From 28a8813f2ce0f66f898ede365caed4b2b547971e Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 1 Jul 2009 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2009-07-01 | BWBR0004054 | Meststoffenwet --- wet/meststoffenwet/BWBR0004054/README.md | 169 +++-------------------- 1 file changed, 23 insertions(+), 146 deletions(-) diff --git a/wet/meststoffenwet/BWBR0004054/README.md b/wet/meststoffenwet/BWBR0004054/README.md index 9abedff6e1a..355ae4e1ca7 100644 --- a/wet/meststoffenwet/BWBR0004054/README.md +++ b/wet/meststoffenwet/BWBR0004054/README.md @@ -516,7 +516,7 @@ Onze Minister kan voorschriften geven betreffende de monsterneming, de verpakkin ### Artikel 49 -Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen. +Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen. ### Titel 2. Bestuurlijke boetes @@ -524,61 +524,31 @@ Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de ### Artikel 50 -**1.** - -In deze titel wordt verstaan onder: - -a. overtreding: gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens artikel 7, 9, tweede lid, 11, vijfde lid, 13, derde lid, 14, eerste lid, 15, 34, 35, 36, 37, 38, derde lid, of 40; -b. overtreder: degene die de overtreding pleegt of mede pleegt; -c. bestuurlijke boete: bestraffende sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom; -d. dwangbevel: schriftelijk bevel dat ertoe strekt de betaling van een geldsom af te dwingen, voor zover de verplichting tot betaling van de geldsom uitsluitend voortvloeit uit het bepaalde in deze titel. - -**2.** Indien een overtreding is gepleegd door een rechtspersoon, wordt onder overtreder mede verstaan: degene die tot de overtreding opdracht heeft gegeven of daaraan feitelijk leiding heeft gegeven. +Vervallen ### Artikel 51 -**1.** Onze Minister kan een overtreder een bestuurlijke boete opleggen. - -**2.** Onze Minister legt geen bestuurlijke boete op indien de overtreder is overleden. Een op het tijdstip van overlijden niet onherroepelijke of nog niet betaalde boete vervalt. +Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de artikelen 7, 9, tweede lid, 11, vijfde lid, 13, derde lid, 14, eerste lid, 15, 34, 35, 36, 37, 38, derde lid, of 40. ### Artikel 52 -Onze Minister legt geen bestuurlijke boete op voorzover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten. +Vervallen ### Artikel 53 -Onze Minister legt geen bestuurlijke boete op indien aan de overtreder wegens hetzelfde feit reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd. +Vervallen ### Artikel 54 -Onze Minister legt geen bestuurlijke boete op indien tegen de overtreder wegens hetzelfde feit: - -a. een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen, of -b. het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge artikel 74 of 74c van het Wetboek van Strafrecht dan wel ingevolge artikel 37 van de Wet op de economische delicten. +Vervallen ### Artikel 55 -**1.** Indien de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder zij is begaan daartoe aanleiding geven, wordt zij aan het openbaar ministerie voorgelegd. - -**2.** - -Voor een overtreding als bedoeld in het eerste lid kan Onze Minister alsnog een bestuurlijke boete opleggen indien: - -a. het openbaar ministerie heeft medegedeeld van strafvervolging tegen de overtreder af te zien, of -b. sedert het voorleggen ervan dertien weken zijn verstreken en geen reactie van het openbaar ministerie is ontvangen. - -**3.** Indien ter zake van een overtreding aan de overtreder een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel een mededeling als bedoeld in artikel 65, tweede lid, onderdeel a, is verzonden, heeft dit dezelfde rechtsgevolgen als een kennisgeving van niet verdere vervolging als bedoeld in artikel 246, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. +Indien de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder zij is begaan daartoe aanleiding geven, wordt zij aan het openbaar ministerie voorgelegd. ### Artikel 56 -**1.** - -De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt na: - -a. twee jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden, ingeval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9, tweede lid, 11, vijfde lid, 13, derde lid, 15, 34, 35, 36, 37, 38, derde lid, of 40; -b. vijf jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden, ingeval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 7, 14, eerste lid. - -**2.** Indien tegen de bestuurlijke boete bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, wordt de vervaltermijn opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar of beroep is beslist. +Vervallen #### Paragraaf 2. Hoogte bestuurlijke boete @@ -604,7 +574,7 @@ c. € 11 per kilogram fosfaat waarmee de in artikel 8, onderdeel c, bedoelde fo ### Artikel 59 -Onze Minister legt een lagere bestuurlijke boete op indien de overtreder aannemelijk maakt dat de overeenkomstig artikel 57 of 58 vastgestelde bestuurlijke boete wegens bijzondere omstandigheden te hoog is. +Vervallen ### Artikel 60 @@ -618,7 +588,7 @@ Onze Minister legt een lagere bestuurlijke boete op indien de overtreder aanneme ### Artikel 61 -Ingeval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 9, tweede lid, 11, vijfde lid, 13, derde lid, 15, 34, 35, 36, 37, 38, derde lid, of 40 stemt Onze Minister de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Hij houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. +Vervallen ### Artikel 62 @@ -630,150 +600,57 @@ Ingeval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 9, tweede lid, ### Artikel 63 -**1.** Onze Minister en de met het toezicht belaste ambtenaar, bedoeld in artikel 47, eerste lid, kunnen van de overtreding een rapport opmaken. - -**2.** - -Het rapport is gedagtekend en vermeldt: - -a. de naam van de overtreder, -b. de overtreding alsmede het overtreden voorschrift, en -c. zo nodig een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd. - -**3.** Een afschrift van het rapport wordt uiterlijk bij de bekendmaking van de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete aan de overtreder toegezonden of uitgereikt. - -**4.** Indien van de overtreding een proces-verbaal als bedoeld in artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering is opgemaakt, treedt dit voor de toepassing van deze afdeling in de plaats van het rapport. - -**5.** Mandaat tot het opleggen van een bestuurlijke boete van meer dan € 340 wordt niet verleend aan degene die van de overtreding een rapport of proces-verbaal heeft opgemaakt. - -**6.** Indien geen rapport of proces verbaal is opgemaakt, wordt een bestuurlijke boete van ten hoogste € 340 opgelegd. +Vervallen ### Artikel 64 -**1.** Onze Minister stelt de overtreder desgevraagd in de gelegenheid de gegevens waarop het opleggen van de bestuurlijke boete, dan wel het voornemen daartoe, berust, in te zien en daarvan afschriften te vervaardigen. - -**2.** Voor zover blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt, draagt Onze Minister er zoveel mogelijk zorg voor dat deze gegevens aan de overtreder worden medegedeeld in een voor deze begrijpelijke taal. +Vervallen ### Artikel 65 -**1.** - -Indien de overtreder in de gelegenheid wordt gesteld over het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete zijn zienswijze naar voren te brengen: - -a. wordt het rapport reeds bij de uitnodiging daartoe aan de overtreder toegezonden of uitgereikt, en -b. zorgt Onze Minister voor bijstand door een tolk, indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt. - -**2.** - -Indien Onze Minister nadat de overtreder zijn zienswijze naar voren heeft gebracht, beslist dat: - -a. voor de overtreding geen bestuurlijke boete zal worden opgelegd, of -b. de overtreding alsnog aan de officier van justitie zal worden voorgelegd, wordt dit schriftelijk aan de overtreder medegedeeld. - -**3.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de overtreder steeds in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen indien de voorgenomen bestuurlijke boete meer dan € 340 bedraagt. +Vervallen ### Artikel 66 -**1.** Degene die wordt verhoord met het oog op het opleggen van een bestuurlijke boete, is niet verplicht ten behoeve daarvan verklaringen omtrent de overtreding af te leggen. - -**2.** De betrokkene wordt hierop gewezen alvorens hem mondeling wordt gevraagd verklaringen af te leggen, en in ieder geval wanneer hij in de gelegenheid wordt gesteld over het voornemen tot oplegging van de bestuurlijke boete zijn zienswijze naar voren te brengen. +Vervallen ### Artikel 67 -**1.** Indien van de overtreding een rapport is opgemaakt, beslist Onze Minister omtrent het opleggen van de bestuurlijke boete binnen dertien weken na de dagtekening van het rapport. - -**2.** De beslistermijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de gedraging aan het openbaar ministerie is voorgelegd, tot de dag waarop Onze Minister weer bevoegd wordt een bestuurlijke boete op te leggen. +Vervallen ### Artikel 68 -De beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete vermeldt: - -a. de naam van de overtreder; -b. de overtreding, alsmede het overtreden voorschrift; -c. het bedrag van de boete; -d. de termijn waarbinnen de betaling moet plaatsvinden. +Vervallen #### Paragraaf 4. Betaling ### Artikel 69 -**1.** De betaling van de bestuurlijke boete geschiedt binnen zes weken nadat de beschikking, bedoeld in artikel 68, op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, tenzij de beschikking een later tijdstip vermeldt. - -**2.** De betaling geschiedt door bijschrijving op de daartoe door Onze Minister bestemde bankrekening. - -**3.** Als tijdstip van betaling geldt de datum van bijschrijving op de bankrekening, bedoeld in het tweede lid. +Onze Minister kan de bestuurlijke boete verrekenen met te verstrekken subsidies bij of krachtens de Kaderwet LNV-subsidies. ### Artikel 70 -**1.** Onze Minister kan de persoon aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd uitstel van betaling verlenen. - -**2.** Gedurende het uitstel kan Onze Minister niet aanmanen als bedoeld in artikel 72 of invorderen als bedoeld in artikel 73. - -**3.** De beschikking tot uitstel van betaling vermeldt de termijn waarvoor het uitstel geldt. - -**4.** Onze Minister kan aan de beschikking tot uitstel van betaling voorschriften verbinden. - -**5.** - -Onze Minister kan de beschikking tot uitstel van betaling intrekken: - -a. indien de voorschriften, bedoeld in het vierde lid, niet zijn nageleefd, of -b. voorzover veranderde omstandigheden zich tegen voortduring van het uitstel verzetten. +Vervallen ### Artikel 71 -**1.** De persoon aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, is in verzuim indien hij niet binnen de voorgeschreven termijn heeft betaald. - -**2.** Het verzuim heeft de verschuldigdheid van wettelijke rente tot gevolg overeenkomstig de artikelen 119, eerste en tweede lid, en 120 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. - -**3.** Onze Minister stelt het bedrag van de verschuldigde rente vast. +Vervallen ### Artikel 72 -**1.** Onze Minister maant de persoon aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd en die in verzuim is schriftelijk aan tot betaling binnen twee weken gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de aanmaning is verzonden. - -**2.** De aanmaning vermeldt dat bij niet tijdige betaling deze kan worden afgedwongen door op kosten van de schuldenaar uit te voeren invorderingsmaatregelen. - -**3.** Onze Minister kan voor de aanmaning een vergoeding in rekening brengen. De vergoeding bedraagt € 5 indien de schuld minder dan € 500 bedraagt en € 10 indien de schuld € 500 of meer bedraagt. - -**4.** Indien een vergoeding als bedoeld in het derde lid in rekening wordt gebracht, vermeldt de aanmaning het desbetreffende bedrag. +Vervallen ### Artikel 73 -**1.** Bij gebreke van volledige betaling binnen de in artikel 69 bedoelde termijn kan Onze Minister de verschuldigde bestuurlijke boete invorderen bij dwangbevel. - -**2.** Een dwangbevel levert een executoriale titel op, die met toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten uitvoer kan worden gelegd. - -**3.** De uitvaardiging en betekening van een dwangbevel geschieden op kosten van degene tegen wie het is uitgevaardigd. De kosten zijn ook verschuldigd indien het dwangbevel door betaling van verschuldigde bedragen niet of niet volledig ten uitvoer is gelegd. De kosten die Onze Minister in rekening kan brengen voor het uitvaardigen van het dwangbevel bedragen ten hoogste een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag. - -**4.** Bij het dwangbevel kunnen tevens de aanmaningsvergoeding, de wettelijke rente en de kosten van het dwangbevel in rekening worden gebracht. - -**5.** - -Het dwangbevel vermeldt in ieder geval: - -a. aan het hoofd het woord «dwangbevel»; -b. het bedrag van de invorderbare hoofdsom; -c. de beschikking, bedoeld in artikel 68; -d. de kosten van het dwangbevel, en -e. dat het op kosten van de schuldenaar ten uitvoer kan worden gelegd. - -**6.** - -Het dwangbevel vermeldt, indien van toepassing: - -a. het bedrag van de aanmaningsvergoeding; -b. de ingangsdatum van de wettelijke rente. +Vervallen ### Artikel 74 -Artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de aanmaning, bedoeld in artikel 72, en het dwangbevel, bedoeld in artikel 73. +Vervallen ### Artikel 75 -**1.** De bekendmaking van een dwangbevel geschiedt door middel van de betekening van een exploot als bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De artikelen 3:41 tot en met 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing. - -**2.** Het exploot vermeldt in ieder geval de rechtbank waarbij tegen het dwangbevel en de tenuitvoerlegging ervan overeenkomstig de artikelen 438 en 438a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan worden opgekomen. +Vervallen ## Hoofdstuk IX. Slotbepalingen