From 299efe688694022c88c9e9917740a355eedd949c Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 14 Dec 2013 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2013-12-14 | BWBR0005645 | Provinciewet --- wet/provinciewet/BWBR0005645/README.md | 2 +- 1 file changed, 1 insertion(+), 1 deletion(-) diff --git a/wet/provinciewet/BWBR0005645/README.md b/wet/provinciewet/BWBR0005645/README.md index e77004d3524..493bdb62e18 100644 --- a/wet/provinciewet/BWBR0005645/README.md +++ b/wet/provinciewet/BWBR0005645/README.md @@ -2114,7 +2114,7 @@ b. door gedeputeerde staten aan derden te verstrekken informatie op basis van de **6.** Gedeputeerde staten kunnen tot twee weken voor het verstrijken van de termijnen, bedoeld in het vierde lid, schriftelijk en met redenen omkleed, aan Onze Minister verzoeken om uitstel voor de toezending van de informatie, tot uiterlijk een in dat verzoek te noemen datum. Onze Minister beslist binnen twee weken op dat verzoek. -**7.** Indien de informatie, bedoeld in het tweede lid, onder b, of de informatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die verstrekt moet worden aan Onze Minister, niet of niet tijdig wordt verstrekt, dan wel de kwaliteit van die informatie tekort schiet, geeft Onze Minister een aanwijzing aan gedeputeerde staten om binnen een maand alsnog informatie van voldoende kwaliteit te leveren. +**7.** Indien de informatie, bedoeld in het tweede lid, onder b, of de informatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die verstrekt moet worden aan Onze Minister, niet of niet tijdig wordt verstrekt, dan wel de kwaliteit van die informatie tekort schiet, geeft Onze Minister een aanwijzing aan gedeputeerde staten om binnen tien werkdagen alsnog informatie van voldoende kwaliteit te leveren. **8.** Indien gedeputeerde staten nalaten de aanwijzing, bedoeld in het zevende lid, op te volgen, kunnen Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Financiën besluiten de betalingen op grond van artikel 15, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet aan de betreffende provincie geheel of gedeeltelijk op te schorten gedurende ten hoogste zesentwintig weken. Artikel 17b, vierde, vijfde en zesde lid, van de Financiële-verhoudingswet is van overeenkomstige toepassing.