2024-03-20 | BWBR0049474 | Regeling specifieke uitkering aanvullende seksuele gezondheidzorg

This commit is contained in:
Coornhert 2024-03-20 12:00:00 +00:00
parent c3758e3df5
commit 28558f006f

View file

@ -57,7 +57,9 @@ De minister kan per kalenderjaar op aanvraag een uitkering verstrekken aan een c
### Artikel 1.4
Vervallen
**1.** Aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie wordt aangewezen als een dienst van algemeen economisch belang in de zin van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie.
**2.** In aanvulling op de artikelen 3.3 en 4.2 wordt een uitkering als bedoeld in artikel 1.3 uitsluitend verstrekt als de aanvrager met de Staat een overeenkomst sluit waarbij de Staat de aanvrager belast met en de aanvrager zich verplicht tot het verrichten van de dienst van algemeen economisch belang.
## Hoofdstuk 2. Verlening
@ -119,55 +121,42 @@ e. het registeren van gegevens over de zorg, bedoeld onder a tot en met d, ten b
De uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, met uitzondering van activiteiten bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onder c, in het kader van soa-zorg, seksualiteitshulpverlening en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2024 ten hoogste:
a. € 15.325.628, voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 5.970.037, voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 2.431.367, voor de GGD Groningen;
d. € 3.873.168, voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 5.317.241, voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 4.966.233, voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 2.683.808, voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 1.903.453, voor de GGD Regio Utrecht.
a. € 14.537.685, voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 5.663.097, voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 2.306.362, voor de GGD Groningen;
d. € 3.674.035, voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 5.043.864, voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 4.710.902, voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 2.545.824, voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 1.805.590, voor de GGD Regio Utrecht.
**2.**
De uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onder c, bedraagt voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2024 ten hoogste:
a. € 727.199, voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 244.466, voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 104.064, voor de GGD Groningen;
d. € 164.496, voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 281.332, voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 230.972, voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 118.849, voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 143.022, voor de GGD Regio Utrecht.
a. € 689.811, voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 231.897, voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 98.714, voor de GGD Groningen;
d. € 156.039, voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 266.868, voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 219.097, voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 112.739, voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 135.669, voor de GGD Regio Utrecht.
**3.**
De uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, in het kader van soa-zorg, seksualiteitshulpverlening en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2025 ten hoogste:
a. € 17.778.322, voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 6.828.466, voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 2.792.228, voor de GGD Groningen;
d. € 4.444.823, voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 6.240.765, voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 5.749.337, voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 3.092.084, voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 2.339.811, voor de GGD Regio Utrecht.
a. € 16.032.838, voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 6.157.168, voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 2.520.831, voor de GGD Groningen;
d. € 4.007.994, voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 5.628.697, voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 5.184.759, voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 2.788.310, voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 2.111.275, voor de GGD Regio Utrecht.
**4.**
De uitkering voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, in het kader van soa-zorg, seksualiteitshulpverlening en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2026 ten hoogste:
a. € 17.067.189,12 voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 6.555.327,36 voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 2.680.538,88 voor de GGD Groningen;
d. € 4.267.030,08 voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 5.991.134,40 voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 5.519.363,52 voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 2.968.400,64 voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 2.246.218,56 voor de GGD Regio Utrecht.
**5.** De minister kan de maximumbedragen van de uitkering jaarlijks indexeren.
**4.** De minister kan de maximumbedragen van de uitkering jaarlijks indexeren.
### Artikel 3.3
@ -189,15 +178,10 @@ e. personen die slachtoffer zijn geworden van verkrachting of seksueel geweld.
**5.**
Soa-diagnostiek ten behoeve van soa-zorg wordt verricht ten behoeve van het stellen van een diagnose bij:
Soa-diagnostiek ten behoeve van soa-zorg wordt verricht ten behoeve van het stellen van een diagnose met betrekking tot:
a. personen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a tot en met c en e, met betrekking tot ten minste:
1° gonorroe;
2° syfilis; en
3° hiv op opt-out basis.
b. personen, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, met betrekking tot gonorroe.
c. personen, bedoeld in het derde lid, met betrekking tot chlamydia, ten minste in het geval dat een cliënt klachten heeft die wijzen op een chlamydia-infectie of indien een cliënt gewaarschuwd is door een partner met een chlamydia-infectie met klachten.
a. ten minste chlamydia, gonorroe en syfilis, en hiv op opt-out basis, bij personen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a tot en met c en e;
b. chlamydia en gonorroe bij personen, bedoeld in het derde lid, onderdeel d.
**6.** Diagnostiek ten behoeve van PrEP-zorg wordt verricht in het kader van het startconsult of het vervolgconsult, bedoeld in artikel 4.1, onder a, ten behoeve van het stellen van een diagnose voor hiv, syfilis, chlamydia, gonorroe, hepatitis-c en, indien diagnostiek hiernaar geïndiceerd is, de nierfunctie.
@ -227,19 +211,11 @@ De PrEP-zorg is gericht op personen met een verhoogd risico op hiv, zoals in ied
### Artikel 4.3
**1.**
**1.** Het gemiddelde tarief per startconsult is maximaal € 80,.
Het gemiddelde tarief voor het kalenderjaar 2024 is:
**2.** Het gemiddelde tarief per vervolgconsult is maximaal € 50,.
a. per startconsult maximaal € 80,.
b. per vervolgconsult maximaal € 50,.
**2.**
Het gemiddelde tarief voor het kalenderjaar 2025 is:
a. per startconsult maximaal € 84,.
b. per vervolgconsult maximaal € 53,.
**3.** De minister kan de gemiddelde tarieven uit het eerste en tweede lid jaarlijks indexeren.
### Artikel 4.4
@ -247,42 +223,29 @@ b. per vervolgconsult maximaal € 53,.
De uitkering voor activiteiten in het kader van PrEP-zorg, bedoeld in artikel 4.1, en de coördinatie daarvan bedraagt voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2024 ten hoogste:
a. € 373.794, voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 148.083, voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 68.952, voor de GGD Groningen;
d. € 83.675, voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 151.826, voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 135.046, voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 69.092, voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 73.628, voor de GGD Regio Utrecht.
a. € 354.576, voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 140.470, voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 65.407, voor de GGD Groningen;
d. € 79.373, voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 144.020, voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 128.103, voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 65.540, voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 69.843, voor de GGD Regio Utrecht.
**2.**
De uitkering voor activiteiten in het kader van PrEP-zorg, bedoeld in artikel 4.1, en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2025 ten hoogste:
a. € 934.283, voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 370.128, voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 172.342, voor de GGD Groningen;
d. € 209.143, voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 379.482, voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 337.543, voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 172.693, voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 184.032, voor de GGD Regio Utrecht.
a. € 850.984, voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 337.128, voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 156.976, voor de GGD Groningen;
d. € 190.496, voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 345.648, voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 307.448, voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 157.296, voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 167.624, voor de GGD Regio Utrecht.
**3.**
De uitkering voor activiteiten in het kader van PrEP-zorg, bedoeld in artikel 4.1, en de coördinatie daarvan bedraagt voor het kalenderjaar 2026 ten hoogste:
a. € 896.911,68 voor de GGD van de gemeente Amsterdam;
b. € 355.322,88 voor de GGD Regio Gelderland Zuid;
c. € 165.448,32 voor de GGD Groningen;
d. € 200.777,28 voor de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag;
e. € 364.302,72 voor de GGD Rotterdam-Rijnmond;
f. € 324.041,28 voor de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant;
g. € 165.785,28 voor de GGD Zuid-Limburg;
h. € 176.670,72 voor de GGD Regio Utrecht.
**4.** De minister kan de maximumbedragen van de uitkering jaarlijks indexeren.
**3.** De minister kan de maximumbedragen van de uitkering jaarlijks indexeren.
### Artikel 4.5
@ -309,7 +272,7 @@ c. de aanvullende seksuele gezondheidszorg van verantwoorde kwaliteit conform he
**2.** De minister besluit uiterlijk 37 weken na ontvangst van de verantwoordingsinformatie over de vaststelling van de uitkering.
**3.** Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde kosten, tot ten hoogste de genoemde bedragen in de artikelen 3.2 en 4.4, verminderd met de eventuele overschrijding van de maximaal toegestane toevoeging aan de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 5.3.
**3.** Indien de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering, wordt de uitkering vastgesteld op ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag, verminderd met de eventuele overschrijding van de maximaal toegestane toevoeging aan de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 5.3.
### Artikel 5.3