2022-10-25 | BWBR0037940 | Netcode elektriciteit
This commit is contained in:
parent
4b63c3b720
commit
27352bd84a
1 changed files with 19 additions and 18 deletions
|
|
@ -76,7 +76,7 @@ Met in deze code bedoelde materialen en/of producten worden gelijkgesteld materi
|
|||
|
||||
**8.** Indien op een aansluiting bestaande uit één verbinding artikel 2.6 of artikel 2.9 wordt toegepast, identificeert de netbeheerder het overdrachtspunt door het toekennen van een unieke EAN-code, onverminderd de verplichting om overeenkomstig het eerste lid aan de aansluiting als geheel een EAN-code toe te kennen.
|
||||
|
||||
**9.** De netbeheerder identificeert elke overeenkomstig artikel 2.16, tweede lid gemelde elektriciteitsproductie-eenheid of energieopslagfaciliteit met een unieke EAN-code en verstrekt deze desgevraagd aan de aangeslotene. De netbeheerder legt deze EAN-code vast in het register als bedoeld in paragraaf 13.4.
|
||||
**9.** De netbeheerder identificeert elke overeenkomstig artikel 2.16, tweede lid gemelde elektriciteitsproductie-eenheid of elektriciteitsopslageenheid met een unieke EAN-code en verstrekt deze desgevraagd aan de aangeslotene. De netbeheerder legt deze EAN-code vast in het register als bedoeld in paragraaf 13.4.
|
||||
|
||||
**10.** De netbeheerder identificeert desgevraagd een beoogde GCvO-installatie met een unieke EAN-code, verstrekt deze aan de aangeslotene en legt deze EAN-code vast in het register als bedoeld in paragraaf 13.4.
|
||||
|
||||
|
|
@ -207,24 +207,25 @@ f. de bedrijfsvoering.
|
|||
|
||||
**1.** De elektrische installaties bevatten geen bedrijfsmiddelen die tot invoeding in het net van de netbeheerder kunnen leiden, tenzij aan de aanvullende voorwaarden voor elektriciteitsproductie-eenheden zoals opgenomen in hoofdstuk 3 wordt voldaan.
|
||||
|
||||
**2.** De aangeslotene stelt de netbeheerder tijdig op de hoogte van zijn voornemen tot het plaatsen of wijzigen van een elektriciteitsproductie-eenheid of een energieopslagfaciliteit, opdat de netbeheerder eventueel noodzakelijke wijzigingen in het net kan doorvoeren.
|
||||
**2.** De aangeslotene stelt de netbeheerder tijdig op de hoogte van zijn voornemen tot het plaatsen of wijzigen van een elektriciteitsproductie-eenheid of een elektriciteitsopslageenheid, opdat de netbeheerder eventueel noodzakelijke wijzigingen in het net kan doorvoeren.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien het bedrijfsmiddel dat tot invoeding in het net van de netbeheerder kan leiden, als bedoeld in het eerste lid, een energieopslagfaciliteit betreft:
|
||||
Indien het bedrijfsmiddel dat tot invoeding in het net van de netbeheerder kan leiden, als bedoeld in het eerste lid, een elektriciteitsopslageenheid betreft:
|
||||
|
||||
a. zijn aansluitvoorwaarden zoals verwoord in Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) en de daarbij behorende onderdelen van hoofdstuk 3 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
1°. een synchroon gekoppelde energieopslagfaciliteit voldoet aan de voorwaarden zoals verwoord in Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) artikel 13 tot en met 19, artikel 40, artikel 42 tot en met 46 en artikel 51 tot en met 53;
|
||||
2°. een niet-synchroon gekoppelde energieopslagfaciliteit voldoet aan de voorwaarden zoals verwoord in Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) artikel 13 tot en met 16, artikel 20 tot en met 22, artikel 40, artikel 42, artikel 43, artikel 47 tot en met 49 en artikel 54 tot en met 56;
|
||||
3°. een energieopslagfaciliteit met een maximaal te leveren werkzaam vermogen groter dan of gelijk aan 0,8 kW en kleiner dan 1 MW voldoet aan de bepalingen die van toepassing zijn op een elektriciteitsproductie-eenheid van het type A;
|
||||
4°. een energieopslagfaciliteit met een maximaal te leveren werkzaam vermogen groter dan of gelijk aan 1 MW en kleiner dan 50 MW voldoet aan de bepalingen die van toepassing zijn op een elektriciteitsproductie-eenheid van het type B;
|
||||
5°. een energieopslagfaciliteit met een maximaal te leveren werkzaam vermogen groter dan of gelijk aan 50 MW en kleiner dan 60 MW voldoet aan de bepalingen die van toepassing zijn op een elektriciteitsproductie-eenheid van het type C;
|
||||
6°. een energieopslagfaciliteit met een maximaal te leveren werkzaam vermogen groter dan of gelijk aan 60 MW voldoet aan de bepalingen die van toepassing zijn op een elektriciteitsproductie-eenheid van het type D;
|
||||
b. beschikt de energieopslagfaciliteit over de mogelijkheid tot het automatisch overschakelen van de opslagmodus naar de opwekkingsmodus als bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER), alsmede over de mogelijkheid tot automatisch ontkoppelen als bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel b, van de Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER);
|
||||
c. zijn de relevante artikelen van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) en paragraaf 4.2 van overeenkomstige toepassing indien de energieopslagfaciliteit vraagsturing levert aan een netbeheerder;
|
||||
d. zijn voor de gegevensuitwisseling tussen de aangeslotene die beschikt over een energieopslagfaciliteit en de netbeheerder de artikelen 13.1, 13.11 en 13.21 of 13.2, 13.12 en 13.22 van overeenkomstige toepassing;
|
||||
e. zijn voor de gegevensuitwisseling tussen de aangeslotene die beschikt over een energieopslagfaciliteit en de netbeheerder tevens de artikelen 13.3, 13.13 en 13.23 of 13.4, 13.14 en 13.24 van overeenkomstige toepassing indien de energieopslagfaciliteit vraagsturing levert aan een netbeheerder.
|
||||
1°. een synchroon gekoppelde elektriciteitsopslageenheid voldoet aan de voorwaarden zoals verwoord in Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) artikel 13 tot en met 19, artikel 40, artikel 42 tot en met 46 en artikel 51 tot en met 53;
|
||||
2°. een niet-synchroon gekoppelde elektriciteitsopslageenheid voldoet aan de voorwaarden zoals verwoord in Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) artikel 13 tot en met 16, artikel 20 tot en met 22, artikel 40, artikel 42, artikel 43, artikel 47 tot en met 49 en artikel 54 tot en met 56;
|
||||
3°. een elektriciteitsopslageenheid met een maximaal te leveren werkzaam vermogen groter dan of gelijk aan 0,8 kW en kleiner dan 1 MW voldoet aan de bepalingen die van toepassing zijn op een elektriciteitsproductie-eenheid van het type A;
|
||||
4°. een elektriciteitsopslageenheid met een maximaal te leveren werkzaam vermogen groter dan of gelijk aan 1 MW en kleiner dan 50 MW voldoet aan de bepalingen die van toepassing zijn op een elektriciteitsproductie-eenheid van het type B alsmede aan de voorwaarden zoals verwoord in artikel 15, zesde lid, onderdeel e, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) en artikel 3.24, vijftiende lid;
|
||||
5°. een elektriciteitsopslageenheid met een maximaal te leveren werkzaam vermogen groter dan of gelijk aan 50 MW en kleiner dan 60 MW voldoet aan de bepalingen die van toepassing zijn op een elektriciteitsproductie-eenheid van het type C;
|
||||
6°. een elektriciteitsopslageenheid met een maximaal te leveren werkzaam vermogen groter dan of gelijk aan 60 MW voldoet aan de bepalingen die van toepassing zijn op een elektriciteitsproductie-eenheid van het type D;
|
||||
b. beschikt de elektriciteitsopslageenheid over de mogelijkheid tot het automatisch overschakelen van de opslagmodus naar de opwekkingsmodus als bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER), alsmede over de mogelijkheid tot automatisch ontkoppelen als bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel b, van de Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER);
|
||||
c. zijn de relevante artikelen van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) en paragraaf 4.2 van overeenkomstige toepassing indien de elektriciteitsopslageenheid vraagsturing levert aan een netbeheerder;
|
||||
d. zijn voor de gegevensuitwisseling tussen de aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsopslageenheid en de netbeheerder de artikelen 13.1, 13.11 en 13.21 of 13.2, 13.12 en 13.22 van overeenkomstige toepassing;
|
||||
e. zijn voor de gegevensuitwisseling tussen de aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsopslageenheid en de netbeheerder tevens de artikelen 13.3, 13.13 en 13.23 of 13.4, 13.14 en 13.24 van overeenkomstige toepassing indien de elektriciteitsopslageenheid vraagsturing levert aan een netbeheerder;
|
||||
f. geldt in afwijking van onderdeel a voor elektriciteitsopslageenheden groter dan 0.8 kW dat voor de gelimiteerde frequentiegevoelige modus – onderfrequentie (LFSM-U) – in zowel de opslag- als in de opwekkingsmodus de statiek ingesteld is op 1%.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.17
|
||||
|
||||
|
|
@ -1131,7 +1132,7 @@ a. de spanningsparameters:
|
|||
4°. U_rec2 is 0,85 pu;
|
||||
b. de tijdsparameters:
|
||||
|
||||
1°. t_clear is 0,25 s;
|
||||
1°. t_clear is 0,15 s;
|
||||
2°. t_rec1 is 0,3 s;
|
||||
3°. t_rec2 is t_rec1;
|
||||
4°. t_rec3 is 1,5 s.
|
||||
|
|
@ -1153,7 +1154,7 @@ b. de tijdsparameters:
|
|||
3°. t_rec2 is t_rec1;
|
||||
4°. t_rec3 is 3,0 s.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de elektriciteitsproductie-eenheid redelijkerwijs niet aan de parameter t_clear van de fault-ride-through curve kan voldoen, wordt in overleg tussen de aangeslotene en de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, rekening houdend met de kritische kortsluittijd, de waarde van t_clearvastgesteld en gespecificeerd. Deze waarde wordt opgenomen in de aansluit- en transportovereenkomst.
|
||||
**4.** De beveiliging van de elektriciteitsproductie-eenheid, in relatie tot de fault-ride-through-capaciteit, wordt dusdanig ingesteld dat de elektriciteitsproductie-eenheid zo lang mogelijk aan het net gekoppeld blijft.
|
||||
|
||||
**5.** De fault-ride-through-capaciteit in het geval van asymmetrische storingen, als bedoeld in artikel 16, derde lid, onderdeel c, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), is identiek aan de fault-ride-through bij symmetrische storingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1398,7 +1399,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 4.10
|
||||
|
||||
**1.** De bandbreedte van de dode band, als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel d, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), is 0,2 Hz hoger en lager ten opzichte van de nominale systeemfrequentie.
|
||||
**1.** De bandbreedte van de dode band, als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel d, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), is 0,2 Hz hoger en lager ten opzichte van de nominale systeemfrequentie. In afwijking hiervan is de bandbreedte van de dode band voor een vraagsturing leverende verbruikseenheid 0 Hz, indien een aangeslotene, of een BSP met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet contractuele afspraken heeft gemaakt over het leveren van FCR door middel van de desbetreffende verbruikseenheid.
|
||||
|
||||
**2.** De maximale frequentie-afwijking van de nominale waarde van 50,0 Hz, als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel e, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), is 1,0 Hz voor lage frequenties en 1,5 Hz voor hoge frequenties.
|
||||
|
||||
|
|
@ -5045,7 +5046,7 @@ a. de operationele signalen, waaronder ten minste:
|
|||
2°. de wisselspannings- en gelijkspanningsmetingen;
|
||||
3°. de wisselstroom- en gelijkstroommetingen;
|
||||
4°. de metingen van het werkzaam en het blindvermogen aan de wisselstroomzijde;
|
||||
5°. de metingen van het DC-vermogen;
|
||||
5°. de metingen van het gelijkstroomvermogen aan de gelijkstroomzijde;
|
||||
6°. de bedrijfsvoering op het niveau van HVDC-convertoreenheden in een HVDC-convertor van het multi-pooltype;
|
||||
7°. de status van de elementen en de topologie;
|
||||
8°. het bereik van het werkzaam vermogen in FSM, LFSM-O en LFSM-U;
|
||||
|
|
@ -5281,7 +5282,7 @@ Tenzij sprake is van de situatie zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid van de V
|
|||
a. die voor 9 september 2021 op het net zijn aangesloten, of
|
||||
b. waarvan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-installatie voor 9 september 2021 een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de elektriciteitsproductie-installatie binnen een tijdsbestek van twee jaar na het sluiten van het contract.
|
||||
|
||||
**15.**
|
||||
**16.**
|
||||
|
||||
Tenzij sprake is van de situatie zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), is artikel 3.13, tweede lid, niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden:
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue