diff --git a/amvb/besluit-bijzondere-militaire-pensioenen/BWBR0012222/README.md b/amvb/besluit-bijzondere-militaire-pensioenen/BWBR0012222/README.md index 3b7e31f774f..ffda2bebb3d 100644 --- a/amvb/besluit-bijzondere-militaire-pensioenen/BWBR0012222/README.md +++ b/amvb/besluit-bijzondere-militaire-pensioenen/BWBR0012222/README.md @@ -30,7 +30,7 @@ i. Anw-uitkering: de tot een jaarbedrag herleide en met de vakantie-uitkering ve ### Artikel 2 -**1.** De militair bij wie een bepaalde mate van invaliditeit met dienstverband is vastgesteld heeft uit hoofde van de dienstverhouding waarin die invaliditeit is ontstaan vanaf de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt recht op een invaliditeitspensioen. +**1.** De militair bij wie een bepaalde mate van invaliditeit met dienstverband is vastgesteld heeft uit hoofde van de dienstverhouding waarin die invaliditeit is ontstaan vanaf de dag waarop hij de leeftijd van 65 jaar bereikt recht op een invaliditeitspensioen. **2.** Het bedrag van het in het eerste lid bedoelde invaliditeitspensioen is gelijk aan zoveel procent van de bij de betreffende dienstverhouding behorende berekeningsgrondslag als de mate van invaliditeit met dienstverband op het in dat lid bedoelde moment bedraagt, verminderd met hetzelfde percentage van het AOW-pensioen van de rechthebbende. @@ -129,7 +129,7 @@ b. naar de mate van invaliditeit met dienstverband die op het overlijdensmoment Het recht op pensioen ingevolge dit artikel vervalt: a. indien de belanghebbende uit hoofde van dezelfde dienstverhouding ingevolge artikel 6 recht heeft op een hoger pensioen en -b. met ingang van de maand waarin de militair aan wiens overlijden het wordt ontleend de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt. +b. met ingang van de dag waarop de militair aan wiens overlijden het wordt ontleend de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt. ### Artikel 8 @@ -153,7 +153,7 @@ b. met ingang van de maand waarin de militair aan wiens overlijden het wordt ont **3.** Het partnerpensioen en de korting, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden bij een volgend huwelijk van de rechthebbende of een volgende aanmerking als partner in de zin van het pensioenreglement, te rekenen van de eerste dag van de maand, volgend op die waarin dat huwelijk of die aanmerking heeft plaatsgevonden, blijvend nader vastgesteld. Die nadere vaststelling vindt plaats door vermenigvuldiging van het pensioenbedrag met een breuk waarvan de teller, tot een minimum van 20, bestaat uit de voor pensioen geldige diensttijd die de militair op grond van de betrekking waarin zijn invaliditeit met dienstverband is ontstaan op het moment van zijn overlijden krachtens het pensioenreglement kon aanwijzen, en de noemer gelijk is aan 40. Het tijdelijk partnerpensioen vervalt op de bedoelde dag. -**4.** Tenzij zijn pensioen met toepassing van het vorige lid nader is vastgesteld, heeft de rechthebbende op een partnerpensioen of een tijdelijk partnerpensioen tot de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt recht op een toeslag ten bedrage van 15 procent van het ingevolge het eerste, tweede en derde lid gevonden pensioenbedrag. Deze toeslag bedraagt niet meer dan 15 procent van € 32 812,76 en behoort voor de verdere toepassing van dit besluit tot het partnerpensioen of het tijdelijk partnerpensioen. +**4.** Tenzij zijn pensioen met toepassing van het vorige lid nader is vastgesteld, heeft de rechthebbende op een partnerpensioen of een tijdelijk partnerpensioen tot de dag waarop hij de leeftijd van 65 jaar bereikt recht op een toeslag ten bedrage van 15 procent van het ingevolge het eerste, tweede en derde lid gevonden pensioenbedrag. Deze toeslag bedraagt niet meer dan 15 procent van € 32 812,76 en behoort voor de verdere toepassing van dit besluit tot het partnerpensioen of het tijdelijk partnerpensioen. **5.** Het partnerpensioen en het tijdelijk partnerpensioen worden uitbetaald voor zolang en voor zover met die pensioenen de som van de krachtens het pensioenreglement aan dezelfde militaire dienstverhouding te ontlenen partner- en bijzondere partnerpensioenen, inclusief de daarop verleende toeslagen, wordt overschreden. @@ -180,16 +180,6 @@ b. in alle andere gevallen, twee zevende gedeelten. Voor de nabestaanden van de dienstplichtige of reservist bedragen de in de artikelen 9 en 10 bedoelde pensioenen niet minder dat het nabestaandenpensioen dat zou kunnen worden vastgesteld indien dat met gebruikmaking van de geldende berekeningsbreuk rechtstreeks werd afgeleid van het in artikel 4 bedoelde garantiepensioen. -### Artikel 11a - -**1.** De nabestaanden van de militair, die op of na 1 juli 2007 overleden is, die als gevolg van dat overlijden aanspraak hebben op een voortdurend partner- of wezenpensioen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, hebben recht op een volledige vergoeding van hun schade indien er verband bestaat tussen het overlijden van de militair en de verwonding, ziekten of gebreken die tot het recht op invaliditeitspensioen zouden hebben geleid. - -**2.** De aanspraak van de nabestaanden van de militair op een volledige schadevergoeding vervalt als aan de militair zelf reeds een volledige schadevergoeding als bedoeld in de artikelen 8a en 11 a van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen is toegekend. - -**3.** Bij de vaststelling van de omvang van de in het eerste lid bedoelde schadevergoeding wordt rekening gehouden met het totaal van de aanspraken van en uitkeringen aan de nabestaanden ingevolge het overlijden van de militair. - -**4.** Onze Minister kan nadere voorschriften geven ten aanzien van de uitvoering van dit artikel. - ### Paragraaf 4. Gemeenschappelijke bepalingen ### Artikel 12 @@ -260,7 +250,7 @@ In afwijking van dit besluit wordt: 7e het recht op tijdelijk nabestaandenpensioen uitsluitend verleend indien de militair na 31 december 1997 is overleden; 8e de toepassing van de artikelen 4 en 11 uitsluitend gereserveerd voor situaties waarin de invaliditeit met dienstverband waaraan het recht op pensioen kan worden ontleend na 31 december 1997 is ontstaan, tenzij op die datum recht bestond op een pensioen als bedoeld in artikel E 3, eerste lid, onder c, van de Algemene militaire pensioenwet, zoals dat artikel op dat moment luidde, dan wel een naar diensttijd berekend pensioen ter zake van ziekten of gebreken krachtens een vroegere militaire pensioenwet in de zin van artikel A 1, onder j, van die wet; 9e indien de artikelen 4 en 11 worden toegepast op grond van de onder 8e bedoelde uitzondering, gerekend met de diensttijd die voor de vaststelling van het daar bedoelde recht in aanmerking werd genomen; -10e indien de belanghebbende op de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt uitsluitend recht heeft op het pensioen, bedoeld in artikel 19, onder 5e, van het Besluit AO/IV, dat pensioen tot hetzelfde bedrag toegekend, waarbij het voor de korting, bedoeld in artikel 2, tweede lid, alsmede de toepassing van het onder 2e, 3e en 4e gestelde, geacht wordt te zijn berekend naar 4 voor 1 januari 1986 liggende dienstjaren en het in verband met de toepassing van artikel 12 geacht wordt te zijn berekend naar de in artikel 2, vierde lid, bedoelde minimumpensioengrondslag; +10e indien de belanghebbende op de dag waarop hij de leeftijd van 65 jaar bereikt uitsluitend recht heeft op het pensioen, bedoeld in artikel 19, onder 5e, van het Besluit AO/IV, dat pensioen tot hetzelfde bedrag toegekend, waarbij het voor de korting, bedoeld in artikel 2, tweede lid, alsmede de toepassing van het onder 2e, 3e en 4e gestelde, geacht wordt te zijn berekend naar 4 voor 1 januari 1986 liggende dienstjaren en het in verband met de toepassing van artikel 12 geacht wordt te zijn berekend naar de in artikel 2, vierde lid, bedoelde minimumpensioengrondslag; 11e bij overlijden van een onder 10e bedoelde pensioengerechtigde zijn pensioen beschouwd als het invaliditeitspensioen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, en artikel 10, eerste lid, waarbij voor de vaststelling van de korting, bedoeld in artikel 9, tweede lid, en artikel 10, vierde lid, wordt gehandeld overeenkomstig het onder 2e, 3e en 4e gestelde. ### Artikel 18