From 2745b5dba922baf7d35e07e19b8673c6f17b889e Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 15 May 2006 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2006-05-15 | BWBR0012791 | Besluit DNA-onderzoek in strafzaken --- .../BWBR0012791/README.md | 36 ++++++++++--------- 1 file changed, 20 insertions(+), 16 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-dna-onderzoek-in-strafzaken/BWBR0012791/README.md b/amvb/besluit-dna-onderzoek-in-strafzaken/BWBR0012791/README.md index ffe8d8a61b9..055f7738bd2 100644 --- a/amvb/besluit-dna-onderzoek-in-strafzaken/BWBR0012791/README.md +++ b/amvb/besluit-dna-onderzoek-in-strafzaken/BWBR0012791/README.md @@ -17,7 +17,7 @@ citeertitel: Besluit DNA-onderzoek in strafzaken In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. de wet: het Wetboek van Strafvordering; -b. een DNA-onderzoek: een onderzoek als bedoeld in artikel 151a, eerste lid, eerste volzin, vierde lid, eerste volzin, 151b, eerste volzin, 195a, eerste lid, eerste volzin, 195b, eerste lid, eerste volzin, of 195d, eerste lid, van de wet dan wel artikel 2, derde lid, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden; +b. een DNA-onderzoek: een onderzoek als bedoeld in artikel 151a, eerste lid, eerste volzin, of vierde lid, eerste volzin, 151b, eerste volzin, 195a, eerste lid, eerste volzin, 195b, eerste lid, eerste volzin, of 195d, eerste lid, van de wet dan wel artikel 2, derde lid, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden; c. de DNA-databank: de DNA-databank voor strafzaken, bedoeld in artikel 14, eerste lid; d. Onze Minister: Onze Minister van Justitie; e. opsporingsambtenaar: een ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Politiewet 1993, een ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van die wet, voorzover deze is aangesteld voor de uitvoering van taken op het terrein van de technische recherche, of een militair van de Koninklijke marechaussee als bedoeld in artikel 141, onder c, van het Wetboek van Strafvordering; @@ -86,7 +86,7 @@ c. ervoor zorgt dat het celmateriaal, bedoeld onder b, zo spoedig mogelijk in ee **4.** Voorzover een voorwerp waarop vermoedelijk celmateriaal van de veroordeelde aanwezig is, in beslag is genomen, verricht de functionaris, bedoeld in artikel 1, onder d, van de Penitentiaire beginselenwet, artikel 1, onder g, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden of artikel 1, onder h, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, de handelingen, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid. -**5.** Artikel 4, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. +**5.** Artikel 4, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 6 @@ -162,7 +162,7 @@ De deskundige doet uiterlijk een week na dagtekening van het verslag: a. het verslag toekomen aan de officier van justitie onderscheidenlijk de rechter-commissaris, b. een afschrift van het verslag toekomen aan het instituut, alsmede het DNA-profiel dat uit het DNA-onderzoek is verkregen, en -c. een afschrift van het verslag toekomen aan de opsporingsambtenaar die betrokken is bij het DNA-onderzoek waarover de deskundige het verslag heeft opgesteld, met dien verstande dat dit afschrift geen DNA-profiel bevat. +c. een afschrift van het verslag toekomen aan de opsporingsambtenaar die betrokken is bij het opsporingsonderzoek of het gerechtelijk vooronderzoek in het kader waarvan het DNA-onderzoek is verricht waarover de deskundige het verslag heeft opgesteld, met dien verstande dat dit afschrift geen DNA-profiel bevat. **4.** @@ -213,15 +213,15 @@ b. het DNA-profiel dat is verkregen uit het celmateriaal, bedoeld in artikel 5, Het instituut legt in de DNA-databank het nummer van het identiteitszegel, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, vast, alsmede -a. het bijbehorende DNA-profiel van overleden slachtoffers van strafbare feiten, -b. het bijbehorende DNA-profiel dat is verkregen uit het celmateriaal, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van een onbekende persoon +a. het bijbehorende DNA-profiel van overleden slachtoffers van misdrijven als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wet, +b. het bijbehorende DNA-profiel dat is verkregen uit het celmateriaal, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van onbekende personen, c. het bijbehorende DNA-profiel van verdachten ter zake van misdrijven als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wet, d. het bijbehorende DNA-profiel van veroordeelden ter zake van misdrijven als omschreven in het zesde lid, dan wel e. het bijbehorende DNA-profiel van personen die hun straf of maatregel volledig hebben ondergaan ter zake van misdrijven als omschreven in het zesde lid en die schriftelijk hebben toegestemd in het afnemen van celmateriaal ten behoeve van het bepalen en verwerken van hun DNA-profiel. **5.** De directeur van het instituut kan de DNA-profielen die in de DNA-databank zijn vastgelegd, opnieuw bepalen indien de stand van de techniek dat noodzakelijk maakt. Hij kan tevens de in de DNA-databank vastgelegde DNA-profielen onderling vergelijken met het oog op het doel, bedoeld in het eerste lid, en leden van het openbaar ministerie en met rechtspraak belaste leden van de rechterlijke macht van de resultaten daarvan in kennis stellen. -**6.** Misdrijven als bedoeld in het vierde lid, onder d en e, zijn de misdrijven als omschreven in de artikelen 92 tot en met 95a, 108 tot en met 110, 115 tot en met 117, 121, 123, 124, 141, 157, 242 tot en met 247, 248a, 248b, 249, 250, eerste lid, onder 1°, en tweede lid, 250a, 252, tweede en derde lid, 256, 278, 281, eerste lid, onder 2°, 282, 282a, 285a, 285b, 287 tot en met 291, 293, 296, 300, eerste tot en met derde lid, 301, tweede en derde lid, 302 en 303, 312, 317, 385a, 385b, 385d, 395, tweede lid, onder 2° en 3°, en 396 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 118, 119, 120, onderdeel 1°, 122, 142, eerste en tweede lid, 143, eerste lid, en 159 van het Wetboek van Militair Strafrecht, artikel 5, tweede lid, van de Wet oorlogsstrafrecht en de artikelen 3, eerste lid, 4, eerste lid, onder a, b en f tot en met k, 5, eerste lid, onder a tot en met c, tweede lid, onder a, b, c, onderdelen 1° en 5°, en d, onderdeel 3°, derde lid, onder a tot en met e, vijfde lid, onder a tot en met c, j, m en o, en zesde lid, onder a, b en d, 6, eerste lid, onder a en c, tweede lid en derde lid, onder a en c, 7, tweede lid, onder a tot en met c, en 8, eerste lid en tweede lid, onder b, van de Wet internationale misdrijven. +**6.** Misdrijven als bedoeld in het vierde lid, onder d en e, zijn de misdrijven als omschreven in de artikelen 92 tot en met 95a, 108 tot en met 110, 115 tot en met 117, 121, 121a, 123, 123a, 124, 124a, 141, 157, 179, 242 tot en met 247, 248a, 248b, 249, 250, eerste lid, onder 1°, en tweede lid, 252, tweede en derde lid, 256, 273a, 278, 279, tweede lid, 281, eerste lid, onder 2°, 282, 282a, 285a, 285b, 287 tot en met 291, 293, 296, 300, eerste tot en met derde lid, 301, 302 en 303, 307, tweede lid, 312, 317, 385a, 385b, 385d, 395, tweede lid, onder 2° en 3°, en 396 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 118, 119, 120, onderdeel 1°, 122, 142, eerste en tweede lid, 143, eerste lid, en 159 van het Wetboek van Militair Strafrecht, artikel 5, tweede lid, van de Wet oorlogsstrafrecht, de artikelen 3, eerste lid, 4, eerste lid, onder a, b en f tot en met k, 5, eerste lid, onder a tot en met c, tweede lid, onder a, b, c, onderdelen 1° en 5°, en d, onderdeel 3°, derde lid, onder a tot en met e, vijfde lid, onder a tot en met c, j, m en o, en zesde lid, onder a, b en d, 6, eerste lid, onder a en c, tweede lid en derde lid, onder a en c, 7, tweede lid, onder a tot en met c, en 8, eerste lid en tweede lid, onder b, van de Wet internationale misdrijven, artikel 175, tweede en derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 122, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, voorzover dit artikel betrekking heeft op artikel 36, eerste lid, van die wet. ### Artikel 15 @@ -231,7 +231,7 @@ e. het bijbehorende DNA-profiel van personen die hun straf of maatregel volledig Het instituut verstrekt slechts gegevens uit de DNA-databank en het centrale register, bedoeld in artikel 6, eerste lid, aan: -a. de met vervolging belaste leden van de rechterlijke macht, voorzover zij deze nodig hebben voor de toepassing van het strafrecht, daarin begrepen de uitvoering van een verzoek om rechtshulp als bedoeld in artikel 552h van de wet, of voor de uitvoering van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden +a. de met vervolging belaste leden van de rechterlijke macht, voorzover zij deze nodig hebben voor de toepassing van het strafrecht, daarin begrepen de uitvoering van een verzoek om rechtshulp als bedoeld in artikel 552h van de wet, of voor de uitvoering van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden, b. de met rechtspraak belaste leden van de rechterlijke macht, voorzover zij deze nodig hebben voor de toepassing van het strafrecht, c. de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en c, en tweede lid van de Politiewet 1993, en de militairen van de Koninklijke marechaussee, bedoeld in artikel 141, onder c, van het Wetboek van Strafvordering, voorzover zij deze nodig hebben voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, d. het Korps landelijke politiediensten, bedoeld in artikel 38 van de Politiewet 1993, voorzover het deze nodig heeft voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, dan wel @@ -269,34 +269,38 @@ c. van het feit dat in meer van die strafzaken het DNA-profiel van een of meer d **2.** Het instituut vernietigt met het DNA-profiel, bedoeld in het eerste lid, tevens de daarbij behorende gegevens, bedoeld in artikel 6, het celmateriaal waaruit het DNA-profiel is verkregen, alsmede het afschrift van het verslag, bedoeld in artikel 10, derde lid, onder b. -**3.** Artikel 13, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. +**3.** In afwijking van het eerste lid bewaart het instituut het DNA-profiel indien dat profiel in een andere zaak overeenkomt met het DNA-profiel van een onbekende persoon en degene wiens DNA-profiel het betreft, in die zaak als verdachte is aangemerkt ter zake van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wet. + +**4.** Artikel 13, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 18 -**1.** Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een verdachte of veroordeelde dertig jaar na vastlegging in de DNA-databank indien de verdenking dan wel, in geval van een veroordeling, de veroordeling een misdrijf betreft waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar of meer is gesteld, dan wel achttien jaar na zijn overlijden. +**1.** Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een verdachte of veroordeelde dertig jaar na vastlegging in de DNA-databank indien de verdenking dan wel, in geval van een veroordeling, de veroordeling een misdrijf betreft waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar of meer is gesteld, dan wel twintig jaar na zijn overlijden. **2.** Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een verdachte of veroordeelde twintig jaar na vastlegging in de DNA-databank indien de verdenking dan wel, in geval van een veroordeling, de veroordeling een misdrijf betreft als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wet waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van minder dan ten hoogste zes jaar is gesteld, dan wel twaalf jaar na zijn overlijden. **3.** De termijn van dertig respectievelijk twintig jaar, genoemd in het eerste respectievelijk tweede lid, wordt op verzoek van het openbaar ministerie verlengd indien tegen de verdachte of veroordeelde wiens DNA-profiel in de DNA-databank is vastgelegd, een veroordeling wegens een ander misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wet. Vernietiging vindt in dat geval plaats uiterlijk twintig dan wel dertig jaar nadat deze veroordeling in kracht van gewijsde is gegaan, al naar gelang op het misdrijf naar de wettelijke omschrijving minder dan ten hoogste zes jaar dan wel ten hoogste zes jaar of meer gevangenisstraf is gesteld. -**4.** Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een persoon als bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder e, achttien jaar na vastlegging in de DNA-databank of zodra deze persoon het instuut heeft medegedeeld dat hij zijn toestemming tot het verwerken van zijn DNA-profiel heeft ingetrokken. +**4.** Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een persoon als bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder e, twintig jaar na vastlegging in de DNA-databank of zodra deze persoon het instuut heeft medegedeeld dat hij zijn toestemming tot het verwerken van zijn DNA-profiel heeft ingetrokken. **5.** Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een overleden slachtoffer: -a. achttien jaar na vastlegging in de DNA-databank indien het slachtoffer is overleden als gevolg van of is betrokken bij een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar of meer is gesteld, dan wel +a. twintig jaar na vastlegging in de DNA-databank indien het slachtoffer is overleden als gevolg van of is betrokken bij een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaar of meer is gesteld, dan wel b. twaalf jaar na vastlegging in de DNA-databank indien het slachtoffer is overleden als gevolg van of is betrokken bij een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, van de wet waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van minder dan ten hoogste zes jaar is gesteld. -**6.** Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een onbekende persoon overeenkomstig de termijnen, genoemd in het vijfde lid. +**6.** In afwijking van het vijfde lid bewaart het instituut het DNA-profiel van een overleden slachtoffer tachtig jaar indien het slachtoffer is overleden als gevolg van of is betrokken bij een misdrijf waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld. -**7.** De termijnen, genoemd in het vijfde lid, worden op verzoek van het openbaar ministerie met een bij dat verzoek aangegeven termijn verlengd, indien en voor zolang het recht tot strafvordering nog niet verjaard is. +**7.** Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een onbekende persoon overeenkomstig de termijnen, genoemd in het vijfde en zesde lid. -**8.** In afwijking van het vierde lid vernietigt het instituut het DNA-profiel van een onbekende persoon zodra is vastgesteld dat het DNA-profiel van een verdachte of veroordeelde overeenkomt met dat DNA-profiel, en het openbaar ministerie het instituut ervan in kennis heeft gesteld dat diens veroordeling in verband met dat strafbare feit in kracht van gewijsde is gegaan. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op het DNA-profiel van een overleden slachtoffer. Vernietiging van het DNA-profiel van de onbekende persoon of het overleden slachtoffer kan telkens tien jaar worden uitgesteld indien de verdachte of veroordeelde daartoe schriftelijk een verzoek heeft ingediend bij het openbaar ministerie. Het openbaar ministerie doet hem schriftelijk mededeling van de mogelijkheid een verzoek als bedoeld in de vorige zin in te dienen. +**8.** De termijnen, genoemd in het vijfde lid, worden op verzoek van het openbaar ministerie met een bij dat verzoek aangegeven termijn verlengd, indien en voor zolang het recht tot strafvordering nog niet verjaard is. -**9.** Het instituut vernietigt met het DNA-profiel, bedoeld in het eerste tot en met zesde lid en het achtste lid, tevens de daarbij behorende gegevens, bedoeld in artikel 6, het celmateriaal waaruit het DNA-profiel is verkregen, alsmede het afschrift van het verslag, bedoeld in artikel 10, derde lid, onder b. +**9.** In afwijking van het zevende lid vernietigt het instituut het DNA-profiel van een onbekende persoon zodra is vastgesteld dat het DNA-profiel van een verdachte of veroordeelde overeenkomt met dat DNA-profiel, en het openbaar ministerie het instituut ervan in kennis heeft gesteld dat diens veroordeling in verband met dat strafbare feit in kracht van gewijsde is gegaan of zich een omstandigheid als bedoeld in artikel 16, eerste lid, heeft voorgedaan en er geen sprake is van een veroordeling die in kracht van gewijsde is gegaan. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op het DNA-profiel van een overleden slachtoffer. Vernietiging van het DNA-profiel van de onbekende persoon of het overleden slachtoffer kan telkens tien jaar worden uitgesteld indien de verdachte of veroordeelde daartoe schriftelijk een verzoek heeft ingediend bij het openbaar ministerie. Het openbaar ministerie doet hem schriftelijk mededeling van de mogelijkheid een verzoek als bedoeld in de vorige zin in te dienen. -**10.** Artikel 13, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. +**10.** Het instituut vernietigt met het DNA-profiel, bedoeld in het eerste tot en met zevende lid en het negende lid, tevens de daarbij behorende gegevens, bedoeld in artikel 6, het celmateriaal waaruit het DNA-profiel is verkregen, alsmede het afschrift van het verslag, bedoeld in artikel 10, derde lid, onder b. + +**11.** Artikel 13, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Paragraaf 5. Slotbepalingen