diff --git a/amvb/bouwbesluit-2012/BWBR0030461/README.md b/amvb/bouwbesluit-2012/BWBR0030461/README.md index 069df94be67..0ae7c772457 100644 --- a/amvb/bouwbesluit-2012/BWBR0030461/README.md +++ b/amvb/bouwbesluit-2012/BWBR0030461/README.md @@ -25,16 +25,16 @@ Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wor * afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt; - * aansluitend terrein: - * aan een bouwwerk grenzend onbebouwd gedeelte van een perceel of openbaar toegankelijk gebied; + * aan een bouwwerk grenzend onbebouwd perceel of openbaar toegankelijk gebied; - * ADR-klasse: - * classificatie als bedoeld in de op 30 september 1957 te Genève tot stand gekomen Europese overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (Trb. 1959, 171); + * classificatie als bedoeld in de op 30 september 1957 te Genève tot stand gekomen Europese overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (Trb. 1959, 171); - * asbest: - * asbest als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Asbestverwijderingsbesluit 2005; + * asbest als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van het Asbestverwijderingsbesluit 2005; - * basisnetroute: - * basisnetroute als bedoeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes; + * basisnetroute als bedoeld in het Besluit transportroutes externe veiligheid; - **bedgebied:** verblijfsgebied met een of meer bedruimten; - * bedieningscentrale: @@ -43,7 +43,7 @@ Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wor - * belastingscombinatie: * verzameling van belastingen die gelijktijdig kunnen optreden; -- **beschermd subbrandcompartiment:** gedeelte van een bouwwerk dat binnen de begrenzing van een subbrandcompartiment ligt of daarmee samenvalt, dat meer bescherming biedt tegen brand of rook dan een subbrandcompartiment; +- **beschermd subbrandcompartiment:** gedeelte van een subbrandcompartiment dat meer bescherming biedt tegen brand en rook dan een subbrandcompartiment; - * beschermde route: * buiten het subbrandcompartiment waar de vluchtroute begint gelegen gedeelte van een vluchtroute; @@ -56,11 +56,9 @@ Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wor - * bezwijken: * het overschrijden van een uiterste grenstoestand; -- **bijna energieneutraal gebouw:** gebouw met een zeer hoge energieprestatie, waarbij de dicht bij nul liggende of zeer lage hoeveelheid energie die is vereist in zeer aanzienlijke mate wordt geleverd uit hernieuwbare bronnen die deels ter plaatse of dichtbij wordt geproduceerd; - * bouwconstructie: * onderdeel van een bouwwerk dat bestemd is om belasting te dragen; -- **bouwschil:** de geïntegreerde onderdelen die de binnenruimte van een gebouw scheiden van de buitenwereld; - * brandcompartiment: * gedeelte van een of meer bouwwerken bestemd als maximaal uitbreidingsgebied van brand; @@ -73,22 +71,13 @@ Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wor * lift die met een eenvoudige handeling ter beschikking van de brandweer kan worden gesteld voor het transport van materieel en manschappen; - * CE-markering: - * CE-markering als bedoeld in artikel 8 van de verordening bouwproducten; + * CE-markering als bedoeld in artikel 4 van de richtlijn bouwproducten; - * dagwaarde: - * de waarde van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau voor geluid tussen 07.00 tot 19.00 uur op de gevel van een geluidsgevoelig object als bedoeld in artikel 11.1 van de Wet milieubeheer, vermeerderd met een eventuele toeslag voor geluid met een impulskarakter, bepaald volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, internetuitgave 2004; -- * - distributienet voor warmte: - * collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater; + * de waarde van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau voor geluid tussen 07.00 tot 19.00 uur, vermeerderd met een eventuele toeslag voor geluid met een impulsachtig karakter, bepaald volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, internetuitgave 2004; - * doorgang: * toegang, uitgang of doorlaatopening voor personen van een bouwwerk of van een gedeelte daarvan; -- * - elektrisch voertuig: - * elektrisch voertuig als bedoeld in artikel 1 van het Besluit infrastructuur alternatieve brandstoffen; -- * - energieprestatiecontract: - * energieprestatiecontract als bedoeld in artikel 2, onderdeel 27, van de richtlijn 2012/27/EU van het Europees parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG; - * erf: * erf als bedoeld in bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht; @@ -107,16 +96,10 @@ Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wor - **gebruiksgebied:** vrij indeelbaar gedeelte van een gebruiksfunctie waar voor de gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten plaatsvinden, dat bestaat uit een of meer op dezelfde bouwlaag gelegen ruimten gelegen in een brandcompartiment die niet door een dragende scheidingsconstructie van elkaar zijn gescheiden en die geen toiletruimte, badruimte, technische ruimte of verkeersruimte zijn, tenzij die ruimte zelf een functieruimte is; - * gebruiksoppervlakte: - * gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580; + * gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580; - * gecorrigeerde loopafstand: * loopafstand waarbij constructieonderdelen die geen onderdeel uitmaken van de bouwconstructie buiten beschouwing worden gelaten, waarbij de loopafstand voor zover deze door een gebruiksgebied voert met 1,5 wordt vermenigvuldigd; -- **geharmoniseerde norm:** norm als bedoeld in artikel 2, elfde lid, van de verordening bouwproducten; -- **geharmoniseerde technische specificatie:** specificatie als bedoeld in artikel 2, tiende lid, van de verordening bouwproducten; -- * - herziene richtlijn energieprestatie gebouwen: - * - richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen (herschikking) (PbEU 2010, L 153/13), zoals gewijzigd door richtlijn (EU) 2018/844 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van de Richtlijn 2010/31/EU betreffende de energieprestatie van gebouwen en Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie (PbEU 2018, L 156/75); - * hoge spanning: * nominale wisselspanning van meer dan 1.000 volt, hetzij een nominale gelijkspanning van meer dan 1.500 volt; @@ -135,16 +118,12 @@ Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wor - * klimlijn: * denkbeeldige, vloeiend verlopende lijn die de voorkanten van de treden van een trap met elkaar verbindt; -- * - koelsysteem: - * technisch bouwsysteem met als doel het koelen van een ruimte binnen een gebouw of gedeelte daarvan, door middel van het toevoeren van koude of het ontvochtigen van de lucht of een combinatie van beide; - * lage spanning: * nominale wisselspanning van niet meer dan 1.000 volt, hetzij nominale gelijkspanning van niet meer dan 1.500 volt; -- **LAVS:** landelijk asbestvolgsysteem, bedoeld in artikel 9.5.7 van de Wet milieubeheer; - * leefzone: - * gedeelte van een verblijfsgebied waarbij de ruimte gelegen binnen 1 m van een uitwendige scheidingsconstructie, binnen 0,2 m van een inwendige scheidingsconstructie en hoger gelegen dan 1,8 m boven de vloer buiten beschouwing blijft; + * gedeelte van een verblijfsgebied waarbij de ruimte gelegen binnen 1 m van een uitwendige scheidingsconstructie, binnen 0,2 m van een inwendige scheidingsconstructie en hoger gelegen dan 1,8 m boven de vloer buiten beschouwing blijft; - * lift: * lift als bedoeld in artikel 1 van het Warenwetbesluit liften bestemd voor personen; @@ -153,7 +132,7 @@ Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wor * doorgang van een liftschacht voor het bereiken van een kooi van een lift; - * loopafstand: - * afstand, gemeten langs een denkbeeldige, kortst realiseerbare lijn tussen twee punten, waarover op een afstand van ten minste 0,3 m van constructieonderdelen kan worden gelopen en waarbij de loopafstand over een trap samenvalt met de klimlijn; + * afstand, gemeten langs een denkbeeldige, kortst realiseerbare lijn tussen twee punten, waarover op een afstand van ten minste 0,3 m van constructieonderdelen kan worden gelopen en waarbij de loopafstand over een trap samenvalt met de klimlijn; - * lozingstoestel: * toestel met een mogelijkheid voor aansluiting op de afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater; @@ -162,7 +141,7 @@ Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wor * hoogte van het aansluitende terrein, gemeten ter plaatse van de toegang van het gebouw; - * milieugevaarlijke stoffen: - * gevaarlijke stoffen als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; + * gevaarlijke stoffen als bedoeld in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer; - * NEN: * door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm; @@ -178,19 +157,12 @@ Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wor - * nooddeur: * deur die uitsluitend is bestemd om te vluchten; -- * - NTA: - * door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven technische afspraak; - * NVN: * door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven voornorm; -- **onderdeel van een gebouw:** technisch bouwsysteem of een onderdeel van de bouwschil; - * open erf: * onbebouwd deel van een erf; -- * - oplaadpunt: - * oplaadpunt als bedoeld in artikel 1 van het Besluit infrastructuur alternatieve brandstoffen; - * permanente vuurbelasting: * volgens NEN 6090 bepaalde vuurbelasting van de brandbare materialen in de constructieonderdelen van een bouwwerk of van een daarin gelegen ruimte, dan wel de constructieonderdelen die dat bouwwerk of die ruimte begrenzen; @@ -199,8 +171,7 @@ Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wor * product van de permanente vuurbelasting van een ruimte of een groep van ruimten en de volgens NEN 2580 bepaalde netto-vloeroppervlakte van het beschouwde gedeelte van het bouwwerk; - * plasbrandaandachtsgebied: - * gebied als bedoeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes; -- **prestatieverklaring:** verklaring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de verordening bouwproducten; + * gebied als bedoeld in het Besluit transportroutes externe veiligheid; - * RAL: * door het RAL Deutsches Institut für Gütesicherung und Kennzeichnung gestandaardiseerde kleurcode; @@ -208,9 +179,8 @@ Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wor rechtens verkregen niveau: * niveau dat het gevolg is van de toepassing op enig moment van de relevante op dat moment van toepassing zijnde technische voorschriften en dat niet lager ligt dan het niveau van de desbetreffende voorschriften voor een bestaand bouwwerk en niet hoger dan het niveau van de desbetreffende voorschriften voor een te bouwen bouwwerk; - * - richtlijn breedband: - * - richtlijn 2014/61/EU van het Europees parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake maatregelen ter verlaging van de kosten van de aanleg van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid (PbEU 2014, L155); + richtlijn bouwproducten: + * richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten inzake voor de bouw bestemde producten (89/106/EEG, PbEG L 40), zoals gewijzigd bij richtlijn 93/68/EEG van de Raad van 22 juli 1993 (PbEG L 220); - * rookklasse: * Europese brandklasse als bedoeld in NEN-EN 13501-1, onderdeel Additional classifications for smoke production; @@ -220,19 +190,9 @@ Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wor - * stookplaats: * opstelplaats voor een verbrandingstoestel dat bestemd is voor open verbranding van vaste brandstoffen; -- **straatpeil:** - -a. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; -b. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; - * subbrandcompartiment: - * gedeelte van een bouwwerk dat binnen de begrenzing van een brandcompartiment ligt of daarmee samenvalt, bestemd voor beperking van verspreiding van rook of verdere beperking van het uitbreidingsgebied van brand; -- * - systeem voor gebouwautomatisering en -controle: - * systeem als bedoeld in artikel 2, onderdeel 3 bis, van de herziene richtlijn energieprestatie van gebouwen; -- * - technisch bouwsysteem: - * gebouwgebonden samenstelling van alle bestanddelen van een installatie, waaronder de isolatiekenmerken daarvan, die is bedoeld voor ruimteverwarming, ruimtekoeling, ventilatie, het voorzien van warmtapwater, ingebouwde verlichting, gebouwautomatisering- en controle, elektriciteitsopwekking ter plaatse, of een combinatie daarvan, met inbegrip van systemen die gebruikmaken van energie uit hernieuwbare bronnen, van een gebouw of een gedeelte daarvan; + * gedeelte van een brandcompartiment bestemd voor beperking van verspreiding van rook en verdere beperking van het uitbreidingsgebied van brand; - * technische ruimte: * ruimte voor het plaatsen van de apparatuur, noodzakelijk voor het functioneren van het bouwwerk, waaronder in ieder geval begrepen een meterruimte, een liftmachineruimte en een stookruimte; @@ -251,9 +211,6 @@ b. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de ho - * tunnellengte: * lengte van de wegtunnelbuis met de grootste tunnelbuislengte; -- * - tijdelijk bouwwerk: - * bouwwerk dat bedoeld is om voor een periode van ten hoogste vijftien jaar op een bepaalde plaats aanwezig te zijn; - * uitgang van een gebruiksfunctie: * uitgang tot het aansluitende terrein, een gemeenschappelijke verkeersruimte, een gemeenschappelijk verblijfsgebied of een ruimte van een andere gebruiksfunctie, ter plaatse waarvan een route eindigt die begint in een punt in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied en uitsluitend voert door niet-gemeenschappelijke ruimten van de gebruiksfunctie; @@ -263,18 +220,12 @@ b. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de ho - * V: * door de Hoofdcommissie voor de Normalisatie uitgegeven leidraad; -- * - veiligheidsroute: - * gedeelte van een extra beschermde vluchtroute dat voert door een niet besloten ruimte en aansluitend daarop door een ruimte die in de vluchtrichting uitsluitend kan worden bereikt vanuit een niet besloten ruimte; - * veiligheidsvluchtroute: * gedeelte van een extra beschermde vluchtroute dat voert door een niet besloten ruimte en aansluitend daarop door een ruimte die uitsluitend kan worden bereikt vanuit niet besloten ruimten; - * veiligheidszone: * gebied langs of binnen een basisnetroute waar het plaatsgebonden risico meer bedraagt of kan bedragen dan 10^-6; -- * - ventilatiesysteem: - * technisch bouwsysteem, geen onderdeel uitmakend van een verwarmings- of koelsysteem, dat verse lucht toevoert of verontreinigde binnenlucht afvoert, of een combinatie daarvan; - * verblijfsgebied: * gebruiksgebied of een gedeelte daarvan voor het verblijven van personen; @@ -295,13 +246,10 @@ b. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de ho * ruimte bestemd voor het bereiken van een andere ruimte, niet zijnde een ruimte in een verblijfsgebied of in een functiegebied, een toiletruimte, een badruimte of een technische ruimte; - * verordening bouwproducten: - * verordening van het Europees parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (305/2011/EU, PbEU L88); + * verordening van het Europees parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (305/2011/EU, PbEU L88); - * verpakkingsgroep: - * verpakkingsgroep als bedoeld in de op 30 september 1957 te Genève tot stand gekomen Europese overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (Trb. 1959, 171); -- * - verwarmingssysteem: - * combinatie van de bestanddelen die nodig zijn voor een vorm van inpandige luchtbehandeling, waardoor de temperatuur wordt verhoogd; + * verpakkingsgroep als bedoeld in de op 30 september 1957 te Genève tot stand gekomen Europese overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (Trb. 1959, 171); - * vluchtroute: * route die begint in een voor personen bestemde ruimte, uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen en eindigt op een veilige plaats, zonder dat gebruik behoeft te worden gemaakt van een lift; @@ -310,7 +258,7 @@ b. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de ho * vloer of ruimte waarvan het kenmerkende gebruik verbonden is met de aanwezigheid van personen; - * vrije breedte: - * kleinste afstand tussen constructieonderdelen aan weerskanten van een doorgang; + * vrije breedte als bedoeld in NEN 2580; - * vrije hoogte: * vrije hoogte als bedoeld in NEN 2580; @@ -321,19 +269,6 @@ b. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst de ho Wabo: * Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; -- * - warmtapwatersysteem: - * technisch bouwsysteem waarin warmtapwater wordt opgewekt, gedistribueerd of afgegeven of een combinatie daarvan; -- * - warmtegenerator: - * onderdeel van een verwarmingssysteem dat nuttige warmte genereert via een of meerdere van de volgende processen: - -a. verbranding van brandstof in een verbrandingstoestel; -b. joule-effect in de verwarmingselementen van een verwarmingssysteem met elektrische weerstand; en -c. opvangen van warmte uit de lucht, ventilatie afvoerlucht of een water- of aardwarmtebron met een warmtepomp; -- * - warmteplan: - * besluit van de gemeenteraad inzake de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen; - * weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag: * kortste tijd die een brand nodig heeft om zich uit te breiden van een ruimte naar een andere ruimte; @@ -395,16 +330,14 @@ Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wor - * bijeenkomstfunctie voor kinderopvang: - * bijeenkomstfunctie voor het bedrijfsmatig opvangen, verzorgen, opvoeden en begeleiden van kinderen die het basisonderwijs nog niet hebben beëindigd, niet zijnde gastouderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang; + * bijeenkomstfunctie voor het bedrijfsmatig opvangen, verzorgen, opvoeden en begeleiden van kinderen die het basisonderwijs nog niet hebben beëindigd, niet zijnde gastouderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; - * cel: * voor een enkel persoon of een afzonderlijke groep personen bestemd gedeelte van een celfunctie; -- **kantoorgebouw:** gebouw of gedeelte daarvan met uitsluitend een of meer kantoorfuncties en nevenfuncties daarvan; - * lichte industriefunctie: * industriefunctie waarin activiteiten plaatsvinden, waarbij het verblijven van personen een ondergeschikte rol speelt; -- **lichte industriefunctie voor het bedrijfsmatig houden van dieren:** lichte industriefunctie waarin dieren als bedoeld in bijlage II bij het Besluit houders van dieren, worden gehouden; -- **logiesfunctie met 24-uurs bewaking:** logiesfunctie waarbij 24 uur per dag een functionaris aanwezig is in het logiesgebouw, op het eigen perceel of op een loopafstand van ten hoogste 100 m vanaf de toegang van het logiesgebouw, mits die functionaris in geval van een calamiteit wordt gealarmeerd door de bij de logiesfunctie behorende ontruimingsalarminstallatie of rookmelders; +- **logiesfunctie met 24-uurs bewaking:** logiesfunctie waarbij 24 uur per dag een functionaris aanwezig is in het logiesgebouw, op het eigen perceel of op een loopafstand van ten hoogste 100 m vanaf de toegang van het logiesgebouw, mits die functionaris in geval van een calamiteit wordt gealarmeerd door de bij de logiesfunctie behorende ontruimingsinstallatie; - * logiesgebouw: * gebouw of gedeelte van een gebouw, waarin meer dan een logiesverblijf ligt, dat is aangewezen op een gezamenlijke verkeersroute; @@ -420,8 +353,6 @@ Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gegeven voorschriften wor - * woonfunctie voor kamergewijze verhuur: * niet-gemeenschappelijk deel van een woonfunctie waarin zich vijf of meer wooneenheden bevinden; -- **woonfunctie voor particulier eigendom:** woonfunctie die wordt gebouwd in particulier opdrachtgeverschap als bedoeld in artikel 1.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening of die wordt bewoond door de eigenaar; -- **woonfunctie voor studenten:** woonfunctie voor bewoners die zijn ingeschreven aan een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of aan een universiteit of hogeschool als bedoeld in artikel 1.2, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; - * woonfunctie voor zorg: * woonfunctie waarbij aan de bewoners professionele zorg wordt verleend met een vanuit het zorgaanbod georganiseerde koppeling tussen wonen en zorg in een daarvoor bestemde en uitgeruste woonfunctie; @@ -477,11 +408,7 @@ Bij een aanvraag om vergunning voor het bouwen wordt onverminderd het eerste lid **1.** Aan een in hoofdstuk 2 tot en met 7 gesteld voorschrift behoeft niet te worden voldaan indien het bouwwerk of het gebruik daarvan anders dan door toepassing van het desbetreffende voorschrift ten minste dezelfde mate van veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en bescherming van het milieu biedt als is beoogd met de in die hoofdstukken gestelde voorschriften. -**2.** Aan het in artikel 8.2, tweede lid, gestelde voorschrift behoeft niet te worden voldaan indien de bouw- en sloopwerkzaamheden anders dan door toepassing van het desbetreffende voorschrift ten minste dezelfde mate van veiligheid en bescherming van de gezondheid bieden als is beoogd met het in dat lid gestelde voorschrift. - -**3.** Een gelijkwaardige oplossing als bedoeld in het eerste lid wordt bij het gebruik van het bouwwerk in stand gehouden. - -**4.** Een in het eerste lid bedoelde gelijkwaardige oplossing voor een aansluiting op het distributienet voor warmte als bedoeld in artikel 6.10, derde lid, heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu. +**2.** Een gelijkwaardige oplossing als bedoeld in het eerste lid wordt bij het gebruik van het bouwwerk in stand gehouden. ### Artikel 1.4 @@ -501,98 +428,61 @@ Bij een aanvraag om vergunning voor het bouwen wordt onverminderd het eerste lid **3.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de toepassing van een in dit besluit genoemd certificatie- of inspectieschema. -### Paragraaf 1.3. CE-markeringen, markttoezicht en kwaliteitsverklaringen +### Paragraaf 1.3. CE-markeringen en kwaliteitsverklaringen ### Artikel 1.6 -Het is verboden een bouwproduct in de handel te brengen waarvoor overeenkomstig de verordening bouwproducten een geharmoniseerde norm is vastgesteld en de co-existentieperiode met betrekking tot die norm is afgelopen, indien dat product niet is voorzien van de daarop betrekking hebbende CE-markering. +Het is verboden een bouwproduct in de handel te brengen waarvoor de Europese Commissie een geharmoniseerde Europese norm heeft gepubliceerd en de co-existentieperiode met betrekking tot die norm is afgelopen, indien dat product niet is voorzien van de daarop betrekking hebbende CE-markering. ### Artikel 1.7 -Vervallen +**1.** Het is verboden een bouwproduct, een aan dat product bevestigd label, de verpakking van een bouwproduct of de begeleidende handelsdocumenten te voorzien van een markering die gelijkenis vertoont met een CE-markering, als bedoeld in artikel 4, zesde lid, van de richtlijn bouwproducten. + +**2.** Het is verboden voor een bouwproduct waarvoor de Europese Commissie een geharmoniseerde Europese norm heeft gepubliceerd een op de eisen waarop die norm betrekking heeft toegesneden kwaliteitsverklaring of keurmerk te eisen of verplicht te stellen. + +**3.** Indien een bouwproduct aan bepaalde prestaties moet voldoen zodat het bouwwerk waarin het wordt toegepast voldoet aan een bij of krachtens dit besluit gestelde eis, is aan die eis voldaan indien het bouwproduct is toegepast overeenkomstig een op die eis toegesneden CE-markering. ### Artikel 1.8 -**1.** Indien een bouwproduct, waarop een CE-markering is aangebracht, aan bepaalde prestaties moet voldoen zodat het bouwwerk waarin het wordt toegepast voldoet aan een bij of krachtens dit besluit gestelde eis, is aan die eis voldaan indien het bouwproduct is toegepast overeenkomstig een op die eis toegesneden prestatieverklaring. - -**2.** Indien een bouwproduct aan bepaalde prestaties die niet onder een geharmoniseerde norm vallen moet voldoen zodat het bouwwerk waarin het wordt toegepast voldoet aan een bij of krachtens dit besluit gestelde eis, is aan die eis voldaan indien het bouwproduct is toegepast overeenkomstig een op die eis toegesneden kwaliteitsverklaring. - -**3.** Indien een bouwproces aan bepaalde prestaties moet voldoen zodat het bouwwerk waarin het wordt uitgevoerd voldoet aan een bij of krachtens dit besluit gestelde eis, is aan die eis voldaan indien het bouwproces is toegepast overeenkomstig een op die eis toegesneden kwaliteitsverklaring. - -**4.** Een prestatieverklaring wordt in de Nederlandse taal verstrekt. +Indien een bouwproduct of bouwproces aan bepaalde prestaties moet voldoen zodat het bouwwerk waarin het wordt toegepast voldoet aan een bij of krachtens dit besluit gestelde eis, is aan die eis voldaan indien het bouwproduct of bouwproces is toegepast overeenkomstig een op die eis toegesneden kwaliteitsverklaring. ### Artikel 1.9 -**1.** Onze Minister wijst technische beoordelingsinstanties als bedoeld in artikel 29 van de verordening bouwproducten aan. +**1.** De daarvoor verantwoordelijke Minister maakt de referenties van de technische specificaties als bedoeld in de artikelen 4 en 11 van de richtlijn bouwproducten openbaar. -**2.** Onze Minister wijst een aanmeldende autoriteit als bedoeld in artikel 40 van de verordening bouwproducten aan. +**2.** Onze Minister wijst technische beoordelingsinstanties als bedoeld in artikel 29 van de verordening bouwproducten aan. -**3.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het in het eerste en tweede lid bepaalde. +**3.** Onze Minister wijst een aanmeldende autoriteit als bedoeld in artikel 40 van de verordening bouwproducten aan. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het in het tweede en derde lid bepaalde. ### Artikel 1.10 -**1.** Handelen in strijd met de verplichtingen die voortvloeien uit de verordening bouwproducten is verboden. - -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de implementatie van de verordening bouwproducten. +Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de implementatie van de richtlijn bouwproducten en de verordening bouwproducten. ### Artikel 1.11 -**1.** Kwaliteitsverklaringen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet worden afgegeven op basis van een door Onze Minister erkend stelsel van kwaliteitsverklaringen voor de bouw. +**1.** Kwaliteitsverklaringen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de wet worden afgegeven op basis van een door Onze Minister erkend stelsel van kwaliteitsverklaringen voor de bouw. -**2.** Onze Minister stelt de voorwaarden vast waaronder kwaliteitsverklaringen voor de bouw worden afgegeven. - -### Artikel 1.11a - -**1.** Het is verboden een product waarop de verordening bouwproducten van toepassing is in de handel te brengen in strijd met artikel 4, eerste lid, van verordening (EU) 2019/1020. - -**2.** Het is een marktdeelnemer als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening (EU) 2019/1020 verboden met betrekking tot een product waarop de verordening bouwproducten van toepassing is, te handelen in strijd met artikel 4, derde en vierde lid, van verordening (EU) 2019/2010. - -**3.** Het is een gemachtigde als bedoeld in artikel 3, onder 12, van verordening (EU) 2019/1020 verboden met betrekking tot een product waarop de verordening bouwproducten van toepassing is, te handelen in strijd met artikel 5, tweede lid, tweede zin, van verordening (EU) 2019/1020. - -**4.** Het is een marktdeelnemer verboden met betrekking tot een product waarop de verordening bouwproducten van toepassing is, te handelen in strijd met artikel 7, eerste lid, van verordening (EU) 2019/1020. - -**5.** Het is een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij verboden met betrekking tot een product waarop de verordening bouwproducten van toepassing is, te handelen in strijd met artikel 7, tweede lid, van verordening (EU) 2019/1020. +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het in het eerste lid bepaalde. ### Paragraaf 1.4. Bijzondere bepalingen ### Artikel 1.12 -**1.** - -Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen, het veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de voorschriften voor een te bouwen bouwwerk uit de hoofdstukken 2 tot en met 5 van toepassing, tenzij: - -a. in de afdeling van een voorschrift anders is bepaald; of -b. uit een verplichting als bedoeld in artikel 13 van de wet een andere eis volgt. +**1.** Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn wat betreft de hoofdstukken 2 tot en met 5 de voorschriften van een te bouwen bouwwerk van toepassing tenzij in de desbetreffende afdeling voor een voorschrift anders is aangegeven. **2.** Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een installatie is wat betreft hoofdstuk 6 het rechtens verkregen niveau van toepassing. **3.** Op het geheel vernieuwen van een installatie zijn wat betreft hoofdstuk 6 de voorschriften van een te bouwen bouwwerk van toepassing. -### Artikel 1.12a - -Op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom zijn de afdelingen 4.3, 4.4, 4.5 en 4.6, en onverminderd het bepaalde in artikel 9.2, 10e lid, artikel 6.10 niet van toepassing. Wat betreft de afdelingen 2.3, 2.4, 2.5, 2.6, 3.11, 4.1, 4.2 en 4.7 zijn de voorschriften voor een bestaand bouwwerk van toepassing. - -### Artikel 1.12b - -**1.** Op het bouwen van een drijvend bouwwerk zijn de afdelingen 4.3, 4.5 en 4.6 en onverminderd het bepaalde in artikel 9.2, tiende lid, artikel 6.10 niet van toepassing. Wat betreft de afdelingen 2.3, 2.4, 2.5, 3.11, 4.1, 4.2 en 4.7 zijn de voorschriften voor een bestaand bouwwerk van toepassing. Voor artikel 2.107, achtste lid, wordt artikel 2.117, vierde lid, gelezen. - -**2.** In aanvulling op het eerste lid zijn op een drijvend bouwwerk zonder toegankelijkheidssector de afdelingen 2.6 en 4.4 niet van toepassing. - -**3.** Bij het bepalen van de afstand tot de perceelsgrens van een drijvend bouwwerk mag worden uitgegaan van een horizontaal gemeten afstand van 2,5 m vanuit de uitwendige scheidingsconstructie van het drijvende bouwwerk. - -**4.** Bij toepassing van afdeling 2.12 mag bij een drijvend bouwwerk voor het aansluitend terrein worden gelezen de steiger tussen het drijvende bouwwerk en de wal. - -**5.** Op een drijvend bouwwerk met een woonfunctie dat door functiewijziging van een schip is ontstaan zijn de hoofdstukken 2 tot en met 7 niet van toepassing. - ### Artikel 1.13 Indien aan een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, dan wel artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo een voorschrift is verbonden dat afwijkt van een bij of krachtens dit besluit vastgesteld voorschrift voor het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk, is uitsluitend het aan die vergunning verbonden voorschrift van toepassing. ### Artikel 1.14 -**1.** Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn wat betreft de hoofdstukken 2 tot en met 6 de voorschriften voor een bestaand bouwwerk van toepassing, tenzij in de desbetreffende afdeling voor een voorschrift anders is aangegeven. - -**2.** Indien een als tijdelijk bouwwerk gebouwd bouwwerk als permanent bouwwerk aanwezig blijft, wordt dat bouwwerk wat betreft de hoofdstukken 2 tot en met 6 in overeenstemming gebracht met de voorschriften van een te bouwen bouwwerk. +Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn wat betreft de hoofdstukken 2 tot en met 6 de voorschriften voor een bestaand bouwwerk van toepassing, tenzij in de desbetreffende afdeling voor een voorschrift anders is aangegeven. ### Artikel 1.15 @@ -600,14 +490,6 @@ Indien aan een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2. **2.** Op een tijdelijk bouwwerk is het eerste lid alleen van toepassing, indien het bouwwerk na verplaatsing een tijdelijk bouwwerk is. -### Artikel 1.15a - -Indien aan een activiteit op grond van hetgeen is bepaald krachtens de Alcoholwet een voorschrift is verbonden dat strenger is dan een bij of krachtens dit besluit gesteld voorschrift is uitsluitend het aan die activiteit verbonden voorschrift van toepassing. - -### Artikel 1.15b - -Afdeling 2.1 is niet van toepassing voor zover de eisen betrekking hebben op de mate van waterkerendheid van het bouwwerk of een onderdeel daarvan. - ### Artikel 1.16 **1.** @@ -635,7 +517,7 @@ Het is verboden om zonder of in afwijking van een gebruiksmelding: a. een bouwwerk in gebruik te nemen of te gebruiken indien: 1. daarin meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn, of -2. toepassing is gegeven aan artikel 1.3 in verband met een in hoofdstuk 6 of 7 uit het oogpunt van brandveiligheid gegeven voorschrift, en +2. toepassing is gegeven aan artikel 1.3 in verband met een in hoofdstuk 6 of 7 gegeven voorschrift, en b. een woonfunctie in gebruik te nemen of te gebruiken voor kamergewijze verhuur. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing op het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk waarvoor een vergunning voor brandveilig gebruik is vereist. @@ -655,7 +537,7 @@ b. een wegtunnel. **1.** Een gebruiksmelding wordt ten minste vier weken voor de voorgenomen aanvang van het gebruik schriftelijk ingediend bij het bevoegd gezag. -**2.** Een gebruiksmelding langs elektronische weg wordt gedaan met gebruikmaking van het elektronische formulier dat op de datum van indiening van de gebruiksmelding beschikbaar is via de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 7.6 van de Wabo. Op die melding is artikel 4.3, eerste en tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht van overeenkomstige toepassing. +**2.** Een gebruiksmelding langs elektronische weg wordt gedaan met gebruikmaking van het elektronische formulier dat op de datum van indiening van de gebruiksmelding beschikbaar is via de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 7.6 van de Wabo. Op die melding is artikel 4.3, eerste en tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht van overeenkomstige toepassing. **3.** Een gebruiksmelding anders dan langs elektronische weg wordt gedaan met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht. Indien de gebruiksmelding tegelijk met de indiening van een aanvraag om vergunning krachtens de Wabo wordt gedaan, wordt van de gebruiksmelding en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden hetzelfde aantal exemplaren ingediend als op grond van artikel 4.2, tweede en derde lid, van het Besluit omgevingsrecht van de aanvraag om vergunning en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden wordt ingediend. Indien de gebruiksmelding afzonderlijk wordt gedaan, worden deze en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden in drievoud ingediend. @@ -663,16 +545,9 @@ b. een wegtunnel. **5.** -Bij de gebruiksmelding worden de volgende gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag verstrekt: +Voor zover dit naar het oordeel van het bevoegd gezag nodig is om aannemelijk te maken dat het gebruik voldoet aan de bij of krachtens de wet gegeven voorschriften verstrekt de melder bij de gebruiksmelding, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, onderdelen a, onder 1, en b, een situatieschets met noordpijl met een schaal die niet kleiner is dan 1:1.000, en per bouwlaag een plattegrondtekening met een schaal die niet kleiner is dan 1:100 bij een gebouw met een brutovloeroppervlakte van minder dan 10.000 m^2 en niet kleiner dan 1:200 bij een grotere brutovloeroppervlakte. -a. naam, adres en woonplaats van de melder en indien van toepassing, van de gemachtigde om te melden; -b. adres, kadastrale aanduiding dan wel ligging van het bouwwerk en de aard en omvang daarvan. - -**6.** - -Voor zover dit naar het oordeel van het bevoegd gezag nodig is om aannemelijk te maken dat het gebruik voldoet aan de bij of krachtens de wet gegeven voorschriften verstrekt de melder bij de gebruiksmelding, bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, onderdelen a, onder 1, en b, een situatieschets met noordpijl met een schaal die niet kleiner is dan 1:1.000, en per bouwlaag een plattegrondtekening met een schaal die niet kleiner is dan 1:100 bij een gebouw met een brutovloeroppervlakte van minder dan 10.000 m^2 en niet kleiner dan 1:200 bij een grotere brutovloeroppervlakte. - -Op de plattegrondtekening of een bijlage daarvan is aangegeven: +Op de plattegrondtekening is aangegeven: a. schaalaanduiding; b. per bouwlaag: @@ -685,7 +560,7 @@ c. per ruimte: 1°. vloeroppervlakte; 2°. gebruiksbestemming; 3°. bij ruimten voor meer dan 25 personen, de hoogste bezetting van die ruimte, en -4°. opstelling van inventaris en van inrichtingselementen als bedoeld in dit besluit; +4°. opstelling van inventaris en van inrichtingselementen als bedoeld in dit besluit, en d. met aanduidingen van de plaats van, voor zover deze aanwezig zijn: 1°. brand- en/of rookwerende scheidingsconstructies; @@ -702,14 +577,13 @@ d. met aanduidingen van de plaats van, voor zover deze aanwezig zijn: 12°. droge blusleidingen; 13°. brandweeringang; 14°. sleutelkluis of -buis, en -15°. brandweerlift, en -e. gegevens en bescheiden over de aard en de plaats van de brandveiligheidsinstallaties. +15°. brandweerlift. -De aanduidingen zijn conform NEN 1413 voor zover deze norm daarin voorziet. +De aanduidingen zijn conform NEN 1414 voor zover deze norm daarin voorziet. -**7.** Bij een gebruiksmelding voor tijdelijk of seizoensgebonden gebruik van een bouwwerk wordt door de melder aangegeven voor welke periode of voor welke tijdvakken in een kalenderjaar het gebruik is beoogd. +**6.** Bij een gebruiksmelding voor tijdelijk of seizoensgebonden gebruik van een bouwwerk wordt door de melder aangegeven voor welke periode of voor welke tijdvakken in een kalenderjaar het gebruik is beoogd. -**8.** Een gebruiksmelding kan betrekking hebben op meerdere bouwwerken op hetzelfde terrein of op met elkaar samenhangende terreinen. +**7.** Een gebruiksmelding kan betrekking hebben op meerdere bouwwerken op hetzelfde terrein of op met elkaar samenhangende terreinen. ### Artikel 1.20 @@ -739,7 +613,7 @@ b. op verzoek van de melder. Tijdens het bouwen zijn, voor zover van toepassing, de volgende bescheiden of een afschrift daarvan op het terrein aanwezig: a. vergunning voor het bouwen; -b. veiligheidsplan als bedoeld in artikel 8.7; +b. bouwveiligheidsplan als bedoeld in artikel 8.3; c. afschrift van een besluit ingevolge artikel 13, 13a, of 14 van de wet, dan wel een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang dan wel last onder dwangsom, en d. overige voor het bouwen van belang zijnde vergunningen en documenten met nadere voorwaarden en ontheffingen. @@ -754,7 +628,7 @@ b. het straatpeil is uitgezet. **1.** Het bevoegd gezag wordt ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van bouwwerkzaamheden waarvoor een vergunning voor het bouwen is verleend door de houder van die vergunning schriftelijk van de aanvang van die werkzaamheden, met inbegrip van ontgravingswerkzaamheden, in kennis gesteld. -**2.** Het bevoegd gezag wordt uiterlijk op de eerste werkdag na de dag van beëindiging van de bouwwerkzaamheden waarvoor een vergunning voor het bouwen is verleend, door de houder van die vergunning schriftelijk van de beëindiging van die werkzaamheden in kennis gesteld. +**2.** Het bevoegd gezag wordt ten minste op de dag van beëindiging van de bouwwerkzaamheden waarvoor een vergunning voor het bouwen is verleend, door de houder van die vergunning schriftelijk van de beëindiging van die werkzaamheden in kennis gesteld. **3.** Een bouwwerk voor het bouwen waarvan een vergunning voor het bouwen is verleend, wordt niet in gebruik gegeven of genomen indien niet voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid. @@ -762,7 +636,7 @@ b. het straatpeil is uitgezet. ### Artikel 1.26 -**1.** Het is verboden om zonder of in afwijking van een sloopmelding te slopen indien daarbij asbest wordt verwijderd of de hoeveelheid sloopafval naar redelijke inschatting meer dan 10 m^3 zal bedragen. +**1.** Een voornemen tot slopen waarbij naar redelijke inschatting de hoeveelheid sloopafval meer dan 10 m^3 zal bedragen of asbest wordt verwijderd, wordt ten minste vier weken voor de voorgenomen aanvang van het uitvoeren van de sloopwerkzaamheden schriftelijk gemeld aan het bevoegd gezag. **2.** @@ -781,15 +655,15 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op: a. het slopen van een seizoensgebonden bouwwerk, en b. het slopen ingevolge een besluit op grond van artikel 13 van de wet dan wel een besluit tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom. -**4.** +**4.** Indien dit naar het oordeel van het bevoegd gezag nodig is, kan worden afgeweken van de in het eerste lid bedoelde termijn. -Een sloopmelding wordt ten minste vier weken voor de voorgenomen aanvang van de sloopwerkzaamheden schriftelijk ingediend bij het bevoegd gezag. De in de eerste volzin bedoelde termijn is ten minste vijf werkdagen indien: +**5.** + +In afwijking van het eerste lid wordt de sloopmelding ten minste vijf werkdagen voor de voorgenomen aanvang van het uitvoeren van de sloopwerkzaamheden gedaan indien: a. die sloopwerkzaamheden in het kader van reparatie- of mutatieonderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd aan een asbesthoudende toepassing in een gebouw en handhaving van de termijn, bedoeld in het eerste lid, tot onnodige leegstand van het gebouw of gedeelte daarvan zou leiden of het gebruiksgenot daarvan ernstig zou belemmeren, of b. die sloopwerkzaamheden bestaan uit het anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn geheel verwijderen van geschroefde, asbesthoudende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn, niet zijnde dakleien, of van asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende vloerbedekking, uit een woonfunctie of nevenfunctie daarvan, voor zover die woonfunctie of die nevenfunctie niet bedoeld zijn voor de uitoefening van een beroep of bedrijf en de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende platen, vloerbedekking of vloertegels maximaal vijfendertig vierkante meter per kadastraal perceel bedraagt. -**5.** Indien dit naar het oordeel van het bevoegd gezag nodig is, kan worden afgeweken van de in het vierde lid bedoelde termijnen. - **6.** Bij de sloopmelding worden de volgende gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag verstrekt: @@ -798,24 +672,22 @@ a. naam en adres van de eigenaar van het te slopen bouwwerk en indien van toepas b. naam en adres van diegene die de sloopwerkzaamheden zal uitvoeren, indien de uitvoerder een ander persoon is dan bedoeld onder a; c. adres, kadastrale aanduiding en aard van het te slopen bouwwerk of onderdeel daarvan; d. de data, de tijdstippen en een beschrijving van de wijze waarop het uitvoeren van de sloopwerkzaamheden zal plaatsvinden; -e. een veiligheidsplan als bedoeld in artikel 8.7; -f. een globale inventarisatie van de aard en de hoeveelheid van de afvalstoffen die naar verwachting zullen vrijkomen bij de sloopwerkzaamheden en een opgave van de voorgenomen afvoerbestemming van die stoffen -g. indien op grond van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 een asbestinventarisatierapport is vereist, het rapport als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van dat besluit dan wel een eindbeoordeling als bedoeld in artikel 9, eerste en tweede lid, van dat besluit, en -h. indien bij het uitvoeren van de sloopwerkzaamheden steenachtig afval zal vrijkomen dat ter plaatse zal worden gebroken, de hoeveelheid, de naam en het adres van de eigenaar van het recyclinggranulaat. +e. indien met het oog op de lokale situatie nodig, het sloopveiligheidsplan, bedoeld in artikel 8.3; +f. een rapport van een akoestisch onderzoek indien aannemelijk is dat de dagwaarde vanwege het uitvoeren van sloopwerkzaamheden alsmede de bij de sloopwerkzaamheden te gebruiken installaties en toestellen meer bedraagt of de maximale blootstellingsduur in dagen langer duurt dan de waarden, bedoeld in artikel 8.4; +g. een rapport van een trillingenonderzoek indien aannemelijk is dat het uitvoeren van de sloopwerkzaamheden een grotere trillingssterkte veroorzaakt dan de trillingssterkte genoemd in tabel 4 van de Meet-en beoordelingsrichtlijn deel B «hinder voor personen in gebouwen» 2006; +h. een globale inventarisatie van de aard en de hoeveelheid van de afvalstoffen die naar verwachting zullen vrijkomen bij de sloopwerkzaamheden en een opgave van de voorgenomen afvoerbestemming van die stoffen +i. indien op grond van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 een asbestinventarisatierapport is vereist, het rapport als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van dat besluit dan wel een eindbeoordeling als bedoeld in artikel 9, eerste en tweede lid, van dat besluit, en +j. indien bij het uitvoeren van de sloopwerkzaamheden steenachtig afval zal vrijkomen dat ter plaatse zal worden gebroken, de hoeveelheid, de naam en het adres van de eigenaar van het recyclinggranulaat. **7.** In afwijking van het zesde lid worden de gegevens, bedoeld in onderdeel b van dat lid, ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van het uitvoeren van de sloopwerkzaamheden aan het bevoegd gezag verstrekt. -**8.** Indien tijdens het slopen asbest wordt ontdekt dat niet is opgenomen in het asbestinventarisatierapport als bedoeld in het zesde lid, onder g, wordt het bevoegd gezag daarvan onmiddellijk in kennis gesteld. - -**9.** Een sloopmelding kan betrekking hebben op meerdere bouwwerken op hetzelfde terrein of op met elkaar samenhangende terreinen. +**8.** Indien tijdens het slopen asbest wordt ontdekt dat niet is opgenomen in het asbestinventarisatierapport als bedoeld in het zesde lid, onder i, wordt het bevoegd gezag daarvan onmiddellijk in kennis gesteld. ### Artikel 1.27 -**1.** Een sloopmelding wordt langs elektronische weg gedaan met gebruikmaking van het elektronische formulier dat op de datum van indiening van de sloopmelding beschikbaar is via de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 7.6 van de Wabo. Op die melding is artikel 4.3, eerste en tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht van overeenkomstige toepassing. +**1.** Een sloopmelding wordt langs elektronische weg gedaan met gebruikmaking van het elektronische formulier dat op de datum van indiening van de sloopmelding beschikbaar is via de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 7.6 van de Wabo. Op die melding is artikel 4.3, eerste en tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht van overeenkomstige toepassing. -**2.** Een sloopmelding anders dan langs elektronische weg wordt gedaan met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht. Indien de melding tegelijkertijd met de indiening van een aanvraag om vergunning krachtens de Wabo wordt gedaan, is het aantal exemplaren dat van de melding en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden wordt ingediend gelijk aan het aantal exemplaren dat van de aanvraag om vergunning en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden op grond van artikel 4.2, tweede en derde lid, van het Besluit omgevingsrecht wordt ingediend. Indien de sloopmelding afzonderlijk wordt gedaan, worden deze en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden in drievoud ingediend. - -**3.** Een sloopmelding die betrekking heeft op slopen waarbij asbest wordt verwijderd dat is ingedeeld in risicoklasse 2 of 2A als bedoeld in artikel 4.48, onderscheidenlijk 4.53a van het Arbeidsomstandighedenbesluit, wordt uitsluitend langs elektronische weg gedaan. +**2.** Een sloopmelding anders dan langs elektronische weg wordt gedaan met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht. Indien de melding tegelijkertijd met de indiening van een aanvraag om vergunning krachtens de Wabo wordt gedaan, is het aantal exemplaren dat van de melding en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden wordt ingediend gelijk aan het aantal exemplaren dat van de aanvraag om vergunning en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden op grond van artikel 4.2, tweede en derde lid, van het Besluit omgevingsrecht wordt ingediend. Indien de sloopmelding afzonderlijk wordt gedaan, worden deze en de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden in drievoud ingediend. ### Artikel 1.28 @@ -830,7 +702,7 @@ De melder krijgt door of namens het bevoegd gezag een bewijs van ontvangst toege Het bevoegd gezag kan na een sloopmelding als bedoeld in artikel 1.26 tevens nadere voorwaarden opleggen over: a. het scheiden van en het op de sloopplaats gescheiden houden van het sloopafval in fracties, en -b. de wijze waarop de mededeling als bedoeld in artikel 1.33, derde lid, wordt gedaan. +b. de wijze waarop de mededeling als bedoeld in artikel 1.33, tweede lid, wordt gedaan. **3.** Het is verboden in strijd te handelen met de nadere voorwaarden, bedoeld in het eerste en het tweede lid. @@ -847,14 +719,18 @@ b. op verzoek van de melder. ### Artikel 1.31 -Vervallen +**1.** Indien het slopen waarvoor een sloopmelding als bedoeld in artikel 1.26 is vereist, verband houdt met een activiteit waarvoor ingevolge artikel 2.1 of 2.2, eerste lid, van de Wabo een vergunning is vereist, kan die melding, onverminderd het bepaalde in artikel 1.26, tegelijkertijd met de indiening van de aanvraag om die vergunning worden gedaan. In dat geval wordt die melding op dezelfde wijze als die aanvraag ingediend. + +**2.** Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt de sloopmelding ingediend bij het bevoegd gezag waarbij de aanvraag om vergunning krachtens de Wabo wordt ingediend. + +**3.** Indien het bevoegd gezag, bedoeld in het tweede lid, een ander bestuursorgaan is dan burgemeester en wethouders, zendt dat bestuursorgaan onverwijld de bij de sloopmelding verstrekte gegevens door naar burgemeester en wethouders, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de melder. ### Artikel 1.32 Tijdens het slopen zijn, voor zover van toepassing, de volgende bescheiden of een afschrift daarvan op het terrein aanwezig: a. sloopmelding; -b. veiligheidsplan als bedoeld in artikel 8.7; +b. sloopveiligheidsplan als bedoeld in artikel 8.3; c. afschrift van een besluit ingevolge artikel 13, 13a, of 14 van de wet, dan wel een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang dan wel last onder dwangsom; d. overige voor het slopen van belang zijnde vergunningen en documenten met nadere voorwaarden en ontheffingen, en e. indien op grond van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 een asbestinventarisatierapport is vereist, een asbestinventarisatierapport als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 dan wel een afschrift van de resultaten van de eindbeoordeling als bedoeld in artikel 9, eerste en tweede lid, van dat besluit. @@ -863,363 +739,11 @@ e. indien op grond van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 een asbestinventarisa **1.** Het bevoegd gezag wordt ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van de sloopwerkzaamheden, bedoeld in artikel 1.26, schriftelijk van de aanvang van die werkzaamheden in kennis gesteld door diegene die de sloopwerkzaamheden gaat uitvoeren. -**2.** Indien bij de sloopwerkzaamheden asbest wordt verwijderd dat is ingedeeld in risicoklasse 2 of 2A als bedoeld in artikel 4.48, onderscheidenlijk 4.53a van het Arbeidsomstandighedenbesluit, voert degene die de sloopwerkzaamheden gaat uitvoeren, in afwijking van het eerste lid, ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van de sloopwerkzaamheden, bedoeld in artikel 1.26, de datum van aanvang in het LAVS in. +**2.** Het bevoegd gezag wordt uiterlijk op de eerste werkdag na de dag van beëindiging van de sloopwerkzaamheden, bedoeld in artikel 1.26 van de beëindiging van die werkzaamheden in kennis gesteld door degene die de werkzaamheden heeft uitgevoerd. -**3.** Het bevoegd gezag wordt uiterlijk op de eerste werkdag na de dag van beëindiging van de sloopwerkzaamheden, bedoeld in artikel 1.26 van de beëindiging van die werkzaamheden in kennis gesteld door degene die de werkzaamheden heeft uitgevoerd. +**3.** Voor zover van toepassing verstrekt degene die de sloopwerkzaamheden heeft uitgevoerd het bevoegd gezag binnen twee weken na beëindiging van de werkzaamheden een afschrift van de resultaten van de eindbeoordeling, bedoeld in artikel 9, eerste en tweede lid, van het Asbestverwijderingsbesluit 2005. -**4.** Indien bij de sloopwerkzaamheden asbest is verwijderd dat is ingedeeld in risicoklasse 2 of 2A als bedoeld in artikel 4.48, onderscheidenlijk 4.53a van het Arbeidsomstandighedenbesluit, voert degene die de sloopwerkzaamheden heeft uitgevoerd, in afwijking van het derde lid, uiterlijk de eerste werkdag na de beëindiging van de sloopwerkzaamheden, bedoeld in artikel 1.26, de datum van beëindiging in het LAVS in. - -**5.** Op verzoek van het bevoegd gezag overlegt degene die de sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 1.26 heeft uitgevoerd, binnen een door het bevoegd gezag te bepalen termijn na beëindiging van de werkzaamheden, een opgave van de aard en de hoeveelheid van de bij de werkzaamheden vrijgekomen afvalstoffen en van de afvoerbestemming van die stoffen. - -**6.** Indien bij de sloopwerkzaamheden asbest is verwijderd dat is ingedeeld in risicoklasse 2 of 2A als bedoeld in artikel 4.48, onderscheidenlijk artikel 4.53a, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, voert degene die de sloopwerkzaamheden heeft uitgevoerd, in afwijking van het vijfde lid binnen twee weken nadat de eindbeoordeling is verricht, in het LAVS een bewijs in van de afvoer van het asbestafval, onder opgave van het gewicht en van de afvoerbestemming van het asbestafval. - -### Paragraaf 1.8. Certificering werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties in verband met koolmonoxide - -### Artikel 1.34 - -Voor de toepassing van het bij of krachtens deze paragraaf bepaalde wordt verstaan onder: - -a. *certificaathouder:* degene die beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 1.35, eerste lid; -b. *certificatieschema:* schema als bedoeld in artikel 1.35, eerste lid; -c. *certificerende instelling:* instelling als bedoeld in artikel 1.36, eerste lid. - -### Artikel 1.35 - -**1.** Het is verboden werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren aan een gebouwgebonden verbrandingstoestel, werkzaam op gas bestaande uit koolstofverbindingen, en bijbehorende voorzieningen voor de toevoer van verbrandingslucht en de afvoer van rookgas, zonder dat voor die werkzaamheden wordt beschikt over een certificaat, afgegeven door een instelling die door Onze Minister is aangewezen, waarmee kenbaar wordt gemaakt dat gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin genoemde natuurlijk personen of rechtspersonen de werkzaamheden uitvoeren volgens kwaliteitseisen die zijn opgenomen in een door Onze Minister aangewezen certificatieschema. - -**2.** - -De in het eerste lid bedoelde werkzaamheden zijn: - -a. het installeren van gasverbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen of rookgasafvoervoorzieningen; -b. het repareren van gasverbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen of rookgasafvoervoorzieningen; -c. het onderhouden van gasverbrandingstoestellen, verbrandingsluchttoevoervoorzieningen of rookgasafvoervoorzieningen; of -d. het in bedrijf stellen en het vrijgeven voor gebruik van een gasverbrandingstoestel na werkzaamheden als bedoeld in de onderdelen a tot en met c. - -**3.** - -Het eerste lid is niet van toepassing op: - -a. een stookinstallatie die krachtens artikel 3.10p van het Activiteitenbesluit milieubeheer moet voldoen aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen inzake keuring en onderhoud; of -b. werkzaamheden die worden uitgevoerd voor het verkrijgen van een certificaat als bedoeld in het eerste lid, of een accreditatie als bedoeld in artikel 1.36, tweede lid. - -**4.** Het eerste lid is tevens niet van toepassing op werkzaamheden die worden uitgevoerd met een certificaat dat is afgegeven door een certificerende instelling waarvan de aanwijzing is ingetrokken, gedurende zes maanden na de intrekking of, als het certificaat op het moment van intrekking van de aanwijzing een kortere geldigheidsduur heeft dan zes maanden, gedurende die geldigheidsduur. - -**5.** Onze Minister kan een andere termijn stellen dan de termijn, genoemd in het vierde lid, of nadere voorwaarden verbinden aan het gebruik van het certificaat gedurende deze termijn. - -### Artikel 1.36 - -**1.** Een instelling kan door Onze Minister op aanvraag worden aangewezen voor het afgeven van certificaten als bedoeld in artikel 1.35. De minister beslist binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de beslissing op de aanvraag. - -**2.** Onze Minister wijst een instelling slechts aan als deze beschikt over accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17065. - -**3.** Met accreditatie als bedoeld in het tweede lid, wordt gelijkgesteld accreditatie, afgegeven door een daartoe bevoegde onafhankelijke instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de toetsing aan de eisen in het tweede lid wordt geboden. - -**4.** - -Bij de aanvraag tot aanwijzing als certificerende instelling toont de aanvrager aan dat deze: - -a. rechtspersoonlijkheid heeft; -b. onafhankelijk is van de door haar beoordeelde organisaties, processen, diensten of producten; -c. beschikt over voldoende kennis, deskundigheid en toerusting om de uitvoering van de taken naar behoren te vervullen; -d. beschikt over een adequate administratie waarin de gegevens die betrekking hebben op de uitvoering van haar taken, op een systematische wijze zijn vastgelegd; -e. verzekerd is tegen wettelijke aansprakelijkheid voor risico’s die voortvloeien uit de uitoefening van haar taken; -f. beschikt over een adequate klachtenregeling; -g. in staat is te beslissen op bezwaarschriften; en -h. in staat is te voldoen aan rapportage- en informatieverplichtingen op grond van dit besluit. - -**5.** De instelling is een vergoeding verschuldigd voor de behandeling van de aanvraag tot aanwijzing als certificerende instelling. - -**6.** - -Onze Minister kan een aanwijzing van een certificerende instelling intrekken of schorsen indien de instelling: - -a. daarom verzoekt; -b. in surseance van betaling verkeert of failliet is verklaard; of -c. niet voldoet aan de voorschriften die zijn verbonden aan de aanwijzing of aan de regels, gesteld in of krachtens deze paragraaf. - -**7.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het indienen van een aanvraag voor een aanwijzing als certificerende instelling en de gegevens die bij een aanvraag dienen te worden verstrekt. - -**8.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de gronden waarop en de voorwaarden waaronder Onze Minister een aanwijzing kan verlenen, wijzigen, weigeren, schorsen of intrekken, de voorschriften die aan een aanwijzing kunnen worden verbonden en de termijn waarvoor een aanwijzing kan worden verleend of geschorst. - -**9.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de vergoeding die door een certificerende instelling in rekening gebracht kan worden voor de aanvraag van een certificaat. - -### Artikel 1.37 - -**1.** Onze Minister kan op aanvraag certificatieschema’s aanwijzen. De minister beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de beslissing op de aanvraag. - -**2.** - -Een certificatieschema kan worden aangewezen als het certificatieschema door de nationale accreditatie-instantie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie is geëvalueerd, het gericht is op het voorkomen van het vrijkomen van koolmonoxide en het in ieder geval eisen bevat over: - -a. de reikwijdte van de werkzaamheden waarop het certificatieschema betrekking heeft; -b. het op adequate wijze uitvoeren van werkzaamheden als bedoeld in artikel 1.35, tweede lid, onder a tot en met c, voor zover van toepassing op de reikwijdte van de werkzaamheden; -c. het op adequate wijze controleren van de gasverbrandingsinstallatie voordat deze in bedrijf wordt gesteld; -d. de vakbekwaamheid van personen die de werkzaamheden als bedoeld in artikel 1.35, tweede lid, onder d, uitvoeren, het actueel houden van het hiervoor benodigde kennisniveau en de wijze waarop dit wordt beoordeeld; -e. het melden van de inbedrijfstelling van gasverbrandingsinstallaties door de certificaathouder aan de certificerende instelling na afronding van werkzaamheden; -f. de beschikbaarheid, het gebruik, onderhoud en beheer van bij de uit te voeren werkzaamheden noodzakelijke meetinstrumenten en andere hulpmiddelen; -g. het buiten bedrijf stellen van toestellen als wordt vastgesteld dat bij het gebruik ervan koolmonoxide vrijkomt; en -h. de wijze waarop medewerkers zich bij klanten dienen te legitimeren. - -**3.** In het geval dat een certificatieschema slechts betrekking heeft op werkzaamheden aan rookgasafvoervoorzieningen of verbrandingsluchttoevoervoorzieningen zijn de eisen genoemd in het tweede lid, onderdelen d en e niet van toepassing en kan het schema, in afwijking van het tweede lid, onderdeel c, de eis bevatten dat alleen de rookgasafvoervoorzieningen of de verbrandingsluchttoevoervoorzieningen en de aansluiting daarvan op de andere onderdelen van de gasverbrandingsinstallatie worden gecontroleerd. - -**4.** - -Om in aanmerking te komen voor aanwijzing bevat een certificatieschema tevens eisen over het toezicht door de certificerende instelling op het handelen overeenkomstig de in het tweede lid bedoelde eisen. Het certificatieschema bevat daartoe in ieder geval eisen over: - -a. de wijze waarop certificerende instellingen gegevens over en van certificaathouders verwerken; -b. de wijze, frequentie en omvang van de steekproefcontroles op de werkzaamheden als bedoeld in artikel 1.35, eerste lid, door de certificerende instelling; -c. de wijze, frequentie en omvang van audits bij de certificaathouder door de certificerende instelling ten behoeve van de toetsing van het administratieve kwaliteitssysteem; -d. de wijze waarop wordt omgegaan met niet-naleving van de eisen door certificaathouders; en -e. de gevallen waarin een aanvraag voor een certificaat wordt afgewezen of een certificaat wordt geschorst of ingetrokken, waaronder het geval waarin de aanvrager van het certificaat respectievelijk certificaathouder in surseance van betaling verkeert of failliet is verklaard. - -**5.** - -Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over: - -a. de aanwijzing en inhoud van certificatieschema’s; -b. het indienen van een aanvraag voor een aanwijzing van een certificatieschema en de gegevens die bij een aanvraag dienen te worden verstrekt; en -c. de gronden waarop en de voorwaarden waaronder Onze Minister een aanwijzing kan verlenen, wijzigen, weigeren, schorsen of intrekken, de voorschriften die aan een aanwijzing kunnen worden verbonden en de termijn waarvoor een aanwijzing kan worden verleend of geschorst. - -### Artikel 1.38 - -Indien een certificaathouder bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden constateert dat een gasverbrandingsinstallatie een hogere concentratie koolmonoxide produceert dan een bij ministeriële regeling vastgestelde concentratie en dat deze vrijkomt in een ruimte waar zich personen in kunnen bevinden, meldt hij dit terstond aan de bewoner of gebruiker en eigenaar van het gebouw, het bevoegd gezag en de certificerende instelling. - -### Artikel 1.39 - -**1.** De certificerende instelling informeert Onze Minister onverwijld over zijn door de rechtbank uitgesproken faillissement of surseance van betaling. - -**2.** De certificerende instelling verstrekt gegevens met betrekking tot certificaathouders aan Onze Minister ten behoeve van het register, bedoeld in artikel 1.40. - -**3.** De certificerende instelling verstrekt desgevraagd kosteloos aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taken benodigde inlichtingen. - -**4.** De certificerende instelling zendt Onze Minister jaarlijks een verslag van de uitgevoerde werkzaamheden, de rechtmatigheid en doeltreffendheid van die werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar en meldingen als bedoeld in artikel 1.38. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit verslag. - -**5.** De nationale accreditatie-instantie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie meldt aan Onze Minister de intrekking of schorsing van een accreditatie van een certificerende instelling. - -**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de uitwisseling van informatie tussen certificerende instellingen onderling en met Onze Minister. - -### Artikel 1.40 - -**1.** Onze Minister draagt zorg voor een openbaar register van aangewezen certificerende instellingen, certificatieschema’s en de door de certificerende instelling verstrekte gegevens over certificaathouders. - -**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de gegevens die in het register worden opgenomen. - -### Artikel 1.41 - -**1.** Certificaathouders voeren een door Onze Minister bij ministeriële regeling vastgesteld beeldmerk. - -**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het gebruik van het beeldmerk. - -### Paragraaf 1.9. Kwaliteitsborging voor het bouwen - -#### Paragraaf 1.9.1. Bouwwerken die onder het stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen vallen - -### Artikel 1.42 - -Categorieën bouwwerken als bedoeld in artikel 7ab, eerste lid, van de wet zijn bouwwerken: - -a. die vallen onder gevolgklasse 1 als bedoeld in artikel 1.43; en -b. ten aanzien waarvan een vergunning voor het bouwen is vereist. - -### Artikel 1.43 - -**1.** - -Een te bouwen bouwwerk valt onder gevolgklasse 1 als: - -a. het bouwwerk geen rijksmonument is als bedoeld in artikel 1.1. van de Erfgoedwet of geen monument of archeologisch monument is waarop artikel 9.1, eerste lid, onder b, van de Erfgoedwet van toepassing is, dan wel geen krachtens een provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen monument of archeologisch monument is of een monument of archeologisch monument is waarop, voordat het is aangewezen, een zodanige verordening van overeenkomstige toepassing is; -b. het bouwwerk alleen ten dienste staat van een gebruiksfunctie als bedoeld in het tweede lid; -c. voor het in gebruik nemen of gebruiken van het bouwwerk geen gebruiksmelding als bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, of een vergunning voor brandveilig gebruik is vereist; -d. voor het bouwwerk geen toepassing wordt gegeven aan artikel 1.3 in verband met een in hoofdstuk 2 uit het oogpunt van constructieve veiligheid of brandveiligheid gegeven voorschrift; en -e. voor het in werking hebben van de inrichting of het mijnbouwwerk waartoe het bouwwerk behoort geen vergunning is vereist als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wabo. - -**2.** - -De gebruiksfunctie, bedoeld in het eerste lid, onder b, is: - -a. een niet in een woongebouw gelegen grondgebonden woonfunctie, niet zijnde een woonfunctie voor zorg of een woonfunctie voor kamergewijze verhuur, en nevenfuncties daarvan; -b. een woonfunctie en nevenfuncties daarvan, voor zover het bouwwerk een drijvend bouwwerk betreft; -c. een niet in een logiesgebouw gelegen grondgebonden logiesfunctie; -d. een industriefunctie en nevenfuncties daarvan, voor zover het bouwwerk uit niet meer dan twee bouwlagen bestaat; -e. een industriefunctie als nevenfunctie bij een andere gebruiksfunctie, voor zover gelegen in een bijbehorend bouwwerk van niet meer dan twee bouwlagen; -f. een bovengronds gelegen bouwwerk geen gebouw zijnde voor een infrastructurele voorziening bestemd voor langzaam verkeer, voor zover niet gelegen over een rijks- of provinciale weg en met een te overbruggen afstand van niet meer dan 20 meter; of -g. een ander bovengronds gelegen bouwwerk geen gebouw zijnde dat niet hoger is dan 20 meter, met uitzondering van infrastructurele voorzieningen bestemd voor verkeer anders dan bedoeld onder f en bouwwerken met een waterkerende functie. - -#### Paragraaf 1.9.2. Regels instrumenten voor kwaliteitsborging - -### Artikel 1.44 - -**1.** Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat de kwaliteitsborger voor het begin van de bouwwerkzaamheden een borgingsplan vaststelt dat is gebaseerd op een beoordeling van de bouwtechnische risico’s met het oog op het voldoen aan de voorschriften, bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 6. - -**2.** In het borgingsplan wordt vastgesteld welke maatregelen getroffen zijn om de in het eerste lid genoemde bouwtechnische risico’s te voorkomen of te beperken, op welke wijze het ontwerp van het bouwplan en de uitvoering van de bouwwerkzaamheden voldoen aan de voorschriften, bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 6, en wordt vastgesteld op welke momenten de kwaliteitsborging wordt uitgevoerd. - -**3.** - -Het borgingsplan beschrijft ten minste: - -a. de totstandkoming ervan; -b. de aard en omvang van de uit te voeren kwaliteitsborging; -c. de voor de kwaliteitsborging eindverantwoordelijke personen; -d. de wijze waarop de verschillende onderdelen van het bouwplan in samenhang worden beoordeeld; -e. de wijze waarop integraal wordt beoordeeld of de bouwwerkzaamheden voldoen aan de voorschriften, bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 6; -f. in welke gevallen en op welke momenten het borgingsplan wordt geactualiseerd; -g. welke normen of kwaliteitsverklaringen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet, dan wel gelijkwaardige oplossingen als bedoeld in artikel 1.3 bij de bouwwerkzaamheden worden toegepast; -h. op welke specifieke bouwwerkzaamheden, rekening houdend met de bijzonder lokale omstandigheden, de beoordeling ten minste is gericht, en -i. bij welke bouwwerkzaamheden rekening wordt gehouden met andere kwaliteitsborgingssystemen. - -### Artikel 1.45 - -**1.** Een instrument voor kwaliteitsborging beschrijft dat de instrumentaanbieder geen toestemming verleent het instrument toe te passen als de aanvrager failliet is of in surseance van betaling verkeert. - -**2.** - -Een instrument voor kwaliteitsborging beschrijft dat een verleende toestemming het instrument toe te passen: - -a. wordt geschorst als de kwaliteitsborger in surseance van betaling verkeert; -b. wordt ingetrokken als de kwaliteitsborger failliet wordt verklaard. - -**3.** Een instrument voor kwaliteitsborging beschrijft dat een toestemming om het instrument voor kwaliteitsborging toe te passen, niet overdraagbaar is. - -### Artikel 1.46 - -Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat de kwaliteitsborging alleen uitgevoerd wordt door een kwaliteitsborger die niet organisatorisch, financieel of juridisch betrokken is bij het betreffende bouwproject, tenzij deze betrokkenheid alleen voortvloeit uit de overeenkomst tot het uitvoeren van de kwaliteitsborging. - -### Artikel 1.47 - -**1.** - -Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat de personen die de kwaliteitsborging uitvoeren, voldoen aan de in het instrument gestelde eisen aan het benodigde kennis- en opleidingsniveau en aan de genoten ervaring over: - -a. het opstellen van risicobeoordelingen op het terrein van de voorschriften, bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 6; -b. de algemene coördinatie bij de kwaliteitsborging; -c. constructieve veiligheid; -d. brandveiligheid; -e. bouwfysica; -f. installaties, en -g. controle op de bouw. - -**2.** Het instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat het kennis- en opleidingsniveau van degene die de kwaliteitsborging uitvoert, actueel gehouden wordt. - -**3.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het in het eerste en tweede lid bepaalde. - -### Artikel 1.48 - -**1.** - -Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor op welke wijze een kwaliteitsborger de eisen voor de toepassing ervan in zijn administratieve organisatie opneemt en ziet ten minste op: - -a. het vastleggen van de gegevens van de rechtspersoon of natuurlijk persoon die eindverantwoordelijk is voor de kwaliteitsborging; -b. het vastleggen van de gegevens van de personen die de kwaliteitsborging feitelijk uitvoeren en de wijze waarop gewaarborgd wordt dat zij aan de krachtens artikel 1.47 gestelde kennis-, opleidings- en ervaringseisen voldoen; -c. het vastleggen van de wijze waarop informatie over de kwaliteitsborging en de vermelding van de daarvoor verantwoordelijke personen actueel gehouden wordt; -d. het bijhouden van een ordentelijke administratie van de gegevens en bescheiden met betrekking tot de kwaliteitsborging. - -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het in het eerste lid bepaalde. - -### Artikel 1.49 - -**1.** - -Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat de kwaliteitsborger ten minste de volgende gegevens verstrekt aan de instrumentaanbieder: - -a. bedrijfsnaam en plaats van vestiging en het nummer waaronder de kwaliteitsborger geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel; -b. gegevens waaruit blijkt dat de kwaliteitsborger voldoet aan de eisen, bedoeld in de artikelen 1.44 tot en met 1.48; -c. gegevens over de bouwprojecten waarvoor de kwaliteitsborger het instrument toepast; -d. gegevens over de afronding van de kwaliteitsborging. - -**2.** Het instrument voor kwaliteitsborging beschrijft op welke momenten de in het eerste lid bedoelde gegevens worden verstrekt. - -**3.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid. - -### Artikel 1.50 - -**1.** Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat de kwaliteitsborger, voor zover van toepassing, zijn opdrachtgever en de andere bij de bouwwerkzaamheden betrokken partijen onverwijld informeert over bij de kwaliteitsborging geconstateerde afwijkingen van voorschriften als bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 6, en dat hij ook het bevoegd gezag informeert als de afwijkingen het afgeven van een verklaring als bedoeld in het tweede lid in de weg staan. - -**2.** - -Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat de kwaliteitsborger na de afronding van de bouwwerkzaamheden aan zijn opdrachtgever een verklaring afgeeft, waarin hij, voor zover van toepassing, verklaart dat: - -a. hij toestemming heeft van de instrumentaanbieder het instrument toe te passen; -b. hij de kwaliteitsborging heeft uitgevoerd overeenkomstig de in het instrument gestelde eisen; -c. er naar zijn oordeel een gerechtvaardigd vertrouwen is dat het dat het resultaat van de bouwactiviteit voldoet aan de voorschriften, bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 6. - -**3.** Een instrument voor kwaliteitsborging schrijft voor dat een kopie van de verklaring, bedoeld in het tweede lid, wordt verstrekt aan de andere bij de bouwwerkzaamheden betrokken partijen. - -**4.** Voor de verklaring, bedoeld in het tweede lid, wordt bij ministeriële regeling een formulier vastgesteld. - -### Artikel 1.51 - -**1.** - -Een instrument voor kwaliteitsborging beschrijft de werkwijze van de instrumentaanbieder over: - -a. periodieke onderzoeken naar de toepassing van het instrument overeenkomstig de in het instrument gestelde eisen; -b. de wijze waarop geschillen tussen de instrumentaanbieder en de kwaliteitsborger en tussen de kwaliteitsborger en zijn opdrachtgever worden behandeld; -c. de behandeling van klachten over de toepassing van het instrument en het oplossen van fouten bij de toepassing ervan. - -**2.** Het instrument voor kwaliteitsborging beschrijft in welke gevallen de kwaliteitsborger een waarschuwing wordt gegeven, de toestemming het instrument toe te passen wordt geschorst of ingetrokken, als uit de in het eerste lid bedoelde onderzoeken blijkt dat bij de kwaliteitsborging in strijd met de in het instrument gestelde eisen is gehandeld. - -**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het bepaalde in het eerste en tweede lid. - -#### Paragraaf 1.9.3. Toelatingsprocedure en gegevensverstrekking - -### Artikel 1.52 - -**1.** De aanvrager verstrekt bij de aanvraag om toelating van een instrument voor kwaliteitsborging tot het stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen de bij ministeriële regeling aangewezen gegevens en bescheiden. - -**2.** De in het eerste lid bedoelde gegevens en bescheiden hoeven niet te worden verstrekt voor zover de toelatingsorganisatie reeds over die gegevens of bescheiden beschikt. - -### Artikel 1.53 - -**1.** De toelatingsorganisatie beslist binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag om toelating van een instrument voor kwaliteitsborging. - -**2.** Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de beslissing op de aanvraag. - -### Artikel 1.54 - -**1.** Een instrument voor kwaliteitsborging wordt alleen tot het stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen toegelaten als het voldoet aan de artikelen 1.44 tot en met 1.51. - -**2.** Op aanvraag van de instrumentaanbieder kan de toelating van een instrument voor kwaliteitsborging worden gewijzigd. De artikelen 1.44 tot en met 1.51 zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvraag tot wijziging van de toelating. - -### Artikel 1.55 - -De toelatingsorganisatie neemt binnen twee werkdagen na de datum waarop een beschikking als bedoeld in artikel 7ad, 7ae, 7af of 7ag van de wet is genomen in het register, bedoeld in artikel 7ai, eerste lid, van de wet op: - -a. de datum van de beschikking tot toelating van het instrument, de bedrijfsnaam en de plaats van vestiging van de instrumentaanbieder, en het nummer waaronder hij geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel; -b. de naam van het toegelaten instrument, met vermelding van de gevolgklassen en de typen bouwwerken waarop het instrument is gericht; -c. de datum van de aan de instrumentaanbieder gegeven waarschuwing, de datum en de termijn van de schorsing of intrekking van de toelating van een instrument met vermelding van de reden voor de waarschuwing, schorsing of intrekking. - -### Artikel 1.56 - -**1.** De toelatingsorganisatie neemt binnen twee werkdagen na ontvangst daarvan de gegevens, bedoeld in artikel 7ah, eerste lid, van de wet op in het register. - -**2.** - -Bij het verstrekken van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aan de toelatingsorganisatie vermeldt de instrumentaanbieder: - -a. de bedrijfsnaam en de plaats van vestiging van de kwaliteitsborger en het nummer waaronder hij geregistreerd is bij de Kamer van Koophandel; -b. de gevolgklasse en de type bouwwerken waarop de toestemming is gericht; -c. voor zover van toepassing: - -1°. de reden voor de waarschuwing en de datum waarop de waarschuwing is gegeven; -2° de reden voor de schorsing, de datum en de termijn van de schorsing; -3° de reden voor de intrekking en de datum van de intrekking. - -### Artikel 1.57 - -**1.** De instrumentaanbieder betaalt een vergoeding aan de toelatingsorganisatie voor de kosten die samenhangen met het behandelen van een aanvraag om toelating van een instrument voor kwaliteitsboring tot het stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen en het bijhouden van de gegevens in het register, bedoeld in artikel 7ai, eerste lid, onder a tot en met c, van de Woningwet. - -**2.** De toelatingsorganisatie stelt jaarlijks tarieven vast, evenals de wijze van betaling daarvan, voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in het eerste lid. - -#### Paragraaf 1.9.4. Overige bepalingen - -### Artikel 1.58 - -**1.** Instrumentaanbieders dragen gezamenlijk voor een vierde deel bij aan de toezichtkosten van de toelatingsorganisatie, bedoeld in artikel 7an, tweede lid, van de wet. - -**2.** De toelatingsorganisatie stelt jaarlijks een tarief vast waarmee zij de individuele bijdrage van een instrumentaanbieder jaarlijks achteraf vaststelt aan de hand van de inzet van het instrument voor kwaliteitsborging geteld naar het aantal bouwprojecten en, in het geval van een woningbouwproject, geteld naar het aantal woningen. - -**3.** Bij ministeriële regeling wordt een rekenmethodiek vastgesteld voor het bepalen van de individuele bijdrage, bedoeld in het tweede lid. +**4.** Op verzoek van het bevoegd gezag overlegt degene die de sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 1.26 heeft uitgevoerd, binnen een door het bevoegd gezag te bepalen termijn na beëindiging van de werkzaamheden, een opgave van de aard en de hoeveelheid van de bij de werkzaamheden vrijgekomen afvalstoffen en van de afvoerbestemming van die stoffen. ## Hoofdstuk 2. Technische bouwvoorschriften uit het oogpunt van veiligheid @@ -1235,14 +759,14 @@ c. voor zover van toepassing: Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.1 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | | | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | Fundamentele belastingscombinaties | Buitengewone naties belastingscombinaties | bepalingsmethode | verbouw | tijdelijke bouw | aardbevingen | drijvende bouwwerken | | | | | | -| artikel | 2.2 | 2.3 | 2.4 | 2.5 | 2.5a | 2.5b | 2.5c | | | | | | -| lid | * | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | * | 1 | 2 | * | * | | -| 1 | Woonfunctie | * | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | * | * | * | * | * | -| 7 | Logiesfunctie | * | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | * | * | * | * | * | -| Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties | * | 1 | 2 | 1 | 2 | – | * | * | * | * | * | | +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | fundamentele belastingscombinaties | buitengewone belastingscombinaties | bepalingsmethode | verbouw | | | | +| | | artikel | 2.2 | 2.3 | 2.4 | 2.5 | | | | +| | | lid | * | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | * | +| 1 | Woonfunctie | * | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | * | | +| 7 | Logiesfunctie | * | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | * | | +| Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties | * | 1 | 2 | 1 | 2 | – | * | | | ### Artikel 2.2 @@ -1260,14 +784,14 @@ Een bouwconstructie bezwijkt gedurende de in NEN-EN 1990 bedoelde ontwerplevensd Het niet bezwijken als bedoeld in de artikelen 2.2 en 2.3 wordt bepaald volgens: -a. NEN-EN 1999 of NEN-EN 1993, indien de constructie is vervaardigd van metaal als bedoeld in die normen; -b. NEN-EN 1992 of NEN-EN 1996, indien de constructie is vervaardigd van steenachtig materiaal als bedoeld in die normen; -c. NEN-EN 1994, indien de constructie is vervaardigd van staal-beton als bedoeld in die norm; -d. NEN-EN 1995, indien de constructie is vervaardigd van hout als bedoeld in die norm; -e. NEN 2608, indien de constructie is vervaardigd van glas als bedoeld in die norm, of -f. NEN 6707, indien de constructie van de bevestiging van de dakbedekking is vervaardigd van materiaal als bedoeld in die norm. +a. NEN-EN 1999 of NEN-EN 1993, indien de constructie is vervaardigd van metaal als bedoeld in die normen; +b. NEN-EN 1992 of NEN-EN 1996, indien de constructie is vervaardigd van steenachtig materiaal als bedoeld in die normen; +c. NEN-EN 1994, indien de constructie is vervaardigd van staal-beton als bedoeld in die norm; +d. NEN-EN 1995, indien de constructie is vervaardigd van hout als bedoeld in die norm; +e. NEN 2608, indien de constructie is vervaardigd van glas als bedoeld in die norm, of +f. NEN 6707, indien de constructie van de bevestiging van de dakbedekking is vervaardigd van materiaal als bedoeld in die norm. -**2.** Indien een ander materiaal of een andere bepalingsmethode is toegepast dan aangegeven in het eerste lid, wordt het niet bezwijken als bedoeld in de artikelen 2.2 en 2.3 bepaald volgens NEN-EN 1990. +**2.** Indien een ander materiaal of een andere bepalingsmethode is toegepast dan aangegeven in het eerste lid, wordt het niet bezwijken als bedoeld in de artikelen 2.2 en 2.3 bepaald volgens NEN-EN 1990. **3.** Bij een niet in een woongebouw of logiesgebouw gelegen gebruiksfunctie kan bij het bepalen van het niet bezwijken als bedoeld in de artikelen 2.2 en 2.3 rekening worden gehouden met de stabiliteitsvoorziening van een op een aangrenzend perceel gelegen gebruiksfunctie van dezelfde soort. @@ -1275,20 +799,6 @@ f. NEN 6707, indien de constructie van de bevestiging van de dakbedekking is ve Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.2 tot en met 2.4 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het niveau zoals aangegeven in NEN 8700. -### Artikel 2.5a - -**1.** Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk met een ontwerplevensduur van 5 jaar als bedoeld in NEN-EN 1990 zijn de artikelen 2.2 en 2.4 van overeenkomstige toepassing. - -**2.** Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk met een ontwerplevensduur van 15 jaar als bedoeld in NEN-EN 1990 zijn de artikelen 2.2 tot en met 2.4 van overeenkomstige toepassing. - -### Artikel 2.5b - -In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 2.2 tot en met 2.5a kunnen met betrekking tot de belastingen op bouwwerken door aardbevingen als gevolg van de gaswinning in de provincie Groningen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven. - -### Artikel 2.5c - -In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 2.2 tot en met 2.5a kunnen met betrekking tot drijvende bouwwerken bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven. - #### Paragraaf 2.1.2. Bestaande bouw ### Artikel 2.6 @@ -1359,7 +869,7 @@ Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.9 voorschriften zijn aangewezen, ### Artikel 2.10 -**1.** Een vloer, trap of hellingbaan waarover of waaronder een vluchtroute voert, bezwijkt niet binnen 30 minuten bij brand in een subbrandcompartiment waarin die vluchtroute niet ligt. Dit geldt niet voor de vloer van een buitenruimte van een woonfunctie. +**1.** Een vloer, trap of hellingbaan waarover of waaronder een vluchtroute voert, bezwijkt niet binnen 30 minuten bij brand in een subbrandcompartiment waarin die vluchtroute niet ligt. **2.** @@ -1369,11 +879,11 @@ Voor zover dat brandcompartiment een woonfunctie is, geldt dit niet voor een bou | woonfunctie | tijdsduur van de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken in minuten | | --- | --- | -| Indien geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m boven het meetniveau | 60 | -| Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m en geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau | 90 | -| Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau | 120 | +| Indien geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m boven het meetniveau | 60 | +| Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m en geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau | 90 | +| Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau | 120 | -**3.** In afwijking van het tweede lid wordt de in tabel 2.10.1 aangegeven tijdsduur met 30 minuten bekort, indien geen vloer van een verblijfsgebied van de gebruiksfunctie hoger ligt dan 7 m boven het meetniveau en de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van het brandcompartiment niet groter is dan 500 MJ/m^2. +**3.** In afwijking van het tweede lid wordt de in tabel 2.10.1 aangegeven tijdsduur met 30 minuten bekort, indien geen vloer van een verblijfsgebied van de gebruiksfunctie hoger ligt dan 7 m boven het meetniveau en de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van het brandcompartiment niet groter is dan 500 MJ/m^2. **4.** Een bouwconstructie van een gebruiksfunctie met een vloer van een gebruiksgebied hoger dan 5 m boven het meetniveau of lager dan 5 m onder het meetniveau bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin de bouwconstructie niet ligt, niet binnen 90 minuten door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan het brandcompartiment. @@ -1383,13 +893,13 @@ Een bouwconstructie bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin de bouwco | gebruiksfunctie niet zijnde een woonfunctie | tijdsduur van de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken in minuten | | --- | --- | -| Indien geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau | 60 | -| Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 5 m en geen vloer van een gebruiksgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau | 90 | -| Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau | 120 | +| Indien geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau | 60 | +| Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 5 m en geen vloer van een gebruiksgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau | 90 | +| Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau | 120 | -**6.** In afwijking van het vierde en vijfde lid, wordt de tijdsduur met 30 minuten bekort, indien de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van het brandcompartiment niet groter is dan 500 MJ/m^2. +**6.** In afwijking van het vierde en vijfde lid, wordt de tijdsduur met 30 minuten bekort, indien de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van het brandcompartiment niet groter is dan 500 MJ/m^2. -**7.** Het vijfde lid geldt niet voor een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 100 m^2. +**7.** Het vijfde lid geldt niet voor een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 100 m^2. **8.** Een bouwconstructie van een tunnel bezwijkt niet binnen 60 minuten en voor zover deze onder open water ligt niet binnen 120 minuten bij brand in de tunnel. @@ -1403,13 +913,13 @@ Een bouwconstructie bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin de bouwco De tijdsduur van het bezwijken als bedoeld in artikel 2.10 wordt afhankelijk van het materiaal van de bouwconstructie bepaald volgens: -a. NEN-EN 1992; +a. NEN-EN 1992; b. NEN-EN 1993; c. NEN-EN 1994; d. NEN-EN 1995; e. NEN-EN 1996; f. NEN-EN 1999, of -g. NEN 6069. +g. NEN 6069. ### Artikel 2.12 @@ -1459,8 +969,8 @@ Een bouwconstructie bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin die bouwc | woonfunctie | tijdsduur van de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken in minuten | | --- | --- | -| Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m en niet hoger dan 13 m boven het meetniveau | 30 | -| Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau | 60 | +| Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m en niet hoger dan 13 m boven het meetniveau | 30 | +| Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau | 60 | **3.** Een bouwconstructie van een gebruiksfunctie met een vloer van een gebruiksgebied hoger dan 5 m boven het meetniveau bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin de bouwconstructie niet ligt, niet binnen 30 minuten door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan het brandcompartiment. @@ -1470,10 +980,10 @@ Een bouwconstructie bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin de bouwco | gebruiksfunctie | tijdsduur van de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken in minuten | | --- | --- | -| Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 5 m en niet hoger dan 13 m boven het meetniveau | 30 | -| Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau | 60 | +| Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 5 m en niet hoger dan 13 m boven het meetniveau | 30 | +| Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau | 60 | -**5.** Het vierde lid geldt niet voor een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 100 m^2. +**5.** Het vierde lid geldt niet voor een logiesfunctie niet gelegen in een logiesgebouw, met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 100 m^2. **6.** Een bouwconstructie van een tunnel bezwijkt niet binnen 30 minuten en voor zover deze onder open water ligt niet binnen 60 minuten bij brand in de tunnel. @@ -1497,31 +1007,29 @@ Een bouwconstructie bezwijkt bij brand in een brandcompartiment waarin de bouwco Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.16 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | Aanwezigheid | Hoogte | Openingen | overklauterbaarheid | verbouw | Openingen | | | | | | | | | | | | | | | | | -| artikel | 2.17 | 2.18 | 2.19 | 2.20 | 2.21 | 2.19 | | | | | | | | | | | | | | | | | -| lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | * | 1 | | | -| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | [m] | | | -| 1 | Woonfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | 2 | 3 | – | 5 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | – | * | 0,2 | | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | 2 | 3 | – | 5 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | – | * | 0,1 | -| | b | andere kinderopvang | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | – | * | 0,2 | -| | c | andere bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | * | 0,5 | -| 3 | Celfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | * | 0,3 | | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | * | 0,5 | | -| 5 | Industriefunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | – | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | * | 0,5 | | -| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | * | 0,5 | | -| 7 | Logiesfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | * | 0,5 | | -| 8 | Onderwijsfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | basisonderwijs | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | – | * | 0,2 | -| | b | andere onderwijsfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | * | 0,5 | -| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | * | 0,5 | | -| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | * | 0,5 | | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | * | 0,5 | | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a. | voor langzaam verkeer | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | * | 0,5 | -| | b. | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | * | 0,5 | +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | aanwezigheid | hoogte | openingen | overklauterbaarheid | verbouw | openingen | | | | | | | | | | | | +| | | artikel | 2.17 | 2.18 | 2.19 | 2.20 | 2.21 | 2.19 | | | | | | | | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | * | * | 1 | +| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | [m] | +| 1 | Woonfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | * | * | 0,2 | | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 1 | – | 3 | 4 | * | * | 0,1 | +| | b | andere kinderopvang | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | * | * | 0,2 | +| | c | andere bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | – | 3 | 4 | – | * | 0,5 | +| 3 | Celfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 1 | – | 3 | 4 | – | * | 0,3 | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 1 | – | 3 | 4 | – | * | 0,5 | | +| 5 | Industriefunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 1 | – | 3 | 4 | – | * | 0,5 | | +| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 1 | – | 3 | 4 | – | * | 0,5 | | +| 7 | Logiesfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 1 | – | 3 | 4 | – | * | 0,5 | | +| 8 | Onderwijsfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | basisonderwijs | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | * | * | 0,2 | +| | b | andere onderwijsfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 1 | – | 3 | 4 | – | * | 0,5 | +| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | – | 3 | 4 | – | * | 0,5 | | +| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 1 | – | 3 | 4 | – | * | 0,5 | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 1 | – | 3 | 4 | – | * | 0,5 | | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | – | 3 | 4 | – | * | 0,5 | | ### Artikel 2.17 @@ -1550,41 +1058,33 @@ e. een met een rand als bedoeld onder a tot en met d, gelijk te stellen rand van ### Artikel 2.18 -**1.** Een vloerafscheiding als bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, heeft een hoogte van ten minste 1 m, gemeten vanaf de vloer. +**1.** Een vloerafscheiding als bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, heeft een hoogte van ten minste 1 m, gemeten vanaf de vloer. -**2.** In afwijking van het eerste lid heeft een vloer die hoger ligt dan 13 m boven een aangrenzende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, een vloerafscheiding een hoogte van ten minste 1,2 m, gemeten vanaf de vloer. +**2.** In afwijking van het eerste lid heeft een vloer die hoger ligt dan 13 m boven een aangrenzende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, een vloerafscheiding een hoogte van ten minste 1,2 m, gemeten vanaf de vloer. -**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid heeft een afscheiding als bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, ter plaatse van een al dan niet beweegbaar raam een hoogte van ten minste 0,85 m, gemeten vanaf de vloer. +**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid heeft een afscheiding als bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, ter plaatse van een al dan niet beweegbaar raam een hoogte van ten minste 0,85 m, gemeten vanaf de vloer. -**4.** In afwijking van het eerste lid, heeft een vloerafscheiding een vanaf de vloer gemeten hoogte van ten minste 0,7 m, indien de som van die hoogte en de breedte van de bovenregel ten minste 1,1 m is. +**4.** In afwijking van het eerste lid, heeft een vloerafscheiding een vanaf de vloer gemeten hoogte van ten minste 0,7 m, indien de som van die hoogte en de breedte van de bovenregel ten minste 1,1 m is. -**5.** Een afscheiding als bedoeld in artikel 2.17, tweede of derde lid, heeft een hoogte van ten minste 0,85 m, gemeten vanaf de voorkant van de tredevlakken of vanaf de vloer van de hellingbaan. - -**6.** In afwijking van het eerste en tweede lid heeft een vloer waarvan een vloerafscheiding als bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, direct is gelegen naast een pad of strook bedoeld voor langzaam verkeer, een vloerafscheiding met een hoogte van ten minste 1,3 m, gemeten vanaf de vloer. +**5.** Een afscheiding als bedoeld in artikel 2.17, tweede of derde lid, heeft een hoogte van ten minste 0,85 m, gemeten vanaf de voorkant van de tredevlakken of vanaf de vloer van de hellingbaan. ### Artikel 2.19 **1.** Een afscheiding als bedoeld in artikel 2.17 heeft geen openingen waardoor een bol kan passeren met een doorsnede groter dan de in tabel 2.16 aangegeven diameter. -**2.** In afwijking van het eerste lid heeft een afscheiding als bedoeld in artikel 2.17 tot een hoogte van 0,7 m boven een vloer, een tredevlak of een vloer van een hellingbaan geen openingen waardoor een bol kan passeren met een doorsnede groter dan 0,1 m. +**2.** In afwijking van het eerste lid heeft een afscheiding als bedoeld in artikel 2.17 tot een hoogte van 0,7 m boven de vloer, de voorkant van de tredevlakken of de vloer van de hellingbaan geen openingen met een breedte groter dan 0,1 m. -**3.** De horizontaal gemeten afstand tussen een vloer, een trap of een hellingbaan en een afscheiding als bedoeld in artikel 2.17 is niet groter dan 0,05 m. +**3.** De horizontaal gemeten afstand tussen een vloer, een trap of een hellingbaan en een afscheiding als bedoeld in artikel 2.17 is niet groter dan 0,05 m. -**4.** De bovenregel van een in artikel 2.17 bedoelde afscheiding heeft geen onderbreking van meer dan 0,1 m. - -**5.** Het tweede lid is niet van toepassing op een vloer, een tredevlak of een vloer van een hellingbaan, of een gedeelte daarvan, niet bestemd voor kinderen jonger dan 12 jaar. +**4.** De bovenregel van een in artikel 2.17 bedoelde afscheiding heeft geen onderbreking van meer dan 0,1 m. ### Artikel 2.20 -**1.** Een afscheiding als bedoeld in artikel 2.17 of een constructieonderdeel dat, installatie die of onderdeel van een installatie dat aan of naast een dergelijke afscheiding is geplaatst, heeft, ter voorkoming van het overklauteren, geen opstapmogelijkheden tussen 0,2 m en 0,7 m boven een vloer, een tredevlak of een vloer van een hellingbaan. - -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op een vloer, een tredevlak of een vloer van een hellingbaan, of een gedeelte daarvan, niet bestemd voor kinderen jonger dan 12 jaar. +Een afscheiding als bedoeld in artikel 2.17 heeft, ter voorkoming van het overklauteren, geen opstapmogelijkheden tussen 0,2 m en 0,7 m boven de vloer. ### Artikel 2.21 -**1.** Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.17 tot en met 2.20 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. - -**2.** Bij het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk geen gebouw zijnde, geldt in afwijking van het eerste lid het in artikel 2.18, zesde lid, aangegeven niveau van eisen. +Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.17 tot en met 2.20 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. #### Paragraaf 2.3.2. Bestaande bouw @@ -1610,11 +1110,11 @@ Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.22 voorschriften zijn aangewezen, ### Artikel 2.23 -**1.** Een voor personen bestemde vloer heeft bij een rand een afscheiding als die rand meer dan 1,5 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water. +**1.** Een voor personen bestemde vloer heeft bij een rand een afscheiding als die rand meer dan 1,5 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water. -**2.** Een trap heeft, voor zover een zijkant van een tredevlak meer dan 1,5 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, aan die zijkant een niet beweegbare afscheiding. +**2.** Een trap heeft, voor zover een zijkant van een tredevlak meer dan 1,5 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, aan die zijkant een niet beweegbare afscheiding. -**3.** Een hellingbaan heeft, indien een zijkant van de vloer meer dan 1,5 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, aan die zijkant een niet beweegbare afscheiding. +**3.** Een hellingbaan heeft, indien een zijkant van de vloer meer dan 1,5 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water, aan die zijkant een niet beweegbare afscheiding. **4.** @@ -1635,19 +1135,19 @@ e. een met een rand als bedoeld onder a tot en met d, gelijk te stellen rand van ### Artikel 2.24 -**1.** Een vloerafscheiding als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, heeft een hoogte van ten minste 0,9 m, gemeten vanaf de vloer. +**1.** Een vloerafscheiding als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, heeft een hoogte van ten minste 0,9 m, gemeten vanaf de vloer. -**2.** In afwijking van het eerste lid heeft een afscheiding als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, ter plaatse van een al dan niet beweegbaar raam een hoogte van ten minste 0,6 m, gemeten vanaf de vloer. +**2.** In afwijking van het eerste lid heeft een afscheiding als bedoeld in artikel 2.23, eerste lid, ter plaatse van een al dan niet beweegbaar raam een hoogte van ten minste 0,6 m, gemeten vanaf de vloer. -**3.** In afwijking van het eerste lid, heeft een vloerafscheiding een vanaf de vloer gemeten hoogte van ten minste 0,6 m, indien de som van die hoogte en de breedte van de bovenregel ten minste 1 m is. +**3.** In afwijking van het eerste lid, heeft een vloerafscheiding een vanaf de vloer gemeten hoogte van ten minste 0,6 m, indien de som van die hoogte en de breedte van de bovenregel ten minste 1 m is. -**4.** Een afscheiding als bedoeld in artikel 2.23, tweede en derde lid, heeft een hoogte van ten minste 0,6 m, gemeten vanaf de voorkant van de tredevlakken of vanaf de vloer van de hellingbaan. +**4.** Een afscheiding als bedoeld in artikel 2.23, tweede en derde lid, heeft een hoogte van ten minste 0,6 m, gemeten vanaf de voorkant van de tredevlakken of vanaf de vloer van de hellingbaan. ### Artikel 2.25 -**1.** Een afscheiding als bedoeld in artikel 2.23 heeft tot een hoogte van 0,6 m boven een vloer, een tredevlak of een vloer van een hellingbaan, geen openingen waardoor een bol kan passeren met een doorsnede groter dan de in tabel 2.22 aangegeven diameter. +**1.** Een afscheiding als bedoeld in artikel 2.23 heeft tot een hoogte van 0,6 m boven de vloer, boven de voorkant van de tredevlakken of boven de vloer van de hellingbaan gemeten hoogte, geen openingen waardoor een bol kan passeren met een doorsnede groter dan de in tabel 2.22 aangegeven diameter. -**2.** De horizontaal gemeten afstand tussen een vloer, een trap of een hellingbaan en een afscheiding als bedoeld in artikel 2.23, is niet groter dan 0,1 m. +**2.** De horizontaal gemeten afstand tussen een vloer, een trap of een hellingbaan en een afscheiding als bedoeld in artikel 2.23, is niet groter dan 0,1 m. ### Afdeling 2.4. Overbrugging van hoogteverschillen @@ -1661,9 +1161,9 @@ e. een met een rand als bedoeld onder a tot en met d, gelijk te stellen rand van ### Artikel 2.27 -**1.** Een hoogteverschil van meer dan 0,21 m tussen vloeren waarover een vluchtroute voert en tussen vloeren van verblijfsgebieden, verblijfsruimten, toiletruimten, badruimten, of voor bezoekers bestemde vloeren, vloeren van een verkeersroute die deze ruimten met elkaar verbindt of tussen een van die vloeren en het aansluitende terrein wordt overbrugd door een vaste trap of een vaste hellingbaan. +**1.** Een hoogteverschil van meer dan 0,21 m tussen vloeren waarover een vluchtroute voert en tussen vloeren van verblijfsgebieden, verblijfsruimten, toiletruimten, badruimten, of voor bezoekers bestemde vloeren, vloeren van een verkeersroute die deze ruimten met elkaar verbindt of tussen een van die vloeren en het aansluitende terrein wordt overbrugd door een vaste trap of een vaste hellingbaan. -**2.** Voor zover de vluchtroute door een wegtunnelbuis voert, geldt in afwijking van het eerste lid een hoogteverschil van meer dan 0,3 m. +**2.** Voor zover de vluchtroute door een wegtunnelbuis voert, geldt in afwijking van het eerste lid een hoogteverschil van meer dan 0,3 m. ### Artikel 2.28 @@ -1683,9 +1183,9 @@ Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk is artikel 2.27 van toepassing. ### Artikel 2.31 -**1.** Een hoogteverschil van meer dan 0,22 m tussen vloeren waarover een vluchtroute voert, of tussen een van die vloeren en het aansluitende terrein, wordt overbrugd door een vaste trap of een vaste hellingbaan. +**1.** Een hoogteverschil van meer dan 0,22 m tussen vloeren waarover een vluchtroute voert, of tussen een van die vloeren en het aansluitende terrein, wordt overbrugd door een vaste trap of een vaste hellingbaan. -**2.** Voor zover de vluchtroute door een wegtunnelbuis voert, geldt in afwijking van het eerste lid een hoogteverschil van meer dan 0,3 m. +**2.** Voor zover de vluchtroute door een wegtunnelbuis voert, geldt in afwijking van het tweede lid een hoogteverschil van meer dan 0,3 m. ### Afdeling 2.5. Trap @@ -1699,27 +1199,23 @@ Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk is artikel 2.27 van toepassing. Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.32 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | afmetingen | markering trap | trapbordes | leuning | regenwerend | verbouw | | | | | -| artikel | 2.33 | 2.33a | 2.34 | 2.35 | 2.36 | 2.37 | | | | | -| lid | 1 | 2 | * | * | 1 | 2 | * | * | | | -| | | | | | | | | | | | -| 1 | Woonfunctie | 1 | 2 | – | * | 1 | – | * | * | | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | -| | a. | voor alcoholgebruik | 1 | 2 | * | * | 1 | 2 | * | * | -| | b. | voor het aanschouwen van sport, voor film, voor muziek of voor theater | 1 | 2 | * | * | 1 | 2 | * | * | -| | c. | overige bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | – | * | 1 | – | – | * | -| 3 | Celfunctie | 1 | 2 | – | * | 1 | – | – | * | | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | * | * | 1 | 2 | – | * | | -| 5 | Industriefunctie | 1 | – | – | * | 1 | – | – | * | | -| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | – | * | 1 | – | – | * | | -| 7 | Logiesfunctie | 1 | 2 | – | * | 1 | – | – | * | | -| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | – | * | 1 | – | – | * | | -| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | – | * | 1 | – | – | * | | -| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | * | * | 1 | 2 | – | * | | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | – | – | * | 1 | – | – | * | | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | 1 | – | – | * | 1 | – | – | * | | +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | afmetingen | trapbordes | leuning | regenwerend | verbouw | | +| | | artikel | 2.33 | 2.34 | 2.35 | 2.36 | 2.37 | | +| | | lid | 1 | 2 | * | * | * | * | +| 1 | Woonfunctie | 1 | 2 | * | * | * | * | | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | * | * | – | * | | +| 3 | Celfunctie | 1 | 2 | * | * | – | * | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | * | * | – | * | | +| 5 | Industriefunctie | 1 | – | * | * | – | * | | +| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | * | * | – | * | | +| 7 | Logiesfunctie | 1 | 2 | * | * | – | * | | +| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | * | * | – | * | | +| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | * | * | – | * | | +| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | * | * | – | * | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | – | * | * | – | * | | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | 1 | – | * | * | – | * | | ### Artikel 2.33 @@ -1733,31 +1229,25 @@ Een trap overbrugt een hoogteverschil van niet meer dan 4 meter. | --- | --- | --- | --- | | | reguliere trap | trap uitsluitend voor ontvluchten | | | | woonfunctie | andere gebruiksfunctie | alle gebruiksfuncties | -| Minimum breedte van de trap | 0,8 m | 0,8 m | 0,8 m | -| Minimum vrije hoogte boven de trap | 2,3 m | 2,1 m | 2,1 m | +| Minimum breedte van de trap | 0,8 m | 0,8 m | 0,8 m | +| Minimum vrije hoogte boven de trap | 2,3 m | 2,1 m | 2,1 m | | Minimum aantrede ter plaatse van de klimlijn, gemeten loodrecht op de voorkant van de trede | 0,22 m | 0,185 m | 0,185 m | -| Maximum hoogte van een optrede | 0,188 m | 0,21 m | 0,21 m | -| Minimum breedte van het tredevlak, gemeten loodrecht op de voorkant van dat vlak | 0,05 m | 0,05 m | 0,05 m | -| Minimum breedte van het tredevlak ter plaatse van de klimlijn, gemeten loodrecht op de voorkant van dat vlak | 0,23 m | 0,23 m | 0,23 m | -| Minimum afstand van de klimlijn tot de zijkanten van de trap | 0,3 m | 0,3 m | 0,3 m | - -### Artikel 2.33a - -Een trap als bedoeld in artikel 2.27, is op de bovenste en onderste trederand over de volle breedte voorzien van een markering van ten minste 50 mm met een hoog contrast. De overige treden zijn aan beide zijkanten voorzien van markeringen van ten minste 50 mm met een hoog contrast. +| Maximum hoogte van een optrede | 0,188 m | 0,21 m | 0,21 m | +| Minimum breedte van het tredevlak, gemeten loodrecht op de voorkant van dat vlak | 0,05 m | 0,05 m | 0,05 m | +| Minimum breedte van het tredevlak ter plaatse van de klimlijn, gemeten loodrecht op de voorkant van dat vlak | 0,23 m | 0,23 m | 0,23 m | +| Minimum afstand van de klimlijn tot de zijkanten van de trap | 0,3 m | 0,3 m | 0,3 m | ### Artikel 2.34 -Een trap als bedoeld in artikel 2.27, sluit bij de bovenste trede, over de breedte van de trap, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,8 m x 0,8 m. +Een trap als bedoeld in artikel 2.27, sluit bij de bovenste trede, over de breedte van de trap, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,8 m x 0,8 m. ### Artikel 2.35 -**1.** Een trap als bedoeld in artikel 2.27 voor het overbruggen van een hoogteverschil van meer dan 1 m en met een helling ter plaatse van de klimlijn groter dan 2:3 heeft aan ten minste een zijkant een leuning. De bovenkant van de leuning ligt, gemeten boven de voorkant van een tredevlak van de trap, op een hoogte van ten minste 0,8 m en ten hoogste 1 m. - -**2.** Een trap als bedoeld in het eerste lid heeft aan beide zijkanten een leuning die aan het begin en aan het einde van de trap ten minste 30 cm horizontaal doorloopt. +Een trap als bedoeld in artikel 2.27 voor het overbruggen van een hoogteverschil van meer dan 1 m en met een helling ter plaatse van de klimlijn groter dan 2:3 heeft aan ten minste een zijkant een leuning. De bovenkant van de leuning ligt, gemeten boven de voorkant van een tredevlak van de trap, op een hoogte van ten minste 0,8 m en ten hoogste 1 m. ### Artikel 2.36 -Een gemeenschappelijke verkeersruimte met een trap voor het overbruggen van een hoogteverschil van meer dan 1,5 m, is ter plaatse van die trap, bepaald volgens NEN 2778, regenwerend. Dit geldt niet voor een trap die uitsluitend bestemd is om het bouwwerk te ontvluchten. +Een gemeenschappelijke verkeersruimte met een trap voor het overbruggen van een hoogteverschil van meer dan 1,5 m, is ter plaatse van die trap, bepaald volgens NEN 2778, regenwerend. Dit geldt niet voor een trap die uitsluitend bestemd is om het bouwwerk te ontvluchten. ### Artikel 2.37 @@ -1777,11 +1267,11 @@ Een trap als bedoeld in artikel 2.31, heeft afmetingen die voldoen aan tabel 2.3 ### Artikel 2.40 -Een trap als bedoeld in artikel 2.31, sluit bij de bovenste trede, over de breedte van de trap, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,7 m. +Een trap als bedoeld in artikel 2.31, sluit bij de bovenste trede, over de breedte van de trap, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,7 m. ### Artikel 2.41 -Een trap als bedoeld in artikel 2.31 waarvan de helling ter plaatse van de klimlijn groter is dan 2:3 heeft, voor zover een hoogteverschil is overbrugd van meer dan 1,5 m, aan ten minste een zijkant een leuning. De bovenkant van de leuning ligt, gemeten boven de voorkant van een tredevlak van de trap, op een hoogte van ten minste 0,6 m en ten hoogste 1 m. +Een trap als bedoeld in artikel 2.31 waarvan de helling ter plaatse van de klimlijn groter is dan 2:3 heeft, voor zover een hoogteverschil is overbrugd van meer dan 1,5 m, aan ten minste een zijkant een leuning. De bovenkant van de leuning ligt, gemeten boven de voorkant van een tredevlak van de trap, op een hoogte van ten minste 0,6 m en ten hoogste 1 m. ### Afdeling 2.6. Hellingbaan @@ -1795,19 +1285,19 @@ Een trap als bedoeld in artikel 2.31 waarvan de helling ter plaatse van de kliml ### Artikel 2.43 -Een hellingbaan als bedoeld in de artikelen 2.27 en 6.49, heeft een breedte van ten minste 1,1 m, een hoogte van niet meer dan 1 m en een helling van ten hoogste: +Een hellingbaan als bedoeld in de artikelen 2.27 en 6.49, heeft een breedte van ten minste 1,1 m, een hoogte van niet meer dan 1 m en een helling van ten hoogste: -a. 1 : 12 indien het hoogteverschil niet groter is dan 0,25 m; -b. 1 : 16 indien het hoogteverschil groter is dan 0,25 m, maar niet groter dan 0,5 m, en -c. 1 : 20 indien het hoogteverschil groter is dan 0,5 m. +a. 1 : 12 indien het hoogteverschil niet groter is dan 0,25 m; +b. 1 : 16 indien het hoogteverschil groter is dan 0,25 m, maar niet groter dan 0,5 m, en +c. 1 : 20 indien het hoogteverschil groter is dan 0,5 m. ### Artikel 2.44 -Een hellingbaan als bedoeld in de artikelen 2.27 en 6.49, sluit aan de bovenzijde, over de breedte van de hellingbaan, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 1,4 m x 1,4 m. +Een hellingbaan als bedoeld in de artikelen 2.27 en 6.49, sluit aan de bovenzijde, over de breedte van de hellingbaan, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 1,4 m x 1,4 m. ### Artikel 2.45 -Een hellingbaan als bedoeld in artikel 2.27, heeft aan de zijkant een aaneengesloten geleiderand, met een vanaf de vloer van de hellingbaan gemeten hoogte van ten minste 0,04 m. +Een hellingbaan als bedoeld in artikel 2.27, heeft aan de zijkant een aaneengesloten geleiderand, met een vanaf de vloer van de hellingbaan gemeten hoogte van ten minste 0,04 m. ### Artikel 2.46 @@ -1823,11 +1313,11 @@ Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een ### Artikel 2.48 -Een hellingbaan als bedoeld in artikel 2.31 heeft een breedte van ten minste 0,7 m en een helling van ten hoogste 1:10. +Een hellingbaan als bedoeld in artikel 2.31 heeft een breedte van ten minste 0,7 m en een helling van ten hoogste 1:10. ### Artikel 2.49 -Een hellingbaan als bedoeld in artikel 2.31 sluit aan de bovenzijde, over de breedte van de hellingbaan, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,7 m. +Een hellingbaan als bedoeld in artikel 2.31 sluit aan de bovenzijde, over de breedte van de hellingbaan, aan op een vloer met een oppervlakte van ten minste 0,7 m x 0,7 m. ### Afdeling 2.7. Beweegbare constructieonderdelen @@ -1841,13 +1331,13 @@ Een hellingbaan als bedoeld in artikel 2.31 sluit aan de bovenzijde, over de bre ### Artikel 2.51 -**1.** Een beweegbaar constructieonderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden boven een voor motorvoertuigen openstaande weg of boven een strook van 0,6 m grenzend aan die weg, ligt, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, meer dan 4,2 m boven die weg of strook. +**1.** Een beweegbaar constructieonderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden boven een voor motorvoertuigen openstaande weg of boven een strook van 0,6 m grenzend aan die weg, ligt, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, meer dan 4,2 m boven die weg of strook. -**2.** Een beweegbaar constructieonderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden boven een niet voor motorvoertuigen openstaande weg, ligt, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, meer dan 2,2 m boven die weg. Dit voorschrift geldt niet voor een nooddeur. +**2.** Een beweegbaar constructieonderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden boven een niet voor motorvoertuigen openstaande weg, ligt, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, meer dan 2,2 m boven die weg. Dit voorschrift geldt niet voor een nooddeur. -**3.** Een beschermde vluchtroute die langs een beweegbaar constructieonderdeel voert, heeft met het constructieonderdeel in geopende stand, een vrije doorgang met een breedte van ten minste 0,6 m en een hoogte van ten minste 2,2 m. +**3.** Een beschermde vluchtroute waarover een beweegbaar constructieonderdeel draait, heeft met het constructieonderdeel in geopende stand, een vrije doorgang met een breedte van ten minste 0,6 m en een hoogte van ten minste 2,2 m. -**4.** Het eerste tot en met derde lid gelden niet voor een deur van een ruimte met een vloeroppervlakte van minder dan 0,5 m^2. +**4.** Het eerste tot en met derde lid gelden niet voor een deur van een ruimte met een vloeroppervlakte van minder dan 0,5 m^2. ### Artikel 2.52 @@ -1867,7 +1357,7 @@ Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk is artikel 2.51, tweede tot en met vier ### Artikel 2.55 -Een beweegbaar constructieonderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden boven een voor motorvoertuigen openstaande weg, ligt, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, meer dan 4,2 m boven die weg. +Een beweegbaar constructieonderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden boven een voor motorvoertuigen openstaande weg, ligt, gemeten vanaf de onderzijde van dat onderdeel, meer dan 4,2 m boven die weg. ### Afdeling 2.8. Beperking van het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie @@ -1883,12 +1373,12 @@ Een beweegbaar constructieonderdeel dat zich in geopende stand kan bevinden bove Materiaal ter plaatse van of nabij een stookplaats voldoet aan brandklasse A1 of voor zover het de bovenzijde van een vloer, een trap of een hellingbaan betreft aan brandklasse A1_fl, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1, indien: -a. op het materiaal een intensiteit aan warmtestraling kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, groter is dan 2 kW/m^2, of -b. in het materiaal een temperatuur kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, hoger is dan 90 °C. +a. op het materiaal een intensiteit aan warmtestraling kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, groter is dan 2 kW/m^2, of +b. in het materiaal een temperatuur kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, hoger is dan 90 °C. ### Artikel 2.58 -**1.** Materiaal toegepast aan de binnenzijde van een schacht, een koker of een kanaal grenzend aan meer dan een brandcompartiment of subbrandcompartiment met een inwendige doorsnede groter dan 0,015 m^2, voldoet aan brandklasse A2, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. +**1.** Materiaal toegepast aan de binnenzijde van een schacht, een koker of een kanaal grenzend aan meer dan een brandcompartiment of subbrandcompartiment met een inwendige doorsnede groter dan 0,015 m^2, voldoet over een dikte van ten minste 0,01 m, gemeten loodrecht op de binnenzijde, aan brandklasse A2, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. **2.** @@ -1900,9 +1390,9 @@ c. het materiaal van een constructie- of installatieonderdeel dat wordt omsloten ### Artikel 2.59 -**1.** Een afvoervoorziening voor rookgas is brandveilig, bepaald volgens NEN 6062. +**1.** Een afvoervoorziening voor rookgas is brandveilig, bepaald volgens NEN 6062. -**2.** De horizontale afstand tussen de uitmonding van een afvoervoorziening voor rookgas van een op vaste brandstof gestookt toestel en een brandgevaarlijk dak als bedoeld in NEN 6063, van een ander bouwwerk is ten minste 15 m. +**2.** De horizontale afstand tussen de uitmonding van een afvoervoorziening voor rookgas van een op vaste brandstof gestookt toestel en een brandgevaarlijk dak als bedoeld in NEN 6063, van een ander bouwwerk is ten minste 15 m. ### Artikel 2.60 @@ -1926,16 +1416,16 @@ Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 2.57 tot en met 2.59 Materiaal ter plaatse van of nabij een stookplaats is onbrandbaar, bepaald volgens NEN 6064, indien: -a. op het materiaal een intensiteit aan warmtestraling kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, groter is dan 2 kW/m^2, of -b. in het materiaal een temperatuur kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, hoger is dan 90 °C. +a. op het materiaal een intensiteit aan warmtestraling kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, groter is dan 2 kW/m^2, of +b. in het materiaal een temperatuur kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, hoger is dan 90 °C. **2.** Bij toepassing van het eerste lid kan in plaats van onbrandbaar, bepaald volgens NEN 6064 worden uitgegaan van brandklasse A1, of A1_fl, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. ### Artikel 2.64 -**1.** Een afvoervoorziening voor rookgas is brandveilig. Of de afvoervoorziening brandveilig is kan worden bepaald volgens NEN 8062. +**1.** Een afvoervoorziening voor rookgas is brandveilig. Of de afvoervoorziening brandveilig is kan worden bepaald volgens NEN 8062. -**2.** De horizontale afstand tussen de uitmonding van een afvoervoorziening voor rookgas van een op vaste brandstof gestookt toestel en een brandgevaarlijk dak als bedoeld in NEN 6063, van een ander bouwwerk is ten minste 15 m. +**2.** De horizontale afstand tussen de uitmonding van een afvoervoorziening voor rookgas van een op vaste brandstof gestookt toestel en een brandgevaarlijk dak als bedoeld in NEN 6063, van een ander bouwwerk is ten minste 15 m. ### Artikel 2.65 @@ -1953,37 +1443,35 @@ Een opstelplaats voor een open verbrandingstoestel ligt niet in een toiletruimte Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.66 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften. -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | zijde grenzend aan de | bovenzijde | elektrische leidingen | pijpisolatie | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | binnenlucht | buitenlucht | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | | | binnenoppervlak | buitenoppervlak | | | | beloopbaar vlak | | kabels en pijpisolatie | | | vrijgesteld | | | dakoppervlak | | constructieonderdeel | verbouw | | tijdelijke bouw | extra beschermde vluchtroute | beschermde vluchtroute | overig | extra beschermde vluchtroute | beschermde vluchtroute | overig | extra beschermde vluchtroute | beschermde vluchtroute | overig | extra beschermde vluchtroute | beschermde vluchtroute | overige | extra beschermde vluchtroute | beschermde vluchtroute | overige | extra beschermde vluchtroute | beschermde vluchtroute | overige | extra beschermde vluchtroute | beschermde vluchtroute | overige | | | | -| | | artikel | 2.67 | 2.68 | 2.69 | 2.69a | 2.70 | 2.71 | 2.72 | 2.73 | 2.74 | 2.67 | 2.68 | 2.69 | 2.69a | 2.69a | 2.69a | 2.69a | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | | lid | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | * | 1 | 2 | * | 1 en 2 | 1 | 1 en 2 | 1b | 3 | 2b | 4 | | | | | | | | | | | | | | | -| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | [brandklasse] | [brandklasse] | [brandklasse] | [brandklasse] | [brandklasse] | [brandklasse] | [brandklasse] | | | | | | | | | | | | | | | -| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | in een woongebouw | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 1 | – | * | 1 | – | * | B | B | D | C | C | D | C_fl | C_fl | D_fl | B2_ca | B2_ca | D_ca | B2_ca | C_ca | D_ca | B_l | B_l | D_l | C_l | C_l | D_l | -| | b | voor zorg met een g.o. > 500 m^2 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | – | – | 1 | – | * | 1 | – | * | B | B | D | C | C | D | C_fl | C_fl | D_fl | B2_ca | B2_ca | D_ca | B2_ca | B2_ca | D_ca | B_l | B_l | D_l | C_l | C_l | D_l | -| | c | andere woonfunctie | 1 | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | 2 | – | 4 | 1 | 2 | – | 1 | – | * | 1 | – | * | B | D | D | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | B2_ca | D_ca | D_ca | B2_ca | D_ca | D_ca | B_l | D_l | D_l | C_l | D_l | D_l | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | – | – | 1 | – | * | 1 | – | * | B | B | D | C | C | D | C_fl | D_fl | D_fl | B2_ca | B2_ca | D_ca | B2_ca | B2_ca | D_ca | B_l | B_l | D_l | C_l | C_l | D_l | -| | b | andere bijeenkomstfunctie | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 1 | – | * | 1 | – | * | B | D | D | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | B2_ca | D_ca | D_ca | B2_ca | D_ca | D_ca | B_l | D_l | D_l | C_l | D_l | D_l | -| 3 | Celfunctie | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | – | – | 1 | – | * | 1 | – | * | B | B | C | B | B | D | C_fl | C_fl | C_fl | B2_ca | B2_ca | C_ca | B2_ca | B2_ca | D_ca | B_l | B_l | C_l | B_l | B_l | D_l | | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | met bedgebied | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | – | – | 1 | – | * | 1 | – | * | B | B | D | C | C | D | C_fl | D_fl | D_fl | B2_ca | B2_ca | D_ca | B2_ca | B2_ca | D_ca | B_l | B_l | D_l | C_l | C_l | D_l | -| | b | andere gezondheidszorgfunctie | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 1 | – | * | 1 | – | * | B | D | D | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | B2_ca | D_ca | D_ca | B2_ca | D_ca | D_ca | B_l | D_l | D_l | C_l | D_l | D_l | -| 5 | Industriefunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | lichte industriefunctie voor bedrijfsmatig houden van dieren | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | – | – | 1 | – | * | 1 | 2 | * | B | B | B | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | B2_ca | B2_ca | B2_ca | B2_ca | D_ca | D_ca | B_l | B_l | B_l | C_l | D_l | D_l | -| | b | andere industriefunctie | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 1 | – | * | 1 | – | * | B | D | D | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | B2_ca | D_ca | D_ca | B2_ca | D_ca | D_ca | B_l | D_l | D_l | C_l | D_l | D_l | -| 6 | Kantoorfunctie | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 1 | – | * | 1 | – | * | B | D | D | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | B2_ca | D_ca | D_ca | B2_ca | D_ca | D_ca | B_l | D_l | D_l | C_l | D_l | D_l | | -| 7 | Logiesfunctie | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 1 | – | * | 1 | – | * | B | B | D | C | C | D | C_fl | D_fl | D_fl | B2_ca | B2_ca | D_ca | B2_ca | B2_ca | D_ca | B_l | B_l | D_l | C_l | C_l | D_l | | -| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 1 | – | * | 1 | – | * | B | D | D | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | B2_ca | D_ca | D_ca | B2_ca | D_ca | D_ca | B_l | D_l | D_l | C_l | D_l | D_l | | -| 9 | Sportfunctie | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 1 | – | * | 1 | – | * | B | D | D | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | B2_ca | D_ca | D_ca | B2_ca | D_ca | D_ca | B_l | D_l | D_l | C_l | D_l | D_l | | -| 10 | Winkelfunctie | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 1 | – | * | 1 | – | * | B | D | D | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | B2_ca | D_ca | D_ca | B2_ca | D_ca | D_ca | B_l | D_l | D_l | C_l | D_l | D_l | | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 1 | 2 | * | 1 | – | * | B | D | D | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | B2_ca | D_ca | D_ca | B2_ca | D_ca | D_ca | B_l | D_l | D_l | C_l | D_l | D_l | | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor verkeer | 1 | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | 3 | 1 | 2 | * | 1 | – | * | B | B | B | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | B2_ca | B2_ca | B2_ca | B2_ca | D_ca | D_ca | B_l | B_l | B_l | C_l | D_l | D_l | -| | b | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | 3 | 1 | 2 | * | 1 | – | * | – | – | – | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | – | – | – | B2_ca | D_ca | D_ca | – | – | – | C_l | D_l | D_l | +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | zijde grenzend aan de | bovenzijde | | | | | | | | +| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | binnenlucht | buitenlucht | | | | | | | | +| | | | binnenoppervlak | buitenoppervlak | beloopbaar vlak | vrijgesteld | dakoppervlak | constructieonderdeel | verbouw | tijdelijke bouw | extra beschermde vluchtroute | beschermde vluchtroute | overig | extra beschermde vluchtroute | beschermde vluchtroute | overig | extra beschermde verkeersruimte | beschermde verkeersruimte | overig | | | | | | | | | +| | | artikel | 2.67 | 2.68 | 2.69 | 2.70 | 2.71 | 2.72 | 2.73 | 2.74 | 2.67 | 2.68 | 2.69 | | | | | | | | | | | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | * | * | * | 1 en 2 | 1 | 1 en 2 | | | | | | | +| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | [brandklasse] | [brandklasse] | [brandklasse] | | | | | | | +| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | in een woongebouw | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | – | 1 | – | * | * | * | B | B | D | C | C | D | C_fl | C_fl | D_fl | +| | b | voor zorg met een g.o. > 500 m^2 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | – | 1 | – | * | * | * | B | B | D | C | C | D | C_fl | C_fl | D_fl | +| | c | andere woonfunctie | 1 | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | – | 1 | – | – | – | – | B | D | D | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | – | 1 | – | * | * | * | B | B | D | C | C | D | C_fl | D_fl | D_fl | +| | b | andere bijeenkomstfunctie | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | – | 1 | – | * | * | * | B | D | D | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | +| 3 | Celfunctie | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | – | 1 | – | * | * | * | B | B | C | B | B | D | C_fl | C_fl | C_fl | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | met bedgebied | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | – | 1 | – | * | * | * | B | B | D | C | C | D | C_fl | D_fl | D_fl | +| | b | andere gezondheidszorgfunctie | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | – | 1 | – | * | * | * | B | D | D | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | +| 5 | Industriefunctie | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | – | 1 | – | * | * | * | B | D | D | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | | +| 6 | Kantoorfunctie | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | – | 1 | – | * | * | * | B | D | D | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | | +| 7 | Logiesfunctie | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | – | 1 | – | * | * | * | B | B | D | C | C | D | C_fl | D_fl | D_fl | | +| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | – | 1 | – | * | * | * | B | D | D | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | | +| 9 | Sportfunctie | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | – | 1 | – | * | * | * | B | D | D | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | | +| 10 | Winkelfunctie | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | – | 1 | – | * | * | * | B | D | D | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | – | 1 | – | * | * | * | B | D | D | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor verkeer | 1 | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 1 | 2 | – | 2 | 1 | 2 | * | * | * | B | B | B | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | +| | b | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 1 | 2 | – | 2 | 1 | 2 | * | * | * | – | – | – | C | D | D | C_fl | D_fl | D_fl | ### Artikel 2.67 @@ -2005,43 +1493,21 @@ Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.66 voorschriften zijn aangewezen, ### Artikel 2.69 -**1.** In afwijking van artikel 2.67 geldt voor de bovenzijde van een vloer, een trap en een hellingbaan die grenst aan de binnenlucht rookklasse s1_fl en de in tabel 2.66 aangegeven brandklasse, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1. +**1.** In afwijking van artikel 2.67 geldt voor de bovenzijde van een voor personen bestemde vloer, een trap en een hellingbaan die grenst aan de binnenlucht rookklasse s1_fl en de in tabel 2.66 aangegeven brandklasse, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1. -**2.** In afwijking van de artikel 2.68 geldt voor een bovenzijde van een vloer, een trap en een hellingbaan die grenst aan de buitenlucht de in tabel 2.66 aangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. - -### Artikel 2.69a - -**1.** - -In afwijking van artikel 2.67 geldt voor een elektrische leiding die grenst aan de binnenlucht: - -a. in extra beschermde vluchtroutes rookklasse s1_(ca) en in overige ruimten rookklasse s2_(ca), beide bepaald volgens NEN-EN 13501-6; en -b. de in tabel 2.66 aangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-6. - -**2.** - -In afwijking van artikel 2.67 geldt voor pijpisolatie die grenst aan de binnenlucht: - -a. in extra beschermde vluchtroutes rookklasse s1_(L) en in overige ruimten rookklasse s2_(L), beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1; en -b. de in tabel 2.66 aangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. - -**3.** In afwijking van artikel 2.68 geldt voor een elektrische leiding die grenst aan de buitenlucht de in tabel 2.66 aangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-6. - -**4.** In afwijking van artikel 2.68 geldt voor pijpisolatie die grenst aan de buitenlucht de in tabel 2.66 aangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. +**2.** In afwijking van de artikel 2.68 geldt voor een bovenzijde van een voor personen bestemde vloer, een trap en een hellingbaan die grenst aan de buitenlucht de in tabel 2.66 aangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. ### Artikel 2.70 -**1.** Op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen van elke afzonderlijke ruimte, waarvoor volgens de artikelen 2.67 tot en met 2.69a een eis geldt, is die eis niet van toepassing. +**1.** Op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen van elke afzonderlijke ruimte, waarvoor volgens de artikelen 2.67 tot en met 2.69 een eis geldt, is die eis niet van toepassing. -**2.** Onverminderd het eerste lid zijn op ten hoogste 10% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen van elke afzonderlijke ruimte waardoor geen beschermde vluchtroute voert, de artikelen 2.67 en 2.69a, eerste en tweede lid, voor wat betreft rookklasse S2, niet van toepassing. - -**3.** Voor bouwwerken geen gebouw zijnde is op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen, waarvoor volgens de artikelen 2.67 tot en met 2.69a een eis geldt, die eis niet van toepassing. +**2.** Voor bouwwerken geen gebouw zijnde is op ten hoogste 5% van de totale oppervlakte van de constructieonderdelen, waarvoor volgens de artikelen 2.67 tot en met 2.69 een eis geldt, die eis niet van toepassing. ### Artikel 2.71 -**1.** De bovenzijde van een dak van een bouwwerk is, bepaald volgens NEN 6063, niet brandgevaarlijk. Dit geldt niet indien het bouwwerk geen voor personen bestemde vloer heeft die hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau, en de brandgevaarlijke delen van het dak ten minste 15 m vanaf de perceelsgrens liggen. Indien het perceel waarop het bouwwerk ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water, openbaar groen, of een perceel dat niet is bestemd voor bebouwing of voor een speeltuin, een kampeerterrein of opslag van brandgevaarlijke stoffen of van brandbare niet milieugevaarlijke stoffen wordt die afstand aangehouden tot het hart van de weg, dat water, dat groen of dat perceel. +**1.** De bovenzijde van een dak van een bouwwerk is, bepaald volgens NEN 6063, niet brandgevaarlijk. Dit geldt niet indien het bouwwerk geen voor personen bestemde vloer heeft die hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau, en de brandgevaarlijke delen van het dak ten minste 15 m vanaf de perceelsgrens liggen. Indien het perceel waarop het bouwwerk ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water, openbaar groen, of een perceel dat niet is bestemd voor bebouwing of voor een speeltuin, een kampeerterrein of opslag van brandgevaarlijke stoffen of van brandbare niet milieugevaarlijke stoffen wordt die afstand aangehouden tot het hart van de weg, dat water, dat groen of dat perceel. -**2.** Het eerste lid geldt niet voor een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 m^2. +**2.** Het eerste lid geldt niet voor een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 m^2. ### Artikel 2.72 @@ -2049,9 +1515,7 @@ Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gesteld ter beperking van ### Artikel 2.73 -**1.** Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.67, 2.68, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 2.69, 269a en 2.71 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. - -**2.** In afwijking van het eerste lid wordt bij het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of vergroten van een bouwwerk bij toepassing van de artikelen 2.67, eerste lid, en 2.69a, eerste en tweede lid, niet uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. +Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.67, 2.68, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 2.69 en 2.71 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. ### Artikel 2.74 @@ -2067,44 +1531,44 @@ Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 2.68, derde lid, en 2 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.75 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | | | | | | | | | | | | | | | | zijde grenzend aan de | | | | | | -| | | | | | | | | | | | | | | | | binnenlucht | buitenlucht | | | | | -| | | | binnenoppervlak | buitenoppervlak | beloopbaar vlak | vrijgesteld | Toepassing Euroklassen | extra beschermde vluchtroute | beschermde route | overig | extra beschermde vluchtroute | beschermde route | overig | | | | | | | | | -| | | artikel | 2.76 | 2.77 | 2.78 | 2.79 | 2.80 | 2.76 | 2.77 | | | | | | | | | | | | | -| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | * | 1 | 1 | | | | | -| | | | | | | | | | | | | | | | | [brandklasse] | [brandklasse] | | | | | -| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | in een woongebouw | 1 | 2 | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 1 | – | * | 2 | 2 | 4 | 2 | 2 | 4 | -| | b | andere woonfunctie | 1 | – | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 1 | – | * | 2 | 4 | 4 | 2 | 4 | 4 | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | 1 | – | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 1 | – | * | 2 | 4 | 4 | 2 | 4 | 4 | | -| 3 | Celfunctie | 1 | – | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 1 | – | * | 1 | 1 | 4 | 1 | 1 | 4 | | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | met bedgebied | 1 | 2 | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 1 | – | * | 2 | 2 | 4 | 2 | 4 | 4 | -| | b | andere gezondheidszorgfunctie | 1 | – | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 1 | – | * | 2 | 4 | 4 | 2 | 4 | 4 | -| 5 | Industriefunctie | 1 | – | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 1 | – | * | 2 | 4 | 4 | 2 | 4 | 4 | | -| 6 | Kantoorfunctie | 1 | – | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 1 | – | * | 2 | 4 | 4 | 2 | 4 | 4 | | -| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | in een logiesgebouw | 1 | 2 | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 1 | – | * | 2 | 2 | 4 | 2 | 4 | 4 | -| | b | andere logiesfunctie | 1 | – | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 1 | – | * | 2 | 4 | 4 | 2 | 4 | 4 | -| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | – | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 1 | – | * | 2 | 4 | 4 | 2 | 4 | 4 | | -| 9 | Sportfunctie | 1 | – | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 1 | – | * | 2 | 4 | 4 | 2 | 4 | 4 | | -| 10 | Winkelfunctie | 1 | – | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 1 | – | * | 2 | 4 | 4 | 2 | 4 | 4 | | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | tunnel of tunnelvorming bouwwerk voor verkeer | – | – | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | – | 2 | * | – | – | – | 2 | 4 | 4 | -| | b | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | – | 2 | * | – | – | – | 2 | 4 | 4 | +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | | | | | | | | | | | | | zijde grenzend aan de | | | | | | +| | | | | | | | | | | | | | | | binnenlucht | buitenlucht | | | | | +| | | | binnenoppervlak | buitenoppervlak | beloopbaar vlak | vrijgesteld | toepassing Euroklassen | extra beschermde vluchtroute | beschermde route | overig | extra beschermde vluchtroute | beschermde route | overig | | | | | | | | +| | | artikel | 2.76 | 2.77 | 2.78 | 2.79 | 2.80 | 2.76 | 2.77 | | | | | | | | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 1 | 2 | * | 1 | 1 | | | | | +| | | | | | | | | | | | | | | | [brandklasse] | [brandklasse] | | | | | +| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | in een woongebouw | 1 | 2 | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 1 | – | * | 2 | 2 | 4 | 2 | 2 | 4 | +| | b | andere woonfunctie | 1 | – | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 1 | – | * | 2 | 4 | 4 | 2 | 4 | 4 | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | 1 | – | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 1 | – | * | 2 | 4 | 4 | 2 | 4 | 4 | | +| 3 | Celfunctie | 1 | – | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 1 | – | * | 1 | 1 | 4 | 1 | 1 | 4 | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | met bedgebied | 1 | 2 | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 1 | – | * | 2 | 2 | 4 | 2 | 4 | 4 | +| | b | andere gezondheidszorgfunctie | 1 | – | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 1 | – | * | 2 | 4 | 4 | 2 | 4 | 4 | +| 5 | Industriefunctie | 1 | – | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 1 | – | * | 2 | 4 | 4 | 2 | 4 | 4 | | +| 6 | Kantoorfunctie | 1 | – | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 1 | – | * | 2 | 4 | 4 | 2 | 4 | 4 | | +| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | in een logiesgebouw | 1 | 2 | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 1 | – | * | 2 | 2 | 4 | 2 | 4 | 4 | +| | b | andere logiesfunctie | 1 | – | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 1 | – | * | 2 | 4 | 4 | 2 | 4 | 4 | +| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | – | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 1 | – | * | 2 | 4 | 4 | 2 | 4 | 4 | | +| 9 | Sportfunctie | 1 | – | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 1 | – | * | 2 | 4 | 4 | 2 | 4 | 4 | | +| 10 | Winkelfunctie | 1 | – | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 1 | – | * | 2 | 4 | 4 | 2 | 4 | 4 | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | tunnel of tunnelvorming bouwwerk voor verkeer | – | – | 3 | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | – | 2 | * | – | – | – | 2 | 4 | 4 | +| | b | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | – | 2 | * | 2 | 4 | 4 | 2 | 4 | 4 | ### Artikel 2.76 -**1.** Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht heeft een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan de in tabel 2.75 aangegeven brandklasse en een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 10 m^-1. +**1.** Een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht heeft een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting, die voldoet aan de in tabel 2.75 aangegeven brandklasse en een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 10 m^-1. -**2.** In afwijking van het eerste lid heeft een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht in een besloten ruimte waardoor een beschermde route voert een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m^-1. +**2.** In afwijking van het eerste lid heeft een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht in een besloten ruimte waardoor een beschermde route voert een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m^-1. -**3.** In afwijking van het eerste lid heeft een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht in een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m^-1. +**3.** In afwijking van het eerste lid heeft een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht in een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m^-1. -**4.** In afwijking van het eerste lid heeft een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht in een cel een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m^-1. +**4.** In afwijking van het eerste lid heeft een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht in een cel een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m^-1. ### Artikel 2.77 @@ -2116,11 +1580,9 @@ Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.75 voorschriften zijn aangewezen, ### Artikel 2.78 -**1.** In afwijking van artikel 2.76 geldt voor de bovenzijde van een vloer, een trap of een hellingbaan, die grenst aan de binnenlucht een volgens NEN 1775 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting van klasse T3 en een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 10 m^-1. +**1.** In afwijking van artikel 2.76 heeft de bovenzijde van een voor personen bestemde vloer, een trap of een hellingbaan een volgens NEN 1775 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting van klasse T3 en een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 10 m^-1. -**2.** In afwijking van artikel 2.77 geldt voor de bovenzijde van een vloer, trap of een hellingbaan, die grenst aan de buitenlucht een volgens NEN 1775 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting van klasse T3. - -**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid geldt voor de bovenzijde van een vloer, een trap of een hellingbaan, waarover een extra beschermde vluchtroute voert een volgens NEN 1775 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting van klasse T1. +**2.** In afwijking van het eerste lid heeft de bovenzijde van een voor personen bestemde vloer, een trap of een hellingbaan waarover een extra beschermde vluchtroute voert een volgens NEN 1775 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting van klasse T1. ### Artikel 2.79 @@ -2152,40 +1614,37 @@ g. een rookproductie met een rookdichtheid van ten hoogste 10 m^-1 of 5,4^-1 bep Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.81 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | | | ligging | | | | | | | | omvang | | | | | | | | | | | wbdbo | | | | | | | | | | | verbouw | tijdelijke bouw | omvang | -| | | artikel | 2.82 | | 2.83 | | 2.84 | | | 2.85 | 2.86 | 2.83 | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | * | * | 1 | -| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | [m^2] | | -| | a | woonwagen | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | – | 2 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 8 | 9 | 10 | – | – | – | – | -| | b | andere woonfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | 5 | 6 | 7 | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 7 | 8 | – | – | – | * | * | 1.000 | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | 8 | – | – | – | 1 | – | – | 4 | – | – | 7 | 8 | – | – | – | * | * | 1.000 | | -| 3 | Celfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | 9 | – | – | 1 | – | – | – | – | – | – | 8 | – | – | – | * | * | 1.000 | | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | | – | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | met bedgebied | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | 10 | – | 1 | – | – | – | – | – | – | 8 | – | – | – | * | * | 1.000 | -| | b | andere gezondheidszorgfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | – | 1 | – | – | 4 | – | – | 7 | 8 | – | – | – | * | * | 1.000 | -| 5 | Industriefunctie | | – | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | lichte industriefunctie | 1 | – | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | – | 1 | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | – | – | * | * | 2.500 | -| | b | lichte industriefunctie voor bedrijfsmatig houden van dieren | 1 | – | – | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 1 | – | 3 | – | – | – | – | – | – | – | 11 | 1 | – | – | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | 11 | * | * | 2.500 | -| | c | andere industriefunctie | 1 | – | 3 | 4 | 5 | 6 | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | – | 1 | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | – | – | * | * | 2.500 | -| 6 | Kantoorfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | 8 | – | – | – | 1 | – | – | 4 | – | – | 7 | 8 | – | – | – | * | * | 1.000 | | -| 7 | Logiesfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | – | 1 | – | – | 4 | – | – | 7 | 8 | – | – | – | * | * | 500 | | -| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | 8 | – | – | – | 1 | – | – | 4 | – | – | 7 | 8 | – | – | – | * | * | 1.000 | | -| 9 | Sportfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | – | 1 | – | – | 4 | – | – | 7 | 8 | – | – | – | * | * | 1.000 | | -| 10 | Winkelfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | 8 | – | – | – | 1 | – | – | 4 | – | – | 7 | 8 | – | – | – | * | * | 1.000 | | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | voor het stallen van motorvoertuigen | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | 7 | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | 8 | – | – | – | 1 | – | – | 4 | – | – | 7 | 8 | – | – | – | * | * | 1.000 | -| | b | ander overige gebruiksfunctie | 1 | – | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | 8 | – | – | – | 1 | – | – | 4 | – | – | 7 | 8 | – | – | – | * | * | 1.000 | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | Wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | – | – | – | – | 4 | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | – | 8 | – | – | – | * | – | – | -| | b | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | ligging | omvang | wbdbo | verbouw | tijdelijke bouw | omvang | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | | artikel | 2.82 | 2.83 | 2.84 | 2.85 | 2.86 | 2.83 | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | * | * | 1 | +| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | [m^2] | | +| | a | woonwagen | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | – | 2 | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | – | 8 | – | – | – | +| | b | andere woonfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | 5 | 6 | 7 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | – | – | 6 | 7 | – | * | * | 1.000 | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | 8 | – | – | 1 | – | – | 4 | – | 6 | 7 | – | * | * | 1.000 | | +| 3 | Celfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | 9 | – | 1 | – | – | – | – | – | 7 | – | * | * | 1.000 | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | | – | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | met bedgebied | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | 10 | 1 | – | – | – | – | – | 7 | – | * | * | 1.000 | +| | b | andere gezondheidszorgfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | 1 | – | – | 4 | – | 6 | 7 | – | * | * | 1.000 | +| 5 | Industriefunctie | | – | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | lichte industriefunctie | 1 | – | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | 1 | – | – | 4 | 5 | 6 | 7 | – | * | * | 2.500 | +| | b | andere industriefunctie | 1 | – | 3 | 4 | 5 | 6 | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | 1 | – | – | 4 | 5 | 6 | 7 | – | * | * | 2.500 | +| 6 | Kantoorfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | 8 | – | – | 1 | – | – | 4 | – | 6 | 7 | – | * | * | 1.000 | | +| 7 | Logiesfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | 1 | – | – | 4 | – | 6 | 7 | – | * | * | 500 | | +| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | 8 | – | – | 1 | – | – | 4 | – | 6 | 7 | – | * | * | 1.000 | | +| 9 | Sportfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | 1 | – | – | 4 | – | 6 | 7 | – | * | * | 1.000 | | +| 10 | Winkelfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | 8 | – | – | 1 | – | – | 4 | – | 6 | 7 | – | * | * | 1.000 | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | – | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | 8 | – | – | 1 | – | – | 4 | – | 6 | 7 | – | * | * | 1.000 | | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | – | – | – | – | 4 | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | 7 | – | * | – | – | +| | b | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | ### Artikel 2.82 **1.** Een besloten ruimte ligt in een brandcompartiment. -**2.** Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m ligt in een brandcompartiment. +**2.** Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m ligt in een brandcompartiment. **3.** @@ -2194,23 +1653,23 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op: a. een toiletruimte; b. een badruimte; c. een liftschacht, indien de constructieonderdelen aan de binnenzijde van de schacht voldoen aan brandklasse B en aan rookklasse s2, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1, en -d. een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 m^2 niet bestemd voor een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 130 kW. +d. een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 m^2 niet bestemd voor een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 130 kW. **4.** In afwijking van het eerste lid voert een extra beschermde vluchtroute niet door een brandcompartiment. **5.** Een niet besloten gebruiksgebied ligt in een brandcompartiment. -**6.** Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een of meer gebruiksfuncties van dezelfde soort met een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m^2 en een vuurbelasting niet groter dan 500 MJ/m^2, bepaald volgens NEN 6090. +**6.** Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een of meer gebruiksfuncties van dezelfde soort met een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m^2 en een vuurbelasting niet groter dan 500 MJ/m^2, bepaald volgens NEN 6090. -**7.** Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m^2. Deze uitzondering geldt niet indien het bouwwerk aan een of meer andere bouwwerken grenst en de gezamenlijke gebruiksoppervlakte groter is dan 50 m^2. +**7.** Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m^2. Deze uitzondering geldt niet indien het bouwwerk aan een of meer andere bouwwerken grenst en de gezamenlijke gebruiksoppervlakte groter is dan 50 m^2. -**8.** Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een lichte industriefunctie uitsluitend bestemd voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting niet groter dan 150 MJ/m^2, bepaald volgens NEN 6090. +**8.** Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een lichte industriefunctie uitsluitend bestemd voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting niet groter dan 150 MJ/m^2, bepaald volgens NEN 6090. ### Artikel 2.83 **1.** Een brandcompartiment heeft een gebruiksoppervlakte die niet groter is dan de in tabel 2.81 aangegeven waarde. -**2.** In een brandcompartiment liggen ten hoogste vier woonwagens en nevenfuncties daarvan met een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m^2. +**2.** In een brandcompartiment liggen ten hoogste vier woonwagens en nevenfuncties daarvan met een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 500 m^2. **3.** Een brandcompartiment strekt zich uit over niet meer dan een perceel. @@ -2222,14 +1681,12 @@ d. een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 m^2 nie **7.** Een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van meer dan 50 m^2 of een technische ruimte waarin een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 130 kW worden opgesteld, is een afzonderlijk brandcompartiment. -**8.** Bij een brandcompartiment van een industriefunctie met een gebruiksoppervlakte van meer dan 1.000 m^2 is het eerste lid niet van toepassing op een of meer in dat brandcompartiment gelegen nevenfuncties met een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 100 m^2. +**8.** Bij een brandcompartiment van een industriefunctie met een gebruiksoppervlakte van meer dan 1.000 m^2 is het eerste lid niet van toepassing op een of meer in dat brandcompartiment gelegen nevenfuncties met een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 100 m^2. -**9.** In afwijking van het eerste lid is de gebruiksoppervlakte van een brandcompartiment met een of meer cellen ten hoogste 500 m^2 en niet groter dan 77% van de gebruiksoppervlakte van het gebouw. +**9.** In afwijking van het eerste lid is de gebruiksoppervlakte van een brandcompartiment met een of meer cellen ten hoogste 500 m^2 en niet groter dan 77% van de gebruiksoppervlakte van het gebouw. **10.** Een brandcompartiment met bedgebied voor bedgebonden patiënten is niet groter dan 77% van de gebruiksoppervlakte van de bouwlaag waarop dit brandcompartiment ligt. -**11.** Een technische ruimte is een afzonderlijk brandcompartiment. - ### Artikel 2.84 **1.** De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ander brandcompartiment, naar een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert, naar een niet besloten veiligheidsvluchtroute en naar een liftschacht van een brandweerlift is ten minste 60 minuten. @@ -2240,29 +1697,23 @@ d. een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 m^2 nie In afwijking van het eerste lid kan worden volstaan met 30 minuten indien: -a. de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van het brandcompartiment niet groter is dan 500 MJ/m^2, en -b. in het gebouw geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m boven het meetniveau. +a. de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurbelasting van het brandcompartiment niet groter is dan 500 MJ/m^2, en +b. in het gebouw geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m boven het meetniveau. **4.** In afwijking van het eerste lid kan worden volstaan met 30 minuten indien: a. de in het eerste lid bedoelde besloten ruimten op hetzelfde perceel liggen, en -b. in het gebouw geen vloer van een gebruiksgebied hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau. +b. in het gebouw geen vloer van een gebruiksgebied hoger ligt dan 5 m boven het meetniveau. -**5.** Het vierde lid is niet van toepassing op een brandcompartiment met een gebruiksoppervlakte van meer dan 1.000 m^2. +**5.** Het vierde lid is niet van toepassing op een brandcompartiment met een gebruiksoppervlakte van meer dan 1.000 m^2. -**6.** Het vierde lid is niet van toepassing op een technische ruimte. +**6.** Het tweede tot en met vierde lid gelden niet voor een ruimte waardoor een veiligheidsvluchtroute voert. -**7.** Het tweede tot en met vierde lid gelden niet voor een ruimte waardoor een veiligheidsvluchtroute voert. +**7.** Bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ruimte van een op een aangrenzend perceel gelegen gebouw wordt voor het op het andere perceel gelegen gebouw uitgegaan van een identiek maar spiegelsymmetrisch ten opzichte van de perceelsgrens gelegen gebouw. Indien het perceel grenst aan een openbare weg, openbaar water, openbaar groen, of een perceel dat niet is bestemd voor bebouwing of voor een speeltuin, een kampeerterrein of opslag van brandgevaarlijke stoffen of van brandbare niet milieugevaarlijke stoffen vindt deze spiegeling plaats ten opzichte van het hart van die weg, dat water, dat groen of dat perceel. -**8.** Bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ruimte van een op een aangrenzend perceel gelegen gebouw wordt voor het op het andere perceel gelegen gebouw uitgegaan van een identiek maar spiegelsymmetrisch ten opzichte van de perceelsgrens gelegen gebouw. Indien het perceel grenst aan een openbare weg, openbaar water, openbaar groen, of een perceel dat niet is bestemd voor bebouwing of voor een speeltuin, een kampeerterrein of opslag van brandgevaarlijke stoffen of van brandbare niet milieugevaarlijke stoffen vindt deze spiegeling plaats ten opzichte van het hart van die weg, dat water, dat groen of dat perceel. - -**9.** De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een woonwagen naar een andere woonwagen is ten minste 30 minuten. Bij de bepaling van deze weerstand wordt uitgegaan van een identieke maar spiegelsymmetrisch op een afstand van 5 m geplaatste woonwagen. - -**10.** De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ander brandcompartiment is ten minste 30 minuten of de afstand tussen een brandcompartiment en een ander brandcompartiment is ten minste 5 meter. - -**11.** In afwijking van het eerste lid geldt geen weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 m^2 niet bestemd voor een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 130 kW. +**8.** De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een woonwagen naar een andere woonwagen is ten minste 30 minuten. Bij de bepaling van deze weerstand wordt uitgegaan van een identieke maar spiegelsymmetrisch op een afstand van 5 m geplaatste woonwagen. ### Artikel 2.85 @@ -2282,38 +1733,38 @@ Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 2.82 en 2.83 van toep Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.87 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. -| gebruiksfuctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | | | ligging | omvang | wbdbo | omvang | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | | artikel | 2.88 | 2.89 | 2.90 | 2.89 | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | 2 | 3 | 1 | -| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | [m^2] | -| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | woonwagen | 1 | – | – | – | – | – | – | – | – | 2 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 2 | 3 | – | -| | b | andere woonfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | 5 | 6 | 7 | – | – | – | 1 | 2 | – | 2.000 | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | 8 | – | – | 1 | 2 | – | 2.000 | | -| 3 | Celfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | 9 | – | 1 | 2 | – | 2.000 | | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | met bedgebied | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | 10 | 1 | 2 | – | 2.000 | -| | b | andere gezondheidszorgfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | 1 | 2 | – | 2.000 | -| 5 | Industriefunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | lichte industriefunctie | 1 | – | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | 1 | 2 | – | 3.000 | -| | b | andere industriefunctie | 1 | – | 3 | 4 | 5 | 6 | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | 1 | 2 | – | 3.000 | -| 6 | Kantoorfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | 8 | – | – | 1 | 2 | – | 2.000 | | -| 7 | Logiesfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | 1 | 2 | – | 1.000 | | -| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | 1 | 2 | – | 3.000 | | -| 9 | Sportfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | 1 | 2 | – | 3.000 | | -| 10 | Winkelfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | 8 | – | – | 1 | 2 | – | 2.000 | | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | – | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | 8 | – | – | 1 | 2 | – | 3.000 | | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | – | – | – | – | 4 | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | – | – | -| | b | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | +| gebruiksfuctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | ligging | omvang | wbdbo | omvang | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | | artikel | 2.88 | 2.89 | 2.90 | 2.89 | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | 2 | 1 | +| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | [m^2] | +| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | woonwagen | 1 | – | – | – | – | – | – | – | – | 2 | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | – | +| | b | andere woonfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | 5 | 6 | 7 | – | – | – | 1 | 2 | 2.000 | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | 8 | – | – | 1 | 2 | 2.000 | | +| 3 | Celfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | 9 | – | 1 | 2 | 2.000 | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | met bedgebied | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | 10 | 1 | 2 | 2.000 | +| | b | andere gezondheidszorgfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | 1 | 2 | 2.000 | +| 5 | Industriefunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | lichte industriefunctie | 1 | – | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | 1 | 2 | 3.000 | +| | b | andere industriefunctie | 1 | – | 3 | 4 | 5 | 6 | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | 1 | 2 | 3.000 | +| 6 | Kantoorfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | 8 | – | – | 1 | 2 | 2.000 | | +| 7 | Logiesfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | 1 | 2 | 1.000 | | +| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | 1 | 2 | 3.000 | | +| 9 | Sportfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | – | – | – | 1 | 2 | 3.000 | | +| 10 | Winkelfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | 8 | – | – | 1 | 2 | 2.000 | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | – | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | – | 1 | – | 3 | – | – | – | 7 | 8 | – | – | 1 | 2 | 3.000 | | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | – | – | – | – | 4 | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | – | +| | b | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | ### Artikel 2.88 **1.** Een besloten ruimte ligt in een brandcompartiment. -**2.** Een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m ligt in een brandcompartiment. +**2.** Een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m ligt in een brandcompartiment. **3.** @@ -2321,24 +1772,24 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op: a. een toiletruimte; b. een badruimte; -c. een liftschacht, indien de constructieonderdelen aan de binnenzijde van de schacht voldoen aan een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting die voldoet aan klasse 2 en een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m^-1, of aan brandklasse B en rookklasse s2, beide bepaald volgens NEN 13501-1, en -d. een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 100 m^2 niet bestemd voor een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 160 kW. +c. een liftschacht, indien de constructieonderdelen aan de binnenzijde van de schacht voldoen aan een volgens NEN 6065 bepaalde bijdrage tot brandvoortplanting die voldoet aan klasse 2 en een rookproductie met een volgens NEN 6066 bepaalde rookdichtheid van ten hoogste 5,4 m^-1, of aan brandklasse B en rookklasse s2, beide bepaald volgens NEN 13501-1, en +d. een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 100 m^2 niet bestemd voor een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 160 kW. **4.** In afwijking van het eerste lid voert een extra beschermde vluchtroute niet door een brandcompartiment. **5.** Een niet besloten gebruiksgebied ligt in een brandcompartiment. -**6.** Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een of meer gebruiksfuncties van dezelfde soort met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 2.000 m^2 en een vuurbelasting niet groter dan 500 MJ/m^2, bepaald volgens NEN 6090. +**6.** Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een of meer gebruiksfuncties van dezelfde soort met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 2.000 m^2 en een vuurbelasting niet groter dan 500 MJ/m^2, bepaald volgens NEN 6090. -**7.** Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een of meer gebruiksfuncties van dezelfde soort met een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste100 m^2. +**7.** Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een of meer gebruiksfuncties van dezelfde soort met een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste100 m^2. -**8.** Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een lichte industriefunctie met een permanente vuurbelasting niet groter dan 200 MJ/m^2, bepaald volgens NEN 6090. +**8.** Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op een lichte industriefunctie met een permanente vuurbelasting niet groter dan 200 MJ/m^2, bepaald volgens NEN 6090. ### Artikel 2.89 **1.** Een brandcompartiment heeft een gebruiksoppervlakte die niet groter is dan de in tabel 2.87 aangegeven waarde. -**2.** In een brandcompartiment liggen ten hoogste vier woonwagens en nevenfuncties daarvan met een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m^2. +**2.** In een brandcompartiment liggen ten hoogste vier woonwagens en nevenfuncties daarvan met een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m^2. **3.** Een brandcompartiment strekt zich uit over niet meer dan een perceel. @@ -2348,11 +1799,11 @@ d. een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 100 m^2 ni **6.** In afwijking van het vijfde lid is een gemeenschappelijk verblijfsgebied toegestaan, indien dat verblijfsgebied een afzonderlijk brandcompartiment is. -**7.** Een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van meer dan 100 m^2 of een technische ruimte waarin een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 160 kW worden opgesteld, is een afzonderlijk brandcompartiment. +**7.** Een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van meer dan 100 m^2 of een technische ruimte waarin een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 160 kW worden opgesteld, is een afzonderlijk brandcompartiment. -**8.** Bij een brandcompartiment van een industriefunctie met een gebruiksoppervlakte van meer dan 2.000 m^2 is het eerste lid niet van toepassing op een of meer in dat brandcompartiment gelegen nevenfuncties. +**8.** Bij een brandcompartiment van een industriefunctie met een gebruiksoppervlakte van meer dan 2.000 m^2 is het eerste lid niet van toepassing op een of meer in dat brandcompartiment gelegen nevenfuncties. -**9.** In afwijking van het eerste lid is de gebruiksoppervlakte van een brandcompartiment met een of meer cellen ten hoogste 1.000 m^2 en niet groter dan 77% van de gebruiksoppervlakte van het gebouw. +**9.** In afwijking van het eerste lid is de gebruiksoppervlakte van een brandcompartiment met een of meer cellen ten hoogste 1.000 m^2 en niet groter dan 77% van de gebruiksoppervlakte van het gebouw. **10.** Een brandcompartiment met bedgebied voor bedgebonden patiënten is niet groter dan 77% van de gebruiksoppervlakte van de bouwlaag waarop dit brandcompartiment ligt. @@ -2362,8 +1813,6 @@ d. een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 100 m^2 ni **2.** Bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ruimte van een op een aangrenzend perceel gelegen gebouw wordt voor het op het andere perceel gelegen gebouw uitgegaan van een identiek maar spiegelsymmetrisch ten opzichte van de perceelsgrens gelegen gebouw. Indien het perceel grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, of een perceel dat niet is bestemd voor bebouwing of voor een speeltuin, een kampeerterrein of opslag van brandgevaarlijke stoffen vindt deze spiegeling plaats ten opzichte van het hart van die weg, dat water, dat groen of dat perceel. -**3.** De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een brandcompartiment naar een ander brandcompartiment is ten minste 20 minuten of de afstand tussen een brandcompartiment en een ander brandcompartiment is ten minste 5 meter. - ### Afdeling 2.11. Verdere beperking van uitbreiding van brand en beperking van verspreiding van rook #### Paragraaf 2.11.1. Nieuwbouw @@ -2376,33 +1825,31 @@ d. een technische ruimte met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 100 m^2 ni Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.91 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften. -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | | | | ligging | omvang beschermd subbrandcompartiment | wbdbo en rookdoorgang | subbrandcompartiment weerstand tegen rookdoorgang | beschermd subbrandcompartiment weerstand tegen rookdoorgang | verbouw | tijdelijke bouw | omvang beschermd subbrandcompartiment | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | | artikel | 2.92 | 2.93 | 2.94 | 2.94a | 2.94b | 2.95 | 2.96 | 2.93 | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | * | 1 | | -| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | voor zorg met een g.o. > 500 m^2 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 4 | 1 | – | * | 100 | | -| | b | woonwagen | 1 | 2 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | – | – | 4 | 1 | – | * | – | | -| | c | andere woonfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | – | 3 | 4 | 1 | 2 | * | 500 | | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | voor kinderopvang met bedgebied | 1 | 2 | 3 | – | 5 | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | – | 8 | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | – | 3 | 4 | 1 | – | * | 200 | | -| | b | andere bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | – | – | 4 | 1 | – | * | – | | -| 3 | Celfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | 6 | – | 1 | – | – | 4 | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 4 | 1 | – | * | 500 | | | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | met bedgebied | 1 | 2 | 3 | – | 5 | – | – | – | – | – | – | 5 | 6 | – | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 4 | 1 | – | * | – | | -| | b | andere gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | – | – | 4 | 1 | – | * | – | | -| 5 | Industriefunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | – | – | 4 | 1 | – | * | – | | | -| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | – | – | 4 | 1 | – | * | – | | | -| 7 | Logiesfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 7 | 1 | – | – | – | – | – | 7 | 8 | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | – | 3 | 4 | 1 | – | * | 500 | | | -| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | – | – | 4 | 1 | – | * | – | | | -| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | – | – | 4 | 1 | – | * | – | | | -| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | – | – | 4 | 1 | – | * | – | | | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | – | – | 4 | 1 | – | * | – | | | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | 1 | 2 | 4 | 4 | 1 | – | – | 4 | – | – | – | – | | -| | b | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | ligging | omvang beschermd subbrandcompartiment | wbdbo en rookdoorgang | verbouw | tijdelijke bouw | omvang beschermd subbrandcompartiment | | | | | | | | | | | | | | | | +| | | artikel | 2.92 | 2.93 | 2.94 | 2.95 | 2.96 | 2.93 | | | | | | | | | | | | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 1 | 2 | 3 | * | * | 1 | +| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | voor zorg met een g.o. > 500 m^2 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | * | * | 100 | +| | b | andere woonfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | * | * | 500 | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | voor kinderopvang met bedgebied | 1 | 2 | 3 | – | 5 | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | – | 8 | 1 | 2 | 3 | * | * | 200 | +| | b | andere bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | * | * | – | +| 3 | Celfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | 6 | – | 1 | – | – | 4 | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | * | * | 500 | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | met bedgebied | 1 | 2 | 3 | – | 5 | – | – | – | – | – | – | 5 | 6 | – | – | 1 | 2 | 3 | * | * | – | +| | b | andere gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | * | * | – | +| 5 | Industriefunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | * | * | – | | +| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | * | * | – | | +| 7 | Logiesfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 7 | 1 | – | – | – | – | – | 7 | 8 | 1 | 2 | 3 | * | * | 500 | | +| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | * | * | – | | +| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | * | * | – | | +| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | * | * | – | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | * | * | – | | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | +| | b | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | ### Artikel 2.92 @@ -2414,7 +1861,7 @@ Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.91 voorschriften zijn aangewezen, In afwijking van het eerste lid kan een verblijfsgebied voor bewaking buiten een subbrandcompartiment liggen indien: -a. constructieonderdelen in dat gebied voldoen aan de eisen die de artikelen 2.67 en 2.69a, eerste en tweede lid stelt aan constuctieonderdelen die grenzen aan de binnenlucht in een ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert, en +a. constructieonderdelen in dat gebied voldoen aan de eisen die artikel 2.67 stelt aan constuctieonderdelen die grenzen aan de binnenlucht in een ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert, en b. aankleding in dat gebied voldoet aan de eisen die artikel 7.4 stelt aan aankleding in een ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert. **4.** Een verblijfsgebied ligt in een beschermd subbrandcompartiment. @@ -2429,15 +1876,15 @@ b. aankleding in dat gebied voldoet aan de eisen die artikel 7.4 stelt aan aankl **1.** Een beschermd subbrandcompartiment heeft een gebruiksoppervlakte van ten hoogste de in tabel 2.91 aangegeven waarde. -**2.** In afwijking van het eerste lid is een gezamenlijke verblijfsruimte een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 500 m^2. +**2.** In afwijking van het eerste lid is een gezamenlijke verblijfsruimte een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment met een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 500 m^2. **3.** Een beschermd subbrandcompartiment omvat niet meer dan een gebruiksfunctie en nevenfuncties van die gebruiksfunctie. **4.** Een cel is een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment. -**5.** Een beschermd subbrandcompartiment met bedgebied omvat uitsluitend een of meer bedruimten en ruimten die ten dienste staan van die bedruimten, en heeft een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 500 m^2. +**5.** Een beschermd subbrandcompartiment met bedgebied omvat uitsluitend een of meer bedruimten en ruimten die ten dienste staan van die bedruimten, en heeft een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 500 m^2. -**6.** Een beschermd subbrandcompartiment als bedoeld in het vijfde lid, bestemd voor bedgebonden patiënten heeft, afhankelijk van het bewakingsniveau, een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 m^2 zonder bewaking en ten hoogste 500 m^2 bij permanente bewaking. +**6.** Een beschermd subbrandcompartiment als bedoeld in het vijfde lid, bestemd voor bedgebonden patiënten heeft, afhankelijk van het bewakingsniveau, een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 50 m^2 zonder bewaking en ten hoogste 500 m^2 bij permanente bewaking. **7.** Een logiesverblijf is een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment. @@ -2445,37 +1892,15 @@ b. aankleding in dat gebied voldoet aan de eisen die artikel 7.4 stelt aan aankl ### Artikel 2.94 -**1.** De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag van een subbrandcompartiment naar een beschermd subbrandcompartiment, gelegen in een ander subbrandcompartiment, is ten minste 20 minuten, waarbij voor de bepaling van de brandwerendheid van de scheidende functie van een scheidingsconstructie alleen rekening wordt gehouden met het beoordelingscriterium vlamdichtheid van de afdichting. +**1.** De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag van een subbrandcompartiment naar een andere ruimte in het brandcompartiment is ten minste 20 minuten, waarbij voor de bepaling van de brandwerendheid met betrekking tot de scheidende functie van een scheidingsconstructie uitsluitend rekening wordt gehouden met het beoordelingscriterium vlamdichtheid met betrekking op de afdichting. -**2.** De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een beschermd subbrandcompartiment naar een andere ruimte in het brandcompartiment is ten minste 30 minuten. +**2.** De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een beschermd subbrandcompartiment naar een andere ruimte in het brandcompartiment is ten minste 30 minuten. **3.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de rookdoorgang van een subbrandcompartiment en van een beschermd subbrandcompartiment naar een andere ruimte. -### Artikel 2.94a - -**1.** De weerstand tegen rookdoorgang van een subbrandcompartiment naar een ander subbrandcompartiment is Ra, bepaald volgens NEN 6075. - -**2.** De weerstand tegen rookdoorgang van een subbrandcompartiment naar een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert, is Ra, bepaald volgens NEN 6075. - -**3.** De weerstand tegen rookdoorgang van een subbrandcompartiment naar een beschermd subbrandcompartiment, gelegen in een ander subbrandcompartiment, is R200, bepaald volgens NEN 6075. - -**4.** De weerstand tegen rookdoorgang van een subbrandcompartiment naar een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert en naar een liftschacht als bedoeld in artikel 2.84, eerste lid, is R200, bepaald volgens NEN 6075. - -### Artikel 2.94b - -**1.** De weerstand tegen rookdoorgang van een beschermd subbrandcompartiment naar een ander beschermd subbrandcompartiment is R200, bepaald volgens NEN 6075. - -**2.** De weerstand tegen rookdoorgang van een beschermd subbrandcompartiment naar een subbrandcompartiment is R200, bepaald volgens NEN 6075. - -**3.** De weerstand tegen rookdoorgang van een beschermd subbrandcompartiment naar een subbrandcompartiment is Ra, bepaald volgens NEN 6075. - -**4.** De weerstand tegen rookdoorgang van een beschermd subbrandcompartiment naar een besloten ruimte waardoor een beschermde of extra beschermde vluchtroute voert is R200, bepaald volgens NEN 6075. - ### Artikel 2.95 -**1.** Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.92 tot en met 2.94b van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. - -**2.** In afwijking van het eerste lid is op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk het niveau van eisen van toepassing zoals aangegeven in artikel 2.94b, vierde lid. Dit geldt ook voor een beschermde route. +Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 2.92 tot en met 2.94 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. ### Artikel 2.96 @@ -2491,30 +1916,31 @@ Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 2.94, eerste en derde Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.97 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | | | ligging | omvang beschermd subbrandcompartiment | wtrd en wbdbo | omvang beschermd subbrandcompartiment | | | | | | | | | | | | | | | -| | | artikel | 2.98 | 2.99 | 2.100 | 2.99 | | | | | | | | | | | | | | | -| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | 1 | -| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | voor zorg met een g.o. > 1.000 m^2 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | – | – | – | – | – | 1 | 2 | – | 200 | -| | b | woonwagen | 1 | 2 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | -| | c | andere woonfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | – | 1.000 | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | | -| 3 | Celfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | 6 | – | – | – | 3 | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | – | | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | met bedgebied | 1 | 2 | 3 | – | 5 | – | – | – | – | – | 4 | 5 | – | – | 1 | 2 | 3 | – | -| | b | andere gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | -| 5 | Industriefunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | | -| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | | -| 7 | Logiesfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 7 | 1 | – | – | – | – | 6 | 7 | 1 | 2 | – | 1.000 | | -| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | | -| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | | -| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | -| | b | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | ligging | omvang beschermd subbrandcompartiment | wtrd en wbdbo | omvang beschermd subbrandcompartiment | | | | | | | | | | | | | | | | +| | | artikel | 2.98 | 2.99 | 2.100 | 2.99 | | | | | | | | | | | | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 1 | 2 | 3 | 1 | +| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | voor zorg met een g.o. > 1000 m^2 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | – | 200 | +| | b | andere woonfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | – | 1000 | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | voor kinderopvang met bedgebied | 1 | 2 | 3 | – | 5 | – | – | – | – | 3 | – | – | – | – | 8 | 1 | 2 | – | – | +| | b | andere bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | +| 3 | Celfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | 6 | – | – | – | – | 4 | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | – | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | met bedgebied | 1 | 2 | 3 | – | 5 | – | – | – | – | – | – | 5 | 6 | – | – | 1 | 2 | 3 | – | +| | b | andere gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | +| 5 | Industriefunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | | +| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | | +| 7 | Logiesfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 7 | 1 | – | – | – | – | – | 7 | 8 | 1 | 2 | – | 1000 | | +| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | | +| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | | +| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | 1 | 2 | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | +| | b | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | ### Artikel 2.98 @@ -2541,17 +1967,19 @@ b. aankleding in dat gebied voldoet aan de eisen die artikel 7.4 stelt aan aankl **1.** Een beschermd subbrandcompartiment heeft een gebruiksoppervlakte van ten hoogste de in tabel 2.97 aangegeven waarde. -**2.** In afwijking van het eerste lid heeft een beschermd subbrandcompartiment met uitsluitend gezamenlijke ruimten een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m^2. +**2.** In afwijking van het eerste lid heeft een beschermd subbrandcompartiment met uitsluitend gezamenlijke ruimten een gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m^2. -**3.** Een cel is een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment. +**3.** Een beschermd subbrandcompartiment omvat niet meer dan een gebruiksfunctie en nevenfuncties van die gebruiksfunctie. -**4.** Een beschermd subbrandcompartiment met bedgebied omvat uitsluitend een of meer bedruimten en ruimten die ten dienste staan van die bedruimten, en heeft een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m^2. +**4.** Een cel is een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment. -**5.** Een beschermd subbrandcompartiment als bedoeld in het vierde lid, bestemd voor bedgebonden patiënten heeft, afhankelijk van het bewakingsniveau, een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 100 m^2 zonder bewaking en ten hoogste 1000 m^2 bij permanente bewaking. +**5.** Een beschermd subbrandcompartiment met bedgebied omvat uitsluitend een of meer bedruimten en ruimten die ten dienste staan van die bedruimten, en heeft een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 1.000 m^2. -**6.** Een logiesverblijf is een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment. +**6.** Een beschermd subbrandcompartiment als bedoeld in het vijfde lid, bestemd voor bedgebonden patiënten heeft, afhankelijk van het bewakingsniveau, een totale gebruiksoppervlakte van ten hoogste 100 m^2 zonder bewaking en ten hoogste 1000 m^2 bij permanente bewaking. -**7.** Een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment is een afzonderlijk subbrandcompartiment. +**7.** Een logiesverblijf is een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment. + +**8.** Een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment is een afzonderlijk subbrandcompartiment. ### Artikel 2.100 @@ -2559,7 +1987,7 @@ b. aankleding in dat gebied voldoet aan de eisen die artikel 7.4 stelt aan aankl **2.** De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een beschermd subbrandcompartiment als bedoeld in artikel 2.99 naar een andere ruimte in het brandcompartiment is ten minste 20 minuten. -**3.** Bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag als bedoeld in het tweede lid blijft onder een deur een oppervlak van niet meer dan 0,02 m^2 bij een hoogte van niet meer dan 0,05 m, gemeten vanaf de vloer, buiten beschouwing. +**3.** Bij het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag als bedoeld in het tweede lid blijft onder een deur een oppervlak van niet meer dan 0,02 m^2 bij een hoogte van niet meer dan 0,05 m, gemeten vanaf de vloer, buiten beschouwing. ### Afdeling 2.12. Vluchtroutes @@ -2573,34 +2001,34 @@ b. aankleding in dat gebied voldoet aan de eisen die artikel 7.4 stelt aan aankl Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.101 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften. -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | Grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | | | vluchtroute | beschermde vluchtroute | extra beschermde vluchtroute | veiligheidsvluchtroute | tweede vluchtroute | Inrichting vluchtroute | Inrichting vluchtroute: weerstand tegen rookdoorgang | doorstroomcapaciteit | doorstroomcapaciteit bij opvangcapaciteit | verbouw | tijdelijke bouw | vluchtroute | extra beschermde vluchtroute | Inrichting vluchtroute | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | | artikel | 2.102 | 2.103 | 2.104 | 2.105 | 2.106 | 2.107 | 2.107a | 2.108 | 2.108a | 2.109 | 2.110 | 2.102 | 2.104 | 2.107 | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | * | * | 4 en 5 | 6 | 6 | | -| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | [m] | [m] | [m] | -| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | woonwagen | 1 | – | – | 4 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 6 | – | – | – | 10 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | * | * | 30 | – | 2,1 | | -| | b | andere woonfunctie | 1 | 2 | – | 4 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | 7 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | – | 8 | – | 10 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | – | – | – | * | * | 30 | – | 2,3 | | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | voor kinderopvang met bedgebied | 1 | 2 | – | 4 | 5 | – | – | – | 9 | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | – | 6 | 7 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | – | 3 | 4 | – | 6 | – | – | – | 10 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | * | * | 30 | 5 | 2,3 | | -| | b | andere bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | – | 4 | 5 | – | – | – | 9 | 10 | – | – | – | 2 | 3 | – | – | – | – | 5 | 6 | 7 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | – | 3 | 4 | – | 6 | – | – | – | 10 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | * | * | 30 | 30 | 2,3 | | -| 3 | Celfunctie | – | 2 | – | 4 | 5 | 6 | – | – | 9 | 10 | – | 12 | – | – | – | 1 | – | – | – | – | 6 | 7 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | – | 3 | 4 | – | 6 | – | – | – | 10 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | * | * | 22,5 | 22,5 | 2,3 | | | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | met bedgebied | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | – | – | 9 | – | – | 12 | – | – | – | 1 | – | – | – | – | 6 | 7 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | – | 3 | 4 | – | 6 | – | – | 9 | 10 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | * | * | 30 | 20 | 2,3 | | -| | b | andere gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | – | – | 9 | 10 | – | – | – | 2 | 3 | – | – | – | – | 5 | 6 | 7 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | – | 3 | 4 | – | 6 | – | – | – | 10 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | * | * | 30 | 30 | 2,3 | | -| 5 | Industriefunctie | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | – | – | 10 | – | – | – | 2 | 3 | – | – | – | – | 5 | 6 | 7 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | – | 3 | 4 | – | 6 | – | – | – | 10 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | * | * | 30 | 30 | 2,3 | | | -| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | – | – | 9 | 10 | – | – | – | 2 | 3 | – | – | – | – | 5 | 6 | 7 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | – | 3 | 4 | – | 6 | – | – | – | 10 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | * | * | 30 | 30 | 2,3 | | | -| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | in een logiesgebouw | 1 | 2 | – | 4 | 5 | – | – | – | 9 | 10 | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | – | 6 | 7 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | – | 3 | 4 | – | 6 | – | – | – | 10 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | * | * | 30 | 20 | 2,3 | | -| | b | andere logiesfunctie | 1 | 2 | – | 4 | 5 | – | – | – | 9 | 10 | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | – | 6 | 7 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | – | 3 | 4 | – | 6 | – | – | – | 10 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | * | * | 30 | 20 | 2,1 | | -| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | – | 4 | 5 | – | – | – | 9 | 10 | – | – | – | 2 | 3 | – | – | – | – | 5 | 6 | 7 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | – | 3 | 4 | – | 6 | – | – | – | 10 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | * | * | 30 | 15 | 2,3 | | | -| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | – | 9 | 10 | – | – | – | 2 | 3 | – | – | – | – | 5 | 6 | 7 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | – | 3 | 4 | – | 6 | – | – | – | 10 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | * | * | 30 | 30 | 2,3 | | | -| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | – | 9 | 10 | – | – | – | 2 | 3 | – | – | – | – | 5 | 6 | 7 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | – | 3 | 4 | – | 6 | – | – | – | 10 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | * | * | 30 | 30 | 2,3 | | | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | – | – | 10 | – | – | – | 2 | 3 | – | – | – | – | 5 | 6 | 7 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | – | 3 | 4 | – | 6 | – | – | – | 10 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | * | * | 30 | 30 | 2,1 | | | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | 1 | – | 3 | – | – | – | – | 8 | – | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 3 | – | – | 6 | 7 | – | – | 10 | 1 | – | – | – | – | – | 2 | – | – | – | – | – | * | – | – | – | 2,1 | | -| | b | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | 1 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 11 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 10 | – | – | – | – | – | – | 2 | – | – | – | – | – | * | – | – | – | – | | +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | vluchtroute | beschermde vluchtroute | extra beschermde vluchtroute | veiligheidsvluchtroute | tweede vluchtroute | inrichting vluchtroute | doorstroomcapaciteit | verbouw | tijdelijke bouw | vluchtroute | beschermde vluchtroute | extra beschermde vluchtroute | inrichting vluchtroute | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | | artikel | 2.102 | 2.103 | 2.104 | 2.105 | 2.106 | 2.107 | 2.108 | 2.109 | 2.110 | 2.102 | 2.103 | 2.104 | 2.107 | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 1 | 2 | 3 | * | * | 4 en 5 | 3 | 6 | 8 | +| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | [m] | [m] | [m] | [m] | +| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | woonwagen | 1 | – | – | 4 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 8 | – | – | – | 12 | – | – | – | * | * | 30 | – | – | 2,1 | +| | b | andere woonfunctie | 1 | 2 | – | 4 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 8 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | – | 10 | – | 12 | – | – | – | * | * | 30 | 30 | – | 2,3 | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | voor kinderopvang met bedgebied | 1 | 2 | – | 4 | 5 | – | – | – | 9 | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | – | 6 | – | 8 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | – | 8 | – | – | – | 12 | 1 | 2 | – | * | * | 30 | 30 | 5 | 2,3 | +| | b | andere bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | – | 4 | 5 | – | – | – | 9 | 10 | – | – | – | 2 | 3 | – | – | – | – | 5 | 6 | – | 8 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | – | 8 | – | – | – | 12 | 1 | 2 | – | * | * | 30 | 30 | 30 | 2,3 | +| 3 | Celfunctie | – | 2 | – | 4 | 5 | 6 | – | – | 9 | 10 | – | 12 | – | – | – | 1 | – | – | – | – | 6 | – | 8 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | – | 8 | – | – | – | 12 | 1 | 2 | – | * | * | 22,5 | 22,5 | 22,5 | 2,3 | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | met bedgebied | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | – | – | 9 | – | – | 12 | – | – | – | 1 | – | – | – | – | 6 | – | 8 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | – | 8 | – | – | 11 | 12 | 1 | 2 | – | * | * | 30 | 30 | 20 | 2,3 | +| | b | andere gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | – | – | 9 | 10 | – | – | – | 2 | 3 | – | – | – | – | 5 | 6 | – | 8 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | – | 8 | – | – | – | 12 | 1 | 2 | – | * | * | 30 | 30 | 30 | 2,3 | +| 5 | Industriefunctie | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | – | – | 10 | – | – | – | 2 | 3 | – | – | – | – | 5 | 6 | – | 8 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | – | 8 | – | – | – | 12 | 1 | 2 | – | * | * | 30 | 30 | 30 | 2,3 | | +| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | – | – | 9 | 10 | – | – | – | 2 | 3 | – | – | – | – | 5 | 6 | – | 8 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | – | 8 | – | – | – | 12 | 1 | 2 | – | * | * | 30 | 30 | 30 | 2,3 | | +| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | in een logiesgebouw | 1 | 2 | – | 4 | 5 | – | – | – | 9 | 10 | – | 12 | – | – | – | 1 | – | – | – | – | 6 | 7 | 8 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | – | 8 | – | – | – | 12 | 1 | 2 | – | * | * | 30 | 30 | 20 | 2,3 | +| | b | andere logiesfunctie | 1 | 2 | – | 4 | 5 | – | – | – | 9 | 10 | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | – | 6 | 7 | 8 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | – | 8 | – | – | – | 12 | 1 | 2 | – | * | * | 30 | 30 | 20 | 2,1 | +| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | – | 4 | 5 | – | – | – | 9 | 10 | – | – | – | 2 | 3 | – | – | – | – | 5 | 6 | – | 8 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | – | 8 | – | – | – | 12 | 1 | 2 | – | * | * | 30 | 30 | 15 | 2,3 | | +| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | – | 9 | 10 | – | – | – | 2 | 3 | – | – | – | – | 5 | 6 | – | 8 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | – | 8 | – | – | – | 12 | 1 | 2 | – | * | * | 30 | 30 | 30 | 2,3 | | +| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | – | 9 | 10 | – | – | – | 2 | 3 | – | – | – | – | 5 | 6 | – | 8 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | – | 8 | – | – | – | 12 | 1 | 2 | – | * | * | 30 | 30 | 30 | 2,3 | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | – | – | 10 | – | – | – | 2 | 3 | – | – | – | – | 5 | 6 | – | 8 | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | – | 8 | – | – | – | 12 | 1 | 2 | – | * | * | 30 | 30 | 30 | 2,1 | | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | 1 | – | 3 | – | – | – | – | 8 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | 5 | – | – | 8 | 9 | – | – | 12 | – | – | 3 | * | – | – | – | – | 2,1 | +| | b | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | 1 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 11 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 12 | – | – | 3 | * | – | – | – | – | – | ### Artikel 2.102 @@ -2610,19 +2038,19 @@ Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.101 voorschriften zijn aangewezen **3.** Op elk punt van een rijbaan begint een vluchtroute die leidt naar het aansluitende terrein en vandaar naar de openbare weg. -**4.** De gecorrigeerde loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en ten minste een uitgang van het subbrandcompartiment waarin dat gebruiksgebied ligt, is niet groter dan de in tabel 2.101 aangegeven waarde. +**4.** De gecorrigeerde loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en een uitgang van het subbrandcompartiment waarin dat gebruiksgebied ligt, is niet groter dan de in tabel 2.101 aangegeven waarde. **5.** In afwijking van het vierde lid, wordt bij een niet nader in te delen gebruiksgebied en bij een verblijfsruimte in plaats van de gecorrigeerde loopafstand uitgegaan van de loopafstand die niet groter is dan de in tabel 2.101 aangegeven waarde. -**6.** In afwijking van het vierde en vijfde lid geldt bij een bezetting van minder dan 1 persoon per 12 m^2 gebruiksoppervlakte van het subbrandcompartiment een waarde van ten hoogste 45 m. +**6.** In afwijking van het vierde en vijfde lid geldt bij een bezetting van minder dan 1 persoon per 12 m^2 gebruiksoppervlakte van het subbrandcompartiment een waarde van ten hoogste 45 m. -**7.** In afwijking van het vierde en vijfde lid geldt bij een bezetting van minder dan 1 persoon per 30 m^2 gebruiksoppervlakte van het subbrandcompartiment een waarde van ten hoogste 60 m. +**7.** In afwijking van het vierde en vijfde lid geldt bij een bezetting van minder dan 1 persoon per 30 m^2 gebruiksoppervlakte van het subbrandcompartiment een waarde van ten hoogste 60 m. -**8.** De loopafstand tussen een punt op een rijbaanvloer en een uitgang van het subbrandcompartiment is ten hoogste 150 m. De afstand tussen twee uitgangen is ten hoogste 250 m, gemeten langs de tunnelwand. +**8.** De loopafstand tussen een punt op een rijbaanvloer en een uitgang van het subbrandcompartiment is ten hoogste 150 m. De afstand tussen twee uitgangen is ten hoogste 250 m, gemeten langs de tunnelwand. **9.** Op elk punt van een voor personen bestemde vloer in een subbrandcompartiment begint ten minste een vluchtroute met een op die vluchtroute te overbruggen hoogteverschil naar een uitgang van het subbrandcompartiment van ten hoogste 4 m. -**10.** Een subbrandcompartiment of een daar in gelegen ruimte heeft, indien bestemd voor meer dan 150 personen, ten minste twee uitgangen waardoor een vluchtroute loopt. De onderlinge afstand tussen de uitgangen is ten minste 5 m. +**10.** Een subbrandcompartiment of een daar in gelegen ruimte heeft, indien bestemd voor meer dan 150 personen, ten minste twee uitgangen waardoor een vluchtroute loopt. De onderlinge afstand tussen de uitgangen is ten minste 5 m. **11.** Een bouwwerk geen gebouw zijnde heeft afhankelijk van zijn bestemming en grootte, voldoende en zodanig ingerichte vluchtroutes dat in geval van brand op doeltreffende en veilige wijze kan worden gevlucht. @@ -2639,7 +2067,7 @@ b. is een uitgang waarbij een vluchtroute begint die niet door een verblijfsruim **2.** Een vluchtroute waarop ten hoogste 37 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een beschermde vluchtroute, tenzij die uitgang direct grenst aan het aansluitende terrein. -**3.** Een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert heeft vanaf de uitgang van een subbrandcompartiment tot de volgende uitgang op de vluchtroute een loopafstand niet groter dan 30 m. Dit geldt niet voor zover de vluchtroute door een trappenhuis voert. +**3.** Een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert heeft vanaf de uitgang van een subbrandcompartiment tot de volgende uitgang op de vluchtroute een loopafstand niet groter dan de in tabel 2.101 aangegeven waarde. Dit geldt niet voor zover de vluchtroute door een trappenhuis voert. ### Artikel 2.104 @@ -2653,8 +2081,8 @@ b. is een uitgang waarbij een vluchtroute begint die niet door een verblijfsruim Het tweede en derde lid gelden niet indien de route door een trappenhuis voert, de uitgangen van de op die route aangewezen woonfuncties direct aan het trappenhuis grenzen, op die route uitsluitend woonfuncties en nevenfuncties daarvan zijn aangewezen, en de uitgang van het trappenhuis direct grenst aan het aansluitende terrein en: -a. er niet meer dan 6 woonfuncties en nevengebruiksfuncties daarvan voor personen bereikbaar zijn door het trappenhuis en geen vloer van een verblijfsgebied van die woonfuncties hoger ligt dan 6 m boven het meetniveau, of -b. de totale gebruiksoppervlakte van de woonfuncties en nevengebruiksfuncties daarvan die voor personen bereikbaar zijn door het trappenhuis ten hoogste 800 m^2 bedraagt, geen vloer van een verblijfsgebied van die woonfuncties hoger ligt dan 12,5 m boven het meetniveau en geen van die woonfuncties een gebruiksoppervlakte heeft van meer dan 150 m^2. +a. er niet meer dan 6 woonfuncties op die route zijn aangewezen en geen vloer van een verblijfsgebied van die woonfuncties hoger ligt dan 6 m boven het meetniveau, of +b. de totale gebruiksoppervlakte van de woonfuncties die op de route zijn aangewezen ten hoogste 800 m^2 bedraagt, geen vloer van een verblijfsgebied van die woonfuncties hoger ligt dan 12,5 m boven het meetniveau en geen van die woonfuncties een gebruiksoppervlakte heeft van meer dan 150 m^2. Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over een in dit lid bedoeld trappenhuis. @@ -2662,17 +2090,19 @@ Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over een in dit l **6.** In een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert is de loopafstand vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint tot het punt waar een tweede vluchtroute of een veiligheidsvluchtroute begint, of tot het aansluitende terrein niet groter dan de in tabel 2.101 aangegeven waarde. -**7.** Een vluchtroute in een trappenhuis waarin een hoogteverschil van meer dan 8 m wordt overbrugd, is een extra beschermde vluchtroute. +**7.** Een vluchtroute in een trappenhuis is een extra beschermde vluchtroute. + +**8.** Een vluchtroute in een trappenhuis waarin een hoogteverschil van meer dan 8 m wordt overbrugd, is een extra beschermde vluchtroute. ### Artikel 2.105 **1.** Een vluchtroute waarop meer dan 150 personen zijn aangewezen is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een veiligheidsvluchtroute, tenzij die uitgang direct grenst aan het aansluitende terrein. -**2.** Een vluchtroute in een besloten trappenhuis waarin een hoogteverschil van meer dan 12,5 m wordt overbrugd, is een veiligheidsvluchtroute. +**2.** Een vluchtroute in een besloten trappenhuis waarin een hoogteverschil van meer dan 12,5 m wordt overbrugd, is een veiligheidsvluchtroute. ### Artikel 2.106 -**1.** Indien op een vluchtroute een tweede vluchtroute begint zijn de artikelen 2.103, 2.104, eerste tot en met zesde lid, en 2.105 niet van toepassing vanaf het punt dat de twee vluchtroutes door verschillende ruimten voeren. +**1.** Indien op een vluchtroute een tweede vluchtroute begint zijn de artikelen 2.103, 2.104, eerste tot en met zevende lid, en 2.105 niet van toepassing vanaf het punt dat de twee vluchtroutes door verschillende ruimten voeren. **2.** Buiten het brandcompartiment waarin de in het eerste lid bedoelde tweede vluchtroute begint, voeren de twee vluchtroutes niet door eenzelfde brandcompartiment. @@ -2691,37 +2121,34 @@ d. de vluchtroutes in verschillende richtingen voeren. ### Artikel 2.107 -**1.** De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen de twee ruimten als bedoeld in artikel 2.106, eerste lid, is ten minste 30 minuten. +**1.** De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen een beschermde of extra beschermde vluchtroute en de in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte is ten minste 20 minuten, waarbij voor de bepaling van de brandwerendheid met betrekking tot de scheidende functie van een scheidingsconstructie uitsluitend rekening wordt gehouden met het beoordelingscriterium vlamdichtheid met betrekking tot de afdichting. -**2.** Per bouwlaag is de permanente vuurlast van een trappenhuis waardoor een beschermde of een extra beschermde vluchtroute voert, met inbegrip van de vanuit dat trappenhuis direct bereikbare besloten ruimten, ten hoogste 3.500 MJ. Bij de bepaling van de vuurlast blijft een besloten ruimte buiten beschouwing als de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen die ruimte en het trappenhuis ten minste 30 minuten is, bepaald volgens NEN 6068. Bij de in rekening te brengen vuurlast van de dakconstructie op de bovenste bouwlaag van het trappenhuis waardoor geen veiligheidsvluchtroute voert, wordt een reductie van 50% toegepast. Dit geldt niet voor een trappenhuis als bedoeld in artikel 2.104, vierde lid. +**2.** De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen de twee ruimten als bedoeld in artikel 2.106, eerste lid, is ten minste 30 minuten. -**3.** Per bouwlaag is de permanente vuurlast van een besloten ruimte waardoor een veiligheidsvluchtroute voert, met inbegrip van de vanuit die ruimte direct bereikbare besloten ruimten, ten hoogste 3.500 MJ. Bij de bepaling van de vuurlast blijft een besloten ruimte buiten beschouwing als de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen die ruimte en de ruimte waardoor de veiligheidsvluchtroute voert ten minste 30 minuten is, bepaald volgens NEN 6068. +**3.** -**4.** Een besloten trappenhuis, waarin een hoogteverschil van meer dan 20 m wordt overbrugd, wordt in de vluchtrichting uitsluitend bereikt door een afzonderlijke beschermde vluchtroute met een loopafstand van ten minste 2 m. +Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de rookdoorgang tussen: -**5.** Een uitgang van een woonfunctie grenst niet aan een in het vierde lid bedoelde afzonderlijke vluchtroute. +a. een beschermde of extra beschermde vluchtroute en de in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte, en +b. tussen twee vluchtroutes als bedoeld in aritkel 2.106, eerste lid, die door verschillende ruimten voeren. -**6.** Een vluchtroute heeft een vrije doorgang met een breedte van ten minste 0,85 m en een hoogte van ten minste de in tabel 2.101 aangegeven waarde. Dit geldt niet voor zover de vluchtroute over een trap voert. +**4.** Per bouwlaag is de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurlast van een trappenhuis waardoor een beschermde of een extra beschermde vluchtroute voert, met inbegrip van de vanuit dat trappenhuis direct bereikbare besloten ruimten, ten hoogste 3.500 MJ. Bij de bepaling van de vuurlast blijft een besloten ruimte buiten beschouwing als de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen die ruimte en het trappenhuis ten minste 30 minuten is, bepaald volgens NEN 6068. Bij de in rekening te brengen vuurlast van de dakconstructie op de bovenste bouwlaag van het trappenhuis waardoor geen veiligheidsvluchtroute voert, wordt een reductie van 50% toegepast. Dit geldt niet voor een trappenhuis als bedoeld in artikel 2.104, vierde lid. -**7.** In afwijking van het zesde lid heeft een beschermde vluchtroute, voor zover deze niet door een uitgang of over een trap voert, een vrije doorgang met een breedte van ten minste 1,2 m. +**5.** Per bouwlaag is de volgens NEN 6090 bepaalde permanente vuurlast van een besloten ruimte waardoor een veiligheidsvluchtroute voert, met inbegrip van de vanuit die ruimte direct bereikbare besloten ruimten, ten hoogste 3.500 MJ. Bij de bepaling van de vuurlast blijft een besloten ruimte buiten beschouwing als de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen die ruimte en de ruimte waardoor de veiligheidsvluchtroute voert ten minste 30 minuten is, bepaald volgens NEN 6068. -**8.** Indien op een trap in totaal meer dan 600 m^2 vloeroppervlakte aan verblijfsgebied is aangewezen, is de breedte van de trap ten minste 1,2 m. +**6.** Een besloten trappenhuis, waarin een hoogteverschil van meer dan 20 m wordt overbrugd, wordt in de vluchtrichting uitsluitend bereikt door een afzonderlijke beschermde vluchtroute met een loopafstand van ten minste 2 m. -**9.** Een vluchtroute die voert vanuit een bedgebied voor bedgebonden patiënten naar een ander brandcompartiment als bedoeld in artikel 2.83, tiende lid, heeft een vrije doorgang waardoor een blok met een lengte van 2,3 m, een hoogte van 1,2 m en een breedte van 1,1 m horizontaal kan worden voortbewogen. Deze route voert niet over een trap of via een liftkooi. +**7.** Een uitgang van een woonfunctie grenst niet aan een in het zesde lid bedoelde afzonderlijke vluchtroute. -**10.** Een niet besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert heeft een zodanige capaciteit voor de afvoer van warmte en rook, en de toevoer van verse lucht dat die ruimte tijdens brand gedurende langere tijd kan worden gebruikt om te vluchten en voor het uitvoeren van reddings- en bluswerkzaamheden. +**8.** Een vluchtroute heeft een vrije doorgang met een breedte van ten minste 0,85 m en een hoogte van ten minste de in tabel 2.101 aangegeven waarde. Dit geldt niet voor zover de vluchtroute over een trap voert. -### Artikel 2.107a +**9.** In afwijking van het achtste lid heeft een beschermde vluchtroute, voor zover deze niet door een uitgang of over een trap voert, een vrije doorgang met een breedte van ten minste 1,2 m. -**1.** De weerstand tegen rookdoorgang van een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert naar een in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert is Ra, bepaald volgens NEN 6075. +**10.** Indien op een trap in totaal meer dan 600 m^2 vloeroppervlakte aan verblijfsgebied is aangewezen, is de breedte van de trap ten minste 1,2 m. -**2.** De weerstand tegen rookdoorgang van een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert naar een in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert is R200, bepaald volgens NEN 6075. +**11.** Een vluchtroute die voert vanuit een bedgebied voor bedgebonden patiënten naar een ander brandcompartiment als bedoeld in artikel 2.83, tiende lid, heeft een vrije doorgang waardoor een blok met een lengte van 2,3 m, een hoogte van 1,2 m en een breedte van 1,1 m horizontaal kan worden voortbewogen. Deze route voert niet over een trap of via een liftkooi. -**3.** De weerstand tegen rookdoorgang van een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert naar een in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte waardoor een beschermde of extra beschermde vluchtroute voert is Ra, bepaald volgens NEN 6075. - -**4.** De weerstand tegen rookdoorgang van een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert naar een in de vluchtrichting aansluitend besloten trappenhuis waardoor een extra beschermde vluchtroute voert is R200, bepaald volgens NEN 6075. - -**5.** De weerstand tegen rookdoorgang tussen de twee ruimten, bedoeld in artikel 2.106, eerste lid, is R200, bepaald volgens NEN 6075. +**12.** Een niet besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert heeft een zodanige capaciteit voor de afvoer van warmte en rook, en de toevoer van verse lucht dat die ruimte tijdens brand gedurende langere tijd kan worden gebruikt om te vluchten en voor het uitvoeren van reddings- en bluswerkzaamheden. ### Artikel 2.108 @@ -2729,62 +2156,15 @@ d. de vluchtroutes in verschillende richtingen voeren. De doorstroomcapaciteit van een gedeelte van een vluchtroute, uitgedrukt in personen, is ten minste het aantal personen dat op dat gedeelte is aangewezen. Bij de bepaling van de doorstroomcapaciteit wordt uitgegaan van: -a. 45 personen per meter breedte van een trap voor het overbruggen van een hoogteverschil van meer dan 1 meter en 90 personen per meter vrije breedte bij een hoogteverschil van ten hoogste 1 meter, voor zover de aantrede van de trap ten minste 0,17 m bedraagt; +a. 45 personen per meter breedte van een trap voor het overbruggen van een hoogteverschil van meer dan 1 meter en 90 personen per meter vrije breedte bij een hoogteverschil van ten hoogste 1 meter, voor zover de aantrede van de trap ten minste 0,17 m bedraagt; b. 90 personen per meter vrije breedte van een ruimte; c. 90 personen per meter vrije breedte van een doorgang, indien zich in de doorgang een dubbele deur of vergelijkbaar beweegbaar constructieonderdeel bevindt met een met een maximale openingshoek van minder dan 135 graden; d. 110 personen per meter vrije breedte van een doorgang, indien zich in de doorgang een enkele deur of vergelijkbaar beweegbaar constructieonderdeel bevindt met een maximale openingshoek van minder dan 135 graden, en e. 135 personen per meter vrije breedte van een andere doorgang. -**2.** De doorstroomcapaciteit van een gedeelte van een vluchtroute is zodanig, dat de op dat gedeelte aangewezen personen veilig kunnen vluchten. +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over een gedeelte van een vluchtroute, gelegen buiten het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint, op grond waarvan kan worden afgeweken van het eerste lid. -### Artikel 2.108a - -**1.** - -Op een gedeelte van een vluchtroute, gelegen buiten het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint, kan van artikel 2.108 worden afgeweken als de personen die zijn aangewezen op dat gedeelte en eventueel daarop volgende gedeelten van de vluchtroute het aansluitende terrein kunnen bereiken binnen: - -a. 30 minuten als dat gedeelte van de vluchtroute een veiligheidsvluchtroute is; -b. 20 minuten als dat gedeelte van de vluchtroute een extra beschermde vluchtroute is die in de vluchtrichting alleen wordt bereikt door een afzonderlijke ruimte waardoor een beschermde of extra beschermde vluchtroute voert met een lengte van ten minste 2 m; of -c. 15 minuten als dat gedeelte van de vluchtroute een andere vluchtroute is. - -**2.** De opvang- en doorstroomcapaciteit van de in het eerste lid bedoelde gedeelten van de vluchtroute is zodanig dat het bedreigde subbrandcompartiment waarin een vluchtroute begint binnen 1 minuut na aanvang van het vluchten kan worden verlaten. - -**3.** - -De opvang- en doorstroomcapaciteit van de in het eerste lid bedoelde gedeelten van de vluchtroute is zodanig dat elke ruimte, maar geen trappenhuis, op dezelfde bouwlaag als het bedreigde subbrandcompartiment: - -a. binnen 3,5 minuten na aanvang van het vluchten kan worden verlaten; of -b. binnen 6 minuten als: - -1°. de volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag of brandoverslag naar deze ruimte vanuit het bedreigde subbrandcompartiment ten minste 30 minuten is; en -2°. de volgens NEN 6075 bepaalde weerstand tegen rookdoorgang naar deze ruimte vanuit het bedreigde subbrandcompartiment, of vanuit elke ruimte waardoor een beschermde of extra beschermde vluchtroute voert die in de vluchtrichting uitkomt in deze ruimte, R200 is. - -**4.** - -Bij toepassing van het eerste tot en met derde lid gelden de volgende uitgangspunten: - -a. berekeningen worden uitgevoerd in tijdstappen van 30 seconden; -b. bij het begin van het vluchten wordt aangenomen dat alle personen in het subbrandcompartiment zich nabij de uitgangen van dat compartiment bevinden en tegelijkertijd beginnen te vluchten; -c. vluchtroutes worden tijdens het vluchten alleen in een richting benut; -d. door doorgangen en over trappen voeren de vluchtroutes niet in tegenovergestelde richting; -e. bij samenkomende vluchtroutes wordt de beschikbare doorstroom- en opvangcapaciteit op de volgende wijze verdeeld: - -1°. bij samenkomst in een trappenhuis wordt 50% van de beschikbare capaciteit toegedeeld aan het bovengelegen deel van het trappenhuis. De resterende 50% wordt verdeeld over de doorstroomcapaciteit van de toegangen op die bouwlaag tot het trappenhuis; -2°. bij samenkomst in een ruimte, maar geen trappenhuis, wordt de capaciteit evenredig verdeeld over de doorstroomcapaciteit van de toegangen tot die ruimte; en -3°. als de beschikbare opvang- en doorstroomcapaciteit van de ruimte vanuit een of meer toegangen van die ruimte of het bovengelegen deel van het trappenhuis niet volledig wordt benut, wordt de restcapaciteit op de onder 1° en 2° beschreven wijze verdeeld over de resterende toegangen en het bovengelegen deel van het trappenhuis; -f. het hoogteverschil tussen bouwlagen in het trappenhuis is ten minste 2,1 m en ten hoogste 4 m; -g. de daalsnelheid is 30 seconden per bouwlaag voor zover de vluchtroute over een trap of door een trappenhuis voert; -h. de opvangcapaciteit van een trap is 0,5 persoon per trede, voor zover de breedte van de trap niet groter is dan 1,1 m; -i. de opvangcapaciteit van een trap is 0,9 persoon per trede per m breedte van die trede, voor zover de breedte van de trap groter is dan 1,1 m en de breedte van het tredevlak groter is dan 0,17 m; -j. de opvangcapaciteit van een vloer of hellingbaan is ten hoogste vier personen per m^2 vrije vloeroppervlakte; -k. het gestelde in artikel 2.108, waarbij voor «personen» wordt gelezen: personen per minuut; -l. het gestelde in artikel 6.25, derde lid, waarbij voor «37 personen» wordt gelezen: 37 personen per minuut; -m. in afwijking van onderdeel l geldt het gestelde in artikel 6.25, derde lid, onverkort als in de ruimte voor de deur tijdens een tijdstap meer dan 37 personen aanwezig zijn; -n. brand ontstaat niet op twee of meer plaatsen tegelijk; -o. in ieder subbrandcompartiment kan brand ontstaan; en -p. de opvang- en doorstroomcapaciteit van vluchtroutes die door het bedreigde subbrandcompartiment voeren blijven buiten beschouwing. - -**5.** Bij toepassing van het vierde lid, onder j, geldt voor een bijeenkomstfunctie een opvangcapaciteit van ten hoogste twee personen per m^2 vrije vloeroppervlakte als bij een tijdstap als bedoeld in het vierde lid, onder a, in een ruimte als bedoeld in het derde lid meer dan 200 personen aanwezig zijn en die ruimte niet door alle personen binnen 3,5 minuten kan worden verlaten. +**3.** De doorstroomcapaciteit van een gedeelte van een vluchtroute is zodanig, dat de op dat gedeelte aangewezen personen veilig kunnen vluchten. ### Artikel 2.109 @@ -2806,7 +2186,7 @@ Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.111 voorschriften zijn aangewezen | gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | | | vluchtroute | beschermde route | extra beschermde vluchtroute | veiligheidsroute | tweede vluchtroute | inrichting vluchtroute | capaciteit van een vluchtroute | vluchtroute | breedte | hoogte | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | | | vluchtroute | beschermde route | extra beschermde vluchtroute | veiligheidsvluchtroute | tweede vluchtroute | inrichting vluchtroute | capaciteit van een vluchtroute | vluchtroute | breedte | hoogte | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | artikel | 2.112 | 2.113 | 2.114 | 2.115 | 2.116 | 2.117 | 2.118 | 2.112 | 2.117 | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | * | 4 | 4 | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | [m] | [m] | [m] | @@ -2824,7 +2204,7 @@ Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.111 voorschriften zijn aangewezen | 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | – | 4 | – | 6 | – | – | 2 | – | 2 | 3 | – | 2 | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 6 | * | 75 | 0,5 | 1,7 | | | 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | 2 | – | 4 | – | 6 | – | – | 2 | – | 2 | 3 | – | 2 | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 6 | * | 75 | 0,5 | 1,7 | | | 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | 1 | – | 3 | – | 5 | – | – | 1 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | 4 | – | 6 | – | – | 0,7 | 1,9 | +| | a | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | 1 | – | 3 | – | 5 | – | – | 1 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | 4 | – | 6 | – | – | 0,7 | 1,9 | | | b | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | 1 | – | – | – | – | – | 7 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 6 | – | – | – | – | ### Artikel 2.112 @@ -2837,9 +2217,9 @@ Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.111 voorschriften zijn aangewezen **4.** De loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en een uitgang van het subbrandcompartiment waarin dat gebruiksgebied ligt, is niet groter dan de in tabel 2.111 aangegeven waarde. -**5.** De loopafstand tussen een punt op een rijbaanvloer en een uitgang van het subbrandcompartiment is ten hoogste 150 m. De afstand tussen twee uitgangen is ten hoogste 250 m, gemeten langs de tunnelwand. +**5.** De loopafstand tussen een punt op een rijbaanvloer en een uitgang van het subbrandcompartiment is ten hoogste 150 m. De afstand tussen twee uitgangen is ten hoogste 250 m, gemeten langs de tunnelwand. -**6.** Een subbrandcompartiment of een daar in gelegen ruimte heeft, indien bestemd voor meer dan 225 personen, ten minste twee uitgangen waardoor een vluchtroute loopt. +**6.** Een subbrandcompartiment of een daar in gelegen ruimte heeft, indien bestemd voor meer dan 225 personen, ten minste twee uitgangen waardoor een vluchtroute loopt. **7.** Een bouwwerk geen gebouw zijnde heeft afhankelijk van zijn bestemming en grootte, voldoende en zodanig ingerichte vluchtroutes dat in geval van brand op doeltreffende en veilige wijze kan worden gevlucht. @@ -2847,21 +2227,21 @@ Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.111 voorschriften zijn aangewezen **1.** Een vluchtroute is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een beschermde route, tenzij die uitgang direct grenst aan het aansluitende terrein. -**2.** Een vluchtroute waarop ten hoogste 60 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een beschermde route, tenzij die uitgang direct grenst aan het aansluitende terrein. +**2.** Een vluchtroute waarop ten hoogste 60 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een beschermde route, tenzij die uitgang direct grenst aan het aansluitende terrein. ### Artikel 2.114 -**1.** Een vluchtroute die door een gemeenschappelijke verkeersruimte voert waarop een totale gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m^2 aan woonfuncties is aangewezen, is een extra beschermde vluchtroute. +**1.** Een vluchtroute die door een gemeenschappelijke verkeersruimte voert waarop een totale gebruiksoppervlakte van meer dan 500 m^2 aan woonfuncties is aangewezen, is een extra beschermde vluchtroute. -**2.** Een vluchtroute waarop meer dan 60 en ten hoogste 225 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een extra beschermde vluchtroute, tenzij dat compartiment direct grenst aan het aansluitende terrein. +**2.** Een vluchtroute waarop meer dan 60 en ten hoogste 225 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een extra beschermde vluchtroute, tenzij dat compartiment direct grenst aan het aansluitende terrein. -**3.** Een vluchtroute die vanaf de uitgang van een subbrandcompartiment over een trap voert en een hoogteverschil van meer dan 12,5 m overbrugt, is een extra beschermde vluchtroute. +**3.** Een vluchtroute die vanaf de uitgang van een subbrandcompartiment over een trap voert en een hoogteverschil van meer dan 12,5 m overbrugt, is een extra beschermde vluchtroute. ### Artikel 2.115 -**1.** Een vluchtroute die door een gemeenschappelijke verkeersruimte voert waarop een totale gebruiksoppervlakte van meer dan 1.500 m^2 aan woonfuncties is aangewezen, is een veiligheidsroute. +**1.** Een vluchtroute die door een gemeenschappelijke verkeersruimte voert waarop een totale gebruiksoppervlakte van meer dan 1.500 m^2 aan woonfuncties is aangewezen, is een veiligheidsvluchtroute. -**2.** Een vluchtroute waarop meer dan 225 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een veiligheidsroute, tenzij dat compartiment direct grenst aan het aansluitende terrein. +**2.** Een vluchtroute waarop meer dan 225 personen zijn aangewezen, is vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de vluchtroute begint een veiligheidsvluchtroute, tenzij dat compartiment direct grenst aan het aansluitende terrein. ### Artikel 2.116 @@ -2873,13 +2253,13 @@ In afwijking van het eerste lid kunnen de twee vluchtroutes vanaf de uitgang van a. de ruimte grenst aan de uitgang van het subbrandcompartiment; b. de vluchtroutes in de ruimte naar verschillende uitgangen voeren, en -c. de ruimte een besloten ruimte is, is de loopafstand in die ruimte gemeten over de vluchtroute ten hoogste 30 m en indien de route een beschermde route is ten hoogste 70 m. +c. de ruimte een besloten ruimte is, is de loopafstand in die ruimte gemeten over de vluchtroute ten hoogste 30 m en indien de route een beschermde route is ten hoogste 70 m. -**3.** In afwijking van het eerste lid kunnen de twee vluchtroutes vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de eerste vluchtroute begint door dezelfde ruimte voeren voor zover de vluchtroute een veiligheidsroute is. +**3.** In afwijking van het eerste lid kunnen de twee vluchtroutes vanaf de uitgang van het subbrandcompartiment waarin de eerste vluchtroute begint door dezelfde ruimte voeren voor zover de vluchtroute een veiligheidsvluchtroute is. ### Artikel 2.117 -**1.** De volgens NEN 6075 bepaalde weerstand tegen rookdoorgang tussen een besloten ruimte waardoor een beschermde route of extra beschermde vluchtroute voert en de in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte is ten minste 20 minuten. +**1.** De volgens NEN 6075 bepaalde weerstand tegen rookdoorgang tussen een beschermde route of extra beschermde vluchtroute en de in de vluchtrichting aansluitende besloten ruimte is ten minste 20 minuten. **2.** De volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen twee vluchtroutes als bedoeld in de artikel 2.116, eerste lid, is ten minste 20 minuten. @@ -2887,7 +2267,7 @@ c. de ruimte een besloten ruimte is, is de loopafstand in die ruimte gemeten ove **4.** Een vluchtroute heeft een vrije doorgang met ten minste de in tabel 2.111 aangegeven breedte en hoogte. -**5.** Een vluchtroute die voert vanuit een bedgebied voor bedgebonden patiënten naar een ander brandcompartiment als bedoeld in artikel 2.89, tiende lid, heeft een vrije doorgang waardoor een blok met een lengte van 2,3 m, een hoogte van 1,2 m en een breedte van 1,1 m horizontaal kan worden voortbewogen. Deze vluchtroute voert niet over een trap of via een liftkooi. +**5.** Een vluchtroute die voert vanuit een bedgebied voor bedgebonden patiënten naar een ander brandcompartiment als bedoeld in artikel 2.89, tiende lid, heeft een vrije doorgang waardoor een blok met een lengte van 2,3 m, een hoogte van 1,2 m en een breedte van 1,1 m horizontaal kan worden voortbewogen. Deze vluchtroute voert niet over een trap of via een liftkooi. **6.** Een niet besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert heeft een zodanige capaciteit voor de afvoer van warmte en rook, en de toevoer van verse lucht dat die ruimte tijdens brand gedurende langere tijd kan worden gebruikt om te vluchten en voor het uitvoeren van reddings- en bluswerkzaamheden. @@ -2924,7 +2304,7 @@ Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.119 voorschriften zijn aangewezen | 10 | Winkelfunctie | 1 | – | 1 | 2 | – | * | * | | | 11 | Overige gebruiksfunctie | – | – | – | – | – | – | – | | | 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | -| | a. | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | – | – | – | – | * | – | – | +| | a. | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | – | – | – | – | * | – | – | | | b. | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | ### Artikel 2.120 @@ -2935,13 +2315,13 @@ Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.119 voorschriften zijn aangewezen ### Artikel 2.121 -**1.** De loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en ten minste een toegang van een trappenhuis is niet groter dan 75 m. +**1.** De loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en ten minste een toegang van een trappenhuis is niet groter dan 75 m. -**2.** De loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en ten minste een lifttoegang van een brandweerlift is niet groter dan 120 m. +**2.** De loopafstand tussen een punt in een gebruiksgebied en ten minste een lifttoegang van een brandweerlift is niet groter dan 120 m. ### Artikel 2.122 -Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft een zodanig aantal hulpposten dat de loopafstand tussen een punt op de rijbaanvloer en ten minste een hulppost niet groter is dan 75 m. Deze afstand wordt gemeten over een route die uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen zonder dat deuren worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden geopend. De afstand tussen twee opeenvolgende hulpposten is ten hoogste 100 m. +Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft een zodanig aantal hulpposten dat de loopafstand tussen een punt op de rijbaanvloer en ten minste een hulppost niet groter is dan 75 m. Deze afstand wordt gemeten over een route die uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen zonder dat deuren worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden geopend. De afstand tussen twee opeenvolgende hulpposten is ten hoogste 100 m. ### Artikel 2.123 @@ -2955,27 +2335,27 @@ Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 2.120 en 2.121 van to ### Artikel 2.125 -**1.** Een bestaande wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is zodanig dat de hulpverlening binnen redelijke tijd personen kan redden en brand kan bestrijden. +**1.** Een bestaande wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is zodanig dat de hulpverlening binnen redelijke tijd personen kan redden en brand kan bestrijden. **2.** Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van het voorschrift in deze paragraaf. ### Artikel 2.126 -Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft een zodanig aantal hulpposten dat de loopafstand tussen een punt op de rijbaanvloer en ten minste een hulppost niet groter is dan 75 m. Deze afstand wordt gemeten over een route die uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen zonder dat deuren worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden geopend. De afstand tussen twee opeenvolgende hulpposten is ten hoogste 100 m. +Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft een zodanig aantal hulpposten dat de loopafstand tussen een punt op de rijbaanvloer en ten minste een hulppost niet groter is dan 75 m. Deze afstand wordt gemeten over een route die uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen zonder dat deuren worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden geopend. De afstand tussen twee opeenvolgende hulpposten is ten hoogste 100 m. ### Afdeling 2.14. Hoge en ondergrondse gebouwen, nieuwbouw ### Artikel 2.127 -**1.** Een te bouwen bouwwerk waarin een vloer van een gebruiksgebied hoger dan 70 m boven of lager dan 8 m onder het meetniveau ligt, is zodanig ingericht dat het bouwwerk brandveilig is. +**1.** Een te bouwen bouwwerk waarin een vloer van een gebruiksgebied hoger dan 70 m boven of lager dan 8 m onder het meetniveau ligt, is zodanig ingericht dat het bouwwerk brandveilig is. **2.** Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling. ### Artikel 2.128 -**1.** Een bouwwerk waarin een vloer van een gebruiksgebied hoger dan 70 m boven het meetniveau ligt, is zo ingericht dat het bouwwerk een zelfde mate van brandveiligheid heeft als beoogd met de paragrafen 2.2.1, 2.8.1, 2.9.1, 2.10.12.11.1, 2.12.1 en 2.13.1. +**1.** Een bouwwerk waarin een vloer van een gebruiksgebied hoger dan 70 m boven het meetniveau ligt, is zo ingericht dat het bouwwerk een zelfde mate van brandveiligheid heeft als beoogd met de paragrafen 2.2.1, 2.8.1, 2.9.1, 2.10.12.11.1, 2.12.1 en 2.13.1. -**2.** Een bouwwerk waarin een vloer van een gebruiksgebied lager dan 8 m onder het meetniveau ligt, is zo ingericht dat het bouwwerk een zelfde mate van brandveiligheid heeft als beoogd met de paragrafen 2.2.1, 2.8.1, 2.9.1, 2.10.1, 2.11.1, 2.12.1 en 2.13.1. +**2.** Een bouwwerk waarin een vloer van een gebruiksgebied lager dan 8 m onder het meetniveau ligt, is zo ingericht dat het bouwwerk een zelfde mate van brandveiligheid heeft als beoogd met de paragrafen 2.2.1, 2.8.1, 2.9.1, 2.10.1, 2.11.1, 2.12.1 en 2.13.1. ### Afdeling 2.15. Inbraakwerendheid, nieuwbouw @@ -2995,27 +2375,13 @@ Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een woonfuncti ### Afdeling 2.16. Veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied, nieuwbouw -### Artikel 2.132 - -**1.** Een te bouwen bouwwerk in een veiligheidszone of plasbrandaandachtsgebied of boven de volle breedte van een basisnetroute indien de veiligheidszone slechts een deel van de breedte van die basisnetroute betreft is zodanig dat het risico dat voortvloeit uit het vervoer van gevaarlijke stoffen voor personen in het bouwwerk beperkt is. - -**2.** Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van het voorschrift in deze afdeling en de krachtens die bepaling gegeven voorschriften. - -### Artikel 2.133 - -Bij ministeriële regeling kunnen aan een bouwwerk in een veiligheidszone of een plasbrandaandachtsgebied of boven de volle breedte van een basisnetroute indien de veiligheidszone slechts een deel van de breedte van die basisnetroute betreft zodanige voorschriften worden gegeven dat personen beschermd zijn tegen gevolgen van een calamiteit op de weg, de spoorweg of het binnenwater waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. - -### Artikel 2.133a - -Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk is artikel 2.133 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in het krachtens dat artikel aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. - ### Afdeling 2.17. Aanvullende regels tunnelveiligheid #### Paragraaf 2.17.1. Nieuwbouw ### Artikel 2.134 -**1.** Een te bouwen wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is zodanig dat de veiligheid voor het wegverkeer is gewaarborgd. +**1.** Een te bouwen wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is zodanig dat de veiligheid voor het wegverkeer is gewaarborgd. **2.** Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze paragraaf. @@ -3023,21 +2389,21 @@ Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk i **1.** Een buiten de bebouwde kom gelegen wegtunnel voor twee rijrichtingen heeft ten minste twee wegtunnelbuizen. -**2.** Een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m heeft een rijbaanvloer met een helling van ten hoogste 1 : 20. +**2.** Een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m heeft een rijbaanvloer met een helling van ten hoogste 1 : 20. -**3.** Een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m heeft, voor een doelmatige doorgang voor wegvoertuigen, een vloer met een breedte van ten minste 7 m en een hoogte boven die breedte van ten minste 4,2 m. +**3.** Een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m heeft, voor een doelmatige doorgang voor wegvoertuigen, een vloer met een breedte van ten minste 7 m en een hoogte boven die breedte van ten minste 4,2 m. #### Paragraaf 2.17.2. Bestaande bouw ### Artikel 2.136 -**1.** Een bestaande wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is zodanig dat de veiligheid voor het wegverkeer is gewaarborgd. +**1.** Een bestaande wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is zodanig dat de veiligheid voor het wegverkeer is gewaarborgd. **2.** Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van het voorschrift in deze paragraaf. ### Artikel 2.137 -Vervallen +Een buiten de bebouwde kom gelegen wegtunnel voor twee rijrichtingen met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m heeft ten minste twee wegtunnelbuizen. ## Hoofdstuk 3. Technische bouwvoorschriften uit het oogpunt van gezondheid @@ -3056,20 +2422,20 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3 | gebruiksfunctie | leden van toepassing | | | | | | | | | | | | | | | | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | | | | | geluid van buiten | industrie-, weg- of spoorweglawaai | luchtvaartlawaai | verbouw | tijdelijke bouw | | | | | | | | | -| | | artikel | 3.2 | 3.3 | 3.4 | 3.5 | 3.6 | | | | | | | | | -| | | lid | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | * | 1 | 2 | +| | | artikel | 3.2 | 3.3 | 3.4 | 3.5 | 3.6 | 3.6 | | | | | | | | +| | | lid | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | * | 1 | 2 | | 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | a | woonwagen | * | – | – | – | – | – | – | – | – | – | * | – | – | -| | b | andere woonfunctie | * | 1 | – | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | * | 1 | 2 | +| | b | andere woonfunctie | * | 1 | – | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | * | 1 | 2 | | 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | voor kinderopvang | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | * | 1 | 2 | +| | a | voor kinderopvang | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 4 | 5 | * | 1 | 2 | | | b | andere bijeenkomstfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | 3 | Celfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | * | 1 | 2 | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | * | 1 | 2 | | | 5 | Industriefunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | | 6 | Kantoorfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | | 7 | Logiesfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | -| 8 | Onderwijsfunctie | * | 1 | – | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | * | 1 | 2 | | +| 8 | Onderwijsfunctie | * | 1 | – | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 4 | 5 | * | 1 | 2 | | | 9 | Sportfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | | 10 | Winkelfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | | 11 | Overige gebruiksfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | @@ -3077,25 +2443,23 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3 ### Artikel 3.2 -Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering met een minimum van 20 dB. +Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering met een minimum van 20 dB. ### Artikel 3.3 -**1.** Bij een krachtens de Wet geluidhinder of de Tracéwet vastgesteld hogere-waardenbesluit is de volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied niet kleiner dan het verschil tussen de in dat besluit opgenomen hoogst toelaatbare geluidsbelasting voor industrie-, weg- of spoorweglawaai en 35 dB(A) bij industrielawaai, of 33 dB bij weg- of spoorweglawaai. +**1.** Bij een krachtens de Wet geluidhinder of de Tracéwet vastgesteld hogere-waardenbesluit is de volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied niet kleiner dan het verschil tussen de in dat besluit opgenomen hoogst toelaatbare geluidsbelasting voor industrie-, weg- of spoorweglawaai en 35 dB(A) bij industrielawaai, of 33 dB bij weg- of spoorweglawaai. **2.** Bij een krachtens de Wet geluidhinder of de Tracéwet vastgesteld hogere-waardenbesluit is de volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een bedgebied niet kleiner dan het verschil tussen de in dat besluit opgenomen hoogst toelaatbare geluidsbelasting voor industrie-, weg- of spoorweglawaai en 30 dB(A) bij industrielawaai, of 28 dB bij weg- of spoorweglawaai. -**3.** Indien dit leidt tot een lagere karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie dan bij toepassing van het eerste of tweede lid het geval is kan de in het eerste en tweede lid bedoelde geluidsbelasting worden bepaald volgens het reken- en meetvoorschrift, bedoeld in artikel 110d van de Wet geluidhinder. +**3.** Op een inwendige scheidingsconstructie van een gebied als bedoeld in het eerste en tweede lid, die niet de scheiding vormt met een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie waarop het eerste en tweede lid van toepassing zijn, zijn deze leden van overeenkomstige toepassing. -**4.** Op een inwendige scheidingsconstructie van een gebied als bedoeld in het eerste en tweede lid, die niet de scheiding vormt met een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie waarop het eerste en tweede lid van toepassing zijn, zijn deze leden van overeenkomstige toepassing. - -**5.** Een scheidingsconstructie als bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid van een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die maximaal 2 dB of dB(A) lager is dan de karakteristieke geluidwering als bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid van het verblijfsgebied waarin de verblijfsruimte ligt. +**4.** Een scheidingsconstructie als bedoeld in het eerste tot en met derde lid van een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die maximaal 2 dB of dB(A) lager is dan de karakteristieke geluidwering als bedoeld in het eerste tot en met derde lid van het verblijfsgebied waarin de verblijfsruimte ligt. ### Artikel 3.4 **1.** -Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied van een gebruiksfunctie in een krachtens de Luchtvaartwet of de Wet luchtvaart vastgestelde Ke-geluidzone bij een militaire luchthaven, heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die niet kleiner is dan de waarde in tabel 3.4. Indien de geluidsbelasting ligt tussen de in de eerste kolom opgenomen Ke-waarden, wordt de te bereiken waarde van de geluidwering bepaald door middel van rechtevenredige interpolatie tussen de in de tweede kolom opgenomen dB-waarden. +Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied van een gebruiksfunctie in een krachtens de Wet luchtvaart vastgestelde Ke-geluidzone bij een militaire luchthaven, heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die niet kleiner is dan de waarde in tabel 3.4. Indien de geluidsbelasting ligt tussen de in de eerste kolom opgenomen Ke-waarden, wordt de te bereiken waarde van de geluidwering bepaald door middel van rechtevenredige interpolatie tussen de in de tweede kolom opgenomen dB-waarden. | geluidwering bij luchtvaartlawaai | | | --- | --- | @@ -3105,11 +2469,13 @@ Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied van een gebruiksfun | 46-50 | 36–40 | | meer dan 50 | 40 | -**2.** Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied van een gebruiksfunctie in een voor de luchthaven Schiphol op de kaarten in bijlage 3B, nummer 4, van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol aangewezen gebied of een krachtens de Wet luchtvaart vastgestelde 56 dB(A) L_den beperkingengebied of een vastgestelde 35 Ke-geluidzone bij een burgerluchthaven, heeft een zodanige volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering dat het karakteristiek geluidniveau in het verblijfsgebied ten hoogste 33 dB is. Daarbij wordt uitgegaan van de krachtens de Luchtvaartwet of de Wet luchtvaart bepaalde geluidbelasting op de uitwendige scheidingsconstructie. +**2.** Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied van een gebruiksfunctie in een krachtens de Wet luchtvaart vastgestelde 56 dB(A) L_den beperkingengebied of binnen een 35 Ke-geluidcontour bij een burgerluchthaven, heeft een zodanige volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering dat het karakteristiek geluidniveau in het verblijfsgebied ten hoogste 33 dB is. Daarbij wordt uitgegaan van de krachtens de Wet luchtvaart bepaalde geluidbelasting op de uitwendige scheidingsconstructie. -**3.** Op een inwendige scheidingsconstructie van een gebied als bedoeld in het eerste en tweede lid, die niet de scheiding vormt met een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie waarop het eerste en tweede lid van toepassing zijn, zijn deze leden van overeenkomstige toepassing. +**3.** Een bedgebied binnen de voor de luchthaven Schiphol krachtens de Wet luchtvaart vastgestelde 26 LA_eq-geluidszone in dB(A) heeft een zodanige volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering dat het karakteristiek geluidniveau in het verblijfsgebied ten hoogste 28 dB is. -**4.** Een scheidingsconstructie als bedoeld in het eerste tot en met derde lid van een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die maximaal 2 dB of dB(A) lager is dan de karakteristieke geluidwering als bedoeld in het eerste tot en met derde lid van het verblijfsgebied waarin de verblijfsruimte ligt. +**4.** Op een inwendige scheidingsconstructie van een gebied als bedoeld in het eerste tot en met derde lid, die niet de scheiding vormt met een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie waarop het eerste tot en met derde lid van toepassing zijn, zijn deze leden van overeenkomstige toepassing. + +**5.** Een scheidingsconstructie als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid van een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering die maximaal 2 dB of dB(A) lager is dan de karakteristieke geluidwering als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid van het verblijfsgebied waarin de verblijfsruimte ligt. ### Artikel 3.5 @@ -3119,7 +2485,7 @@ Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk z **1.** Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 3.2 tot en met 3.4 van overeenkomstige toepassing, waarbij wordt uitgegaan van een niveau van eisen dat 10 dB of dB(A) lager is dan het in die artikelen aangegeven niveau. -**2.** In afwijking van het eerste lid wordt bij toepassing van artikel 3.4, derde lid, uitgegaan van een karakteristiek geluidniveau in het verblijfsgebied van ten hoogste 30 dB. +**2.** In afwijking van het eerste lid wordt bij toepassing van artikel 3.4, derde lid, uitgegaan van een karakteristiek geluidniveau in het verblijfsgebied van ten hoogste 30 dB. ### Afdeling 3.2. Bescherming tegen geluid van installaties, nieuwbouw @@ -3131,48 +2497,44 @@ Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk z Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.7 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | | | aangrenzend perceel | | zelfde perceel | | | verbouw | tijdelijke bouw | zelfde perceel | -| | | artikel | 3.8 | | 3.9 | | | 3.10 | 3.11 | 3.9 | -| | | lid | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | * | * | 2 | -| | | | | | | | | | | [dB] | -| 1 | Woonfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | * | * | 30 | | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | -| | a | voor kinderopvang | 1 | – | 1 | 2 | – | * | * | 35 | -| | b | andere bijeenkomstfunctie | 1 | – | 1 | – | – | * | * | – | -| 3 | Celfunctie | 1 | – | 1 | – | – | * | * | – | | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | 1 | – | 1 | – | – | * | * | – | | -| 5 | Industriefunctie | 1 | – | 1 | – | – | * | * | – | | -| 6 | Kantoorfunctie | 1 | – | 1 | – | – | * | * | – | | -| 7 | Logiesfunctie | 1 | – | 1 | – | – | * | * | – | | -| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | – | 1 | 2 | – | * | * | 35 | | -| 9 | Sportfunctie | 1 | – | 1 | – | – | * | * | – | | -| 10 | Winkelfunctie | 1 | – | 1 | – | – | * | * | – | | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | – | 1 | – | – | * | * | – | | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | 1 | – | 1 | – | – | – | – | – | | +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | aangrenzend perceel | zelfde perceel | verbouw | tijdelijke bouw | zelfde perceel | | +| | | artikel | 3.8 | 3.9 | 3.10 | 3.11 | 3.9 | | +| | | lid | * | 1 | 2 | * | * | 2 | +| | | | | | | | | [dB] | +| 1 | Woonfunctie | * | 1 | 2 | * | * | 30 | | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | +| | a | voor kinderopvang | * | 1 | 2 | * | * | 35 | +| | b | andere bijeenkomstfunctie | * | 1 | – | * | * | – | +| 3 | Celfunctie | * | 1 | – | * | * | – | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | * | 1 | – | * | * | – | | +| 5 | Industriefunctie | * | 1 | – | * | * | – | | +| 6 | Kantoorfunctie | * | 1 | – | * | * | – | | +| 7 | Logiesfunctie | * | 1 | – | * | * | – | | +| 8 | Onderwijsfunctie | * | 1 | 2 | * | * | 35 | | +| 9 | Sportfunctie | * | 1 | – | * | * | – | | +| 10 | Winkelfunctie | * | 1 | – | * | * | – | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | * | 1 | – | * | * | – | | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | * | 1 | – | – | – | – | | ### Artikel 3.8 -**1.** Een toilet met waterspoeling, een kraan, een mechanisch ventilatiesysteem, een installatie voor warmte- of koudeopwekking, een installatie voor het verhogen van waterdruk of een lift veroorzaakt in een op een aangrenzend perceel gelegen verblijfsgebied een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste 30 dB. Dit geldt niet voor een op een aangrenzend perceel gelegen lichte industriefunctie of een overige gebruiksfunctie. - -**2.** Een installatie voor warmte- of koudeopwekking, die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, veroorzaakt op de perceelgrens met een perceel voor een andere woonfunctie een geluidsniveau van ten hoogste 40 dB, bepaald volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai. +Een toilet met waterspoeling, een kraan, een mechanisch ventilatiesysteem, een warmwatertoestel, een installatie voor het verhogen van waterdruk of een lift veroorzaakt in een op een aangrenzend perceel gelegen verblijfsgebied een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste 30 dB. Dit geldt niet voor een op een aangrenzend perceel gelegen lichte industriefunctie of een overige gebruiksfunctie. ### Artikel 3.9 -**1.** Een toilet met waterspoeling, een kraan, een mechanische voorziening voor luchtverversing, een installatie voor warmte- of koudeopwekking, een installatie voor verhoging van waterdruk of een lift veroorzaakt in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een aangrenzende op hetzelfde perceel gelegen woonfunctie een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste 30 dB. +**1.** Een toilet met waterspoeling, een kraan, een mechanische voorziening voor luchtverversing, een warmwatertoestel, een installatie voor verhoging van waterdruk of een lift veroorzaakt in een niet-gemeenschappelijke verblijfsruimte van een aangrenzende op hetzelfde perceel gelegen woonfunctie een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste 30 dB. -**2.** Een mechanische voorziening voor luchtverversing of warmterugwinning, of een installatie voor warmte- of koudeopwekking veroorzaakt in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van de gebruiksfunctie een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste de in tabel 3.7 aangegeven waarde. - -**3.** Een installatie voor warmte- of koudeopwekking, die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, veroorzaakt ter plaatse van een te openen raam of deur van een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een aangrenzende op hetzelfde perceel gelegen woonfunctie een geluidsniveau van ten hoogste 40 dB, bepaald volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai. +**2.** Een mechanische voorziening voor luchtverversing, warmteopwekking of warmteterugwinning veroorzaakt in een verblijfsgebied van de gebruiksfunctie een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste de in tabel 3.7 aangegeven waarde. ### Artikel 3.10 -Op gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 3.8, eerste lid, en 3.9, eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, waarbij wordt uitgegaan van een niveau van eisen dat 10 dB lager is dan het in die artikelen aangegeven niveau. +Op gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 3.8 en 3.9 van overeenkomstige toepassing, waarbij wordt uitgegaan van een niveau van eisen dat 10 dB lager is dan het in die artikelen aangegeven niveau. ### Artikel 3.11 -Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 3.8 en 3.9, van overeenkomstige toepassing, waarbij wordt uitgegaan van een niveau van eisen dat 10 dB lager is dan het in die artikelen aangegeven niveau. +Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 3.8 en 3.9, van overeenkomstige toepassing, waarbij wordt uitgegaan van een niveau van eisen dat 10 dB lager is dan het in die artikelen aangegeven niveau. ### Afdeling 3.3. Beperking van galm, nieuwbouw @@ -3184,7 +2546,7 @@ Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 3.8 en 3.9, van overe ### Artikel 3.13 -Een besloten gemeenschappelijke verkeersruimte voor het ontsluiten van een woonfunctie die grenst aan een niet-gemeenschappelijke ruimte van een woonfunctie, heeft een volgens NEN-EN 12354-6 bepaalde totale geluidsabsorptie met een getalswaarde, uitgedrukt in m^2, die niet kleiner is dan 1/8 van de getalswaarde van de inhoud van die ruimte, uitgedrukt in m^3, in elk van de octaafbanden met middenfrequenties van 250, 500, 1.000 en 2.000 Hz. +Een besloten gemeenschappelijke verkeersruimte die grenst aan een niet-gemeenschappelijke ruimte van een woonfunctie, heeft een volgens NEN-EN 12354-6 bepaalde totale geluidsabsorptie met een getalswaarde, uitgedrukt in m^2, die niet kleiner is dan 1/8 van de getalswaarde van de inhoud van die ruimte, uitgedrukt in m^3, in elk van de octaafbanden met middenfrequenties van 250, 500, 1.000 en 2.000 Hz. ### Artikel 3.14 @@ -3202,36 +2564,35 @@ Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een woongebouw Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.15 geen voorschrift is aangewezen. -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | | | ander perceel | verschillende gebruiksfuncties op hetzelfde perceel | verblijfsruimten van dezelfde woonfunctie | verbouw | tijdelijke bouw | ander perceel | verschillende gebruiksfuncties op hetzelfde perceel | | | | | | | | | | | | | | | -| | | artikel | 3.16 | 3.17 | 3.17a | 3.18 | 3.19 | 3.16 | 3.17 | | | | | | | | | | | | | | | -| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 1 | 2 | 3 | * | * | 3 | 4 | 3 | 4 | -| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | [dB] | [dB] | | | -| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | woonwagen | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | **–** | **–** | **–** | **–** | -| | b | in een woongebouw | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 6 | 7 | – | 1 | 2 | 3 | * | * | 54 | 59 | 54 | 59 | -| | c | voor studenten in een woongebouw | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 1 | 2 | 3 | * | * | 54 | 59 | 54 | 59 | -| | d | andere woonfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | * | * | 54 | 59 | 54 | 59 | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | – | – | – | – | * | * | 59 | 64 | 59 | 64 | | -| 3 | Celfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | – | – | – | – | * | * | 59 | 64 | 59 | 64 | | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | – | – | – | – | * | * | 59 | 64 | 59 | 64 | | -| 5 | Industriefunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a lichte industriefunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | **–** | **–** | **–** | **–** | | -| | b andere industriefunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | – | – | – | – | * | * | 59 | 64 | 59 | 64 | | -| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | – | – | * | * | 59 | 64 | 59 | 64 | | -| 7 | Logiesfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | – | – | * | * | 59 | 64 | 59 | 64 | | -| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | – | – | – | – | * | * | 59 | 64 | 59 | 64 | | -| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | – | – | * | * | 59 | 64 | 59 | 64 | | -| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | – | – | * | * | 59 | 64 | 59 | 64 | | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | – | – | * | * | 59 | 64 | 59 | 64 | | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | ander perceel | verschillende gebruiksfuncties op hetzelfde perceel | verblijfsruimten van dezelfde woonfunctie | verbouw | tijdelijke bouw | ander perceel | verschillende gebruiksfuncties op hetzelfde perceel | | | | | | | | | | | | | | +| | | artikel | 3.16 | 3.17 | 3.17a | 3.18 | 3.19 | 3.16 | 3.17 | | | | | | | | | | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | * | * | 3 | 4 | 3 | 4 | +| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | [dB] | [dB] | | | +| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | woonwagen | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | +| | b | in een woongebouw | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | * | * | 54 | 59 | 54 | 59 | +| | c | andere woonfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | * | * | 54 | 59 | 54 | 59 | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | – | – | – | * | * | 59 | 64 | 59 | 64 | | +| 3 | Celfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | – | – | – | * | * | 59 | 64 | 59 | 64 | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | – | – | – | * | * | 59 | 64 | 59 | 64 | | +| 5 | Industriefunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | lichte industriefunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | +| | b | andere industriefunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | – | – | – | * | * | 59 | 64 | 59 | 64 | +| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | – | * | * | 59 | 64 | 59 | 64 | | +| 7 | Logiesfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | – | * | * | 59 | 64 | 59 | 64 | | +| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | – | – | – | * | * | 59 | 64 | 59 | 64 | | +| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | – | * | * | 59 | 64 | 59 | 64 | | +| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | – | * | * | 59 | 64 | 59 | 64 | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | – | * | * | 59 | 64 | 59 | 64 | | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | ### Artikel 3.16 -**1.** Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie op een ander perceel is niet kleiner dan 52 dB. +**1.** Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie op een ander perceel is niet kleiner dan 52 dB. -**2.** Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op een ander perceel is niet kleiner dan 47 dB. +**2.** Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op een ander perceel is niet kleiner dan 47 dB. **3.** Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie op een ander perceel is niet groter dan de in tabel 3.15 aangegeven waarde. @@ -3239,9 +2600,9 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3 ### Artikel 3.17 -**1.** Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde perceel is niet kleiner dan 52 dB. +**1.** Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde perceel is niet kleiner dan 52 dB. -**2.** Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde perceel is niet kleiner dan 47 dB. +**2.** Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde perceel is niet kleiner dan 47 dB. **3.** Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde perceel is niet groter dan de in tabel 3.15 aangegeven waarde. @@ -3253,13 +2614,11 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3 **7.** Het tweede en vierde lid zijn niet van toepassing op de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een gemeenschappelijk verkeersruimte of op de geluidsoverdracht van een gemeenschappelijke verkeersruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte. -**8.** Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op de geluidsoverdracht van een gemeenschappelijke verkeersruimte naar een aangrenzende woonfunctie. - ### Artikel 3.17a -**1.** Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een verblijfsruimte naar een andere verblijfsruimte van dezelfde woonfunctie is niet kleiner dan 32 dB. +**1.** Het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een verblijfsruimte naar een andere verblijfsruimte van dezelfde woonfunctie is niet kleiner dan 32 dB. -**2.** Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een verblijfsruimte naar een andere verblijfsruimte van dezelfde woonfunctie is niet groter dan 79 dB. +**2.** Het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een verblijfsruimte naar een andere verblijfsruimte van dezelfde woonfunctie is niet groter dan 79 dB. **3.** Het eerste en tweede lid gelden niet indien de verblijfsruimten met elkaar in open verbinding staan, of indien de ene verblijfsruimte vanuit de andere rechtstreeks bereikbaar is door een deuropening. @@ -3321,13 +2680,13 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3 ### Artikel 3.23 -**1.** Een scheidingsconstructie van een toiletruimte of een badruimte heeft aan een zijde die grenst aan die ruimte, tot 1,2 m hoogte boven de vloer van die ruimte een volgens NEN 2778 bepaalde wateropname die gemiddeld niet groter is dan 0.01 kg/(m^2.s^1/2) en op geen enkele plaats groter dan 0,2 kg/(m^2.s^1/2). +**1.** Een scheidingsconstructie van een toiletruimte of een badruimte heeft aan een zijde die grenst aan die ruimte, tot 1,2 m hoogte boven de vloer van die ruimte een volgens NEN 2778 bepaalde wateropname die gemiddeld niet groter is dan 0.01 kg/(m^2.s^1/2) en op geen enkele plaats groter dan 0,2 kg/(m^2.s^1/2). -**2.** Voor een badruimte geldt het in het eerste lid gestelde voorschrift ter plaatse van een bad of een douche over een lengte van ten minste 3 m, tot een hoogte van 2,1 m boven de vloer van die ruimte. +**2.** Voor een badruimte geldt het in het eerste lid gestelde voorschrift ter plaatse van een bad of een douche over een lengte van ten minste 3 m, tot een hoogte van 2,1 m boven de vloer van die ruimte. ### Artikel 3.24 -Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 3.21 tot en met 3.23 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. +Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 3.21 en 3.23 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. #### Paragraaf 3.5.2. Bestaande bouw @@ -3369,7 +2728,7 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3 ### Artikel 3.27 -Een scheidingsconstructie van een badruimte heeft aan een zijde die grenst aan die ruimte tot 1 m boven de vloer van die ruimte een volgens NEN 2778 bepaalde wateropname die gemiddeld niet groter is dan 0.01 kg/(m^2.s^1/2) en op geen enkele plaats groter dan 0,2 kg/(m^2.s^1/2). +Een scheidingsconstructie van een badruimte heeft aan een zijde die grenst aan die ruimte tot 1 m boven de vloer van die ruimte een volgens NEN 2778 bepaalde wateropname die gemiddeld niet groter is dan 0.01 kg/(m^2.s^1/2) en op geen enkele plaats groter dan 0,2 kg/(m^2.s^1/2). ### Afdeling 3.6. Luchtverversing @@ -3383,90 +2742,82 @@ Een scheidingsconstructie van een badruimte heeft aan een zijde die grenst aan d Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.28 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grens waarde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | | | | | | | | | | | capaciteit | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | | | luchtverversing verblijfsgebied, verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte | thermisch comfort | regelbaarheid | luchtverversing overige ruimten | plaats van de opening | luchtkwaliteit | verbouw | tijdelijke bouw | per persoon | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | | artikel | 3.29 | | | | | | 3.30 | 3.31 | | | 3.32 | | | | | | 3.33 | | 3.34 | | | | | | | | 3.35 | | 3.36 | 3.29 | | | | | -| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | * | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 1 | 2 | * | 3 | -| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | [dm^3/s per persoon] | -| 1 | Woonfunctie | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | * | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | 1 | 2 | * | – | | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a. | voor kinderopvang | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | * | 1 | 2 | 3 | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 1 | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | 1 | 2 | * | 6,5 | -| | b. | andere bijeenkomstfunctie | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | * | 1 | 2 | 3 | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 1 | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | 1 | 2 | – | 4 | -| 3 | Celfunctie | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | * | 1 | 2 | 3 | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 1 | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | 1 | 2 | – | | | -| | a. | cel | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | 12 | -| | b. | ander verblijfsgebied | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | 6,5 | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | * | 1 | 2 | 3 | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 1 | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | 1 | 2 | – | | | -| | a. | bedgebied | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | 12 | -| | b. | ander verblijfsgebied | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | 6,5 | -| 5 | Industriefunctie | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | – | – | – | – | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 1 | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | 1 | 2 | – | 6,5 | | -| 6 | Kantoorfunctie | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | * | 1 | 2 | 3 | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 1 | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | 1 | 2 | – | 6,5 | | -| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a. | in een logiesgebouw | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | * | 1 | 2 | 3 | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | 1 | 2 | – | 12 | -| | b. | andere logiesfunctie | – | – | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | * | 1 | 2 | 3 | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | 1 | 2 | – | 12 | -| 8 | Onderwijsfunctie | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | * | 1 | 2 | 3 | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 1 | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | 1 | 2 | * | 8,5 | | -| 9 | Sportfunctie | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | * | 1 | 2 | 3 | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 1 | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | 1 | 2 | – | 6,5 | | -| 10 | Winkelfunctie | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | * | 1 | 2 | 3 | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 1 | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | 1 | 2 | – | 4 | | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a. | voor het stallen van motorvoertuigen | – | – | – | – | – | 6 | 7 | – | – | – | – | – | 2 | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | – | – | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | 9 | 1 | 2 | – | – | -| | b. | andere overige gebruiksfunctie | – | – | – | – | – | 6 | 7 | – | – | – | – | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | 1 | 2 | – | – | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a. | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 2 | – | 4 | – | 6 | 7 | – | – | – | – | – | – | 4 | – | 6 | – | – | – | 1 | 2 | – | – | -| | b. | andere tunnel of tunnelvormig bouwwerk | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 2 | – | 4 | – | 6 | – | – | – | – | – | – | – | 4 | – | – | – | – | – | 1 | 2 | – | – | -| | c. | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 2 | – | 4 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 4 | 5 | – | – | – | – | 1 | 2 | – | – | +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | luchtverversing verblijfsgebied, verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte | thermisch comfort | regelbaarheid | luchtverversing overige ruimten | plaats van de opening | luchtkwaliteit | verbouw | tijdelijke bouw | capaciteit | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | | | per persoon | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | | artikel | 3.29 | 3.30 | 3.31 | 3.32 | 3.33 | 3.34 | 3.35 | 3.36 | 3.29 | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | * | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | * | * | 3 | +| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | [dm^3/s per persoon] | +| 1 | Woonfunctie | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | * | * | 1 | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | * | * | – | | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | voor kinderopvang | – | – | 3 | 4 | – | 6 | * | * | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 1 | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | * | * | 6,5 | +| | b | andere bijeenkomstfunctie | – | – | 3 | 4 | – | 6 | * | * | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 1 | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | * | – | 4 | +| 3 | Celfunctie | – | – | 3 | 4 | – | 6 | * | * | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 1 | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | * | – | | | +| | | *1 cel* | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | 12 | +| | | *2 ander verblijfsgebied* | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | 6,5 | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | – | – | 3 | 4 | – | 6 | * | * | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 1 | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | * | – | | | +| | | *1 bedgebied* | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | 12 | +| | | *2 ander verblijfsgebied* | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | 6,5 | +| 5 | Industriefunctie | – | – | 3 | 4 | – | 6 | – | – | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 1 | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | * | – | 6,5 | | +| 6 | Kantoorfunctie | – | – | 3 | 4 | – | 6 | * | * | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 1 | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | * | – | 6,5 | | +| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a. | in een logiesgebouw | – | – | 3 | 4 | – | 6 | * | * | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 1 | 2 | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | * | – | 12 | +| | b. | andere logiesfunctie | – | – | 3 | 4 | 5 | 6 | * | * | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 1 | 2 | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | * | – | 12 | +| 8 | Onderwijsfunctie | – | – | 3 | 4 | – | 6 | * | * | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 1 | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | * | * | 8,5 | | +| 9 | Sportfunctie | – | – | 3 | 4 | – | 6 | * | * | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 1 | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | * | – | 6,5 | | +| 10 | Winkelfunctie | – | – | 3 | 4 | – | 6 | * | * | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 1 | 2 | 1 | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | * | – | 4 | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a. | voor het stallen van motorvoertuigen | – | – | – | – | – | 6 | – | * | – | 2 | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | – | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | 9 | * | – | – | +| | b. | andere overige gebruiksfunctie | – | – | – | – | – | 6 | – | * | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | – | – | – | – | – | 4 | 5 | – | 7 | 8 | – | * | – | – | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 2 | – | 4 | – | 6 | 7 | – | – | – | – | – | 4 | – | 6 | – | – | – | * | – | – | +| | b | andere tunnel of tunnelvormig bouwwerk | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 2 | – | 4 | – | 6 | – | – | – | – | – | – | 4 | – | – | – | – | – | * | – | – | +| | c. | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 2 | – | 4 | – | – | – | – | – | – | – | – | 4 | 5 | – | – | – | – | * | – | – | ### Artikel 3.29 -**1.** Een verblijfsgebied heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,9 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte met een minimum van 7 dm^3/s. +**1.** Een verblijfsgebied heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,9 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte met een minimum van 7 dm^3/s. -**2.** Een verblijfsruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,7 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte met een minimum van 7 dm^3/s. +**2.** Een verblijfsruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,7 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte met een minimum van 7 dm^3/s. **3.** Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste de in tabel 3.28 aangegeven capaciteit per persoon. -**4.** Onverminderd het eerste tot en met derde lid heeft een verblijfsgebied of een verblijfsruimte, met een opstelplaats voor een kooktoestel als bedoeld in artikel 4.38 een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 21 dm^3/s. +**4.** Onverminderd het eerste tot en met derde lid heeft een verblijfsgebied of een verblijfsruimte, met een opstelplaats voor een kooktoestel als bedoeld in artikel 4.38 een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 21 dm^3/s. **5.** Een voorziening voor luchtverversing voor meer dan een verblijfsgebied heeft een capaciteit die niet kleiner is dan de hoogste waarde die volgens het eerste en derde lid geldt voor elk afzonderlijk verblijfsgebied. In aanvulling daarop is de capaciteit niet kleiner dan 70% van de som van de waarden die volgens het eerste, derde en vierde lid gelden voor de op die voorziening aangewezen verblijfsgebieden. -**6.** Een toiletruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een capaciteit van ten minste 7 dm^3/s, bepaald volgens NEN 1087. - -**7.** Een badruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een capaciteit van ten minste 14 dm^3/s, bepaald volgens NEN 1087. +**6.** Een voorziening voor luchtverversing van een toiletruimte heeft een capaciteit van ten minste 7 dm^3/s en van een badruimte van ten minste 14 dm^3/s, bepaald volgens NEN 1087. ### Artikel 3.30 -De toevoer van verse lucht veroorzaakt in de leefzone van een verblijfsgebied een volgens NEN 1087 bepaalde luchtsnelheid die niet groter is dan 0,2 m/s. +De toevoer van verse lucht veroorzaakt in de leefzone van een verblijfsgebied een volgens NEN 1087 bepaalde luchtsnelheid die niet groter is dan 0,2 m/s. ### Artikel 3.31 -**1.** Een voorziening voor natuurlijke toevoer van verse lucht is regelbaar in het gebied van 0% tot 30% van de capaciteit als bedoeld in artikel 3.29 en heeft, bepaald volgens NEN 1087, naast een laagste stand van ten hoogste 10% van die capaciteit en een stand van 100% van die capaciteit, ten minste twee regelstanden in het regelgebied die onderling ten minste 10% in capaciteit verschillen. - -**2.** Een voorziening voor mechanische toevoer van verse lucht heeft een dichtstand, is regelbaar in het gebied van 10% tot 100% van de capaciteit als bedoeld in artikel 3.29 en heeft naast een laagste stand van ten hoogste 10% van die capaciteit en een stand van 100% van die capaciteit ten minste een regelstand in het regelgebied. - -**3.** Een voorziening voor toevoer van verse lucht als bedoeld in het eerste en tweede lid mag zelfregelend zijn in het regelgebied. +De capaciteit van een voorziening voor luchtverversing van een verblijfsgebied of verblijfsruimte is regelbaar. De voorziening heeft, bepaald volgens NEN 1087, naast een laagste stand van ten hoogste 10% van de capaciteit en een stand van 100% van de capaciteit ten minste twee standen in het regelgebied tussen de laagste stand en 30% van de capaciteit. Deze twee standen verschillen in capaciteit ten opzichte van de nulstand en onderling ten minste 10%. ### Artikel 3.32 -**1.** Een gemeenschappelijke verkeersruimte heeft een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,5 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die ruimte. +**1.** Een gemeenschappelijke verkeersruimte heeft een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,5 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die ruimte. -**2.** Een ruimte met een opstelplaats voor een gasmeter heeft een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 1 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die ruimte, met een minimum van 2 dm^3/s. +**2.** Een ruimte met een opstelplaats voor een gasmeter heeft een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 1 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die ruimte, met een minimum van 2 dm^3/s. -**3.** Een schacht voor een lift heeft een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 3,2 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die liftschacht. +**3.** Een schacht voor een lift heeft een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 3,2 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die liftschacht. -**4.** Een opslagruimte voor huishoudelijk afval met een vloeroppervlakte van meer dan 1,5 m^2 heeft een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 10 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die ruimte. +**4.** Een opslagruimte voor huishoudelijk afval met een vloeroppervlakte van meer dan 1,5 m^2 heeft een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 10 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die ruimte. -**5.** Een stallingruimte voor motorvoertuigen heeft een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 3 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die ruimte. +**5.** Een stallingruimte voor motorvoertuigen met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m^2 heeft een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 3 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die ruimte. **6.** Een tunnel heeft afhankelijk van zijn bestemming en tunnellengte een voorziening voor luchtverversing met voldoende capaciteit. -**7.** Bij een tunnelbuislengte van meer dan 500 m is de in het zesde lid bedoelde voorziening voor luchtverversing mechanisch. +**7.** Bij een tunnelbuislengte van meer dan 500 m is de in het zesde lid bedoelde voorziening voor luchtverversing mechanisch. ### Artikel 3.33 -**1.** De volgens NEN 1087 bepaalde verdunningsfactor van de uitstoot van een afvoervoorziening voor luchtverversing heeft ter plaatse van een instroomopening voor de toevoer van verse lucht voor een voorziening voor luchtverversing als bedoeld in artikel 3.29 ten hoogste de in tabel 3.33 aangegeven waarde. Bij de bepaling van de verdunningsfactor blijven afvoervoorzieningen en belemmeringen die op een ander perceel liggen buiten beschouwing. +**1.** -**2.** - -De volgens NEN 2757 bepaalde verdunningsfactor van de uitstoot van een afvoervoorziening voor rookgas heeft ter plaatse van een instroomopening voor de toevoer van verse lucht voor een voorziening voor luchtverversing als bedoeld in artikel 3.29 ten hoogste de in tabel 3.33 aangegeven waarde. Bij de bepaling van de verdunningsfactor blijven afvoervoorzieningen en belemmeringen die op een ander perceel liggen buiten beschouwing. +De volgens NEN 1087 bepaalde verdunningsfactor van de uitstoot van een afvoervoorziening voor luchtverversing en van een afvoervoorziening voor rook heeft ter plaatse van een instroomopening voor de toevoer van verse lucht voor een voorziening voor luchtverversing als bedoeld in artikel 3.29 ten hoogste de in tabel 3.33 aangegeven waarde. Bij de bepaling van de verdunningsfactor blijven afvoervoorzieningen en belemmeringen die op een ander perceel liggen buiten beschouwing. | soort afvoer | verdunningsfactor | | --- | --- | @@ -3474,7 +2825,7 @@ De volgens NEN 2757 bepaalde verdunningsfactor van de uitstoot van een afvoervoo | Afvoervoorziening voor rookgas bij gasgestookte toestellen | 0,01 | | Afvoervoorziening voor rookgas bij toestellen met andere brandstoffen | 0,0015 | -**3.** Een instroomopening en een uitmonding van een voorziening voor luchtverversing liggen op een afstand van ten minste 2 m van de perceelsgrens, gemeten loodrecht op de uitwendige scheidingsconstructie van de gebruiksfunctie. Dit geldt niet voor een in een dak gelegen instroomopening of uitmonding. Indien het perceel waarop de gebruiksfunctie ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, wordt die afstand aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen. +**2.** Een instroomopening en een uitmonding van een voorziening voor luchtverversing liggen op een afstand van ten minste 2 m van de perceelsgrens, gemeten loodrecht op de uitwendige scheidingsconstructie van de gebruiksfunctie. Dit geldt niet voor een in een dak gelegen instroomopening of uitmonding. Indien het perceel waarop de gebruiksfunctie ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, wordt die afstand aangehouden tot het hart van die weg, dat water of dat groen. ### Artikel 3.34 @@ -3488,7 +2839,7 @@ De volgens NEN 2757 bepaalde verdunningsfactor van de uitstoot van een afvoervoo **5.** De toevoer van verse lucht naar een opslagruimte voor huishoudelijk afval vindt rechtstreeks van buiten plaats en de afvoer van binnenlucht rechtstreeks naar buiten. -**6.** Bij een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m vindt de toevoer van verse lucht rechtstreeks van buiten plaats en de afvoer van binnenlucht rechtstreeks naar buiten. +**6.** Bij een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m vindt de toevoer van verse lucht rechtstreeks van buiten plaats en de afvoer van binnenlucht rechtstreeks naar buiten. **7.** Ten minste 21 dm^3/s van de capaciteit van de afvoer van binnenlucht uit een verblijfsgebied of een verblijfsruimte waarin zich een opstelplaats voor een kooktoestel, als bedoeld in artikel 3.29, vierde lid, bevindt, wordt rechtstreeks naar buiten afgevoerd. @@ -3498,9 +2849,7 @@ De volgens NEN 2757 bepaalde verdunningsfactor van de uitstoot van een afvoervoo ### Artikel 3.35 -**1.** Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 3.29 tot en met 3.34 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. - -**2.** In afwijking van het eerste lid mag bij het installeren van een afvoervoorziening voor rookgas bij toepassing van artikel 3.33, tweede lid, niet worden uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. +Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 3.29 tot en met 3.34 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. ### Artikel 3.36 @@ -3516,64 +2865,62 @@ Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 3.29 tot en met 3.34 Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 3.37 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | | | luchtverversing verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte | | luchtverversing overige ruimten | luchtkwaliteit | capaciteit | | | | | | | | | | | | | | | -| | | | per persoon | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | | artikel | 3.38 | | 3.39 | 3.40 | 3.38 | | | | | | | | | | | | | | | -| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 2 | -| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | [dm^3/s per persoon] | -| 1 | Woonfunctie | 1 | – | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | – | | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | voor kinderopvang | – | 2 | 3 | – | – | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 3,44 | -| | b | andere bijeenkomstfunctie | – | 2 | 3 | – | – | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 2,12 | -| 3 | Celfunctie | – | 2 | 3 | – | – | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | | | -| | | *1 cel* | | | | | | | | | | | | | | | | | | | 6,40 | -| | | *2 andere verblijfsruimte* | | | | | | | | | | | | | | | | | | | 3,44 | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | – | 2 | 3 | – | – | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 3,44 | | -| 5 | Industriefunctie | – | 2 | 3 | – | – | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 3,44 | | -| 6 | Kantoorfunctie | – | 2 | 3 | – | – | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 3,44 | | -| 7 | Logiesfunctie | – | 2 | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6,40 | | -| 8 | Onderwijsfunctie | – | 2 | 3 | – | – | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 3,44 | | -| 9 | Sportfunctie | – | 2 | 3 | – | – | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 3,44 | | -| 10 | Winkelfunctie | – | 2 | 3 | – | – | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 2,12 | | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | voor het stallen van motorvoertuigen | – | – | – | – | – | 6 | 7 | 1 | 2 | – | 4 | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | – | -| | b | andere overige gebruiksfunctie | – | – | – | – | – | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | – | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | – | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | – | – | 6 | 1 | – | 3 | – | – | – | -| | b | andere tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor verkeer | – | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | – | – | 5 | – | 1 | – | – | – | – | – | -| | c | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | luchtverversing verblijfsruimte, toiletruimte en badruimte | luchtverversing overige ruimten | luchtkwaliteit | capaciteit | | | | | | | | | | | | | | | +| | | | per persoon | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | | artikel | 3.38 | 3.39 | 3.40 | 3.38 | | | | | | | | | | | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 2 | +| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | [dm^3/s per persoon] | +| 1 | Woonfunctie | 1 | – | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | – | | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | voor kinderopvang | – | 2 | 3 | – | – | 6 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 3,44 | +| | b | andere bijeenkomstfunctie | – | 2 | 3 | – | – | 6 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 2,12 | +| 3 | Celfunctie | – | 2 | 3 | – | – | 6 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | | | +| | | *1 cel* | | | | | | | | | | | | | | | | | | 6,40 | +| | | *2 andere verblijfsruimte* | | | | | | | | | | | | | | | | | | 3,44 | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | – | 2 | 3 | – | – | 6 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 3,44 | | +| 5 | Industriefunctie | – | 2 | 3 | – | – | 6 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 3,44 | | +| 6 | Kantoorfunctie | – | 2 | 3 | – | – | 6 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 3,44 | | +| 7 | Logiesfunctie | – | 2 | 3 | 4 | – | 6 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6,40 | | +| 8 | Onderwijsfunctie | – | 2 | 3 | – | – | 6 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 3,44 | | +| 9 | Sportfunctie | – | 2 | 3 | – | – | 6 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 3,44 | | +| 10 | Winkelfunctie | – | 2 | 3 | – | – | 6 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 2,12 | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a. | voor het stallen van motorvoertuigen | – | – | – | – | – | 6 | 1 | 2 | – | 4 | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | – | +| | b. | andere overige gebruiksfunctie | – | – | – | – | – | 6 | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | – | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a. | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | 1 | – | 3 | – | – | – | +| | b. | andere tunnel of tunnelvormig bouwwerk voor verkeer | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | – | – | 5 | – | 1 | – | – | – | – | – | +| | c. | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | ### Artikel 3.38 -**1.** Een verblijfsruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,7 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte met een minimum van 7 dm^3/s. +**1.** Een verblijfsruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,7 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte met een minimum van 7 dm^3/s. **2.** Een verblijfsruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste de in tabel 3.37 aangegeven capaciteit per persoon. -**3.** Onverminderd het eerste en tweede lid heeft een verblijfsruimte met een opstelplaats voor een kooktoestel als bedoeld in artikel 4.42 of met een opstelplaats voor een open verbrandingstoestel voor warmwater een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 21 dm^3/s. Een opstelplaats voor een kooktoestel of een warmwatertoestel met een nominale belasting van meer dan 15 kW, of voor een warmwatertoestel dat geen open verbrandingstoestel is, blijft hierbij buiten beschouwing. +**3.** Onverminderd het eerste en tweede lid heeft een verblijfsruimte met een opstelplaats voor een kooktoestel als bedoeld in artikel 4.42 of met een opstelplaats voor een open verbrandingstoestel voor warmwater een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 21 dm^3/s. Een opstelplaats voor een kooktoestel of een warmwatertoestel met een nominale belasting van meer dan 15 kW, of voor een warmwatertoestel dat geen open verbrandingstoestel is, blijft hierbij buiten beschouwing. **4.** Een voorziening voor luchtverversing voor meer dan een verblijfsruimte heeft een capaciteit die ten minste voldoet aan de hoogste waarde die volgens het eerste tot en met derde lid is bepaald voor een op die voorziening aangewezen verblijfsruimte. **5.** Een voorziening voor luchtverversing voor een verblijfsgebied, dat bestaat uit meer dan één gemeenschappelijke verblijfsruimte heeft, in afwijking van het vierde lid, een capaciteit die ten minste voldoet aan de som van de waarden die volgens het eerste tot en met derde lid is bepaald voor de op die voorziening aangewezen verblijfsruimten. -**6.** Een toiletruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een capaciteit van ten minste 7 dm^3/s, bepaald volgens NEN 8087. - -**7.** Een badruimte heeft een voorziening voor luchtverversing met een capaciteit van ten minste 14 dm^3/s, bepaald volgens NEN 8087. +**6.** Een voorziening voor luchtverversing van een toiletruimte heeft een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 7 dm^3/s en van een badruimte van ten minste 14 dm^3/s. ### Artikel 3.39 -**1.** Een ruimte met een opstelplaats voor een gasmeter heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 1 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die ruimte, met een minimum van 2 dm^3/s. +**1.** Een ruimte met een opstelplaats voor een gasmeter heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 1 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die ruimte, met een minimum van 2 dm^3/s. -**2.** Een schacht voor een lift heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 3,2 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die liftschacht. +**2.** Een schacht voor een lift heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 3,2 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die liftschacht. -**3.** Een opslagruimte voor huishoudelijk afval met vloeroppervlakte van meer dan 1,5 m^2 heeft een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 10 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die ruimte of een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste100 dm^3/s. +**3.** Een opslagruimte voor huishoudelijk afval met vloeroppervlakte van meer dan 1,5 m^2 heeft een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 10 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die ruimte, met een maximum van 100 dm^3/s. -**4.** Een stallingruimte voor motorvoertuigen heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 3 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die ruimte. +**4.** Een stallingruimte voor motorvoertuigen heeft een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van ten minste 3 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die ruimte. **5.** Een tunnel heeft afhankelijk van zijn bestemming en tunnellengte een voorziening voor luchtverversing met voldoende capaciteit. -**6.** Bij een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 500 m is de in het vijfde lid bedoelde voorziening voor luchtverversing mechanisch. +**6.** Bij een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 500 m is de in het vijfde lid bedoelde voorziening voor luchtverversing mechanisch. ### Artikel 3.40 @@ -3625,9 +2972,9 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3 ### Artikel 3.42 -**1.** Een verblijfsgebied heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 6 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van dat gebied. In een uitwendige scheidingsconstructie van dat gebied zijn beweegbare constructieonderdelen die op die capaciteit zijn afgestemd. +**1.** Een verblijfsgebied heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 6 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van dat gebied. In een uitwendige scheidingsconstructie van dat gebied zijn beweegbare constructieonderdelen die op die capaciteit zijn afgestemd. -**2.** Een verblijfsruimte heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 3 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die ruimte. In een uitwendige scheidingsconstructie van die ruimte zijn beweegbare constructieonderdelen die op die capaciteit zijn afgestemd. Ten minste een van die beweegbare constructieonderdelen is een beweegbaar raam. +**2.** Een verblijfsruimte heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 3 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die ruimte. In een uitwendige scheidingsconstructie van die ruimte zijn beweegbare constructieonderdelen die op die capaciteit zijn afgestemd. Ten minste een van die beweegbare constructieonderdelen is een beweegbaar raam. **3.** In afwijking van het eerste en tweede lid kan de bedoelde capaciteit worden gerealiseerd met een in artikel 3.29 bedoelde voorziening voor luchtverversing. @@ -3668,7 +3015,7 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3 ### Artikel 3.47 -**1.** Een verblijfsruimte heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 3 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die ruimte. +**1.** Een verblijfsruimte heeft een spuivoorziening met een volgens NEN 8087 bepaalde capaciteit van de spuiventilatie van ten minste 3 dm^3/s per m^2 vloeroppervlakte van die ruimte. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing op een gemeenschappelijke verblijfsruimte. @@ -3688,24 +3035,23 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3.48 geen voorschrift is aangewezen. -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | aanwezigheid | capaciteit | plaats van de opening | thermisch comfort | rookdoorlatendheid | stromingsrichting | verbouw | tijdelijke bouw | | | | | | | | | | | | | | -| artikel | 3.49 | 3.50 | 3.51 | 3.52 | 3.53 | 3.54 | 3.55 | 3.56 | | | | | | | | | | | | | | -| lid | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | * | * | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | * | | -| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| 1 | Woonfunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | * | * | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | * | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | * | * | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | * | -| 3 | Celfunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | * | * | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | * | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | * | * | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | * | -| 5 | Industriefunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | * | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | * | -| 6 | Kantoorfunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | * | * | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | * | -| 7 | Logiesfunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | * | * | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | * | -| 8 | Onderwijsfunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | * | * | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | * | -| 9 | Sportfunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | * | * | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | * | -| 10 | Winkelfunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | * | * | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | * | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | * | – | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | – | 2 | 3 | 4 | 5 | – | * | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | * | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | aanwezigheid | capaciteit | plaats van de opening | thermisch comfort | rookdoorlatendheid | stromingsrichting | verbouw | tijdelijke bouw | | | | | | | | | +| | | artikel | 3.49 | 3.50 | 3.51 | 3.52 | 3.53 | 3.54 | 3.55 | 3.56 | | | | | | | | | +| | | lid | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | * | * | 1 | 2 | * | * | +| 1 | Woonfunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | * | * | 1 | 2 | * | * | | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | * | * | 1 | 2 | * | * | | +| 3 | Celfunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | * | * | 1 | 2 | * | * | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | * | * | 1 | 2 | * | * | | +| 5 | Industriefunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | – | * | 1 | 2 | * | * | | +| 6 | Kantoorfunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | * | * | 1 | 2 | * | * | | +| 7 | Logiesfunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | * | * | 1 | 2 | * | * | | +| 8 | Onderwijsfunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | * | * | 1 | 2 | * | * | | +| 9 | Sportfunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | * | * | 1 | 2 | * | * | | +| 10 | Winkelfunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | * | * | 1 | 2 | * | * | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | * | – | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | – | 2 | 3 | – | * | 1 | 2 | * | * | | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | ### Artikel 3.49 @@ -3713,7 +3059,7 @@ Een ruimte met een opstelplaats voor een verbrandingstoestel heeft voorzieningen ### Artikel 3.50 -**1.** Een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht voor een opstelplaats voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van meer dan 130 kW heeft een zodanige capaciteit, dat de verbranding doeltreffend kan plaatsvinden. +**1.** Een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht en een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een opstelplaats voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van meer dan 130 kW hebben een zodanige capaciteit, dat de verbranding doeltreffend kan plaatsvinden. **2.** @@ -3731,7 +3077,7 @@ Een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht voor een verbrandingstoest **3.** -Een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een opstelplaats voor een verbrandingstoestel heeft een volgens NEN 2757 bepaalde capaciteit die niet kleiner is dan de met formule 3.50 bepaalde normaalvolumestroom van het rookgas. +Een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een opstelplaats voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van niet meer dan 130 kW heeft een volgens NEN 2757 bepaalde capaciteit die niet kleiner is dan de met formule 3.50 bepaalde normaalvolumestroom van het rookgas. | q_vn = B × 0,27 × 10^-3 x n' | | | --- | --- | @@ -3750,7 +3096,7 @@ Een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een opstelplaats voor een verbra | gesloten vuur, zonder ventilator | kolen, hout | 2,0 | 4,0 | | open vuur, zonder ventilator | vaste brandstof | 10,0 | 10,0 | -**4.** In afwijking van het derde lid heeft een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een opstelplaats voor een open verbrandingstoestel met ventilator een volgens NEN 2757 bepaalde capaciteit die niet kleiner is dan de door de toestelventilator opgewekte volumestroom. +**4.** In afwijking van het derde lid heeft een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een opstelplaats voor een open verbrandingstoestel met ventilator en een nominale belasting van niet meer dan 130 kW, een volgens NEN 2757 bepaalde capaciteit die niet kleiner is dan de door de toestelventilator opgewekte volumestroom. **5.** Een combinatie luchttoevoer- verbrandingsgasafvoersysteem heeft een volgens NEN 2757 bepaald positief drukverschil tussen het afvoerkanaal voor rookgas en het toevoerkanaal voor verbrandingslucht. @@ -3762,13 +3108,11 @@ Een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een opstelplaats voor een verbra **2.** Een instroomopening van een toevoervoorziening voor verbrandingslucht en een uitmonding van een afvoervoorziening voor rookgas, liggen op een afstand van ten minste 2 m van de perceelsgrens, gemeten loodrecht op de uitwendige scheidingsconstructie van de gebruiksfunctie. Dit geldt niet voor een in een dak gelegen instroomopening of uitmonding. Indien het perceel waarop de gebruiksfunctie ligt, grenst aan een openbare weg, openbaar water of openbaar groen, wordt die afstand aangehouden tot het hart van de weg, dat water of dat groen. -**3.** Een uitmonding van een afvoervoorziening voor rookgas ligt, gemeten langszij aan een uitwendige scheidingsconstructie van een gebruiksfunctie, niet zijnde het dak, op een afstand van ten minste 1 m van de perceelsgrens. - -**4.** Een instroomopening van een toevoervoorziening voor verbrandingslucht en een uitmonding van een afvoervoerziening voor rookgas, gelegen boven een constructieonderdeel of het aansluitende terrein, liggen, ter voorkoming van gehele of gedeeltelijke afsluiting van de opening door ophoping van vuil of sneeuw, ten minste 0,3 m boven de bovenzijde van dat constructieonderdeel of dat terrein. +**3.** Een instroomopening van een toevoervoorziening voor verbrandingslucht en een uitmonding van een afvoervoerziening voor rookgas, gelegen boven een constructieonderdeel of het aansluitende terrein, liggen, ter voorkoming van gehele of gedeeltelijke afsluiting van de opening door ophoping van vuil of sneeuw, ten minste 0,3 m boven de bovenzijde van dat constructieonderdeel of dat terrein. ### Artikel 3.52 -De toevoer van verbrandingslucht veroorzaakt in de leefzone van een verblijfsgebied een volgens NEN 1087 bepaalde luchtsnelheid die niet groter is dan 0,2 m/s. +De toevoer van verbrandingslucht veroorzaakt in de leefzone van een verblijfsgebied een volgens NEN 1087 bepaalde luchtsnelheid die niet groter is dan 0,2 m/s. ### Artikel 3.53 @@ -3782,11 +3126,7 @@ Het inwendig oppervlak van een afvoervoorziening voor rookgas heeft, ter voorkom ### Artikel 3.55 -**1.** Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 3.51 tot en met 3.53 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. - -**2.** In afwijking van het eerste lid wordt bij het installeren van een afvoervoorziening voor rookgas bij toepassing van de artikelen 3.51 en 3.53 niet uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. - -**3.** In afwijking van het eerste lid wordt bij het installeren van een toevoervoorziening voor verbrandingslucht bij toepassing van artikel 3.51 niet uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. +Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 3.51 tot en met 3.53 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. ### Artikel 3.56 @@ -3820,9 +3160,9 @@ Een ruimte met een opstelplaats voor een verbrandingstoestel heeft voorzieningen **1.** Een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht en een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een opstelplaats voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van meer dan 130 kW hebben een zodanige capaciteit, dat de verbranding doeltreffend kan plaatsvinden. -**2.** Een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van niet meer dan 130 kW heeft ten minste de volgens tabel 3.50.1 benodigde capaciteit, bepaald volgens NEN 8087. +**2.** Een voorziening voor de toevoer van verbrandingslucht voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van niet meer dan 130 kW heeft ten minste de volgens tabel 3.50.1 benodigde capaciteit, bepaald volgens NEN 8087. -**3.** Een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een opstelplaats voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van niet meer dan 130 kW heeft een volgens NEN 8757 bepaalde capaciteit die niet kleiner is dan de met formule 3.50 bepaalde normaalvolumestroom van het rookgas. +**3.** Een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een opstelplaats voor een verbrandingstoestel met een nominale belasting van niet meer dan 130 kW heeft een volgens NEN 8757 bepaalde capaciteit die niet kleiner is dan de met formule 3.50 bepaalde normaalvolumestroom van het rookgas. **4.** In afwijking van het derde lid heeft een voorziening voor de afvoer van rookgas voor een opstelplaats voor een open verbrandingstoestel met ventilator en een nominale belasting van niet meer dan 130 kW, een volgens NEN 8757 bepaalde capaciteit die niet kleiner is dan de door de toestelventilator opgewekte volumestroom. @@ -3832,7 +3172,7 @@ Een ruimte met een opstelplaats voor een verbrandingstoestel heeft voorzieningen ### Artikel 3.60 -Het inwendig oppervlak van een overdrukvoorziening voor de afvoer van rookgas heeft, ter voorkoming van verspreiding van voor de gezondheid schadelijke bestanddelen uit de rook, een volgens NEN 8757 bepaalde doorlatendheid die bij een drukverschil van 200 Pa, niet groter is dan 0,006 x 10^-3 m^3/s per m^2. +Het inwendig oppervlak van een overdrukvoorziening voor de afvoer van rookgas heeft, ter voorkoming van verspreiding van voor de gezondheid schadelijke bestanddelen uit de rook, een volgens NEN 8757 bepaalde doorlatendheid die bij een drukverschil van 200 Pa, niet groter is dan 0,006 x 10^-3 m^3/s per m^2. ### Artikel 3.61 @@ -3927,19 +3267,19 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3 **1.** -Een uitwendige scheidingsconstructie heeft geen openingen die breder zijn dan 0,01 m. Dit geldt niet voor een afsluitbare opening en een uitmonding van: +Een uitwendige scheidingsconstructie heeft geen openingen die breder zijn dan 0,01 m. Dit geldt niet voor een afsluitbare opening en een uitmonding van: a. een afvoervoorziening voor luchtverversing; -b. een afvoervoorziening voor rookgas, en -c. een ont- en beluchting van een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater en hemelwater. +b. een afvoervoorziening voor rook, en +c. een ont- en beluchting van een afvoervoorziening voor huishoudelijk afval. -**2.** In afwijking van het eerste lid is een grotere opening toegestaan voor een nest of een vaste rust- of verblijfplaats voor bij of krachtens hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming beschermde diersoorten. +**2.** In afwijking van het eerste lid is een grotere opening toegestaan voor een nest of een vaste rust- of verblijfplaats voor bij of krachtens de Flora- en faunawet beschermde diersoorten. **3.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een inwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt met een gebruiksfunctie waarop het eerste lid niet van toepassing is. ### Artikel 3.70 -**1.** Een gebruiksfunctie heeft ter plaatse van een uitwendige scheidingsconstructie, een scherm tot een vanaf het aansluitende terrein gemeten diepte van ten minste 0,6 m. Het scherm heeft geen openingen die breder zijn dan 0,01 m. +**1.** Een gebruiksfunctie heeft ter plaatse van een uitwendige scheidingsconstructie, een scherm tot een vanaf het aansluitende terrein gemeten diepte van ten minste 0,6 m. Het scherm heeft geen openingen die breder zijn dan 0,01 m. **2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een inwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt met een gebruiksfunctie waarop het eerste lid niet van toepassing is. @@ -3986,10 +3326,10 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3 Een uitwendige scheidingsconstructie heeft geen openingen die breder zijn dan 0,01 m. Dit geldt niet voor een afsluitbare opening en een uitmonding van: a. een voorziening voor luchtverversing; -b. een afvoervoorziening voor rookgas, en -c. een ont- en beluchting van een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater en hemelwater. +b. een afvoervoorziening voor rook, en +c. een ont- en beluchting van een afvoervoorziening voor afvalwater. -**2.** In afwijking van het eerste lid is een grotere opening toegestaan voor een nest of een vaste rust- of verblijfplaats voor bij of krachtens hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming beschermde diersoorten. +**2.** In afwijking van het eerste lid is een grotere opening toegestaan voor een nest of een vaste rust- of verblijfplaats voor bij of krachtens de Flora- en faunawet beschermde diersoorten. ### Afdeling 3.11. Daglicht @@ -4028,7 +3368,7 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 3 ### Artikel 3.75 -**1.** Een verblijfsgebied heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte in m^2 waarvan de getalswaarde niet kleiner is dan de getalswaarde van het in tabel 3.74 aangegeven deel van de vloeroppervlakte in m^2 van dat verblijfsgebied. +**1.** Een verblijfsgebied heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte in m^2 waarvan de getalswaarde niet kleiner is dan de getalswaarde van het in tabel 3.74 aangegeven deel van de vloeroppervlakte in m^2 van dat verblijfsgebied. **2.** Een verblijfsruimte heeft een volgens NEN 2057 bepaalde equivalente daglichtoppervlakte die niet kleiner is dan de in tabel 3.74 gegeven oppervlakte. @@ -4048,7 +3388,7 @@ c. is de in rekening te brengen belemmeringshoek α, bedoeld in NEN 2057 voor el **7.** Het eerste en tweede lid gelden uitsluitend voor een bedgebied. -**8.** Bij de bepaling van de in het eerste lid bedoelde vloeroppervlakte van een verblijfsgebied, blijft een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van meer dan 150 m^2 buiten beschouwing. Op een dergelijke verblijfsruimte is het tweede lid niet van toepassing. +**8.** Bij de bepaling van de in het eerste lid bedoelde vloeroppervlakte van een verblijfsgebied, blijft een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van meer dan 150 m^2 buiten beschouwing. Op een dergelijke verblijfsruimte is het tweede lid niet van toepassing. ### Artikel 3.76 @@ -4107,7 +3447,7 @@ c. is de in rekening te brengen belemmeringshoek α, bedoeld in NEN 2057 voor el **6.** Het eerste lid geldt uitsluitend voor een bedruimte. -**7.** Het eerste lid geldt niet voor een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van meer dan 150 m^2. +**7.** Het eerste lid geldt niet voor een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van meer dan 150 m^2. **8.** Indien de op grond van het eerste tot en met zevende lid vereiste equivalente daglichtoppervlakte groter is dan de met artikel 3.75 vastgestelde ten minste aan te houden equivalente daglichtoppervlakte kan in plaats van het eerste tot en met de zevende lid artikel 3.75 worden toegepast. @@ -4127,33 +3467,32 @@ c. is de in rekening te brengen belemmeringshoek α, bedoeld in NEN 2057 voor el Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.1 geen voorschrift is aangewezen. -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | | | aanwezigheid | afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte | verbouw | aanwezigheid | afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte | | | | | | | | | -| | | artikel | 4.2 | 4.3 | 4.4 | 4.2 | 4.3 | | | | | | | | | -| | | lid | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | * | 1 | 1 | 2 | 6 | -| | | | | | | | | | | | | [m^2] | [m^2] | [m] | [m] | -| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | woonwagen | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 6 | * | 18 | 5 | 1,8 | 2,2 | -| | b | voor studenten | 1 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 6 | * | 15 | 5 | 1,8 | 2,6 | -| | c | andere woonfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 6 | * | 18 | 5 | 1,8 | 2,6 | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | – | 2 | 1 | 2 | – | – | – | 6 | * | – | 5 | 1,8 | 2,6 | | -| 3 | Celfunctie | – | 2 | 1 | 2 | – | – | – | 6 | * | – | 4 | 1,8 | 2,5 | | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | – | 2 | 1 | 2 | – | – | – | 6 | * | – | 5 | 1,8 | 2,6 | | -| 5 | Industriefunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | -| 6 | Kantoorfunctie | – | 2 | 1 | 2 | – | – | – | 6 | * | – | 5 | 1,8 | 2,6 | | -| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | in een logiesgebouw | – | 2 | 1 | 2 | – | – | 5 | 6 | * | – | 4 | 1,5 | 2,6 | -| | b | andere logiesfunctie | – | 2 | 1 | 2 | – | – | 5 | 6 | * | – | 4 | 1,5 | 2,1 | -| 8 | Onderwijsfunctie | – | 2 | 1 | 2 | – | – | – | 6 | * | – | 5 | 1,8 | 2,6 | | -| 9 | Sportfunctie | – | 2 | 1 | 2 | – | – | – | 6 | * | – | 5 | 1,8 | 2,6 | | -| 10 | Winkelfunctie | – | 2 | 1 | 2 | – | – | – | 6 | * | – | 5 | 1,8 | 2,6 | | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | aanwezigheid | afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte | verbouw | afmetingen verblijfsgebied en verblijfsruimte | | | | | | | | | +| | | artikel | 4.2 | 4.3 | 4.4 | 4.3 | | | | | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | * | 1 | 2 | 6 | +| | | | | | | | | | | | | [m^2] | [m] | [m] | +| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | +| | a | woonwagen | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 6 | * | 5 | 1,8 | 2,2 | +| | b | andere woonfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 6 | * | 5 | 1,8 | 2,6 | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | – | 2 | 1 | 2 | – | – | – | 6 | * | 5 | 1,8 | 2,6 | | +| 3 | Celfunctie | – | 2 | 1 | 2 | – | – | – | 6 | * | 4 | 1,8 | 2,5 | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | – | 2 | 1 | 2 | – | – | – | 6 | * | 5 | 1,8 | 2,6 | | +| 5 | Industriefunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | +| 6 | Kantoorfunctie | – | 2 | 1 | 2 | – | – | – | 6 | * | 5 | 1,8 | 2,6 | | +| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | +| | a | in een logiesgebouw | – | 2 | 1 | 2 | – | – | 5 | 6 | * | 4 | 1,5 | 2,6 | +| | b | andere logiesfunctie | – | 2 | 1 | 2 | – | – | 5 | 6 | * | 4 | 1,5 | 2,1 | +| 8 | Onderwijsfunctie | – | 2 | 1 | 2 | – | – | – | 6 | * | 5 | 1,8 | 2,6 | | +| 9 | Sportfunctie | – | 2 | 1 | 2 | – | – | – | 6 | * | 5 | 1,8 | 2,6 | | +| 10 | Winkelfunctie | – | 2 | 1 | 2 | – | – | – | 6 | * | 5 | 1,8 | 2,6 | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | ### Artikel 4.2 -**1.** Een woonfunctie heeft ten minste de in tabel 4.1 aangegeven vloeroppervlakte aan niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied. +**1.** Een woonfunctie heeft een vloeroppervlakte van ten minste 18 m^2 aan niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied. **2.** Ten minste 55% van de gebruiksoppervlakte van een gebruiksfunctie is verblijfsgebied. @@ -4163,17 +3502,17 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4 **2.** Een verblijfsgebied heeft ten minste de in tabel 4.1 aangegeven breedte. -**3.** Een verblijfsruimte heeft een breedte van ten minste 1,8 m. +**3.** Een verblijfsruimte heeft een breedte van ten minste 1,8 m. -**4.** In ten minste een verblijfsgebied ligt een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 11 m^2 bij een breedte van ten minste 3 m. +**4.** In ten minste een verblijfsgebied ligt een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 11 m^2 bij een breedte van ten minste 3 m. -**5.** In afwijking van het eerste en tweede lid heeft een verblijfsgebied in een toegankelijkheidssector een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 14 m^2 bij een breedte van ten minste 3,2 m. +**5.** In afwijking van het eerste en tweede lid heeft een verblijfsgebied in een toegankelijkheidssector een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 14 m^2 bij een breedte van ten minste 3,2 m. **6.** Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben ten minste de in tabel 4.1 aangegeven hoogte boven de vloer. ### Artikel 4.4 -Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 4.2 en 4.3 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen bij de breedte en de vloeroppervlakte wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en bij de hoogte van 2,1 m. +Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 4.2 en 4.3 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen bij de breedte en de vloeroppervlakte wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en bij de hoogte van 2,1 m. #### Paragraaf 4.1.2. Bestaande bouw @@ -4207,13 +3546,13 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4 ### Artikel 4.6 -Een woonfunctie heeft een vloeroppervlakte van ten minste 10 m^2 aan niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied. +Een woonfunctie heeft een vloeroppervlakte van ten minste 10 m^2 aan niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied. ### Artikel 4.7 -**1.** Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben boven de vloer een hoogte van ten minste 2,1 m. +**1.** Een verblijfsgebied en een verblijfsruimte hebben boven de vloer een hoogte van ten minste 2,1 m. -**2.** In ten minste een verblijfsgebied ligt een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 7,5 m^2 en een breedte van ten minste 2,4 m. +**2.** In ten minste een verblijfsgebied ligt een verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 7,5 m^2 en een breedte van ten minste 2,4 m. ### Afdeling 4.2. Toiletruimte @@ -4225,7 +3564,36 @@ Een woonfunctie heeft een vloeroppervlakte van ten minste 10 m^2 aan niet-gemee **2.** Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.8 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. -**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.8 geen voorschrift is aangewezen. +**3.** + +Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.8 geen voorschrift is aangewezen. + +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | aanwezigheid | bereikbaarheid | afmetingen | verbouw | aanwezigheid | afmetingen | | | | | | | | +| | | artikel | 4.9 | 4.10 | 4.11 | 4.12 | 4.9 | 4.11 | | | | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | * | 1 | 2 | 3 | 4 | * | 1 | 3 | +| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | [n] | [m] | | +| | a | voor zorg met een g.o. > 500 m^2 | 1 | 2 | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | – | * | 1 | 2,3 | +| | b | woonwagen | 1 | 2 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | * | 1 | 2,1 | +| | c | andere woonfunctie | 1 | 2 | – | – | – | – | 1 | – | 3 | – | * | 1 | 2,3 | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | voor kinderopvang | 1 | – | 3 | 4 | – | – | 1 | – | 3 | – | * | 2 | 2,3 | +| | b | andere bijeenkomstfunctie | 1 | – | – | 4 | – | * | 1 | 2 | 3 | – | * | 2 | 2,3 | +| 3 | Celfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | * | 2 | 2,3 | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | 1 | 2 | 3 | – | * | 2 | 2,3 | | +| 5 | Industriefunctie | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | lichte industriefunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | +| | b | andere industriefunctie | 1 | – | – | 4 | – | – | 1 | 2 | 3 | – | * | 2 | 2,3 | +| 6 | Kantoorfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | 1 | 2 | 3 | – | * | 2 | 2,3 | | +| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | in een logiesgebouw | 1 | – | – | – | 5 | – | 1 | 2 | 3 | – | * | 1 | 2,3 | +| | b | andere logiesfunctie | 1 | – | – | – | 5 | – | 1 | 2 | 3 | – | * | 1 | 2,1 | +| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | – | 1 | 2 | 3 | – | * | 2 | 2,3 | | +| 9 | Sportfunctie | 1 | – | – | 4 | – | – | 1 | 2 | 3 | – | * | 2 | 2,3 | | +| 10 | Winkelfunctie | 1 | – | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | – | * | 1 | 2,3 | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | ### Artikel 4.9 @@ -4241,11 +3609,11 @@ Een woonfunctie heeft een vloeroppervlakte van ten minste 10 m^2 aan niet-gemee ### Artikel 4.10 -Vervallen +Een toiletruimte is niet rechtstreeks toegankelijk vanuit een verblijfsruimte van een bijeenkomstfunctie voor alcoholgebruik. ### Artikel 4.11 -**1.** Een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.9, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,9 m x 1,2 m. +**1.** Een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.8, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,9 m x 1,2 m. **2.** In afwijking van het eerste lid heeft een integraal toegankelijke toiletruimte een vloeroppervlakte van ten minste 1,65 m x 2,2 m. @@ -4255,7 +3623,7 @@ Vervallen ### Artikel 4.12 -Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 4.9 tot en met 4.11 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen bij de breedte en de vloeroppervlakte wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en bij de hoogte van 2 m. +Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 4.9 tot en met 4.11 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen bij de breedte en de vloeroppervlakte wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en bij de hoogte van 2 m. #### Paragraaf 4.2.2. Bestaande bouw @@ -4265,7 +3633,33 @@ Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een **2.** Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.13 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. -**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.13 geen voorschrift is gegeven. +**3.** + +Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.13 geen voorschrift is gegeven. + +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | aanwezigheid | bereikbaarheid | afmetingen | aanwezigheid | | | | | +| | | artikel | 4.14 | 4.15 | 4.16 | 4.14 | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | * | 1 | 2 | 1 | +| | | | | | | | | | | [n] | +| 1 | Woonfunctie | 1 | – | – | – | – | 1 | – | 1 | | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | +| | a | voor kinderopvang | 1 | – | 3 | 4 | – | 1 | – | 2 | +| | b | voor alcoholgebruik | 1 | – | – | 4 | * | 1 | – | 2 | +| | c | andere bijeenkomstfunctie | 1 | – | – | 4 | – | 1 | – | 2 | +| 3 | Celfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | 1 | 2 | 2 | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | 1 | – | 2 | | +| 5 | Industriefunctie | | | | | | | | | | +| | a | lichte industriefunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | +| | b | andere industriefunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | 1 | – | 2 | +| 6 | Kantoorfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | 1 | – | 2 | | +| 7 | Logiesfunctie | 1 | 2 | – | – | – | 1 | – | 1 | | +| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | 1 | – | 2 | | +| 9 | Sportfunctie | 1 | – | 3 | 4 | – | 1 | – | 2 | | +| 10 | Winkelfunctie | 1 | – | – | – | – | 1 | – | 1 | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | | ### Artikel 4.14 @@ -4279,11 +3673,11 @@ Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een ### Artikel 4.15 -Vervallen +Een toiletruimte is niet rechtstreeks toegankelijk vanuit een verblijfsruimte van een bijeenkomstfunctie voor alcoholgebruik. ### Artikel 4.16 -**1.** Een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.14 heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,64 m^2, met een breedte van tenminste 0,6 m en een hoogte boven de vloer van ten minste 2 m. +**1.** Een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.14 heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,64 m^2, met een breedte van tenminste 0,6 m en een hoogte boven de vloer van ten minste 2 m. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing op een toiletruimte in een cel. @@ -4306,7 +3700,7 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4 | | | lid | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | * | 5 | | 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | [m] | | | | a | woonwagen | * | 1 | 2 | – | – | 5 | – | * | 2,1 | -| | b | voor zorg met een g.o. > 500 m^2 | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | * | 2,3 | +| | b | voor zorg met een g.o. > 500 m^2 | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | * | 2,3 | | | c | andere woonfunctie | * | 1 | 2 | – | – | 5 | – | * | 2,3 | | 2 | Bijeenkomstfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | | 3 | Celfunctie | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | * | 2,3 | | @@ -4330,9 +3724,9 @@ Een gebruiksfunctie heeft ten minste een badruimte. ### Artikel 4.19 -**1.** Een badruimte als bedoeld in artikel 4.18 heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,6 m^2 en een breedte van ten minste 0,8 m. +**1.** Een badruimte als bedoeld in artikel 4.18 heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,6 m^2 en een breedte van ten minste 0,8 m. -**2.** Een badruimte als bedoeld in artikel 4.18 die is samengevoegd met een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.9 heeft een vloeroppervlakte van ten minste 2,2 m^2 en een breedte van ten minste 0,9 m. +**2.** Een badruimte als bedoeld in artikel 4.18 die is samengevoegd met een toiletruimte als bedoeld in artikel 4.9 heeft een vloeroppervlakte van ten minste 2,2 m^2 en een breedte van ten minste 0,9 m. **3.** Een integraal toegankelijke badruimte heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,6 m x 1,8 m. @@ -4344,7 +3738,7 @@ Een gebruiksfunctie heeft ten minste een badruimte. ### Artikel 4.20 -Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 4.18 en 4.19 van overeenkomstige toepassing waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen bij de breedte en de vloeroppervlakte wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en bij de hoogte van 2 m. +Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de artikelen 4.18 en 4.19 van overeenkomstige toepassing waarbij in plaats van het in die artikelen aangegeven niveau van eisen bij de breedte en de vloeroppervlakte wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau en bij de hoogte van 2 m. ### Afdeling 4.4. Bereikbaarheid en toegankelijkheid, nieuwbouw @@ -4358,40 +3752,38 @@ Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk z Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.21 geen voorschrift is aangewezen. -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | vrije doorgang | vrije doorgang verkeersroute | aanwezigheid toegankelijkheidssector | integraal toegankelijke toilet- en badruimte | bereikbaarheid toegankelijkheidssector | hoogteverschillen | afmetingen liftkooi | verbouw | vrije doorgang vrije doorgang verkeersroute | toegankelijkheidssector | integraal toegankelijke toilet- en badruimte | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| artikel | 4.22 | 4.23 | 4.24 | 4.25 | 4.26 | 4.27 | 4.28 | 4.29 | 4.22 en 4.23 | 4.24 | 4.25 | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| lid | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | * | 1 | 3 | 4 | 2 | | | -| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | [m] | [%] | [n] | | | -| | a | woonwagen | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 2,1 | – | – | – | -| | b | voor zorg met een g.o. > 500 m^2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | – | – | – | – | 1 | – | – | 4 | 5 | 1 | – | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | 1 | 2 | 3 | * | 2,3 | – | – | – | -| | c | andere woonfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | 1 | 2 | 3 | * | 2,3 | – | – | – | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | voor alcoholgebruik | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | – | 4 | – | 6 | 1 | – | – | – | – | 1 | 2 | – | – | 1 | – | – | – | – | 6 | 1 | – | – | * | 2,3 | – | 80 | – | -| | b | voor het aanschouwen van sport, voor film, voor muziek of voor theater | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | – | 4 | 5 | – | 1 | – | – | – | – | 1 | 2 | – | – | 1 | – | – | – | – | 6 | 1 | – | – | * | 2,3 | – | 80 | – | -| | c | andere bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | – | 4 | 5 | – | 1 | – | – | – | – | 1 | 2 | – | – | 1 | – | – | – | – | – | 1 | – | – | * | 2,3 | – | 80 | – | -| 3 | Celfunctie | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 1 | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | 1 | – | – | * | 2,3 | 40 | – | 10 | | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | – | 4 | – | – | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 1 | 2 | – | – | 1 | – | – | – | – | 6 | 1 | – | – | * | 2,3 | – | 80 | 10 | | -| 5 | Industriefunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | lichte industriefunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | -| | b | andere industriefunctie | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | 3 | – | – | – | 1 | – | – | – | – | 1 | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | 1 | – | – | * | 2,3 | 40 | – | – | -| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | – | – | 1 | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | 1 | – | – | * | 2,3 | 40 | – | 10 | | -| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | in een logiesgebouw | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | – | 4 | – | – | 1 | – | – | 4 | 5 | 1 | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | 1 | – | – | * | 2,3 | – | – | – | -| | b | andere logiesfunctie | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | 3 | – | – | – | 1 | – | – | 4 | 5 | 1 | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | 1 | – | – | * | 2,1 | 40 | – | – | -| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | 3 | – | – | – | 1 | 2 | – | – | – | 1 | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | 1 | – | – | * | 2,3 | 100 | – | 35 | | -| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | 3 | – | – | – | 1 | – | – | – | – | 1 | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | 1 | – | – | * | 2,3 | 40 | – | – | | -| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | – | 4 | – | – | 1 | – | – | – | – | 1 | 2 | – | – | 1 | – | – | – | – | 6 | 1 | – | – | * | 2,3 | – | 60 | – | | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarden | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | vrije doorgang | vrije doorgang verkeersroute | aanwezigheid toegankelijkheidssector | integraal toegankelijke toilet- en badruimte | bereikbaarheid toegankelijkheidssector | hoogteverschillen | afmetingen liftkooi | verbouw | vrije doorgang vrije doorgang verkeersroute | toegankelijkheidssector | integraal toegankelijke toilet- en badruimte | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | | artikel | 4.22 | 4.23 | 4.24 | 4.25 | 4.26 | 4.27 | 4.28 | 4.29 | 4.22 en 4.23 | 4.24 | 4.25 | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | * | 1 | 3 | 2 | +| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | [m] | [%] | [n] | | +| | a | woonwagen | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 2,1 | – | – | +| | b | voor zorg met een g.o. > 500 m^2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | – | – | 1 | – | – | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | * | 2,3 | – | – | +| | c | andere woonfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | * | 2,3 | – | – | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | voor alcoholgebruik | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | 3 | 4 | 1 | – | – | – | – | 1 | – | – | 1 | – | – | – | – | 1 | – | – | * | 2,3 | 40 | – | +| | b | andere bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | 3 | – | 1 | – | – | – | – | 1 | – | – | 1 | – | – | – | – | 1 | – | – | * | 2,3 | 40 | – | +| 3 | Celfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | – | – | – | 6 | – | – | 3 | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 1 | – | – | 1 | – | – | – | – | 1 | – | – | * | 2,3 | 40 | 10 | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | 3 | – | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 1 | – | – | 1 | – | – | – | – | 1 | – | – | * | 2,3 | 40 | 10 | | +| 5 | Industriefunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | lichte industriefunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | +| | b | andere industriefunctie | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | 3 | – | 1 | – | – | – | – | 1 | – | – | 1 | – | – | – | – | 1 | – | – | * | 2,3 | 40 | – | +| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | 3 | – | 1 | 2 | – | – | – | 1 | – | – | 1 | – | – | – | – | 1 | – | – | * | 2,3 | 40 | 10 | | +| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | in een logiesgebouw | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | 3 | – | 1 | – | – | 4 | 5 | 1 | – | – | 1 | – | – | – | – | 1 | – | – | * | 2,3 | 40 | – | +| | b | andere logiesfunctie | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | 3 | – | 1 | – | – | 4 | 5 | 1 | – | – | 1 | – | – | – | – | 1 | – | – | * | 2,1 | 40 | – | +| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | 3 | – | 1 | 2 | – | – | – | 1 | – | – | 1 | – | – | – | – | 1 | – | – | * | 2,3 | 100 | 35 | | +| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | 3 | – | 1 | – | – | – | – | 1 | – | – | 1 | – | – | – | – | 1 | – | – | * | 2,3 | 40 | – | | +| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | 1 | – | – | – | – | 6 | – | – | 3 | – | 1 | – | – | – | – | 1 | – | – | 1 | – | – | – | – | 1 | – | – | * | 2,3 | 40 | – | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | ### Artikel 4.22 **1.** -Een doorgang heeft een vrije breedte van ten minste 0,85 m en ten minste de in tabel 4.21 aangegeven vrije hoogte. Dit geldt voor een doorgang naar: +Een doorgang heeft een vrije breedte van ten minste 0,85 m en ten minste de in tabel 4.21 aangegeven vrije hoogte. Dit geldt voor een doorgang naar: a. een verblijfsgebied; b. een verblijfsruimte; @@ -4403,21 +3795,21 @@ g. een ruimte voor het bereiken van een lift. Dit geldt ook voor een doorgang op een route vanaf het aansluitende terrein naar een in dit lid bedoelde ruimte. -**2.** Een lifttoegang heeft een vrije breedte van ten minste 0,85 m en een tussen de onderdelen van de bouwconstructie gemeten hoogte van 2,3 m. +**2.** Een lifttoegang heeft een vrije breedte van ten minste 0,85 m en een tussen de onderdelen van de bouwconstructie gemeten hoogte van 2,3 m. ### Artikel 4.23 -**1.** Een verkeersroute die begint bij een doorgang als bedoeld in artikel 4.22, loopt door een ruimte met een vrije breedte van ten minste 0,85 m en ten minste de in tabel 4.21 aangegeven vrije hoogte. Dit geldt niet voor zover de verkeersroute over een trap voert. +**1.** Een verkeersroute die begint bij een doorgang als bedoeld in artikel 4.22, loopt door een ruimte met een vrije breedte van ten minste 0,85 m en ten minste de in tabel 4.21 aangegeven vrije hoogte. Dit geldt niet voor zover de verkeersroute over een trap voert. -**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde ruimte een gemeenschappelijke verkeersruimte is, is de vrije breedte ten minste 1,2 m. Dit geldt niet voor zover de verkeersroute over een trap voert. +**2.** Indien de in het eerste lid bedoelde ruimte een gemeenschappelijke verkeersruimte is, is de vrije breedte ten minste 1,2 m. Dit geldt niet voor zover de verkeersroute over een trap voert. -**3.** Een toegang van een woongebouw als bedoeld in artikel 4.27 ontsluit een gemeenschappelijke verkeersruimte die bij die toegang over een lengte van ten minste 1,5 m een vrije doorgang heeft met een breedte van ten minste 1,5 m. +**3.** Een toegang van een woongebouw als bedoeld in artikel 4.27 ontsluit een gemeenschappelijke verkeersruimte die bij die toegang over een lengte van ten minste 1,5 m een vrije doorgang heeft met een breedte van ten minste 1,5 m. **4.** Aan een doorgang van een liftschacht grenst een ruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 1,5 m x 1,5 m. -**5.** In aanvulling op het tweede lid, heeft een gemeenschappelijke verkeersruimte, over een lengte van 1,5 m een vrije doorgang met een breedte van ten minste 1,5 m. Dit geldt niet indien een rolstoelgebruiker vanuit die verkeersruimte zonder te keren het aansluitende terrein kan bereiken. +**5.** In aanvulling op het tweede lid, heeft een gemeenschappelijke verkeersruimte, over een lengte van 1,5 m een vrije doorgang met een breedte van ten minste 1,5 m. Dit geldt niet indien een rolstoelgebruiker vanuit die verkeersruimte zonder te keren het aansluitende terrein kan bereiken. -**6.** Indien de in het eerste lid bedoelde ruimte in een toegankelijkheidssector ligt, is de vrije breedte ten minste 1,2 m. +**6.** Indien de in het eerste lid bedoelde ruimte in een toegankelijkheidssector ligt, is de vrije breedte ten minste 1,2 m. ### Artikel 4.24 @@ -4425,18 +3817,14 @@ Dit geldt ook voor een doorgang op een route vanaf het aansluitende terrein naar Een woongebouw heeft een gemeenschappelijke toegankelijkheidssector, indien: -a. de vloer van een verblijfsgebied in het woongebouw hoger ligt dan 12,5 m boven het meetniveau, of -b. het woongebouw een gebruiksoppervlakte heeft van meer dan 3.500 m^2 die hoger ligt dan 1,5 m boven het meetniveau. +a. de vloer van een verblijfsgebied in het woongebouw hoger ligt dan 12,5 m boven het meetniveau, of +b. het woongebouw een gebruiksoppervlakte heeft van meer dan 3.500 m^2 die hoger ligt dan 1,5 m boven het meetniveau. **2.** In een woonfunctie voor zorg ligt ten minste een verblijfsgebied in een toegankelijkheidssector. -**3.** Indien de gebruiksoppervlakte van een gebruiksfunctie, tezamen met de gebruiksoppervlakte van andere in hetzelfde gebouw gelegen gebruiksfuncties waarvoor dit voorschrift geldt, groter is dan 400 m^2, ligt het in tabel 4.21 aangegeven deel van de vloeroppervlakte aan verblijfsgebied van de gebruiksfunctie in een toegankelijkheidssector. +**3.** Indien de gebruiksoppervlakte van een gebruiksfunctie, tezamen met de gebruiksoppervlakte van andere in hetzelfde gebouw gelegen gebruiksfuncties waarvoor dit voorschrift geldt, groter is dan 400 m^2, ligt het in tabel 4.21 aangegeven deel van de vloeroppervlakte aan verblijfsgebied van de gebruiksfunctie in een toegankelijkheidssector. -**4.** Indien de gebruiksoppervlakte van een gebruiksfunctie, tezamen met de gebruiksoppervlakte van andere in hetzelfde gebouw gelegen gebruiksfuncties waarvoor dit voorschrift geldt, groter is dan 250 m^2 ligt het in tabel 4.21 aangegeven deel van de vloeroppervlakte aan verblijfsgebied van de gebruiksfunctie in een toegankelijkheidssector en ligt 5% van de logiesverblijven, op een geheel getal naar boven afgerond in een toegankelijkheidssector. - -**5.** Voor zover de in het vierde lid bedoelde gebruiksfunctie een bijeenkomstfunctie is voor het aanschouwen van sport, film, muziek of theater of een bijeenkomstfunctie die een nevenfunctie is van een kantoor- of industriefunctie, ligt 40% van de vloeroppervlakte aan verblijfsgebied in een toegankelijkheidssector. - -**6.** Een bijeenkomstfunctie voor alcoholgebruik met een gebruiksoppervlakte van meer dan 150 m^2 heeft een toegankelijkheidssector. +**4.** Een bijeenkomstfunctie voor alcoholgebruik met een gebruiksoppervlakte van meer dan 150 m^2 heeft een toegankelijkheidssector. ### Artikel 4.25 @@ -4444,7 +3832,7 @@ b. het woongebouw een gebruiksoppervlakte heeft van meer dan 3.500 m^2 die hoge **2.** Een gebruiksfunctie met een toegankelijkheidssector als bedoeld in artikel 4.24 heeft een aantal integraal toegankelijke toiletruimten van ten minste het aantal toiletruimten als bedoeld in artikel 4.9, gedeeld door de in tabel 4.21 aangegeven waarde, op een geheel getal naar boven afgerond. -**3.** Een gezondheidszorgfunctie met een bedgebied heeft ten minste een integraal toegankelijke badruimte per 500 m^2 vloeroppervlakte aan bedgebied, op een geheel getal naar boven afgerond. +**3.** Een gezondheidszorgfunctie met een bedgebied heeft ten minste een integraal toegankelijke badruimte per 500 m^2 vloeroppervlakte aan bedgebied, op een geheel getal naar boven afgerond. **4.** Een gebruiksfunctie met een toegankelijkheidssector als bedoeld in artikel 4.24 heeft een aantal integraal toegankelijke badruimten van ten minste de getalswaarde van het aantal aanwezige badruimten gedeeld door 20, op een geheel getal naar boven afgerond. @@ -4454,25 +3842,21 @@ b. het woongebouw een gebruiksoppervlakte heeft van meer dan 3.500 m^2 die hoge **1.** Een ruimte die in een toegankelijkheidssector ligt, is rechtstreeks bereikbaar vanaf het aansluitende terrein of langs een verkeersroute die uitsluitend door een toegankelijkheidssector voert. -**2.** Ten minste een toegang van een toegankelijkheidssector die rechtstreeks bereikbaar is vanaf het aansluitend terrein is de hoofdtoegang van het gebouw. +**2.** Een verkeersroute als bedoeld in het eerste lid, voert niet door een niet-gemeenschappelijke ruimte van een andere gebruiksfunctie. -**3.** Een verkeersroute als bedoeld in het eerste lid, voert niet door een niet-gemeenschappelijke ruimte van een andere gebruiksfunctie. - -**4.** De toegang van een woonfunctie gelegen in een woongebouw met een gemeenschappelijke toegankelijkheidssector als bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, grenst aan een gemeenschappelijke toegankelijkheidssector. +**3.** De toegang van een woonfunctie gelegen in een woongebouw met een gemeenschappelijke toegankelijkheidssector als bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, grenst aan een gemeenschappelijke toegankelijkheidssector. ### Artikel 4.27 -**1.** Op ten minste een route tussen een punt in een toegankelijkheidssector en het aansluitende terrein is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de afgewerkte vloer, overbrugd door een lift of een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen de op die route gelegen toegang van de toegankelijkheidssector en het aansluitende terrein is niet groter dan 1 m. +**1.** Op ten minste een route tussen een punt in een toegankelijkheidssector en het aansluitende terrein is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de afgewerkte vloer, overbrugd door een lift of een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen de op die route gelegen toegang van de toegankelijkheidssector en het aansluitende terrein is niet groter dan 1 m. -**2.** Op ten minste een route tussen de vloer ter plaatse van de toegang van een woongebouw zonder een toegankelijkheidssector en het aansluitende terrein is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de afgewerkte vloer, overbrugd door een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen die toegang en het aansluitende terrein is niet groter dan 1 m. +**2.** Op ten minste een route tussen de vloer ter plaatse van de toegang van een woongebouw zonder een toegankelijkheidssector en het aansluitende terrein is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de afgewerkte vloer, overbrugd door een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen die toegang en het aansluitende terrein is niet groter dan 1 m. -**3.** Bij alle toegangen van een woonfunctie is een hoogteverschil op de route tussen een niet-gemeenschappelijke vloer en de aangrenzende vloer van een gemeenschappelijke verkeersruimte of het aansluitende terrein groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de afgewerkte vloer, overbrugd door een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen die toegang en het aansluitende terrein of de gemeenschappelijke verkeersruimte is niet groter dan 1 m. +**3.** Bij ten minste een toegang van een woonfunctie is een hoogteverschil op de route tussen een niet-gemeenschappelijke vloer en de aangrenzende vloer van een gemeenschappelijke verkeersruimte of het aansluitende terrein groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de afgewerkte vloer, overbrugd door een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen die toegang en het aansluitende terrein of de gemeenschappelijke verkeersruimte is niet groter dan 1 m. -**4.** Op ten minste een route tussen ten minste een uitgang van een woonfunctie en een gemeenschappelijke buitenruimte als bedoeld in artikel 4.35, tweede lid, is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de afgewerkte vloer, overbrugd door een lift of een hellingbaan. +**4.** Op ten minste een route tussen ten minste een uitgang van een woonfunctie en een gemeenschappelijke buitenruimte als bedoeld in artikel 4.35, tweede lid, is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de afgewerkte vloer, overbrugd door een lift of een hellingbaan. -**5.** Een woongebouw waarin de vloer ter plaatste van de toegang van een woonfunctie hoger ligt dan 3 m boven het meetniveau, heeft op elke bouwlaag een opstelplaats voor een lift, met een liftkooi van ten minste 1,05 m x 2,05 m. - -**6.** Op ten minste een route tussen de vloer ter plaatse van de toegang van een gebouw zonder een toegankelijkheidssector en het aansluitende terrein is een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de afgewerkte vloer, overbrugd door een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen die toegang en het aansluitende terrein is niet groter dan 1 m. +**5.** Een woongebouw waarin de vloer ter plaatste van de toegang van een woonfunctie hoger ligt dan 3 m boven het meetniveau, heeft op elke bouwlaag een opstelplaats voor een lift, met een liftkooi van ten minste 1,05 m x 2,05 m. ### Artikel 4.28 @@ -4480,7 +3864,7 @@ b. het woongebouw een gebruiksoppervlakte heeft van meer dan 3.500 m^2 die hoge **2.** In afwijking van het eerste lid heeft de kooi van een lift in een woongebouw met meer dan 6 woonfuncties een vloeroppervlakte van ten minste 1,05 m x 2,05 m. -**3.** De loopafstand tussen de toegang van een woonfunctie en de toegang van ten minste een lift als bedoeld in het eerste lid is ten hoogste 90 m. Indien het tweede lid van toepassing is, wordt de loopafstand bepaald tussen de toegang van de woonfunctie en de toegang van ten minste een in het tweede lid bedoelde lift. +**3.** De loopafstand tussen de toegang van een woonfunctie en de toegang van ten minste een lift als bedoeld in het eerste lid is ten hoogste 90 m. Indien het tweede lid van toepassing is, wordt de loopafstand bepaald tussen de toegang van de woonfunctie en de toegang van ten minste een in het tweede lid bedoelde lift. ### Artikel 4.29 @@ -4490,20 +3874,18 @@ Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk z ### Artikel 4.30 -**1.** Een te bouwen woonfunctie, anders dan een woonfunctie waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden, heeft een afsluitbare bergruimte om fietsen of scootmobielen beschermd tegen weer en wind te kunnen opbergen. +**1.** Een te bouwen woonfunctie heeft een bergruimte om fietsen beschermd tegen weer en wind te kunnen opbergen. -**2.** Voor zover voor een woonfunctie in deze afdeling voorschriften zijn aangewezen wordt voor die woonfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. +**2.** Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling. ### Artikel 4.31 -**1.** Een woonfunctie heeft als nevenfunctie een niet-gemeenschappelijke afsluitbare bergruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 5 m^2 bij een breedte van ten minste 1,8 m en een hoogte daarboven van ten minste 2,3 m. +**1.** Een woonfunctie heeft als nevenfunctie een niet-gemeenschappelijke afsluitbare bergruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 5 m^2 bij een breedte van ten minste 1,8 m en een hoogte daarboven van ten minste 2,3 m. -**2.** In afwijking van het eerste lid kan bij een woonfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m^2 de bergruimte gemeenschappelijk zijn indien de vloeroppervlakte van de bergruimte ten minste 1,5 m^2 per woonfunctie bedraagt. +**2.** In afwijking van het eerste lid kan bij een woonfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m^2 de bergruimte gemeenschappelijk zijn indien de vloeroppervlakte van de bergruimte ten minste 1,5 m^2 per woonfunctie bedraagt. **3.** Een bergruimte als bedoeld in dit artikel is vanaf de openbare weg rechtstreeks bereikbaar via het aansluitende terrein of een gemeenschappelijke verkeersruimte. -**4.** Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op een woonfunctie voor studenten en een woonfunctie voor zorg. - ### Artikel 4.32 De uitwendige scheidingsconstructie van een bergruimte als bedoeld in artikel 4.31 is, bepaald volgens NEN 2778, regenwerend. @@ -4516,17 +3898,15 @@ Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een woonfuncti ### Artikel 4.34 -**1.** Een te bouwen woonfunctie, anders dan een woonfunctie voor studenten of een woonfunctie voor zorg, heeft een rechtstreeks bereikbare buitenruimte. +**1.** Een te bouwen woonfunctie heeft een rechtstreeks bereikbare buitenruimte. **2.** Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling. ### Artikel 4.35 -**1.** Een woonfunctie heeft een niet-gemeenschappelijke buitenruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 4 m^2 en een breedte van ten minste 1,5 m, die rechtstreeks bereikbaar is vanuit een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van die woonfunctie. +**1.** Een woonfunctie heeft een niet-gemeenschappelijke buitenruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 4 m^2 en een breedte van ten minste 1,5 m, die rechtstreeks bereikbaar is vanuit een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van die woonfunctie. -**2.** In afwijking van het eerste lid kan bij een woonfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m^2 de buitenruimte gemeenschappelijk zijn indien de vloeroppervlakte aan buitenruimte ten minste 1 m^2 per op die buitenruimte aangewezen woonfunctie bedraagt, met een minimum van 4 m^2 en een breedte van ten minste 1,3 m. De buitenruimte is rechtstreeks vanuit de woning bereikbaar of via gemeenschappelijke ruimten. - -**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een woonfunctie waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden. +**2.** In afwijking van het eerste lid kan bij een woonfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m^2 de buitenruimte gemeenschappelijk zijn indien de vloeroppervlakte aan buitenruimte ten minste 1 m^2 per op die buitenruimte aangewezen woonfunctie bedraagt, met een minimum van 4 m^2 en een breedte van ten minste 1,3 m. De buitenruimte is rechtstreeks vanuit de woning bereikbaar of via gemeenschappelijke ruimten. ### Artikel 4.36 @@ -4542,7 +3922,31 @@ Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een woonfuncti **2.** Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.37 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. -**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.37 geen voorschrift is aangewezen. +**3.** + +Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.37 geen voorschrift is aangewezen. + +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | aanwezigheid | afmetingen | verbouw | | | | | +| | | artikel | 4.38 | 4.39 | 4.40 | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | * | +| 1 | Woonfunctie | 1 | 2 | 3 | – | 1 | 2 | * | | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | +| | a | voor alcoholgebruik | – | 2 | – | 4 | – | – | * | +| | b | andere bijeenkomstfunctie | – | 2 | – | – | – | – | * | +| 3 | Celfunctie | – | 2 | – | – | – | – | * | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | – | 2 | 3 | – | – | – | * | | +| 5 | Industriefunctie | – | – | – | – | – | – | – | | +| 6 | Kantoorfunctie | – | 2 | – | – | – | – | * | | +| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | +| | a | in een logiesgebouw | – | 2 | – | – | – | – | * | +| | b | andere logiesfunctie | – | – | – | – | – | – | – | +| 8 | Onderwijsfunctie | – | 2 | – | – | – | – | * | | +| 9 | Sportfunctie | – | 2 | – | – | – | – | * | | +| 10 | Winkelfunctie | – | 2 | – | – | – | – | * | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | – | – | – | – | – | – | – | | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | | ### Artikel 4.38 @@ -4552,6 +3956,8 @@ Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een woonfuncti **3.** Een gebruiksfunctie heeft een opstelplaats voor een warmwatertoestel, waarvan de afmetingen zijn afgestemd op het te plaatsen toestel. Dit geldt niet indien de gebruiksfunctie wordt aangesloten op een publieke voorziening voor warm water. +**4.** Een bijeenkomstfunctie voor alcoholgebruik heeft in ten minste een verblijfsgebied een opstelplaats voor een aanrecht. + ### Artikel 4.39 **1.** Een opstelplaats voor een aanrecht als bedoeld in artikel 4.38, eerste lid, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 1,5 m x 0,6 m. @@ -4570,11 +3976,26 @@ Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk z **2.** Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 4.41 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. -**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.41 geen voorschrift is aangewezen. +**3.** + +Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 4.41 geen voorschrift is aangewezen. + +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | aanwezigheid | afmetingen | | | +| | | artikel | 4.42 | 4.43 | | | +| | | lid | 1 | 2 | 1 | 2 | +| 1 | Woonfunctie | 1 | – | 1 | 2 | | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | +| | a | voor alcoholgebruik | – | 2 | – | – | +| | b | andere bijeenkomstfunctie | – | – | – | – | +| Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties | – | – | – | – | | | ### Artikel 4.42 -Een woonfunctie heeft een opstelplaats voor een aanrecht en een opstelplaats voor een kooktoestel die in een besloten ruimte liggen. +**1.** Een woonfunctie heeft een opstelplaats voor een aanrecht en een opstelplaats voor een kooktoestel die in een besloten ruimte liggen. + +**2.** Een bijeenkomstfunctie voor alcoholgebruik heeft in ten minste een verblijfsgebied een opstelplaats voor een aanrecht. ### Artikel 4.43 @@ -4582,13 +4003,13 @@ Een woonfunctie heeft een opstelplaats voor een aanrecht en een opstelplaats voo **2.** Een opstelplaats voor een kooktoestel als bedoeld in artikel 4.42, eerste lid, heeft een vloeroppervlakte van ten minste 0,4 m x 0,4 m. -## Hoofdstuk 5. Technische bouwvoorschriften uit het oogpunt van energiezuinigheid en milieu +## Hoofdstuk 5. Technische bouwvoorschriften uit het oogpunt van energiezuinigheid en milieu, nieuwbouw ### Afdeling 5.1. Energiezuinigheid, nieuwbouw ### Artikel 5.1 -**1.** Een te bouwen bouwwerk is bijna energieneutraal. +**1.** Een te bouwen bouwwerk is energiezuinig. **2.** Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 5.1 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. @@ -4596,245 +4017,69 @@ Een woonfunctie heeft een opstelplaats voor een aanrecht en een opstelplaats voo Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 5.1 geen voorschrift is aangewezen. -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarde | | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | | | | bijna energieneutraal | | | | | | bijna energieneutraal | | | -| | | | artikel | 5.2 | | | | | | 5.2 | | | -| | | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | | 1 | | -| | | | | | | | | | | Energiebehoefte | Primair fossiel energiegebruik | Aandeel hernieuwbare energie | -| | | | | | | | | | | [kWh/m^2.jr] | [kWh/m^2.jr] | [%] | -| | | | | | | | | | | (1) geldt als A_ls/A_g ≤ 1,83 | | | -| | | | | | | | | | | (2) geldt als Als/Ag > 1,83 en ≤ 3,0 | | | -| | | | | | | | | | | (3) geldt als Als/Ag > 3,0 | | | -| | | | | | | | | | | (4) geldt als A_ls/A_g ≤ 1,5 | | | -| | | | | | | | | | | (5) geldt als Als/Ag > 1,5 en ≤ 3,0 | | | -| | | | | | | | | | | (6) geldt als A_ls/A_g ≤ 1,8 | | | -| | | | | | | | | | | (7) geldt als Als/Ag > 1,8 | | | -| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | -| | a | woongebouw | 1 | – | 3 | 4 | 5 | 6 | (1) 65 | 50 | 40 | | -| | | | | | | | | | | (2) 55 + 30 x (A_ls/A_g - 1,5) | | | -| | | | | | | | | | | (3) 100 + 50 x (A_ls/A_g - 3,0) | | | -| | b | woonwagen | 1 | – | – | 4 | – | 6 | 100 + 30 x (A_ls/A_g - 2,0) | 60 | 50 | | -| | c | drijvend bouwwerk na 1 januari 2018 gerealiseerde ligplaats | 1 | – | – | 4 | – | 6 | 80 + 30 x (A_ls/A_g - 1,5) | 50 | 50 | | -| | d | drijvend bouwwerk andere ligplaats | 1 | – | – | 4 | – | 6 | 80 + 30 x (A_ls/A_g - 1,5) | 70 | 50 | | -| | e | andere woonfunctie | 1 | – | – | 4 | 5 | 6 | (4) 55 | 30 | 50 | | -| | | | | | | | | | | (5) 55 + 30 x (A_ls/A_g - 1,5) | | | -| | | | | | | | | | | (3) 100 + 50 x (A_ls/A_g - 3,0) | | | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | | | -| | a | voor kinderopvang | 1 | 2 | – | – | – | 6 | (6) 160 | 70 | 40 | | -| | | | | | | | | | (7) 160 + 30 x (A_ls/A_g - 1,8) | | | | -| | b | andere bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | – | – | – | 6 | (6) 90 | 60 | 30 | | -| | | | | | | | | | | (7) 90 + 30 x (A_ls/A_g - 1,8) | | | -| 3 | Celfunctie | 1 | 2 | – | – | – | 6 | (6) 160 | 120 | 30 | | | -| | | | | | | | | | | (7) 160 + 35 x (A_ls/A_g - 1,8) | | | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | | | | | | | | | | | | -| | a | met bedgebied | 1 | 2 | – | – | – | 6 | 350 | 130 | 30 | | -| | b | andere gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | – | – | – | 6 | (6) 90 | 50 | 40 | | -| | | | | | | | | | | (7) 90 + 35 x (A_ls/A_g - 1,8) | | | -| 5 | Industriefunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | | -| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | – | – | – | 6 | (6) 90 | 40 | 30 | | | -| | | | | | | | | | | (7) 90 + 30 x (A_ls/A_g - 1,8) | | | -| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | -| | a | in een logiesgebouw | 1 | 2 | – | – | – | 6 | (6) 100 | 130 | 40 | | -| | | | | | | | | | | (7) 100 + 35 x (A_ls/A_g - 1,8) | | | -| | b | andere logiesfunctie | 1 | 2 | – | – | 5 | 6 | (4) 55 | 40 | 50 | | -| | | | | | | | | | | (5) 55 + 30 x (A_ls/A_g - 1,5) | | | -| | | | | | | | | | | (3) 100 + 50 x (A_ls/A_g - 3,0) | | | -| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | – | – | – | 6 | (6) 190 | 70 | 40 | | | -| | | | | | | | | | | (7) 190 + 30 x (A_ls/A_g - 1,8) | | | -| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | – | – | – | 6 | (6) 40 | 90 | 30 | | | -| | | | | | | | | | | (7) 40 + 15 x (A_ls/A_g - 1,8) | | | -| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | – | – | – | 6 | (6) 70 | 60 | 30 | | | -| | | | | | | | | | | (7) 70 + 30 x (A_ls/A_g - 1,8) | | | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | | - -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | | | thermische isolatie | luchtvolumestroom | gebruiksfunctie met een lage energievraag | verbouw | tijdelijk bouwwerk | thermische isolatie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | | artikel | 5.3 | 5.4 | 5.5 | 5.6 | 5.7 | 5.3 | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | * | 1 en 8 | 3 | 5 en 6 | -| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | [m^2.K/W] | | | -| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | woonwagen | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | – | 12 | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | * | 2,6 | 2,6 | 2,6 | -| | b | andere woonfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | – | 12 | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | * | 4,7 | 6,3 | 3,7 | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | – | 12 | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | * | 4,7 | 6,3 | 3,7 | | -| 3 | Celfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | in een cellengebouw | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | – | 12 | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | * | 4,7 | 6,3 | 3,7 | -| | b | andere celfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | – | 12 | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | * | 4,7 | 6,3 | 3,7 | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | met bedgebied | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | – | 12 | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | * | 4,7 | 6,3 | 3,7 | -| | b | andere gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | – | 12 | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | * | 4,7 | 6,3 | 3,7 | -| 5 | Industriefunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | – | 4 | – | – | 7 | * | 4,7 | 6,3 | 3,7 | | -| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | – | 12 | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | * | 4,7 | 6,3 | 3,7 | | -| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | in een logiesgebouw | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | – | 12 | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | * | 4,7 | 6,3 | 3,7 | -| | b | andere logiesfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | – | 12 | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | * | 4,7 | 6,3 | 3,7 | -| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | – | 12 | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | * | 4,7 | 6,3 | 3,7 | | -| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | – | 12 | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | * | 4,7 | 6,3 | 3,7 | | -| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | – | 12 | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | * | 4,7 | 6,3 | 3,7 | | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | – | 4 | – | – | 7 | * | 4,7 | 6,3 | 3,7 | | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | – | – | – | – | – | – | | +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | grenswaarde | | | | | | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | energiepresatiecoëfficiënt | thermische isolatie | luchtvolumestroom | onverwarmde gebruiksfunctie | verbouw | tijdelijk bouwwerk | energiepresatiecoëfficiënt | thermische isolatie | | | | | | | | +| | | artikel | 5.2 | 5.3 | 5.4 | 5.5 | 5.6 | 5.7 | 5.2 | 5.3 | | | | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | * | * | * | 1, 2 en 3 | 1, 2 en 3 | +| | | | | | | | | | | | | | | | | [–] | [m^2.K/W] | +| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | woonwagen | 1 | – | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | – | * | * | 1,3 | 2,5 | +| | b | andere woonfunctie | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | – | * | * | 0,6 | 3,5 | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | * | * | * | 2 | 3,5 | | +| 3 | Celfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | in een cellengebouw | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | – | * | * | 1,8 | 3,5 | +| | b | andere celfunctie | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | – | * | * | 1,8 | 3,5 | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | met bedgebied | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | – | * | * | 2,6 | 3,5 | +| | b | andere gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | – | * | * | 1 | 3,5 | +| 5 | Industriefunctie | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | * | * | * | – | 3,5 | | +| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | – | * | * | 1,1 | 3,5 | | +| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | in een logiesgebouw | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | – | * | * | 1,8 | 3,5 | +| | b | andere logiesfunctie | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | * | * | * | 1,4 | 3,5 | +| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | – | * | * | 1,3 | 3,5 | | +| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | * | * | * | 1,8 | 3,5 | | +| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | * | * | * | 2,6 | 3,5 | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | ### Artikel 5.2 -**1.** Een gebruiksfunctie heeft, bepaald volgens NTA 8800, de in tabel 5.1 aangegeven maximum waarden voor energiebehoefte en primair fossiel energiegebruik en minimum waarde voor het aandeel hernieuwbare energie. - -**2.** In afwijking van het eerste lid heeft een gebouw of een gedeelte daarvan, dat op niet meer dan een perceel ligt, met meerdere gebruiksfuncties niet van dezelfde soort, waarvoor op grond van het eerste lid een eis geldt, bepaald volgens NTA 8800 naar gebruiksoppervlak gewogen maximum waarden voor energiebehoefte en primair fossiel energiegebruik en minimum waarde voor het aandeel hernieuwbare energie. Bij het bepalen van die waarden wordt per gebruiksfunctie uitgegaan van de in tabel 5.1 aangegeven waarden. - -**3.** In afwijking van het eerste lid hoeft een woongebouw niet te voldoen aan de minimumwaarde voor het aandeel hernieuwbare energie, voor zover het als gevolg van locatiegebonden omstandigheden niet mogelijk is daaraan te voldoen. - -**4.** Bij toepassing van dit artikel gelden voor een nevenfunctie van de woonfunctie de eisen aan de woonfunctie. - -**5.** Bij toepassing van dit artikel op een gebruiksfunctie in een gebouw of een gedeelte daarvan, met een naar gebruiksoppervlak gewogen gemiddelde specifieke interne warmtecapaciteit van 180 kJ/m^2K of minder, bepaald volgens NTA 8800, worden de in tabel 5.1 aangegeven maximumwaarden voor energiebehoefte verhoogd met 5 kWh/m^2.jr. - -**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over het in dit artikel bepaalde. +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 5.3 -**1.** Een verticale uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 5.1 gegeven waarde. +**1.** Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, heeft een volgens NEN 1068 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 5.1 gegeven waarde. -**2.** In afwijking van het eerste lid heeft de uitwendige scheidingsconstructie van een drijvend bouwwerk op een op 1 januari 2018 bestaande ligplaatslocatie een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste 3,7 m^2•K/W. +**2.** Een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de warmteweerstand, heeft een volgens NEN 1068 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 5.1 gegeven waarde. -**3.** Een horizontale of schuine uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 5.1 gegeven waarde. +**3.** Een inwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, en een functieruimte, heeft een volgens NEN 1068 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 5.1 gegeven waarde. -**4.** In afwijking van het derde lid heeft de uitwendige scheidingsconstructie van een drijvend bouwwerk op een op 1 januari 2018 bestaande ligplaatslocatie een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste 4,5 m^2•K/W. +**4.** Ramen, deuren, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen in een in het eerste tot en met derde lid bedoelde scheidingsconstructie hebben een volgens NEN 1068 bepaalde warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 2,2 W/m^2.K. -**5.** Een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de warmteweerstand, heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 5.1 gegeven waarde. - -**6.** Een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en de grond of het water, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de warmteweerstand, heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 5.1 gegeven waarde. - -**7.** In afwijking van het eerste, tweede en zesde lid heeft de uitwendige scheidingsconstructie van het drijflichaam van een drijvend bouwwerk een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste 3,7 m^2•K/W en bij een op 1 januari 2018 bestaande ligplaatslocatie een warmteweerstand van ten minste 2,6 m^2•K/W. - -**8.** Een inwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, en een ruimte die niet wordt verwarmd of die wordt verwarmd voor uitsluitend een ander doel dan het verblijven van personen, heeft een volgens NTA 8800 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 5.1 gegeven waarde. - -**9.** Ramen, deuren en kozijnen in een in het eerste tot en met achtste lid bedoelde scheidingsconstructie hebben een volgens NTA 8800 bepaalde warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 2,2 W/m^2•K. De gemiddelde warmtedoorgangscoëfficiënt van de ramen, deuren en kozijnen in de in het eerste tot en met achtste lid bedoelde scheidingsconstructies van een bouwwerk is, bepaald volgens een bij ministeriële regeling gegeven bepalingsmethode, ten hoogste 1,65 W/m^2•K. - -**10.** Met ramen, deuren en kozijnen gelijk te stellen constructieonderdelen in een in het eerste tot en met achtste lid bedoelde scheidingsconstructie hebben een volgens NTA 8800 bepaalde warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 1,65 W/m^2•K. - -**11.** Het eerste, derde, vijfde, zesde, en het achtste tot en met tiende lid, zijn van overeenkomstige toepassing op scheidingsconstructies van een functiegebied. - -**12.** Het eerste tot en met het achtste lid zijn niet van toepassing op een oppervlakte aan scheidingsconstructies, waarvan de getalwaarde niet groter is dan 2% van de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie. +**5.** Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op een oppervlakte aan scheidingsconstructies, waarvan de getalswaarde niet groter is dan 2% van de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie. ### Artikel 5.4 -**1.** De volgens NEN 2686 bepaalde luchtvolumestroom van het totaal aan verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten van een gebruiksfunctie is niet groter dan 0,2 m^3/s. +**1.** De volgens NEN 2686 bepaalde luchtvolumestroom van het totaal aan verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten van een gebruiksfunctie is niet groter dan 0,2 m^3/s. -**2.** In afwijking van het eerste lid, heeft een gebouw of een gedeelte daarvan dat op niet meer dan een perceel ligt, met meerdere gebruiksfuncties waarvoor volgens het eerste lid een eis aan de luchtvolumestroom geldt, een volgens NEN 2686 bepaalde luchtvolumestroom van het totaal aan verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten van de gebruiksfuncties die niet groter is dan 0,2 m^3/s. +**2.** In afwijking van het eerste lid, heeft een gebouw of een gedeelte daarvan dat op niet meer dan een perceel ligt, met meerdere gebruiksfuncties waarvoor volgens het eerste lid een eis aan de luchtvolumestroom geldt, een volgens NEN 2686 bepaalde luchtvolumestroom van het totaal aan verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten van de gebruiksfuncties die niet groter is dan 0,2 m^3/s. ### Artikel 5.5 -**1.** Op een gebruiksfunctie die niet is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld ten behoeve van personen zijn de artikelen 5.2 tot en met 5.4 niet van toepassing. - -**2.** Op een gebruiksfunctie waarbij de in artikel 5.2, eerste lid, bedoelde waarde ten hoogste 1% bedraagt van de maximum waarde voor primair fossiel energiegebruik zijn de artikelen 5.2 tot en met 5.4 niet van toepassing. +Op een gebruiksfunctie die niet bestemd is om te worden verwarmd, of indien de verwarming uitsluitend is bestemd voor een ander doel dan het verblijven van personen, zijn de artikelen 5.2 tot en met 5.4 niet van toepassing. ### Artikel 5.6 -**1.** Bij het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de voorschriften van artikel 5.2 niet van toepassing en de voorschriften van de artikelen 5.3, eerste tot en met tiende lid, en 5.4 van overeenkomstige toepassing, waarbij wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau voor zover dat niveau voor de warmteweerstand niet lager is dan 1,4 m^2•K/W. - -**2.** In afwijking van het eerste lid geldt bij het vernieuwen of vervangen van isolatielagen een warmteweerstand van ten minste 2,6 m^2.K/W voor een vloer, 1,4 m^2.K/W voor een gevel en 2,1 m^2.K/W voor een dak, bepaald volgens NTA 8800 en bij het vernieuwen of vervangen van ramen, deuren en kozijnen een warmtedoorgangscoëfficiënt van ten hoogste 2,2W/m^2.K, bepaald volgens NTA 8800. Indien het rechtens verkregen niveau een betere energieprestatie heeft, dan geldt het rechtens verkregen niveau. - -**3.** In afwijking van het eerste lid zijn op het geheel oprichten of geheel vernieuwen van een dakkapel of van een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht de voorschriften van artikel 5.2 niet van toepassing, en zijn de voorschriften van de artikelen 5.3, eerste tot en met tiende lid, en 5.4 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in artikel 5.4 aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. - -**4.** In afwijking van het eerste lid zijn op een ingrijpende renovatie als bedoeld in artikel 2 van de herziene richtlijn energieprestatie gebouwen de voorschriften van artikel 5.2 niet van toepassing en zijn de voorschriften van de artikelen 5.3, eerste tot en met zevende lid, en 5.4 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het in artikel 5.4 aangegeven niveau van eisen wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. - -**5.** In aanvulling op het vierde lid voldoet bij een ingrijpende renovatie als bedoeld in artikel 2 van de herziene richtlijn energieprestatie gebouwen waarbij een technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming of ruimtekoeling of een combinatie daarvan wordt geplaatst, gedeeltelijk vernieuwd, veranderd of vergroot, een gebruiksfunctie aan een minimumwaarde hernieuwbare energie van 30 x (A_roof / A_g;tot) kWh/m^2.jr, bepaald volgens NTA 8800, waarbij A_roof / A_g;tot ten hoogste 1,0 is. - -**6.** - -Het vijfde lid is niet van toepassing op een bouwwerk: - -a. voor zover artikel 5.5 van toepassing is; -b. dat is aangesloten of aantoonbaar binnen drie jaar na de renovatie wordt aangesloten op een warmtenet als bedoeld in artikel 1 van de Warmtewet; -c. voor zover het als gevolg van locatiegebonden omstandigheden of bouwtechnische belemmeringen niet mogelijk is aan de minimumwaarde voor hernieuwbare energie te voldoen; of -d. waarbij de maatregelen die nodig zijn om aan de minimumwaarde voor hernieuwbare energie te voldoen een terugverdientijd hebben van meer dan 10 jaar, mits de maximale hoeveelheid hernieuwbare energie wordt gerealiseerd die mogelijk is met maatregelen die een terugverdientijd hebben van ten hoogste 10 jaar. - -**7.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het in dit artikel bepaalde. +Bij het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk zijn de voorschriften van artikel 5.2 niet van toepassing en de voorschriften van artikel 5.3, eerste tot en met vierde lid, en 5.4 van overeenkomstige toepassing, waarbij wordt uitgegaan van het rechtens verkregen niveau voor zover dat niveau voor de warmteweerstand niet lager is dan 1,3 m^2•K/W. ### Artikel 5.7 -Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk dat bestemd is om te worden verwarmd is artikel 5.3 van overeenkomstige toepassing, waarbij de warmteweerstand ten minste 1,3 m^2•K/W en de warmtedoorgangscoëfficiënt ten hoogste 4,2 W/m^2•K bedraagt. +Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk dat bestemd is om te worden verwarmd is artikel 5.3 van overeenkomstige toepassing, waarbij de warmteweerstand ten minste 1,3 m^2•K/W en de warmtedoorgangscoëfficiënt ten hoogste 4,2 W/m^2•K bedraagt. ### Afdeling 5.2. Milieu, nieuwbouw -### Artikel 5.8 - -**1.** Een te bouwen bouwwerk is zodanig dat de belasting van het milieu door de in het bouwwerk toe te passen materialen wordt beperkt. - -**2.** Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 5.8 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften. - -**3.** - -Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 5.8 geen voorschrift is aangewezen. - -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | duurzaam bouwen | verbouw | | | | | | | -| artikel | 5.9 | 5.10 | | | | | | | -| lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | * | | | -| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | -| | a | woonwagen | – | – | – | – | – | – | -| | b | andere woonfunctie | 1 | – | – | – | 5 | * | -| 6 | Kantoorfunctie | – | 2 | 3 | 4 | 5 | * | | -| Alle niet hierboven genoemde gebruiksfuncties | – | – | – | – | – | – | | | - -### Artikel 5.9 - -**1.** Een gebruiksfunctie heeft een milieuprestatie van ten hoogste 0,8 bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken. - -**2.** Een kantoorgebouw heeft een milieuprestatie van ten hoogste 1 bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken. - -**3.** Het tweede lid is niet van toepassing op een kantoorgebouw als de totale gebruiksoppervlakte aan kantoorfuncties en nevenfuncties daarvan in het kantoorgebouw of in het gebouw waarvan het kantoorgebouw deel uitmaakt kleiner is dan 100 m^2. - -**4.** Het tweede lid is niet van toepassing op een kantoorgebouw dat deel uitmaakt van een gebouw met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie of nevenfunctie daarvan. - -**5.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het in het eerste en tweede lid bepaalde. - -### Artikel 5.10 - -Op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk is artikel 5.9 niet van toepassing. - -### Afdeling 5.3. Labelverplichting, bestaande bouw - -### Artikel 5.11 - -**1.** Het is vanaf 1 januari 2023 verboden om een kantoorgebouw in gebruik te nemen of te gebruiken zonder een geldig energielabel als bedoeld in het Besluit energieprestatie gebouwen met een maximumwaarde voor primair fossiel energiegebruik van 225 kWh/m^2.jr, bepaald volgens NTA 8800, of met een in een letter of lettercombinatie uitgedrukte weergave van de energieprestatie van C of beter, die daarin op grond van bij ministeriële regeling gestelde regels is omgezet. - -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op een kantoorgebouw met een gebruiksoppervlakte aan kantoorfuncties kleiner dan 50% van de totale gebruiksoppervlakte aan gebruiksfuncties van het gebouw waarvan het kantoorgebouw deel uitmaakt. - -**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op een kantoorgebouw als de totale gebruiksoppervlakte aan kantoorfuncties en nevenfuncties daarvan in het kantoorgebouw of in het gebouw waarvan het kantoorgebouw deel uitmaakt kleiner is dan 100 m^2. - -**4.** Het eerste lid is niet van toepassing op een kantoorgebouw dat behoort tot een categorie als bedoeld in artikel 2.2 van het Besluit energieprestatie gebouwen. - -**5.** Wanneer de maatregelen die nodig zijn om de in het eerste lid bedoelde energieprestatie te realiseren voor 1 januari 2023, een terugverdientijd hebben van meer dan 10 jaar worden maatregelen genomen die een terugverdientijd hebben tot en met 10 jaar. In die gevallen kan worden volstaan met de daarbij behorende energieprestatie. - -### Afdeling 5.4. Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen, nieuwbouw en bestaande bouw - -### Artikel 5.14 - -**1.** Een bouwwerk heeft voldoende laadinfrastructuur ten behoeve van elektrische voertuigen. - -**2.** Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling. - -### Artikel 5.15 - -**1.** Een te bouwen woongebouw met een parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde perceel, met meer dan tien parkeervakken, heeft leidingdoorvoeren voor oplaadpunten voor ieder parkeervak. - -**2.** Een te bouwen gebouw, anders dan een woongebouw, met een parkeergelegenheid met meer dan tien parkeervakken in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde perceel heeft ten minste een oplaadpunt en leidingdoorvoeren voor oplaadpunten voor ten minste een op de vijf parkeervakken. - -**3.** Een bestaand gebouw, anders dan een woongebouw, met een parkeergelegenheid met meer dan 20 parkeervakken in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde perceel heeft met ingang van 1 januari 2025 tenminste een oplaadpunt. - -### Artikel 5.16 - -**1.** - -Bij ingrijpende renovatie als bedoeld in artikel 2 van de herziene richtlijn energieprestatie gebouwen zijn de voorschriften van artikel 5.15, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing: - -a. in geval van een parkeergelegenheid in een gebouw, als de renovatie betrekking heeft op de parkeergelegenheid of de elektrische infrastructuur van het gebouw; of -b. in geval van een parkeergelegenheid gelegen buiten het gebouw op hetzelfde perceel, als de renovatie betrekking heeft op de parkeergelegenheid of de elektrische infrastructuur van de parkeergelegenheid. - -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing als de kosten voor het aanleggen van de oplaadpunten en de leidingdoorvoeren meer dan 7% bedragen van de kosten van de ingrijpende renovatie. - ## Hoofdstuk 6. Voorschriften inzake installaties ### Afdeling 6.1. Verlichting, nieuwbouw en bestaande bouw @@ -4843,19 +4088,48 @@ b. in geval van een parkeergelegenheid gelegen buiten het gebouw op hetzelfde pe **1.** Een bouwwerk heeft een zodanige verlichtingsinstallatie dat het bouwwerk veilig kan worden gebruikt en verlaten. -**2.** Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 6.1 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. +**2.** + +Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 6.1 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. + +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | verlichtingssterkte | noodverlichting | stroomvoorziening | verduisterde ruimten | tijdelijke bouw | | | | | | | | | | | | +| | | artikel | 6.2 | 6.3 | 6.4 | 6.5 | 6.6 | | | | | | | | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | * | * | * | +| 1 | Woonfunctie | – | – | – | 4 | – | – | – | – | – | 4 | – | – | 7 | * | – | * | | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | 1 | – | – | 4 | – | – | 1 | – | 3 | 4 | – | – | 7 | * | * | * | | +| 3 | Celfunctie | 1 | – | – | 4 | – | – | 1 | – | 3 | – | 5 | – | 7 | * | * | * | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | 1 | – | – | 4 | – | – | 1 | – | 3 | 4 | – | – | 7 | * | * | * | | +| 5 | Industriefunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | lichte industriefunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 4 | – | – | 7 | – | – | * | +| | b | andere industriefunctie | 1 | – | – | 4 | – | – | 1 | – | 3 | 4 | – | – | 7 | * | * | * | +| 6 | Kantoorfunctie | 1 | – | – | 4 | – | – | 1 | – | 3 | 4 | – | – | 7 | * | * | * | | +| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | in een logiesgebouw | 1 | – | – | 4 | – | – | 1 | – | 3 | 4 | – | – | 7 | * | * | * | +| | b | andere logiesfunctie | 1 | – | – | 4 | – | – | 1 | – | 3 | 4 | – | – | 7 | * | – | * | +| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | – | – | 4 | – | – | 1 | – | 3 | 4 | – | – | 7 | * | * | * | | +| 9 | Sportfunctie | 1 | – | – | 4 | – | – | 1 | – | 3 | 4 | – | – | 7 | * | * | * | | +| 10 | Winkelfunctie | 1 | – | – | 4 | – | – | 1 | – | 3 | 4 | – | – | 7 | * | * | * | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | voor het personenvervoer | – | 2 | 3 | 4 | – | – | – | 2 | 3 | 4 | – | – | 7 | * | * | * | +| | b | voor het stallen van motorvoertuigen | – | 2 | – | 4 | – | – | – | 2 | 3 | 4 | – | – | 7 | * | * | * | +| | c | andere overige gebruiksfunctie | – | – | – | 4 | – | – | – | – | – | 4 | – | – | 7 | * | * | * | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | – | – | – | 4 | 5 | 6 | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | * | – | * | +| | b | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | 4 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | – | 7 | * | * | * | ### Artikel 6.2 -**1.** Een verblijfsruimte heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. +**1.** Een verblijfsruimte heeft een verlichtingsinstallatie die een op de vloer gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. -**2.** Een onder het meetniveau gelegen functieruimte heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. +**2.** Een onder het meetniveau gelegen functieruimte heeft een verlichtingsinstallatie die een op de vloer gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. -**3.** Een overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer met een gebruiksoppervlakte van meer dan 50 m^2 heeft in een boven het meetniveau gelegen functieruimte een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. +**3.** Een overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer met een gebruiksoppervlakte van meer dan 50 m^2 heeft in een boven het meetniveau gelegen functieruimte een verlichtingsinstallatie die een op de vloer gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. -**4.** Een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute of beschermde route voert heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. +**4.** Een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert heeft een verlichtingsinstallatie die een op de vloer en het tredevlak gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. -**5.** Een wegtunnelbuis heeft een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. +**5.** Een wegtunnelbuis heeft een verlichtingsinstallatie die een op de vloer en het tredevlak gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. **6.** Een te bouwen wegtunnelbuis heeft een voorziening die een uit oogpunt van verkeersveiligheid voldoende geleidelijke overgang van daglicht naar kunstlicht waarborgt. @@ -4867,9 +4141,13 @@ b. in geval van een parkeergelegenheid gelegen buiten het gebouw op hetzelfde pe **3.** Een besloten ruimte als bedoeld in artikel 6.2, vierde lid, heeft noodverlichting. -**4.** Een wegtunnelbuis heeft noodverlichting. +**4.** Een liftkooi van een te bouwen bouwwerk heeft noodverlichting. -**5.** Noodverlichting als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid geeft binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit gedurende ten minste 60 minuten een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte van ten minste 1 lux. +**5.** Een liftkooi heeft noodverlichting. + +**6.** Een wegtunnelbuis heeft noodverlichting. + +**7.** Noodverlichting als bedoeld in het eerste tot en met zesde lid geeft binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit gedurende ten minste 60 minuten een op de vloer en het tredevlak gemeten verlichtingssterkte van ten minste 1 lux. ### Artikel 6.4 @@ -4881,7 +4159,7 @@ Een ruimte bestemd om te worden verduisterd tijdens het gebruik door meer dan 50 ### Artikel 6.6 -Vervallen +Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk is artikel 6.3, vierde lid, van toepassing. ### Afdeling 6.2. Voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie, nieuwbouw en bestaande bouw @@ -4900,7 +4178,7 @@ Een voorziening voor elektriciteit voldoet aan: a. NEN 1010 bij lage spanning, en b. NEN-EN-IEC 61936-1 en NEN-EN 50522, bij hoge spanning. -**2.** Bij een bestaand bouwwerk voldoet in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, de voorziening voor elektriciteit aan V 1041. +**2.** Bij een bestaand bouwwerk voldoet in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, de voorziening voor elektriciteit aan V 1041. ### Artikel 6.9 @@ -4908,15 +4186,15 @@ b. NEN-EN-IEC 61936-1 en NEN-EN 50522, bij hoge spanning. Een te installeren voorziening voor gas voldoet aan: -a. NEN 1078 bij een nominale werkdruk van ten hoogste 0,5 bar, en -b. NEN-EN 15001-1 bij een nominale werkdruk hoger dan 0,5 bar en lager dan 40 bar. +a. NEN 1078 bij een nominale werkdruk van ten hoogste 0,5 bar, en +b. NEN-EN 15001-1 bij een nominale werkdruk hoger dan 0,5 bar en lager dan 40 bar. **2.** Een bestaande voorziening voor gas voldoet aan: -a. NEN 8078 bij een nominale werkdruk van ten hoogste 0,5 bar, en -b. NEN 2078 bij een nominale werkdruk hoger dan 0,5 bar en lager dan 40 bar. +a. NEN 8078 bij een nominale werkdruk van ten hoogste 0,5 bar, en +b. NEN 2078 bij een nominale werkdruk hoger dan 0,5 bar en lager dan 40 bar. **3.** Een te bouwen bouwwerk met een in artikel 6.10 bedoelde aansluiting op het distributienet voor gas heeft, voor die aansluiting, leidingdoorvoeren en een mantelbuis die voldoen aan NEN 2768. @@ -4926,20 +4204,22 @@ b. NEN 2078 bij een nominale werkdruk hoger dan 0,5 bar en lager dan 40 bar. Een in artikel 6.8, eerste en tweede lid, bedoelde voorziening voor elektriciteit is aangesloten op het distributienet voor elektriciteit indien: -a. de aansluitafstand niet groter is dan 100 m, of -b. de aansluitafstand groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m. +a. de aansluitafstand niet groter is dan 100 m, of +b. de aansluitafstand groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m. -**2.** Een in artikel 6.9, eerste en tweede lid, bedoelde voorziening voor gas is aangesloten op het distributienet voor gas indien artikel 10, zesde lid, onderdeel a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is, en de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of de aansluitafstand groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m. +**2.** + +Een in artikel 6.9, eerste en tweede lid, bedoelde voorziening voor gas is aangesloten op het distributienet voor gas indien: + +a. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m, of +b. de aansluitafstand groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m. **3.** -Een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden is aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte indien: +Een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden is aangesloten op het distributienet voor warmte indien: -a. het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op dat distributienet op het moment van het indienen van de aanvraag om vergunning voor het bouwen nog niet is bereikt, en -b. de aansluitafstand: - -i. niet groter is dan 40 m, of -ii. groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m. +a. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m, of +b. de aansluitafstand groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m. ### Afdeling 6.3. Watervoorziening, nieuwbouw en bestaande bouw @@ -4965,8 +4245,8 @@ ii. groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluit Een in artikel 6.12 bedoelde watervoorziening is aangesloten op het openbare distributienet voor drinkwater, indien: -a. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m, of -b. de aansluitafstand groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m. +a. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m, of +b. de aansluitafstand groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m. ### Afdeling 6.4. Afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater, nieuwbouw en bestaande bouw @@ -4978,26 +4258,25 @@ b. de aansluitafstand groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn d Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 6.15 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | | | afvoer van huishoudelijk afvalwater | afvoer van hemelwater | aansluitleiding en buitenriolering | | | | | | -| | | artikel | 6.16 | 6.17 | 6.18 | | | | | | -| | | lid | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | -| | | | | | | | | | | | -| 1 | Woonfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | | -| 3 | Celfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | | -| 5 | Industriefunctie | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | | -| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | | -| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | -| | a. | in een logiesgebouw | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | -| | b. | andere logiesfunctie | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | -| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | | -| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | | -| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | | +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | afvoer van huishoudelijk afvalwater | afvoer van hemelwater | aansluitleiding en buitenriolering | | | | | | | +| | | artikel | 6.16 | 6.17 | 6.18 | | | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | +| 1 | Woonfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | | +| 3 | Celfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | | +| 5 | Industriefunctie | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | | +| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | | +| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | +| | a. | in een logiesgebouw | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | +| | b. | andere logiesfunctie | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | +| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | | +| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | | +| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | | ### Artikel 6.16 @@ -5024,7 +4303,7 @@ b. bij een bestaand bouwwerk: een zodanige capaciteit dat elk daarop aangesloten **3.** -Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: +Een gebouwaansluiting waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; @@ -5034,11 +4313,23 @@ e. bevat geen beer- of rottingput. **4.** +Het materiaal, de sterkte en de vorm van buizen en hulpstukken van een gebouwaansluiting voldoet aan: + +a. NEN 7002; +b. NEN 7003; +c. NEN 7013; +d. NEN-EN 1401-1; +e. NEN-EN 295-1; +f. NEN-EN 295-2, en +g. NEN-EN 295-3. + +**5.** + Op aanwijzing van het bevoegd gezag wordt bepaald: -a. indien voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een systeem als bedoeld in artikel 10.33, tweede lid, van de Wet milieubeheer aanwezig is waarop aangesloten kan worden: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een afvoervoorziening als bedoeld in artikel 6.16 op dat riool of dat systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk dan wel de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; -b. indien voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop aangesloten kan worden en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een afvoervoorziening als bedoeld in artikel 6.17 op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk dan wel de grens van het erf of terrein wordt aangelegd, en -c. of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen. +a. indien voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een systeem als bedoeld in artikel 10.33, tweede lid, van de Wet milieubeheer aanwezig is waarop aangesloten kan worden: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een afvoervoorziening als bedoeld in artikel 6.16 op dat riool of dat systeem noodzakelijke gebouwaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk dan wel de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; +b. indien voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop aangesloten kan worden en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een afvoervoorziening als bedoeld in artikel 6.17 op dat stelsel of riool noodzakelijke gebouwaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk dan wel de grens van het erf of terrein wordt aangelegd, en +c. of, en zo ja welke voorzieningen in de gebouwaansluiting moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen. ### Afdeling 6.5. Tijdig vaststellen van brand, nieuwbouw en bestaande bouw @@ -5050,43 +4341,42 @@ c. of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 6.19 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. -| Gebruiksfunctie | Leden van toepassing | | | | | | | | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | Brandmeldinstallatie | rookmelders | | | | | | | | | | | | | | | | -| Artikel | 6.20 | 6.21 | | | | | | | | | | | | | | | | -| lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | | | -| | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | voor zorg | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | – | 1 | – | – | – | – | – | -| | b | voor kamergewijze verhuur | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 2 | 3 | – | – | – | -| | c | andere woonfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | – | 6 | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | voor het aanschouwen van sport | – | – | – | – | 5 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | -| | b | voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | – | – | – | 4 | – | – | -| | c | andere bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | – | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | – | – | – | -| 3 | Celfunctie | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | – | – | – | | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | – | – | – | | -| 5 | Industriefunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | lichte industriefunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | -| | b | andere industriefunctie | 1 | 2 | – | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | – | – | – | -| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | – | – | – | | -| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | in een logiesgebouw | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | 4 | – | – | -| | b | andere logiesfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 4 | 5 | – | -| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | – | – | – | | -| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | – | – | – | | -| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | – | – | – | | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | voor het stallen van motorvoertuigen | 1 | 2 | – | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | – | – | – | -| | b | voor het personenvervoer | 1 | 2 | – | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | – | – | – | -| | c | andere overige gebruiksfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | +| | gebruiksfunctie | leden van toepassing | | | | | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | brandmeldinstallatie | rookmelders | | | | | | | | | | | | | +| | | Artikel | 6.20 | 6.21 | | | | | | | | | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | +| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | voor zorg | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | – | 1 | – | – | – | – | +| | b | voor kamergewijze verhuur | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 2 | 3 | – | – | +| | c | andere woonfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | – | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | voor het aanschouwen van sport | – | – | – | – | 5 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | +| | b | voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | – | – | – | 4 | – | +| | c | andere bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | – | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | – | – | +| 3 | Celfunctie | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | – | – | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | – | – | | +| 5 | Industriefunctie | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | lichte industriefunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | +| | b | andere industriefunctie | 1 | 2 | – | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | – | – | +| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | – | – | | +| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | in een logiesgebouw | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | 4 | – | +| | b | andere logiesfunctie | 1 | 2 | 3 | – | – | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | 4 | 5 | +| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | – | – | | +| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | – | – | | +| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | 3 | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | – | – | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | voor het stallen van motorvoertuigen | 1 | 2 | – | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | – | – | +| | b | voor het personenvervoer | 1 | 2 | – | – | 5 | 6 | 7 | 8 | – | – | – | – | – | – | +| | c | andere overige gebruiksfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | | ### Artikel 6.20 **1.** -Een gebruiksfunctie heeft een brandmeldinstallatie als bedoeld in NEN 2535 met een omvang van de bewaking en een doormelding zoals aangegeven in bijlage I bij dit besluit, indien: +Een gebruiksfunctie heeft een brandmeldinstallatie als bedoeld in NEN 2535 met een omvang van de bewaking en een doormelding zoals aangegeven in bijlage I bij dit besluit, indien: a. de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie of de totale gebruiksoppervlakte aan gebruiksfuncties van dezelfde soort in het gebouw voor zover die gebruiksfuncties op eenzelfde vluchtroute zijn aangewezen groter is dan de in deze bijlage aangegeven grenswaarde; b. de hoogste vloer van een verblijfsruimte van de gebruiksfunctie gemeten boven het meetniveau hoger is gelegen dan op de in deze bijlageaangegeven grenswaarde, of @@ -5102,13 +4392,13 @@ c. deze bijlage dit aanwijst zonder dat sprake is van een grenswaarde als hierbo Voor zover vanuit de uitgang van een verblijfsruimte slechts in één richting kan worden gevlucht, zijn de buiten die verblijfsruimte gelegen ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert alsmede aan die ruimten grenzende verblijfsruimten en ruimten met een verhoogd brandrisico voorzien van een brandmeldinstallatie met ruimtebewaking als bedoeld in NEN 2535, indien: -a. de loopafstand tussen de uitgang van een verblijfsruimte en het punt van waaruit in meer dan één richting kan worden gevlucht meer dan 10 m is; -b. de totale vloeroppervlakte van de ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert alsmede van de daarop aangewezen verblijfsruimten meer dan 200 m^2 is, of +a. de loopafstand tussen de uitgang van een verblijfsruimte en het punt van waaruit in meer dan één richting kan worden gevlucht meer dan 10 m is; +b. de totale vloeroppervlakte van de ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert alsmede van de daarop aangewezen verblijfsruimten meer dan 200 m^2 is, of c. het aantal aan de enkele vluchtroute gelegen verblijfsruimten meer dan twee is. -**6.** In de in bijlage I bij dit besluit aangewezen gevallen heeft een bij of krachtens de wet voorgeschreven brandmeldinstallatie een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Brandmeldinstallaties. +**6.** In de in bijlage I bij dit besluit aangewezen gevallen heeft een bij of krachtens de wet voorgeschreven bestaande brandmeldinstallatie een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Brandmeldinstallaties. -**7.** Het onderhoud van een bij of krachtens de wet voorgeschreven brandmeldinstallatie waarvoor geen certificaat als bedoeld in het zesde lid is vereist, voldoet aan NEN 2654-1. +**7.** Het onderhoud van een bij of krachtens de wet voorgeschreven bestaande brandmeldinstallatie waarvoor geen certificaat als bedoeld in het zesde lid is vereist, voldoet aan NEN 2654-1. **8.** Het beheer en de controle van een bij of krachtens de wet voorgeschreven brandmeldinstallatie voldoen aan NEN 2654-1. @@ -5120,14 +4410,12 @@ c. het aantal aan de enkele vluchtroute gelegen verblijfsruimten meer dan twee i **2.** Bij een woonfunctie voor kamergewijze verhuur heeft een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van de woonfunctie een of meer rookmelders die voldoen aan en zijn geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen als bedoeld in NEN 2555. Dit geldt niet voor een woonfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20. -**3.** Een verblijfsruimte heeft een of meer rookmelders die voldoen aan en zijn geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen als bedoeld in NEN 2555. Dit geldt niet voor een verblijfsruimte in een wooneenheid indien elke wooneenheid in de woonfunctie in een afzonderlijk beschermd subbrandcompartiment ligt met een volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag vanuit dat beschermd subbrandcompartiment naar een andere ruimte in het brandcompartiment van ten minste 30 minuten. +**3.** Een verblijfsruimte heeft een of meer rookmelders die voldoen aan en zijn geplaatst volgens de primaire inrichtingseisen als bedoeld in NEN 2555. Dit geldt niet voor een verblijfsruimte in een wooneenheid indien elke wooneenheid in de woonfunctie in een afzonderlijk subbrandcompartiment ligt met een volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag vanuit dat subbrandcompartiment naar een andere ruimte in het brandcompartiment van ten minste 30 minuten. **4.** Een verblijfsruimte en een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van het gebouw hebben een of meer rookmelders die voldoen aan de primaire inrichtingseisen als bedoeld in NEN 2555. Dit geldt niet voor een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20. **5.** Het vierde lid is niet van toepassing op een bestaande logiesfunctie. -**6.** Een bestaande woonfunctie heeft op iedere bouwlaag met een verblijfsruimte of met een besloten ruimte waardoor een vluchtroute voert tussen de uitgang van een verblijfsruimte en de uitgang van de woonfunctie een rookmelder die voldoet aan EN 14604. Deze eis is niet van toepassing tot 1 juli 2022. - ### Afdeling 6.6. Vluchten bij brand, nieuwbouw en bestaande bouw ### Artikel 6.22 @@ -5138,41 +4426,43 @@ c. het aantal aan de enkele vluchtroute gelegen verblijfsruimten meer dan twee i Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 6.22 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften. -| Gebruiksfunctie | Leden van toepassing | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | ontruimtingsalarminstallatie en ontruimingsplan | vluchtorueteaanduidingen | deuren in vluchtroutes | zelfsluitende constructieonderdelen | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| Artikel | 6.23 | 6.24 | 6.25 | 6.26 | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | | | -| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | voor zorg met een g.o. > 500 m^2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | 7 | 8 | 9 | 10 | – | 1 | – | – | 4 | – | – | -| | b | andere woonfunctie voor zorg | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | 7 | 8 | 9 | – | – | 1 | – | – | 4 | – | – | -| | c | voor kamergewijze verhuur | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | – | – | – | – | – | 8 | 9 | – | – | 1 | – | – | 4 | – | – | -| | d | andere woonfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | – | 8 | 9 | – | – | 1 | 2 | – | – | 5 | 6 | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 1 | – | – | – | – | – | | -| 3 | Celfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 1 | – | 3 | – | – | – | | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 1 | – | – | – | – | – | | -| 5 | Industriefunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | lichte industriefunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 1 | – | – | – | – | – | -| | b | andere industriefunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 1 | – | – | – | – | – | -| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 1 | – | – | – | – | – | | -| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | in een logiesgebouw | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 1 | – | – | – | – | – | -| | b | andere logiesfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 1 | – | – | – | – | – | -| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 1 | – | – | – | – | – | | -| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 1 | – | – | – | – | – | | -| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 1 | – | – | – | – | – | | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | voor het stallen van motorvoertuigen | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 1 | – | – | – | – | – | -| | b | voor het personenvervoer | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 1 | – | – | – | – | – | -| | c | andere overige gebruiksfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 1 | – | – | – | – | – | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | – | – | – | – | – | – | – | 2 | 3 | – | – | 6 | 7 | – | – | – | – | 5 | – | – | 8 | 9 | 10 | – | 1 | – | – | – | – | – | -| | b | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | – | 8 | 9 | 10 | 11 | 1 | – | – | – | – | – | +| | gebruiksfunctie | leden van toepassing | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | ontruimtingsalarminstallatie en ontruimingsplan | vluchtorueteaanduidingen | deuren in vluchtroutes | zelfsluitende constructieonderdelen | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | | artikel | 6.23 | 6.24 | 6.25 | 6.26 | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | 2 | 3 | +| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | voor zorg met een g.o. > 500 m^2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | 2 | – | +| | b | andere woonfunctie voor zorg | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | 7 | 8 | 9 | – | 1 | 2 | – | +| | c | voor kamergewijze verhuur | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | – | – | – | – | – | 8 | 9 | – | 1 | 2 | – | +| | d | andere woonfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | – | – | – | – | – | – | 8 | 9 | – | 1 | 2 | – | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | voor het aanschouwen van sport | – | – | – | – | – | – | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | – | – | +| | b | voor kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | – | – | +| | c | andere bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | – | – | +| 3 | Celfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | – | 3 | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | – | – | | +| 5 | Industriefunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | lichte industriefunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | – | – | +| | b | andere industriefunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | – | – | +| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | – | – | | +| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | – | – | | +| | a | in een logiesgebouw | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | – | – | +| | b | andere logiesfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | – | – | +| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | – | – | | +| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | – | – | | +| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | – | – | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | voor het stallen van motorvoertuigen | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | – | – | +| | b | voor het personenvervoer | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | – | 3 | 4 | 5 | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | – | – | +| | c | andere overige gebruiksfunctie | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 1 | – | – | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | – | – | – | – | – | – | – | 2 | 3 | 4 | – | 6 | 7 | – | – | – | – | 5 | – | – | 8 | 9 | 10 | 1 | – | – | +| | b | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 3 | 4 | – | 6 | – | 8 | 9 | 10 | 1 | – | – | ### Artikel 6.23 -**1.** Een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20, eerste, tweede en vijfde lid, heeft een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in NEN 2575. +**1.** Een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20, eerste, tweede en vijfde lid, heeft een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in NEN 2575 die voldoet aan het in die norm bedoelde, door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen. **2.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het ontruimingssignaal van de in het eerste lid bedoelde ontruimingsalarminstallatie. @@ -5186,7 +4476,7 @@ Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 6.22 voorschriften zijn aangewezen, ### Artikel 6.24 -**1.** Een ruimte waardoor een verkeersroute voert en een ruimte voor meer dan 50 personen hebben een vluchtrouteaanduiding die voldoet bij een te bouwen bouwwerk aan NEN 3011 of bij een bestaand bouwwerk aan NEN 6088, en aan de zichtbaarheidseisen, bedoeld in de artikelen 5.2 tot en met 5.6 van NEN-EN 1838. +**1.** Een ruimte waardoor een verkeersroute voert en een ruimte voor meer dan 50 personen hebben een vluchtrouteaanduiding die voldoet aan NEN 6088 en aan de zichtbaarheidseisen, bedoeld in de artikelen 5.2 tot en met 5.6 van NEN-EN 1838. **2.** Een wegtunnel heeft een vluchtrouteaanduiding die voldoet aan NEN 6088 en aan de zichtbaarheidseisen, bedoeld in de artikelen 5.2 tot en met 5.6 van NEN-EN 1838. De vluchtrouteaanduiding is niet hoger dan 1,5 m boven de vloer aangebracht en de afstand tussen twee vluchtrouteaanduidingen is niet meer dan 25 meter, gemeten langs de tunnelwand. @@ -5211,7 +4501,7 @@ Een deur op een vluchtroute vanaf de uitgang van een wooneenheid naar de uitgang a. door een lichte druk tegen de deur, of b. met behulp van een ontsluitingsmechanisme dat voldoet aan NEN-EN 179 of aan NEN-EN 1125. -**3.** Een deur op een vluchtroute draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in indien bij een te bouwen bouwwerk meer dan 37 personen of bij een bestaand bouwwerk meer dan 60 personen op die uitgang zijn aangewezen. +**3.** Een deur op een vluchtroute draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in indien bij een te bouwen bouwwerk meer dan 37 personen of bij een bestaand bouwwerk meer dan 60 personen op die uitgang zijn aangewezen. **4.** Een nooddeur kan geen schuifdeur zijn. @@ -5232,22 +4522,14 @@ b. een lichte druk tegen een op circa 1 m boven de vloer over de volle breedte v **10.** Aan de aan de buitenlucht grenzende zijde van een nooddeur is het opschrift «nooddeur vrijhouden» of «nooduitgang» aangebracht. Dit opschrift voldoet aan de eisen voor aanvullende tekens in NEN 3011. -**11.** Bij ministeriële regeling kan worden afgeweken van het derde lid. - ### Artikel 6.26 -**1.** Een beweegbaar constructieonderdeel in een inwendige scheidingsconstructie waarvoor een eis aan de weerstand tegen branddoorslag, weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag of weerstand tegen rookdoorgang geldt, is zelfsluitend. +**1.** Een beweegbaar constructieonderdeel in een inwendige scheidingsconstructie waarvoor een eis aan de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag of weerstand tegen rookdoorgang geldt, is zelfsluitend. -**2.** Het eerste lid geldt niet voor een deur in een niet-gemeenschappelijke doorgang in een bestaand woongebouw. +**2.** Het eerste lid geldt niet voor een deur in een niet-gemeenschappelijke doorgang. **3.** Het eerste lid geldt niet voor een deur van een cel. -**4.** Het eerste lid geldt niet voor een deur in een niet-gezamenlijke doorgang. - -**5.** Een toegangsdeur van een woonfunctie is alleen zelfsluitend bij brand in de woonfunctie of het woongebouw waarin de woonfunctie is gelegen. - -**6.** Het eerste en vijfde lid zijn ook van toepassing bij het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk of wijziging van de gebruiksfunctie van een bouwwerk of een gedeelte daarvan naar een woonfunctie. - ### Afdeling 6.7. Bestrijden van brand, nieuwbouw en bestaande bouw ### Artikel 6.27 @@ -5276,11 +4558,11 @@ Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 6.27 voorschriften zijn aangewezen, | | b | ander gezondheidszorgfunctie | – | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | – | 3 | 4 | 1 | – | – | 4 | 1 | 2 | * | * | 500 | | 5 | Industriefunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | a | lichte industriefunctie | – | – | – | – | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | – | 3 | 4 | 1 | – | – | 4 | 1 | 2 | * | * | – | -| | b | andere industriefunctie | – | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | – | 3 | 4 | 1 | – | – | 4 | 1 | 2 | * | * | 1.000 | +| | b | andere industriefunctie | – | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | – | 3 | 4 | 1 | – | – | 4 | 1 | 2 | * | * | 1000 | | 6 | Kantoorfunctie | – | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | – | 3 | 4 | 1 | – | – | 4 | 1 | 2 | * | * | 500 | | | 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | a | in een logiesgebouw | 1 | – | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | – | 3 | 4 | 1 | – | – | 4 | 1 | 2 | * | * | – | -| | b | andere logiesfunctie | – | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | – | 1 | 2 | – | * | 500 | +| | b | andere logiesfunctie | – | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | – | 3 | 4 | – | – | – | 4 | 1 | 2 | – | * | 500 | | 8 | Onderwijsfunctie | 1 | – | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | – | 3 | 4 | 1 | – | – | 4 | 1 | 2 | * | * | – | | | 9 | Sportfunctie | – | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | – | 3 | 4 | 1 | – | – | 4 | 1 | 2 | * | * | 500 | | | 10 | Winkelfunctie | – | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | – | 4 | 5 | 6 | 7 | 1 | – | 3 | 4 | 1 | – | – | 4 | 1 | 2 | * | * | 500 | | @@ -5295,14 +4577,14 @@ Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 6.27 voorschriften zijn aangewezen, **2.** Een te bouwen gebruiksfunctie heeft ten minste een brandslanghaspel indien de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie of de totale gebruiksoppervlakte aan gebruiksfuncties van dezelfde soort in het gebouw groter is dan de grenswaarde vermeld in tabel 6.27. -**3.** De gecorrigeerde loopafstand tussen een brandslanghaspel als bedoeld in het eerste en tweede lid en elk punt van de vloer van een gebruiksfunctie is niet groter dan de lengte van de brandslang, vermeerderd met 5 m. Dit geldt niet voor een niet in een functiegebied gelegen vloer die uitsluitend door niet besloten ruimten kan worden bereikt. +**3.** De gecorrigeerde loopafstand tussen een brandslanghaspel als bedoeld in het eerste en tweede lid en elk punt van de vloer van een gebruiksfunctie is niet groter dan de lengte van de brandslang, vermeerderd met 5 m. Dit geldt niet voor een niet in een functiegebied gelegen vloer die uitsluitend door niet besloten ruimten kan worden bereikt. **4.** -Een brandslanghaspel als bedoeld in het eerste en tweede lid: +Een brandslanghaspel: -a. heeft een slang met een lengte van niet meer dan 30 m; -b. is aangesloten op een voorziening voor drinkwater als bedoeld in artikel 6.12, die bij het mondstuk een statische druk geeft van niet minder dan 100 kPa en een capaciteit heeft van 1,3 m^3/h bij gelijktijdig gebruik van twee brandslanghaspels, en +a. heeft een slang met een lengte van niet meer dan 30 m; +b. is aangesloten op een voorziening voor drinkwater als bedoeld in artikel 6.12, die bij het mondstuk een statische druk geeft van niet minder dan 100 kPa en een capaciteit heeft van 1,3 m^3/h bij gelijktijdig gebruik van twee brandslanghaspels, en c. ligt niet in een ruimte met een trap waarover een beschermde vluchtroute voert. ### Artikel 6.29 @@ -5311,15 +4593,15 @@ c. ligt niet in een ruimte met een trap waarover een beschermde vluchtroute voer **2.** Bij ministeriële regeling kan een droge blusleiding in andere gevallen dan in het eerste lid bepaald worden voorgeschreven en kunnen voorschriften ter zake van droge blusleidingen worden gegeven. -**3.** Een wegtunnelbuis heeft een op een in artikel 6.30 bedoelde bluswatervoorziening aangesloten droge blusleiding met in elke hulppost als bedoeld in afdeling 2.13 een brandslangaansluiting die bij brand een capaciteit van ten minste 120 m^3/h kan leveren. +**3.** Een wegtunnelbuis heeft een op een in artikel 6.30 bedoelde bluswatervoorziening aangesloten droge blusleiding met in elke hulppost als bedoeld in afdeling 2.13 een brandslangaansluiting die bij brand een capaciteit van ten minste 120 m^3/h kan leveren. -**4.** De loopafstand tussen een brandslangaansluiting van een in het eerste lid bedoelde droge blusleiding en een punt in een op die aansluiting aangewezen gebruiksgebied is niet groter dan 60 m voor nieuwbouw en 110 m voor bestaande bouw. +**4.** De loopafstand tussen een brandslangaansluiting van een in het eerste lid bedoelde droge blusleiding en een punt in een op die aansluiting aangewezen gebruiksgebied is niet groter dan 60 m voor nieuwbouw en 110 m voor bestaande bouw. -**5.** Een te installeren droge blusleiding voldoet aan NEN 1594. +**5.** Een droge blusleiding van een te bouwen bouwwerk voldoet aan NEN 1594. **6.** -De inrichting van een bestaande droge blusleiding voldoet aan NEN 1594 voor: +De inrichting van een droge blusleiding van een bestaand bouwwerk voldoet aan NEN 1594 voor: a. de drukbestendigheid; b. de onbrandbaarheid van het materiaal van de leiding; @@ -5333,9 +4615,9 @@ e. de aanduiding van de voedingsaansluitingen. **1.** Een bouwwerk heeft een toereikende bluswatervoorziening. Dit geldt niet indien de aard, ligging of het gebruik van het bouwwerk dat naar het oordeel van het bevoegd gezag niet vereist. -**2.** Een wegtunnel heeft een bluswatervoorziening die bij brand gedurende ten minste 60 minuten een capaciteit van ten minste 120 m^3/h kan leveren. +**2.** Een wegtunnel heeft een bluswatervoorziening die bij brand gedurende ten minste 60 minuten een capaciteit van ten minste 120 m^3/h kan leveren. -**3.** De afstand tussen een bluswatervoorziening als bedoeld in het eerste lid en een brandweeringang als bedoeld in artikel 6.36, eerste lid, is ten hoogste 40 m. +**3.** De afstand tussen een bluswatervoorziening als bedoeld in het eerste lid en een brandweeringang als bedoeld in artikel 6.36, eerste lid, is ten hoogste 40 m. **4.** Een bluswatervoorziening als bedoeld in het eerste en tweede lid is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden. @@ -5351,7 +4633,7 @@ e. de aanduiding van de voedingsaansluitingen. ### Artikel 6.32 -**1.** Een bij of krachtens de wet voorgeschreven automatische brandblusinstallatie is voorzien van een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Vastopgestelde Brandbeheersings- en Brandblussystemen. +**1.** Een bij of krachtens de wet voorgeschreven bestaande automatische brandblusinstallatie is voorzien van een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Vastopgestelde Brandbeheersings- en Brandblussystemen. **2.** Een bij of krachtens de wet voorgeschreven rookbeheersingsinstallatie is voorzien van een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Rookbeheersingsinstallaties. @@ -5361,7 +4643,7 @@ Een voorziening voor het bestrijden van brand als bedoeld in de artikelen 6.28 e ### Artikel 6.34 -Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk zijn de artikelen 6.28 en 6.29 van toepassing. +Op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk is artikel 6.28, eerste tot en met derde lid, en artikel 6.29 van toepassing. ### Afdeling 6.8. Bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten, nieuwbouw en bestaande bouw @@ -5392,7 +4674,7 @@ Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 6.35 voorschriften zijn aangewezen, | 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | * | 1 | – | | | 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | 1 | – | | | 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | – | 2 | +| | a | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | – | 2 | | | b | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | – | 1 | – | ### Artikel 6.36 @@ -5411,9 +4693,9 @@ Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 6.35 voorschriften zijn aangewezen, Het eerste lid is niet van toepassing: -– op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m^2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m^2, bepaald volgens NEN 6090; -– op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m^2; -– op een lichte industriefunctie uitsluitend voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m^2, bepaald volgens NEN 6090; +– op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m^2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m^2, bepaald volgens NEN 6090; +– op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m^2; +– op een lichte industriefunctie uitsluitend voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m^2, bepaald volgens NEN 6090; – indien de toegang tot het bouwwerk op ten hoogste 10 meter van een openbare weg ligt, of – indien de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag geen verbindingsweg als bedoeld in het eerste lid vereist. @@ -5423,7 +4705,7 @@ Tenzij het bestemmingsplan of een gemeentelijke verordening anderszins bepaalt h a. een breedte van ten minste 4,5 meter; b. een verharding over een breedte van ten minste 3,25 meter, die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram; -c. een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 meter, en +c. een vrije hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 meter, en d. een doeltreffende afwatering. **4.** Een verbindingsweg als bedoeld in het eerste lid is over de in het derde lid voorgeschreven hoogte en breedte vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten. @@ -5438,12 +4720,12 @@ d. een doeltreffende afwatering. Het eerste lid is niet van toepassing: -– op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m^2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m^2, bepaald volgens NEN 6090; -– op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m^2; -– een lichte industriefunctie uitsluitend voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m^2, bepaald volgens NEN 6090, of +– op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m^2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m^2, bepaald volgens NEN 6090; +– op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m^2; +– een lichte industriefunctie uitsluitend voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m^2, bepaald volgens NEN 6090, of – indien de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag geen opstelplaatsen als bedoeld in het eerste lid vereist. -**3.** De afstand tussen een opstelplaats als bedoeld in het eerste lid en een brandweeringang als bedoeld in artikel 6.36, eerste lid, is ten hoogste 40 m. +**3.** De afstand tussen een opstelplaats als bedoeld in het eerste lid en een brandweeringang als bedoeld in artikel 6.36, eerste lid, is ten hoogste 40 m. **4.** Een opstelplaats voor brandweervoertuigen als bedoeld in het eerste lid is over de voorgeschreven hoogte en breedte als bedoeld in artikel 6.37, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen. @@ -5457,13 +4739,13 @@ Een te bouwen gebouw waarvan een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 20 **1.** Een voor grote aantallen bezoekers bestemd bouwwerk waarbij het goed functioneren van hulpverleningsdiensten afhankelijk is van mobiele radiocommunicatie heeft indien dat voor die communicatie nodig is een door het bevoegd gezag goedgekeurde installatie voor mobiele radiocommunicatie tussen hulpverleningsdiensten binnen en buiten dat bouwwerk. -**2.** Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m heeft een door het bevoegd gezag goedgekeurde installatie voor mobiele radiocommunicatie tussen hulpverleningsdiensten binnen en buiten die wegtunnel. +**2.** Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m heeft een door het bevoegd gezag goedgekeurde installatie voor mobiele radiocommunicatie tussen hulpverleningsdiensten binnen en buiten die wegtunnel. ### Afdeling 6.9. Aanvullende regels tunnelveiligheid, nieuwbouw en bestaande bouw ### Artikel 6.41 -**1.** Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m heeft zodanige voorzieningen dat de veiligheid voor het wegverkeer is gewaarborgd. +**1.** Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m heeft zodanige voorzieningen dat de veiligheid voor het wegverkeer is gewaarborgd. **2.** Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling. @@ -5473,11 +4755,11 @@ Een hulppost als bedoeld in artikel 2.122 heeft een noodtelefoon en een wandcont ### Artikel 6.43 -Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 500 m is aangesloten op een bedieningscentrale met een voorziening voor permanente videobewaking en automatische detectie van ongevallen en van brand. +Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 500 m is aangesloten op een bedieningscentrale met een voorziening voor permanente videobewaking en automatische detectie van ongevallen en van brand. ### Artikel 6.44 -**1.** Een te bouwen wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft ter beperking van uitbreiding van brand door verspreiding van brandbare vloeistoffen en ter beperking van verspreiding van giftige vloeistoffen, in een rijbaanvloer ten minste iedere 20 m gemeten in de lengterichting van de tunnelbuis, een voorziening voor de afvoer van brandbare en giftige vloeistoffen. +**1.** Een te bouwen wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft ter beperking van uitbreiding van brand door verspreiding van brandbare vloeistoffen en ter beperking van verspreiding van giftige vloeistoffen, in een rijbaanvloer ten minste iedere 20 m gemeten in de lengterichting van de tunnelbuis, een voorziening voor de afvoer van brandbare en giftige vloeistoffen. **2.** Een bestaande wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft ter beperking van uitbreiding van brand door verspreiding van brandbare vloeistoffen en ter beperking van verspreiding van giftige vloeistoffen een voorziening voor de afvoer van brandbare en giftige vloeistoffen. @@ -5489,13 +4771,13 @@ Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 500 m is aangesloten op een bed **3.** In afwijking van het tweede lid is tweerichtingsverkeer toegestaan indien is aangetoond dat eenrichtingsverkeer in verband met fysieke, geografische of verkeerstechnische omstandigheden niet mogelijk is en het tweerichtingsverkeer met voldoende veiligheidswaarborgen is omgeven. -**4.** Bij toepassing van het in het derde lid bedoelde tweerichtingsverkeer, is de wegtunnelbuis in ieder geval voorzien van een systeem voor permanent toezicht en een systeem voor de afsluiting van rijstroken en is de toegestane maximumsnelheid ten hoogste 70 km per uur. +**4.** Bij toepassing van het in het derde lid bedoelde tweerichtingsverkeer, is de wegtunnelbuis in ieder geval voorzien van een systeem voor permanent toezicht en een systeem voor de afsluiting van rijstroken en is de toegestane maximumsnelheid ten hoogste 70 km per uur. ### Artikel 6.46 **1.** -Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 500 m heeft een voorziening: +Een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 500 m heeft een voorziening: a. waarmee door luidsprekers mededelingen kunnen worden gedaan aan personen op elke rijbaan en vluchtroute; b. voor heruitzending van radiosignalen in elke wegtunnelbuis, en @@ -5511,7 +4793,7 @@ De voor een evacuatie noodzakelijke voorzieningen, systemen en installaties in e ### Artikel 6.48 -**1.** Een bouwwerk met een toegankelijkheidssector, een woongebouw zonder een toegankelijkheidssector als bedoeld in artikel 4.27, derde lid, en een gebouw zonder een toegankelijkheidssector als bedoeld in artikel 4.27, zesde lid, zijn vanaf de openbare weg toegankelijk voor personen met een functiebeperking. +**1.** Een bouwwerk met een toegankelijkheidssector is vanaf de openbare weg toegankelijk voor personen met een functiebeperking. **2.** Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling. @@ -5519,12 +4801,12 @@ De voor een evacuatie noodzakelijke voorzieningen, systemen en installaties in e **1.** -Ten minste een route tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een toegankelijkheidssector van een gebouw, een woongebouw zonder een toegankelijkheidssector als bedoeld in artikel 4.27, derde lid, of een gebouw zonder een toegankelijkheidssector als bedoeld in artikel 4.27, zesde lid, loopt over een weg, pad of steiger met: +Ten minste een route tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een toegankelijkheidssector van een gebouw loopt over een weg of pad met: -a. een breedte van ten minste 1,1 m, en -b. bij een te overbruggen hoogteverschil van meer dan 0,02 m, een hellingbaan als bedoeld in afdeling 2.6. +a. een breedte van ten minste 1,1 m, en +b. bij een te overbruggen hoogteverschil van meer dan 0,02 m, een hellingbaan als bedoeld in afdeling 2.6. -**2.** Een doorgang waardoor een in het eerste lid bedoelde route voert heeft een vrije breedte van ten minste 0,85 m en een vrije hoogte van ten minste 2 m. +**2.** Een doorgang waardoor een in het eerste lid bedoelde route voert heeft een vrije breedte van ten minste 0,85 m en een vrije hoogte van ten minste 2 m. ### Afdeling 6.11. Tegengaan van veel voorkomende criminaliteit, nieuwbouw en bestaande bouw @@ -5552,191 +4834,6 @@ c. kan vanuit ten minste een niet-gemeenschappelijke ruimte van een op die toega ### Afdeling 6.12. Veilig onderhoud gebouwen, nieuwbouw -### Artikel 6.52 - -**1.** Een te bouwen gebouw is zodanig dat onderhoud aan het gebouw veilig kan worden uitgevoerd. - -**2.** Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften. - -### Artikel 6.53 - -**1.** Indien onderhoud niet veilig kan worden uitgevoerd zonder gebouwgebonden veiligheidsvoorzieningen, heeft een te bouwen gebouw daarvoor voldoende gebouwgebonden veiligheidsvoorzieningen. - -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het in het eerste lid bepaalde. - -### Afdeling 6.13. Technische bouwsystemen, nieuwbouw - -### Artikel 6.54 - -**1.** Een te bouwen bouwwerk heeft technische bouwsystemen die voldoen aan eisen ten behoeve van een optimaal energiegebruik. - -**2.** Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door de toepassing van de voorschriften gesteld bij of krachtens deze afdeling. - -### Artikel 6.55 - -**1.** Een technisch bouwsysteem voldoet aan de in tabel 6.55 opgenomen waarde voor de energieprestatie. - -**2.** Een technisch bouwsysteem, is adequaat gedimensioneerd, geïnstalleerd, ingeregeld en instelbaar. - -**3.** Een technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming of ruimtekoeling of een combinatie daarvan, is voorzien van zelfregulerende apparatuur waarmee de temperatuur per verblijfsgebied of verblijfsruimte kan worden gereguleerd. - -**4.** Indien een technisch bouwsysteem bestaat uit een combinatie van de in tabel 6.55 opgenomen bouwsystemen, worden de in het eerste lid bedoelde eisen naar rato berekend op basis van de eisen die gelden voor de systemen die deel uitmaken van de combinatie. - -**5.** - -Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven over het in dit artikel bepaalde. - -| Technisch bouwsysteem | Waarde voor de energieprestatie woonfunctie | Waarde voor de energieprestatie overig | -| --- | --- | --- | -| Ruimteverwarming | ≤1,31 | ≤1,31 | -| Ruimtekoeling | ≤1,33 | ≤1,33 | -| Ventilatie | – | ≤3,8 kWh/(m^3/u) | -| Warm tapwater | ≤3,45 | ≤3,45 | -| Ingebouwde verlichting | – | ≤75kWhprim/m^2 | - -### Artikel 6.55a - -**1.** Bij het plaatsen of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een technisch bouwsysteem waarbij de energieprestatie wordt beïnvloed, voldoet dat technische bouwsysteem aan de in tabel 6.55 opgenomen waarde voor de energieprestatie. - -**2.** Een technisch bouwsysteem is adequaat gedimensioneerd, geïnstalleerd, ingeregeld en instelbaar. - -**3.** Een technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming is na het vervangen van een warmtegenerator voorzien van zelfregulerende apparatuur waarmee de temperatuur per verblijfsgebied of verblijfsruimte kan worden gereguleerd. - -**4.** Een technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming in een bouwwerk dat is aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte is na het vervangen van de afleverset voor warmte per verblijfsgebied of verblijfsruimte zelfregulerend. - -**5.** Indien een technisch bouwsysteem bestaat uit een combinatie van de in tabel 6.55 opgenomen bouwsystemen, worden de in het eerste lid bedoelde eisen naar rato berekend op basis van de eisen die gelden voor de systemen die deel uitmaken van de combinatie. - -**6.** Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing als de kosten voor het aanbrengen van zelfregulerende apparatuur meer dan 20% bedragen van de kosten van het technisch bouwsysteem voor ruimteverwarming. - -**7.** Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven over het in dit artikel bepaalde. - -### Artikel 6.55b - -**1.** De energieprestatie van de in deze afdeling bedoelde technische bouwsystemen wordt beoordeeld en gedocumenteerd door de installateur en overhandigd aan de gebouweigenaar. - -**2.** In afwijking van het eerste lid mag bij het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een technisch bouwsysteem worden volstaan met documentatie van de energieprestatie van de gewijzigde onderdelen. - -**3.** Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven over het in dit artikel bepaalde. - -### Artikel 6.55c - -Op een verblijfsruimte die niet bestemd is om te worden verwarmd of gekoeld, of waarbij de verwarming of koeling uitsluitend is bestemd voor een ander doel dan het verblijven van personen zijn de eisen aan ruimteverwarming en ruimtekoeling, bedoeld in de artikelen 6.55, derde en vierde lid, 6.55a, derde en vierde lid, en 6.55b, niet van toepassing. - -### Afdeling 6.14. Elektronische communicatie, nieuwbouw - -### Artikel 6.56 - -**1.** Een te bouwen gebouw met een aansluiting op het distributienet voor elektriciteit als bedoeld in artikel 6.10, eerste lid, heeft een voorziening voor de aansluiting op een openbaar elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de richtlijn breedband. - -**2.** Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling. - -### Artikel 6.57 - -**1.** Een gebruiksfunctie in een te bouwen gebouw heeft een toegangspunt voor de aansluiting op een openbaar elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de richtlijn breedband. - -**2.** Het in het eerste lid bedoelde toegangspunt is gelegen in een toegankelijke niet-gemeenschappelijke ruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 0,75 x 0,31 m^2 en een hoogte boven die vloer van ten minste 2,1 m. - -**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op een nevenfunctie van een gebruiksfunctie. - -### Artikel 6.58 - -**1.** Een te bouwen gebouw heeft in de uitwendige scheidingsconstructie ten minste een invoerpunt voor de aansluitleiding van een openbaar elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de richtlijn breedband. - -**2.** Een gebruiksfunctie in een te bouwen gebouw heeft tussen een invoerpunt als bedoeld in het eerste lid en het toegangspunt, bedoeld in artikel 6.57, eerste lid, een aaneengesloten ruimte met een diameter van ten minste 40 mm voor de aansluitleiding van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. - -**3.** De doorvoer van een aansluitleiding van een openbaar elektronisch communicatienetwerk door een uitwendige scheidingsconstructie, een niet-toegankelijke ruimte en een kruipruimte, is uitgevoerd met een mantelbuis die voldoet aan NEN 2768. - -### Artikel 6.59 - -In afwijking van artikel 1.12 zijn op het geheel of gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk waarvoor een vergunning voor het bouwen is vereist, de artikelen 6.57 en 6.58 van overeenkomstige toepassing. - -### Afdeling 6.15. Verwarmingssystemen en airconditioningsystemen, bestaande bouw - -### Artikel 6.60 - -**1.** Verwarmingssystemen, gecombineerde ruimteverwarmings- en ventilatiesystemen, airconditioningsystemen en gecombineerde airconditioning- en ventilatiesystemen worden regelmatig gekeurd. - -**2.** Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften gesteld bij of krachtens deze afdeling. - -### Artikel 6.61 - -**1.** De toegankelijke delen van een verwarmingssysteem of gecombineerd ruimteverwarmings- en ventilatiesysteem met een nominaal vermogen van meer dan 70 kW worden ten minste eenmaal per vier jaar gekeurd. - -**2.** - -De keuring: - -a. bevat een beoordeling van het rendement en de dimensionering van de warmtegenerator, gelet op de verwarmingsbehoeften van het gebouw; en -b. houdt rekening met het vermogen van het verwarmingssysteem of het gecombineerd ruimteverwarmings- en ventilatiesysteem om de prestaties onder typische of gemiddelde werkingsomstandigheden te optimaliseren. - -**3.** In afwijking van het tweede lid bevat de keuring geen beoordeling van de dimensionering van de warmtegenerator als er sinds de laatste keuring geen wijziging heeft plaatsgevonden van het verwarmingssysteem, het gecombineerd ruimteverwarmings- en ventilatiesysteem of de verwarmingsbehoeften van het gebouw. - -**4.** De keuring wordt op onafhankelijke wijze uitgevoerd door een gekwalificeerde deskundige. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de kwaliteitseisen waar aan de keuring en de deskundige moeten voldoen. - -**5.** Na de keuring wordt aan de eigenaar of huurder van het gebouw een keuringsverslag verstrekt dat ten minste het resultaat van de verrichte keuring alsmede aanbevelingen voor een kostenefficiënte verbetering van de energieprestatie van het gekeurde verwarmingssysteem of gecombineerd ruimteverwarmings- en ventilatiesysteem bevat. - -**6.** - -Dit artikel is niet van toepassing op: - -a. een verwarmingssysteem of een gecombineerd verwarmings- en ventilatiesysteem: - -1°. dat valt onder een overeengekomen energieprestatiecriterium of een contractuele regeling waarin een overeengekomen niveau van energie-efficiëntieverbetering is vermeld; of -2°. dat wordt beheerd door een energieleverancier als bedoeld in de artikelen 1, onder ah, van de Gaswet, 1, onder f, van de Elektriciteitswet 1998 en 1 van de Warmtewet of een netbeheerder als bedoeld in de artikelen 1, onder e, van de Gaswet, 1, onder k, van de Elektriciteitswet 1998 en 1 van de Warmtewet; - -mits met de aanpak onder 1° of 2° hetzelfde resultaat wordt bereikt als met de keuring, bedoeld in het eerste en tweede lid; of -b. een verwarmingssysteem in een gebouw met een systeem voor gebouwautomatisering en -controle als bedoeld in artikel 6.64. - -### Artikel 6.62 - -**1.** De toegankelijke delen van een airconditioningsysteem of een gecombineerd airconditionings- en ventilatiesysteem met een nominaal vermogen van meer dan 70 kW worden ten minste eenmaal per vijf jaar gekeurd. - -**2.** - -De keuring: - -a. bevat een beoordeling van het rendement en de dimensionering van het airconditioningsysteem, gelet op de koelingsbehoeften van het gebouw; en -b. houdt rekening met het vermogen van het airconditioningsysteem of het gecombineerd airconditioning- en ventilatiesysteem om de prestaties onder typische of gemiddelde werkingsomstandigheden te optimaliseren. - -**3.** In afwijking van het tweede lid bevat de keuring geen beoordeling van de dimensionering van het airconditioningsysteem als er sinds de laatste keuring geen wijziging heeft plaatsgevonden van het airconditioningsysteem, het gecombineerde airconditioning- en ventilatiesysteem of de koelingsbehoeften van het gebouw. - -**4.** De keuring wordt op onafhankelijke wijze uitgevoerd door een gekwalificeerde deskundige. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de kwaliteitseisen waar aan de keuring en de deskundige moeten voldoen. - -**5.** Na de keuring wordt aan de eigenaar of huurder van het gebouw een keuringsverslag verstrekt dat ten minste het resultaat van de verrichte keuring alsmede aanbevelingen voor een kostenefficiënte verbetering van de energieprestatie van het gekeurde airconditioningsysteem of gecombineerde airconditioning- en ventilatiesysteem bevat. - -**6.** - -Dit artikel is niet van toepassing op: - -a. een airconditioningsysteem of een gecombineerd airconditioning- en ventilatiesysteem: - -1°. dat valt onder een overeengekomen energieprestatiecriterium of een contractuele regeling waarin een overeengekomen niveau van energie-efficiëntieverbetering is vermeld; of -2°. dat wordt beheerd door een energieleverancier als bedoeld in de artikelen 1, onder ah, van de Gaswet, 1, onder f, van de Elektriciteitswet 1998 en 1 van de Warmtewet of een netbeheerder als bedoeld in de artikelen 1, onder e, van de Gaswet, 1, onder k, van de Elektriciteitswet 1998 en 1 van de Warmtewet; - -mits met de aanpak onder 1° of 2° hetzelfde resultaat wordt bereikt als met de keuring, bedoeld in het eerste en tweede lid; of - -b. een airconditioningsysteem in een gebouw met een systeem voor gebouwautomatisering en -controle als bedoeld in artikel 6.64. - -### Afdeling 6.16. Systeem voor gebouwautomatisering en -controle, bestaande bouw - -### Artikel 6.63 - -**1.** Een bouwwerk, anders dan een woonfunctie, met een verwarmingssysteem of gecombineerd ruimteverwarmings- en ventilatiesysteem met een nominaal vermogen van meer dan 290 kW of een airconditioningsysteem of gecombineerd airconditioning- en ventilatiesysteem met een nominaal vermogen van meer dan 290 kW heeft met ingang van 1 januari 2026 een systeem voor gebouwautomatisering en -controle. - -**2.** Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften gesteld bij of krachtens deze afdeling. - -### Artikel 6.64 - -**1.** - -Het systeem voor gebouwautomatisering en -controle als bedoeld in artikel 6.63, eerste lid, is in staat: - -a. het energieverbruik permanent te controleren, bij te houden, te analyseren en de bijsturing ervan mogelijk te maken; -b. de energie-efficiëntie van het gebouw te toetsen, rendementsverliezen van technische bouwsystemen op te sporen, en de beheerder van de voorzieningen of technische bouwsystemen te informeren over de mogelijkheden om de energie-efficiëntie te verbeteren; en -c. communicatie met verbonden technische bouwsystemen en andere apparaten in het gebouw mogelijk te maken, en interoperabel te zijn met technische bouwsystemen van verschillende soorten eigendomstechnologieën, toestellen en fabrikanten. - -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over het in dit artikel bepaalde. - ## Hoofdstuk 7. Voorschriften inzake het gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen ### Afdeling 7.1. Voorkomen van brandgevaar en ontwikkeling van brand, nieuwbouw en bestaande bouw @@ -5745,7 +4842,20 @@ c. communicatie met verbonden technische bouwsystemen en andere apparaten in het **1.** Het gebruik van een bouwwerk is zodanig dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand wordt voorkomen. -**2.** Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 7.1 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften. +**2.** + +Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 7.1 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften. + +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | verbod op roken en open vuur | vastzetten zelfsluitend constructieonderdeel | aankleding | brandveiligheid inrichtingselementen | brandgevaarlijke stoffen | brandbare niet-milieugevaarlijke stoffen | opslag in stookruimte | veilig gebruik verbrandingstoestel | restrisico brandgevaar en ontwikkeling van brand | | | | | | | | | | | | | | | | +| | | artikel | 7.2 | 7.3 | 7.4 | 7.5 | 7.6 | 7.7 | 7.8 | 7.9 | 7.10 | | | | | | | | | | | | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | * | 1 | 2 | * | +| 1 | Woonfunctie | 1 | – | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | * | 1 | 2 | * | | +| 2 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | in een logiesgebouw | 1 | 2 | * | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 6 | 1 | 2 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | * | 1 | 2 | * | +| | b | andere logiesfunctie | 1 | 2 | * | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | * | 1 | 2 | * | +| Alle hier niet boven genoemde gebruiksfuncties | 1 | 2 | * | 1 | 2 | 3 | 4 | – | 6 | 1 | 2 | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | * | 1 | 2 | * | | | ### Artikel 7.2 @@ -5780,30 +4890,21 @@ e. een navlamduur heeft van ten hoogste 15 seconden en een nagloeiduur van ten h Bij een besloten ruimte voor het verblijven of vluchten van meer dan 50 personen is het eerste lid, onderdeel e, niet van toepassing, indien de aankleding: a. zich bevindt boven een gedeelte van de vloer waar zich personen kunnen bevinden; -b. de verticale vrije ruimte tussen de vloer en de aankleding minder dan 2,5 m is, en +b. de verticale vrije ruimte tussen de vloer en de aankleding minder dan 2,5 m is, en c. niet direct op de vloer, trap of hellingbaan is aangebracht. **3.** -Aankleding in een besloten ruimte die niet direct op de vloer, trap of hellingbaan is aangebracht mag geen brandgevaar opleveren. Dit gevaar is niet aanwezig indien de aankleding: - -a. een ondergeschikte bijdrage aan het brandgevaar levert; -b. onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064; -c. voldoet aan brandklasse A1 als bedoeld in NEN-EN 13501-1 of -d. voldoet aan de eisen voor constructieonderdelen als bedoeld in afdeling 2.9. - -**4.** - Materiaal ter plaatse van of nabij apparatuur en installaties die warmte ontwikkelen voldoet aan brandklasse A1, als bedoeld in NEN-EN 13501-1 of is onbrandbaar, bepaald volgens NEN 6064, indien: -a. op het materiaal een intensiteit van de warmtestraling kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, groter is dan 2 kW/m^2, of -b. in het materiaal een temperatuur kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, hoger is dan 90 °C. +a. op het materiaal een intensiteit van de warmtestraling kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, groter is dan 2 kW/m^2, of +b. in het materiaal een temperatuur kan optreden die, bepaald volgens NEN 6061, hoger is dan 90 °C. -**5.** In een besloten ruimte zijn geen met brandbaar gas gevulde ballonnen aanwezig. +**4.** In een besloten ruimte zijn geen met brandbaar gas gevulde ballonnen aanwezig. -**6.** Het eerste tot en met vijfde lid gelden niet voor een niet-gemeenschappelijke ruimte. +**5.** Het eerste tot en met vierde lid gelden niet voor een niet-gemeenschappelijke ruimte. -**7.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de bijdrage aan brandgevaar van aankleding. +**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de bijdrage aan brandgevaar van aankleding. ### Artikel 7.5 @@ -5845,7 +4946,7 @@ a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, een verwarmings- of een ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; -e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter, en +e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter, en f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan bij of krachtens de Wet milieubeheer of de Wabo is toegestaan. **4.** Bij het berekenen van een toegestane hoeveelheid als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend. @@ -5863,19 +4964,19 @@ In afwijking van het derde lid, onderdeel e, is de aanwezigheid van meer dan 1.0 | 5.1 | brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide | II en III | 50 | | 5.2 | organische peroxiden zoals dicymyl peroxide en di-propionyl peroxide | n.v.t. | 1 | -^1 Eenheid bepaald overeenkomstig bijlage I, onder C, bij het Besluit omgevingsrecht. +^1 Eenheid bepaald overeenkomstig bijlage I, onder C, bij het Besluit omgevingsrecht. ### Artikel 7.7 -**1.** Bedrijfsmatige opslag van brandbare niet-milieugevaarlijke stoffen is zodanig dat bij brand geen onveilige situatie kan ontstaan voor een op een aangrenzend perceel gelegen of op dat perceel volgens het bestemmingsplan nog te realiseren gebouw dat op grond van hoofdstuk 2 een brandcompartiment of een gedeelte van een brandcompartiment is, of voor een speeltuin, kampeerterrein of opslag van brandgevaarlijke stoffen. +**1.** Bedrijfsmatige opslag van brandbare niet-milieugevaarlijke stoffen is zodanig dat bij brand geen onveilige situatie kan ontstaan voor een op een aangrenzend perceel gelegen of op dat perceel volgens het bestemmingsplan nog te realiseren gebouw dat op grond van hoofdstuk 2 een brandcompartiment of een gedeelte van een brandcompartiment is, of voor een speeltuin, kampeerterrein of opslag van brandgevaarlijke stoffen. **2.** Aan het in het eerste lid gestelde is bij opslag van hout, anders dan in een gebouw, voldaan indien: -a. de opslag bij brand gedurende een periode van ten minste 60 minuten, gerekend vanaf het ontstaan van de brand, geen grotere stralingsbelasting veroorzaakt dan 15 kW/m^2; -b. de bereikbaarheid van de opslag vanaf twee tegenover elkaar liggende zijden is gewaarborgd, waarbij in een derde zijde ook een toegangsmogelijkheid aanwezig is indien die zijde langer is dan 40 m, en -c. bij de opslag een bluswatervoorziening met gedurende ten minste vier uren een toevoercapaciteit van ten minste 90 m^3 per uur aanwezig is. +a. de opslag bij brand gedurende een periode van ten minste 60 minuten, gerekend vanaf het ontstaan van de brand, geen grotere stralingsbelasting veroorzaakt dan 15 kW/m^2; +b. de bereikbaarheid van de opslag vanaf twee tegenover elkaar liggende zijden is gewaarborgd, waarbij in een derde zijde ook een toegangsmogelijkheid aanwezig is indien die zijde langer is dan 40 m, en +c. bij de opslag een bluswatervoorziening met gedurende ten minste vier uren een toevoercapaciteit van ten minste 90 m^3 per uur aanwezig is. **3.** @@ -5886,7 +4987,7 @@ b. enig punt van de uitwendige scheidingsconstructie van een op het aangrenzend ### Artikel 7.8 -In een technische ruimte met een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 130 kW zijn geen brandbare goederen opgeslagen of opgesteld. +In een ruimte met een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 130 kW zijn geen brandbare goederen opgeslagen of opgesteld. ### Artikel 7.9 @@ -5896,7 +4997,7 @@ Een verbrandingstoestel wordt uitsluitend gebruikt indien: a. de voorziening voor toevoer van verbrandingslucht en de voorziening voor afvoer van rookgas niet zijn afgesloten; b. de capaciteit van de voorziening voor toevoer van verbrandingslucht, van de voorziening voor afvoer van rookgas en van de daarop aangesloten aansluitleidingen, niet kleiner zijn dan de voor het adequaat functioneren van het verbrandingstoestel noodzakelijke capaciteit; -c. de opstelling van het verbrandingstoestel met inbegrip van een aansluitleiding tussen het toestel en de voorziening voor de afvoer van rookgas brandveilig is; +c. de opstelling van het verbrandingstoestel met inbegrip van een aansluitleiding tussen het toestel en de voorziening voor de afvoer van rookgas brandveilig is; d. de voorziening voor afvoer van rookgas doeltreffend is gereinigd, en e. het verbrandingstoestel met een aansluitmogelijkheid op een voorziening voor afvoer van rookgas adequaat op de voorziening is aangesloten. @@ -5919,36 +5020,29 @@ b. bij brand een gevaarlijke situatie wordt veroorzaakt. Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 7.11 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | | | Hulp bij ontruiming bij brand | deuren in vluchtroutes | opstelling zitplaatsen en verdere inrcihting | gangpaden | beperking van gevaar voor letsel | restrisico veilig vluchten bij brand | | | | | | | | | | | | | | | | -| | | artikel | 7.11a | 7.12 | 7.13 | 7.14 | 7.15 | 7.16 | | | | | | | | | | | | | | | | -| | | lid | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | * | -| | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | woonfunctie voor zorg | 1 | 2 | 1 | 2 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | * | -| | b | andere woonfunctie | – | – | 1 | – | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | * | -| 2 | Bijeenkomstfunctie | 1 | – | 1 | 2 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | – | * | | -| 3 | Celfunctie | 1 | – | 1 | 2 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | – | * | | -| 4 | Gezondheidszorgfunctie | 1 | – | 1 | 2 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | – | * | | -| 5 | Industriefunctie | 1 | – | 1 | 2 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | – | * | | -| 6 | Kantoorfunctie | 1 | – | 1 | 2 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | – | * | | -| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | in een logiesgebouw | 1 | – | 1 | 2 | – | 4 | – | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | * | -| | b | andere logiesfunctie | 1 | – | 1 | 2 | – | 4 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | * | -| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | – | 1 | 2 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | – | * | | -| 9 | Sportfunctie | 1 | – | 1 | 2 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | – | * | | -| 10 | Winkelfunctie | 1 | – | 1 | 2 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | – | * | | -| 11 | Overige gebruiksfunctie | – | – | 1 | 2 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | – | * | | -| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | -| | a | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | – | – | 1 | – | – | – | 5 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | * | -| | b | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | – | – | 1 | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | – | * | - -### Artikel 7.11a - -**1.** In een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20, in een bouwwerk met een vergunning voor brandveilig gebruik en in een bouwwerk waarvoor een gebruiksmelding als bedoeld in artikel 1.18 is gedaan zijn voldoende personen aangewezen om de ontruiming bij brand voldoende snel te laten verlopen. - -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op een woonfunctie voor zorg met zorg op afspraak of met zorg op afroep, als bedoeld in bijlage I. +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | deuren in vluchtroutes | opstelling zitplaatsen en verdere inrichting | gangpaden | beperking van gevaar voor letsel | restrisico veilig vluchten bij brand | | | | | | | | | | | | | | +| | | artikel | 7.12 | 7.13 | 7.14 | 7.15 | 7.16 | | | | | | | | | | | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 3 | 4 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | * | +| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | woonfunctie voor zorg | 1 | 2 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | * | +| | b | andere woonfunctie | 1 | – | 3 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | – | * | +| 2 | Bijeenkomstfunctie | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | – | * | | +| 3 | Celfunctie | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | – | * | | +| 4 | Gezondheidszorgfunctie | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | – | * | | +| 5 | Industriefunctie | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | – | * | | +| 6 | Kantoorfunctie | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | – | * | | +| 7 | Logiesfunctie | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | in een logiesgebouw | 1 | 2 | – | 4 | – | – | – | – | – | – | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | 5 | * | +| | b | andere logiesfunctie | 1 | 2 | – | 4 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | * | +| 8 | Onderwijsfunctie | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | – | * | | +| 9 | Sportfunctie | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | – | * | | +| 10 | Winkelfunctie | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | – | * | | +| 11 | Overige gebruiksfunctie | 1 | 2 | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | – | * | | +| 12 | Bouwwerk geen gebouw zijnde | | | | | | | | | | | | | | | | | | | | +| | a | wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m | 1 | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | – | * | +| | b | ander bouwwerk geen gebouw zijnde | 1 | – | – | – | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 1 | 2 | 1 | 2 | 3 | – | – | * | ### Artikel 7.12 @@ -5960,17 +5054,15 @@ Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 7.11 voorschriften zijn aangewezen, **4.** Het eerste lid geldt niet voor een vluchtroute in een logiesverblijf. -**5.** In afwijking van het eerste lid kan een deur op een vluchtroute in een tunnel worden ontgrendeld met een automatische ontgrendeling. - ### Artikel 7.13 **1.** De inrichting van een ruimte is zodanig dat: -a. voor elke persoon zonder zitplaats ten minste 0,25 m^2 vloeroppervlakte beschikbaar is; -b. voor elke persoon met zitplaats ten minste 0,3 m^2 vloeroppervlakte beschikbaar is, indien geen inventaris kan verschuiven of omvallen als gevolg van gedrang; -c. voor elke persoon met zitplaats ten minste 0,5 m^2 vloeroppervlakte beschikbaar is, indien inventaris kan verschuiven of omvallen als gevolg van gedrang. +a. voor elke persoon zonder zitplaats ten minste 0,25 m^2 vloeroppervlakte beschikbaar is; +b. voor elke persoon met zitplaats ten minste 0,3 m^2 vloeroppervlakte beschikbaar is, indien geen inventaris kan verschuiven of omvallen als gevolg van gedrang; +c. voor elke persoon met zitplaats ten minste 0,5 m^2 vloeroppervlakte beschikbaar is, indien inventaris kan verschuiven of omvallen als gevolg van gedrang. Bij de berekening van de per persoon beschikbare vloeroppervlakte wordt uitgegaan van de vloeroppervlakte aan verblijfsruimte na aftrek van de oppervlakte van de inventaris. @@ -5986,21 +5078,21 @@ Bij de berekening van de per persoon beschikbare vloeroppervlakte wordt uitgegaa Een rij zitplaatsen die aan beide einden op een gangpad of uitgang uitkomt, heeft ten hoogste: -a. 16 zitplaatsen indien de vrije ruimte, bedoeld in het derde lid, niet groter is dan 0,45 m en de breedte van de vrije doorgang van het gangpad of van de uitgang ten minste 0,6 m is; -b. 32 zitplaatsen indien de vrije ruimte, bedoeld in het derde lid, groter is dan 0,45 m en de breedte van de vrije doorgang van het gangpad of van de uitgang ten minste 0,6 m is; -c. 50 zitplaatsen indien de vrije ruimte, bedoeld in het derde lid, groter is dan 0,45 m en de breedte van de vrije doorgang van het gangpad of van de uitgang ten minste 1,1 m is. +a. 16 zitplaatsen indien de vrije ruimte, bedoeld in het derde lid, niet groter is dan 0,45 m en de breedte van de vrije doorgang van het gangpad of van de uitgang ten minste 0,6 m is; +b. 32 zitplaatsen indien de vrije ruimte, bedoeld in het derde lid, groter is dan 0,45 m en de breedte van de vrije doorgang van het gangpad of van de uitgang ten minste 0,6 m is; +c. 50 zitplaatsen indien de vrije ruimte, bedoeld in het derde lid, groter is dan 0,45 m en de breedte van de vrije doorgang van het gangpad of van de uitgang ten minste 1,1 m is. ### Artikel 7.14 -**1.** Gangpaden tussen stands, kramen, schappen, podia en andere inrichtingselementen in een voor publiek toegankelijke ruimte zijn ten minste 1,1 m breed. +**1.** Gangpaden tussen stands, kramen, schappen, podia en andere inrichtingselementen in een voor publiek toegankelijke ruimte zijn ten minste 1,1 m breed. **2.** Voor een uitgang in een ruimte als bedoeld in het eerste lid is een vrije vloeroppervlakte met een lengte en een breedte van ten minste de breedte van deze uitgang. ### Artikel 7.15 -**1.** Tegen of onder het plafond aangebracht glas is veiligheidsglas of glas voorzien van een ingegoten kruiswapening met een maximale maaswijdte van 0,016 m. +**1.** Tegen of onder het plafond aangebracht glas is veiligheidsglas of glas voorzien van een ingegoten kruiswapening met een maximale maaswijdte van 0,016 m. -**2.** Textiel, folie of papier in horizontale toepassing is onderspannen met metaaldraad op een onderlinge afstand van ten hoogste 0,35 m, of metaaldraad in twee richtingen met een maximale maaswijdte van 0,7 m. +**2.** Textiel, folie of papier in horizontale toepassing is onderspannen met metaaldraad op een onderlinge afstand van ten hoogste 0,35 m, of metaaldraad in twee richtingen met een maximale maaswijdte van 0,7 m. **3.** Aankleding in een besloten ruimte mag bij brand geen druppelvorming geven boven een gedeelte van een vloer bestemd voor gebruik door personen. @@ -6026,31 +5118,29 @@ c. het redden van personen of dieren bij brand wordt belemmerd. Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 7.17 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften. -| gebruiksfunctie | leden van toepassing | | | | | | | | | | | | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| | | | overbewoning | asbestvezels en formaldehyde | bouwvalligheid | zindelijke staat | restrisico | kooldioxidemelder | | | | | -| | | artikel | 7.18 | 7.19 | 7.20 | 7.21 | 7.22 | 7.23 | | | | | -| | | lid | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | * | * | * | 1 | 2 | -| | | | | | | | | | | | | | -| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | | | -| | a | woonwagen | – | 2 | 3 | 1 | 2 | * | * | * | – | – | -| | b | andere woonfunctie | 1 | – | 3 | 1 | 2 | * | * | * | – | – | -| 8 | Onderwijsfunctie | – | – | – | 1 | 2 | * | * | * | 1 | 2 | | -| Alle hier niet boven genoemde gebruiksfuncties | – | – | – | 1 | 2 | * | * | * | – | – | | | +| gebruiksfunctie | leden van toepassing | | | | | | | | | | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| | | | overbewoning | asbestvezels en formaldehyde | bouwvalligheid | zindelijke staat | restrisico | | | | +| | | artikel | 7.18 | 7.19 | 7.20 | 7.21 | 7.22 | | | | +| | | lid | 1 | 2 | 3 | 1 | 2 | * | * | * | +| 1 | Woonfunctie | | | | | | | | | | +| | a | woonwagen | – | 2 | 3 | 1 | 2 | * | * | * | +| | b | andere woonfunctie | 1 | – | 3 | 1 | 2 | * | * | * | +| Alle hier niet boven genoemde gebruiksfuncties | – | – | – | 1 | 2 | * | * | * | | | ### Artikel 7.18 -**1.** Een woonfunctie wordt niet bewoond door meer dan één persoon per 12 m^2 gebruiksoppervlakte. +**1.** Een woonfunctie wordt niet bewoond door meer dan één persoon per 12 m^2 gebruiksoppervlakte. -**2.** Een woonwagen wordt niet bewoond door meer dan één persoon per 6 m^2 gebruiksoppervlakte. +**2.** Een woonwagen wordt niet bewoond door meer dan één persoon per 6 m^2 gebruiksoppervlakte. **3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een woonfunctie waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden. ### Artikel 7.19 -**1.** De concentratie van asbestvezels in een voor personen toegankelijke ruimte van een bestaand bouwwerk is niet groter dan 2.000 vezels/ m^3, bepaald volgens NEN 2991. +**1.** De concentratie van asbestvezels in een voor personen toegankelijke ruimte van een bestaand bouwwerk is niet groter dan 100.000 ve/m^3, bepaald volgens NEN 2991. -**2.** De concentratie van formaldehyde in een voor personen toegankelijke ruimte van een bouwwerk is niet groter dan 120 μg/m^3, bepaald volgens NEN-EN-ISO 16.000-2. +**2.** De concentratie van formaldehyde in een voor personen toegankelijke ruimte van een bouwwerk is niet groter dan 120 μg/m^3, bepaald volgens NEN-EN-ISO 16.000-2. ### Artikel 7.20 @@ -6069,12 +5159,6 @@ b. overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de gebruikers van het bouwwerk, c. op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, stof of vocht of irriterend materiaal wordt verspreid of overlast wordt veroorzaakt door geluid en trilling, elektrische trilling daaronder begrepen, of door schadelijk of hinderlijk gedierte, dan wel door verontreiniging van het bouwwerk, open erf of terrein, of d. instortings-, omval- of ander gevaar wordt veroorzaakt. -### Artikel 7.23 - -**1.** Een verblijfsruimte in een onderwijsfunctie voor basisonderwijs heeft een kooldioxidemeter. - -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het in het eerste lid bepaalde. - ## Hoofdstuk 8. Bouw- en sloopwerkzaamheden ### Afdeling 8.1. Het voorkomen van onveilige situaties en het beperken van hinder tijdens het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden @@ -6087,77 +5171,50 @@ d. instortings-, omval- of ander gevaar wordt veroorzaakt. ### Artikel 8.2 -**1.** - Bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden worden maatregelen getroffen ter voorkoming van: a. letsel van personen op een aangrenzend perceel of een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen; b. letsel van personen die het bouw- of sloopterrein onbevoegd betreden, en c. beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere al dan niet roerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen. -**2.** Bij bouw- en sloopplaatsen van een te bouwen of te slopen gebouw wordt een veiligheidsafstand vrijgehouden bepaald volgens paragraaf 6.2 van de Landelijke richtlijn Bouw- en sloopveiligheid, versie 1.2 augustus 2018. - ### Artikel 8.3 -**1.** Bedrijfsmatige bouw- of sloopwerkzaamheden worden op werkdagen en op zaterdag tussen 7.00 uur en 19.00 uur uitgevoerd. +De op grond van artikel 8.2 te treffen maatregelen worden op aanwijzing van het bevoegd gezag vastgelegd in een bouw- of sloopveiligheidsplan. De maatregelen hebben ten minste betrekking op: -**2.** - -Bij het uitvoeren van de werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid worden de in tabel 8.3 aangegeven dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur niet overschreden. - -| Dagwaarde | ≤60 dB(A) | >60 dB(A) | >65 dB(A) | >70 dB(A) | >75 dB(A) | >80 dB(A) | -| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | -| maximale blootstellingsduur | onbeperkt | 50 dagen | 30 dagen | 15 dagen | 5 dagen | 0 dagen | - -**3.** Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het eerste en tweede lid. Onverkort het gestelde in de ontheffing, wordt bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden gebruik gemaakt van de best beschikbare stille technieken. - -**4.** Indien het bevoegd gezag met betrekking tot het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden beleidsregels als bedoeld in titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht heeft vastgesteld, is in afwijking van het derde lid geen ontheffing vereist indien het uitvoeren van de werkzaamheden voldoet aan die beleidsregels en het bevoegd gezag ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van die werkzaamheden in kennis is gesteld van de aanvang van de werkzaamheden. +a. de afscheiding en afsluiting van het bouw- of sloopterrein; +b. de bereikbaarheid en bruikbaarheid van bluswater- en andere openbare voorzieningen; +c. het stallen, afsluiten of opbergen van machines, werktuigen, materialen en installaties op zodanige wijze dat onbevoegden daar geen toegang toe hebben; +d. het waarborgen van de verkeersveiligheid; +e. het voorkomen van vallende objecten, en +f. de nadere voorwaarden als bedoeld in artikel 1.29. ### Artikel 8.4 -**1.** Trillingen veroorzaakt door het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden bedragen in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en in verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, van het Besluit geluidhinder niet meer dan de trillingsterkte, genoemd in tabel 4 van de Meet- en beoordelingsrichtlijn deel B «Hinder voor personen in gebouwen» 2006. +**1.** -**2.** Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van de trillingsterkte, bedoeld in het eerste lid. +Bouw- of sloopwerkzaamheden die een geluidniveau veroorzaken van ten minste 60 dB(A) op de gevel van een aangrenzende woonfunctie of van een aangrenzende gebruiksfunctie op een ander perceel, worden op werkdagen tussen 7:00 uur en 19:00 uur uitgevoerd. Bij het uitvoeren van die werkzaamheden worden de in tabel 8.4 aangegeven dagwaarden en de bij die dagwaarden aangegeven maximale blootstellingsduur in dagen dat de dagwaarde is bereikt niet overschreden. + +| dagwaarde | ≤ 60 dB(A) | > 60 dB(A) | > 65 dB(A) | > 70 dB(A) | > 75 – ≤ 80 dB(A) | +| --- | --- | --- | --- | --- | --- | +| maximale blootstellingsduur | onbeperkt | 50 dagen | 30 dagen | 15 dagen | 5 dagen | + +**2.** Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het eerste lid. Indien met een ontheffing van het bevoegd gezag bouw- of sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd op werkdagen tussen 19:00 uur en 7:00 uur en op zaterdag, zondag of feestdagen wordt onverkort het gestelde in de ontheffing gebruik gemaakt van de akoestisch bezien best beschikbare stille technieken en meest gunstige werkwijze. + +**3.** De in tabel 8.4 aangegeven waarden gelden op gevels als bedoeld in artikel 1 juncto artikel 1b, vijfde lid, van de Wet geluidhinder van woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als andere geluidsgevoelige gebouwen en op de grens van terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen. ### Artikel 8.5 -Tijdens het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden worden maatregelen getroffen om visueel waarneembare stofverspreiding buiten het bouw- of sloopterrein te voorkomen. +**1.** Trillingen veroorzaakt door het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden bedragen in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en in verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel e, van het Besluit geluidhinder niet meer dan de trillingsterkte, genoemd in tabel 4 van de Meet- en beoordelingsrichtlijn deel B «Hinder voor personen in gebouwen» 2006. + +**2.** Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van de trillingsterkte, bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 8.6 -Het bemalen van bouwputten, leidingsleuven en andere tijdelijke ontgravingen ten behoeve van bouwwerkzaamheden leidt niet tot een zodanige wijziging van de grondwaterstand dat gevaar kan ontstaan voor de veiligheid van belendingen. +Tijdens het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden worden maatregelen getroffen om visueel waarneembare stofverspreiding buiten het bouw- of sloopterrein te voorkomen. ### Artikel 8.7 -De op grond van de artikelen 8.2 tot en met 8.6 te treffen maatregelen worden op aanwijzing van het bevoegd gezag vastgelegd in een veiligheidsplan. Het plan bevat ter beoordeling door het bevoegd gezag: - -a. ten minste een tekening waaruit de bouw- of sloopplaatsinrichting blijkt met: - -1° de toegang tot de bouw- of sloopplaats inclusief begrenzing, afscheiding en afsluiting van de bouw- of sloopplaats; -2° de ligging van het perceel waarop gebouwd of gesloopt wordt en de omliggende wegen en bouwwerken; -3° de situering van het te bouwen of te slopen bouwwerk; -4° de aan- en afvoerwegen; -5° de laad-, los- en hijszones; -6° de plaats van bouwketen; -7° de in of op de bodem van het perceel aanwezige leidingen; -8° de plaats van machines, werktuigen en ander hulpmaterieel en opslag van materialen; -9° de bereikbaarheid van bluswater- en andere veiligheidsvoorzieningen; -b. gegevens en bescheiden over de toe te passen bouw- of sloopmethodiek en de toe te passen materialen, materieel, hulp- en beveiligingsmiddelen bij de bouw- of sloopwerkzaamheden; -c. indien een bouwput wordt gemaakt: - -1° de hoofdopzet van de verticale bouwputafscheiding en de bouwputbodem; -2° de uitgangspunten voor een bemalingsplan; -3° de uitgangspunten voor een monitoringsplan ter voorkoming van schade aan naburige bouwwerken; -d. een rapport van een akoestisch onderzoek, indien aannemelijk is dat de dagwaarde vanwege het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden meer bedraagt of de maximale blootstellingsduur in dagen langer duurt dan de waarden, bedoeld in artikel 8.3, tweede en derde lid, of indien aannemelijk is dat niet wordt voldaan aan de beleidsregels als bedoeld in artikel 8.3, vierde lid; -e. een rapport van een trillingenonderzoek, indien aannemelijk is dat het uitvoeren van de bouw- of sloopwerkzaamheden een grotere trillingssterkte veroorzaakt dan de trillingssterkte bedoeld in artikel 8.4, eerste lid; -f. de naam en contactgegevens van diegene die het treffen van de maatregelen, bedoeld in artikel 8.2, coördineert. - -### Artikel 8.7a - -Bij het aanbrengen van gespoten PUR-schuim in de kruipruimte van een woonfunctie: - -a. zijn tijdens het aanbrengen van het gespoten PUR-schuim en ten minste twee uur na afloop van de werkzaamheden in de woonfunctie geen andere personen aanwezig dan de personen die het gespoten PUR-schuim aanbrengen; en -b. wordt tijdens het aanbrengen de kruipruimte geventileerd met ten minste een ventilatiecapaciteit van 30 keer het volume van de kruipruimte per uur. +Het bemalen van bouwputten, leidingsleuven en andere tijdelijke ontgravingen ten behoeve van bouwwerkzaamheden leidt niet tot een zodanige wijziging van de grondwaterstand dat gevaar kan ontstaan voor de veiligheid van belendingen. ### Afdeling 8.2. Afvalscheiding @@ -6175,55 +5232,39 @@ Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de te scheid ### Artikel 9.1 -**1.** Op een aanvraag om vergunning voor het bouwen, ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, alsmede op enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing over een dergelijke aanvraag, blijven de voorschriften van het Bouwbesluit 2003, het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken, paragraaf 2 van het Besluit aanvullende regels veiligheid wegtunnels, de bouwverordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet en de daarop berustende bepalingen van toepassing, zoals deze luidden op het tijdstip waarop de aanvraag werd ingediend. +**1.** Op een aanvraag om vergunning voor het bouwen, ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, alsmede op enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing over een dergelijke aanvraag, blijven de voorschriften van het Bouwbesluit 2003, het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken, paragraaf 2 van het Besluit aanvullende regels veiligheid wegtunnels, de bouwverordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet en de daarop berustende bepalingen van toepassing, zoals deze luidden op het tijdstip waarop de aanvraag werd ingediend. **2.** Op een aanvraag om vergunning voor brandveilig gebruik, ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, alsmede op enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing over een dergelijke aanvraag, blijven de voorschriften van het Bouwbesluit 2003, het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken en de daarop berustende bepalingen van toepassing, zoals deze luidden op het tijdstip waarop de aanvraag werd ingediend. -**3.** Op een aanvraag om omgevingsvergunning voor het slopen als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder a, van de Wabo, ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, alsmede met betrekking tot enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing over een dergelijke aanvraag, blijven de voorschriften van de bouwverordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet en de daarop berustende bepalingen van toepassing, zoals deze luidden op het tijdstip waarop de aanvraag werd ingediend. Een dergelijke vergunning wordt aangemerkt als een sloopmelding als bedoeld in artikel 1.26. +**3.** Op een aanvraag om omgevingsvergunning voor het slopen als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder a, van de Wabo, ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, alsmede met betrekking tot enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing over een dergelijke aanvraag, blijven de voorschriften van de bouwverordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet en de daarop berustende bepalingen van toepassing, zoals deze luidden op het tijdstip waarop de aanvraag werd ingediend. In een dergelijk geval behoeft geen sloopmelding als bedoeld in artikel 1.26 te worden gedaan. -**4.** Op een gebruiksmelding als bedoeld in artikel 2.12.1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken, gedaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, alsmede op enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing over een dergelijke melding, blijven de voorschriften van het Bouwbesluit 2003, het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken en de daarop berustende bepalingen van toepassing, zoals deze luidden op het tijdstip waarop de melding werd gedaan. Een dergelijke melding wordt aangemerkt als een gebruiksmelding als bedoeld in artikel 1.18. +**4.** Op een gebruiksmelding als bedoeld in artikel 2.12.1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken, gedaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, alsmede op enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing over een dergelijke melding, blijven de voorschriften van het Bouwbesluit 2003, het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken en de daarop berustende bepalingen van toepassing, zoals deze luidden op het tijdstip waarop de melding werd gedaan. Een dergelijke melding wordt behandeld als een gebruiksmelding als bedoeld in artikel 1.18. -**5.** Op een door de bouwverordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet vereiste sloopmelding, gedaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, alsmede op enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing over een dergelijke melding, blijven de voorschriften van de bouwverordening en de daarop berustende bepalingen van toepassing, zoals deze luidden op het tijdstip waarop de melding werd gedaan. Een dergelijke melding wordt aangemerkt als een sloopmelding als bedoeld in artikel 1.26. - -**6.** Op een aanvraag om vergunning voor het bouwen of voor brandveilig gebruik, een gebruiksmelding of een sloopmelding, gedaan voor het tijdstip waarop een wijziging van dit besluit in werking treedt, alsmede met betrekking tot enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing omtrent een dergelijke aanvraag of melding, blijven de voorschriften van dit besluit en de daarop berustende bepalingen van toepassing, die golden op het tijdstip waarop de aanvraag of melding werd gedaan. +**5.** Op een door de bouwverordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet vereiste sloopmelding, gedaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, alsmede op enig bezwaar of beroep, ingesteld tegen een beslissing over een dergelijke melding, blijven de voorschriften van de bouwverordening en de daarop berustende bepalingen van toepassing, zoals deze luidden op het tijdstip waarop de melding werd gedaan. Een dergelijke melding wordt behandeld als een sloopmelding als bedoeld in artikel 1.26. ### Artikel 9.2 -**1.** Zolang het aantal personen dat in een bouwwerk of een gedeelte daarvan aanwezig is niet groter is dan het onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit toegestane aantal personen in dat bouwwerk of gedeelte daarvan blijven de artikelen 1.2, eerste lid, voor zover dit betrekking heeft op de bij of krachtens hoofdstuk 2 gestelde eisen, en 6.25, derde lid, buiten toepassing. +**1.** Zolang het aantal personen dat in een bouwwerk of een gedeelte daarvan aanwezig is niet groter is dan het onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit toegestane aantal personen in dat bouwwerk of gedeelte daarvan blijven de artikelen 1.2, eerste lid, voor zover dit betrekking heeft op de bij of krachtens hoofdstuk 2 gestelde eisen, en 6.25, derde lid, buiten toepassing. **2.** Zolang de indeling van een bouwwerk of een gedeelte daarvan niet verandert en het aantal personen in dat bouwwerk of gedeelte niet groter is dan het onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit toegestane aantal personen blijft op dat bouwwerk of gedeelte artikel 6.3 buiten toepassing indien dat bouwwerk of dat gedeelte daarvan voldoet aan de artikelen 2.66 en 2.67 van het Bouwbesluit 2003 zoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit. -**3.** Voor wegtunnels met een tunnellengte van meer dan 250 m die zijn opengesteld voor 29 juni 2006 blijven de voorschriften van dit besluit en de daarop rustende bepalingen tot 1 mei 2019 buiten toepassing. +**3.** Voor wegtunnels met een tunnellengte van meer dan 250 m die zijn opengesteld voor 29 juni 2006 blijven de voorschriften van dit besluit en de daarop rustende bepalingen tot 1 mei 2014 buiten toepassing. -**4.** Afdeling 4.11 van het Bouwbesluit 2003 zoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van de inwerkingtreding van dit besluit blijft tot 1 april 2022 van toepassing tenzij in het op het bouwen van toepassing zijnde bestemmingsplan voorschriften over stallingruimte voor fietsen zijn opgenomen. +**4.** Afdeling 4.11 van het Bouwbesluit 2003 zoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van de inwerkingtreding van dit besluit blijft tot 1 januari 2017 van toepassing tenzij in het op het bouwen van toepassing zijnde bestemmingsplan voorschriften over stallingsruimte voor fietsen zijn opgenomen. **5.** Een voor het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt afgegeven document als bedoeld in artikel 2.1.7 van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken zoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, geldt voor zover de geldigheidsduur van dit document niet is verstreken als een geldig document zoals bedoeld in artikel 1.17 van dit besluit. -**6.** Met een geldig certificaat als bedoeld in de artikelen 6.20, zesde lid, en 6.23, vierde lid, wordt gelijkgesteld een voor 1 januari 2015 afgegeven document als bedoeld in artikel 2.2.1, negende lid, van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken zoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan 1 april 2012, voor zover de geldigheidsduur van dat document niet is verstreken. +**6.** Met een geldig certificaat als bedoeld in de artikelen 6.20, zesde lid, respectievelijk 6.32, eerste en tweede lid, wordt gelijkgesteld een voor 1 januari 2015 afgegeven document als bedoeld in de artikelen 2.2.1, negende lid, 2.3.9 en 2.5.1 van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken zoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, voor zover de geldigheidsduur van dit document niet is verstreken. -**7.** Met een geldig certificaat als bedoeld in artikel 6.32, eerste en tweede lid, wordt gelijkgesteld een voor 1 januari 2015 afgegeven document als bedoeld in de artikelen 2.3.9 en 2.5.1 van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken zoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan 1 april 2012, voor zover de geldigheidsduur van dat document niet is verstreken. +**7.** Op een verbindingsweg als bedoeld in artikel 6.37, een opstelplaats voor brandweervoertuigen als bedoeld in artikel 6.38 en een route als bedoeld in artikel 6.49 naar of bij een bouwwerk voor de bouw waarvan voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, blijven de voorschriften van de bouwverordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet, en de daarop berustende bepalingen van toepassing, zoals deze luidden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit. -**8.** Op een verbindingsweg als bedoeld in artikel 6.37, een opstelplaats voor brandweervoertuigen als bedoeld in artikel 6.38 en een route als bedoeld in artikel 6.49 naar of bij een bouwwerk voor de bouw waarvan voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, blijven de voorschriften van de bouwverordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet, en de daarop berustende bepalingen van toepassing, zoals deze luidden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit. +**8.** Op een op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit bestaande bijeenkomstfunctie voor kinderopvang blijft paragraaf 3.10.2 van het Bouwbesluit 2003 zoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, tot 1 april 2017 van toepassing. -**9.** Op een route vanaf de openbare weg naar een woongebouw zonder een toegankelijkheidssector als bedoeld in artikel 4.27, derde lid, die is aangelegd voor 1 januari 2022, en op een route vanaf de openbare weg naar een gebouw zonder een toegankelijkheidssector als bedoeld in artikel 4.27, zesde lid, die is aangelegd voor 1 juli 2021, of waarvoor voor de genoemde data een omgevingsvergunning voor het bouwen is aangevraagd, zijn de artikelen 6.48 en 6.49 niet van toepassing. - -**10.** Op een bouwwerk met een toegankelijkheidssector blijven de artikelen 6.48 en 6.49 van toepassing zoals deze luidden onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop artikel II, onderdeel AA, van het Besluit houdende aanpassing van het Bouwbesluit 2012 en het Besluit bouwwerken leefomgeving in verband met het regelen van de veiligheidscoördinator directe omgeving en enkele andere wijzigingen in werking treedt. - -**11.** Op een op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit bestaande bijeenkomstfunctie voor kinderopvang blijft paragraaf 3.10.2 van het Bouwbesluit 2003 zoals dit luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, tot 1 april 2017 van toepassing. - -**12.** Indien en voor zover in een gemeente onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit op grond van de bouwverordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet, en de daarop berustende bepalingen voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, dan blijft deze aansluitplicht voor dat gebied van toepassing. - -**13.** Met een keuring als bedoeld in artikel 6.61, eerste tot en met vijfde lid, wordt tot en met 10 maart 2022 gelijkgesteld een keuring als bedoeld in artikel 3.10p van het Activiteitenbesluit milieubeheer, waarbij een keuring als bedoeld in dat besluit wordt toepast op systemen met een nominaal vermogen van meer dan 70 kW. - -**14.** Artikel 1.35, eerste lid, is niet van toepassing op werkzaamheden die aangevangen zijn voor het tijdstip waarop artikel I van het Besluit van 14 september 2020 houdende wijziging van het Bouwbesluit 2012, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit in verband met de introductie van een stelsel van certificering voor werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties in werking is getreden. - -**15.** Met een keuring als bedoeld in artikel 6.62, eerste tot en met vijfde lid, wordt tot en met 10 maart 2022 gelijkgesteld een keuring als bedoeld in afdeling 3a.1 van het Besluit energieprestatie gebouwen zoals dat gold op 9 maart 2020, waarbij de keuring als bedoeld in dat besluit slechts hoeft te worden toepast op systemen met een nominaal vermogen van meer dan 70 kW. - -**16.** Artikel 5.11, eerste lid, is niet van toepassing op een kantoorgebouw met een geldig energielabel als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit energieprestatie gebouwen zoals dat gold op 31 december 2020, met een energie-index van 1,3 of beter. +**9.** Indien en voor zover in een gemeente onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit op grond van de bouwverordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet, en de daarop berustende bepalingen voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, dan blijft deze aansluitplicht voor dat gebied van toepassing. ### Artikel 9.3 -**1.** Het Bouwbesluit 2003 met uitzondering van afdeling 5.3, het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken en paragraaf 2 van het Besluit aanvullende regels veiligheid wegtunnels worden ingetrokken. +**1.** Het Bouwbesluit 2003 met uitzondering van afdeling 5.3, het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken en paragraaf 2 van het Besluit aanvullende regels veiligheid wegtunnels worden ingetrokken. **2.** Afdeling 5.3 van het Bouwbesluit 2003 wordt ingetrokken op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.