From 2847cbc399d46748ed6d5786903dcf3afa43c0a8 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Aug 2012 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2012-08-01 | BWBR0010646 | Uitvoeringsbesluit WEB --- .../BWBR0010646/README.md | 36 +++++++++---------- 1 file changed, 18 insertions(+), 18 deletions(-) diff --git a/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md b/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md index 428994f7c51..b7b6f2b9481 100644 --- a/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md +++ b/amvb/uitvoeringsbesluit-web/BWBR0010646/README.md @@ -34,7 +34,7 @@ Vervallen **1.** De paragrafen 1, 2, 4, 5, 6 en 6a zijn van toepassing op instellingen als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, onder 1° tot en met 3°, van de wet. -**2.** Paragraaf 1, paragraaf 2 en paragraaf 4 zijn van overeenkomstige toepassing en de paragrafen 5, 6 en 6a zijn van toepassing ten aanzien van het beroepsonderwijs binnen agrarische opleidingscentra waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. +**2.** Paragraaf 1, paragraaf 2 en paragraaf 4 zijn van overeenkomstige toepassing en de paragrafen 5, 6 en 6a zijn van toepassing ten aanzien van het beroepsonderwijs binnen agrarische opleidingscentra waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld door Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. **3.** Paragraaf 3 onderscheidenlijk de paragrafen 4 en 5 heeft betrekking onderscheidenlijk hebben mede betrekking op het voorbereidend beroepsonderwijs dat wordt verzorgd aan agrarische opleidingscentra. @@ -44,11 +44,11 @@ Vervallen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: -a. opleiding: een beroepsopleiding die is opgenomen in het Centraal register en die wordt bekostigd ingevolge een besluit van Onze Minister op grond van artikel 2.1.1, eerste lid, van de wet; +a. opleiding: een beroepsopleiding die op grond van artikel 2.1.1 van de wet voor bekostiging in aanmerking komt; b. voltijds deelnemer: een deelnemer die blijkens een overeenkomst als bedoeld in artikel 8.1.3 van de wet een voltijdse opleiding volgt als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel i1, van de wet; c. deeltijds deelnemer: een deelnemer aan een opleiding, niet zijnde een voltijds deelnemer; -d. diploma beroepsonderwijs: een door een examencommissie uitgereikt bewijsstuk dat met goed gevolg is afgelegd het examen van een onder a bedoelde opleiding, alsmede van een opleiding die niet langer is opgenomen in het in artikel 2.1.1 van de wet bedoelde overzicht, -e. agrarisch opleidingscentrum: een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, onder 4° van de wet; +d. diploma beroepsonderwijs: een door een examencommissie uitgereikt bewijsstuk dat met goed gevolg is afgelegd het examen van een onder a bedoelde opleiding, alsmede van een opleiding die niet langer wordt bekostigd op grond van artikel 2.1.1 van de wet; +e. agrarisch opleidingscentrum: een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, onder 3° van de wet; f. voorbereidend beroepsonderwijs: voorbereidend beroepsonderwijs dat wordt verzorgd aan een agrarisch opleidingscentrum; g. leerling: een leerling die voor het volgen van voorbereidend beroepsonderwijs is ingeschreven aan een agrarisch opleidingscentrum. @@ -127,20 +127,20 @@ C: de correctiefactor, bedoeld in het zesde lid. **2.** -De deeltijdfactor, bedoeld in het eerste lid onder DFi1, bedraagt: +De deeltijdfactor, bedoeld in het eerste lid, onder DFi1, bedraagt: -a. voor de opleidingen die zijn opgenomen in het Centraal register en die worden bekostigd door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij: 0,5; -b. voor de opleidingen die zijn opgenomen in het Centraal register en die worden bekostigd door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, voor zover voor die opleidingen eindtermen als bedoeld in artikel 7.2.4, eerste lid, van de wet zijn vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: 0,8, en +a. voor opleidingen die worden bekostigd door Onze minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie: 0,5; +b. voor opleidingen die worden bekostigd door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, voor zover voor die opleidingen kwalificaties als bedoeld in artikel 7.2.4, eerste lid, van de wet zijn vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: 0,8 en c. voor de overige opleidingen: 0,4. **3.** De deeltijdfactor, bedoeld in het eerste lid onder DFi2, bedraagt: -a. voor de opleidingen die zijn opgenomen in het Centraal register en die worden bekostigd door Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: 0,4, -b. voor de opleidingen die zijn opgenomen in het Centraal register en die worden bekostigd door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: 0,3. +a. voor de opleidingen die worden bekostigd door Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie: 0,4, +b. voor de opleidingen die worden bekostigd door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: 0,3. -**4.** Jaarlijks voor 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld, wordt bij ministeriële regeling de prijsfactor, bedoeld in het eerste lid onder Pi, vastgesteld die wordt toegekend aan een opleiding die in dat kalenderjaar voor het eerst in het Centraal register wordt opgenomen. Wijzigingen van prijsfactoren van reeds in het Centraal register opgenomen opleidingen worden eveneens jaarlijks voor 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld, bij ministeriële regeling vastgesteld. +**4.** Bij ministeriële regeling worden de prijsfactoren vastgesteld voor opleidingen waarvoor kwalificaties als bedoeld in artikel 7.2.4, eerste lid, van de wet zijn vastgesteld. **5.** Deelnemers aan de beroepsbegeleidende leerweg worden in de berekening, bedoeld in het eerste lid, niet geteld onder DDi2, voor zover zij in die berekening voor de desbetreffende instelling voor een van de drie voorafgaande kalenderjaren al onder DDi2 werden geteld. @@ -165,8 +165,8 @@ In deze formule wordt verstaan onder: De deeltijdfactor, bedoeld in het zesde lid, onder DFi1.2, bedraagt voor: -a. een instelling die opleidingen verzorgt die zijn opgenomen in het Centraal register en die worden bekostigd door Onze minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: 0,5; -b. een instelling die opleidingen verzorgt die zijn opgenomen in het Centraal register en die worden bekostigd door Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: 0,35. +a. een instelling die opleidingen verzorgt die worden bekostigd door Onze minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie: 0,5; +b. een instelling die opleidingen verzorgt die worden bekostigd door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: 0,35. ### Artikel 2.2.4 @@ -186,13 +186,13 @@ DI.1: het aantal diploma's beroepsonderwijs dat aan die instelling is behaald in DI.2: het aantal diploma's beroepsonderwijs dat aan die instelling is behaald in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar bij opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder b, van de wet, -DI.3: het aantal diploma's beroepsonderwijs dat aan die instelling is behaald in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar bij opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder c tot en met f, van de wet, +DI.3: het aantal diploma's beroepsonderwijs dat aan die instelling is behaald in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar bij opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder c tot en met e, van de wet, LD.1: het aantal diploma's beroepsonderwijs dat landelijk is behaald in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar bij opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder a, van de wet, LD.2: het aantal diploma's beroepsonderwijs dat landelijk is behaald in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar bij opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder b, van de wet, -LD.3: het aantal diploma's beroepsonderwijs dat landelijk is behaald in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar bij opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder c tot en met f, van de wet, en +LD.3: het aantal diploma's beroepsonderwijs dat landelijk is behaald in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende jaar bij opleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder c tot en met e, van de wet, en LMD: het landelijk deel ten behoeve van de maatstaf diploma's beroepsonderwijs, zoals dat voor het desbetreffende jaar is vastgesteld op grond van artikel 2.2.1, tweede lid, onder b. @@ -208,7 +208,7 @@ b. niet in het bezit van: 1°. een diploma lager beroepsonderwijs of voorbereidend beroepsonderwijs, tenzij dat diploma is verkregen op grond van een eindexamen waarbij een of meer vakken op A-niveau of vier of meer vakken op B-niveau zijn geëxamineerd, 2°. een diploma middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, 3°. een bewijs dat de eerste drie leerjaren van een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs of van een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs met gunstig gevolg zijn doorlopen, of -4°. een diploma beroepsonderwijs van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder b tot en met f, van de wet. +4°. een diploma beroepsonderwijs van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder b tot en met e, van de wet. ### Artikel 2.2.6 @@ -467,12 +467,12 @@ b. leerbedrijf: een bedrijf dat of organisatie die bevoegd is de beroepspraktijk c. normatieve bpv-plaats: een in artikel 4.2.5 bedoelde normatieve bpv-plaats; d. opleiding: een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2 van de wet in de beroepsopleidende of beroepsbegeleidende leerweg, dan wel in beide leerwegen; e. exploitatiekosten: de kosten van een kenniscentrum niet zijnde de huisvestingskosten; -f. deelnemer aan de beroepsbegeleidende leerweg: degene die op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de rijksbijdrage wordt vastgesteld, aan een instelling als bedoeld in de artikelen 1.1.1, onderdeel b, onder 1º, 2º en 3º, 12.3.8 en 12.3.9 van de wet stond ingeschreven voor een opleiding aan de beroepsbegeleidende leerweg en daadwerkelijk die opleiding volgt, voor zover deze deelnemer: +f. deelnemer aan de beroepsbegeleidende leerweg: degene die op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de rijksbijdrage wordt vastgesteld, aan een instelling als bedoeld in de artikelen 1.1.1, onderdeel b, onder 1° en 2°, 12.3.8 en 12.3.9 van de wet stond ingeschreven voor een opleiding aan de beroepsbegeleidende leerweg en daadwerkelijk die opleiding volgt, voor zover deze deelnemer: 1°. uiterlijk op 31 december van eerstbedoeld jaar een overeenkomst als bedoeld in artikel 7.2.8, tweede lid, van de wet heeft afgesloten, en 2°. een opleiding volgt als bedoeld in artikel 2.2.3, tweede lid, onder b, uiterlijk op 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar, dan wel in geval de deelnemer een andere opleiding volgt uiterlijk op dezelfde datum als genoemd onder 1°, daadwerkelijk de opleiding in de praktijk van het beroep, bedoeld in artikel 7.2.8, eerste lid, van de wet, volgt op de grondslag van een overeenkomst als bedoeld onder 1°; g. voltijds deelnemer aan de beroepsopleidende leerweg: degene die op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de rijksbijdrage wordt vastgesteld, als voltijds deelnemer als bedoeld in artikel 2.1.2, onder b, aan een instelling als bedoeld in de artikelen 1.1.1, onderdeel b, onder 1º, 2º en 3º, 12.3.8 en 12.3.9 van de wet stond ingeschreven voor een opleiding aan de beroepsopleidende leerweg en daadwerkelijk die opleiding volgt; -h. deeltijds deelnemer aan de beroepsopleidende leerweg: degene die op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de rijksbijdrage wordt vastgesteld, als deeltijds deelnemer als bedoeld in artikel 2.1.2, onder c, aan een instelling als bedoeld in de artikelen 1.1.1, onderdeel b, onder 1º, 2º en 3º, 12.3.8 en 12.3.9 van de wet stond ingeschreven voor een opleiding aan de beroepsopleidende leerweg en daadwerkelijk die opleiding volgt. +h. deeltijds deelnemer aan de beroepsopleidende leerweg: degene die op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de rijksbijdrage wordt vastgesteld, als deeltijds deelnemer als bedoeld in artikel 2.1.2, onder c, aan een instelling als bedoeld in de artikelen 1.1.1, onderdeel b, onder 1° en 2°, 12.3.8 en 12.3.9 van de wet stond ingeschreven voor een opleiding aan de beroepsopleidende leerweg en daadwerkelijk die opleiding volgt. ### Artikel 4.1.3 @@ -591,7 +591,7 @@ De optelling volgens het tweede lid leidt tot een aantal normatieve bpv-plaatsen **1.** Elk kenniscentrum verstrekt jaarlijks voor 15 november aan Onze Minister een opgave van het aantal door dat kenniscentrum erkende leerbedrijven op peildatum 1 oktober van dat jaar. -**2.** De verklaring omtrent de getrouwheid, bedoeld in artikel 2.5.3, vierde lid, juncto artikel 2.5.10, eerste lid, van de wet heeft mede betrekking op de opgave, bedoeld in het eerste lid. +**2.** De verklaring omtrent de getrouwheid, bedoeld in artikel 2.5.3, vierde lid, juncto artikel 2.5.10 van de wet heeft mede betrekking op de opgave, bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 4.2.7