2003-07-16 | BWBR0006515 | Besluit subsidies energieprogramma's
This commit is contained in:
parent
d08604f008
commit
2876e6863d
1 changed files with 4 additions and 4 deletions
|
|
@ -68,7 +68,7 @@ De subsidie bedraagt ten hoogste:
|
|||
a. in geval van een onderzoeks- of ontwikkelingsproject: 50 procent van de projectkosten, met dien verstande dat:
|
||||
|
||||
1°. indien de aanvrager een instelling van hoger onderwijs of een geheel of hoofdzakelijk door de rijksoverheid gefinancierde onderzoeksinstelling is, subsidie kan worden verstrekt tot ten hoogste 100 procent van de projectkosten,
|
||||
2°. indien de aanvrager een «kleine of middelgrote onderneming» is in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (*PbEG* 1996, C 213), subsidie kan worden verstrekt tot ten hoogste 60 procent van de projectkosten, en
|
||||
2°. indien de aanvrager een ondernemer is die een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 (PbEG L 70) betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen, subsidie kan worden verstrekt tot ten hoogste 60 procent van de projectkosten, en
|
||||
3°. indien de aanvrager geen ondernemer is en geen instelling als bedoeld onder 1°, subsidie kan worden verstrekt tot ten hoogste 60 procent van de projectkosten;
|
||||
b. in geval van een demonstratieproject: 40 procent van de projectkosten, voor zover deze niet meer bedragen dan € 454 000, en 25 procent van de projectkosten voor zover deze meer bedragen dan € 454 000;
|
||||
c. in geval van een marktintroductieproject: 40 procent van de projectkosten.
|
||||
|
|
@ -89,7 +89,7 @@ Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:
|
|||
|
||||
a. de volgende rechtstreeks aan het project toe te rekenen en door de subsidie-ontvanger in de bij de subsidieverlening vermelde periode gemaakte en betaalde kosten:
|
||||
|
||||
1°. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het bruto jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolommen 3, 4 en 13 van de loonstaat van het betrokken directe personeel, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1600 productieve uren per jaar;
|
||||
1°. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom «loon voor de loonbelasting» van de loonstaat van het betrokken directe personeel, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1600 productieve uren per jaar;
|
||||
2°. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
|
||||
3°. de kosten van aanschaf van machines en apparatuur, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
|
||||
4°. aan derden verschuldigde kosten ter zake van door hen verleende diensten en ter zake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede ter zake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
|
||||
|
|
@ -124,7 +124,7 @@ b. een opslag voor algemene kosten, groot 40 procent van de onder *a*, aanhef en
|
|||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
Onze Minister geeft op de aanvraag een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag dan wel, indien het betrokken energieprogramma voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen met betrekking tot soortgelijke projecten, na afloop van de in artikel 6, eerste lid, bedoelde periode. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
|
||||
Onze Minister geeft op de aanvraag een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag dan wel, indien het betrokken energieprogramma voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen met betrekking tot soortgelijke projecten, na afloop van de in artikel 6, eerste lid, bedoelde periode.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
|
|
@ -229,7 +229,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Onze Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken. Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt Onze Minister de subsidie-ontvanger daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
|
||||
Onze Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue