From 2760fcf80bd3c6f1a1cb555187305d4479454682 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 Jul 2011 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2011-07-01 | BWBR0022762 | Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer --- .../BWBR0022762/README.md | 179 +++++++++++------- 1 file changed, 114 insertions(+), 65 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-algemene-regels-voor-inrichtingen-milieubeheer/BWBR0022762/README.md b/amvb/besluit-algemene-regels-voor-inrichtingen-milieubeheer/BWBR0022762/README.md index 3ac9b1e923b..da3a69cb050 100644 --- a/amvb/besluit-algemene-regels-voor-inrichtingen-milieubeheer/BWBR0022762/README.md +++ b/amvb/besluit-algemene-regels-voor-inrichtingen-milieubeheer/BWBR0022762/README.md @@ -173,6 +173,8 @@ c. de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsnivea *opslagtank*: een opslagvoorziening voor gas met een inhoud van ten minste 150 liter of een opslagvoorziening voor vloeistof met een inhoud van ten minste 300 liter, uitgezonderd een intermediate bulk container die voldoet aan hoofdstuk 6.5 van het ADR; +*PAK’s*: som van naftaleen, anthraceen, fluorantheen, benzo(g,h,i)peryleen, benzo(a)pyreen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen en indeno(1,2,3-cd)pyreen; + *PER*: tetrachlooretheen; *PGS*: Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen; @@ -203,6 +205,8 @@ c. de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsnivea *traditioneel schieten*: door schutterijen of schuttersgilden schieten met buksen ofwel geweren vanaf een vaste standplaats op een stilstaand doel in de buitenlucht; +*vast object*: locatiegebonden constructie of gedeelte daarvan; + *verblijfsruimten*: verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel e, van het Besluit geluidhinder; *verbruik van vluchtige organische stoffen*: verbruik van vluchtige organische stoffen als bedoeld in het Oplosmiddelenbesluit omzetting EG-VOS-richtlijn milieubeheer; @@ -314,12 +318,13 @@ h. waarbinnen geen van de in hoofdstukken 3 en 4 alsmede de in de hoofdstukken 3 5°. het lozen van huishoudelijk afvalwater in een vuilwaterriool; 6°. het lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening; 7°. het lozen van koelwater anders dan in een vuilwaterriool; -8°. het lozen van grondwater bij ontwatering, niet zijnde grondwater als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, op of in de bodem; +8°. het lozen van grondwater bij ontwatering, niet zijnde grondwater als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, op of in de bodem of met een duur van ten hoogste 48 uur; 9° het opslaan in opslagtanks van maximaal 1.000 liter gasolie of biodiesel die voldoet aan NEN-EN 14214; 10° het opslaan in opslagtanks van stoffen niet zijnde gevaarlijke stoffen, minerale olie of biodiesel die voldoet aan NEN-EN 14214; 11°. het opslaan van gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 2.1.8, tweede lid en het derde lid, onder a tot en met d van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken; 12°. het opslaan in verpakking van maximaal 50 liter gasolie of biodiesel die voldoet aan NEN-EN 14214; -13°. het opslaan in verpakking van stoffen, niet zijnde gevaarlijke stoffen; en +13°. het opslaan in verpakking van stoffen, niet zijnde gevaarlijke stoffen; +14°. het lozen ten gevolge van reinigingswerkzaamheden aan vaste objecten, die periodiek worden uitgevoerd en waarbij uitsluitend vuilafzetting wordt verwijderd; *inrichting type B*: een inrichting waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en die geen inrichting type A of C is; @@ -390,8 +395,8 @@ Vervallen Vrijstelling wordt verleend van de verboden, bedoeld in artikel 6.2, eerste en tweede lid, van de Waterwet, voor lozingen vanuit: -a. inrichtingen type A of inrichtingen type B, voor zover aan dat lozen regels zijn gesteld bij of krachtens de artikelen 3.1 tot en met 3.6, 3.32 tot en met 3.34, 4.19, 4.74c, 4.104, 4.109, 4.113a; of -b. inrichtingen type C, voor zover aan dat lozen regels zijn gesteld bij of krachtens de artikelen 3.1 tot en met 3.6 en 3.32 tot en met 3.34. +a. inrichtingen type A of inrichtingen type B, voor zover aan dat lozen regels zijn gesteld bij of krachtens de artikelen 3.1 tot en met 3.6b, 3.32 tot en met 3.34, 4.19, 4.74c, 4.104, 4.109, 4.113a; of +b. inrichtingen type C, voor zover aan dat lozen regels zijn gesteld bij of krachtens de artikelen 3.1 tot en met 3.6b en 3.32 tot en met 3.34. **2.** @@ -402,9 +407,8 @@ a. het in een oppervlaktewaterlichaam: 1°. in een werk aanbrengen of houden van bouwstoffen; 2°. aanbrengen, verspreiden of tijdelijk opslaan van grond of baggerspecie alsmede het houden van die aangebrachte of tijdelijk opgeslagen grond of baggerspecie; 3°. lozen ten gevolge van het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie, waarop het Besluit bodemkwaliteit van toepassing is; -b. het lozen waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens het Lozingenbesluit Wvo vaste objecten; -c. het lozen ten gevolge van agrarische activiteiten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij dan wel activiteiten die daarmee verband houden; -d. het lozen waarvoor de verboden, bedoeld in artikel 6.2, eerste en tweede lid, van de Waterwet, gelden. +b. het lozen ten gevolge van agrarische activiteiten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij dan wel activiteiten die daarmee verband houden; +c. het lozen waarvoor de verboden, bedoeld in artikel 6.2, eerste en tweede lid, van de Waterwet, gelden. ### Artikel 1.7 @@ -493,21 +497,15 @@ b. in de buitenlucht of op een open terrein van de inrichting muziek ten gehore ### Artikel 1.12 -Bij een melding als bedoeld in artikel 1.10 worden indien sprake is van een lozing vanuit een bodemsanering of een proefbronnering als bedoeld in artikel 3.1 de volgende gegevens gemeld: - -a. het tijdstip van de aanvang, de verwachte duur en het maximale debiet van het lozen; en -b. de oorzaak van de bodemverontreiniging. +Indien op grond van artikel 7 van het Besluit uniforme saneringen met een sanering kan worden begonnen nadat vijf werkdagen zijn verstreken vanaf de datum van ontvangst van de melding, bedoeld in artikel 6 van dat besluit, meldt degene die voornemens is te lozen vanuit die bodemsanering als bedoeld in artikel 3.1, tweede, derde en vierde lid, in afwijking van de termijn bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, dit ten minste vijf werkdagen voordat met het lozen wordt aangevangen. ### Artikel 1.13 -Bij een melding als bedoeld in artikel 1.10 worden indien sprake is van een lozing van grondwater als bedoeld in artikel 3.2, derde, vierde, zevende en negende lid, in een oppervlaktewaterlichaam of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, de volgende gegevens gemeld: - -a. het tijdstip van de aanvang, de verwachte duur en het maximale debiet van het lozen; en -b. gegevens over de samenstelling van het te lozen grondwater, voor zover die afwijkt van de in het gebied voorkomende grondwaterkwaliteit. +Indien het lozen van grondwater bij ontwatering als bedoeld in artikel 3.2, derde, vijfde en zevende lid, langer dan 48 uur doch ten hoogste 8 weken duurt, meldt degene die voornemens is te lozen in afwijking van de termijn bedoeld in artikel 1.10, eerste lid, dit ten minste vijf werkdagen voordat met het lozen wordt aangevangen. ### Artikel 1.13a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Bij een melding, als bedoeld in artikel 1.10, wordt, indien de melding betreft het lozen ten gevolge van sloop-, renovatie en nieuwbouwwerkzaamheden aan vaste objecten, als bedoeld in artikel 3.6b, tevens een in dat artikel genoemd werkplan gevoegd. ### Artikel 1.14 @@ -589,7 +587,7 @@ q. het beschermen van de duisternis en het donkere landschap in door het bevoegd ### Artikel 2.2 -**1.** Het lozen op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater niet zijnde een vuilwaterriool, is verboden tenzij het lozen bij of krachtens de artikelen 3.1 tot en met 3.6, 3.32 tot en met 3.34, 4.19, 4.74c, 4.104, 4.109, 4.113a, is toegestaan. +**1.** Het lozen van afvalwater op of in de bodem en het lozen van afvalwater en andere afvalstoffen in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, niet zijnde een vuilwaterriool, is verboden tenzij het lozen bij of krachtens de artikelen 3.1 tot en met 3.63.6a, 3.32 tot en met 3.34, 4.19, 4.74c, 4.104, 4.109, 4.113a, is toegestaan. **2.** In afwijking van het eerste lid is lozen op of in de bodem verboden, indien daarbij stoffen zonder doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken. @@ -1073,21 +1071,63 @@ Burgemeester en wethouders van de gemeenten Amsterdam, 's-Gravenhage, Rotterdam **2.** -Het lozen, bedoeld in het eerste lid, in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, niet zijnde een vuilwaterriool, is toegestaan, indien bij het lozen: +Het lozen in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, niet zijnde een vuilwaterriool, is toegestaan, indien bij het lozen: -a. het zuurstofgehalte ten minste 5 milligram per liter bedraagt; -b. geen visuele verontreiniging plaatsvindt; en -c. in enig steekmonster de emissiegrenswaarden van tabel 3.1a niet worden overschreden. +a. geen visuele verontreiniging plaatsvindt; +b. het gehalte aan naftaleen in enig steekmonster ten hoogste 0,2 microgram per liter bedraagt; +c. het gehalte aan PAK’s in enig steekmonster ten hoogste 1 microgram per liter bedraagt; en +d. in enig steekmonster de emissiewaarden van de in dit artikel opgenomen tabel 3.1a niet worden overschreden. + +| Stoffen | emissiewaarde | +| --- | --- | +| BTEX | 50 microgram per liter | +| Vluchtige organohalogeenverbindingen uitgedrukt als chloor | 20 microgram per liter | +| Aromatische organohalogeenverbindingen | 20 microgram per liter | +| Minerale olie | 500 microgram per liter | +| Cadmium | 4 microgram per liter | +| Kwik | 1 microgram per liter | +| Koper | 11 microgram per liter | +| Nikkel | 41 microgram per liter | +| Lood | 53 microgram per liter | +| Zink | 120 microgram per liter | +| Chroom | 24 microgram per liter | +| Onopgeloste stoffen | 50 milligram per liter | **3.** -Het lozen, bedoeld in het eerste lid, in een niet aangewezen oppervlaktewaterlichaam, is toegestaan, indien bij het lozen: +Het lozen, in een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam, is toegestaan, indien bij het lozen: -a. het zuurstofgehalte ten minste 5 milligram per liter bedraagt; -b. geen visuele verontreiniging plaatsvindt; en -c. in enig steekmonster de emissiegrenswaarden van tabel 3.1b niet worden overschreden. +a. geen visuele verontreiniging plaatsvindt; +b. het gehalte aan naftaleen in enig steekmonster ten hoogste 0,2 microgram per liter bedraagt; +c. het gehalte aan PAK's in enig steekmonster ten hoogste 1 microgram per liter bedraagt; en +d. in enig steekmonster de emissiewaarden van de in dit artikel opgenomen tabel 3.1b niet worden overschreden. -**4.** Het lozen, bedoeld in het eerste lid, op of in de bodem is toegestaan indien het gehalte aan stoffen in enig steekmonster niet meer bedraagt dan de streefwaarden in Circulaire bodemsanering 2009 en geen wateroverlast plaatsvindt. +| Stoffen | emissiewaarde | +| --- | --- | +| Benzeen | 2 microgram per liter | +| Tolueen | 7 microgram per liter | +| Ethylbenzeen | 4 microgram per liter | +| Xyleen | 4 microgram per liter | +| Tetrachlooretheen | 3 microgram per liter | +| Trichlooretheen | 20 microgram per liter | +| 1,2-dichlooretheen | 20 microgram per liter | +| 1,1,1-trichloorethaan | 20 microgram per liter | +| Vinylchloride | 8 microgram per liter | +| Som van de vijf hier bovenstaande stoffen | 20 microgram per liter | +| Monochloorbenzeen | 7 microgram per liter | +| Dichloorbenzenen | 3 microgram per liter | +| Trichloorbenzenen | 1 microgram per liter | +| Minerale olie | 50 microgram per liter | +| Cadmium | 0,4 microgram per liter | +| Kwik | 0,1 microgram per liter | +| Koper | 1,1 microgram per liter | +| Nikkel | 4,1 microgram per liter | +| Lood | 5,3 microgram per liter | +| Zink | 12 microgram per liter | +| Chroom | 2,4 microgram per liter | +| Onopgeloste stoffen | 20 milligram per liter | + +**4.** Het lozen op of in de bodem is toegestaan indien het gehalte aan stoffen in enig steekmonster niet meer bedraagt dan de streefwaarden in tabel 1 van de bijlage bij de circulaire bodemsanering 2009. **5.** Het lozen, bedoeld in het eerste lid, in een vuilwaterriool is verboden. @@ -1100,14 +1140,15 @@ b. kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift het vijfde lid niet van toepass **7.** -Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift: +Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift afwijken van: -a. de waarden, bedoeld in het tweede tot en met vierde lid en zesde lid, onderdeel a, niet van toepassing verklaren en hogere gehalten bepalen dan de gehalten, bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid en het zesde lid, onderdeel a, of het zuurstofgehalte, bedoeld in het tweede en derde lid, niet van toepassing verklaren en een lagere waarde bepalen voor het zuurstofgehalte dan het zuurstofgehalte, bedoeld in tweede en derde lid, indien de gehalten bedoeld in het twee tot en met vierde lid en zesde lid, onderdeel a, dan wel de waarde bedoeld in het tweede en derde lid niet door toepassing van beste beschikbare technieken kunnen worden bereikt en het belang van de bescherming van het milieu zich niet tegen het lozen met een hoger gehalte dan wel een lagere waarde verzet; -b. lagere gehalten bepalen dan de gehalten bedoeld in het tweede lid, indien vanuit een voorziening bedoeld in dat lid geloosd wordt in een niet aangewezen oppervlaktewaterlichaam, of op of in de bodem en het belang van bescherming van het milieu tot het stellen van een lager gehalte noodzaakt. +a. de gehalten aan naftaleen en PAK’s, bedoeld in onderdelen b en c van het tweede en het derde lid, de emissiewaarden, bedoeld in onderdeel d van het tweede en het derde lid en de streefwaarden, bedoeld in het vierde lid, en hogere waarden of gehalten bepalen, indien genoemde waarden of gehalten niet door toepassing van beste beschikbare technieken kunnen worden bereikt en het belang van de bescherming van het milieu zich niet verzet tegen het lozen met een hogere waarde of een hoger gehalte; +b. de gehalten aan naftaleen en PAK’s, bedoeld in onderdelen b en c van het tweede en het derde lid, en lagere waarden bepalen, indien het belang van de bescherming van het milieu tot het stellen van een lagere waarde noodzaakt; +c. de waarden bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, en lagere waarden bepalen indien vanuit een voorziening bedoeld in dat lid geloosd wordt in een niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam, of op of in de bodem en het belang van bescherming van het milieu noodzaakt tot het stellen van een lagere waarde. **8.** -De lagere gehalten, bedoeld in het zevende lid, onderdeel b, worden niet lager vastgesteld dan: +De lagere gehalten, bedoeld in het zevende lid, onderdeel c, worden niet lager vastgesteld dan: a. de waarden opgenomen in tabel 3.1b, indien geloosd wordt in een oppervlaktewaterlichaam; b. de streefwaarden, bedoeld in het vierde lid, indien geloosd wordt op of in de bodem. @@ -1118,58 +1159,46 @@ b. de streefwaarden, bedoeld in het vierde lid, indien geloosd wordt op of in de ### Artikel 3.2 -**1.** Deze paragraaf is van toepassing op het lozen van grondwater bij ontwatering, niet zijnde grondwater als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid. Bij het lozen wordt ten minste voldaan aan het tweede tot en met het twaalfde lid. +**1.** Bij het lozen van grondwater bij ontwatering, niet zijnde grondwater als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, wordt ten minste voldaan aan het tweede tot en met het tiende lid. -**2.** Het lozen, bedoeld in het eerste lid, op of in de bodem is toegestaan indien als gevolg van het lozen geen wateroverlast ontstaat. +**2.** Het lozen op of in de bodem is toegestaan. **3.** -Het lozen, bedoeld in het eerste lid, in een aangewezen oppervlaktewaterlichaam is toegestaan indien: +Het lozen in een oppervlaktewaterlichaam is toegestaan indien: -a. het gehalte onopgeloste stoffen ten hoogste 50 milligram per liter bedraagt; -b. het zuurstofgehalte ten minste 5 milligram per liter bedraagt; en -c. als gevolg van het lozen geen visuele verontreiniging optreedt. +a. het gehalte onopgeloste stoffen in enig steekmonster ten hoogste 50 milligram per liter bedraagt; en +b. als gevolg van het lozen geen visuele verontreiniging optreedt. **4.** -Het lozen, bedoeld in het eerste lid, in een niet aangewezen oppervlaktewaterlichaam is toegestaan indien: +Het bevoegd gezag kan met betrekking tot het lozen, bedoeld in het derde lid, bij maatwerkvoorschrift afwijken van: -a. het lozen ten hoogste 4 weken duurt en de geloosde hoeveelheid ten hoogste 5 kubieke meter per uur bedraagt; -b. het gehalte onopgeloste stoffen ten hoogste 50 milligram per liter bedraagt; -c. het zuurstofgehalte ten minste 5 milligram per liter bedraagt; en -d. als gevolg van het lozen geen visuele verontreiniging optreedt. +a. het gehalte, genoemd in dat lid en een hoger gehalte vaststellen, indien genoemd gehalte niet door toepassing van beste beschikbare technieken kan worden bereikt en het belang van de bescherming van het milieu zich niet tegen het lozen met een hoger gehalte verzet; en +b. bepalen dat visuele verontreiniging mag optreden, indien visuele verontreiniging niet door toepassing van beste beschikbare technieken kan worden voorkomen en het belang van de bescherming van het milieu zich niet verzet tegen het lozen, waarbij visuele verontreiniging optreedt. -**5.** +**5.** Het lozen, in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, niet zijnde een vuilwaterriool, is toegestaan indien het gehalte onopgeloste stoffen in enig steekmonster ten hoogste 50 milligram per liter bedraagt en het ijzergehalte in enig steekmonster ten hoogste 5 milligram per liter bedraagt. -Het bevoegd gezag kan met betrekking tot het lozen, bedoeld in het derde en vierde lid, bij maatwerkvoorschrift: +**6.** -a. de gehalten, genoemd in die leden, niet van toepassing verklaren en een hoger gehalte aan onopgeloste stoffen vaststellen dan de gehalten, genoemd in die leden, en een lager zuurstofgehalte vaststellen dan het zuurstofgehalte, genoemd in die leden, indien laatstgenoemde gehalten niet door toepassing van beste beschikbare technieken kunnen worden bereikt en het belang van de bescherming van het milieu zich niet tegen het lozen met een hoger respectievelijk lager gehalte verzet; en -b. bepalen dat visuele verontreiniging mag optreden, indien visuele verontreiniging niet door toepassing van beste beschikbare technieken kan worden voorkomen en het belang van de bescherming van het milieu zich niet tegen het lozen waarbij visuele verontreiniging optreedt verzet. +Het bevoegd gezag kan met betrekking tot lozen als bedoeld in het vijfde lid bij maatwerkvoorschrift of verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer afwijken van: -**6.** Het bevoegd gezag kan met betrekking tot de tijdsduur en de hoeveelheid, bedoeld in het vierde lid, bij maatwerkvoorschrift andere waarden vaststellen dan de waarden, bedoeld in dat lid, indien dat nodig is in het belang van een doelmatig beheer van afvalwater. +a. de gehalten, bedoeld in dat lid en hogere gehalten vaststellen, indien eerstgenoemde gehalten niet door toepassing van beste beschikbare technieken kunnen worden bereikt en het belang van de bescherming van het milieu zich niet verzet tegen het lozen met een hoger gehalte; +b. het ijzergehalte, bedoeld in dat lid en een lager ijzergehalte bepalen, indien het belang van bescherming van het milieu tot het stellen van een lager gehalte noodzaakt. -**7.** Het lozen, bedoeld in het eerste lid, in een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar ontwateringsstelsel is toegestaan indien het gehalte onopgeloste stoffen ten hoogste 50 milligram per liter bedraagt en het ijzergehalte ten hoogste 5 milligram per liter bedraagt. +**7.** -**8.** +Het lozen, in een vuilwaterriool is verboden, tenzij: -Het bevoegd gezag kan met betrekking tot het lozen als bedoeld in het zevende lid bij maatwerkvoorschrift of verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de wet: - -a. de gehalten, bedoeld in dat lid niet van toepassing verklaren en hogere gehalten vaststellen dan de gehalten, bedoeld in dat lid, indien laatstgenoemde gehalten niet door toepassing van beste beschikbare technieken kunnen worden bereikt en het belang van de bescherming van het milieu zich niet tegen het lozen met een hoger gehalte verzet; -b. het ijzergehalte, bedoeld in dat lid niet van toepassing verklaren en een lager ijzergehalte bepalen dan het gehalte, bedoeld in dat lid, indien het belang van bescherming van het milieu tot het stellen van een lager gehalte noodzaakt. - -**9.** - -Het lozen, bedoeld in het eerste lid, in een vuilwaterriool is verboden, tenzij: - -a. het lozen ten hoogste 4 weken duurt; +a. het lozen ten hoogste 8 weken duurt; b. de geloosde hoeveelheid ten hoogste 5 kubieke meter per uur bedraagt; en -c. het gehalte onopgeloste stoffen ten hoogste 300 milligram per liter bedraagt. +c. het gehalte onopgeloste stoffen in enig steekmonster ten hoogste 300 milligram per liter bedraagt. -**10.** Het bevoegd gezag kan met betrekking tot de tijdsduur en de hoeveelheid, bedoeld in het negende lid bij maatwerkvoorschrift of bij verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de wet andere waarden vaststellen indien dit nodig is in het belang van een doelmatig beheer van afvalwater. +**8.** Het bevoegd gezag kan met betrekking tot de tijdsduur en de hoeveelheid, bedoeld in het zevende lid bij maatwerkvoorschrift of bij verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer andere waarden stellen. -**11.** Het te lozen grondwater kan op een doelmatige wijze worden bemonsterd. +**9.** Het te lozen grondwater kan op een doelmatige wijze worden bemonsterd. -**12.** De per tijdseenheid geloosde hoeveelheid grondwater als bedoeld in het vierde en negende lid kan op een doelmatige wijze worden bepaald. +**10.** De per tijdseenheid geloosde hoeveelheid grondwater kan voor de toepassing van het zevende lid op een doelmatige wijze worden bepaald. #### Paragraaf 3.1.3. Lozen van hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening @@ -1300,6 +1329,26 @@ c. de warmtecapaciteit van het koelwater hetgeen gelijk is aan 4190 Kilojoule pe #### Paragraaf 3.1.6. Lozen ten gevolge van werkzaamheden aan vaste objecten +### Artikel 3.6a + +**1.** Bij het lozen ten gevolge van reinigingswerkzaamheden, conserveringswerkzaamheden of andere onderhoudswerkzaamheden aan vaste objecten wordt ten minste voldaan aan het tweede tot en met het vijfde lid. + +**2.** Indien bij de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, lozen in een oppervlaktewaterlichaam kan plaatsvinden, worden bij ministeriële regeling aangegeven maatregelen getroffen om het in dat oppervlaktewaterlichaam lozen van stoffen, die bij de werkzaamheden worden gebruikt dan wel van het vast object vrijkomen, te voorkomen dan wel, voor zover dat redelijkerwijs niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken. Indien voorkomen redelijkerwijs niet mogelijk is, is na het treffen van maatregelen bedoeld in de eerste volzin lozen in een oppervlaktewaterlichaam toegestaan. + +**3.** Het lozen in een vuilwaterriool is verboden, tenzij het lozen betreft als bedoeld in het vierde lid. + +**4.** Bij reinigingswerkzaamheden, die periodiek worden uitgevoerd en waarbij uitsluitend vuilafzetting wordt verwijderd, is het lozen van reinigingswater in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater en op of in de bodem toegestaan. + +**5.** Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift afwijken van het derde lid en het lozen ten gevolge van gevelreiniging en graffitiverwijdering in een vuilwaterriool toestaan, indien het belang van de bescherming van het milieu zich gelet op de samenstelling, hoeveelheid en eigenschappen van het afvalwater niet tegen het lozen in een vuilwaterriool verzet. Artikel 2.2, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 3.6b + +**1.** Bij het lozen in een oppervlaktewaterlichaam ten gevolge van sloop-, renovatie- of nieuwbouwwerkzaamheden aan vaste objecten wordt ten minste voldaan aan het tweede en derde lid. + +**2.** Het lozen, dat gelet op de locatie van de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden redelijkerwijs niet kan worden voorkomen, is toegestaan. + +**3.** Bij de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, worden maatregelen getroffen om het lozen te voorkomen dan wel, voor zover dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken. De maatregelen worden beschreven in een werkplan. + ### Afdeling 3.2. Installaties #### Paragraaf 3.2.1. In werking hebben van een warmtekrachtinstallatie @@ -1670,7 +1719,7 @@ d. zoveel mogelijk wordt voorkomen dat goederen in een voorziening voor het behe **2.** Het in een vuilwaterriool lozen van afvalwater dat in contact is geweest met inerte goederen vindt slechts dan in een vuilwaterriool plaats indien het lozen, bedoeld in het eerste lid, redelijkerwijs niet mogelijk is en het gehalte aan onopgeloste stoffen niet meer bedraagt dan 300 milligram per liter. -**3.** Het bevoegd gezag kan in het belang van de bescherming van het milieu met betrekking tot het lozen, bedoeld in het tweede lid, bij maatwerkvoorschrift voor onopgeloste stoffen lagere emissiegrenswaarden vaststellen. +**3.** Het bevoegd gezag kan in het belang van de bescherming van het milieu met betrekking tot het lozen, bedoeld in het eerste lid, bij maatwerkvoorschrift voor onopgeloste stoffen lagere emissiegrenswaarden vaststellen. **4.** Het te lozen afvalwater, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan op een doelmatige wijze worden bemonsterd. @@ -1760,7 +1809,7 @@ Bij het opslaan, overslaan en mengen van stuifgevoelige goederen in gesloten rui **1.** Bij het voldoen aan artikel 3.32, onder a en b, wordt de opslag van asbesthoudende afvalstoffen bij een inrichting waar uitvoering wordt gegeven aan titel 10.4 van de wet ten minste overeenkomstig artikel 7 van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 uitgevoerd. -**2.** In afwijking van artikel 2.9, zijn de afdelingen 2.2, 2.3 en 2.4 van het Besluit landbouw milieubeheer van overeenkomstige toepassing op het opslaan van vaste mest en het composteren van groenafval, afgedragen gewas of bloembollenafval. +**2.** In afwijking van artikel 2.9, zijn de paragrafen 2.2, 2.3 en 2.4 van de bijlage bij het Besluit landbouw milieubeheer van overeenkomstige toepassing op het opslaan van vaste mest en het composteren van groenafval, afgedragen gewas of bloembollenafval. #### Paragraaf 3.3.7. Het demonteren van autowrakken en daarmee samenhangende activiteiten @@ -3718,7 +3767,7 @@ b. voor 1 maart 1997 een slibvangput of een olieafscheider zijn geplaatst, die o **2.** -In afwijking van de artikelen 3.25, derde lid, 4.71, tweede lid, 4.75, vierde lid, en 4.105, vierde lid zijn die artikelen van overeenkomstige toepassing indien het afvalwater niet wordt geleid door een slibvangput en olieafscheider die voldoen aan NEN-EN 858-1 en 2, maar door: +In afwijking van de artikelen 3.25, derde lid, 3.44, derde lid4.71, tweede lid, 4.75, vierde lid, en 4.105, vierde lid zijn die artikelen van overeenkomstige toepassing indien het afvalwater niet wordt geleid door een slibvangput en olieafscheider die voldoen aan NEN-EN 858-1 en 2, maar door: a. een slibvangput en een olieafscheider zijn geplaatst die voldoen aan en worden gebruikt conform NEN 7089; b. voor 1 maart 1997 een slibvangput en een olieafscheider zijn geplaatst, die op de hoeveelheid afvalwater zijn afgestemd.