diff --git a/wet/wet-verontreiniging-oppervlaktewateren/BWBR0002682/README.md b/wet/wet-verontreiniging-oppervlaktewateren/BWBR0002682/README.md index 5db880e3678..c1914873be3 100644 --- a/wet/wet-verontreiniging-oppervlaktewateren/BWBR0002682/README.md +++ b/wet/wet-verontreiniging-oppervlaktewateren/BWBR0002682/README.md @@ -113,7 +113,19 @@ c. de gegevens die bij de melding moeten worden verstrekt. ### Artikel 2f -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden met betrekking tot het vanaf schepen of drijvende werktuigen brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in oppervlaktewater regels gesteld die nodig zijn ter bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging. + +**2.** Bij de in het eerste lid bedoelde maatregel kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen. + +**3.** + +Tot de in het eerste lid bedoelde regels behoren in elk geval regels, inhoudende: + +a. een verbod afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in oppervlaktewateren te brengen dan wel schepen te laden of te lossen of daaraan medewerking te geven, indien daarbij niet wordt voldaan aan de bij de maatregel gestelde eisen; +b. de vaststelling van een losstandaard die ten minste is vereist bij het ter beschikking stellen van schepen voor het vervoer van zaken; +c. administratieve verplichtingen in verband met het bepaalde in onderdeel a. + +**4.** Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan het model worden vastgesteld van een formulier met betrekking waartoe een verplichting als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, van kracht is. ## Hoofdstuk II. De vergunning @@ -572,12 +584,16 @@ Vervallen ### Artikel 29 +**1.** + Het bestuursorgaan dat bevoegd is of zou zijn een vergunning krachtens artikel 1 te verlenen, heeft tot taak: a. zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bij of krachtens deze wet, van het bij of krachtens de titels 12.1 en 12.3 van de Wet milieubeheer en van het bij of krachtens verordening (EG) nr. 166/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 januari 2006 betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen en tot wijziging van de Richtlijnen 91/689/EEG en 96/61/EG van de Raad (PbEU L 33) bepaalde met betrekking tot het betrokken brengen van stoffen in oppervlaktewater; b. andere gegevens, dan die bedoeld in de artikelen 8.12, vierde lid, 8.12a, tweede lid, 8.13, eerste lid, onder c, en 8.14, eerste lid, onder a, van de Wet milieubeheer, die eveneens van belang zijn met het oog op de onder a bedoelde taak, te verzamelen en te registreren; c. klachten, die betrekking hebben op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde, te behandelen. +**2.** De taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij en krachtens artikel 2f, alsmede gegevens die met het oog op die taak van belang zijn te verzamelen en te registreren, alsmede klachten die betrekking hebben op de naleving van het bij of krachtens artikel 2f bepaalde te behandelen, berust met betrekking tot schepen die zich bevinden op een oppervlaktewater bij het bestuursorgaan dat krachtens artikel 3 ten aanzien van dat oppervlaktewater bevoegd is een vergunning als bedoeld in artikel 1, derde lid, te verlenen. + ### Artikel 30 Met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn de artikelen 18.3 tot en met 18.16 van de Wet milieubeheer van toepassing. @@ -632,9 +648,9 @@ Het ontwerp van een ministeriële regeling, vast te stellen krachtens of met ove ### Artikel 33a -**1.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1, tweede of derde lid, 1*a*, 2*a*, 2*d*, 4, 14, 15, 19, zesde, zevende of achtste lid, of 31, vierde lid, wordt Ons gedaan door Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. +**1.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1, tweede of derde lid, 1a, 2a, 2d, 2f, 4, 14, 15, 19, zesde, zevende of achtste lid, of 31, vierde lid, wordt Ons gedaan door Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. -**2.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1, tweede of derde lid, 1*a*, 2*a*, 2*d* of 4 wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de *Staatscourant* bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze genoemde Ministers te brengen. +**2.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1, tweede of derde lid, 1a, 2a, 2d, 2f of 4 wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de *Staatscourant* bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze genoemde Ministers te brengen. **3.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het tweede lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan beide Kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst.