From 2683c9eb2d17af86e20b5701230dcd3dd66aabcc Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jan 2010 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2010-01-01 | BWBR0020674 | Besluit inburgering --- .../besluit-inburgering/BWBR0020674/README.md | 122 +++++++++++------- 1 file changed, 76 insertions(+), 46 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-inburgering/BWBR0020674/README.md b/amvb/besluit-inburgering/BWBR0020674/README.md index daca252b862..09f3ca7590a 100644 --- a/amvb/besluit-inburgering/BWBR0020674/README.md +++ b/amvb/besluit-inburgering/BWBR0020674/README.md @@ -26,12 +26,11 @@ g. potentiële inburgeringsplichtige: een persoon als bedoeld in artikel 48, eer h. rijksbijdrage: de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 52 van de wet, zoals dat artikel luidde voor de datum van inwerkingtreding van de Wet participatiebudget; i. handhavingsbeschikking: de beschikking, bedoeld in artikel 26 van de wet, die niet tevens is gegeven op grond van artikel 22, tweede lid, van de wet; j. inburgeringsvoorziening: de inburgeringsvoorzieningen, bedoeld in hoofdstuk 5, paragraaf 2, van de wet, de Regeling inburgering allochtone vrouwen G31, de Regeling inburgering allochtone vrouwen niet-G31 en het extensieve deel van de Pilot inburgering allochtone vrouwen Taal Totaal; -k. gecombineerde inburgeringsvoorziening: een inburgeringsvoorziening, gecombineerd met een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de wet; +k. gecombineerde inburgeringsvoorziening: een inburgeringsvoorziening, gecombineerd met een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 20, eerste lid, en 24b, eerste lid, van de wet; l. lening: de lening, bedoeld in artikel 16 van de wet; -m. inburgeringscursus: een door een cursusinstelling aangeboden cursus welke een inburgeringsplichtige in staat stelt mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving te verwerven, teneinde het inburgeringsexamen te behalen; -n. Wet inburgering nieuwkomers: Wet inburgering nieuwkomers zoals die luidde op 31 december 2006; -o. persoonsvolgend budget: budget dat wordt verstrekt ten behoeve van de inburgering van een persoon als bedoeld in het besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr. 2007/11, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Stcrt. 2007, 111), die inburgeringsplichtig is op grond van de artikelen 3 tot en met 6 van de wet en die op 1 januari 2008 in een opvangvoorziening als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers verblijft; -p. duale inburgeringsvoorziening: inburgeringsvoorziening die met het oog op de actieve deelname van de inburgeringsplichtige aan de Nederlandse samenleving mede voorziet in activiteiten die in samenhang, en ten minste voor een deel gelijktijdig, met het verwerven van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving worden uitgevoerd. +m. Wet inburgering nieuwkomers: Wet inburgering nieuwkomers zoals die luidde op 31 december 2006; +n. persoonsvolgend budget: budget dat wordt verstrekt ten behoeve van de inburgering van een persoon als bedoeld in het besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr. 2007/11, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Stcrt. 2007, 111), die inburgeringsplichtig is op grond van de artikelen 3 tot en met 6 van de wet en die op 1 januari 2008 in een opvangvoorziening als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers verblijft; +o. duale inburgeringsvoorziening: inburgeringsvoorziening die met het oog op de actieve deelname van de inburgeringsplichtige aan de Nederlandse samenleving mede voorziet in activiteiten die in samenhang, en ten minste voor een deel gelijktijdig, met het verwerven van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving worden uitgevoerd. ## Hoofdstuk 2. Inburgeringsplicht @@ -170,7 +169,7 @@ a. die reeds eerder de toets heeft afgelegd; b. die een lening heeft aangevraagd, of c. ten aanzien van wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld. -**4.** De toets wordt door Onze Minister vastgesteld en wordt afgenomen door middel van een door de IB-Groep beheerd geautomatiseerd systeem. +**4.** De toets wordt door Onze Minister vastgesteld en wordt afgenomen door middel van een door de IB-Groep beheerd geautomatiseerd systeem. Artikel 3.5, eerste, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. **5.** De toets wordt onder toezicht van de IB-Groep afgelegd op een door de IB-Groep vast te stellen tijdstip en in een door de IB-Groep vast te stellen ruimte, nadat de aanvrager overeenkomstig door de IB-Groep gestelde regels de terzake verschuldigde kosten heeft voldaan en zich met een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht heeft geïdentificeerd. @@ -229,7 +228,7 @@ h. onderwijs en opvoeding. ### Artikel 2.11 -De termijnen, genoemd in artikel 7, eerste lid, van de wet worden verlengd met de duur van de periode, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid. +De termijn, genoemd in artikel 7, eerste lid, van de wet wordt verlengd met de duur van de periode, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid. ## Hoofdstuk 3. Inburgeringsexamen @@ -281,7 +280,7 @@ Op verzoek van degene die het examen afneemt of daarop toezicht houdt, identific ### Artikel 3.7 -**1.** Het praktijkdeel van het inburgeringsexamen omvat een beoordeling van de taalvaardigheden, bedoeld in artikel 2.9, in een aantal praktijksituaties ontleend aan de domeinen burgerschap, werk alsmede onderwijs, gezondheid en opvoeding. +**1.** Het praktijkdeel van het inburgeringsexamen omvat een beoordeling van de taalvaardigheden, bedoeld in artikel 2.9, in een aantal praktijksituaties ontleend aan de domeinen burgerschap, werk, ondernemerschap, maatschappelijke participatie alsmede onderwijs, gezondheid en opvoeding. **2.** Het praktijkdeel van het inburgeringsexamen bestaat uit een assessment, een portfolio dan wel een combinatie daarvan. @@ -698,20 +697,22 @@ De IB-Groep verstrekt ambtshalve de in artikel 4.17, eerste lid, onderdeel a, tw ### Artikel 4.21 -**1.** +**1.** Geen recht op een vergoeding als bedoeld in artikel 4.17, eerste lid, onderdeel a, heeft de gewezen inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld, tenzij deze inburgeringsvoorziening op grond van artikel 23, vierde lid, van de wet is vervallen en geen beschikking als bedoeld in artikel in artikel 4.25, tweede lid, eerste volzin, is vastgesteld. -Geen recht op vergoeding heeft: +**2.** -a. de gewezen inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld, tenzij deze inburgeringsvoorziening op grond van artikel 23, vierde lid, van de wet is vervallen en geen beschikking als bedoeld in artikel 4.25, tweede lid, eerste volzin, is vastgesteld; -b. de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e, dan wel l, van de Vreemdelingenwet 2000, tenzij het betreft een vreemdeling als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, met rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onderdeel g of h, van de Vreemdelingenwet 2000; -c. degene die op het tijdstip waarop het inburgeringsexamen is behaald niet inburgeringsplichtig was, tenzij de inburgeringsplicht is geëindigd wegens: +Geen recht op een vergoeding als bedoeld in artikel 4.17, eerste lid, onderdelen a en b, heeft degene die op het tijdstip waarop het inburgeringsexamen is behaald, niet inburgeringsplichtig was, tenzij de inburgeringsplicht is geëindigd wegens: -1°. het bereiken van de 65-jarige leeftijd, of -2°. een andere omstandigheid en op dat tijdstip een schuld bestond uit een niet eerder dan drie jaar voor dat tijdstip overeenkomstig artikel 4.1 verstrekte lening; -d. degene aan wie de vergoeding reeds eerder is verstrekt; -e. degene aan wie een persoonsvolgend budget is verstrekt. +a. het bereiken van de 65-jarige leeftijd, of +b. een andere omstandigheid en op dat tijdstip een schuld bestond uit een niet eerder dan drie jaar voor dat tijdstip overeenkomstig artikel 4.1 verstrekte lening. -**2.** Het eerste lid, onderdelen a en c, is niet van toepassing op de vergoeding, bedoeld in artikel 4.17, derde lid. +**3.** + +Geen recht op een vergoeding als bedoeld in artikel 4.17, eerste lid, onderdelen a en b, en derde lid heeft: + +a. de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e, dan wel l, van de Vreemdelingenwet 2000, tenzij het betreft een vreemdeling als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, met rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onderdeel g of h, van de Vreemdelingenwet 2000; +b. degene aan wie de vergoeding reeds eerder is verstrekt; +c. degene aan wie een persoonsvolgend budget is verstrekt. ### Artikel 4.22 @@ -723,24 +724,25 @@ e. degene aan wie een persoonsvolgend budget is verstrekt. ### Artikel 4.23 -De socialezekerheidswetten en socialezekerheidsregelingen, bedoeld in artikel 19, derde lid, van de wet, zijn: +De socialezekerheidswetten en socialezekerheidsregelingen, bedoeld in de artikelen 19, vierde lid, 24a, vierde lid, en 24b, eerste lid, van de wet, zijn: a. de Werkloosheidswet; b. de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; c. de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; d. de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; e. de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen; -f. de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten; +f. de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten; g. de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen; h. de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria; i. de Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten; -j. de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen. +j. de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen; +k. de Wet investeren in jongeren. ### Afdeling 4. Gemeentelijk aanbod aan geestelijke bedienaren ### Artikel 4.24 -**1.** De inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel b, van de wet, omvat een cursus die toeleidt naar de in ingevolge paragraaf 2 van hoofdstuk 3 voor geestelijke bedienaren geldende onderdelen van het inburgeringsexamen. +**1.** De inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel b, van de wet, omvat een cursus die toeleidt naar de in ingevolge paragraaf 2 van hoofdstuk 3 voor geestelijke bedienaren en geestelijke bedienaren die vrijwillige inburgeraar zijn geldende onderdelen van het inburgeringsexamen. **2.** Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld omtrent de cursus. @@ -752,6 +754,30 @@ j. de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen. **2.** Binnen zes weken na afloop van het onderzoek geeft het college ten aanzien van de inburgeringsplichtige voorzover van toepassing een beschikking waarin als gelijkwaardig inburgeringsalternatief een op dat tijdstip passende inburgeringsvoorziening is vastgesteld. Het bepaalde bij en krachtens de artikelen 22, eerste lid, en 23, eerste, tweede en derde lid, van de wet is van toepassing. +### Afdeling 6. Overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar + +### Artikel 4.26 + +**1.** + +De overeenkomst, bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van de wet, bevat ten minste een omschrijving van de overeengekomen voorziening, alsmede een omschrijving van de rechten en verplichtingen van de vrijwillige inburgeraar ten aanzien van: + +a. de termijn waarbinnen de vrijwillige inburgeraar moet hebben deelgenomen aan het inburgeringsexamen dan wel het examen, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onderdeel c; +b. de eventuele verschuldigdheid van de eigen bijdrage en de mogelijkheid van betaling in termijnen; +c. de gevolgen van niet-nakoming van de overeenkomst. + +**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid. + +### Afdeling 7. Persoonlijk inburgeringsbudget + +### Artikel 4.27 + +**1.** Indien het college een persoonlijk inburgeringsbudget als bedoeld in artikel 19, tweede lid, of artikel 24a, tweede lid, van de wet aanbiedt, begeleidt het college de inburgeringsplichtige of de vrijwillige inburgeraar bij de vormgeving van zijn inburgering en de keuze van een inburgeringsbedrijf. + +**2.** Het voorstel van de inburgeringsplichtige of de vrijwillige inburgeraar behoeft de goedkeuring van het college. + +**3.** De gemeenteraad bepaalt bij verordening wie als enige partij of partijen met het inburgeringsbedrijf een overeenkomst met betrekking tot de inburgering van de inburgeringsplichtige of de vrijwillige inburgeraar sluit. + ## Hoofdstuk 5. Handhaving ### Afdeling 1. Oproepen van personen @@ -793,7 +819,7 @@ Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot d ### Artikel 5.5 -**1.** Een aanvraag tot verlening van ontheffing van de inburgeringsplicht als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel b, van de wet, kan niet eerder worden ingediend dan zes maanden voor het verstrijken van de voor de inburgeringsplichtige geldende termijn, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet. Het college geeft binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een beschikking. +**1.** Een aanvraag tot verlening van ontheffing van de inburgeringsplicht als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel c, van de wet, kan niet eerder worden ingediend dan zes maanden voor het verstrijken van de voor de inburgeringsplichtige geldende termijn, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet. Het college geeft binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een beschikking. **2.** In bijzondere gevallen die de inburgeringsplichtige betreffen, kan het college ambtshalve besluiten tot het verlenen van ontheffing. De beschikking kan niet eerder worden gegeven dan zes maanden voor het verstrijken van de voor de inburgeringsplichtige geldende termijn, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet. @@ -811,7 +837,7 @@ Het Informatiesysteem Inburgering bevat uitsluitend persoonsgegevens van: a. inburgeringsplichtigen en gewezen inburgeringsplichtigen; b. andere dan de in onderdeel a bedoelde personen, die deelnemen aan het inburgeringsexamen; -c. andere dan de in onderdeel a of b bedoelde personen, ten aanzien van wie een naar het inburgeringsexamen toeleidende inburgeringsvoorziening is vastgesteld op grond van: +c. vrijwillige inburgeraars, personen ten aanzien van wie op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet participatiebudget een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld, alsmede andere dan de in onderdeel a of b bedoelde personen, ten aanzien van wie een naar het inburgeringsexamen toeleidende inburgeringsvoorziening is vastgesteld op grond van: 1°. de Regeling inburgering allochtone vrouwen G31, 2°. de Regeling inburgering allochtone vrouwen niet-G31, @@ -821,7 +847,7 @@ c. andere dan de in onderdeel a of b bedoelde personen, ten aanzien van wie een d. partners van debiteuren als bedoeld in artikel 4.10, indien overeenkomstig dat artikel de draagkracht van de debiteur wordt bepaald; e. kinderen van debiteuren als bedoeld in artikel 4.10, indien overeenkomstig dat artikel de draagkracht van de debiteur wordt bepaald en van deze debiteur geen inkomensgegevens bij de rijksbelastingdienst bekend zijn; f. personen ten aanzien van wie na een onderzoek als bedoeld in artikel 25 van de wet, dan wel na een onderzoek door de IB-Groep naar het bezit van een diploma, certificaat of document als bedoeld in artikel 2.3, is vastgesteld dat zij niet inburgeringsplichtig zijn; -g. personen ten aanzien van wie is gebleken dat zij aansluitend op de volledige leerplicht een opleiding volgen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel e, van de wet; +g. personen ten aanzien van wie is gebleken dat zij aansluitend op de leerplicht of kwalificatieplicht een opleiding volgen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel e, van de wet; h. personen ten aanzien van wie op redelijke gronden kan worden vermoed dat zij inburgeringsplichtig zijn. **2.** Het Informatiesysteem Inburgering bevat de in de bijlage bij dit besluit opgenomen gegevens. Persoonsgegevens worden opgenomen zoals deze zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens. @@ -844,7 +870,7 @@ g. de organisatie die belast is met het beheer van het in artikel 1, onderdeel j h. het Kwaliteitscentrum examinering inburgering; i. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen; j. de IB-Groep; -k. de staatsexamencommissie Nederlands als tweede taal, bedoeld in artikel 3 van het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal. +k. het College voor examens, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor examens. **2.** @@ -860,11 +886,13 @@ Deze gegevens worden niet gebruikt voor een ander doel dan genoemd in artikel 47 **3.** De verstrekking van gegevens met het oog op de evaluatie van bestaand beleid en de voorbereiding van toekomstig beleid, bedoeld in artikel 47, tweede lid, onderdeel b, van de wet, geschiedt zodanig dat de gegevens niet kunnen worden herleid tot een natuurlijk persoon. -**4.** De instanties, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en e tot en met h, verstrekken de gegevens zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen twee weken na het ontstaan van de noodzaak tot opneming in het Informatiesysteem Inburgering. +**4.** De gegevens omtrent de beschikking, vastgesteld op grond van de artikelen 19a, tweede lid, 22 en 26 van de wet, en de kennisgeving, verstrekt op grond van artikel 5.3, derde lid, alsmede de gegevens omtrent de overeenkomst, vastgesteld op grond van artikel 24d, tweede lid, van de wet, worden door het college zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na de dagtekening van de beschikking, de kennisgeving dan wel de overeenkomst elektronisch verstrekt aan de beheerder van het Informatiesysteem Inburgering. Indien de gegevens na ommekomst van de in de eerste volzin genoemde termijn nog niet zijn verstrekt, worden deze alsnog door het college binnen vier weken schriftelijk verstrekt aan de beheerder ten behoeve van opname in het Informatiesysteem Inburgering. -**5.** Bij regeling van Onze Minister kunnen andere instanties worden aangewezen ten aanzien waarvan de in het eerste lid bedoelde verplichting eveneens geldt of waaraan eveneens gegevens uit het Informatiesysteem Inburgering worden verstrekt. +**5.** De instanties, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en e tot en met h, verstrekken de overige gegevens zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen twee weken na het ontstaan van de noodzaak tot opneming in het Informatiesysteem Inburgering. -**6.** In opdracht van Onze Minister kunnen ten behoeve van het verrichten van rechtmatigheids- en doelmatigheidsonderzoeken gegevens uit het Informatiesysteem Inburgering worden verstrekt die kunnen worden herleid tot een natuurlijk persoon. In de rapportages over deze onderzoeken worden geen tot die persoon herleidbare gegevens opgenomen. +**6.** Bij regeling van Onze Minister kunnen andere instanties worden aangewezen ten aanzien waarvan de in het eerste lid bedoelde verplichting eveneens geldt of waaraan eveneens gegevens uit het Informatiesysteem Inburgering worden verstrekt. + +**7.** In opdracht van Onze Minister kunnen ten behoeve van het verrichten van rechtmatigheids- en doelmatigheidsonderzoeken gegevens uit het Informatiesysteem Inburgering worden verstrekt die kunnen worden herleid tot een natuurlijk persoon. In de rapportages over deze onderzoeken worden geen tot die persoon herleidbare gegevens opgenomen. ### Artikel 6.3 @@ -924,7 +952,7 @@ k. gegevens inzake vestiging in en vertrek uit Nederland. **2.** -Het Bestand Potentiële Inburgeringsplichtigen bevat tevens de volgende persoonsgegevens van potentiële inburgeringsplichtigen, zoals deze bekend zijn bij Onze Minister: +Het Bestand Potentiële Inburgeringsplichtigen bevat tevens de volgende persoonsgegevens van potentiële inburgeringsplichtigen, zoals deze bekend zijn bij Onze Minister van Justitie: a. gegevens inzake de aard van het verblijfsdoel; b. gegevens inzake het al dan niet rechtmatig verblijf in Nederland. @@ -982,16 +1010,16 @@ Onder «college» wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk mede verstaan het c Het prestatie-afhankelijke deel, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend op de grondslag van: -a. het aantal inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet, ten behoeve van wie het college voor de eerste keer een inburgeringsvoorziening heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald; +a. het aantal inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet, zoals die luidde op 31 december 2008, ten behoeve van wie het college voor de eerste keer een inburgeringsvoorziening heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald; b. het aantal in onderdeel a bedoelde inburgeringsplichtigen dat binnen drie kalenderjaren nadat voor hen de inburgeringsvoorziening is vastgesteld, heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen; -c. het aantal inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet, ten behoeve van wie het college voor de eerste keer een gecombineerde inburgeringsvoorziening heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald; +c. het aantal inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet, zoals die luidde op 31 december 2008, ten behoeve van wie het college voor de eerste keer een gecombineerde inburgeringsvoorziening heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald; d. het aantal in onderdeel c bedoelde inburgeringsplichtigen dat binnen drie kalenderjaren nadat voor hen de gecombineerde inburgeringsvoorziening is vastgesteld, heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen; -e. het aantal inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van de wet, ten behoeve van wie het college voor de eerste keer een inburgeringsvoorziening heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald; +e. het aantal inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van de wet, zoals die luidde op 31 december 2008, ten behoeve van wie het college voor de eerste keer een inburgeringsvoorziening heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald; f. het aantal in onderdeel g bedoelde inburgeringsplichtigen dat binnen drie kalenderjaren nadat voor hen de inburgeringsvoorziening is vastgesteld, heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen; -g. het aantal inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van de wet, ten behoeve van wie het college voor de eerste keer een gecombineerde inburgeringsvoorziening heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald; +g. het aantal inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van de wet, zoals die luidde op 31 december 2008, ten behoeve van wie het college voor de eerste keer een gecombineerde inburgeringsvoorziening heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald; h. het aantal in onderdeel i bedoelde inburgeringsplichtigen dat binnen drie kalenderjaren nadat voor hen de gecombineerde inburgeringsvoorziening is vastgesteld, heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen; i. het aantal inburgeringsplichtigen ten behoeve van wie het college voor de eerste keer een duale inburgeringsvoorziening heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald; -j. het aantal inburgeringsplichtigen ten behoeve van wie het college voor de eerste keer een taalkennisvoorziening als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de wet heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald. +j. het aantal inburgeringsplichtigen ten behoeve van wie het college voor de eerste keer een taalkennisvoorziening als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de wet, zoals die luidde op 31 december 2008 heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald. **4.** @@ -1030,14 +1058,14 @@ A = ( [ B x C ] + [ D x E ] + [ H x I ] + [ J x K ] + [ L x M ] + [ N x O ] + [ waarin wordt voorgesteld: – met de letter A: het prestatie-afhankelijke deel van de rijksbijdrage; -– met de letter B: het aantal inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Wet participatiebudget ten behoeve van wie het college in het jaar waarop de prognose betrekking heeft voor de eerste keer een inburgeringsvoorziening heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald; -– met de letter C: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van de inburgeringsvoorziening ten behoeve van inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Wet participatiebudget; -– met de letter D: het aantal inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Wet participatiebudget ten behoeve van wie het college in het jaar waarop de prognose betrekking heeft voor de eerste keer een gecombineerde inburgeringsvoorziening heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald; -– met de letter E: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van de gecombineerde inburgeringsvoorziening ten behoeve van inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Wet participatiebudget; -– met de letter H: het aantal inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van de wet, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Wet participatiebudget ten behoeve van wie het college in het jaar waarop de prognose betrekking heeft voor de eerste keer een inburgeringsvoorziening heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald; -– met de letter I: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van de inburgeringsvoorziening ten behoeve van inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van de wet, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Wet participatiebudget; -– met de letter J: het aantal inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van de wet, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Wet participatiebudget ten behoeve van wie het college in het jaar waarop de prognose betrekking heeft voor de eerste keer een gecombineerde inburgeringsvoorziening heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald; -– met de letter K: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van de gecombineerde inburgeringsvoorziening ten behoeve van inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van de wet, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Wet participatiebudget; +– met de letter B: het aantal inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet, zoals die luidde op 31 december 2008, ten behoeve van wie het college in het jaar waarop de prognose betrekking heeft voor de eerste keer een inburgeringsvoorziening heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald; +– met de letter C: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van de inburgeringsvoorziening ten behoeve van inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet, zoals die luidde op 31 december 2008; +– met de letter D: het aantal inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet, zoals die luidde op 31 december 2008, ten behoeve van wie het college in het jaar waarop de prognose betrekking heeft voor de eerste keer een gecombineerde inburgeringsvoorziening heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald; +– met de letter E: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van de gecombineerde inburgeringsvoorziening ten behoeve van inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet, zoals die luidde op 31 december 2008; +– met de letter H: het aantal inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van de wet, zoals die luidde op 31 december 2008, ten behoeve van wie het college in het jaar waarop de prognose betrekking heeft voor de eerste keer een inburgeringsvoorziening heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald; +– met de letter I: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van de inburgeringsvoorziening ten behoeve van inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van de wet, zoals die luidde op 31 december 2008; +– met de letter J: het aantal inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van de wet, zoals die luidde op 31 december 2008, ten behoeve van wie het college in het jaar waarop de prognose betrekking heeft voor de eerste keer een gecombineerde inburgeringsvoorziening heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald; +– met de letter K: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van de gecombineerde inburgeringsvoorziening ten behoeve van inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van de wet, zoals die luidde op 31 december 2008; – met de letter L: het aantal in de letter B bedoelde inburgeringsplichtigen dat binnen twee jaren na het jaar waarop de prognose betrekking heeft, heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen of het examen, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onderdeel c; – met de letter M: de bijdragevergoeding ten aanzien van de deelname aan een van de examens, bedoeld in letter L; – met de letter N: het aantal in de letter D bedoelde inburgeringsplichtigen dat binnen twee jaren na het jaar waarop de prognose betrekking heeft, heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen of het examen, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onderdeel c; @@ -1048,7 +1076,7 @@ waarin wordt voorgesteld: – met de letter U: de bijdragevergoeding ten aanzien van de deelname aan een van de examens, bedoeld in letter T; – met de letter V: het aantal inburgeringsplichtigen ten behoeve van wie het college in het jaar waarop de prognose betrekking heeft voor de eerste keer een duale inburgeringsvoorziening heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald; – met de letter W: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van de duale inburgeringsvoorziening; -– met de letter X: het aantal inburgeringsplichtigen, niet zijnde geestelijke bedienaar, ten behoeve van wie het college in het jaar waarop de prognose betrekking heeft voor de eerste keer een taalkennisvoorziening als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de wet, zoals die luidde voor de inwerkingtreding van de Wet participatiebudget heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald; +– met de letter X: het aantal inburgeringsplichtigen, niet zijnde geestelijke bedienaar, ten behoeve van wie het college in het jaar waarop de prognose betrekking heeft voor de eerste keer een taalkennisvoorziening als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de wet, zoals die luidde op 31 december 2008, heeft vastgesteld en aan wie geen lening is verstrekt, hetzij ten behoeve van wie die lening in zijn geheel is terugbetaald; – met de letter Y: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van de taalkennisvoorziening; – met de letter Z: het aantal door het college in 2007 op grond van de Wet inburgering nieuwkomers genomen beschikkingen omtrent een inburgeringsprogramma; – met de letters AA: de door Onze Minister vast te stellen vergoeding met betrekking tot een inburgeringsprogramma als bedoeld in de letter Z; @@ -1102,9 +1130,11 @@ waarin wordt voorgesteld: **1.** Onze Minister stelt ten behoeve van de vaststelling van de rijksbijdrage jaarlijks de bijdragevergoedingen, bedoeld in artikel 7.5 en 7.6, vast. -**2.** Onze Minister stelt de bijdragevergoedingen vast aan de hand van de verhouding, bedoeld in het vierde lid, de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet en een uitvalpercentage ter hoogte van 10%. +**2.** Onze Minister stelt ten behoeve van de vast te stellen hoogte van de bijdragevergoedingen jaarlijks de onderlinge verhouding vast tussen de indicatoren, bedoeld in artikel 7.1, derde lid, onderdelen a, c, e en g, en artikel 7.1, vierde lid, onderdeel c, enerzijds en de indicatoren, bedoeld in artikel 7.1, derde lid, onderdelen b, d, f en h, en artikel 7.1, vierde lid, onderdelen d en e, anderzijds. -**3.** Onze Minister maakt de hoogte van de bijdragevergoedingen jaarlijks voor 15 september bekend. +**3.** Onze Minister stelt de bijdragevergoedingen vast aan de hand van de verhouding, bedoeld in het tweede lid, de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet en een uitvalpercentage ter hoogte van 10%. + +**4.** Onze Minister maakt de hoogte van de bijdragevergoedingen jaarlijks voor 15 september bekend. ### Artikel 7.8