2019-01-01 | BWBR0040728 | Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken
This commit is contained in:
parent
cd5e8ab2f4
commit
283bf23cdb
1 changed files with 25 additions and 12 deletions
|
|
@ -20,7 +20,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
- *beheerder:* degene die als natuurlijk persoon handelende in de uitoefening van een beroep of een bedrijf dan wel als rechtspersoon een net beheert;
|
||||
- *beheerpolygoon:* de weergave door een beheerder respectievelijk door een netwerkexploitant van een aaneengesloten gebied, waarbinnen een beheerder een of meer netten beheert, respectievelijk een netwerkexploitant fysieke infrastructuur beheert;
|
||||
- *civiele werken:* civiele werken als bedoeld in artikel 5a.1 van de Telecommunicatiewet;
|
||||
- *coördinatie:*coördinatie van civiele werken als bedoeld in artikel 5 van richtlijn nr. 2014/61/EU;
|
||||
- *coördinatie:*coördinatie van civiele werken als bedoeld in artikel 5 van richtlijn nr. 2014/61/EU;
|
||||
- *Dienst:* de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster;
|
||||
- *fysieke infrastructuur:* fysieke infrastructuur als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;
|
||||
- *gebiedsinformatie:* het geheel van informatie dat door beheerders of netwerkexploitanten, ingevolge de artikelen 11, eerste lid, en 12, eerste lid en tweede lid, onderdeel a, aan de Dienst is verstrekt over de betrokken oriëntatiepolygoon dan wel graafpolygoon;
|
||||
|
|
@ -37,13 +37,13 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
- *netwerk:* een netwerk van een netwerkexploitant;
|
||||
- *netwerkexploitant:* een netwerkexploitant als bedoeld in artikel 5a.1 van de Telecommunicatiewet;
|
||||
- *netwerk met hoge snelheid:* een elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;
|
||||
- *Onze Minister:* Onze Minister van Economische Zaken;
|
||||
- *Onze Minister:* Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat;
|
||||
- *opdrachtgever:* degene die opdracht geeft tot het uitvoeren van een werk waarbij graafwerkzaamheden worden verricht;
|
||||
- *oriëntatiepolygoon:* de weergave door een opdrachtgever, grondroerder, aanbieder of bestuursorgaan van een aangesloten gebied, ten aanzien waarvan deze met het oog op een belang als bedoeld in artikel 7, eerste, tweede of derde lid, om gebiedsinformatie verzoekt;
|
||||
- *oriëntatieverzoek:* het verzoek aan de Dienst om gebiedsinformatie, bedoeld in artikel 7, eerste tot en met derde lid;
|
||||
- *registratiemelding:* de melding van de beheerder of een netwerkexploitant, bedoeld in artikel 6, tweede of derde lid;
|
||||
- *richtlijn nr. 2014/61/EU:*
|
||||
richtlijn nr. 2014/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 mei 2014 inzake maatregelen ter verlaging van kosten van de aanleg van elektronischecommunicatienetwerken met hoge snelheid (PbEU 2014 L 155).
|
||||
richtlijn nr. 2014/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 mei 2014 inzake maatregelen ter verlaging van kosten van de aanleg van elektronischecommunicatienetwerken met hoge snelheid (PbEU 2014 L 155).
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Preventie van graafschade
|
||||
|
||||
|
|
@ -81,6 +81,8 @@ c. oriëntatie op een verzoek tot coördinatie.
|
|||
|
||||
**2.** De informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt door de gebruikers die de informatie via het elektronisch informatiesysteem ontvangen vertrouwelijk behandeld en uitsluitend aan derden verstrekt voor zover dat noodzakelijk is voor het bereiken van de in het eerste lid, genoemde doelen.
|
||||
|
||||
**3.** In het elektronische informatiesysteem wordt op verzoek van een beheerder informatie bewaard als bedoeld in artikel 5a, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
**1.** De Dienst is belast met het beheer van het elektronische informatiesysteem.
|
||||
|
|
@ -95,7 +97,16 @@ c. bestuursorganen voor zover deze gebiedsinformatie noodzakelijk is voor de uit
|
|||
|
||||
### Artikel 5a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een beheerder kan de Dienst verzoeken om met betrekking tot elk net dat hij beheert in het elektronische informatiesysteem de volgende informatie te bewaren:
|
||||
|
||||
a. informatie over de ligging van het net;
|
||||
b. relevante eigenschappen van het net;
|
||||
c. informatie over voorzorgsmaatregelen als bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, en
|
||||
d. contactgegevens van de beheerder.
|
||||
|
||||
**2.** De beheerder op wiens verzoek informatie wordt bewaard als bedoeld in het eerste lid geeft elke wijziging in die informatie onverwijld door aan de Dienst.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -154,7 +165,7 @@ b. coördinatie.
|
|||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bepaalde categorieën grondroerders worden aangewezen die zijn vrijgesteld van de verplichting om een graafmelding te doen voor zover zij graafwerkzaamheden verrichten in grond die in eigendom of in beheer is van de grondroerder en die graafwerkzaamheden niet dieper gaan dan 50 cm onder het maaiveld.
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bepaalde categorieën grondroerders worden aangewezen die zijn vrijgesteld van de verplichting om een graafmelding te doen voor zover zij graafwerkzaamheden verrichten in grond die in eigendom of in beheer is van de grondroerder en die graafwerkzaamheden niet dieper gaan dan 50 cm onder het maaiveld.
|
||||
|
||||
**2.** Vrijstelling laat de op de grondroerder rustende zorgplichten, bedoeld in artikel 2, eerste, tweede en derde lid, onderdeel b, onverlet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -183,7 +194,9 @@ b. de relevante eigenschappen van zijn net;
|
|||
c. in voorkomend geval welke voorzorgsmaatregelen als bedoeld in artikel 15, eerste of tweede lid, noodzakelijk zijn, en
|
||||
d. zijn contactgegevens.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een beheerder de termijn, genoemd in het eerste lid, overschrijdt, doet de Dienst daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister.
|
||||
**2.** De beheerder van wie de Dienst informatie bewaart als bedoeld in artikel 5a voldoet daarmee aan het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Indien een beheerder de termijn, genoemd in het eerste lid, overschrijdt, doet de Dienst daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
@ -206,9 +219,9 @@ b. de locatie en het type werkzaamheden, de betrokken netwerkelementen, en de ge
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** De Dienst verstrekt gebiedsinformatie via het elektronische informatiesysteem onverwijld na ontvangst van alle informatie als bedoeld in de artikelen 11, eerste lid en 12, eerste lid en tweede lid, onderdeel a, doch uiterlijk binnen twee werkdagen na verzending van het graafbericht of het verzoek om informatie als bedoeld in artikel 10, onderdeel b, subonderdeel 1°, aan degene die het oriëntatieverzoek of de graafmelding heeft gedaan.
|
||||
**1.** De Dienst verstrekt gebiedsinformatie via het elektronische informatiesysteem onverwijld na ontvangst van alle informatie als bedoeld in artikel 5a, eerste lid, of de artikelen 11, eerste lid, en 12, eerste lid en tweede lid, onderdeel a doch uiterlijk binnen twee werkdagen na verzending van het graafbericht of het verzoek om informatie als bedoeld in artikel 10, onderdeel b, subonderdeel 1°, aan degene die het oriëntatieverzoek of de graafmelding heeft gedaan.
|
||||
|
||||
**2.** Indien degene die het oriëntatieverzoek of de graafmelding heeft gedaan geen gebruik maakt van het elektronische informatiesysteem, verstrekt de Dienst gebiedsinformatie op andere wijze onverwijld na ontvangst van alle vereiste informatie, doch uiterlijk binnen drie werkdagen na verzending van het graafbericht.
|
||||
**2.** De Dienst informeert een beheerder van wie de Dienst informatie bewaart als bedoeld in artikel 5a over de informatie, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdelen a tot en met d, die de Dienst namens hem heeft verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de Dienst niet binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, respectievelijk de termijn van artikel 12, van alle beheerders de ingevolge de artikelen 11, eerste lid, en 12, eerste lid en tweede lid, onderdeel a, vereiste informatie heeft ontvangen, doet de Dienst daarvan mededeling bij het verstrekken van de gebiedsinformatie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -382,9 +395,9 @@ Onze Minister is bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ter h
|
|||
|
||||
### Artikel 34
|
||||
|
||||
**1.** Ingeval van overtreding van de artikelen 2 en 15, derde lid, kan Onze Minister een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450.000.
|
||||
**1.** Ingeval van overtreding van de artikelen 2 en 15, derde lid, kan Onze Minister een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 450.000.
|
||||
|
||||
**2.** Ingeval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5a, 6, tweede en derde lid, 8, 11, eerste lid, 12, 13a, 13b, 15, eerste, vierde en vijfde lid, 17, eerste lid, 18, 19, eerste en derde lid, 20, eerste en derde lid, 24, 28, eerste en tweede lid, derde lid, onderdelen a, b en c, vierde lid, onderdelen a en b, 29, eerste lid, 30, 41a, of van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan Onze Minister een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 100.000.
|
||||
**2.** Ingeval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5a, 6, tweede en derde lid, 8, 11, eerste lid, 12, 13a, 13b, 15, eerste, vierde en vijfde lid, 17, eerste lid, 18, 19, eerste en derde lid, 20, eerste en derde lid, 24, 28, eerste en tweede lid, derde lid, onderdelen a, b en c, vierde lid, onderdelen a en b, 29, eerste lid, 30, 41a, of van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan Onze Minister een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 100.000.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 8. Bevoegdheid gemeenten
|
||||
|
||||
|
|
@ -430,9 +443,9 @@ Op bezwaar en beroep ingevolge de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse nette
|
|||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 11 is een beheerder voor de delen van zijn net die bestaan uit de niet met andere kabels of leidingen samengebonden delen van kabels of leidingen die een verbinding vormen tussen een net dat naar zijn aard voor aansluiting van huishoudens wordt opengesteld, en één onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdeel a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken niet verplicht om liggingsgegevens daarvan aan de Dienst te verstrekken voor zover hij die liggingsgegevens niet beschikbaar heeft in de voor overdracht via het elektronische informatiesysteem, bedoeld in artikel 4, voorgeschreven weergave en voor zover geen sprake is van renovatie of onderhoud van de desbetreffende delen van zijn net.
|
||||
|
||||
**2.** Ten aanzien van een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m, van de Gaswet is het eerste lid van toepassing tot en met 31 december 2019.
|
||||
**2.** Ten aanzien van een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m, van de Gaswet is het eerste lid van toepassing tot en met 31 december 2019.
|
||||
|
||||
**3.** Ten aanzien van een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998, een net bestaande uit een collectiefleidingnet of een distributienet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drinkwaterwet of een net bestaande uit een ondergrondse kabel als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet en waarvan de ligging anders dan door opgraving kan worden bepaald is het eerste lid van toepassing tot en met 31 december 2027. Na 31 december 2027 kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld over de bepaling van de ligging, anders dan door opgraving, van een net of distributienet waarvan de ligging enkel door opgraving kan worden bepaald.
|
||||
**3.** Ten aanzien van een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998, een net bestaande uit een collectiefleidingnet of een distributienet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drinkwaterwet of een net bestaande uit een ondergrondse kabel als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet en waarvan de ligging anders dan door opgraving kan worden bepaald is het eerste lid van toepassing tot en met 31 december 2027. Na 31 december 2027 kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld over de bepaling van de ligging, anders dan door opgraving, van een net of distributienet waarvan de ligging enkel door opgraving kan worden bepaald.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue