2011-08-01 | BWBR0002399 | Wet op het voortgezet onderwijs
This commit is contained in:
parent
a53160c7a4
commit
27f36373e7
1 changed files with 21 additions and 25 deletions
|
|
@ -65,6 +65,8 @@ b. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld, tenzij
|
|||
|
||||
«kerndoelen»: de op grond van artikel 11b vastgestelde na te streven inhoudelijke doelstellingen voor het onderwijsprogramma voor de eerste twee leerjaren, bedoeld in artikel 11c, gericht op het verwerven door leerlingen van kennis, inzicht en vaardigheden;
|
||||
|
||||
maatschappelijke stage: stage gericht op het verwerven van vaardigheden ten behoeve van het functioneren in de maatschappij, bestaande uit onbezoldigde vrijwilligersactiviteiten, niet zijnde de stage bedoeld in artikel 22, derde lid, onderdeel d;
|
||||
|
||||
meldingsregister relatief verzuim: meldingsregister relatief verzuim als bedoeld in artikel 24h van de Wet op het onderwijstoezicht;
|
||||
|
||||
«College voor examens»: College voor examens als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor examens.
|
||||
|
|
@ -148,6 +150,10 @@ Onderwijs in lichamelijke opvoeding, bestaande uit praktische bewegingsactivitei
|
|||
|
||||
**2.** Onder lesmateriaal wordt verstaan: lesmateriaal dat naar vorm en inhoud is gericht op informatieoverdracht in onderwijsleersituaties en waarvan het gebruik binnen het onderwijsaanbod door het bevoegd gezag specifiek voor het desbetreffende leerjaar is voorgeschreven.
|
||||
|
||||
### Artikel 6f
|
||||
|
||||
Een onderwijsprogramma in het voortgezet onderwijs omvat mede een maatschappelijke stage.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs is het onderwijs dat is ingericht ter voorbereiding op aansluitend wetenschappelijk onderwijs en dat mede algemene vorming omvat. Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs wordt gegeven aan scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs. Deze worden onderscheiden in gymnasia en athenea, elk met een cursusduur van zes jaren.
|
||||
|
|
@ -304,8 +310,9 @@ Onverminderd het zesde en zevende lid, kan bij algemene maatregel van bestuur wo
|
|||
|
||||
Een leer-werktraject omvat in elk geval:
|
||||
|
||||
a. Nederlandse taal, en
|
||||
b. een beroepsgericht programma.
|
||||
a. Nederlandse taal,
|
||||
b. een maatschappelijke stage, en
|
||||
c. een beroepsgericht programma.
|
||||
|
||||
**3.** Het bevoegd gezag kan, na overleg met de leerling of diens wettelijk vertegenwoordiger, beslissen dat het leer-werktraject voor die leerling eveneens een of meer andere vakken van de basisberoepsgerichte leerweg omvat.
|
||||
|
||||
|
|
@ -551,7 +558,7 @@ In afwijking van artikel 11c, eerste lid, onder b, wordt het praktijkonderwijs z
|
|||
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag van een school voor praktijkonderwijs kan, met inachtneming van de tweede volzin van het derde lid en van lid 3a, indien dat ten behoeve van de leerling noodzakelijk is, bij het aanbieden van dat onderwijs afwijken van de voorschriften, gegeven bij of krachtens de artikelen 11a tot en met 11c, 22 en 29.
|
||||
|
||||
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld met betrekking tot de vakken die het praktijkonderwijs omvat, alsmede met betrekking tot het aantal uren dat het onderricht in de praktijk van de uitoefening van een vak of beroep gedurende een schoolweek ten hoogste omvat.
|
||||
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld met betrekking tot de vakken en de maatschappelijke stage, bedoeld in artikel 6f, die het praktijkonderwijs omvat, alsmede met betrekking tot het aantal uren dat het onderricht in de praktijk van de uitoefening van een vak of beroep gedurende een schoolweek ten hoogste omvat. De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in de eerste volzin, bevat tevens voorschriften omtrent het in uren uitgedrukte tijdsbestek dat door de leerling moet worden besteed aan de maatschappelijke stage, bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
|
||||
**6.** De in het vijfde lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van beide kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -966,7 +973,14 @@ c. in voorkomend geval welk onderwijs de school verzorgt met toepassing van arti
|
|||
|
||||
**2.** De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, houdt voor alle schoolsoorten voorschriften in omtrent de tijd die per cursusjaar ten hoogste voor vakantie mag worden besteed, met dien verstande dat begin en einde van de zomervakantie kunnen worden voorgeschreven.
|
||||
|
||||
**3.** De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, kan, naast het bepaalde in het tweede lid, slechts voorschriften inhouden omtrent voor het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en het hoger algemeen voortgezet onderwijs, het in uren uitgedrukte aantal lessen dat gedurende de cursus in lichamelijke opvoeding ten minste moet worden verzorgd, en
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid kan, naast het bepaalde in het tweede lid, slechts voorschriften inhouden omtrent:
|
||||
|
||||
a. de maatschappelijke stage, bedoeld in artikel 6f, waaronder het in uren uitgedrukte tijdsbestek dat door de leerling daaraan moet worden besteed,
|
||||
b. de mogelijkheid van vrijstelling met betrekking tot categorieën van leerlingen van het volgen van een maatschappelijke stage als bedoeld in artikel 6f en de bevoegdheid van het bevoegd gezag om in individuele gevallen ontheffing te verlenen van het volgen van die stage,
|
||||
c. de buitenschoolse praktijkcomponent van een leer-werktraject als bedoeld in artikel 10b1, en
|
||||
d. de stage in de leerwegen genoemd in de artikelen 10b en 10d.
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
|
|
@ -1030,7 +1044,7 @@ a. de doelen van het onderwijs en de resultaten die met het onderwijsleerproces
|
|||
1°. het percentage leerlingen dat doorstroomt naar een hoger leerjaar of een ander soort onderwijs,
|
||||
2°. het percentage leerlingen dat de school zonder diploma verlaat en het percentage leerlingen dat voor het eindexamen slaagt,
|
||||
b. de wijze waarop aan de zorg voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften en voor leerlingen voor wie een leerlinggebonden budget beschikbaar is, wordt vormgegeven
|
||||
c. de wijze waarop de verplichte onderwijstijd wordt benut, de inrichting van het onderwijsprogramma voor de eerste twee leerjaren waarbij wordt aangegeven of sprake is van vakoverstijgende programmaonderdelen en de inzet van het personeel daarbij,
|
||||
c. de wijze waarop de verplichte onderwijstijd wordt benut, de inrichting van het onderwijsprogramma voor de eerste twee leerjaren waarbij wordt aangegeven of sprake is van vakoverstijgende programmaonderdelen en de inzet van het personeel daarbij alsmede de invulling van de maatschappelijke stage, bedoeld in artikel 6f,
|
||||
d. de geldelijke bijdrage, bedoeld in artikel 27, tweede lid, waarbij een ontwerp van een overeenkomst voor een dergelijke bijdrage, die voldoet aan de eisen die in artikel 27, tweede lid, zijn geformuleerd, in de schoolgids wordt opgenomen,
|
||||
e. de rechten en plichten van de ouders, de voogden, de verzorgers, de leerlingen en het bevoegd gezag, waaronder de informatie over de klachtenregeling, bedoeld in artikel 24b, waarbij wat betreft de leerlingen kan worden volstaan met vermelding van de rechten en plichten opgenomen in het leerlingenstatuut, bedoeld in artikel 24g,
|
||||
f. de wijze waarop het bevoegd gezag omgaat met de in artikel 24, eerste lid, omschreven bijdragen, en
|
||||
|
|
@ -2634,6 +2648,8 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**3.** De gemiddelde personeelslast, die per schoolsoort kan verschillen, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** Naast de bekostiging, bedoeld in het eerste lid, ontvangt het bevoegd gezag een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag per leerling in verband met de maatschappelijke stage, bedoeld in artikel 6f. Het in de eerste volzin bedoelde bedrag kan bij ministeriële regeling worden gewijzigd.
|
||||
|
||||
### Artikel 85a
|
||||
|
||||
**1.** Indien bijzondere ontwikkelingen in het voortgezet onderwijs daartoe aanleiding geven, kunnen bij ministeriële regeling voorschriften worden vastgesteld omtrent het verstrekken van aanvullende bekostiging voor personeelskosten.
|
||||
|
|
@ -3593,26 +3609,6 @@ c. de procedure voor het aanvragen van het geschiktheidsonderzoek en voor afgift
|
|||
|
||||
Het in artikel 118n en het in artikel 118p bedoelde bestuur verstrekken aan Onze Minister alle inlichtingen die deze nodig acht ten behoeve van een goede naleving van deze titel. Het bestuur zendt de inspectie van het onderwijs telkens na zes maanden een overzicht van in die periode afgegeven geschiktheidsverklaringen en bekwaamheidsonderzoeken waaraan met goed gevolg is deelgenomen.
|
||||
|
||||
## Titel IVE. Overgangsbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 118u
|
||||
|
||||
**1.** Personen die in het bezit zijn van een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat ten aanzien van het vak omgangskunde is voldaan aan de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 36, eerste lid, zijn tevens benoembaar of tewerkstelbaar zonder benoeming voor het geven van praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 10f en voor het geven van onderwijs aan groepen van uitsluitend geïndiceerde leerlingen in het leerwegondersteunend onderwijs, bedoeld in artikel 10e, in de vakken Nederlands, Engels, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, biologie (incl. kennis der natuur), verzorging, muziek, handvaardigheid (textiele werkvormen) en tekenen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het eerste lid is uitsluitend van toepassing ten aanzien van personen die:
|
||||
|
||||
a. het in het eerste lid bedoelde getuigschrift hebben behaald na 1 augustus 2006;
|
||||
b. voor 1 september 2012 zijn gestart met de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in het vak omgangskunde aan de Fontys Hogeschool Tilburg, de NHL Hogeschool, de Hogeschool Leiden of de Hogeschool Utrecht; en
|
||||
c. uiterlijk op 31 augustus 2016 met goed gevolg de aanvullende opleiding «Leergang omgangskunde in praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs» met een omvang van ten minste 420 uren studie hebben afgerond aan een van de in onderdeel b genoemde hogescholen.
|
||||
|
||||
### Afdeling VII. Overgangsrecht in verband met de
|
||||
|
||||
### Artikel 118ii
|
||||
|
||||
Artikel 76v.1 is van overeenkomstige toepassing op de school of scholengemeenschap die samen met een vakinstelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs als scholengemeenschap in de zin van de artikelen 2.6 en 12.2.3 WEB is aangemerkt.
|
||||
|
||||
## Titel V. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 119
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue