2009-01-08 | BWBR0023025 | Waterschapsbesluit

This commit is contained in:
Coornhert 2009-01-08 12:00:00 +00:00
parent 7dc92e3c77
commit 27f700c093

View file

@ -948,8 +948,6 @@ In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
*bezoldiging*: bedrag per maand waarop een voorzitter of een lid van het dagelijks bestuur aanspraak kan maken;
*budget*: het totaalbedrag aan exploitatielasten van het waterschap in een begrotingsjaar, zoals dat blijkt uit de begroting van het waterschap, uitgedrukt in miljoenen euros;
*FPU-uitkering*: de uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel en artikel 1.5 van het Pensioenreglement van de Stichting pensioenfonds ABP, waarbij onder de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel wordt verstaan de overeenkomst die is aangegaan op grond van artikel 2 van de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel en onder het Pensioenreglement van de Stichting pensioenfonds ABP wordt verstaan het reglement van die stichting dat is vastgesteld met inachtneming van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP;
*lid van het algemeen bestuur*: lid van het algemeen bestuur van een waterschap, dat niet tevens lid van het dagelijks bestuur van dat waterschap is;
@ -962,7 +960,11 @@ In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
*tijdsbestedingsnorm*: het deel van de werkweek dat de voorzitter in staat dient te worden gesteld aan het voorzitterschap te besteden, uitgedrukt in een percentage van een voltijdsfunctie;
*vergoeding*: een maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden.
*tijdstip van beëindiging van het lidmaatschap van het algemeen bestuur*: tijdstip van beëindiging van het lidmaatschap, bedoeld in de artikelen 23, tweede lid, van de wet, artikel 33, vierde lid, van de wet juncto artikel X 8, eerste tot en met vijfde lid, van de Kieswet, en de artikelen 2.114 en 2.116;
*tijdstip van beëindiging van het lidmaatschap van het dagelijks bestuur*: tijdstip van beëindiging van het lidmaatschap van het algemeen bestuur en het tijdstip van beëindiging, bedoeld in artikel 41, vierde en vijfde lid, van de wet;
*vergoeding*: maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden verbonden aan het lidmaatschap van het algemeen bestuur.
**2.** In dit hoofdstuk wordt onder het provinciaal bestuur onderscheidenlijk (het college van) gedeputeerde staten verstaan het provinciaal bestuur onderscheidenlijk (het college of de colleges van) gedeputeerde staten van de provincie of de provincies waarin het waterschap is gelegen.
@ -970,9 +972,9 @@ In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
### Artikel 3.2
**1.** De vergoeding van een lid van het algemeen bestuur bedraagt 3% van het maximum van de salarisschaal die op grond van de artikelen 3.24 juncto 3.22 en 3.23, geldt voor de voorzitter van het waterschap.
**1.** Aan een lid van het algemeen bestuur wordt een vergoeding toegekend van € 402,53.
**2.** De overgang van het waterschap naar een lagere klasse in verband met de vermindering van het budget, als bedoeld in artikel 3.23, tweede lid, is niet van invloed op de geldende vergoeding van de op het tijdstip van overgang zittende leden van het algemeen bestuur tot hun aftreden.
**2.** Het bedrag van de vergoeding wordt per 1 januari van elk jaar door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties herzien aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar vastgestelde indexcijfer CAO lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen, en bekend gemaakt in de Staatscourant.
### Artikel 3.3
@ -998,9 +1000,7 @@ Het algemeen bestuur kan nadere regels stellen over het ter beschikking stellen
### Artikel 3.8
**1.** Het algemeen bestuur kan bij verordening bepalen dat een lid van het algemeen bestuur ten laste van het waterschap een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering ontvangt van € 175, per jaar.
**2.** Indien de nominale eindejaarsuitkering van het personeel werkzaam bij de sector Rijk wijziging ondergaat, wordt het in het eerste lid genoemde bedrag naar evenredigheid gewijzigd.
Het algemeen bestuur kan bij verordening bepalen dat een lid van het algemeen bestuur ten laste van het waterschap een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering ontvangt van € 175, per jaar.
### Artikel 3.9
@ -1010,17 +1010,17 @@ Het algemeen bestuur kan bij verordening bepalen dat een lid van het algemeen be
**1.** De artikelen van deze paragraaf zijn van overeenkomstige toepassing op het lid van het algemeen bestuur aan wie ingevolge artikel 2.118 tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat, indien toepassing is gegeven aan artikel 3.4, dit lid een uitkering ontvangt voor alle vergaderingen die gedurende het tijdelijk ontslag plaatsvinden of hebben plaatsgevonden.
**2.** In afwijking van artikel 3.5, tweede lid, eindigt de vergoeding niet voor het lid aan wie tijdelijk ontslag is verleend op grond van artikel 2.118.
**2.** Een tijdelijk ontslag als bedoeld in artikel 2.118 wordt niet aangemerkt als beëindiging van het lidmaatschap van het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 3.5, tweede lid.
### Paragraaf 3. Bezoldiging en tegemoetkoming in kosten leden dagelijks bestuur waterschap
### Artikel 3.11
**1.** De bezoldiging van een lid van het dagelijks bestuur bedraagt 20% van het maximum van de salarisschaal die op grond van artikel 3.24 juncto 3.22 en 3.23, geldt voor de voorzitter van het waterschap.
**1.** Een lid van het dagelijks bestuur geniet een bezoldiging van € 3.487,84, met dien verstande dat het totaal van de bezoldiging van de leden van het dagelijks bestuur, met uitzondering van de voorzitter, wordt gesteld op ten hoogste 500% van dit bedrag.
**2.** Op voorstel van de voorzitter van het waterschap kan het algemeen bestuur deze norm, indien de daadwerkelijke tijdsbesteding van het lid van het dagelijks bestuur hoger ligt dan het in het eerste lid bedoelde percentage, verhogen tot ten hoogste 40% en indien het de plaatsvervangend voorzitter betreft tot ten hoogste 45%.
**2.** In afwijking van het eerste lid, kan de bezoldiging van de individuele leden van het dagelijks bestuur op een hoger of lager bedrag worden gesteld, mits het totaal van de bezoldiging, met uitzondering van de voorzitter, niet meer bedraagt dan 500% van het in het eerste lid genoemde bedrag.
**3.** De overgang van een waterschap naar een lagere klasse, bedoeld in artikel 3.23, tweede lid, is niet van invloed op de bezoldiging van het op het tijdstip van overgang in functie zijnde lid van het dagelijks bestuur.
**3.** Als de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk wijziging ondergaat, wordt het in het eerste lid genoemde bedrag overeenkomstig gewijzigd.
### Artikel 3.12
@ -1062,7 +1062,7 @@ kunnen de naar het oordeel van dagelijks bestuur noodzakelijk gemaakte kosten va
### Artikel 3.17
Artikel 3.9 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3.9 en artikel 3.40, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
### Paragraaf 4. Rechtspositie voorzitters waterschappen
@ -1105,40 +1105,23 @@ a. er sprake is van ongeschiktheid tot het uitoefenen van zijn ambt wegens ziekt
b. herstel van zijn ziekte niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel a genoemde termijn van twee jaar te verwachten is, en
c. na een zorgvuldig onderzoek het niet mogelijk is gebleken om de voorzitter binnen het gezagsbereik van Onze Minister andere arbeid aan te bieden, dan wel indien de voorzitter geweigerd heeft deze arbeid te aanvaarden.
**3.** Het ontslag op grond van het eerste lid, onderdelen a, b en c, van dit artikel wordt eervol verleend. Het ontslag op grond van het eerste lid, onderdeel d, van dit artikel wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten.
**3.** Het ontslag op grond van het eerste lid, onderdelen a, b en c, van dit artikel wordt eervol verleend. Het ontslag op grond van het eerste lid, onderdelen d en e, van dit artikel wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten.
**4.** Ten aanzien van het tweede lid is artikel 98, vijfde tot en met tiende lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 3.22
Waterschappen worden, ten behoeve van de vaststelling van de bezoldiging van de voorzitter, naar gelang het budget ingedeeld in de volgende klassen:
Vervallen
### Artikel 3.23
**1.** Overgang van een waterschap naar een hogere klasse in verband met de toeneming van het budget vindt plaats met ingang van het jaar waarin het budget op 1 januari voor de tweede achtereenvolgende maal boven de maximumgrens van de klasse, waarin het waterschap tot dusverre ingedeeld was, gestegen is.
**2.** Overgang van een waterschap naar een lagere klasse in verband met de vermindering van het budget vindt plaats met ingang van het jaar waarin het budget op 1 januari voor de tweede achtereenvolgende maal beneden de minimumgrens van de klasse, waarin het waterschap tot dusverre ingedeeld was, gedaald is.
**3.** Voor waterschappen waarvan het budget ten gevolge van een samenvoeging van waterschappen wijziging heeft ondergaan, vindt de overgang naar een hogere of lagere klasse plaats met ingang van de datum van samenvoeging.
Vervallen
### Artikel 3.24
**1.** De bezoldiging van de voorzitter wordt bepaald op grondslag van de klasse waarin het waterschap op grond van artikel 3.22, onderscheidenlijk 3.23, is ingedeeld.
**1.** De voorzitter geniet een bezoldiging waarvan de hoogte overeenkomt met het maximum van salarisschaal 18, tenzij een tijdsbestedingsnorm is vastgesteld die lager ligt dan 100%. In dat geval is de bezoldiging gelijk aan het bedrag dat naar rato van de tijdsbestedingsnorm is bepaald.
**2.**
De klassen corresponderen met de salarisschalen zoals aangegeven in onderstaande tabel:
| Klasse | Salarisschaal |
| --- | --- |
| 1 | 17 |
| 2 | 18 |
**3.** De bezoldiging van de voorzitter is gelijk aan het maximum van de van toepassing zijnde salarisschaal, tenzij ten aanzien van een waterschap een tijdsbestedingsnorm is vastgesteld die lager ligt dan 100%. Alsdan is de bezoldiging gelijk aan het bedrag dat naar rato van de tijdsbestedingsnorm is bepaald.
**4.** Op verzoek van het algemeen bestuur kan Onze Minister, gedeputeerde staten gehoord, een tijdsbestedingsnorm vaststellen.
**5.** De overgang van een waterschap naar een lagere klasse in verband met de vermindering van het budget is niet van invloed op de hoogte van de bezoldiging van de op dat tijdstip in dienst zijnde voorzitter.
**2.** Op verzoek van het algemeen bestuur kan Onze Minister, gedeputeerde staten gehoord, een tijdsbestedingsnorm vaststellen.
### Artikel 3.25
@ -1146,7 +1129,7 @@ De aanspraak op de bezoldiging begint op de dag dat de benoeming ingaat en eindi
### Artikel 3.26
Bij besluit van het algemeen bestuur kan de voorzitter een ambtstoelage worden toegekend voor de aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten, tot een bedrag dat maximaal 6,25% bedraagt van het maximum van de voor de voorzitter van toepassing zijnde salarisschaal.
Bij besluit van het algemeen bestuur kan de voorzitter een ambtstoelage worden toegekend voor de aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten, tot een bedrag dat maximaal 6,25% bedraagt van het maximum van salarisschaal 18.
### Artikel 3.27
@ -1207,7 +1190,7 @@ Degene die op grond van artikel 51a van de wet, gedurende meer dan dertig dagen
### Artikel 3.36
Aan de voorzitter wordt een ambtsjubileumgratificatie toegekend overeenkomstig de regeling die geldt voor de ambtenaren van het waterschap.
Aan de voorzitter wordt een ambtsjubileumgratificatie en een dienstjubileumgratificatie toegekend overeenkomstig de regeling die geldt voor de ambtenaren van het waterschap.
### Artikel 3.37
@ -1224,13 +1207,16 @@ d. indien de voorzitter op de dag voorafgaand aan de datum van opheffing 58 jaar
### Artikel 3.38
**1.** De voorzitter heeft ten laste van het waterschap recht op een aanvulling op de bezoldiging bij eervol ontslag wegens benoeming tot voorzitter van een ander waterschap, indien daaraan een lagere bezoldiging is verbonden.
**2.** De aanvulling, bedoeld in het eerste lid, bedraagt het verschil tussen de laatstgenoten bezoldiging, aangepast volgens de algemene salariswijzigingen van het personeel in de sector Rijk, en de bezoldiging, verbonden aan de benoeming tot voorzitter van het andere waterschap.
Vervallen
### Artikel 3.39
**1.** De voorzitter heeft ten laste van het waterschap recht op een uitkering bij eervol ontslag of niet-herbenoeming op eigen verzoek als ook bij een eervol ontslag op grond van artikel 3.21, eerste lid, onderdeel d, indien naar het oordeel van Onze Minister de reden van de aanvraag tot ontslag of niet-herbenoeming dan wel de reden van het ontslag is gelegen in een verstoorde verhouding tussen de voorzitter en het algemeen bestuur.
**1.**
De voorzitter heeft ten laste van het waterschap recht op een uitkering:
a. bij eervol ontslag op grond van artikel 3.21, eerste lid, onder d;
b. bij eervol ontslag op eigen aanvraag, bij niet-herbenoeming als ook bij een eervol ontslag op grond van artikel 3.21, eerste lid, onder e, indien naar het oordeel van Onze Minister de reden van het ontslag of de niet-herbenoeming is gelegen in een verstoorde verhouding tussen de voorzitter en het algemeen bestuur.
**2.** Onze Minister wint ter voorbereiding van zijn oordeel advies in van gedeputeerde staten en hij stelt vervolgens de voorzitter in kennis van zijn voornemen omtrent het oordeel.