2017-04-01 | BWBR0036443 | Wet raadgevend referendum

This commit is contained in:
Coornhert 2017-04-01 12:00:00 +00:00
parent bb4e7b5a50
commit 266cbba486

View file

@ -177,33 +177,19 @@ De registratie van de kiesgerechtigdheid van de ingezetenen van de gemeente voor
### Artikel 21
**1.** Burgemeester en wethouders van s-Gravenhage registreren voor elk referendum de kiesgerechtigdheid van personen, bedoeld in artikel B 1, eerste lid, van de Kieswet die op de vierenveertigste dag voor de dag van stemming hun werkelijke woonplaats buiten Nederland hebben, indien dezen daartoe een schriftelijk verzoek hebben ingediend.
**2.** Burgemeester en wethouders van s-Gravenhage zenden voor elk referendum aan de personen die zijn opgenomen in het bestand, bedoeld in artikel D 3c, eerste lid, van de Kieswet, een formulier tot registratie van de kiesgerechtigdheid toe.
**3.** Artikel D 3, tweede lid, van de Kieswet is van toepassing.
Vervallen
### Artikel 21a
**1.** Onze Minister registreert voor elk referendum de kiesgerechtigdheid van personen, bedoeld in artikel B 1, tweede lid, van de Kieswet, indien zij daartoe een schriftelijk verzoek hebben ingediend.
**2.** Onze Minister zendt voor elk referendum aan de personen die zijn opgenomen in het bestand, bedoeld in artikel D 3c, tweede lid, van de Kieswet, een formulier tot registratie van de kiesgerechtigdheid toe.
**3.** Artikel D 3a, tweede en derde lid, van de Kieswet is van toepassing.
Vervallen
### Artikel 21b
**1.** Het verzoek kan worden ingediend vanaf het tijdstip waarop het besluit van de voorzitter van het centraal stembureau tot toelating van het inleidend verzoek tot het houden van een referendum onherroepelijk is geworden en dient uiterlijk zes weken voor de dag van de stemming te zijn ontvangen door het orgaan waarbij het moet worden ingediend.
**2.** Het verzoek wordt beoordeeld naar de vermoedelijke toestand op de vierenveertigste dag voor de dag van stemming.
**3.** Op het verzoek wordt uiterlijk op de zevende dag na ontvangst beslist, maar niet voor de dagtekening van het besluit, bedoeld in artikel 55.
**4.** Artikel D 3b, vijfde en zesde lid, van de Kieswet is van toepassing.
Vervallen
### Artikel 22
De artikelen D 4 tot en met D 10 van de Kieswet zijn van toepassing, met dien verstande dat in de artikelen D 6 en D 8 in plaats van «artikel D 3, eerste lid» wordt gelezen «artikel 21, eerste lid» en in plaats van «artikel D 3a» wordt gelezen: artikel 21a, eerste lid.
De artikelen D 2 tot en met D 9 van de Kieswet zijn van toepassing.
## Hoofdstuk 5. Kieskringen en stembureaus
@ -316,7 +302,7 @@ g. afkomstig zijn van personen die meer dan één verzoek tot het houden van een
**1.** De controle van de verzoeken die niet reeds op grond van artikel 33, derde lid, onder a tot en met c, ongeldig zijn verklaard, kan geschieden door middel van een steekproef.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende de wijze waarop de steekproef wordt uitgevoerd. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de omvang van de steekproef, de kenmerken op basis waarvan de selectie voor de steekproef wordt bepaald, de controle van de verzoeken van kiesgerechtigden, bedoeld in artikel 21, en de vaststelling van het totaal aantal geldige verzoeken op basis van de uitkomst van de steekproef.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende de wijze waarop de steekproef wordt uitgevoerd. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de omvang van de steekproef, de kenmerken op basis waarvan de selectie voor de steekproef wordt bepaald, de controle van de verzoeken van kiesgerechtigde personen met een woonplaats buiten Nederland, en de vaststelling van het totaal aantal geldige verzoeken op basis van de uitkomst van de steekproef.
### Artikel 35
@ -431,7 +417,7 @@ g. afkomstig zijn van personen die meer dan één verzoek tot het houden van een
**1.** De controle van de ondersteuningsverklaringen die niet reeds op grond van artikel 45, derde lid, onder a tot en met c, ongeldig zijn verklaard, kan geschieden door middel van een steekproef.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende de wijze waarop de steekproef wordt uitgevoerd. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de omvang van de steekproef, de kenmerken op basis waarvan de selectie voor de steekproef wordt bepaald, de controle van de ondersteuningsverklaringen van kiesgerechtigden, bedoeld in artikel 21, en de vaststelling van het totaal aantal geldige ondersteuningsverklaringen op basis van de uitkomst van de steekproef.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende de wijze waarop de steekproef wordt uitgevoerd. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de omvang van de steekproef, de kenmerken op basis waarvan de selectie voor de steekproef wordt bepaald, de controle van de ondersteuningsverklaringen van kiesgerechtigde personen met een woonplaats buiten Nederland, en de vaststelling van het totaal aantal geldige ondersteuningsverklaringen op basis van de uitkomst van de steekproef.
### Artikel 47
@ -505,7 +491,7 @@ c. een aanduiding van de wet waarop de ondersteuningsverklaringen betrekking heb
**2.** Als dag van de stemming wordt een woensdag aangewezen binnen een termijn die aanvangt op de vijfentachtigste dag en eindigt zes maanden na de dagtekening van het besluit.
**3.** Voor de berekening van de termijn van zes maanden wordt de periode van 1 juli tot en met 31 augustus niet meegeteld.
**3.** Voor de berekening van de termijn van zes maanden wordt de periode van 1 juli tot en met 31 augustus niet meegeteld.
### Artikel 56
@ -546,19 +532,11 @@ e. in artikel J 26, eerste lid, in plaats van «de kandidaat van zijn keuze» wo
Bij de toepassing van hoofdstuk K van de Kieswet wordt het volgende in acht genomen:
a. in artikel K 1 blijft de zinsnede «binnen het gebied van het orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden,» en het tweede lid buiten toepassing;
b. in de artikelen K 3, eerste en tweede lid, K 6, tweede lid, en K 8, tweede lid, in plaats van «dag van de kandidaatstelling» wordt gelezen: vierenveertigste dag voor de dag van stemming;
c. in artikel K 7, eerste lid, wordt in plaats van «het registratieverzoek, bedoeld in artikel D 3 of artikel D 3a» gelezen: het registratieverzoek, bedoeld in artikel 21 of artikel 21a.
b. in de artikelen K 3, eerste en tweede lid, K 6, tweede lid, en K 8, tweede lid, in plaats van «dag van de kandidaatstelling» wordt gelezen: vierenveertigste dag voor de dag van stemming.
### Artikel 61
**1.** Met toepassing van hoofdstuk L van de Kieswet kan bij volmacht worden gestemd.
**2.**
Bij de toepassing van hoofdstuk L van de Kieswet wordt het volgende in acht genomen:
a. in de artikelen L 7, tweede lid, L 8, eerste en tweede lid, en L 11, eerste lid, wordt in plaats van «dag van de kandidaatstelling» gelezen: vierenveertigste dag voor de dag van stemming;
b. in artikel L 9, eerste lid, wordt in plaats van «het registratieverzoek, bedoeld in artikel D 3 of artikel D 3a» gelezen: het registratieverzoek, bedoeld in artikel 21 of artikel 21a.
Met toepassing van hoofdstuk L van de Kieswet kan bij volmacht worden gestemd, met dien verstande dat in de artikelen L 7, tweede lid, L 8, eerste en tweede lid, en L 11, eerste lid, in plaats van «dag van de kandidaatstelling» wordt gelezen: vierenveertigste dag voor de dag van stemming.
### Artikel 62
@ -568,10 +546,10 @@ b. in artikel L 9, eerste lid, wordt in plaats van «het registratieverzoek, bed
Bij de toepassing van hoofdstuk M van de Kieswet wordt het volgende in acht genomen:
a. in artikel M 3, eerste lid, wordt in plaats van «het registratieverzoek, bedoeld in artikel D 3 of artikel D 3a» gelezen: het registratieverzoek, bedoeld in artikel 21 of artikel 21a;
b. in artikel M 6, eerste lid, wordt in plaats van «artikel D 3» gelezen «artikel 21» en wordt in plaats van «artikel D 3a» gelezen: artikel 21a;
c. in artikel M 7, eerste lid, wordt in plaats van «de kandidaat van zijn keuze» gelezen: zijn keuze inzake de aan het referendum onderworpen wet;
d. artikel M 7, tweede lid, wordt gelezen: Daarna vouwt hij het stembiljet dicht en doet hij het stembiljet in de enveloppe voor het stembiljet.;
a. in artikel M 7, eerste lid, wordt in plaats van «de kandidaat van zijn keuze» gelezen: zijn keuze inzake de aan het referendum onderworpen wet;
b. in artikel M 7, tweede lid, wordt gelezen: Daarna vouwt hij het stembiljet dicht en doet hij het stembiljet in de enveloppe voor het stembiljet.;
c. in de artikelen M 7, vierde lid, tweede volzin, en M 10, eerste lid, tweede volzin, wordt in plaats van «dag van de kandidaatstelling» gelezen: vierenveertigste dag voor de dag van stemming;
d. artikel M 7, vierde lid, derde volzin, is niet van toepassing;
e. in artikel M 8, vierde lid, wordt in plaats van «nadat over de toelating van de gekozenen is beslist» gelezen: nadat de uitslag van het referendum is vastgesteld.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven met het oog op de combinatie van stemmingen voor kiezers die per brief stemmen.
@ -622,7 +600,7 @@ De artikelen N 10 en N 11, eerste lid, van de Kieswet zijn van toepassing.
**1.** Nadat de burgemeester van alle in zijn gemeente gevestigde stembureaus het proces-verbaal van de stemming en de stemopneming heeft ontvangen, stelt hij voor zijn gemeente de totalen van de in artikel 64, eerste lid, bedoelde aantallen stemmen, het aantal stemmen dat bij volmacht is uitgebracht en het verschil tussen het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten en het aantal stemmen dat is geteld vast. Voor zover mogelijk geeft de burgemeester een verklaring voor het in de vorige volzin bedoelde verschil. Tevens stelt hij op basis van de registratie, bedoeld in artikel 20, het aantal kiesgerechtigden in de gemeente vast.
**2.** De burgemeester van s-Gravenhage maakt bij de vaststelling van de in artikel 64 bedoelde aantallen apart melding van het aantal stemmen dat in de briefstembureaus is uitgebracht. Tevens maakt hij apart melding van het aantal op grond van artikel 21 geregistreerde kiesgerechtigde personen met een woonplaats buiten Nederland.
**2.** De burgemeester van s-Gravenhage maakt bij de vaststelling van de in artikel 64 bedoelde aantallen apart melding van het aantal stemmen dat in de briefstembureaus is uitgebracht. Tevens maakt hij apart melding van het aantal geregistreerde kiesgerechtigde personen met een woonplaats buiten Nederland.
**3.** Voor de in het eerste lid bedoelde vaststelling wordt gebruik gemaakt van een formulier waarvoor bij ministeriële regeling een model wordt vastgesteld.
@ -790,7 +768,7 @@ Artikel 22 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is niet van toepassing.
**2.** Daarnaast verstrekt de referendumcommissie subsidies ten behoeve van maatschappelijke initiatieven die zich ten doel stellen het publieke debat in Nederland over de aan het referendum onderworpen wet te bevorderen.
**3.** De referendumcommissie stelt ter uitvoering van de taak, genoemd het tweede lid, een regeling vast. In deze regeling wordt in ieder geval een subsidieplafond vastgesteld. Het subsidieplafond bedraagt ten hoogste € 2 miljoen per referendum.
**3.** De referendumcommissie stelt ter uitvoering van de taak, genoemd het tweede lid, een regeling vast. In deze regeling wordt in ieder geval een subsidieplafond vastgesteld. Het subsidieplafond bedraagt ten hoogste € 2 miljoen per referendum.
## Hoofdstuk 12. Bepalingen inzake beroep