2013-09-01 | BWBR0033743 | Verordening PA erosiebestrijding Zuid-Limburg 2013
This commit is contained in:
parent
305ac5bbdd
commit
281574e1ea
1 changed files with 15 additions and 26 deletions
|
|
@ -20,7 +20,7 @@ Deze verordening verstaat onder:
|
|||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
Deze verordening is van toepassing op landbouwgronden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen het grondgebied van de provincie Limburg ten zuiden van de doorgaande wegen Sittard - Wehr (tot grens Nederland-Duitsland) en Sittard - Urmond (tot grens Nederland-België), met uitzondering van het winterbed van de Maas en het inundatiegebied van Geul en Gulp.
|
||||
Deze verordening is van toepassing op landbouwgronden met een hellingspercentage groter dan 2% en met een hellinglengte van meer dan 50 meter die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen het grondgebied van de provincie Limburg ten zuiden van de doorgaande wegen Sittard - Wehr (tot grens Nederland-Duitsland) en Sittard - Urmond (tot grens Nederland-België), met uitzondering van het winterbed van de Maas en het inundatiegebied van Geul en Gulp.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Verplichtingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -28,35 +28,28 @@ Deze verordening is van toepassing op landbouwgronden die geheel of gedeeltelijk
|
|||
|
||||
De ondernemer is verplicht:
|
||||
|
||||
a. a.
|
||||
zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk één maand na elke oogst van het betreffende teeltjaar een grondbewerking uit te voeren met een minimale diepte van vijftien centimeter, waarmee vooral de verslemping, verdichting, korstvorming en wielsporen worden opgeheven, behoudens bij de toepassing van (gras)ondergroei of bij de aanwezigheid van meerjarige teelten. De genoemde diepte van vijftien centimeter mag worden beperkt tot tien centimeter indien een hamsterovereenkomst van toepassing is en
|
||||
b. b.
|
||||
bij het inzaaien van bieten, maïs of uien de sporen van de trekkerwielen te wissen, tenzij de directzaaimethode is toegepast en
|
||||
c. c.
|
||||
landbouwgronden met een hellingspercentage van 18% of meer uitsluitend als grasland te gebruiken.
|
||||
a. zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk één maand na elke oogst van het betreffende teeltjaar een grondbewerking uit te voeren met een minimale diepte van vijftien centimeter, waarmee vooral de verslemping, verdichting, korstvorming en wielsporen worden opgeheven, behoudens bij de toepassing van (gras)ondergroei of bij de aanwezigheid van meerjarige teelten. De genoemde diepte van vijftien centimeter mag worden beperkt tot tien centimeter indien een hamsterovereenkomst van toepassing is en
|
||||
b. bij het inzaaien van bieten, maïs of uien de sporen van de trekkerwielen te wissen, tenzij de directzaaimethode is toegepast en
|
||||
c. landbouwgronden met een hellingspercentage van 18% of meer uitsluitend als grasland te gebruiken.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd het bepaalde in artikel 3 is de ondernemer verplicht met betrekking tot elk perceel landbouwgrond als bedoeld in artikel 2 met een hellingspercentage van 2% of meer en met een hellingslengte van meer dan 50 meter één of meer maatregelen te treffen die zijn opgenomen in bijlage 1.
|
||||
**1.** Onverminderd het bepaalde in artikel 3 is de ondernemer verplicht met betrekking tot elk perceel landbouwgrond als bedoeld in artikel 2 één of meer maatregelen te treffen die zijn opgenomen in bijlage 1.
|
||||
|
||||
**2.** De ondernemer is verplicht om uiterlijk 1 januari van het lopende teeltjaar melding te doen van de getroffen maatregelen.
|
||||
|
||||
**3.** De voorzitter is, namens het bestuur, bevoegd bij besluit, gehoord de commissie, de in de bijlage genoemde maatregelen te wijzigen of aan te vullen dan wel andere maatregelen aan te wijzen die de ondernemer dient te treffen ter voorkoming van erosie, totdat bij verordening daarin is voorzien. Als dan wordt het betreffende besluit geacht te zijn ingetrokken.
|
||||
**3.** De voorzitter is, namens het bestuur, bevoegd bij besluit, gehoord de commissie, andere dan de in de bijlage genoemde maatregelen aan te wijzen die de ondernemer dient te treffen ter voorkoming van erosie, totdat bij verordening daarin is voorzien. Als dan wordt het betreffende besluit geacht te zijn ingetrokken.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Uitsluiting
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
Deze verordening is, onverminderd het bepaalde in artikel 3, niet van toepassing op landbouwgronden indien de ondernemer:
|
||||
Deze verordening is, onverminderd het bepaalde in artikel 3, niet van toepassing op landbouwgronden tot een hellingspercentage van 18% indien de ondernemer:
|
||||
|
||||
a. a.
|
||||
geen andere dan de niet-kerende grondbewerking toegepast en een bodembedekking inzaait, waarbij de bodembedekking achterwege kan blijven indien op 15 september nog een gewas op het land staat, of
|
||||
b. b.
|
||||
in het teeltjaar bij gewassen in ruggenteelt, waterdrempels toepast die tussen aanleg van de ruggen en het sluiten van het gewas gezamenlijk 100 m^3 water per hectare kunnen bergen, of
|
||||
c. c.
|
||||
in het teeltjaar uiterlijk op 1 januari een wateropvang heeft met een capaciteit van 100 m^3 per hectare, voor de percelen die afwateren in deze voorziening, of
|
||||
d. d.
|
||||
wintergraan teelt dat voor 1 januari van het betreffende teeltjaar wordt ingezaaid.
|
||||
a. geen andere dan de niet-kerende grondbewerking toegepast en een bodembedekking inzaait, waarbij de bodembedekking achterwege kan blijven indien op 15 september nog een gewas op het land staat, of
|
||||
b. in het teeltjaar bij gewassen in ruggenteelt, waterdrempels toepast die tussen aanleg van de ruggen en het sluiten van het gewas gezamenlijk 100 m^3 water per hectare kunnen bergen, of
|
||||
c. in het teeltjaar uiterlijk op 1 januari een wateropvang heeft met een capaciteit van 100 m^3 per hectare, voor de percelen die afwateren in deze voorziening, of
|
||||
d. wintergraan teelt dat voor 1 januari van het betreffende teeltjaar wordt ingezaaid.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 5. Overige bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -64,14 +57,10 @@ d. d.
|
|||
|
||||
De secretaris is, namens het bestuur, bevoegd om op schriftelijk verzoek, na overleg met het waterschap, ontheffing te verlenen van het bepaalde in de artikelen 3 en 4:
|
||||
|
||||
a. a.
|
||||
op verzoek van één of meerdere ondernemers waarbij nadere voorschriften kunnen worden ingesteld;
|
||||
b. b.
|
||||
collectief, indien algemene gebeurtenissen de uitvoering van de betreffende artikelen onmogelijk maakt, waarbij nadere voorschriften kunnen worden gesteld;
|
||||
c. c.
|
||||
collectief, indien de belangen van de ondernemingen door de uitvoering van de betreffende artikelen ernstig worden geschaad, waarbij alternatieve maatregelen met een vergelijkbare effectiviteit zullen worden voorgeschreven.
|
||||
d. d.
|
||||
collectief, naar aanleiding van andere zwaarwegende redenen, waarbij alternatieve maatregelen met een vergelijkbare effectiviteit zullen worden voorgeschreven.
|
||||
a. op verzoek van één of meerdere ondernemers waarbij nadere voorschriften kunnen worden ingesteld;
|
||||
b. collectief, indien algemene gebeurtenissen de uitvoering van de betreffende artikelen onmogelijk maakt, waarbij nadere voorschriften kunnen worden gesteld;
|
||||
c. collectief, indien de belangen van de ondernemingen door de uitvoering van de betreffende artikelen ernstig worden geschaad, waarbij alternatieve maatregelen met een vergelijkbare effectiviteit zullen worden voorgeschreven.
|
||||
d. collectief, naar aanleiding van andere zwaarwegende redenen, waarbij alternatieve maatregelen met een vergelijkbare effectiviteit zullen worden voorgeschreven.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue