2002-08-01 | BWBR0007512 | Loodsplichtbesluit 1995

This commit is contained in:
Coornhert 2002-08-01 12:00:00 +00:00
parent df92d6729c
commit 2748194189

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Loodsplichtbesluit 1995
bwb_id: BWBR0007512
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '1995-10-01'
datum_inwerkingtreding: '2002-08-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0007512
citeertitel: Loodsplichtbesluit 1995
---
@ -24,7 +24,27 @@ c. regionale autoriteit: de voor een regio of gedeelte daarvan door Onze Ministe
d. register: het Register loodsplicht kleine zeeschepen, bedoeld in artikel 6, eerste lid;
e. lengte: de lengte, zoals bepaald in artikel 1, onderdeel *n*, van de Meetbrievenwet 1981 en vermeld in een Internationale Meetbrief (1969) als bedoeld in artikel 1, onderdeel *i*, van die wet;
f. loodsplicht: de verplichting, bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11, onderdelen *a* en *b*, van de Scheepvaartverkeerswet;
g. zeeschepen met gevaarlijke lading: zeeschepen, gebouwd of geschikt gemaakt en gebezigd voor het vervoer van minerale olie, gas of chemicaliën in bulk, en geheel of gedeeltelijk daarmee geladen, dan wel leeg maar nog niet ontgast of ontdaan van hun gevaarlijke residuen.
g. zeeschepen met gevaarlijke lading: zeeschepen, gebouwd of geschikt gemaakt en gebezigd voor het vervoer van minerale olie, gas of chemicaliën in bulk, en geheel of gedeeltelijk daarmee geladen, dan wel leeg maar nog niet ontgast of ontdaan van hun gevaarlijke residuen;
h. Rijnschip: zeeschip dat is voorzien van een certificaat van onderzoek als bedoeld in bijlage B of van een speciaal certificaat als bedoeld in bijlage G van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995;
i. Denemarkenvaarder: zeeschip dat:
1°. een lengte heeft van minder dan 80 meter,
2°. een bruto inhoud heeft van minder dan 1600 ton, of een bruto tonnage van minder dan 1600 en een voortstuwingsvermogen van niet meer dan 1125 kW (1500 pk), en
3°. een certificaat van deugdelijkheid in de zin van het Schepenbesluit 1965 heeft dat slechts geldig is voor:
A. de vaart van het Vlie, langs de Nederlandse en Duitse waddeneilanden naar de monden van de Wezer, de Elbe en de Eider, door het Noord-Oostzeekanaal naar de Oostzee tot de lijn Stralsund-Trelleborg, alsmede door de Sont en de Belten naar het Kattegat tot de lijn Grenaa-Kullen, of
B. de vaart van de mond van de Westerschelde naar het zuiden langs de Nederlandse, Belgische en Franse kust tot Duinkerken;
j. binnen/buiten-schip: zeeschip dat:
1°. een lengte heeft van minder dan 110 meter,
2°. blijkens zijn constructie vergelijkbaar is met een binnenschip, en
3°. gebruikt wordt of zal worden gebruikt voor de vaart op de binnenwateren die niet zijn opgenomen in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet en in een beperkt vaargebied op zee, in het bijzonder de kustwateren;
k. lage kruiplijn-coaster: zeeschip dat:
1°. een lengte heeft van minder dan 110 meter, en
2°. een zodanige vorm of constructie heeft dat het geschikt is voor de vaart op niet-loodsplichtige binnenwateren en daarvoor wordt gebruikt of zal worden gebruikt;
l. breedte: de grootste breedte;
m. diepgang: de grootste diepgang.
**2.** Dit besluit is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een schip dat geen zeeschip is en degene die daarover de leiding heeft, indien dit schip zich op zee bevindt.
@ -61,58 +81,49 @@ uitsluitend indien er naar zijn oordeel sprake is van een situatie waarbij de we
**1.**
Onverminderd artikel 2, tweede lid, zijn de kapiteins van de navolgende categorieën van zeeschepen op de scheepvaartwegen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, vrijgesteld van de loodsplicht:
Onverminderd artikel 2, tweede lid, zijn de kapiteins van de navolgende categorieën zeeschepen vrijgesteld van de loodsplicht:
a. zeeschepen, met uitzondering van zeeschepen met gevaarlijke lading en samenstellen van zeeschepen, met een lengte tot en met 60 meter;
b. zeeschepen, gebouwd en ingericht als vissersvaartuig, tenzij zij tijdens de vaart op een scheepvaartweg voor een ander doel worden gebruikt;
c. vaartuigen gebouwd of ingericht voor het winnen of vervoeren van zand, baggerspecie of grind, tenzij zij tijdens de vaart op een scheepvaartweg voor een ander doel worden gebruikt;
d. loodsvaartuigen, die tijdens de vaart op een scheepvaartweg als zodanig worden gebruikt.
a. zeeschepen, gebouwd of ingericht als vissersvaartuig, tenzij zij tijdens de vaart op een scheepvaartweg voor een ander doel worden gebruikt;
b. vaartuigen, gebouwd en ingericht voor het winnen of vervoeren van zand, baggerspecie of grind, tenzij zij tijdens de vaart op een scheepvaartweg voor een ander doel worden gebruikt;
c. loodsvaartuigen die tijdens de vaart op een scheepvaartweg als zodanig worden gebruikt.
**2.**
Onverminderd artikel 2, tweede lid, zijn de kapiteins van de navolgende categorieën van zeeschepen op de aangegeven gedeelten van de scheepvaartwegen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, vrijgesteld van de loodsplicht:
Onverminderd artikel 2, tweede lid, zijn de kapiteins van de navolgende categorieën van zeeschepen op de navolgende scheepvaartwegen vrijgesteld van de loodsplicht:
a. zeeschepen, met uitzondering van zeeschepen met gevaarlijke lading, met een lengte tot en met 70 meter, indien zij bestemd zijn voor of vertrekkend zijn uit een haven of vanaf een ligplaats gelegen aan het Beerkanaal of het Calandkanaal, op het gedeelte van de scheepvaartweg tussen die haven of ligplaats en het gedeelte van de territoriale zee, bedoeld in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onderdeel A, punt III, nummer 1;
b. zeeschepen, met uitzondering van zeeschepen met gevaarlijke lading,
a. zeeschepen met een lengte tot en met 150 meter, of een breedte tot en met 25 meter, of een diepgang tot en met 7 meter, op de in de bijlage bij dit besluit, onder I., aangegeven scheepvaartwegen;
b. zeeschepen gebouwd en ingericht voor het vervoer van voertuigen en deze schepen gerekend vanaf de tanktop tot het bovenste dek, gebouwd en ingericht voor het vervoer van lading, meer dan drie dekken tellen, tenzij zij tijdens de vaart op een scheepvaartweg voor een ander doel worden gebruikt, met een lengte tot en met 120 meter, of een breedte tot en met 20 meter, of een diepgang tot en met 7 meter, op de in de bijlage bij dit besluit, onder I., aangegeven scheepvaartwegen;
c. zeeschepen met een lengte tot en met 90 meter, of een breedte tot en met 13 meter, of een diepgang tot en met 7 meter, op de in de bijlage bij dit besluit, onder II., aangegeven scheepvaartwegen;
d. zeeschepen met een lengte tot en met 90 meter, of een breedte tot en met 13 meter, of een diepgang tot en met 6 meter, op de in de bijlage bij dit besluit, onder III., aangegeven scheepvaartwegen;
e. zeeschepen met een lengte tot en met 90 meter, en een diepgang tot en met 7 meter voor zeeschepen met de zeehaven Het Nieuwe Diep te Den Helder als bestemming of vertrekpunt en een diepgang tot en met 5 meter voor zeeschepen met de Koopvaardersbinnenhaven te Den Helder als bestemming of vertrekpunt, op de in de bijlage bij dit besluit, onder IV., aangegeven scheepvaartwegen;
f. zeeschepen met een lengte tot en met 60 meter of een diepgang tot en met 4 meter, op de in de bijlage bij dit besluit, onder V., aangegeven scheepvaartwegen;
g. zeeschepen met een lengte tot en met 60 meter, of een diepgang tot en met 2,5 meter, op de in de bijlage bij dit besluit, onder VI., VII. en IX., aangegeven scheepvaartwegen;
h. zeeschepen met een lengte tot en met 70 meter, of een diepgang tot en met 6 meter, op de in de bijlage bij dit besluit, onder VIII., aangegeven scheepvaartwegen;
i. zeeschepen met een lengte tot en met 70 meter op de in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onderdeel A, punt II., aangegeven scheepvaartwegen;
j. zeeschepen met een lengte tot en met 70 meter op de in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onderdeel A, punt III., aangegeven scheepvaartwegen;
k. zeeschepen met een lengte tot en met 75 meter op de in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onderdeel A, punt IV., aangegeven scheepvaartwegen;
l. zeeschepen met een lengte tot en met 75 meter en een diepgang tot en met 5,5 meter op de in de bijlage bij dit besluit, onder XIII., aangegeven scheepvaartwegen.
1°. met een lengte tot en met 80 meter,
2°. een bruto inhoud van 750 ton of minder, of een bruto tonnage van minder dan 750, en
3°. een diepgang van 6,00 meter of minder,
**3.** Met zeeschepen, bedoeld in het tweede lid, worden gelijkgesteld samenstellen van zeeschepen, tenzij een van de samenstellende delen een grotere lengte, breedte of diepgang heeft dan de lengte, breedte of diepgang, bedoeld in het desbetreffende onderdeel van het tweede lid.
indien zij rechtstreeks komend van buitengaats uitsluitend het ankergebied Borkum-rede of het ankergebied op de rede Oude Westereems als bestemming hebben en, na voor anker te hebben gelegen, aansluitend buitengaats gaan, op het betreffende traject;
c. zeeschepen, die het gedeelte van de territoriale zee, bedoeld in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onderdeel A, punt III, nummer 1, bevaren, zonder dat dit geschiedt ten behoeve van het aanlopen of verlaten van een binnen Nederland gelegen haven of binnenwater, waartoe dat gedeelte van de territoriale zee toegang geeft;
d. zeeschepen, die het gedeelte van de territoriale zee, bedoeld in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onderdeel A, punt III, nummer 1, bevaren van of naar de plaats waar het loodsen eindigt of aanvangt.
**4.** Het tweede lid is niet van toepassing op zeeschepen met gevaarlijke lading.
**3.** Onverminderd artikel 2, tweede lid, zijn de kapiteins van zeeschepen vrijgesteld van loodsplicht op een scheepvaartweg, indien de kapitein of stuurman die als verkeersdeelnemer optreedt, in het bezit is van een verklaring van vrijstelling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit verklaringhouders Scheepvaartverkeerswet.
**5.**
Onverminderd artikel 2, tweede lid, zijn de kapiteins van de navolgende categorieën zeeschepen op de navolgende scheepvaartwegen vrijgesteld van de loodsplicht:
a. zeeschepen die de gedeelten van de territoriale zee, bedoeld in de bijlage van de Scheepvaartverkeerswet, onderdeel A, punt I., onder 1.; punt II., onder 1.; punt III., onder 1., en punt IV., onder 1. bevaren, zonder dat dit geschiedt ten behoeve van het aanlopen of verlaten van een binnen Nederland gelegen haven of binnenwater, waartoe dat gedeelte van de territoriale zee toegang geeft;
b. zeeschepen die het gedeelte van de territoriale zee, bedoeld in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onderdeel A, punt I., onder 1.; punt II., onder 1.; punt III., onder 1., en punt IV., onder 1., bevaren van of naar de plaats waar het loodsen eindigt of aanvangt.
**6.** Onverminderd artikel 2, tweede lid, zijn de kapiteins van zeeschepen vrijgesteld van de loodsplicht op een scheepvaartweg, indien de kapitein of stuurman die als verkeersdeelnemer optreedt, in het bezit is van een verklaring van vrijstelling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit verklaringhouders Scheepvaartverkeerswet.
### Artikel 5
**1.**
In dit artikel wordt verstaan onder:
a. Rijnschip: zeeschip dat is voorzien van een certificaat van onderzoek als bedoeld in bijlage B of van een speciaal certificaat als bedoeld in bijlage G van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995;
b. Denemarkenvaarder: zeeschip dat
1°. een lengte heeft van minder dan 80 meter,
2°. een bruto inhoud heeft van minder dan 1600 ton, of een bruto tonnage van minder dan 1600 en een voortstuwingsvermogen van niet meer dan 1125 kW (1500 pk), en
3°. een certificaat van deugdelijkheid in de zin van de Schepenwet heeft, dat slechts geldig is voor:
A. de vaart van het Vlie, langs de Nederlandse en Duitse waddeneilanden naar de monden van Wezer, Elbe en Eider, door het Noord-Oostzeekanaal naar de Oostzee tot de lijn Stralsund-Trelleborg, alsmede door de Sont en de Belten naar het Kattegat tot de lijn Grenaa-Kullen, of
B. de vaart van de mond van de Westerschelde naar het zuiden langs de Nederlandse, Belgische en Franse kust tot Duinkerken;
c. binnen/buiten-schip: zeeschip dat
1°. een lengte heeft van minder dan 110 meter,
2°. blijkens zijn constructie vergelijkbaar is met een binnenschip, en
3°. gebruikt wordt of zal worden gebruikt voor de vaart op binnenwateren die niet zijn opgenomen in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet en in een beperkt vaargebied op zee, in het bijzonder de kustwateren.
**2.** De kapitein van een Rijnschip is, indien het schip in het register is opgenomen, vrijgesteld van de loodsplicht op de scheepvaartwegen, gelegen tussen Rotterdam, ter hoogte van de Parkkade, en Hardinxveld-Giessendam, en tussen Dordrecht en Hardinxveld-Giessendam, alsmede op de scheepvaartwegen tussen de Oostelijke Handelskade te Amsterdam en de ingang van het Amsterdam-Rijnkanaal.
**3.** Onverminderd artikel 2, tweede lid, is de kapitein van een Denemarkenvaarder of een binnen/buiten-schip, indien het geen zeeschip met gevaarlijke lading betreft, vrijgesteld van de loodsplicht, indien het schip in het register is opgenomen, uitgezonderd op de in de bijlage bij dit besluit aangegeven scheepvaartwegen.
Onverminderd artikel 2, tweede lid, is de kapitein van een Rijnschip, een Denemarkenvaarder of een binnen/buiten-schip, indien het geen zeeschip met gevaarlijke lading betreft, vrijgesteld van de loodsplicht, indien het schip in het register is opgenomen, uitgezonderd op de in de bijlage bij dit besluit onder I., X., XI., XII. en XIII. aangegeven scheepvaartwegen.
### Artikel 6
**1.** Een zeeschip dat behoort tot een categorie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt, onder vermelding van de categorie waartoe het behoort, opgenomen in een daartoe bestemd openbaar register, genaamd Register loodsplicht kleine zeeschepen.
**1.** Een Rijnschip, een Denemarkenvaarder en een binnen/buiten-schip worden, onder vermelding van de categorie waartoe het behoort, opgenomen in een daartoe bestemd openbaar register, genaamd Register loodsplicht kleine zeeschepen.
**2.** Het register wordt bijgehouden door de algemene raad van de Nederlandse loodsencorporatie.
@ -126,7 +137,7 @@ Na opname in het register verstrekt de algemene raad van de Nederlandse loodsenc
Het register is voor een ieder kosteloos ter inzage. Uittreksels uit het register worden voorts verstrekt tegen een bij ministeriële regeling vast te stellen tarief, ter dekking van de daarmee verband houdende kosten.
**6.** De eigenaar of rompbevrachter van een in het register opgenomen schip is, indien het schip niet langer voldoet aan de in artikel 5, eerste lid, genoemde criteria, gehouden daarvan mededeling te doen aan de regionale autoriteit die op de aanvraag tot inschrijving van het schip heeft beslist. Indien deze bevoegde autoriteit op grond van deze informatie, dan wel ambtshalve, constateert dat niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden voor de opname van het schip in het register, doet hij daarvan mededeling aan de algemene raad van de Nederlandse loodsencorporatie. Deze draagt zorg voor onmiddellijke doorhaling van de inschrijving van het desbetreffende schip en doet daarvan mededeling aan de belanghebbende.
**6.** De eigenaar of rompbevrachter van een in het register opgenomen schip is, indien het schip niet langer voldoet aan de in artikel 1, onderdelen h, i, onderscheidenlijk j, genoemde criteria, gehouden daarvan mededeling te doen aan de regionale autoriteit die op de aanvraag tot inschrijving van het schip heeft beslist. Indien de regionale autoriteit op grond van deze informatie, dan wel ambtshalve, constateert dat niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden voor de opname van het schip in het register, doet hij daarvan mededeling aan de algemene raad van de Nederlandse loodsencorporatie. Deze draagt zorg voor onmiddellijke doorhaling van de inschrijving van het desbetreffende schip en doet daarvan mededeling aan de belanghebbende.
**7.** De eigenaar of rompbevrachter doet van andere dan de in het zesde lid bedoelde wijzigingen in de in het register ten aanzien van zijn schip opgenomen gegevens mededeling aan de algemene raad van de Nederlandse loodsencorporatie. Deze draagt zorg voor de aanpassing van de desbetreffende gegevens in het register.
@ -152,10 +163,83 @@ b. indien niet daadwerkelijk binnen een redelijke termijn in de loodsdienst kan
een en ander slechts onder de voorwaarde dat het bevaren van de scheepvaartweg of een gedeelte daarvan zonder gebruik te maken van de diensten van een loods naar zijn oordeel toelaatbaar is.
**2.** De bevoegde autoriteit kan de kapitein van een zeeschip op diens verzoek ontheffing van de loodsplicht verlenen indien het schip een verplaatsing maakt binnen een havenbekken voor zover daardoor naar het redelijk oordeel van de bevoegde autoriteit de veiligheid van het scheepvaartverkeer niet in gevaar komt.
**2.** De bevoegde autoriteit kan de kapitein van een zeeschip op diens verzoek ontheffing van de loodsplicht verlenen indien het schip een verplaatsing maakt binnen een havenbekken of een door de bevoegde autoriteit aangewezen havengebied voor zover daardoor naar het redelijk oordeel van de bevoegde autoriteit de veiligheid van het scheepvaartverkeer niet in gevaar komt.
**3.** Een ontheffing krachtens het eerste of tweede lid wordt gegeven en bevestigd op de wijze, bepaald in artikel 2, vierde lid, met dien verstande dat een ontheffing krachtens het tweede lid niet ter kennis gebracht behoeft te worden van de desbetreffende regionale loodsencorporatie.
### Artikel 8a
**1.** De bevoegde autoriteit kan, voor zover daardoor naar zijn oordeel de veiligheid van het scheepvaartverkeer niet in gevaar komt, de kapitein van een zeeschip, met uitzondering van een zeeschip met gevaarlijke lading, op een daartoe strekkende aanvraag ontheffing van de loodsplicht verlenen. De ontheffing kan worden verleend voor de vaart op de in de bijlage bij dit besluit, onder I., X., XI., XII. en XIII., genoemde scheepvaartwegen of gedeelten daarvan, indien het een Rijnschip, een Denemarkenvaarder, een binnen/buiten-schip, of een lage kruiplijn-coaster betreft, het desbetreffende schip is opgenomen in het register en degene die het schip als verkeersdeelnemer zal voeren, alsmede de overige bemanningsleden van het schip voldoen aan door de bevoegde autoriteit te stellen eisen met betrekking tot opleidings- en ervaringsniveau en beheersing van de Nederlandse of Engelse taal.
**2.** Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt verleend voor de daarbij aan te geven loodsplichtige scheepvaartwegen of gedeelten daarvan.
**3.** De ontheffing, bedoeld in het eerste lid, wordt bekendgemaakt aan de algemene raad van de Nederlandse loodsencorporatie. De algemene raad draagt zorg voor de inschrijving van het besluit in het register. Artikel 6, vijfde en zevende lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
**4.** De bevoegde autoriteit kan, indien de weersomstandigheden of omstandigheden met betrekking tot het schip, de opvarenden, de lading, de scheepvaart of de scheepvaartweg dit naar zijn oordeel vereisen, aan de ontheffing te verbinden voorschriften of beperkingen geven en bevestigen op de wijze, bepaald in artikel 2, vierde lid.
### Artikel 8b
**1.**
De bevoegde autoriteit kan de kapitein van een zeeschip, met uitzondering van een zeeschip met gevaarlijke lading, op een daartoe strekkende aanvraag ontheffing van de loodsplicht verlenen, indien het betreft:
a. zeeschepen met een lengte tot en met 110 meter, of een diepgang tot en met 7 meter, op de in de bijlage bij dit besluit, onder II., aangegeven scheepvaartwegen;
b. zeeschepen met een lengte tot en met 110 meter, of een diepgang tot en met 6 meter, op de in de bijlage bij dit besluit, onder III., aangegeven scheepvaartwegen;
c. zeeschepen met een lengte tot en met 110 meter, en een diepgang tot en met 7 meter voor zeeschepen met de zeehaven Het Nieuwe Diep te Den Helder als bestemming of vertrekpunt en een diepgang van ten hoogste 5 meter voor zeeschepen met de Koopvaardersbinnenhaven te Den Helder als bestemming of vertrekpunt, op de in de bijlage bij dit besluit, onder IV., aangegeven scheepvaartwegen;
d. zeeschepen met een lengte tot en met 90 meter, of een diepgang tot en met 4 meter, op de in de bijlage bij dit besluit, onder V., aangegeven scheepvaartwegen;
e. zeeschepen met een lengte tot en met 90 meter, of een diepgang tot en met 2,5 meter, op de in de bijlage bij dit besluit, onder VI., VII. en IX., aangegeven scheepvaartwegen;
f. zeeschepen met een lengte tot en met 90 meter, of een diepgang tot en met 6 meter, op de in de bijlage bij dit besluit, onder VIII., aangegeven scheepvaartwegen;
g. zeeschepen met een lengte tot en met 90 meter op de in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onderdeel A., punten II. en III., aangegeven scheepvaartwegen.
**2.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**3.**
De ontheffingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen worden verleend indien:
a. degene die het schip als verkeersdeelnemer zal voeren, alsmede de overige bemanningsleden van het schip, voldoen aan door de bevoegde autoriteit vast te stellen eisen met betrekking tot samenstelling, opleidings- en ervaringsniveau en beheersing van Nederlandse of de Engelse taal;
b. de desbetreffende verkeersdeelnemers met het schip de betreffende scheepvaartweg een door de bevoegde autoriteit vast te stellen aantal malen in beide richtingen naar zee gaand en van zee komend hebben bevaren, en,
c. het schip naar het oordeel van de bevoegde autoriteit zodanige manoeuvreereigenschappen bezit en voorzien is van zodanige navigatie- en communicatieapparatuur, dat het bevaren van de scheepvaartweg zonder gebruik te maken van de diensten van een loods naar het oordeel van de bevoegde autoriteit toelaatbaar is.
**4.** De ontheffingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden verleend voor de daarbij aan te geven loodsplichtige scheepvaartwegen of gedeelten daarvan.
**5.** De bevoegde autoriteit kan, indien de weersomstandigheden of omstandigheden met betrekking tot het schip, de opvarenden, de lading, de scheepvaart of de scheepvaartweg dit naar zijn oordeel vereisen, aan de ontheffingen te verbinden voorschriften of beperkingen geven en bevestigen op de wijze, bepaald in artikel 2, vierde lid.
### Artikel 8c
**1.** Een aanvraag tot verlening van een ontheffing als bedoeld in de artikelen 8a en 8b wordt ingediend door of namens de eigenaar of rompbevrachter.
**2.**
Bij de aanvraag tot verlening van een ontheffing als bedoeld in de artikel 8a en 8b worden de navolgende bescheiden of afschriften daarvan overgelegd:
a. bewijsstukken waaruit blijkt dat degenen die het schip als verkeersdeelnemer zullen voeren de bevoegdheid bezitten om als kapitein op te treden aan boord van het zeeschip;
b. de op de desbetreffende verkeersdeelnemer betrekking hebbende geldige geneeskundige verklaringen van geschiktheid voor de zeevaart als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Zeevaartbemanningswet, dan wel de door Onze Minister daarmee gelijkgestelde buitenlandse verklaringen;
c. bewijsstukken waaruit de samenstelling, het opleidings-, ervarings- en taalbeheersingsniveau van de bemanning van het zeeschip blijkt.
**2.**
Bij de aanvraag tot verlening van een ontheffing als bedoeld in artikel 8b worden bovendien de navolgende bescheiden of afschriften daarvan overgelegd:
a. de meetbrief van het zeeschip waarop de aangevraagde ontheffing betrekking heeft;
b. bewijsstukken waaruit blijkt dat degenen die het schip als verkeersdeelnemer zullen voeren met het zeeschip de betreffende scheepvaartweg ten minste het door de bevoegde autoriteit vast te stellen aantal malen in beide richtingen naar zee gaand en van zee komend hebben bevaren;
c. bewijsstukken waaruit de manoeuvreereigenschappen van het zeeschip en de specificaties van de daarop aanwezige navigatie- en communicatieapparatuur blijken.
**3.** De bevoegde autoriteit die niet tevens regionale autoriteit is stelt alvorens op de aanvraag te beslissen de regionale autoriteit in de gelegenheid advies uit te brengen over een aanvraag tot verlening van een ontheffing als bedoeld in artikel 8a.
### Artikel 8d
**1.**
De bevoegde autoriteit kan een ontheffing als bedoeld in de artikelen 8a en 8b geheel of gedeeltelijk wijzigen of intrekken, indien:
a. de kapitein een van de bij dit besluit gestelde verplichtingen, dan wel een aan de ontheffing verbonden voorschrift of beperking niet nakomt;
b. de kapitein de voor de scheepvaartweg waarop de ontheffing betrekking heeft geldende reglementen en voorschriften niet nakomt;
c. het zeeschip waarop de ontheffing betrekking heeft is verbouwd, of,
d. de kapitein niet optreedt zoals het een goed verkeersdeelnemer betaamt.
**2.** Een ontheffing als bedoeld in artikel 8a is van rechtswege vervallen, indien de inschrijving van het zeeschip in het register wordt doorgehaald. De algemene raad van de Nederlandse loodsencorporatie doet van het verval mededeling aan de belanghebbende, aan de desbetreffende regionale loodsencorporatie en aan de regionale autoriteit.
## Hoofdstuk V. Verplichtingen van de kapitein
### Artikel 9
@ -212,11 +296,23 @@ De kapitein ondertekent het ingevulde voor hem bestemde gedeelte van het door de
Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven aan kapiteins, gericht op de communicatie en het verstrekken van inlichtingen, ten behoeve van het loodsen vanaf de wal of vanaf een ander schip.
### Artikel 18a
**1.** De kapitein van een zeeschip aan wie een ontheffing als bedoeld in de artikelen 8a of 8b is verleend controleert voorafgaand aan het bevaren van de scheepvaartweg of het gedeelte daarvan waarop de ontheffing betrekking heeft de goede werking van de voortstuwings- en stuurmachines van het schip en de communicatie- en navigatieapparatuur, en doet van deze controle en het resultaat daarvan melding in het scheepsdagboek.
**2.** De kapitein van een zeeschip aan wie een ontheffing als bedoeld in de artikelen 8a of 8b is verleend meldt zich voor het binnenkomen van de scheepvaartweg waarvoor de ontheffing is afgegeven als zodanig op de door de bevoegde autoriteit aangewezen wijze en verstrekt de door de bevoegde autoriteit verlangde gegevens.
**3.** De kapitein van een zeeschip aan wie een ontheffing als bedoeld in de artikelen 8a of 8b is verleend heeft een afschrift van de ontheffing bij zich tijdens de vaart als verkeersdeelnemer over de scheepvaartweg waarvoor deze is afgegeven.
**4.** De kapitein van een zeeschip aan wie een ontheffing als bedoeld in de artikelen 8a of 8b is verleend doet de bevoegde autoriteit mededeling van elke wijziging die van invloed kan zijn op de geldigheid van de ontheffing.
**5.** De kapitein van een zeeschip aan wie een ontheffing als bedoeld in de artikelen 8a of 8b is verleend doet in geval van een scheepsramp als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Schepenwet, met inbegrip van de daaronder begrepen betekenis voor de toepassing van hoofdstuk IV van die wet, waarbij hij direct of indirect betrokken is, zo spoedig mogelijk een schriftelijke verklaring inzake het gebeurde en zijn navigatiebeleid daarbij toekomen aan de bevoegde autoriteit die voor de scheepvaartweg waar de gebeurtenis heeft plaatsgevonden is aangewezen en verschaft deze desgevraagd nadere informatie. Deze verklaring en de nadere informatie mogen slechts gebruikt worden voor leringsdoeleinden en mogen in geen geval dienen als bewijs tegen de kapitein in geval van vervolging.
## Hoofdstuk VI. Strafbepalingen
### Artikel 19
Overtreding van de bij of krachtens deartikelen 2, 3, 9 tot en met 13, 15, 16, eerste lid, en 18 gestelde regels is een strafbaar feit.
Overtreding van de bij of krachtens de artikelen 2, 3, 9 tot en met 13, 15, 16, eerste lid, 18 en 18a, eerste en tweede lid, gestelde regels is een strafbaar feit.
## Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepalingen
@ -244,14 +340,32 @@ Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Dit besluit wordt aangehaald als: Loodsplichtbesluit 1995.
## Bijlage . bij het
## Bijlage . als bedoeld in de
De scheepvaartwegen, bedoeld in Loodsplichtbesluit 1995, zijn de navolgende: **I**. aanloop Eems:
De scheepvaartwegen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, en 5 van het Loodsplichtbesluit 1995 zijn de navolgende:
het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied dat begrensd wordt door een lijn die loopt van de Grote Kaap op Rottumeroog, gelegen op 53°32'39" N en 6°34'39" E, naar 53°34'.7 N en 6°21'.9 E, vandaar naar 53°34'.9 N en 6°13'.7 E, vandaar naar 53°37'.1 N en 6°19'.5, vandaar naar 53°39'.0 N en 6°27'.1 E, vandaar naar 53°37'.5 N en 6°31'.2 E, vandaar naar de grote lichttoren van Borkum, gelegen op 53°35'22" N en 6°39'48" E, en vandaar naar de Grote Kaap op Rottumeroog, voorzover dit gedeelte op Nederlands gebied ligt, onverminderd het bepaalde in artikel 40 van het Eems-Dollardverdrag (*Trb.* 1960, 69); **II**. aanloop Noordzeekanaal:
het gedeelte van de territoriale zee en het daarbij aansluitende gedeelte van de Eemsmonding als bedoeld in het Eems-Dollardverdrag dat ligt binnen het gebied dat begrensd wordt door een lijn die loopt van de Grote Kaap op Rottumeroog, gelegen op 53°32'39" N en 6°34'39" E, naar 53°34'.7 N en 6°21'.9 E, vandaar naar 53°34'.9 N en 6°13'.7 E, vandaar naar 53°37'.1 N en 6°19'.5 E, vandaar naar 53°39'.0 N en 6°27'.1 E, vandaar naar 53°37'.5 N en 6°31'.2 E, vandaar naar de grote lichttoren van Borkum, gelegen op 53°35'22" N en 6°39'48" E, vandaar naar 53°34'.75 N en 6°38'.80 E, vandaar naar 53°32'.55 N en 6°43'.70 E, vandaar naar 53°31.90 N en 6°42'.80 E, vandaar naar 53°34'.20 N en 6°37'.75 E, en vandaar naar de Grote Kaap op Rottumeroog, voor zover dit gedeelte op Nederlands grondgebied ligt, onverminderd artikel 40 van het Eems-Dollardverdrag;
het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied dat begrensd wordt door een lijn die loopt van de positie 52°27'.9 N en 4°32'.0 E naar 52°27.'8 N en 4°31'0" E, vandaar naar 52°26'.0 N en 4°27'.8 E, vandaar naar 52°26.'9 N en 4°19'.3 E, vandaar naar 52°31'.9 N en 4°20'.9 E, vandaar naar 52°30'.7 N en 4°31.'2 E en vandaar naar 52°28'.1 N en 4°32'.6 E; **III**. aanloop Maasmond:
het gedeelte van de Eemsmonding als bedoeld in het Eems-Dollardverdrag dat ligt tussen de lijn die loopt van de grote lichttoren van Borkum, gelegen op 53°35'22" N en 6°39'48" E, vandaar naar 53°34'.75 N en 6°38'.80 E, vandaar naar 53°32'.55 N en 6°43'.70 E, vandaar naar 53°31'.90 N en 6°42'.80 E, vandaar naar 53° 34'.20 N en 6°37'.75 E, en vandaar naar de Grote Kaap op Rottumeroog, gelegen op 53°32'39" N en 6°34'39" E en de lijn die de posities van het oostelijk havenhoofd van de Eemshaven met het dichtstbijzijnde punt gelegen op de buitengrens van de Eemsmonding verbindt, voor zover dit gedeelte op Nederlands grondgebied ligt, onverminderd artikel 40 van het Eems-Dollardverdrag;
het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied dat begrensd wordt door een lijn die loopt van de positie 51°59'.7 N en 4°2'.9 E, langs de kust naar positie 51°58'.2 N en 4°0'.5 E, vandaar naar 51°58'.4 N en 3°46'.6 E, vandaar naar 52°4'.9 N en 3°45'.2 E, vandaar naar 52°5'.7 N en 3°51'.0 E, vandaar naar 52°4'.6 N en 3°58'.9 E en vandaar naar 51°59'.7 N en 4°2'.9 E; **IV**. aanloop Westerschelde:
het gedeelte van de Eemsmonding als bedoeld in het Eems-Dollardverdrag dat ligt tussen de lijn die de posities van het oostelijk havenhoofd van de Eemshaven met het dichtstbijzijnde punt gelegen op de buitengrens van de Eemsmonding verbindt en de lijn die de posities van het oostelijk havenhoofd van Delfzijl met de lichttoren te Knock verbindt, voor zover dit gedeelte op Nederlands grondgebied ligt, onverminderd artikel 40 van het Eems-Dollardverdrag;
het gedeelte van de territoriale zee en de mondingen van de Westerschelde en de Oosterschelde dat ligt binnen het gebied dat begrensd wordt door een lijn die loopt van de positie 51°42'.6 N en 3°41'.6 E, naar 51°39'.1 N en 3°19'.7 E, vandaar naar 51°33'.7 N en 3°10'.0 E, vandaar naar 51°23'.4 N en 2°58'.2 E, vandaar naar 51°22'.3 N en 3°21'.8 E, vandaar langs de kust naar het rode licht van de Gemeentehaven te Breskens, gelegen op 51°24'0" N en 3°34'10" E en vandaar naar het groene licht van de Koopmanshaven te Vlissingen, gelegen op 51°26'22" N en 3°34'45" E.
het gebied tussen meridianen van 4°44'.0 E en 4°50'.0 E, aan de noordzijde begrensd door de zuidkust van het eiland Texel, en vervolgens door de parallel 53°00'.0 N, en aan de zuidzijde door de noordkust van het vasteland van de provincie Noord-Holland en voorts de Veerhaven en de buitenhaven tot aan de sluis van het Noordhollandsch Kanaal;
de bevaarbare scheepvaartwegen op de Waddenzee van Den Helder via de Texelstroom, de Doove Balg en de Boontjes naar Kornwerderzand;
de bevaarbare scheepvaartweg op de Waddenzee van Harlingen over de Boontjes naar Kornwerderzand;
de bevaarbare scheepvaartwegen op de Waddenzee van Den Helder via het Malzwin en de Wierbalg of het Visjagersgaatje naar Den Oever;
de bevaarbare scheepvaartwegen op de Waddenzee van de Vlierede als bedoeld in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onder A., onderdeel I., onder 2., via de Vliestroom, de Blauwe Slenk en de Pollendam naar Harlingen;
de bevaarbare scheepvaartwegen op de Waddenzee het Inschot, het Scheurrak, de Omdraai, het Zuidoostrak, het Molenrak en het Verversgat;
het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied dat begrensd wordt door een lijn die loopt van de positie 52° 27'.9 N en 4° 32'.0 E naar 52°27'.8 N en 4°31'.0 E, vandaar naar 52°26'.0 N en 4°27.8 E, vandaar naar 52°26'.9 N en 4°19'.3 E, vandaar naar 52° 31'.9 N en 4°20'.9 E, vandaar naar 52°30'.7 N en 4°31'.2 E, en vandaar naar 52°28'.1 N en 4°32'.6 E;
het gedeelte van de territoriale zee dat ligt binnen het gebied dat begrensd wordt door een lijn die loopt van de positie 51°59'.7 N en 4°2'.9 E, langs de kust naar de positie 51°58'.2 N en 4°0'.5 E, vandaar naar 51°58'.4 N en 3°46'.6 E, vandaar naar 52°4'.9 N en 3°45'.2 E, vandaar naar 52°5'.7 N en 3°51'.0 E, vandaar naar 52°4'.6 N en 3°58'.9 E en vandaar naar 51°59'.7 N en 4°2'.9 E;
het gedeelte van de territoriale zee en de mondingen van de Westerschelde en de Oosterschelde dat ligt binnen het gebied dat begrensd wordt door een lijn die loopt van de positie 51°42'.6 N en 3°41'.6 E, naar 51°39'.1 N en 3°19'.7 E, vandaar naar 51°33'.7 N en 3°10'.0 E, vandaar naar 51°23'.4 N en 2°58'.2 E, vandaar naar 51°22'.3 N en 3°21'.8 E, vandaar langs de kust naar het rode licht van de Gemeentehaven te Breskens, gelegen op 51°24'0" N en 3°34'10" E en vandaar naar het groene licht van de Koopmanshaven te Vlissingen, gelegen op 51°26'22" N en 3°34'45" E;
de scheepvaartweg vanaf de Magneboei, via het Oostgat, de Galgeput, de Sardijngeul, en de rede van Vlissingen tot aan de havens van Vlissingen Oost.