2014-01-01 | BWBR0005807 | Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992
This commit is contained in:
parent
c743c55a27
commit
27cbb0a009
1 changed files with 4 additions and 6 deletions
|
|
@ -81,15 +81,13 @@ De vrijstelling wordt slechts verleend indien:
|
|||
a. de in het eerste lid bedoelde persoon en zijn inwonende gezinsleden, onderscheidenlijk het in het eerste lid bedoelde lichaam, in Nederland met het motorrijtuig geen gebruik hebben, onderscheidenlijk heeft, gemaakt van de weg in de twaalf maanden voorafgaand aan de periode van terbeschikkingstelling in Nederland; en
|
||||
b. een beroep op de vrijstelling wordt gedaan vóór aanvang van het gebruik van de weg met het motorrijtuig in Nederland, door middel van een elektronische melding.
|
||||
|
||||
**3.** De vrijstelling kan mede worden verleend indien door aantoonbare overmacht niet is voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, mits zo snel mogelijk na aanvang van het gebruik van de weg alsnog de elektronische melding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt gedaan, onder opgave van de dag waarop het gebruik van de weg is aangevangen en de redenen waarom niet eerder een beroep op de vrijstelling kon worden gedaan.
|
||||
**3.** De vrijstelling wordt verleend aan de in het eerste lid bedoelde natuurlijke persoon onderscheidenlijk het in het eerste lid bedoelde lichaam.
|
||||
|
||||
**4.** De vrijstelling wordt verleend aan de in het eerste lid bedoelde natuurlijke persoon onderscheidenlijk het in het eerste lid bedoelde lichaam.
|
||||
**4.** Indien voor een motorrijtuig waarvoor een beroep op de vrijstelling is gedaan niet of niet langer wordt voldaan aan een in het eerste of tweede lid genoemde voorwaarde, stelt degene aan wie de vrijstelling is verleend de inspecteur daarvan onverwijld in kennis.
|
||||
|
||||
**5.** Indien voor een motorrijtuig waarvoor een beroep op de vrijstelling is gedaan niet of niet langer wordt voldaan aan een in het eerste of tweede lid genoemde voorwaarde, stelt degene aan wie de vrijstelling is verleend de inspecteur daarvan onverwijld in kennis.
|
||||
**5.** Indien de in Nederland wonende natuurlijke persoon of een inwonend gezinslid van deze persoon, onderscheidenlijk het in Nederland gevestigde lichaam, met het motorrijtuig opnieuw gebruikmaakt van de weg in Nederland in de vijftig weken volgend op de periode van twee weken, bedoeld in het eerste lid, wordt de hernieuwde aanvang van het gebruik van de weg aangemerkt als de aanvang van het gebruik van de weg, bedoeld in artikel 1, zesde lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de in Nederland wonende natuurlijke persoon of een inwonend gezinslid van deze persoon, onderscheidenlijk het in Nederland gevestigde lichaam, met het motorrijtuig opnieuw gebruikmaakt van de weg in Nederland in de vijftig weken volgend op de periode van twee weken, bedoeld in het eerste lid, wordt de hernieuwde aanvang van het gebruik van de weg aangemerkt als de aanvang van het gebruik van de weg, bedoeld in artikel 1, zesde lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**7.** Indien het beroep op de vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, elektronisch wordt ingetrokken vóór de dag waarop volgens het elektronische beroep op de vrijstelling het gebruik in Nederland van de weg aanvangt, geldt het beroep als niet gedaan.
|
||||
**6.** Indien het beroep op de vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, elektronisch wordt ingetrokken vóór de dag waarop volgens het elektronische beroep op de vrijstelling het gebruik in Nederland van de weg aanvangt, geldt het beroep als niet gedaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue