2019-01-01 | BWBR0039936 | Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzaalwerk
This commit is contained in:
parent
7790182b2a
commit
28a511aca9
1 changed files with 44 additions and 23 deletions
|
|
@ -22,6 +22,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
- *huiselijk geweld:* huiselijk geweld als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
|
||||
- *kindermishandeling:* kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet;
|
||||
- *meldcode:* meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling;
|
||||
- *melding:* melding aan het AMHK van huiselijk geweld of kindermishandeling of van een vermoeden daarvan;
|
||||
- *stamgroep:* vaste groep kinderen in de dagopvang;
|
||||
- *stamgroepruimte:* binnenspeelruimte waar de stamgroep hoofdzakelijk aanwezig is;
|
||||
- *wet:*
|
||||
|
|
@ -100,9 +101,10 @@ f. indien van toepassing, een concrete beschrijving van de wijze waarop de achte
|
|||
De door de houder voor het personeel vast te stellen meldcode bevat ten minste de volgende elementen:
|
||||
|
||||
a. een stappenplan, inhoudende een omschrijving van de stappen voor het omgaan door het personeel met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling;
|
||||
b. een toebedeling van verantwoordelijkheden aan de diverse personeelsleden bij de stappen, bedoeld onder a, inclusief vermelding van de functie van degene die eindverantwoordelijk is voor de beslissing over het al dan niet doen van een melding;
|
||||
c. specifieke aandacht, indien van toepassing, voor bijzondere vormen van geweld, die speciale kennis en vaardigheden van personeel vereisen;
|
||||
d. specifieke aandacht voor de wijze waarop het personeel omgaat met gegevens waarvan zij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden.
|
||||
b. een afwegingskader op basis waarvan het personeel het risico op en de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling weegt en dat het personeel in staat stelt te beoordelen of sprake is van dusdanig ernstig huiselijk geweld of ernstige kindermishandeling, dan wel van een vermoeden daarvan, dat een melding is aangewezen;
|
||||
c. een toebedeling van verantwoordelijkheden aan de diverse personeelsleden bij de stappen, bedoeld onder a, inclusief vermelding van de functie van degene die eindverantwoordelijk is voor de beslissing over het al dan niet doen van een melding;
|
||||
d. specifieke aandacht, indien van toepassing, voor bijzondere vormen van geweld, die speciale kennis en vaardigheden van personeel vereisen;
|
||||
e. specifieke aandacht voor de wijze waarop het personeel omgaat met gegevens waarvan zij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -111,8 +113,11 @@ Het in het eerste lid, onder a, bedoelde stappenplan, bevat ten minste de volgen
|
|||
a. het in kaart brengen van de signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling;
|
||||
b. collegiale consultatie en zo nodig raadplegen van het AMHK of een deskundige op het gebied van letselduiding;
|
||||
c. een gesprek met de ouders en, indien mogelijk, het kind;
|
||||
d. het wegen van het risico op en de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling en bij twijfel altijd raadplegen van het AMHK, en
|
||||
e. beslissen: zelf hulp bieden of hulp organiseren dan wel het doen van een melding.
|
||||
d. het toepassen van het afwegingskader, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b;
|
||||
e. het beslissen over:
|
||||
|
||||
1°. het doen van een melding, en
|
||||
2°. het inzetten van de noodzakelijke hulp.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
|
|
@ -120,6 +125,10 @@ e. beslissen: zelf hulp bieden of hulp organiseren dan wel het doen van een meld
|
|||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de opleidingseisen waaraan beroepskrachten voldoen.
|
||||
|
||||
**3.** Pedagogisch beleidsmedewerkers beschikken over een voor de werkzaamheden passende opleiding.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de opleidingseisen waaraan pedagogisch beleidsmedewerkers voldoen.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op een stamgroep wordt afgestemd op het aantal aanwezige kinderen in de stamgroep, waarbij naarmate de kinderen ouder zijn, minder beroepskrachten hoeven te worden ingezet.
|
||||
|
|
@ -140,9 +149,15 @@ e. beslissen: zelf hulp bieden of hulp organiseren dan wel het doen van een meld
|
|||
|
||||
**9.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs waarbij kan worden bepaald dat en onder welke voorwaarden beroepskrachten in opleiding en stagiairs kunnen worden meegeteld bij de berekening van het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op grond van dit artikel.
|
||||
|
||||
**10.** De pedagogisch beleidsmedewerker kan worden meegeteld bij de berekening van het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op grond van dit artikel voor zover deze in het kader van het coachen van beroepskrachten bij de uitvoering van hun werkzaamheden tevens op de stamgroep bezig is met de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Het minimaal aantal uren waarvoor de houder jaarlijks pedagogisch beleidsmedewerkers in de dagopvang inzet, wordt afgestemd op het aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal kindercentra dat de houder exploiteert waarbij, naarmate er meer beroepskrachten worden ingezet, er voor meer uren pedagogisch beleidsmedewerkers worden ingezet ten behoeve van het coachen van beroepskrachten bij de uitvoering van hun werkzaamheden en naarmate de houder meer kindercentra exploiteert, er voor meer uren pedagogisch beleidsmedewerkers worden ingezet ten behoeve van de totstandkoming en implementatie van pedagogische beleidsvoornemens.
|
||||
|
||||
**2.** Het minimaal aantal uren waarvoor de houder jaarlijks pedagogisch beleidsmedewerkers in de dagopvang inzet voor de totstandkoming en implementatie van pedagogische beleidsvoornemens en het minimaal aantal uren waarvoor de houder jaarlijks pedagogisch beleidsmedewerkers inzet voor het coachen van beroepskrachten bij de uitvoering van hun werkzaamheden wordt bepaald op grond van de rekenregels in bijlage 2 bij dit besluit. Onze Minister stelt een online rekentool ter beschikking met behulp waarvan de in de eerste zin bedoelde inzet kan worden berekend.
|
||||
|
||||
**3.** De houder bepaalt jaarlijks, indien hij meer dan één kindercentrum exploiteert, de wijze waarop hij het op grond van het tweede lid verplichte minimaal aantal uren waarvoor pedagogisch beleidsmedewerkers worden ingezet, verdeelt over de verschillende kindercentra en legt dit schriftelijk vast zodat dit inzichtelijk is voor de beroepskrachten en ouders. De houder geeft de verdeling zodanig vorm dat iedere beroepskracht jaarlijks coaching ontvangt in de uitvoering van de werkzaamheden.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
|
|
@ -246,9 +261,10 @@ f. indien van toepassing, een concrete beschrijving van de wijze waarop de achte
|
|||
De door de houder voor het personeel vast te stellen meldcode bevat ten minste de volgende elementen:
|
||||
|
||||
a. een stappenplan, inhoudende een omschrijving van de stappen voor het omgaan door het personeel met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling;
|
||||
b. een toebedeling van verantwoordelijkheden aan de diverse personeelsleden bij de stappen, bedoeld onder a, inclusief vermelding van de functie van degene die eindverantwoordelijk is voor de beslissing over het al dan niet doen van een melding;
|
||||
c. specifieke aandacht, indien van toepassing, voor bijzondere vormen van geweld, die speciale kennis en vaardigheden van personeel vereisen;
|
||||
d. specifieke aandacht voor de wijze waarop het personeel omgaat met gegevens waarvan zij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden.
|
||||
b. een afwegingskader op basis waarvan het personeel het risico op en de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling weegt en dat het personeel in staat stelt te beoordelen of sprake is van dusdanig ernstig huiselijk geweld of ernstige kindermishandeling, dan wel van een vermoeden daarvan, dat een melding is aangewezen;
|
||||
c. een toebedeling van verantwoordelijkheden aan de diverse personeelsleden bij de stappen, bedoeld onder a, inclusief vermelding van de functie van degene die eindverantwoordelijk is voor de beslissing over het al dan niet doen van een melding;
|
||||
d. specifieke aandacht, indien van toepassing, voor bijzondere vormen van geweld, die speciale kennis en vaardigheden van personeel vereisen;
|
||||
e. specifieke aandacht voor de wijze waarop het personeel omgaat met gegevens waarvan zij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -257,8 +273,11 @@ Het in het eerste lid, onder a, bedoelde stappenplan, bevat ten minste de volgen
|
|||
a. het in kaart brengen van de signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling;
|
||||
b. collegiale consultatie en zo nodig raadplegen van het AMHK of een deskundige op het gebied van letselduiding;
|
||||
c. een gesprek met de ouders en, indien mogelijk, het kind;
|
||||
d. het wegen van het risico op en de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling en bij twijfel altijd raadplegen van het AMHK, en
|
||||
e. beslissen: zelf hulp bieden of hulp organiseren dan wel het doen van een melding.
|
||||
d. het toepassen van het afwegingskader, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b;
|
||||
e. het beslissen over:
|
||||
|
||||
1°. het doen van een melding, en
|
||||
2°. het inzetten van de noodzakelijke hulp.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
|
|
@ -266,6 +285,10 @@ e. beslissen: zelf hulp bieden of hulp organiseren dan wel het doen van een meld
|
|||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de opleidingseisen waaraan beroepskrachten en beroepskrachten meertalige buitenschoolse opvang voldoen.
|
||||
|
||||
**3.** Pedagogisch beleidsmedewerkers beschikken over een voor de werkzaamheden passende opleiding.
|
||||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de opleidingseisen waaraan pedagogisch beleidsmedewerkers voldoen.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** Het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op een basisgroep wordt afgestemd op het aantal aanwezige kinderen in de basisgroep, waarbij naarmate de kinderen ouder zijn, minder beroepskrachten hoeven te worden ingezet.
|
||||
|
|
@ -284,9 +307,15 @@ e. beslissen: zelf hulp bieden of hulp organiseren dan wel het doen van een meld
|
|||
|
||||
**8.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiaires waarbij kan worden bepaald dat en onder welke voorwaarden beroepskrachten in opleiding en stagiairs kunnen worden meegeteld bij de berekening van het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op grond van dit artikel.
|
||||
|
||||
**9.** De pedagogisch beleidsmedewerker kan worden meegeteld bij de berekening van het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op grond van dit artikel voor zover deze in het kader van het coachen van beroepskrachten bij de uitvoering van hun werkzaamheden tevens op de basisgroep bezig is met de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Het minimaal aantal uren waarvoor de houder jaarlijks pedagogisch beleidsmedewerkers in de buitenschoolse opvang inzet, wordt afgestemd op het aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal kindercentra dat de houder exploiteert waarbij, naarmate er meer beroepskrachten worden ingezet, er voor meer uren pedagogisch beleidsmedewerkers worden ingezet ten behoeve van het coachen van beroepskrachten bij de uitvoering van hun werkzaamheden en naarmate de houder meer kindercentra exploiteert, er voor meer uren pedagogisch beleidsmedewerkers worden ingezet ten behoeve van de totstandkoming en implementatie van pedagogische beleidsvoornemens.
|
||||
|
||||
**2.** Het minimaal aantal uren waarvoor de houder jaarlijks pedagogisch beleidsmedewerkers in de buitenschoolse opvang inzet voor de totstandkoming en implementatie van pedagogische beleidsvoornemens en het minimaal aantal uren waarvoor de houder jaarlijks pedagogisch beleidsmedewerkers inzet voor het coachen van beroepskrachten bij de uitvoering van hun werkzaamheden wordt bepaald op grond van de rekenregels in bijlage 2 bij dit besluit. Onze Minister stelt een online rekentool ter beschikking met behulp waarvan de in de eerste zin bedoelde inzet kan worden berekend.
|
||||
|
||||
**3.** De houder bepaalt jaarlijks, indien hij meer dan één kindercentrum exploiteert, de wijze waarop hij het op grond van het tweede lid verplichte minimaal aantal uren waarvoor pedagogisch beleidsmedewerkers worden ingezet, verdeelt over de verschillende kindercentra en legt dit schriftelijk vast zodat dit inzichtelijk is voor de beroepskrachten en ouders. De houder geeft de verdeling zodanig vorm dat iedere beroepskracht jaarlijks coaching ontvangt in de uitvoering van de werkzaamheden.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
|
|
@ -487,8 +516,6 @@ Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 20
|
|||
|
||||
Wijzigt dit besluit.
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2018/301.
|
||||
|
|
@ -499,8 +526,6 @@ Wijzigt dit besluit.
|
|||
|
||||
Wijzigt dit besluit.
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
||||
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2018/301.
|
||||
|
|
@ -517,8 +542,6 @@ Wijzigt dit besluit.
|
|||
|
||||
Wijzigt dit besluit.
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
||||
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2018/301.
|
||||
|
|
@ -529,8 +552,6 @@ Wijzigt dit besluit.
|
|||
|
||||
Wijzigt het Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang.
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 28
|
||||
|
||||
Wijzigt het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen.
|
||||
|
|
@ -549,9 +570,7 @@ Indien een houder op 1 januari 2018 een kindercentrum exploiteert beschikt de ho
|
|||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van de artikelen 7, tweede en zevende lid, 9, tweede en tiende lid, 16, tweede lid, en 18, tweede lid, is voor het jaar 2018 bijlage 1a in plaats van bijlage 1 van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Dit artikel en bijlage 1a vervallen met ingang van 1 januari 2019.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 32a
|
||||
|
||||
|
|
@ -573,4 +592,6 @@ Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit kwaliteit kinderopvang.
|
|||
|
||||
## Bijlage 1a. als bedoeld in
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Bijlage 2. als bedoeld in de
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue