2008-01-01 | BWBR0005108 | Waterschapswet

This commit is contained in:
Coornhert 2008-01-01 12:00:00 +00:00
parent 76cd608b95
commit 2858e2e2a1

View file

@ -1280,7 +1280,7 @@ b. hetgeen ingevolge het derde lid wordt aangemerkt als een ongebouwde onroerend
### Artikel 119
**1.** Heffingsplichtig in de zin van artikel 117, onderdelen b, c en d, zijn degenen die bij het begin van het kalenderjaar als rechthebbende in de desbetreffende kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen rechthebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
**1.** Heffingsplichtig in de zin van artikel 117, onderdelen b, c en d, zijn degenen die bij het begin van het kalenderjaar als rechthebbende in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen rechthebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
**2.**
@ -1537,7 +1537,7 @@ f. de Tweede Kamer der Staten-Generaal of de Tweede Kamer: het algemeen bestuur.
**4.** Onverminderd het overigens in dit hoofdstuk bepaalde wordt met betrekking tot waterschapsbelastingen in de Algemene wet en in de Invorderingswet 1990 voor algemene maatregel van bestuur en voor ministeriële regeling gelezen: besluit van het dagelijks bestuur.
**5.** Met betrekking tot waterschapsbelastingen wordt in de artikelen 27l, 27n, 27p en 29b van de Algemene wet voor «de Staat» gelezen: het waterschap.
**5.** Met betrekking tot waterschapsbelastingen wordt in de artikelen 27l, 27n, 27p en 29b van de Algemene wet en in artikel 24 van de Invorderingswet 1990 voor «de Staat» gelezen: het waterschap.
### Artikel 124
@ -1640,11 +1640,15 @@ b. monsters te nemen van het afvalwater dat wordt afgevoerd in de zin van artike
### Artikel 130
Vervallen
**1.** In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht doet de in artikel 123, derde lid, onder b, bedoelde ambtenaar van het waterschap binnen 13 weken na ontvangst van het bezwaarschrift uitspraak daarop.
**2.** Een beschikking op aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht geeft de in artikel 123, derde lid, onder b, bedoelde ambtenaar van het waterschap binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.
**3.** Voor de toepassing van artikel 25a, elfde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen geldt in afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van 13 weken na het onherroepelijk worden van de rechterlijke uitspraak.
### Artikel 131
Indien bezwaar wordt gemaakt zowel tegen een belastingaanslag in de heffing ter zake van een gebouwde of ongebouwde onroerende zaak als tegen een op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken gegeven beschikking welke ten grondslag heeft gelegen aan die belastingaanslag, vangt, ingeval feiten en omstandigheden in het geding zijn die van belang zijn zowel voor de heffing ter zake van een gebouwde of ongebouwde onroerende zaak als voor de vaststelling van de waarde op de voet van genoemd hoofdstuk IV, de termijn waarbinnen de in artikel 123, derde lid, onderdeel b, bedoelde ambtenaar van het waterschap uitspraak doet op het eerstbedoelde bezwaar aan, in afwijking in zoverre van artikel 25, eerste lid, van de Algemene wet, op het tijdstip waarop de op de voet van genoemd hoofdstuk IV gegeven beschikking onherroepelijk is komen vast te staan.
Indien bezwaar wordt gemaakt zowel tegen een belastingaanslag in de heffing ter zake van een gebouwde of ongebouwde onroerende zaak als tegen een op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken gegeven beschikking welke ten grondslag heeft gelegen aan die belastingaanslag, vangt, ingeval feiten en omstandigheden in het geding zijn die van belang zijn zowel voor de heffing ter zake van een gebouwde of ongebouwde onroerende zaak als voor de vaststelling van de waarde op de voet van genoemd hoofdstuk IV, de termijn waarbinnen de in artikel 123, derde lid, onderdeel b, bedoelde ambtenaar van het waterschap uitspraak doet op het eerstbedoelde bezwaar aan, in afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, op het tijdstip waarop de op de voet van genoemd hoofdstuk IV gegeven beschikking onherroepelijk is komen vast te staan.
### Artikel 132