2023-01-01 | BWBR0007168 | Wet belastingen op milieugrondslag
This commit is contained in:
parent
64e47b3856
commit
28f70cc293
1 changed files with 53 additions and 63 deletions
|
|
@ -21,8 +21,8 @@ b. een afvalstoffenbelasting;
|
|||
c. een belasting op kolen;
|
||||
d. een energiebelasting;
|
||||
e. een minimum CO_2-prijs elektriciteitsopwekking;
|
||||
f. een vliegbelasting;
|
||||
f. een CO_2-heffing industrie.
|
||||
f. een CO_2-heffing industrie;
|
||||
g. een vliegbelasting.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
|
|
@ -166,7 +166,7 @@ c. in overige gevallen op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt.
|
|||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
Het tarief bedraagt € 0,359 per kubieke meter leidingwater.
|
||||
Het tarief bedraagt € 0,382 per kubieke meter leidingwater.
|
||||
|
||||
### Artikel 18a
|
||||
|
||||
|
|
@ -363,10 +363,10 @@ b. hoeveel belasting ter zake van de stoffen, preparaten en voorwerpen geheven i
|
|||
|
||||
Het tarief bedraagt in geval van:
|
||||
|
||||
a. het storten van afvalstoffen: € 33,58 per 1.000 kilogram;
|
||||
b. het verbranden van afvalstoffen in andere gevallen dan als bedoeld onder c: € 33,58 per 1.000 kilogram;
|
||||
a. het storten van afvalstoffen: € 35,70 per 1.000 kilogram;
|
||||
b. het verbranden van afvalstoffen in andere gevallen dan als bedoeld onder c: € 35,70 per 1.000 kilogram;
|
||||
c. het verbranden van afvalstoffen in een installatie waarin op grond van bij of krachtens de Wet milieubeheer of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gestelde voorschriften, dan wel een op grond van laatstgenoemde wet afgegeven omgevingsvergunning, geen huishoudelijke afvalstoffen, gemengde bedrijfsafvalstoffen en gemengd sorteerresidu mogen worden verbrand: nihil;
|
||||
d. de overbrenging van afvalstoffen: € 33,58 per 1.000 kilogram.
|
||||
d. de overbrenging van afvalstoffen: € 35,70 per 1.000 kilogram.
|
||||
|
||||
**2.** Bij toepassing van artikel 23, eerste lid, onderdeel c, wordt voor de gehele periode van overbrenging het laagste tarief toegepast dat gedurende deze periode op enig moment geldt ingevolge het eerste lid, onderdeel d. De periode van overbrenging vangt aan op het tijdstip van aanvang van de eerste fysieke overbrenging met toepassing van de toestemming, bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel c, en eindigt op het tijdstip van de aanvang van de laatste fysieke overbrenging met toepassing van die toestemming.
|
||||
|
||||
|
|
@ -574,7 +574,7 @@ De belasting wordt berekend over het gewicht van de kolen, uitgedrukt in kilogra
|
|||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
Het tarief bedraagt per 1000 kilogram kolen € 15,49.
|
||||
Het tarief bedraagt per 1000 kilogram kolen € 16,47.
|
||||
|
||||
### Afdeling 5. Vrijstellingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -804,21 +804,21 @@ Het tarief bedraagt voor:
|
|||
|
||||
a. aardgas, met uitzondering van aardgas als bedoeld in onderdeel b, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3 voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat:
|
||||
|
||||
– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,36322;
|
||||
– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,06632;
|
||||
– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02417;
|
||||
– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,01298;
|
||||
b. aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, dat wordt geleverd aan een CNG-vulstation € 0,17203 per kubieke meter;
|
||||
– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,48980;
|
||||
– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,09621;
|
||||
– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,05109;
|
||||
– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,03919;
|
||||
b. aardgas, met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, dat wordt geleverd aan een CNG-vulstation € 0,18287 per kubieke meter;
|
||||
c. elektriciteit voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat:
|
||||
|
||||
– niet hoger is dan 10 000 kWh, per kWh € 0,03679;
|
||||
– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,04361;
|
||||
– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,01189;
|
||||
– hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,00114 voor niet-zakelijk verbruik en per kWh € 0,00057 voor zakelijk verbruik.
|
||||
– niet hoger is dan 10 000 kWh, per kWh € 0,12599;
|
||||
– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,10046;
|
||||
– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,03942;
|
||||
– hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,00175 voor niet-zakelijk verbruik en per kWh € 0,00115 voor zakelijk verbruik.
|
||||
|
||||
**2.** Bij aardgas met een bovenste verbrandingswaarde die lager of hoger is dan 35,17 megajoule per Nm^3, worden de in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde tarieven naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd alsmede de hoeveelheidsgrenzen naar evenredigheid verhoogd onderscheidenlijk verlaagd.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas € 0,36322 per kubieke meter voor de totale hoeveelheid aardgas die wordt geleverd aan een verbruiker die dat aardgas gebruikt voor een installatie voor blokverwarming niet zijnde een installatie voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van restwarmte, aardwarmte of warmte opgewekt met vaste of vloeibare biomassa.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas € 0,48980 per kubieke meter voor de totale hoeveelheid aardgas die wordt geleverd aan een verbruiker die dat aardgas gebruikt voor een installatie voor blokverwarming niet zijnde een installatie voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van restwarmte, aardwarmte of warmte opgewekt met vaste of vloeibare biomassa.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedragen de tarieven nihil voor in artikel 48, tweede lid, als aardgas aangemerkte producten voor zover deze als brandstof worden gebruikt in de inrichting waarin zij zijn ontstaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -846,10 +846,10 @@ Indien de verlaging van het tarief, bedoeld in artikel 59a, eerste lid, wordt ve
|
|||
|
||||
In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor aardgas voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten voor aardgas met een bovenste verbrandingswaarde van 35,17 megajoule per Nm^3, voor dat gedeelte van de geleverde dan wel verbruikte hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat:
|
||||
|
||||
– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,05833;
|
||||
– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02503;
|
||||
– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,02417;
|
||||
– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,01298.
|
||||
– niet hoger is dan 170 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,07867;
|
||||
– hoger is dan 170 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 1 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,03629;
|
||||
– hoger is dan 1 000 000 kubieke meter, maar niet hoger dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,05109;
|
||||
– hoger is dan 10 000 000 kubieke meter, per kubieke meter € 0,03919.
|
||||
|
||||
**2.** De tarieven, genoemd in het eerste lid, zijn niet van toepassing als de verbruiker een onderneming in moeilijkheden is. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld ter vaststelling wanneer de verbruiker moet worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -861,11 +861,18 @@ In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel a, bedraagt het tarief voor
|
|||
|
||||
### Artikel 60a
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel c, eerste aandachtstreepje, is het tarief voor elektriciteit die wordt geleverd aan een oplaadinstallatie voor elektrische voertuigen die beschikt over een zelfstandige aansluiting, voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat niet hoger is dan 10.000 kWh, gelijk aan het in artikel 59, eerste lid, onderdeel c, tweede aandachtsstreepje, opgenomen tarief.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Het tarief, genoemd in het eerste lid, is niet van toepassing als de verbruiker een onderneming in moeilijkheden is.
|
||||
In afwijking van artikel 59, eerste lid, onderdeel c, bedraagt het tarief voor elektriciteit die wordt geleverd aan een oplaadinstallatie voor elektrische voertuigen die beschikt over een zelfstandige aansluiting, voor dat gedeelte van de geleverde hoeveelheid per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting dat:
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld waaronder het tarief, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast en worden nadere regels gesteld ter vaststelling wanneer de verbruiker moet worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden.
|
||||
– niet hoger is dan 10 000 kWh, per kWh € 0,05549;
|
||||
– hoger is dan 10 000 kWh, maar niet hoger dan 50 000 kWh, per kWh € 0,05549;
|
||||
– hoger is dan 50 000 kWh, maar niet hoger dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,01478;
|
||||
– hoger is dan 10 000 000 kWh, per kWh € 0,00061.
|
||||
|
||||
**2.** De tarieven, genoemd in het eerste lid, zijn niet van toepassing als de verbruiker een onderneming in moeilijkheden is.
|
||||
|
||||
**3.** Bij of krachtens op voordracht van Onze Minister vast te stellen algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld waaronder de tarieven, bedoeld in het eerste lid, worden toegepast en worden nadere regels gesteld ter vaststelling wanneer de verbruiker moet worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden.
|
||||
|
||||
**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -895,7 +902,7 @@ Indien op basis van een contract tussen de belastingplichtige en de verbruiker d
|
|||
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
**1.** Op de ter zake van de levering van elektriciteit, bedoeld in artikel 50, eerste lid, verschuldigde belasting wordt een vermindering toegepast met betrekking tot onroerende zaken die op zich als gebouwde eigendommen zijn aan te merken en die kunnen dienen als woning of ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf of beroep of anderszins een verblijfsfunctie hebben. De vermindering bedraagt € 681,63 per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting.
|
||||
**1.** Op de ter zake van de levering van elektriciteit, bedoeld in artikel 50, eerste lid, verschuldigde belasting wordt een vermindering toegepast met betrekking tot onroerende zaken die op zich als gebouwde eigendommen zijn aan te merken en die kunnen dienen als woning of ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf of beroep of anderszins een verblijfsfunctie hebben. De vermindering bedraagt € 493,27 per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het bedrag van de over de verbruiksperiode verschuldigde belasting lager is dan het bedrag van de vermindering, bedoeld in het eerste lid, wordt het verschil aan de verbruiker terugbetaald.
|
||||
|
||||
|
|
@ -957,34 +964,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 66
|
||||
|
||||
**1.** Op verzoek wordt aan de verbruiker teruggaaf van de belasting verleend met betrekking tot elektriciteit die geleverd is ten behoeve van zakelijk verbruik voor zover het zakelijk verbruik, na aftrek van het gedeelte van het zakelijk verbruik dat reeds is vrijgesteld op grond van artikel 64, eerste of derde lid, hoger is dan 10 000 000 kWh per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting. De teruggaaf wordt slechts verleend indien de verbruiker in het kader van met Onze Minister, Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat gemaakte afspraken verplichtingen op zich heeft genomen ter verbetering van de energie-efficiëntie en hij als energie-intensief bedrijf wordt aangemerkt, met dien verstande dat voor verbruikers die deelnemer zijn in de Meerjarenafspraak Energie-efficiëntie ETS-ondernemingen die afspraak van toepassing is zoals die luidde op 2 oktober 2009.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, heeft betrekking op een kalenderjaar en bedraagt het positieve verschil tussen:
|
||||
|
||||
a. de belasting die ter zake van de in het kalenderjaar ten behoeve van zakelijk verbruik geleverde elektriciteit verschuldigd is en aan de verbruiker in rekening is gebracht; en
|
||||
b. de belasting die op de voet van artikel 59, eerste lid, onderdeel c, verschuldigd is over een geleverde hoeveelheid van 10 000 000 kWh, dan wel, indien dat meer is, de belasting die verschuldigd zou zijn als het gehele zakelijk verbruik, na aftrek van het gedeelte van het zakelijk verbruik dat is vrijgesteld op grond van artikel 64, eerste of derde lid, belast zou zijn naar een tarief gelijk aan het minimumbelastingniveau per kWh, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (PbEU 2003, L 283).
|
||||
|
||||
**3.** De teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, valt binnen de bepalingen van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187). De teruggaaf wordt slechts verleend als de verbruiker blijkens een door hem verstrekte verklaring niet in moeilijkheden verkeert.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De teruggaaf, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verleend indien de verbruiker met het verzoek om teruggaaf de volgende verklaringen aan de inspecteur overlegt:
|
||||
|
||||
a. de verklaring dat hij deelnemer in een convenant is doordat hij afspraken als bedoeld in het eerste lid heeft gemaakt;
|
||||
b. de verklaring dat het verbruik van de elektriciteit waarvoor hij om de teruggaaf verzoekt, zakelijk verbruik betreft als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel t, en
|
||||
c. de verklaring dat hij een energie-intensief bedrijf is als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel p.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de verbruiker niet binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarover hij een teruggaaf van energiebelasting heeft gekregen, een voortgangsverklaring als bedoeld in het zesde lid met betrekking tot dat kalenderjaar heeft overgelegd aan de inspecteur, wordt hij geacht in dat kalenderjaar geen deelnemer in een convenant te zijn geweest, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt.
|
||||
|
||||
**6.** Een voortgangsverklaring is een verklaring van een onafhankelijke instantie waaruit blijkt dat de verbruiker in het voorafgaande kalenderjaar de gemaakte afspraken, bedoeld in het eerste lid, in voldoende mate heeft nageleefd. Een onafhankelijke instantie als bedoeld in de eerste volzin is een door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen instantie die de resultaten van de afspraken, bedoeld in het eerste lid, verifieert. De voortgangsverklaring wordt jaarlijks door de onafhankelijke instantie aan de verbruiker verstrekt.
|
||||
|
||||
**7.** Bij een verbruiksperiode korter dan wel langer dan twaalf maanden wordt de hoeveelheidsgrens, bedoeld in het eerste en tweede lid, naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd.
|
||||
|
||||
**8.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
|
||||
|
||||
**9.** Voor de toepassing van dit artikel wordt elektriciteit waarvoor de belasting wordt geheven ingevolge artikel 50, derde lid, onderdeel b, c of d, mede aangemerkt als elektriciteit die aan de verbruiker is geleverd, en wordt de op aangifte ter zake van het verbruik van die elektriciteit voldane belasting mede in aanmerking genomen als belasting die aan de verbruiker in rekening is gebracht.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 67
|
||||
|
||||
|
|
@ -1161,7 +1141,7 @@ Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt ve
|
|||
a. *afvalverbrandingsinstallatie:* afvalverbrandingsinstallatie of afvalmeeverbrandingsinstallatie als bedoeld in artikel 3, veertigste, onderscheidenlijk eenenveertigste, lid, van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PbEU 2010, L 334) waarin blijkens een op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht afgegeven omgevingsvergunning huishoudelijke afvalstoffen, gemengde bedrijfsafvalstoffen of gemengd sorteerresidu mogen worden verbrand, en die geen broeikasinstallatie is;
|
||||
b. *broeikasgas:* broeikasgas als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
|
||||
c. *broeikasgasinstallatie:* broeikasgasinstallatie als bedoeld in de artikelen 16.1, tweede lid, en 16.3 van de Wet milieubeheer;
|
||||
d. *dispensatierecht:* overdraagbaar recht om gedurende het kalenderjaar een emissie van één ton kooldioxide-equivalent in de lucht te veroorzaken in het kalenderjaar waarin die uitstoot plaatsvindt zonder dat de CO_2-heffing industrie daarover wordt geheven;
|
||||
d. *dispensatierecht:* overdraagbaar recht om gedurende het kalenderjaar een emissie van één ton kooldioxide-equivalent in de lucht te veroorzaken in het kalenderjaar waarin die uitstoot plaatsvindt zonder toepassing van het tarief, genoemd in artikel 71p, eerste lid, onderdeel a;
|
||||
e. *één ton kooldioxide-equivalent:* één ton kooldioxide-equivalent als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
|
||||
f. *industrieel emissieverslag:* industrieel emissieverslag als bedoeld in artikel 16b.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
|
||||
g. *industriële installatie:* broeikasgasinstallatie, afvalverbrandingsinstallatie of lachgasinstallatie;
|
||||
|
|
@ -1213,7 +1193,12 @@ b. als gevolg van het opwekken van meetbare warmte die wordt uitgevoerd ten beho
|
|||
|
||||
### Artikel 71l
|
||||
|
||||
**1.** De belasting wordt berekend over de industriële jaarvracht van een industriële installatie in het belastingtijdvak verminderd met het aantal dispensatierechten voor die industriële installatie in hetzelfde belastingtijdvak.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De belasting wordt berekend over:
|
||||
|
||||
a. de industriële jaarvracht van een industriële installatie in het belastingtijdvak verminderd met het aantal dispensatierechten voor die industriële installatie in hetzelfde belastingtijdvak; en
|
||||
b. de industriële jaarvracht van een industriële installatie in het belastingtijdvak die niet onder onderdeel a valt.
|
||||
|
||||
**2.** De grondslag is niet lager dan nihil.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1237,13 +1222,18 @@ De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de emissie van broeikasga
|
|||
|
||||
### Artikel 71p
|
||||
|
||||
**1.** Het tarief bedraagt per ton kooldioxide-equivalent € 41,75.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Bij aanvang van ieder kalenderjaar na het kalenderjaar 2021 tot en met kalenderjaar 2030 wordt, alvorens artikel 90 wordt toegepast, het tarief verhoogd met € 10,87.
|
||||
Het tarief bedraagt:
|
||||
|
||||
**3.** Voor een broeikasgasinstallatie wordt het tarief verminderd met de termijnkoers van het broeikasgasemissierecht. Het tarief is niet lager dan nihil. De termijnkoers van het broeikasgasemissierecht, bedoeld in het tweede lid, is voor een kalenderjaar het gewone gemiddelde, in euro, van de dagelijkse éénjaarstermijnkoersen van broeikasgasemissierechten (slotverkoopkoersen) voor levering in december van het jaar waarvoor het tarief wordt vastgesteld overeenkomstig het tweede lid, zoals waargenomen van 1 september tot en met 31 oktober voorafgaand aan dat jaar op de koolstofbeurs in de Europese Unie met het hoogste handelsvolume van broeikasgasemissierechten in die maanden.
|
||||
a. in het geval van artikel 71l, eerste lid, onderdeel a, per ton kooldioxide-equivalent € 55,94;
|
||||
b. in het geval van artikel 71l, eerste lid, onderdeel b, per ton kooldioxide-equivalent het tarief, genoemd in artikel 71f, eerste lid.
|
||||
|
||||
**4.** Het derde lid is niet van toepassing voor zover de grondslag hoger is door de overdracht van dispensatierechten, bedoeld in afdeling 16b.3.3, van de Wet milieubeheer.
|
||||
**2.** Bij aanvang van ieder kalenderjaar na het kalenderjaar 2021 tot en met kalenderjaar 2030 wordt, alvorens artikel 90 wordt toegepast, het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, verhoogd met € 11,55.
|
||||
|
||||
**3.** Voor een broeikasgasinstallatie wordt het tarief, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, verminderd met de termijnkoers van het broeikasgasemissierecht. Het tarief is niet lager dan nihil. De termijnkoers van het broeikasgasemissierecht is voor een kalenderjaar het gewone gemiddelde, in euro, van de dagelijkse éénjaarstermijnkoersen van broeikasgasemissierechten (slotverkoopkoersen) voor levering in december van dat jaar, zoals waargenomen van 1 september tot en met 31 oktober voorafgaand aan datzelfde jaar op de koolstofbeurs in de Europese Unie met het hoogste handelsvolume van die éénjaarstermijncontracten in die maanden.
|
||||
|
||||
**4.** Het derde lid is niet van toepassing voor zover de grondslag, bedoeld in artikel 71l, eerste lid, onderdeel a, hoger is door de overdracht van dispensatierechten, bedoeld in afdeling 16b.3.3, van de Wet milieubeheer.
|
||||
|
||||
### Afdeling 5. Herberekening
|
||||
|
||||
|
|
@ -1253,7 +1243,7 @@ De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de emissie van broeikasga
|
|||
|
||||
**2.** Het belastingtijdvak dat wordt herberekend, ligt in de periode 2021 tot en met 2029. De herberekening geschiedt in de volgorde beginnend met het oudste belastingtijdvak voorafgaand aan het meest recente belastingtijdvak.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de herberekening wordt het tarief gebruikt dat van toepassing was op het belastingtijdvak dat wordt herberekend.
|
||||
**3.** Voor de herberekening worden de tarieven gebruikt die van toepassing waren op het belastingtijdvak dat wordt herberekend.
|
||||
|
||||
**4.** Indien uit de herberekening blijkt dat over een bepaald belastingtijdvak een teveel aan belasting is betaald, wordt dat bedrag aan teveel betaalde belasting in mindering gebracht op de belasting verschuldigd over het belastingtijdvak waarover aangifte wordt gedaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1320,7 +1310,7 @@ De vliegbelasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de passagier met een
|
|||
|
||||
### Artikel 77
|
||||
|
||||
Het tarief bedraagt € 7,947 per passagier.
|
||||
Het tarief bedraagt € 26,43 per passagier.
|
||||
|
||||
### Afdeling 5. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing
|
||||
|
||||
|
|
@ -1430,11 +1420,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 90
|
||||
|
||||
De artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn van overeenkomstige toepassing op de in de artikelen 18, 28, 43, 59, eerste en derde lid, 60, eerste lid, 71p, eerste en tweede lid, en 77 vermelde bedragen.
|
||||
De artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn van overeenkomstige toepassing op de in de artikelen 18, 28, 43, 59, eerste en derde lid, 60, eerste lid, 60a, eerste lid, 71p, eerste en tweede lid, en 77 vermelde bedragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 91
|
||||
|
||||
**1.** De inspecteur beslist op het verzoek, bedoeld in de artikelen 20, eerste lid, 27, derde lid, 30, eerste lid, 45, eerste en tweede lid, 54, derde lid, 66, eerste lid, 67, eerste lid, 68, eerste en tweede lid, 69, eerste tot en met derde lid, 70, eerste tot en met derde lid, 70a, eerste lid, 89, tweede lid, en 92, eerste lid, bij een voor bezwaar vatbare beschikking.
|
||||
**1.** De inspecteur beslist op het verzoek, bedoeld in de artikelen 20, eerste lid, 27, derde lid, 30, eerste lid, 45, eerste en tweede lid, 54, derde lid, 67, eerste lid, 68, eerste en tweede lid, 69, eerste tot en met derde lid, 70, eerste tot en met derde lid, 70a, eerste lid, 89, tweede lid, en 92, eerste lid, bij een voor bezwaar vatbare beschikking.
|
||||
|
||||
**2.** Binnen acht weken na ontvangst van het verzoek geeft de inspecteur een beschikking op dat verzoek, dan wel zendt hij de in het derde lid bedoelde kennisgeving.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue