2004-10-15 | BWBR0004306 | Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen
This commit is contained in:
parent
ad07177179
commit
2709ffeee5
1 changed files with 20 additions and 34 deletions
|
|
@ -190,9 +190,9 @@ b. De beproevingen en het vaststellen van de restanthoeveelheden geschieden over
|
|||
|
||||
De bepalingen van het tweede en vierde lid zijn niet van toepassing op een schip gebouwd voor 1 juli 1986 en dat reizen maakt in een beperkt vaargebied tussen havens van staten die partij zijn bij het Verdrag, mits wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. een tank waarin zich vloeistoffen van categorie B of C of mengsels daarvan bevinden en welke dient te worden gewassen of geballast, moet worden voorgewassen overeenkomstig de Standards. Het waswater van deze voorwas moet aan een ontvangstvoorziening worden afgegeven;
|
||||
b. overig waswater of ballastwater uit een tank als bedoeld onder *a* dient aan een ontvangstvoorziening te worden afgegeven of in zee te worden geloosd overeenkomstig het bepaalde in artikel 5;
|
||||
c. binnen het beperkte vaargebied dienen de ontvangstvoorzieningen naar het oordeel van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie toereikend te zijn; en
|
||||
a. een tank waarin zich vloeistoffen van categorie B of C of mengsels daarvan bevinden en welke dient te worden gewassen of geballast, moet worden voorgewassen overeenkomstig de Standards. Het waswater van deze voorwas moet aan een havenontvangstvoorziening worden afgegeven;
|
||||
b. overig waswater of ballastwater uit een tank als bedoeld onder *a* dient aan een havenontvangstvoorziening te worden afgegeven of in zee te worden geloosd overeenkomstig het bepaalde in artikel 5;
|
||||
c. binnen het beperkte vaargebied dienen de havenontvangstvoorzieningen naar het oordeel van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie toereikend te zijn; en
|
||||
d. het beperkte vaargebied dient te zijn aangetekend op het certificaat als bedoeld in artikel 11.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
|
@ -200,7 +200,7 @@ d. het beperkte vaargebied dient te zijn aangetekend op het certificaat als bedo
|
|||
Voor een schip waarvan de bouw en de bedrijfsvoering zodanig zijn dat de ladingtanks niet worden gebruikt voor ballast en slechts dan worden gewassen indien dit nodig is voor reparatie of voor het droogzetten, kan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste, tweede, derde en vierde lid indien wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden:
|
||||
|
||||
a. het ontwerp, de bouw en de uitrusting zijn goedgekeurd, waarbij rekening is gehouden met de reizen welke het schip zal gaan maken;
|
||||
b. het waswater van een tank die wordt gewassen alvorens een reparatie wordt uitgevoerd of alvorens het schip wordt drooggezet, aan een ontvangstvoorziening wordt afgegeven;
|
||||
b. het waswater van een tank die wordt gewassen alvorens een reparatie wordt uitgevoerd of alvorens het schip wordt drooggezet, aan een havenontvangstvoorziening wordt afgegeven;
|
||||
c. op het certificaat, bedoeld in artikel 11 is aangetekend:
|
||||
|
||||
1°. dat in elke ladingtank alleen een met name genoemde vloeistof mag worden vervoerd; en
|
||||
|
|
@ -221,29 +221,15 @@ c. met toestemming van Onze Minister, indien dit geschiedt met het doel bepaalde
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister wijst de havens aan, waarvan de beheerders zorg dienen te dragen voor voldoende voorzieningen welke geschikt zijn voor het in ontvangst nemen van restanten of mengsels die schadelijke vloeistoffen bevatten, overeenkomstig de behoeften van schepen die van die havens gebruik maken, voorzover deze stoffen aan boord overblijven als gevolg van de toepassing door die schepen van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5 en 8.
|
||||
|
||||
**2.** De beheerder van een ingevolge het eerste lid aangewezen haven wijst een zodanig aantal personen aan die over de in het eerste lid bedoelde voorzieningen beschikken, dat onnodig oponthoud voor de schepen bij afgifte van restanten of mengsels, die schadelijke stoffen bevatten, wordt voorkomen.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid kan slechts plaatsvinden indien de aan te wijzen persoon op grond van artikel 10.37, tweede lid, van de Wet milieubeheer bevoegd is tot het inzamelen, nuttig toepassen of verwijderen van de in het eerste lid bedoelde restanten of mengsels. Aan een aanwijzing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.
|
||||
|
||||
**4.** Het is een persoon die niet is aangewezen niet toegestaan om restanten of mengsels die schadelijke vloeistoffen bevatten van schepen, als bedoeld in het eerste lid, in ontvangst te nemen.
|
||||
|
||||
**5.** Havenbeheerders doen op deugdelijke wijze mededeling van de personen die zijn aangewezen. Zij dragen ervoor zorg dat van de kosten die in rekening worden gebracht aan het schip, dat restanten of mengsels die schadelijke vloeistoffen bevatten, afgeeft, op deugdelijke wijze mededeling wordt gedaan.
|
||||
|
||||
**6.** Havenbeheerders stellen regels ten aanzien van de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde schepen hun restanten of mengsels die schadelijke vloeistoffen bevatten, dienen af te geven, alsmede ten aanzien van de wijze waarop deze schepen van hun behoefte tot afgifte kennis dienen te geven. Van deze regels wordt op deugdelijke wijze mededeling gedaan.
|
||||
|
||||
**7.** De afgifte van restanten of mengsels die schadelijke vloeistoffen bevatten, afkomstig van schepen, als bedoeld in het eerste lid, mag in Nederland uitsluitend geschieden aan personen welke zijn aangewezen overeenkomstig het tweede lid.
|
||||
|
||||
**8.** Indien naar het oordeel van de kapitein van een schip als bedoeld in het eerste lid, in een haven de voorzieningen voor het in ontvangst nemen van restanten of mengsels die schadelijke vloeistoffen bevatten, ontoereikend zijn, dient hij zulks te melden aan de havenbeheerder en aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. Tevens dient daarvan aantekening te worden gemaakt in het ladingjournaal, bedoeld in artikel 9.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7A
|
||||
|
||||
**1.** De beheerders van losplaatsen, waar schepen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, schadelijke vloeistoffen lossen, dienen zodanige voorzieningen te treffen dat dergelijke schepen hun ladingtanks geheel kunnen leeglossen met in achtneming van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5A en 8 alsmede de Standards.
|
||||
**1.** De beheerders van losplaatsen gelegen in havens, die krachtens artikel 6 van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen zijn aangewezen, waar schepen schadelijke vloeistoffen lossen, treffen zodanige voorzieningen dat dergelijke schepen hun ladingtanks geheel kunnen leeglossen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5A en 8 alsmede de Standards.
|
||||
|
||||
**2.** Bij losplaatsen als bedoeld in het eerste lid moeten voorzieningen zijn getroffen om te voorkomen dat de inhoud van slangen of leidingen van de walinstallatie, welke gebruikt zijn voor het lossen van schadelijke vloeistoffen, terugstroomt in het schip.
|
||||
**2.** Bij losplaatsen als bedoeld in het eerste lid worden voorzieningen getroffen om te voorkomen dat de inhoud van slangen of leidingen van de walinstallatie, welke gebruikt zijn voor het lossen van schadelijke vloeistoffen, terugstroomt in het schip.
|
||||
|
||||
**3.** Indien naar het oordeel van de kapitein van een schip als bedoeld in artikel 7, eerste lid, bij losplaatsen de voorzieningen als bedoeld in dit artikel, ontoereikend zijn, dient hij zulks te melden aan de havenbeheerder en aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie.
|
||||
**3.** Indien naar het oordeel van de kapitein van een schip als bedoeld in het eerste lid, of zijn vertegenwoordiger, bij losplaatsen de voorzieningen als bedoeld in dit artikel, ontoereikend zijn, kan hij zulks melden aan de havenbeheerder. Artikel 8, tweede tot en met vierde lid, van het Besluit havenontvangstvoorzieningen is van overeenkomstige toepassing op de afwikkeling van de melding.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -261,10 +247,10 @@ a. behoudens het bepaalde onder *b* dient een tank, waaruit de lading is gelost,
|
|||
b. de kapitein van een schip kan de bevoegde autoriteit van de plaats waar het schip de lading lost, verzoeken te worden ontheven van het bepaalde onder *a*, indien wordt voldaan aan het navolgende:
|
||||
|
||||
1°. de tank, die is leeg gelost, wordt opnieuw geladen met dezelfde vloeistof of met een vloeistof die verenigbaar is met de vorige en de uitgeloste tank wordt niet gewassen of geballast alvorens deze opnieuw wordt beladen; of
|
||||
2°. de tank, die is leeg gelost, wordt op zee niet gewassen of geballast en aan de voorschriften van het derde en het vierde lid wordt voldaan in een volgende haven, voor welke haven schriftelijk is bevestigd dat voldoende ontvangstvoorzieningen voor dat doel aanwezig zijn; of
|
||||
2°. de tank, die is leeg gelost, wordt op zee niet gewassen of geballast en aan de voorschriften van het derde en het vierde lid wordt voldaan in een volgende haven, voor welke haven schriftelijk is bevestigd dat voldoende havenontvangstvoorzieningen voor dat doel aanwezig zijn; of
|
||||
3°. de ladingrestanten in een tank worden verwijderd door middel van een methode van ventilatie als bedoeld in de Standards.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een tank wordt gewassen overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid, onder *a*, dient het aldus ontstane waswater te worden afgegeven aan een ontvangstvoorziening totdat de concentratie van de vloeistof in het af te geven mengsel is gedaald tot of onder de waarde zoals wordt aangegeven door Onze Minister en vervolgens totdat de tank is leeg gemaakt. De concentratie dient te worden gemeten aan de hand van een monster dat genomen wordt door de daartoe ter plaatse bevoegde autoriteit nabij de losaansluiting van het schip. Van deze handelingen dient aantekening te worden gehouden in het ladingjournaal, bedoeld in artikel 9 en deze aantekening moet worden gewaarmerkt door de daartoe ter plaatse bevoegde autoriteit.
|
||||
**3.** Indien een tank wordt gewassen overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid, onder *a*, dient het aldus ontstane waswater te worden afgegeven aan een havenontvangstvoorziening totdat de concentratie van de vloeistof in het af te geven mengsel is gedaald tot of onder de waarde zoals wordt aangegeven door Onze Minister en vervolgens totdat de tank is leeg gemaakt. De concentratie dient te worden gemeten aan de hand van een monster dat genomen wordt door de daartoe ter plaatse bevoegde autoriteit nabij de losaansluiting van het schip. Van deze handelingen dient aantekening te worden gehouden in het ladingjournaal, bedoeld in artikel 9 en deze aantekening moet worden gewaarmerkt door de daartoe ter plaatse bevoegde autoriteit.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -275,7 +261,7 @@ b. de daartoe bevoegde autoriteit bevestigt in het ladingjournaal:
|
|||
|
||||
1°. dat de tank en de daarbij behorende pompen en pijpleidingen zijn leeggemaakt; en
|
||||
2°. dat de voorwas van de tank, bedoeld onder *a*, is uitgevoerd; en
|
||||
3°. dat het aldus ontstane waswater is afgegeven aan een ontvangstvoorziening totdat de tank leeg is.
|
||||
3°. dat het aldus ontstane waswater is afgegeven aan een havenontvangstvoorziening totdat de tank leeg is.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -283,14 +269,14 @@ Bepalingen voor categorie B en C vloeistoffen, buiten een bijzonder gebied
|
|||
|
||||
Buiten een bijzonder gebied zijn met betrekking tot een vloeistof van categorie B of C de navolgende bepalingen van toepassing:
|
||||
|
||||
a. behoudens het bepaalde onder *b*, dient een tank waaruit de lading is gelost te worden voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards voordat het schip uit de loshaven vertrekt en het waswater dient te worden afgegeven aan een ontvangstvoorziening in de loshaven, wanneer:
|
||||
a. behoudens het bepaalde onder *b*, dient een tank waaruit de lading is gelost te worden voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards voordat het schip uit de loshaven vertrekt en het waswater dient te worden afgegeven aan een havenontvangstvoorziening in de loshaven, wanneer:
|
||||
|
||||
1°. de geloste vloeistof zodanige eigenschappen heeft dat de hoeveelheid van het in de tank achterblijvende restant na het lossen van de tank overeenkomstig de Standards, groter is dan 1 m^3 of 1/3000ste van de tankinhoud, welke van de twee de grootste is, indien het een vloeistof van categorie B betreft, of groter is dan 3 m^3 of 1/1000ste van de tankinhoud, welke van de twee de grootste is, indien het een vloeistof van categorie C betreft; of
|
||||
2°. het lossen niet is uitgevoerd overeenkomstig de Standards tenzij zodanige maatregelen zijn genomen, dat, ten genoegen van de ter plaatse bevoegde autoriteit, de restanten zodanig worden verwijderd dat de achterblijvende hoeveelheid niet groter is dan die, bedoeld in artikel 5A, eerste, tweede, derde of vierde lid, al naar gelang van toepassing;
|
||||
b. de kapitein van een schip kan de bevoegde autoriteit van de plaats waar het schip de lading lost, verzoeken te worden ontheven van het bepaalde onder *a*, indien wordt voldaan aan het navolgende:
|
||||
|
||||
1°. de tank, die is leeg gelost, wordt opnieuw geladen met dezelfde vloeistof of met een vloeistof die verenigbaar met de vorige en de uitgeloste tank wordt niet gewassen of geballast alvorens deze opnieuw wordt beladen; of
|
||||
2°. de tank, die is leeg gelost, wordt op zee niet gewassen of geballast en de tank wordt voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards en het waswater wordt afgegeven aan een ontvangstvoorziening in een andere haven, voor welke haven schriftelijk is bevestigd dat voldoende ontvangstvoorzieningen voor dat doel aanwezig zijn; of
|
||||
2°. de tank, die is leeg gelost, wordt op zee niet gewassen of geballast en de tank wordt voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards en het waswater wordt afgegeven aan een havenontvangstvoorziening in een andere haven, voor welke haven schriftelijk is bevestigd dat voldoende havenontvangstvoorzieningen voor dat doel aanwezig zijn; of
|
||||
3°. de ladingrestanten in een tank worden verwijderd door middel van een methode voor ventilatie als bedoeld in de Standards.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
|
@ -299,7 +285,7 @@ Bepalingen voor categorie B vloeistoffen, binnen een bijzonder gebied
|
|||
|
||||
Binnen een bijzonder gebied zijn met betrekking tot een vloeistof van categorie B de navolgende bepalingen van toepassing:
|
||||
|
||||
a. behoudens het bepaalde onder *b* en *c*, dient een tank waaruit de lading is gelost te worden voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards voordat het schip uit de loshaven vertrekt en het waswater dient te worden afgegeven aan een ontvangstvoorziening in de loshaven;
|
||||
a. behoudens het bepaalde onder *b* en *c*, dient een tank waaruit de lading is gelost te worden voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards voordat het schip uit de loshaven vertrekt en het waswater dient te worden afgegeven aan een havenontvangstvoorziening in de loshaven;
|
||||
b. het bepaalde onder *a* is niet van toepassing indien wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden:
|
||||
|
||||
1°. de geloste vloeistof heeft zodanige eigenschappen dat de hoeveelheid van het in de tank achterblijvende restant na het lossen van de tank overeenkomstig de Standards, niet groter is dan 1 m^3 of 1/3000ste van de tankinhoud, welke van de twee de grootste is en het restant wordt aan boord gehouden voor lozing in zee buiten een bijzonder gebied overeenkomstig het bepaalde van artikel 5, derde lid; en
|
||||
|
|
@ -307,7 +293,7 @@ b. het bepaalde onder *a* is niet van toepassing indien wordt voldaan aan alle o
|
|||
c. de kapitein van een schip kan de bevoegde autoriteit van de plaats waar het schip de lading lost, verzoeken te worden ontheven van het bepaalde onder *a*, indien wordt voldaan aan het navolgende:
|
||||
|
||||
1°. de tank, die is leeg gelost, wordt opnieuw geladen met dezelfde vloeistof of met een vloeistof die verenigbaar is met de vorige en de uitgeloste tank wordt niet gewassen of geballast alvorens deze opnieuw wordt beladen; of
|
||||
2°. de tank, die is leeg gelost, wordt op zee niet gewassen of geballast en de tank wordt voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards en het waswater wordt afgegeven aan een ontvangstvoorziening in een andere haven, voor welke haven schriftelijk is bevestigd dat voldoende ontvangstvoorzieningen voor dat doel aanwezig zijn; of
|
||||
2°. de tank, die is leeg gelost, wordt op zee niet gewassen of geballast en de tank wordt voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards en het waswater wordt afgegeven aan een havenontvangstvoorziening in een andere haven, voor welke haven schriftelijk is bevestigd dat voldoende havenontvangstvoorzieningen voor dat doel aanwezig zijn; of
|
||||
3°. de ladingrestanten in een tank worden verwijderd door middel van een methode van ventilatie als bedoeld in de Standards.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
|
@ -316,7 +302,7 @@ Bepalingen voor categorie C vloeistoffen, binnen een bijzonder gebied
|
|||
|
||||
Binnen een bijzonder gebied zijn met betrekking tot een vloeistof van categorie C de navolgende bepalingen van toepassing:
|
||||
|
||||
a. behoudens het bepaalde onder *b* en *c*, dient een tank waaruit de lading is gelost te worden voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards voordat het schip de loshaven verlaat en het waswater dient te worden afgegeven aan een ontvangstvoorziening in de loshaven, wanneer:
|
||||
a. behoudens het bepaalde onder *b* en *c*, dient een tank waaruit de lading is gelost te worden voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards voordat het schip de loshaven verlaat en het waswater dient te worden afgegeven aan een havenontvangstvoorziening in de loshaven, wanneer:
|
||||
|
||||
1°. de geloste vloeistof zodanige eigenschappen heeft dat de hoeveelheid van het in de tank achterblijvende restant na het lossen van de tank overeenkomstig de Standards, groter is dan 1 m^3 of 1/3000ste van de tankinhoud, welke van de twee de grootste is; of
|
||||
2°. het lossen niet is uitgevoerd overeenkomstig de Standards tenzij zodanige maatregelen zijn genomen dat, ten genoegen van de ter plaatse bevoegde autoriteit, de restanten zodanig worden verwijderd dat de achterblijvende hoeveelheid niet groter is dan die, bedoeld in artikel 5A, derde of vierde lid, al naar gelang van toepassing;
|
||||
|
|
@ -327,20 +313,20 @@ b. het bepaalde onder *a* is niet van toepassing indien wordt voldaan aan alle o
|
|||
c. de kapitein van een schip kan de bevoegde autoriteit van de plaats waar het schip de lading lost, verzoeken te worden ontheven van het bepaalde onder *a*, indien wordt voldaan aan het navolgende:
|
||||
|
||||
1°. de tank, die is leeg gelost, wordt opnieuw geladen met dezelfde vloeistof of met een vloeistof die verenigbaar is met de vorige en de uitgeloste tank wordt niet gewassen of geballast alvorens deze opnieuw wordt beladen; of
|
||||
2°. de tank, die is leeg gelost, wordt op zee niet gewassen of geballast en de tank wordt voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards en het waswater wordt afgegeven aan een ontvangstvoorziening in een andere haven, voor welke haven schriftelijk is bevestigd dat voldoende ontvangstvoorzieningen voor dat doel aanwezig zijn; of
|
||||
2°. de tank, die is leeg gelost, wordt op zee niet gewassen of geballast en de tank wordt voorgewassen volgens een methode als bedoeld in de Standards en het waswater wordt afgegeven aan een havenontvangstvoorziening in een andere haven, voor welke haven schriftelijk is bevestigd dat voldoende havenontvangstvoorzieningen voor dat doel aanwezig zijn; of
|
||||
3°. de ladingrestanten in een tank worden verwijderd door middel van een methode van ventilatie als bedoeld in de Standards.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
Bepalingen voor categorie D vloeistoffen, zowel binnen als buiten een bijzonder gebied
|
||||
|
||||
De ladingrestanten van een tank die een vloeistof van categorie D heeft bevat en die achterblijven nadat de tank is leeg gelost, dienen te worden verdund en in zee geloosd overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, vijfde lid, of door middel van het wassen van een tank te worden verwijderd en afgegeven aan een ontvangstvoorziening.
|
||||
De ladingrestanten van een tank die een vloeistof van categorie D heeft bevat en die achterblijven nadat de tank is leeg gelost, dienen te worden verdund en in zee geloosd overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, vijfde lid, of door middel van het wassen van een tank te worden verwijderd en afgegeven aan een havenontvangstvoorziening.
|
||||
|
||||
**9.**
|
||||
|
||||
Ladingrestanten in sloptanks
|
||||
|
||||
Alle ladingrestanten die aan boord worden gehouden in een sloptank, inbegrepen de restanten van de vullings van de ladingpompkamer, dienen te worden afgegeven aan een ontvangstvoorziening:
|
||||
Alle ladingrestanten die aan boord worden gehouden in een sloptank, inbegrepen de restanten van de vullings van de ladingpompkamer, dienen te worden afgegeven aan een havenontvangstvoorziening:
|
||||
|
||||
a. overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, tweede lid, indien de restanten een vloeistof van categorie A bevatten; of
|
||||
b. binnen een bijzonder gebied overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, zesde of zevende lid, al naar gelang van toepassing indien de restanten een vloeistof van categorie A of B bevatten.
|
||||
|
|
@ -359,7 +345,7 @@ c. het lossen van lading;
|
|||
d. het schoonmaken van ladingtanks;
|
||||
e. het ballasten van ladingtanks;
|
||||
f. het ontballasten van ladingtanks;
|
||||
g. het afgeven van restanten aan ontvangstvoorzieningen; en
|
||||
g. het afgeven van restanten aan havenontvangstvoorzieningen; en
|
||||
h. het lozen in zee, of het ventileren van tanks, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.
|
||||
|
||||
**3.** Indien schadelijke vloeistoffen of mengsels die dergelijke vloeistoffen bevatten worden geloosd overeenkomstig het bepaalde in artikel 6, hetzij opzettelijk hetzij per ongeluk, dient melding in het ladingjournaal te worden gemaakt van de omstandigheden waaronder en de redenen waarom de lozing geschiedde.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue