diff --git a/wet/wet-op-het-financieel-toezicht/BWBR0020368/README.md b/wet/wet-op-het-financieel-toezicht/BWBR0020368/README.md index 7c7efc0c340..273fad702f0 100644 --- a/wet/wet-op-het-financieel-toezicht/BWBR0020368/README.md +++ b/wet/wet-op-het-financieel-toezicht/BWBR0020368/README.md @@ -2353,6 +2353,38 @@ b. alle actuele regelgeving, administratieve procedures en overige informatie di **3.** In afwijking van het eerste lid is voor beroepen tegen besluiten als bedoeld in het tweede lid, met uitzondering van besluiten tot het opleggen van een bestuurlijke boete, het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevoegd. +### Hoofdstuk 1.8. Beloningen van dagelijks beleidsbepalers bij steunmaatregelen + +### Artikel 1:112 + +**1.** + +Indien een financiële onderneming in verband met de stabiliteit van het financiële stelsel steun geniet of heeft genoten in de zin van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, worden de door die onderneming aan haar dagelijks beleidsbepalers over de periode, waarin steun wordt of is genoten, toe te kennen of uit te keren beloningen, alsmede de door die onderneming aan haar dagelijks beleidsbepalers over de periode, voorafgaande aan de steunverlening, toe te kennen of uit te keren beloningen, voor zover die beloningen op het tijdstip dat de steunverlening aanving, nog niet waren toegekend of uitgekeerd, van rechtswege: + +a. op een waarde van € 0 gesteld, voor zover het betreft het niet vaste deel van de beloning, waarvan de toekenning geheel of gedeeltelijk afhankelijk is gesteld van het bereiken van bepaalde doelen of van het zich voordoen van bepaalde omstandigheden; +b. op de waarde gesteld die zij hadden op het moment, onmiddellijk voorafgaand aan het van kracht worden van de steunmaatregel, voor zover het betreft de overige delen van de beloning, met dien verstande dat procentuele stijgingen van die overige delen van de beloning toegestaan blijven, voor zover die stijgingen eveneens gelden voor alle werknemers van de betrokken onderneming. + +**2.** Een financiële onderneming kent geen beloningen toe en keert geen beloningen uit in strijd met het eerste lid. + +**3.** Het orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de onderneming, ziet toe op de naleving van het tweede lid. + +**4.** Bedingen tussen een financiële onderneming en haar dagelijks beleidsbepalers, die in strijd zijn met de strekking van het eerste lid, zijn nietig. + +**5.** Indien de steun is verleend aan een groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of een tot zodanige groep behorende rechtspersoon of vennootschap, wordt de aan het hoofd van die groep staande groepsmaatschappij voor de toepassing van het eerste tot en met vierde lid aangemerkt als de in die leden bedoelde financiële onderneming. + +**6.** Indien de aan het hoofd van een groep als bedoeld in het vijfde lid staande groepsmaatschappij haar zetel buiten Nederland heeft, wordt in afwijking van het vijfde lid de binnen de groep hiërarchisch hoogste groepsmaatschappij met zetel in Nederland aangemerkt als de in het eerste tot en met vierde lid bedoelde financiële onderneming. + +### Artikel 1:113 + +**1.** + +Met steun aan een financiële onderneming wordt voor de toepassing van artikel 1:112, eerste lid, gelijkgesteld: + +a. een deelneming van de Staat der Nederlanden in verband met de stabiliteit van het financiële stelsel in die onderneming, of: +b. indien de financiële onderneming deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek: een deelneming van de Staat der Nederlanden in verband met de stabiliteit van het financiële stelsel in een andere tot die groep behorende groepsmaatschappij. + +**2.** De gelijkstelling, bedoeld in het eerste lid, eindigt zodra met de afbouw van de deelneming van de Staat der Nederlanden een aanvang is gemaakt en de eerste vervreemding van door de Staat der Nederlanden gehouden aandelen daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. + ## Titel 2. Deel Markttoegang Financiële Ondernemingen ### Hoofdstuk 2.1. Inleidende bepalingen