2011-05-03 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

This commit is contained in:
Coornhert 2011-05-03 12:00:00 +00:00
parent cb61326a89
commit 269d3d731a

View file

@ -4013,11 +4013,11 @@ Artikel 45, zevende lid, Vw bepaalt dat de vreemdeling die tijdelijke beschermin
#### 1. Achtergrond
Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Afghanistan. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag.
Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Afghanistan. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C22 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag.
De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van maart 2009 over de situatie in Afghanistan (gepubliceerd in april 2009; zie de website van het Ministerie van BuZa.)
De beleidsconclusies in deze landenparagraaf zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de minister van BuZa over de situatie in Afghanistan (gepubliceerd in juli 2010 (zie de website van het ministerie van BuZa.)) en het thematisch ambtsbericht van maart 2011 specifiek over schoolgaande kinderen.
Hoewel het ambtsbericht aangeeft dat de situatie in Afghanistan in de afgelopen verslagperiode verder is verslechterd, wordt geen aanleiding gezien om een beleid van categoriale bescherming in te stellen. Hiervoor is doorslaggevend dat, blijkens een brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 19 maart 2009, de ons omringende landen geen bijzonder beleid voeren ten aanzien van Afghaanse asielzoekers. Alleen België kent een bijzonder beleid voor asielzoekers uit bepaalde delen van Afghanistan. Gezien de homogeniteit van de informatie over het beleid van de andere landen, wordt hieraan meer gewicht toegekend dan aan het gegeven uit het ambtsbericht dat de situatie in Afghanistan is verslechterd (zie C2/5.2.1 en C2/5.2.4).
Hoewel het ambtsbericht van juli 2010 aangeeft dat de situatie in Afghanistan in de afgelopen verslagperiode verder is verslechterd, wordt geen aanleiding gezien om een beleid van categoriale bescherming in te stellen. Hiervoor is doorslaggevend dat, blijkens een brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 3 augustus 2010 de ons omringende landen geen bijzonder beleid voeren ten aanzien van Afghaanse asielzoekers. Alleen België kent een bijzonder beleid voor asielzoekers uit bepaalde delen van Afghanistan en Zweden verleent subsidiaire bescherming aan asielzoekers voor wie het niet mogelijk is zich te vestigen in andere regios binnen Afghanistan. Gezien de homogeniteit van de informatie over het beleid van de andere landen, wordt hieraan meer gewicht toegekend dan aan het gegeven uit het ambtsbericht dat de situatie in Afghanistan is verslechterd (zie C2/5.2.1 en C2/5.2.4).
#### 2. Besluitmoratorium
@ -4045,23 +4045,25 @@ Het is niet vereist dat de vreemdeling persoonlijk te maken heeft gehad met een
Het normale beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing.
Hierbij wordt opgemerkt dat blijkens het ambtsbericht de situatie van vrouwen en meisjes in Afghanistan en vooral buiten Kaboel en andere grote steden buitengewoon slecht is. In heel Afghanistan, de steden Kaboel, Herat en Mazar-i-Sharif incluis, komt op grote schaal geweld tegen vrouwen voor. Voorzover vrouwen al de kans krijgen hun zaak juridisch aanhangig te maken, biedt het gerechtelijk apparaat geen bescherming. Vrouwen hebben niet dezelfde rechten als mannen. De toegang voor vrouwen tot de gezondheidszorg en het onderwijs is slecht.
Hierbij wordt opgemerkt dat blijkens het ambtsbericht de situatie van vrouwen en meisjes in Afghanistan en vooral buiten Kaboel en andere grote steden buitengewoon slecht is. In heel Afghanistan, de steden Kaboel, Herat en Mazar-i-Sharif incluis, komt op grote schaal geweld tegen vrouwen voor. Voor zover vrouwen al de kans krijgen hun zaak juridisch aanhangig te maken, biedt het gerechtelijk apparaat geen bescherming. Vrouwen hebben niet dezelfde rechten als mannen. De toegang voor vrouwen tot de gezondheidszorg en het onderwijs is slecht.
Vrouwen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij te vrezen hebben voor geweldpleging in Afghanistan, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hierbij wordt niet verlangd dat zij zich tot de autoriteiten hebben gewend voor bescherming.
###### 3.2.2. Vrouwen met een westerse levensstijl
Blijkens de inhoud van het ambtsbericht van maart 2009 is er meer in het algemeen een risico voor vrouwen die de geldende sociale zeden overschrijden of waaraan dergelijk gedrag wordt toegeschreven. Wanneer een individuele asielzoekster aannemelijk maakt dat zij vanwege haar levensstijl zwaarwegende problemen heeft ondervonden in Afghanistan en deze problemen (mede) aanleiding zijn geweest voor het vertrek, kan dit voldoende zijn om op grond van artikel 29, eerste lid onder a of b, Vw een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.
Blijkens de inhoud van het ambtsbericht van juli 2010 is er meer in het algemeen een risico voor vrouwen die de geldende sociale zeden overschrijden of waaraan dergelijk gedrag wordt toegeschreven. Wanneer een individuele asielzoekster aannemelijk maakt dat zij vanwege haar levensstijl zwaarwegende problemen heeft ondervonden in Afghanistan en deze problemen (mede) aanleiding zijn geweest voor het vertrek, kan dit voldoende zijn om op grond van artikel 29, eerste lid onder a of b, Vw een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.
Een verwesterde vrouw kan in Afghanistan alleen haar moderne levensstijl voortzetten indien zij door machtige actoren, zoals stamoudsten en krijgsheren, in de Afghaanse samenleving wordt beschermd. Over het algemeen geldt dat vrouwen die terugkeren naar Afghanistan alleen geen problemen hoeven te verwachten indien zij zich conformeren aan de traditionele Afghaanse normen.
Een verwesterde vrouw kan in Afghanistan alleen haar moderne levensstijl voortzetten indien zij door machtige actoren, zoals stamoudsten en krijgsheren, in de Afghaanse samenleving wordt beschermd.
Het aannemen van een andere levensstijl na het vertrek uit het land van herkomst zal in de regel toch niet leiden tot verblijfsaanvaarding. Immers, het feit dat betrokkene in Nederland gebruik heeft gemaakt van mogelijkheden en rechten van de Nederlandse samenleving betekent niet dat zij zich bij terugkeer niet wederom zal kunnen aanpassen aan de traditionele Afghaanse normen. De omstandigheid dat betrokkene zich bij terugkeer niet op gelijke wijze kan uiten of ontplooien als in Nederland is daarbij onvoldoende grond om tot vergunningsverlening over te gaan.
###### 3.2.3. Alleenstaande vrouwen
Een vrouw wordt aangemerkt als alleenstaand indien de huwelijksband met de echtgenoot waarmee zij ten tijde van haar vertrek uit Afghanistan gehuwd was als verbroken kan worden beschouwd dan wel zij ongehuwd is en de band met het gezin waartoe ze behoorde ten tijde van haar vertrek uit Afghanistan als verbroken kan worden beschouwd.
Een vrouw wordt als alleenstaand aangemerkt indien zij ongehuwd is of de huwelijksband met de echtgenoot waarmee ze ten tijde van haar vertrek uit Afghanistan gehuwd was als verbroken kan worden beschouwd dan wel de band met het gezin waartoe ze behoorde ten tijde van haar vertrek uit Afghanistan als verbroken kan worden beschouwd.
Onder gezin wordt enkel het ouderlijk gezin, de vader en moeder verstaan. De gezinsband met de vader is hierbij relevant. Dat betekent dat banden met andere mannelijke familieleden, bijvoorbeeld meerderjarige zoons, broers of ooms, hierbij niet worden meegewogen.
Voor het aantonen dat de gezinsband is verbroken, dient in beginsel indicatief bewijs te worden overgelegd. Indien dit niet mogelijk is, dienen hierover aanvullende gegevens en/of plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen te worden afgelegd.
Om aan te tonen dat een vrouw alleenstaand is op grond van een verbroken gezinsband, dient in beginsel indicatief bewijs te worden overgelegd. Indien dit niet mogelijk is, dienen hierover aanvullende gegevens en/of plausibele, aannemelijke en consistente verklaringen te worden afgelegd.
De gezinsband kan in elk geval als verbroken worden beschouwd indien sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden:
@ -4069,7 +4071,7 @@ De gezinsband kan in elk geval als verbroken worden beschouwd indien sprake is v
• betrokkene is zelfstandig gaan wonen;
• betrokkene heeft een eigen gezin gevormd doordat zij gehuwd is of een relatie is aangegaan.
Deze opsomming is niet limitatief.
Deze opsomming is niet-limitatief.
Vaak worden alleenstaande vrouwen gestigmatiseerd als prostituee. Vrouwen kunnen in het algemeen reeds snel slachtoffer worden van tal van misdrijven. Er bestaat een levendige vrouwenhandel in Afghanistan. Voorts hebben vrouwen structureel te lijden onder de (traditionele) sharia. Hierdoor lopen alleenstaande vrouwen in heel Afghanistan een verhoogd risico op mensenrechtenschendingen, daar zij vaak geen sociaal netwerk hebben waarbinnen zij bescherming kunnen vinden.
@ -4079,9 +4081,38 @@ Dit houdt in dat de vreemdeling die behoort tot deze groep met op zichzelf beper
Het is niet vereist dat de vreemdeling persoonlijk te maken heeft gehad met een behandeling die op zichzelf voldoet aan de omschrijving van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. Ook indien er sprake is van mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving van de vreemdeling bij personen die behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep, kan dit voldoende grond zijn om zulks aan te nemen. Daarbij wordt niet van de vreemdeling verlangd dat zij aannemelijk maakt dat de betreffende mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep.
Alleenstaande vrouwen zijn voorts met ingang van 24 juni 2006 aangewezen als specifieke groep, die om andere redenen dan traumata op grond van artikel 29, eerste lid, onder c, Vw in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/4).
Alleenstaande vrouwen zijn voorts met ingang van 24 juni 2006 aangewezen als specifieke groep, die om andere redenen dan traumata op grond van artikel 29, eerste lid, onder c, Vw in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/4).
Indien op grond van dit beleid een verblijfsvergunning wordt verleend, ligt de ingangsdatum van de verblijfsvergunning op of na 24 juni 2006.
Indien op grond van dit beleid een verblijfsvergunning wordt verleend, ligt de ingangsdatum van de verblijfsvergunning op of na 24 juni 2006.
###### 3.2.4. Verwesterde schoolgaande minderjarige meisjes
In het nieuwe thematisch ambtsbericht wordt uitgebreid ingegaan op de risicos die minderjarige vrouwen (meisjes) met een westerse levensstijl in Afghanistan in het dagelijkse school- en maatschappelijk leven lopen. Ook al slagen verwesterde meisjes erin hun gedrag en attitude aan te passen aan de heersende normen, zij zullen niet anoniem zijn in het openbare leven. Zij kunnen schoolgerelateerde of maatschappelijke problemen ondervinden. De noodzaak tot aanpassing, de geïsoleerde positie en de inferieure status van vrouwen en meisjes in Afghanistan leggen een grote psychosociale druk op verwesterde meisjes.
Het uitgangspunt dat verwesterde vrouwen zich kunnen aanpassen (zie 3.2.2) blijft voor minderjarige vrouwen bestaan. Onder bepaalde omstandigheden kan worden geconcludeerd dat bij terugkeer een onevenredig zware psychosociale druk op de minderjarige vrouwen komt te liggen. In deze situatie kan om reden van klemmende redenen van humanitaire aard in het verblijf worden voorzien. Het betreft die gevallen waarin de individuele asielzoekster een combinatie van omstandigheden (waaronder de mate van verwestering) aannemelijk maakt. Omstandigheden die bepalend zijn bij het beoordelen van de mate van verwestering zijn onder meer de leeftijd van het meisje in relatie tot de verblijfsduur hier te lande en het volgen van onderwijs. Uitgangspunt wordt een leeftijd vanaf tien jaar en een verblijf in Nederland vanaf acht jaar gerekend vanaf de eerste asielaanvraag in Nederland.
Omstandigheden die meewegen om te bepalen of sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard zijn onder meer:
• medische omstandigheden (bij het meisje zelf of bij een gezinslid);
• de samenstelling van het gezin;
• de mogelijkheid beschermd te worden door machtige actoren zoals stamoudsten en krijgsheren.
De volgende contra-indicaties worden ook meegewogen (niet-limitatief):
• het frustreren van de terugkeer waaronder het voeren van procedures die enkel gericht zijn op het bemoeilijken van de terugkeer;
• tussentijdse terugkeer naar het land van herkomst.
Het gebruikelijke openbare orde beleid (zie C4/3.11) is van toepassing.
Indien het samenstel van factoren in samenhang bezien leidt tot de conclusie dat bij terugkeer in Afghanistan sprake zal zijn van onevenredige psychosociale druk, komt het meisje, op grond van artikel 29, eerste lid, onder c, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel. Haar ouders komen, behoudens contra-indicaties van openbare orde, eveneens op grond van artikel 29, eerste lid, onder c, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel.
De eventuele overige zusjes en broers kunnen, in het geval zij niet zelfstandig in aanmerking komen voor asiel, behoudens contra-indicaties van openbare orde, in aanmerking komen voor een afhankelijke verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, onder e of f Vw.
Indien op grond van dit beleid een verblijfsvergunning wordt verleend, ligt de ingangsdatum van de verblijfsvergunning op of na de datum van de inwerkingtreding van dit WBV.
De vergunning wordt verleend voor de duur van vijf jaar, ook in het geval het minderjarige meisje binnen die termijn meerderjarig wordt. In het verblijf van het in Nederland verwesterde en meerderjarig geworden meisje wordt berust.
De ten tijde van de minderjarigheid verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan het meisje en haar gezinsleden kan worden verlengd of worden omgezet naar een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Dit laat onverlet dat verblijfsbeëindiging tot de mogelijkheden blijft behoren indien er wel sprake is van gewijzigde feiten en/of omstandigheden of onjuiste gegevens.
##### 3.3. Leden van politieke groeperingen
@ -4095,15 +4126,9 @@ Indien de asielzoeker een geloofwaardig relaas heeft en het aannemelijk is gewor
Er zijn geen aanwijzingen dat personen enkel vanwege hun voormalige banden met het communistische regime in het huidige Afghanistan vervolging te vrezen hebben. De mate waarin zij risico lopen hangt af van verschillende factoren, waaronder: de familieachtergrond, de rang of positie die zij ten tijde van het communistische regime hebben bekleed en de mate waarin zij geassocieerd worden met de mensenrechtenschendingen tussen 1978 en 1992.
Dit geldt eveneens voor personen die verdacht worden van deelname aan of van facilitering van gewelddadigheden (ook gepleegd onder dit communistische bewind). Bij deze laatste groep wordt wel extra aandacht gevraagd voor de mogelijke toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
Dit geldt eveneens voor personen die verdacht worden van deelname aan of van facilitering van gewelddadigheden (ook gepleegd onder dit communistische bewind). Bij deze laatste groep wordt wel extra aandacht gevraagd voor de mogelijke toepassing van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
##### 3.5. Personen werkzaam in risicoberoepen
Volgens het ambtsbericht van maart 2009 vinden veel aanslagen plaats op politici, gezagsdragers, leraren, dorpsoudsten, gemeenschapsleiders, mensenrechtenactivisten, journalisten en voedselkonvooien.
Indien een Afghaanse asielzoeker aannemelijk heeft gemaakt vanwege zijn werkzaamheden een gegronde vrees voor vervolging dan wel onmenselijke behandeling te hebben, waartegen geen bescherming kan worden geboden, kan op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw een verblijfsvergunning worden verleend. Het enkele feit dat de vreemdeling deze werkzaamheden heeft verricht, is onvoldoende voor de conclusie dat er gegronde vrees is voor vervolging dan wel onmenselijke behandeling.
##### 3.6. Religieuze minderheden
##### 3.5. Religieuze minderheden
Personen die afkomstig zijn uit een gebied waar zij tot een religieuze minderheid behoren, worden aangemerkt als risicogroep als bedoeld in C14/4.5. In het kader van de toetsing aan artikel 29, eerste lid, onder a, Vw worden aan personen behorende tot een risicogroep minder hoge eisen gesteld met betrekking tot het aannemelijk maken van de zwaarwegendheid van de ondervonden gebeurtenissen.
@ -4119,17 +4144,21 @@ Dit houdt in dat de vreemdeling die behoort tot deze groep met op zichzelf beper
Het is niet vereist dat de vreemdeling persoonlijk te maken heeft gehad met een behandeling die op zichzelf voldoet aan de omschrijving van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw. Ook indien er sprake is van mensenrechtenschendingen in de naaste omgeving van de vreemdeling bij personen die behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep, kan dit voldoende grond zijn om zulks aan te nemen. Daarbij wordt niet van de vreemdeling verlangd dat hij aannemelijk maakt dat de betreffende mensenrechtenschendingen zijn ingegeven door het behoren tot de betreffende kwetsbare minderheidsgroep.
De meerderheid van de Afghaanse bevolking hangt de islam aan. Binnen de totale groep moslims zijn de Shiitische moslims in de minderheid. In het ambtsbericht van juli 2010 wordt de positie van de Shiitische moslims als groep niet als zodanig slecht beoordeeld dat zij als kwetsbare minderheidsgroep in de zin van C2/3.1.3 dienen te worden aangemerkt. Aanvragen van Shiitische moslims zullen dan ook op individuele basis worden beoordeeld.
Aanhangers van andere religies dan de islam vormen wel een kwetsbare minderheidsgroep, ongeacht waar zij in Afghanistan wonen.
Indien een Afghaanse asielzoeker aannemelijk maakt dat hij zich in Nederland heeft bekeerd en dientengevolge tot een religieuze minderheid is gaan behoren, kan hij op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw in aanmerking komen voor de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, wanneer hij aannemelijk maakt dat hij bekeerd is en dat hij al problemen heeft ondervonden om andere redenen dan de nieuwe geloofsovertuiging, die op zichzelf onvoldoende redenen vormen om een verblijfsvergunning asiel te verlenen.
##### 3.7. Dienstplichtigen en deserteurs
##### 3.6. Dienstplichtigen en deserteurs
Het normale beleid, zoals weergegeven in C2/2.12 is van toepassing voor zaken waarin sprake is van gereguleerde dienstplicht voor de (centrale) autoriteiten.
Ten aanzien van Afghanistan heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict.
##### 3.8. Homoseksuelen
##### 3.7. Homoseksuelen
Het ambtsbericht van maart 2009 van de Minister van BuZa geeft aan dat weinig bekend is over de positie van homoseksuelen. Homoseksualiteit is in Afghanistan een taboe, en daardoor zeer moeilijk bespreekbaar. Homoseksuelen in Afghanistan houden hun geaardheid geheim. Indien iemand openlijk homoseksueel is, zal hij of zij waarschijnlijk op zijn minst door zijn of haar familie worden uitgesloten.
Het ambtsbericht van juli 2010 van de minister van BuZa geeft aan dat weinig bekend is over de positie van homoseksuelen. Homoseksualiteit is in Afghanistan een taboe, en daardoor zeer moeilijk bespreekbaar. Homoseksuelen in Afghanistan houden hun geaardheid geheim. Indien iemand openlijk homoseksueel is, zal hij of zij waarschijnlijk op zijn minst door zijn of haar familie worden uitgesloten.
Het Afghaanse wetboek van strafrecht noch de Afghaanse grondwet bevatten expliciete bepalingen over homoseksualiteit. Volgens het wetboek van strafrecht kunnen overspel en pederastie worden bestraft met een gevangenisstraf van vijf tot vijftien jaar. De grondwet bepaalt voorts dat als de wet ter zake niets voorschrijft, de sharia kan worden toegepast.
@ -4169,13 +4198,17 @@ Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure om
Verder zijn er nog de volgende aandachtspunten.
In een ambtsbericht van 29 februari 2000 heeft de Minister van BuZa bericht over taken, organisatiestructuur en werkmethodes van de KhAD en de WAD in de periode 19781992. Het ambtsbericht stelt vast dat in de praktijk alle onderofficieren en officieren van de KhAD en de WAD werkzaam zijn geweest in de macabere afdelingen van deze diensten en persoonlijk betrokken zijn geweest bij het arresteren, ondervragen en martelen en soms executeren van verdachte personen. Derhalve hebben alle onderofficieren en officieren zich schuldig gemaakt aan schendingen van de mensenrechten.
In een ambtsbericht van 29 februari 2000 heeft de minister van BuZa bericht over taken, organisatiestructuur en werkmethodes van de KhAD en de WAD in de periode 1978- 1992. Het ambtsbericht stelt vast dat in de praktijk alle onderofficieren en officieren van de KhAD en de WAD werkzaam zijn geweest in de macabere afdelingen van deze diensten en persoonlijk betrokken zijn geweest bij het arresteren, ondervragen en martelen en soms executeren van verdachte personen. Derhalve hebben alle onderofficieren en officieren zich schuldig gemaakt aan schendingen van de mensenrechten.
Op grond van deze informatie wordt ten aanzien van voornoemde categorie personen aangenomen dat sprake is van personal and knowing participation (zie C4/3.11.3.3), tenzij de vreemdeling kan aantonen dat in zijn geval sprake is van een significante uitzondering.
Blijkens een ambtsbericht van de Minister van BuZa over de Hezb-i-Wahdat van 23 juni 2000 kan deze organisatie als een van de meest gewelddadige politiek-militaire bewegingen in Afghanistan worden beschouwd. Dit geweld was niet enkel gericht tegen politieke tegenstanders, maar ook tegen de burgerbevolking. Uit het ambtsbericht blijkt dat de organisatie zich op grote schaal schuldig heeft gemaakt aan grove mensenrechtenschendingen gedurende de periode 19921999. De schendingen bestonden uit martelingen, verkrachtingen, buitengerechtelijke executies en doding tijdens willekeurige arrestaties en krijgsgevangenschap.
Blijkens een ambtsbericht van de minister van BuZa over de Hezb-i-Wahdat van 23 juni 2000 kan deze organisatie als een van de meest gewelddadige politiek-militaire bewegingen in Afghanistan worden beschouwd. Dit geweld was niet enkel gericht tegen politieke tegenstanders, maar ook tegen de burgerbevolking. Uit het ambtsbericht blijkt dat de organisatie zich op grote schaal schuldig heeft gemaakt aan grove mensenrechtenschendingen gedurende de periode 19921999. De schendingen bestonden uit martelingen, verkrachtingen, buitengerechtelijke executies en doding tijdens willekeurige arrestaties en krijgsgevangenschap.
Uit het ambtsbericht blijkt dat het gewelddadig gedrag van de militieleden door de leidinggevenden lijkt te zijn geïnstigeerd. Het ambtsbericht stelt vast dat aannemelijk wordt geacht dat de volgende leden van Hezb-i-Wahdat verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen in Afghanistan gedurende de periode 19921999:
Uit het ambtsbericht blijkt dat het gewelddadig gedrag van de militieleden
door de leidinggevenden lijkt te zijn geïnstigeerd. Het ambtsbericht stelt
vast dat aannemelijk wordt geacht dat de volgende leden van Hezb-i-Wahdat verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen in Afghanistan gedurende de periode 1992-1999:
• alle leden van het Centrale Leiderschapsorgaan, Shura-i-Markazi;
• de leden van het Militair Comité van Shura-i-Markazi;
@ -4186,11 +4219,13 @@ Uit het ambtsbericht blijkt dat het gewelddadig gedrag van de militieleden door
Op grond van deze informatie wordt ten aanzien van de leden van de Hezb-i-Wahdat die onder een of meer van de hierboven genoemde categorieën vallen en die asiel aanvragen in Nederland aangenomen dat sprake is van personal and knowing participation (zie C4/3.11.3.3), tenzij de vreemdeling kan aantonen dat in zijn geval sprake is van een significante uitzondering.
Uit het ambtsbericht van de Minister van BuZa van 4 september 2002, over het functioneren van de politie in Afghanistan ten tijde van het communistische bewind (19781992) en de periode waarin verschillende Mudjahedin-fracties over het land regeerden (19921996), hebben afdelingen van de Afghaanse politie, genaamd Sarandoy, tussen 1978 en 1992, in nauwe samenwerking met de veiligheidsdiensten, systematisch en op grote schaal de mensenrechten geschonden. Door middel van folteringen werden bekentenissen afgedwongen en tijdens de politieverhoren zijn vele slachtoffers gevallen. De Sarandoy is ook ingezet bij het neerslaan van opstanden waarbij veel mensen willekeurig zijn opgepakt en geëxecuteerd. Volgens het ambtsbericht zijn in die periode onder de verantwoordelijkheid van de Sarandoy duizenden mensen geëxecuteerd of tijdens foltering bezweken.
Uit het ambtsbericht van de minister van BuZa van 4 september 2002, over het functioneren van de politie in Afghanistan ten tijde van het communistische bewind (19781992) en de periode waarin verschillende Mudjahedin-fracties over het land regeerden (19921996), hebben afdelingen van de Afghaanse politie, genaamd Sarandoy, tussen 1978 en 1992, in nauwe samenwerking met de veiligheidsdiensten, systematisch en op grote schaal de mensenrechten geschonden. Door middel van folteringen werden bekentenissen afgedwongen en tijdens de politieverhoren zijn vele slachtoffers gevallen. De Sarandoy is ook ingezet bij het neerslaan van opstanden waarbij veel mensen willekeurig zijn opgepakt en geëxecuteerd. Volgens het ambtsbericht zijn in die periode onder de verantwoordelijkheid van de Sarandoy duizenden mensen geëxecuteerd of tijdens foltering bezweken.
Het ambtsbericht stelt dat de mensenrechtenschendingen door deze afdelingen in het algemeen bekend waren bij de Afghaanse bevolking. Van de medewerkers van de afdelingen mag derhalve worden verwacht dat zij op de hoogte zijn geweest van de mensenrechtenschendingen.
Het ambtsbericht stelt met betrekking tot de verantwoordelijkheidsvraag voor leidinggevenden het volgende:
Het ambtsbericht stelt met betrekking tot de verantwoordelijkheidsvraag
voor leidinggevenden het volgende:
• hoofd- en opperofficieren van de Kumandani-ye Umumi-ye Defa-yeInqelab zijn gedetailleerd op de hoogte geweest van mishandeling, foltering, verkrachting en moord en hebben er in veel gevallen zelf aan deelgenomen of het bevel ertoe gegeven;
• het is onmogelijk dat een hoofd- of opperofficier zijn functie binnen de Riasat-e-Makhsous kon uitvoeren zonder dat hij de gehanteerde methoden onderschreef en zelf uitvoerde of liet uitvoeren;
@ -4204,7 +4239,7 @@ Afgezien van boven genoemde groepen, heeft in Afghanistan een groot aantal groep
##### 6.5. Algehele veiligheidssituatie
Uit het algemeen ambtsbericht van maart 2009 blijkt dat de algehele veiligheidssituatie in heel Afghanistan onverminderd slecht is. Met name in het zuiden van Afghanistan komt willekeurig geweld veelvuldig voor.
Uit het algemeen ambtsbericht van juli 2010 blijkt dat de algehele veiligheidssituatie in heel Afghanistan onverminderd slecht is. Met name in het zuiden van Afghanistan komt willekeurig geweld veelvuldig voor.
Hoewel de veiligheidssituatie in Afghanistan nog steeds zorgelijk is, en in de afgelopen verslagperiode verder lijkt te zijn verslechterd, is in geen enkel (deel)gebied van Afghanistan sprake van een uitzonderlijke situatie. De veiligheidssituatie in Afghanistan is niet zodanig dat een burger die terugkeert naar Afghanistan, enkel vanwege zijn aanwezigheid aldaar een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM.