diff --git a/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-en-gedeeltelijk-arbeidsongeschikte-werkloze-werkn/BWBR0004044/README.md b/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-en-gedeeltelijk-arbeidsongeschikte-werkloze-werkn/BWBR0004044/README.md index 1bbfb8e5faf..34fae23144a 100644 --- a/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-en-gedeeltelijk-arbeidsongeschikte-werkloze-werkn/BWBR0004044/README.md +++ b/wet/wet-inkomensvoorziening-oudere-en-gedeeltelijk-arbeidsongeschikte-werkloze-werkn/BWBR0004044/README.md @@ -101,7 +101,7 @@ c. startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2 ### Artikel 4b -**1.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder medisch urenbeperkt verstaan: als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling voor een geringer aantal uren belastbaar zijn dan de normale arbeidsduur, bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. +**1.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder medisch urenbeperkt verstaan: als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling voor een geringer aantal uren belastbaar zijn dan de arbeidsduur welke in overeenkomstige dienstbetrekkingen in de regel geacht wordt een volledige dienstbetrekking te vormen. **2.** @@ -134,10 +134,10 @@ c. de alleenstaande werkloze werknemer die met een of meer meerderjarige persone De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt zodanig vastgesteld dat: -a. voor de werkloze werknemer en de echtgenoot die beiden 21 jaar of ouder zijn, de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 869,01; -b. voor de alleenstaande werkloze werknemer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, die met een of meer meerderjarige personen in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft, de grondslag netto gelijk is aan € 869,01. +a. voor de werkloze werknemer en de echtgenoot die beiden 21 jaar of ouder zijn, de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 917,02; +b. voor de alleenstaande werkloze werknemer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, die met een of meer meerderjarige personen in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft, de grondslag netto gelijk is aan € 917,02. -**4.** De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt zodanig vastgesteld dat deze voor de alleenstaande werkloze werknemer van 23 jaar of ouder netto gelijk is aan € 1.216,62. +**4.** De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt zodanig vastgesteld dat deze voor de alleenstaande werkloze werknemer van 23 jaar of ouder netto gelijk is aan € 1.283,83. **5.** Indien de grondslag, bedoeld in het eerste lid, lager is dan de grondslag, vastgesteld op grond van het derde en vierde lid, bedraagt de eerstgenoemde grondslag het maandloon, bedoeld in artikel 1b, tweede lid, van de Werkloosheidswet, dan wel het maandloon, bedoeld in artikel 13, vierde lid, onderdeel a, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Deze grondslag wordt gewijzigd op de wijze, bedoeld in artikel 14, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. @@ -186,7 +186,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat hier te lande verblijv a. ter uitvoering van een verdrag dan wel een besluit van een volkenrechtelijke organisatie, of b. vreemdelingen die, na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, rechtmatig in Nederland verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onder g of h, van de Vreemdelingenwet 2000. -**4.** Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting, een instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. +**4.** Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting, een instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. Het eerste lid, onderdelen c en d, is niet van toepassing op de persoon aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg of de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten. ### Artikel 7 @@ -201,7 +201,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder inkomen verstaan: a. voor de werkloze werknemer en de echtgenoot: de som van het inkomen uit arbeid of overig inkomen van hemzelf en zijn echtgenoot; b. voor de alleenstaande werkloze werknemer: zijn inkomen uit arbeid of overig inkomen. -**2.** In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid gedurende zes maanden tot 25 procent van dit inkomen, met een maximum van € 396,16 per maand, voor zover een uitkering wordt ontvangen en dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders bijdraagt aan de arbeidsinschakeling. +**2.** In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid gedurende zes maanden tot 25 procent van dit inkomen, met een maximum van € 418,46 per maand, voor zover een uitkering wordt ontvangen en dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders bijdraagt aan de arbeidsinschakeling. **3.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat wordt verstaan onder inkomen uit arbeid of overig inkomen als bedoeld in het eerste lid. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen dat gedeeltelijk, niet, of niet langer wordt genoten als gevolg van gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene in aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten. @@ -209,7 +209,7 @@ b. voor de alleenstaande werkloze werknemer: zijn inkomen uit arbeid of overig i **5.** -In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid van een alleenstaande ouder tot 12,5 procent van dit inkomen, met een maximum van € 247,25 per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, voor zover hij een uitkering ontvangt, ingeval: +In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid van een alleenstaande ouder tot 12,5 procent van dit inkomen, met een maximum van € 260,02 per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, voor zover hij een uitkering ontvangt, ingeval: a. hij de volledige zorg heeft voor zijn kind tot 12 jaar, b. de periode van zes maanden, bedoeld in het tweede lid, is verstreken, en @@ -217,10 +217,16 @@ c. dit volgens het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling. **6.** Het bedrag, genoemd in het vijfde lid, wordt gewijzigd met ingang van de dag waarop het in artikel 31, tweede lid, onderdeel r, van de Participatiewet genoemde bedrag wordt gewijzigd. Het gewijzigde bedrag, wordt, samen met de dag waarop de wijzigingen ingaan, door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant. -**7.** In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid van een persoon die medisch urenbeperkt is tot 15 procent van dit inkomen uit arbeid, met een maximum van € 249,53 per maand, voor zover hij een uitkering op grond van deze wet ontvangt, tenzij het tweede of vijfde lid van toepassing is. +**7.** In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid van een persoon die medisch urenbeperkt is tot 15 procent van dit inkomen uit arbeid, met een maximum van € 264,14 per maand, voor zover hij een uitkering op grond van deze wet ontvangt, tenzij het tweede of vijfde lid van toepassing is. **8.** Het bedrag, genoemd in het zevende lid, wordt gewijzigd met ingang van de dag waarop het in artikel 31, tweede lid, onderdeel y, van de Participatiewet genoemde bedrag wordt gewijzigd. Het gewijzigde bedrag, wordt, samen met de dag waarop de wijzigingen ingaan, door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant. +**9.** In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid van een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie tot 15 procent van dit inkomen, met een maximum van € 167,07 per maand, gedurende een periode van twaalf maanden nadat de periode van zes maanden, bedoeld in het tweede lid, is verstreken, voor zover hij een uitkering op grond van deze wet ontvangt, tenzij het zevende lid van toepassing is. + +**10.** In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid van een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie tot 15 procent van dit inkomen, met een maximum van € 167,07 per maand, nadat de periode van twaalf maanden, bedoeld in het negende lid, is verstreken, voor zover hij een uitkering op grond van deze wet ontvangt en het college gelet op de in de persoon gelegen omstandigheden een uitbreiding van zijn arbeidsomvang niet mogelijk acht. + +**11.** De bedragen, genoemd in het negende en tiende lid, worden gewijzigd met ingang van de dag waarop de in artikel 31, tweede lid, onderdelen z en aa, van de Participatiewet genoemde bedragen worden gewijzigd. De gewijzigde bedragen worden, samen met de dag waarop de wijzigingen ingaan, door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant. + ### Paragraaf 2. De hoogte van de uitkering ### Artikel 9 @@ -771,7 +777,7 @@ d. het CAK, genoemd in artikel 6.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg, de e. de bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen, risicofondsen, stichtingen tot uitvoering van een regeling inzake vervroegd uittreden en andere organen belast met het doen van uitkeringen of verstrekkingen die bij of krachtens artikel 8 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers als inkomen worden aangemerkt; f. de Kamer van Koophandel, met dien verstande dat dit, in afwijking van de aanhef van dit lid, geschiedt tegen betaling van de daarvoor op grond van de Handelsregisterwet 2007 vastgestelde vergoeding; g. de korpschef en de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee in de zin van de Vreemdelingenwet 2000; -h. de Belastingdienst/Toeslagen betreffende de toekenning van tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties betreffende de toepassing van de Wet bevordering eigenwoningbezit; +h. de Dienst Toeslagen betreffende de toekenning van tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties betreffende de toepassing van de Wet bevordering eigenwoningbezit; i. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; j. Onze Minister van Veiligheid en Justitie voor zover het betreft de persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen of de persoon die zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel; k. de instanties en personen die woonruimte verhuren; @@ -836,7 +842,7 @@ Het college is verplicht, indien zij bij de uitvoering van deze wet het gegronde Het college is bevoegd uit eigen beweging en verplicht desgevraagd, onverminderd artikel 107 van de Vreemdelingenwet 2000, uit de administratie terzake van de uitvoering van deze wet aan de hieronder vermelde organen en derden kosteloos de gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de hierbij vermelde wetten of wettelijke regelingen: a. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank voor de uitvoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of de wettelijke regelingen, bedoeld in de artikelen 30, eerste lid, onderdeel a, en 34, eerste lid, onderdeel a, van die wet; -b. de Belastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting, de premies voor de sociale verzekeringen, bedoeld in artikel 2, onderdelen a en c, van de Wet financiering sociale verzekeringen, of inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet en de Belastingdienst/Toeslagen voor de uitvoering van inkomensafhankelijke regelingen als bedoeld in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen; +b. de Belastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting, de premies voor de sociale verzekeringen, bedoeld in artikel 2, onderdelen a en c, van de Wet financiering sociale verzekeringen, of inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet en de Dienst Toeslagen voor de uitvoering van inkomensafhankelijke regelingen als bedoeld in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen; c. het college van andere gemeenten voor de uitvoering van deze wet, de Participatiewet en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; d. het CAK, genoemd in artikel 6.1.1, eerste lid, van de Wet langdurige zorg, de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg, de zorgverzekeraars in de zin van artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet, voor de uitvoering van de Zorgverzekeringswet of de Wlz-uitvoerders, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg, voor de uitvoering van de Wet langdurige zorg; e. derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevorderen;