2008-10-24 | BWBR0024096 | Leidraad Invordering 2008
This commit is contained in:
parent
f334b07383
commit
27a9b87fe9
1 changed files with 30 additions and 19 deletions
|
|
@ -24,13 +24,13 @@ De Leidraad Invordering 2008 is in de plaats getreden van de Leidraad Invorderin
|
|||
|
||||
| Afkorting | Omschrijving |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Adw | Algemene douanewet |
|
||||
| Awb | Algemene wet bestuursrecht |
|
||||
| Awir | Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen |
|
||||
| AWR | Algemene wet inzake rijksbelastingen |
|
||||
| B/CA | Belastingdienst/Centrale administratie, sector betalingsverwerking |
|
||||
| BW | Burgerlijk Wetboek |
|
||||
| CDW | Communautair douanewetboek |
|
||||
| DW | Douanewet |
|
||||
| FW | Faillissementswet |
|
||||
| MSNP | minnelijke schuldsanering natuurlijke personen |
|
||||
| Rv | Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering |
|
||||
|
|
@ -191,7 +191,8 @@ In aansluiting op artikel 3 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
|
|||
|
||||
– de fiscale en civiele bevoegdheden van de ontvanger;
|
||||
– het leggen van conservatoir beslag;
|
||||
– het vragen van toestemming bij gerechtelijke procedures.
|
||||
– het vragen van toestemming bij gerechtelijke procedures;
|
||||
– de Rijksadvocaat.
|
||||
|
||||
### 3.1. Fiscale en civiele bevoegheden
|
||||
|
||||
|
|
@ -220,6 +221,10 @@ In gerechtelijke procedures waarin de ontvanger als eiser optreedt, moet hij toe
|
|||
– verzoekschriftprocedures;
|
||||
– aansprakelijkheidsprocedures.
|
||||
|
||||
### 3.4. Rijksadvocaat
|
||||
|
||||
Aan de advocaat aan wie de rechtsbijstand van de Belastingdienst in invorderingszaken is opgedragen, wordt de persoonlijke titel van rijksadvocaat verleend. In overleg met de rijksadvocaat kan aan één of meer van zijn kantoorgenoten de persoonlijke titel van plaatsvervangend rijksadvocaat worden verleend.
|
||||
|
||||
## 4. Bevoegdheid belastingdeurwaarder
|
||||
|
||||
In aansluiting op artikel 4 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de reikwijdte van die bevoegdheid.
|
||||
|
|
@ -1499,6 +1504,10 @@ Als de belastingschuldige de ontvanger verzoekt een bepaalde belastingteruggaaf
|
|||
|
||||
Dit geldt ook als het verzoek wordt gedaan nog voordat de teruggaaf is geformaliseerd of het uit te betalen bedrag is vastgesteld. In dat geval schort de ontvanger de invordering echter niet zonder meer op. Zo nodig kan de belastingschuldige om uitstel van betaling in verband met de te verwachten teruggaaf respectievelijk het te verwachten uit te betalen bedrag verzoeken (zie artikel 25.3 van deze leidraad).
|
||||
|
||||
#### 24.1.1. Voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting
|
||||
|
||||
De ontvanger is bevoegd een van de belastingschuldige te innen bedrag te verrekenen met een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting. Als de belastingschuldige door die verrekening een lager bedrag aan bestaansmiddelen overhoudt dan overeenkomt met de voor hem geldende beslagvrije voet, dan zal de ontvanger, op verzoek van de belastingschuldige, de verrekening ongedaan maken voor zover hierdoor de beslagvrije voet is aangetast. Dat sprake is van aantasting van de beslagvrije voet dient door de belastingschuldige voldoende aannemelijk te worden gemaakt. Voor nog te verrekenen termijnen van de voorlopige teruggaaf houdt de ontvanger in dat geval eveneens rekening met de beslagvrije voet.
|
||||
|
||||
### 24.2. Betwiste schuld en verrekening
|
||||
|
||||
In het algemeen gaat de ontvanger niet tot verrekening over met een te betalen bedrag dat de belastingschuldige betwist en waarvoor de ontvanger uitstel van betaling heeft verleend op grond van artikel 25.2 van deze leidraad.
|
||||
|
|
@ -1711,7 +1720,7 @@ Naast bezwaren tegen de hoogte van een belastingaanslag kunnen ook bezwaren word
|
|||
|
||||
#### 25.2.2. Bezwaarschrift en verzoek om uitstel
|
||||
|
||||
Als de belastingschuldige een bezwaarschrift tegen een belastingaanslag indient, merkt de ontvanger het bezwaarschrift aan als een verzoek om uitstel van betaling. Dit geldt echter uitsluitend als de belastingschuldige in het bezwaarschrift het bestreden bedrag van de belastingaanslag en de berekening van dat bedrag vermeldt.
|
||||
Als de belastingschuldige een gemotiveerd bezwaarschrift tegen een belastingaanslag indient, merkt de ontvanger het bezwaarschrift aan als een verzoek om uitstel van betaling. Dit geldt echter uitsluitend als de belastingschuldige in het bezwaarschrift het bestreden bedrag van de belastingaanslag en de berekening van dat bedrag vermeldt.
|
||||
|
||||
Een beroepschrift tegen de uitspraak van de inspecteur op het bezwaarschrift en een door de belastingschuldige ingesteld beroep tegen een rechterlijke uitspraak over de juistheid van een dergelijke uitspraak, gelden niet als een verzoek om uitstel van betaling. In die gevallen moet de belastingschuldige dus een afzonderlijk verzoek om uitstel van betaling indienen bij de ontvanger.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1846,6 +1855,8 @@ De ontvanger verleent de belastingschuldige uitstel van betaling voor een period
|
|||
|
||||
Slechts als er volgens de ontvanger bijzondere omstandigheden zijn, kan hij de belastingschuldige een langere termijn gunnen dan twaalf maanden.
|
||||
|
||||
Indien uit het verzoek om uitstel blijkt dat de belastingschuldige over onvoldoende betalingscapaciteit beschikt om binnen twaalf maanden zijn schuld te betalen, dan neemt de ontvanger dat verzoek ambtshalve in behandeling als een verzoek om kwijtschelding. Bij de beoordeling daarvan neemt hij de gehele belastingschuld in beschouwing. Artikel 26.1.2. is in deze situaties niet van toepassing indien en voorzover de belastingschuldige gebruik maakt van het daartoe ingestelde verzoekformulier voor uitstel van betaling en hij dit formulier volledig invult.
|
||||
|
||||
#### 25.5.2. Voorwaarden aan betalingsregeling particulieren
|
||||
|
||||
De ontvanger kan aan het verlenen van uitstel verschillende voorwaarden verbinden. In ieder geval stelt de ontvanger aan het verlenen van een betalingsregeling de voorwaarde dat nieuw opkomende fiscale en andere financiële verplichtingen – waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen – tijdig worden nagekomen.
|
||||
|
|
@ -2039,7 +2050,7 @@ c. een uitbetaald bedrag (bijvoorbeeld een belastingteruggaaf) niet is aangewend
|
|||
d. vanaf de bekendmaking van de belastingaanslag tot aan de indiening van het verzoek om kwijtschelding op enig moment voldoende middelen aanwezig waren om de aanslag te kunnen voldoen;
|
||||
e. de belastingschuldige wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat een belastingaanslag zou worden opgelegd en nalatig is gebleven in verband daarmee middelen te reserveren;
|
||||
f. het verzoek is ingediend voor een belastingaanslag die het gevolg is van het feit dat een loonbelastingverklaring niet of onjuist is ingevuld, tenzij de belastingschuldige aannemelijk maakt dat het niet of onjuist invullen niet aan hem kan worden verweten;
|
||||
g. het verzoek is ingediend voor een belastingaanslag die het gevolg is van het feit dat de belastingschuldige ten onrechte een verzoek, dan wel een onjuist verzoek om een voorlopige teruggaaf heeft ingediend, tenzij de belastingschuldige aannemelijk maakt dat hem dit niet kan worden verweten;
|
||||
g. het verzoek is ingediend voor een belastingaanslag die het gevolg is van het feit dat de belastingschuldige ten onrechte een verzoek, dan wel een onjuist verzoek om een voorlopige teruggaaf heeft ingediend, tenzij de belastingschuldige aannemelijk maakt dat hem dit niet kan worden verweten. Als het verzoek naar waarheid is ingevuld en de belastingschuldige redelijkerwijs niet kon voorzien dat zich wijzigingen in zijn situatie zouden voordoen die van invloed zijn op de aanspraak op een voorlopige teruggaaf, wordt het in de vorige volzin bedoelde bewijs geacht te zijn geleverd;
|
||||
h. de belastingschuldige geen gebruik heeft gemaakt van het recht op aanvullende bijstand, waardoor de belastingaanslag (gedeeltelijk) zou kunnen worden betaald;
|
||||
i. aan de belastingaanslag een negatieve voorlopige aanslag is voorafgegaan die vastgesteld is overeenkomstig de ingediende aangifte, tenzij de belastingschuldige aannemelijk maakt dat het hem niet kan worden verweten dat een correctie van die aangifte heeft plaatsgevonden.
|
||||
– de belastingschuldige in surseance van betaling of in staat van faillissement verkeert, tenzij een akkoord is gesloten als bedoeld in de artikelen 138 en 252 FW;
|
||||
|
|
@ -2055,7 +2066,7 @@ Ook wordt geen kwijtschelding verleend voor het bedrag van de te betalen belasti
|
|||
|
||||
#### 26.1.10. Begrip ‘ex-ondernemer’ en kwijtschelding
|
||||
|
||||
Als een ex-ondernemer om kwijtschelding vraagt, past de ontvanger het kwijtscheldingsbeleid voor particulieren toe of de schuldenregeling voor particulieren en ex-ondernemers.
|
||||
Als een ex-ondernemer om kwijtschelding vraagt, past de ontvanger het kwijtscheldingsbeleid voor particulieren toe.
|
||||
|
||||
Er is geen sprake van een ex-ondernemer als (een deel van) het bedrijfsvermogen nog aanwezig is. In dat geval zal het verzoek om kwijtschelding moeten worden behandeld overeenkomstig het bepaalde in artikel 26.3 van deze leidraad. Het nog aanwezige bedrijfsvermogen zal geheel moeten worden gebruikt ter aflossing van de openstaande (zakelijke) belastingaanslagen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3467,9 +3478,7 @@ Een bezwaarschrift tegen de beschikking aansprakelijkstelling wordt tevens aange
|
|||
|
||||
#### 49.8.2. Beslissing op het bezwaarschrift
|
||||
|
||||
De afdoening van bezwaarschriften tegen aansprakelijkstellingen wordt in beginsel binnen de termijnen van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 7:10 Awb) afgehandeld. Artikel 49, derde lid, van de wet geeft de ontvanger formeel een beslistermijn van één jaar met de mogelijkheid deze termijn – met schriftelijke toestemming van het ministerie – met maximaal één jaar te verlengen.
|
||||
|
||||
Van deze mogelijkheid maakt de ontvanger alleen in uitzonderingsgevallen gebruik. Denk hierbij aan de situatie waarin de belanghebbende weigert mee te werken aan een voortvarende afhandeling van het bezwaarschrift.
|
||||
200820522-10-200808-10-2008CPP2008/2115M200820522-10-200808-10-2008CPP2008/2115M24-10-2008
|
||||
|
||||
### 49.9. Overgangsrecht
|
||||
|
||||
|
|
@ -3854,9 +3863,9 @@ Als omzetting van een faillissement in een wettelijke schuldsaneringsregeling mo
|
|||
|
||||
#### 73.5.1. Algemeen
|
||||
|
||||
De ontvanger verleent uitstel van betaling voor een periode van maximaal 36 maanden gedurende de periode van schuldregeling als:
|
||||
De ontvanger verleent uitstel van betaling voor een periode van maximaal 32 maanden gedurende de periode van schuldregeling als:
|
||||
|
||||
a. een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldregeling van de Nederlandse Vereniging van Volkskrediet tot stand is gekomen of een overeenkomst tot stand is gekomen die dezelfde strekking heeft als die gedragscode en waarbij voor de berekening van de aflossingscapaciteit wordt uitgegaan van de door Recofa gepubliceerde normen;
|
||||
a. een schuldregelingsovereenkomst in de zin van de Gedragscode Schuldregeling van de Nederlandse Vereniging van Volkskrediet wordt voortgezet of een overeenkomst wordt voortgezet die dezelfde strekking heeft als die gedragscode en waarbij voor de berekening van de aflossingscapaciteit wordt uitgegaan van de door Recofa gepubliceerde normen;
|
||||
b. de schuldhulpverlener lid of geassocieerd lid is van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet of de schuldregeling wordt uitgevoerd door een gemeente in eigen beheer;
|
||||
c. de schuldregeling betrekking heeft op natuurlijke personen, niet zijnde ondernemers;
|
||||
d. redelijkerwijs mag worden aangenomen dat de belastingschuldige – afgezien van de formaliteiten die daarvoor verricht moeten worden, met uitzondering van het bepaalde in artikel 288, tweede lid, onderdeel b, Fw – in aanmerking zou komen voor de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen;
|
||||
|
|
@ -3872,19 +3881,21 @@ De uitstelregeling geldt voor belastingaanslagen die betrekking hebben op de (ma
|
|||
|
||||
#### 73.5.2. Opschorten invorderingsmaatregelen na verzoek MSNP
|
||||
|
||||
Vanaf het moment dat de schuldhulpverlener verzoekt om een gespecificeerde schriftelijke opgave van de openstaande vorderingen, neemt de ontvanger gedurende drie maanden geen dwanginvorderingsmaatregelen. Lopende invorderingsmaatregelen schort de ontvanger op, zo nodig in overleg met de schuldhulpverlener.
|
||||
Vanaf het moment van ontvangst van een afschrift van de stabilisatie-overeenkomst neemt de ontvanger gedurende vier maanden geen dwanginvorderingsmaatregelen. Lopende invorderingsmaatregelen schort de ontvanger op, zo nodig in overleg met de schuldhulpverlener. Voorts vindt verrekening alleen plaats met teruggaven die betrekking hebben op belasting die (materieel) is ontstaan tot en met de dag waarop het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst is ontvangen.
|
||||
|
||||
Als bijzondere omstandigheden zich voordoen, kan de ontvanger deze termijn verlengen. Als de ontvanger een schriftelijke kennisgeving van de schuldhulpverlener ontvangt waaruit blijkt dat de overeenkomst tot schuldregeling niet wordt voortgezet, hervat de ontvanger de invordering.
|
||||
Als zich bijzondere omstandigheden voordoen kan de voormelde termijn door de schuldhulpverlener in overleg met de ontvanger met maximaal vier maanden worden verlengd. Als vier maanden na het sluiten van de stabilisatie-overeenkomst of na afloop van de verlenging van de stabilisatie-periode de schuldhulpverlener de ontvanger niet schriftelijk heeft geïnformeerd dat een schuldregelingsovereenkomst tot stand is gekomen, hervat de ontvanger de invordering. Mocht een schuldregelingsovereenkomst tot stand zijn gekomen en de ontvanger is daaromtrent door de schuldhulpverlener geïnformeerd, dan handelt de ontvanger gedurende maximaal vier maanden na het sluiten van de overeenkomst overeenkomstig het beleid dat geldt gedurende de looptijd van de stabilisatie-overeenkomst.
|
||||
|
||||
Als uiterlijk vier maanden na het sluiten van de schuldregelingsovereenkomst de schuldhulpverlener de ontvanger niet schriftelijk heeft geïnformeerd dat de schuldregelingsovereenkomst wordt voortgezet, hervat de ontvanger de invordering.
|
||||
|
||||
#### 73.5.3. Gevolgen uitstel MSNP voor invorderingsmaatregelen
|
||||
|
||||
Eventuele gelegde beslagen vervallen zodra het uitstel van betaling is verleend. Gedurende het uitstel is verrekening mogelijk van belastingaanslagen waarvoor uitstel van betaling is verleend. Verrekening kan plaatsvinden met teruggaven die betrekking hebben op belasting die (materieel) is ontstaan tot en met de dag waarop het verzoek van de schuldhulpverlener om een gespecificeerde schriftelijke opgave van de openstaande vorderingen is ontvangen.
|
||||
Eventuele gelegde beslagen vervallen zodra het uitstel van betaling is verleend. Verrekening kan plaatsvinden met teruggaven die betrekking hebben op belasting die (materieel) is ontstaan tot en met de dag waarop het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst is ontvangen.
|
||||
|
||||
#### 73.5.4. Houding ontvanger tijdens uitstel MSNP
|
||||
|
||||
Als sprake is van een verleend uitstel van betaling vanwege een overeenkomst tot schuldregeling, handelt de ontvanger gedurende de periode van uitstel op dezelfde wijze als bij een wettelijke schuldsaneringsregeling.
|
||||
Als sprake is van een verleend uitstel van betaling op grond van een overeenkomst tot voortzetting van de schuldregeling, handelt de ontvanger gedurende de periode van uitstel op dezelfde wijze als bij een wettelijke schuldsaneringsregeling.
|
||||
|
||||
Als de belastingschuldige verzoekt om kwijtschelding van belastingschulden die materieel zijn ontstaan na de dag waarop het verzoek van de schuldhulpverlener om een gespecificeerde schriftelijke opgave van de openstaande vorderingen is ontvangen, dan wordt het verzoek behandeld overeenkomstig het bestaande beleid.
|
||||
Als de belastingschuldige verzoekt om kwijtschelding van belastingschulden die materieel zijn ontstaan na de dag waarop het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst is ontvangen, dan wordt het verzoek behandeld overeenkomstig het bestaande beleid.
|
||||
|
||||
Dit houdt onder meer in dat bij de berekening van de betalingscapaciteit op het inkomen van de belastingschuldige niet in mindering wordt gebracht dat deel van het inkomen dat door de schuldhulpverlener wordt beheerd. Verder wordt opgemerkt dat de middelen die onder beheer van de schuldhulpverlener berusten, niet worden beschouwd worden als vermogen in de zin van artikel 12 van de regeling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4037,7 +4048,7 @@ Voor zover de conserverende aanslag meer bedraagt dan de voorlopige conserverend
|
|||
|
||||
Naast de normale vormen van zekerheid, kan zekerheidstelling ook plaatsvinden door verpanding van het pensioenkapitaal aan de Belastingdienst, mits de buitenlandse verzekeraar instemt met die verpanding.
|
||||
|
||||
In dit verband wordt gewezen op artikel 32 van de Pensioen- en spaarfondsenwet dat een zodanige verpanding voor pensioenen mogelijk maakt. Overigens geldt dat verpanding van het pensioenkapitaal in het kader van artikel 25, vijfde lid, van de wet geen handeling is die tot invordering van de conserverende belastingaanslag leidt.
|
||||
In dit verband wordt gewezen op artikel 64, eerste lid, aanhef en onderdeel a., van de Pensioenwet dat een zodanige verpanding voor pensioenen mogelijk maakt. Overigens geldt dat verpanding van het pensioenkapitaal in het kader van artikel 25, vijfde lid, van de wet geen handeling is die tot invordering van de conserverende belastingaanslag leidt.
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 1e, tweede lid, van de regeling kan zekerheidstelling door de belastingschuldige achterwege blijven, als er sprake is van emigratie én waardeoverdracht van kapitaal aan een buitenlandse, niet in een EU-lidstaat gevestigde, aangewezen verzekeraar of pensioenfonds, welke zich heeft verplicht tot het verschaffen van inlichtingen en tot het stellen van zekerheid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4259,7 +4270,7 @@ De wettelijke bepalingen die gelden voor de rechten bij in- en uitvoer zijn in b
|
|||
|
||||
In alle gevallen houdt de ontvanger rekening met hetgeen in het CDW is bepaald over bezwaar en beroep: elke beslissing moet in de vorm van een beschikking worden genomen en tegen elke beschikking moet beroep mogelijk zijn. Dit betekent dus dat ook bij de invordering tegen elke beslissing beroep mogelijk is.
|
||||
|
||||
De bevoegdheid tot invordering door de ontvanger van de douane-onderdelen van de organisatie van de Belastingdienst (hierna: de douane-ontvanger) vloeit voort uit artikel 4, punt 3 CDW en artikel 4 DW. De bevoegdheid van de douane-ontvanger strekt zich uit tot onder meer de douanerechten, de landbouwheffingen en de anti-dumpingheffingen.
|
||||
De bevoegdheid tot invordering door de ontvanger van de douane-onderdelen van de organisatie van de Belastingdienst (hierna: de douane-ontvanger) vloeit voort uit artikel 4, punt 3 CDW en artikel 1:3 Adw. De bevoegdheid van de douane-ontvanger strekt zich uit tot onder meer de douanerechten, de landbouwheffingen en de anti-dumpingheffingen.
|
||||
|
||||
Op grond van de bepalingen in de diverse nationale wetten is de douane-ontvanger ook belast met de invordering voor de ter zake van de invoer verschuldigde omzetbelasting, accijnzen en verbruiksbelastingen, alsmede voor de bestuurlijke boeten, de compenserende rente en de kosten van ambtelijke werkzaamheden. Voor de uitvoering van zijn werkzaamheden gelden voor de douane-ontvanger in beginsel de bepalingen van de wet en van deze leidraad.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4295,7 +4306,7 @@ De bescheiden die betrekking hebben op de invordering van invoerrecht, landbouwh
|
|||
|
||||
### 76.6. Geen zekerheid bij douaneschuld en versnelde invordering
|
||||
|
||||
Met inachtneming van artikel 198 CDW kan versnelde invordering plaatsvinden als aanvulling of vervanging van de gestelde zekerheid niet tijdig overeenkomstig artikel 56 DW is verricht.
|
||||
Met inachtneming van artikel 198 CDW kan versnelde invordering plaatsvinden als aanvulling of vervanging van de gestelde zekerheid niet tijdig is verricht.
|
||||
|
||||
De termijn waarbinnen aan die eis moet zijn voldaan, is vier weken na de dagtekening van het verzoek tot aanvulling of vervanging.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4517,7 +4528,7 @@ Als de belanghebbende een betalingsregeling is toegestaan, als bedoeld in artike
|
|||
|
||||
Als aan de hand van de gegevens op het door de belanghebbende ingevulde vragenformulier is vastgesteld dat hij niet over enige betalingscapaciteit beschikt, dan zal Belastingdienst/Toeslagen de belanghebbende na die vaststelling meedelen geen invorderingsmaatregelen te zullen nemen met voor de toeslagenschuld in kwestie.
|
||||
|
||||
In beide situaties wordt aan de mededeling de voorwaarde verbonden dat eventuele toeslagen en teruggaven inkomstenbelasting – voor zover die niet in maandelijkse termijnen worden uitbetaald – zullen worden verrekend met de buiten de invordering gelaten schuld.
|
||||
In beide situaties wordt aan de mededeling de voorwaarde verbonden dat gedurende 3 jaar te rekenen vanaf de datum van de mededeling, eventuele toeslagen en teruggaven inkomstenbelasting – voor zover die niet in maandelijkse termijnen worden uitbetaald – zullen worden verrekend met de buiten de invordering gelaten schuld.
|
||||
|
||||
### 79.10. Aansprakelijkheid partner voor toeslagschuld
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue