2020-01-01 | BWBR0037926 | Aansluit- en transportcode gas RNB
This commit is contained in:
parent
d589a53c4a
commit
290162019e
1 changed files with 30 additions and 32 deletions
|
|
@ -16,21 +16,21 @@ citeertitel: Aansluit- en transportcode gas RNB
|
|||
|
||||
### Artikel 1.1.1
|
||||
|
||||
Deze code bevat de voorwaarden voor de wijze waarop regionale netbeheerders en aangeslotenen alsmede regionale netbeheerders zich jegens elkaar gedragen over het in werking hebben van de gastransportnetten, het voorzien van een aansluiting of een aansluitpunt op het regionale gastransportnet en het uitvoeren van transport van gas over het regionale gastransportnet alsmede de kwaliteitscriteria waaraan regionale netbeheerders moeten voldoen voor hun dienstverlening.
|
||||
Deze code bevat de voorwaarden voor de wijze waarop regionale netbeheerders en aangeslotenen alsmede regionale netbeheerders zich jegens elkaar gedragen over het in werking hebben van de gastransportnetten, het voorzien van een aansluiting op het regionale gastransportnet en het uitvoeren van transport van gas over het regionale gastransportnet alsmede de kwaliteitscriteria waaraan regionale netbeheerders moeten voldoen voor hun dienstverlening.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.1.2
|
||||
|
||||
De in deze code gebruikte begrippen die ook in de Gaswet worden gebruikt, hebben de betekenis die daaraan in de Gaswet is toegekend. Van de overige in deze code gebruikte begrippen is de betekenis vastgelegd in de Begrippencode gas.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Voorwaarden voor de aansluiting en het aansluitpunt
|
||||
## Hoofdstuk 2. Voorwaarden voor de aansluiting
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.1. Voorwaarden voor alle aangeslotenen op regionale gastransportnetten
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2.1.1. De aansluiting en het aansluitpunt
|
||||
#### Paragraaf 2.1.1. De aansluiting
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.1.1
|
||||
|
||||
Het aanleggen van een aansluiting of een aansluitpunt vindt plaats op grond van een tussen de regionale netbeheerder en de aangeslotene af te sluiten aansluit- en transportovereenkomst. De regionale netbeheerder kan het aangaan of het wijzigen van een overeenkomst alleen schriftelijk en gemotiveerd weigeren op de gronden genoemd in artikel 15 van de Gaswet.
|
||||
Het aanleggen van een aansluiting vindt plaats op grond van een tussen de regionale netbeheerder en de aangeslotene af te sluiten aansluit- en transportovereenkomst. De regionale netbeheerder kan het aangaan of het wijzigen van een overeenkomst alleen schriftelijk en gemotiveerd weigeren op de gronden genoemd in artikel 15 van de Gaswet.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.1.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -38,42 +38,42 @@ De regionale netbeheerder bepaalt, rekening houdend met de aard, de omvang en de
|
|||
|
||||
### Artikel 2.1.1.2a
|
||||
|
||||
De regionale netbeheerder mag de aansluiting of het aansluitpunt, na voorafgaand overleg met de aangeslotene, realiseren op een ander punt in het net dan het dichtstbijzijnde punt in het net met een voor die aansluiting of dat aansluitpunt geschikte druk en voldoende capaciteit. Overeenkomstig artikel 2.1.1.1 worden afspraken daartoe vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst.
|
||||
De regionale netbeheerder mag de aansluiting, na voorafgaand overleg met de aangeslotene, realiseren op een ander punt in het net dan het dichtstbijzijnde punt in het net met een voor die aansluiting geschikte druk en voldoende capaciteit. Overeenkomstig artikel 2.1.1.1 worden afspraken daartoe vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.1.3
|
||||
|
||||
De regionale netbeheerder realiseert de aansluiting of het aansluitpunt binnen 18 weken na ontvangst van een aanvraag daartoe. Als dit binnen deze termijn niet mogelijk is dan informeert de regionale netbeheerder binnen een week na constatering van deze onmogelijkheid de aangeslotene daaromtrent schriftelijk onder opgaaf van redenen en bepaalt hij in overleg met de aangeslotene de termijn waarop de aansluiting of het aansluitpunt wel gerealiseerd wordt.
|
||||
De regionale netbeheerder realiseert de aansluiting binnen 18 weken na ontvangst van een aanvraag daartoe. Als dit binnen deze termijn niet mogelijk is dan informeert de regionale netbeheerder binnen een week na constatering van deze onmogelijkheid de aangeslotene daaromtrent schriftelijk onder opgaaf van redenen en bepaalt hij in overleg met de aangeslotene de termijn waarop de aansluiting wel gerealiseerd wordt.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.1.4
|
||||
|
||||
Indien de regionale netbeheerder de gehele aansluiting aanlegt dan bevindt het overdrachtspunt van de aansluiting zich, bezien vanuit het net, direct na de aansluitleiding. De aangeslotene bepaalt na overleg met de netbeheerder de locatie waar de aansluitleiding wordt aangesloten op de gasinstallatie.
|
||||
Het overdrachtspunt van de aansluiting bevindt zich, bezien vanuit het net, direct na de aansluitleiding. De aangeslotene bepaalt na overleg met de netbeheerder de locatie waar de aansluitleiding wordt aangesloten op de gasinstallatie.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.1.4a
|
||||
|
||||
Indien de regionale netbeheerder een aansluitpunt aanlegt dan bevindt het overdrachtspunt van de aansluiting zich, bezien vanuit het net, direct na de eerste afsluiter van het aansluitpunt.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.1.5
|
||||
|
||||
In het geval van de regionale netbeheerder een aansluiting realiseert, verbindt hij deze met de gasmeetinrichting. In het geval de regionale netbeheerder een aansluitpunt realiseert, verbindt hij deze met de aansluitleiding. De aangeslotene maakt het mogelijk dat de regionale netbeheerder alle handelingen kan verrichten die ter zake noodzakelijk worden geacht.
|
||||
De regionale netbeheerder verbindt de aansluiting met de gasmeetinrichting. De aangeslotene maakt het mogelijk dat de regionale netbeheerder alle handelingen kan verrichten die ter zake noodzakelijk worden geacht.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.1.6
|
||||
|
||||
De regionale netbeheerder brengt de noodzakelijke hulpmiddelen en/of appendages aan voor het realiseren van de aansluiting of voor het realiseren van het aansluitpunt, zoals bedoeld in 2.1.1.5. De regionale netbeheerder houdt de aansluiting, voor zover deze de aansluiting heeft gerealiseerd, of het aansluitpunt in stand en is verantwoordelijk voor het onderhoud en de controle ervan. De regionale netbeheerder kan op verzoek van de aangeslotene de aansluiting, voor zover deze de aansluiting heeft gerealiseerd, of het aansluitpunt uitbreiden, wijzigen, vervangen, verplaatsen en weggenemen. De aangeslotene maakt het mogelijk dat alle handelingen kunnen worden verricht die hiervoor noodzakelijk zijn.
|
||||
De regionale netbeheerder brengt de noodzakelijke hulpmiddelen of appendages aan voor het realiseren van de aansluiting zoals bedoeld in 2.1.1.5. De regionale netbeheerder houdt de aansluiting in stand en is verantwoordelijk voor het onderhoud en de controle ervan. De regionale netbeheerder kan op verzoek van de aangeslotene de aansluiting uitbreiden, wijzigen, vervangen, verplaatsen en weggenemen. De aangeslotene maakt het mogelijk dat alle handelingen kunnen worden verricht die hiervoor noodzakelijk zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.1.7
|
||||
|
||||
Voordat een netbeheerder de aansluiting of het aansluitpunt in gebruik stelt, of wanneer de aansluiting of het aansluitpunt gewijzigd is, stelt de netbeheerder de kenmerkende eigenschappen van de aansluiting of het aansluitpunt, zoals bedoeld in 2.1.3, onderdelen a tot en met e en o tot en met r, van de lnformatiecode elektriciteit en gas vast. De regionale netbeheerder vergewist zich ervan dat de overige in 2.1.3 tot en met 2.1.5 van de lnformatiecode elektriciteit en gas bedoelde onderdelen eenduidig zijn vastgelegd alvorens de aansluiting of het aansluitpunt in gebruik te stellen of te wijzigen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.1.8
|
||||
|
||||
De regionale netbeheerder stelt de aansluiting of het aansluitpunt pas in gebruik nadat hij de door de aangeslotene aangelegde rest van de aansluiting heeft geïnspecteerd of goedgekeurd. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing bij uitbreiding, wijziging of vernieuwing van de door de aangeslotene aangelegde rest van de aansluiting.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.1.9
|
||||
|
||||
Leidingen en appendages ten behoeve van de aansluiting, het aansluitpunt en de aansluitleiding voldoen aan de volgende technische normen:
|
||||
Leidingen en appendages ten behoeve van de aansluiting, en de aansluitleiding voldoen aan de volgende technische normen:
|
||||
|
||||
a. NEN 1059:2010 “Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12186 en NEN-EN 12279 – Gasvoorzieningssystemen – Gasdrukregelstations voor transport en distributie”;
|
||||
b. NEN-EN 1594:2009 “Gasvoorziening – Leidingsystemen voor maximale bedrijfsdruk groter dan 16 bar – Functionele eisen”;
|
||||
b. NEN-EN 1594:2009 “Gasvoorziening – Leidingsystemen voor maximale bedrijfsdruk groter dan 16 bar – Functionele eisen”;
|
||||
c. NEN 3650-1:2012 “Eisen voor buisleidingsystemen – Deel 1: Algemeen”;
|
||||
|
||||
NEN 3650-2:2012 “Eisen voor buisleidingsystemen – Deel 2: Staal”;
|
||||
|
|
@ -117,11 +117,11 @@ De comptabel te meten grootheden worden vastgelegd in de transportovereenkomst v
|
|||
|
||||
### Artikel 2.1.2.3
|
||||
|
||||
De meetinrichting van de aansluiting bevindt zich, bezien vanuit het net, direct na de aansluitleiding. Calorische correcties en/of eventuele andere bewerkingen van de gegevens die noodzakelijk zijn om de meetgegevens tot comptabele meetgegevens te maken, hoeven niet op de aansluiting zelf te worden uitgevoerd.
|
||||
De comptabele meting vindt plaats op of bij het overdrachtspunt. Calorische correcties en/of eventuele andere bewerkingen van de gegevens die noodzakelijk zijn om de meetgegevens tot comptabele meetgegevens te maken, hoeven niet op de aansluiting zelf te worden uitgevoerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.2.3a
|
||||
|
||||
Het gas dat door het overdrachtspunt gaat moet worden gemeten. Als de regionale netbeheerder alleen een aansluitpunt realiseert dan is de aangeslotene ervoor verantwoordelijk dat er geen gas wordt onttrokken of ingevoed tussen het overdrachtspunt en de meetinrichting.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.2.3b
|
||||
|
||||
|
|
@ -138,7 +138,7 @@ In afwijking van het bepaalde in 2.1.2.1, hoeft een kleinverbruiker niet te zorg
|
|||
a. het een aansluiting betreft die op het moment van inwerkingtreding van deze bepaling reeds onbemeten was, èn
|
||||
b. er voor deze aansluiting een zogeheten gasabonnement met de leverancier is afgesloten.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2.1.3. De omgeving van de aansluiting of het aansluitpunt
|
||||
#### Paragraaf 2.1.3. De omgeving van de aansluiting
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.3.1
|
||||
|
||||
|
|
@ -146,7 +146,7 @@ De aangeslotene heeft de plicht er voor te zorgen dat de hulpmiddelen en appenda
|
|||
|
||||
### Artikel 2.1.3.2
|
||||
|
||||
De aangeslotene zorgt ervoor dat de toegang tot de ruimte, waarin zich de hulpmiddelen en appendages van de regionale netbeheerder, het overdrachtspunt en de meetinrichting en de tot de aansluiting of het aansluitpunt behorende apparatuur bevinden, niet wordt belemmerd.
|
||||
De aangeslotene zorgt ervoor dat de toegang tot de ruimte, waarin zich de hulpmiddelen en appendages van de regionale netbeheerder, het overdrachtspunt en de meetinrichting en de tot de aansluiting behorende apparatuur bevinden, niet wordt belemmerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.3.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -158,7 +158,7 @@ De aangeslotene is gehouden alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem
|
|||
|
||||
### Artikel 2.1.3.5
|
||||
|
||||
De aangeslotene zorgt ervoor dat hulpmiddelen en appendages van de regionale netbeheerder, het overdrachtspunt en de meetinrichting en de overige tot de aansluiting of het aansluitpunt behorende apparatuur niet opgesteld worden in vochtige ruimten, ruimten met bijtende gassen, dampen of stoffen, ruimten met ontploffingsgevaar en ruimten met brandgevaar.
|
||||
De aangeslotene zorgt ervoor dat hulpmiddelen en appendages van de regionale netbeheerder, het overdrachtspunt en de meetinrichting en de overige tot de aansluiting behorende apparatuur niet opgesteld worden in vochtige ruimten, ruimten met bijtende gassen, dampen of stoffen, ruimten met ontploffingsgevaar en ruimten met brandgevaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.3.6
|
||||
|
||||
|
|
@ -172,7 +172,7 @@ In woonhuizen met individuele meting wordt voor het onderbrengen van alle tot de
|
|||
|
||||
### Artikel 2.1.3a.1
|
||||
|
||||
De beveiliging van de aansluiting of het aansluitpunt voldoet aan:
|
||||
De beveiliging van de aansluiting voldoet aan:
|
||||
|
||||
a. Paragraaf 4.7 van NEN 7244-6:2005 “Gasvoorzieningsystemen – Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar – Deel 6: Specifieke functionele eisen voor aansluitleidingen” voor wat betreft de afsluitbaarheid van de aansluiting,
|
||||
b. Paragraaf 8.3 van NEN 1059:2010 “Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12186 en NEN-EN 12279 – Gasvoorzieningssystemen – Gasdrukregelstations voor transport en distributie” voor zover van toepassing voor wat betreft de toepassing van een drukbeveiligingssysteem op de aansluiting.
|
||||
|
|
@ -193,23 +193,21 @@ Gasinstallaties veroorzaken via het regionale gastransportnet geen ontoelaatbare
|
|||
|
||||
### Artikel 2.1.4.3
|
||||
|
||||
De regionale netbeheerder heeft geen verplichting om na te gaan of een gasinstallatie voldoet aan de van toepassing zijnde bepalingen uit hoofdstuk 2 van deze code. Indien niet aan de voorwaarden voor gasinstallaties wordt voldaan zodat de systeemintegriteit van het gasdistributienet of de veiligheid in het geding zijn, heeft de regionale netbeheerder uit voorzorg het recht op het onmiddellijk afsluiten van de aansluiting of het aansluitpunt. De regionale netbeheerder stelt de afnemer daarvan onmiddellijk op de hoogte. Indien anderszins niet aan de voorwaarden voor gasinstallaties wordt voldaan, stelt de regionale gasnetbeheerder de afnemer een redelijke termijn om de gasinstallatie aan de vereiste voorwaarden aan te passen.
|
||||
De regionale netbeheerder heeft geen verplichting om na te gaan of een gasinstallatie voldoet aan de van toepassing zijnde bepalingen uit hoofdstuk 2 van deze code. Indien niet aan de voorwaarden voor gasinstallaties wordt voldaan zodat de systeemintegriteit van het gasdistributienet of de veiligheid in het geding zijn, heeft de regionale netbeheerder uit voorzorg het recht op het onmiddellijk afsluiten van de aansluiting. De regionale netbeheerder stelt de afnemer daarvan onmiddellijk op de hoogte. Indien anderszins niet aan de voorwaarden voor gasinstallaties wordt voldaan, stelt de regionale gasnetbeheerder de afnemer een redelijke termijn om de gasinstallatie aan de vereiste voorwaarden aan te passen.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2.1.5. De aansluitleiding
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.5.1
|
||||
|
||||
Indien de netbeheerder alleen het aansluitpunt aanlegt, is de aangeslotene verantwoordelijk voor het onderhoud en de instandhouding van de aansluitleiding.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.5.2
|
||||
|
||||
Indien de netbeheerder alleen het aansluitpunt aanlegt, dient de aangeslotene ervoor te zorgen dat de aansluitleiding voldoet aan de bij of krachtens de wet gestelde voorwaarden op het gebied van veiligheid.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 2.1.5.3
|
||||
|
||||
Indien de netbeheerder alleen het aansluitpunt aanlegt, zijn de bepalingen over de gasinstallatie in artikelen 2.1.4.1 tot en met 2.1.4.3 van overeenkomstige toepassing op de aansluitleiding.
|
||||
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2.2. Aanvullende voorwaarden voor aangeslotenen op gastransportnetten met een druk van 25 t/m 200 mbar
|
||||
|
||||
|
|
@ -351,7 +349,7 @@ Indien de injectie van het odorant, zoals bedoeld in 2.5.2.4a, plaats vindt aan
|
|||
|
||||
### Artikel 2.5.2.1
|
||||
|
||||
De invoedingsinstallatie is voorzien van een drukregeling en drukbeveiliging conform NEN 1059:2010 “Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12186 en NEN-EN 12279 – Gasvoorzieningssystemen – Gasdrukregelstations voor transport en distributie” indien de werkdruk ten hoogste 0,5 bar is en conform NEN-EN 15001-1 “Gasinfrastructuur – Gasinstallatieleidingen” indien de werkdruk hoger is dan 0,5 bar en ten hoogste 40 bar. De instelling van deze drukregeling geschiedt in overleg tussen de invoeder en de regionale netbeheerder.
|
||||
De invoedingsinstallatie is voorzien van een drukregeling en drukbeveiliging conform NEN 1059:2010 “Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12186 en NEN-EN 12279 – Gasvoorzieningssystemen – Gasdrukregelstations voor transport en distributie” indien de werkdruk ten hoogste 0,5 bar is en conform NEN-EN 15001-1 “Gasinfrastructuur – Gasinstallatieleidingen” indien de werkdruk hoger is dan 0,5 bar en ten hoogste 40 bar. De instelling van deze drukregeling geschiedt in overleg tussen de invoeder en de regionale netbeheerder.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.5.2.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -574,7 +572,7 @@ Bij de eerste ingebruikname van een invoedingsinstallatie wordt de invoeding nie
|
|||
|
||||
### Artikel 3.4.5
|
||||
|
||||
De invoeding wordt door middel van automatische afschakeling direct onderbroken indien de kwaliteit van het in te voeden gas buiten de in artikel 2, tweede lid, van de Regeling gaskwaliteit bedoelde grenzen voor de gaskwaliteit komt, blijkend uit het signaal van één of meer van de in 2.5.2.4 tot en met 2.5.2.4c bedoelde bewakingsvoorzieningen. De invoeding wordt niet eerder herstart dan nadat uit het signaal van één of meer van de in 2.5.2.4 tot en met 2.5.2.4c bedoelde bewakingsvoorzieningen is gebleken dat de kwaliteit van het in te voeden gas binnen de in artikel 2, tweede lid, van de Regeling gaskwaliteit genoemde grenzen voor de gaskwaliteit is gekomen.
|
||||
De invoeding wordt door middel van automatische afschakeling direct onderbroken indien de kwaliteit van het in te voeden gas buiten de in artikel 2, tweede lid, van de Regeling gaskwaliteit bedoelde grenzen voor de gaskwaliteit komt, blijkend uit het signaal van één of meer van de in 2.5.2.4 tot en met 2.5.2.4c bedoelde bewakingsvoorzieningen. De invoeding wordt niet eerder herstart dan nadat uit het signaal van één of meer van de in 2.5.2.4 tot en met 2.5.2.4c bedoelde bewakingsvoorzieningen is gebleken dat de kwaliteit van het in te voeden gas binnen de in artikel 2, tweede lid, van de Regeling gaskwaliteit genoemde grenzen voor de gaskwaliteit is gekomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.4.6
|
||||
|
||||
|
|
@ -672,7 +670,7 @@ De regionale netbeheerder betaalt, onverminderd het bepaalde in 4.2.2, aangeslot
|
|||
|
||||
a. per aansluiting van een kleinverbruiker bedraagt de compensatievergoeding EUR 35,– bij een onderbreking van 4 tot 8 uur, vermeerderd met EUR 20,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen binnen zes maanden na het herstel van de onderbreking;
|
||||
b. per aansluiting van een profielgrootverbruiker bedraagt de compensatievergoeding EUR 195,– bij een onderbreking van 4 tot 8 uur, vermeerderd met EUR 100,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen binnen zes maanden na het herstel van de onderbreking;
|
||||
c. per aansluiting van een telemetriegrootverbruiker bedraagt de compensatievergoeding € 910,– bij een onderbreking van 4 tot 8 uur, vermeerderd met EUR 500,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen bij de eerstvolgende jaar- respectievelijk maandafrekening.
|
||||
c. per aansluiting van een telemetriegrootverbruiker bedraagt de compensatievergoeding € 910,– bij een onderbreking van 4 tot 8 uur, vermeerderd met EUR 500,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen bij de eerstvolgende jaar- respectievelijk maandafrekening.
|
||||
|
||||
De duur van de onderbreking wordt bepaald op grond van 4.2.5.
|
||||
|
||||
|
|
@ -708,11 +706,11 @@ In gevallen waarin aan een of meer bepalingen van deze code op het tijdstip van
|
|||
|
||||
### Artikel 5.2.2
|
||||
|
||||
In deze regeling wordt onder gesloten distributiesysteem mede verstaan een net waarvoor een vrijstelling of ontheffing is verleend zoals bedoeld in artikel VI, eerste lid, van de Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (implementatie van richtlijnen en verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas), tot op het tijdstip waarop deze van rechtswege komt te vervallen ingevolge het vierde, vijfde of zesde lid van dat artikel.
|
||||
In deze regeling wordt onder gesloten distributiesysteem mede verstaan een net waarvoor een vrijstelling of ontheffing is verleend zoals bedoeld in artikel VI, eerste lid, van de Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (implementatie van richtlijnen en verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas), tot op het tijdstip waarop deze van rechtswege komt te vervallen ingevolge het vierde, vijfde of zesde lid van dat artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2.3
|
||||
|
||||
In deze regeling wordt onder gesloten distributiesysteem mede verstaan een net waarvoor een ontheffing is verleend zoals bedoeld in artikel VI, zevende lid, van de Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (implementatie van richtlijnen en verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas), tot op het in het genoemde artikellid bedoelde tijdstip.
|
||||
In deze regeling wordt onder gesloten distributiesysteem mede verstaan een net waarvoor een ontheffing is verleend zoals bedoeld in artikel VI, zevende lid, van de Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (implementatie van richtlijnen en verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas), tot op het in het genoemde artikellid bedoelde tijdstip.
|
||||
|
||||
### Artikel 5.2.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -722,7 +720,7 @@ Deze code wordt aangehaald als: “Aansluit- en transportcode gas RNB”.
|
|||
|
||||
### Artikel 6.1
|
||||
|
||||
De Aansluit- en transportvoorwaarden Gas – RNB, zoals vastgesteld bij besluit van 21 november 2006 en nadien diverse malen gewijzigd, wordt ingetrokken.
|
||||
De Aansluit- en transportvoorwaarden Gas – RNB, zoals vastgesteld bij besluit van 21 november 2006 en nadien diverse malen gewijzigd, wordt ingetrokken.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue