overige beroepen op (sociale) voorzieningen; +• de mate van sociale zekerheidspremies die eerder zijn betaald; +• de mate van integratie in Nederland van de burger van de Unie en zijn familieleden; +• nabije toekomstverwachting of burger van de Unie nog bijstand nodig zal hebben. + +Het is aan de betrokken burger van de Unie om relevante gegevens en bescheiden ter zake te verstrekken. Een (aanvullend) beroep op een uitkering in het kader van de Wwb heeft in ieder geval géén gevolgen voor het verblijfsrecht als de burger van de Unie of diens familielid: @@ -3810,7 +3824,7 @@ De IND beëindigt het verblijfsrecht van een burger van de Unie niet wegens een Het verblijfsrecht van de burger van de Unie die de verzorgende ouder is van een minderjarig kind, eindigt bij de meerderjarigheid van het kind, tenzij de aanwezigheid van de verzorgende ouder nodig is om de opleiding te kunnen voortzetten en voltooien. -De IND verstaat onder een aanvullend beroep op een uitkering in het kader van de Wwb een beroep van maximaal 50% van de toepasselijke bijstandsnorm. Als de burger van de Unie of diens familielid een uitkering Wwb krijgt van meer dan 50% van de toepasselijke bijstandsnorm, dan beschouwt de IND dit als een *meer* dan aanvullend beroep. +De IND verstaat onder een aanvullend beroep op een uitkering in het kader van de Wwb een beroep van maximaal 50% van de toepasselijke bijstandsnorm. Als de burger van de Unie of diens familielid een uitkering Wwb krijgt van meer dan 50% van de toepasselijke bijstandsnorm, dan beschouwt de IND dit als een meer dan aanvullend beroep. In aanvulling op artikel 8.16 Vb geldt dat de IND: @@ -4184,7 +4198,7 @@ Op grond van artikel 3.96a, derde lid, Vb ontheft de IND de vreemdeling van de w Op grond van artikel 3.96a, vierde lid, Vb past de IND in ieder geval de hardheidsclausule toe als de vreemdeling ondanks aantoonbaar geleverde inspanning redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht het inburgeringsexamen te behalen. -In dit verband wordt verwezen naar paragraaf B9/7.1, ad 2 Vc. +In dit verband wordt verwezen naar paragraaf B9/8.1, ad 2 Vc. De IND maakt in ieder geval geen gebruik van de in artikel 3.96a, vierde lid, Vb gegeven bevoegdheid als de vreemdeling stelt dat hij: @@ -4337,9 +4351,7 @@ De IND verleent op grond van artikel 20 Vw een verblijfsvergunning regulier voor - - -Paragraaf B9/13.1 Vc is van toepassing. +Paragraaf B9/14.1 Vc is van toepassing. De IND beschouwt de beschikking van de SVB als bewijsmiddel van de vertrekdatum en het recht op basisvoorzieningen of toekenning van de remigratievoorziening.