2021-02-01 | BWBR0013800 | Wet op het onderwijstoezicht
This commit is contained in:
parent
7085538659
commit
29c85023a3
1 changed files with 11 additions and 8 deletions
|
|
@ -218,10 +218,12 @@ e. beschikbare signalen over mogelijke knelpunten, waaronder het gevoerde person
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de beschikking waarin is vermeld dat de bekostiging een aanvang zal nemen, bedoeld in artikel 79, achtste lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 86, zesde lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 66, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, toont het bevoegd gezag bij de inspectie aan dat het ten aanzien van die instelling kan voldoen aan de vereisten met betrekking tot:
|
||||
Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de beschikking waarin is vermeld dat de bekostiging een aanvang zal nemen, bedoeld in artikel 79, achtste lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 86, zesde lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 66, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, doch uiterlijk vier maanden voorafgaande aan de aanvang van de bekostiging, toont het bevoegd gezag bij de inspectie aan dat het ten aanzien van die instelling kan voldoen aan de vereisten met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. de bekwaamheid van degenen die onderwijs geven, bedoeld in artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 3 van de Wet op de expertisecentra en artikel 33 van de Wet op het voortgezet onderwijs, en
|
||||
b. de voorschriften omtrent onderwijstijd gesteld op grond van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs.
|
||||
a. de bekwaamheid van degenen die onderwijs geven, bedoeld in artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 3 van de Wet op de expertisecentra en artikel 33 van de Wet op het voortgezet onderwijs,
|
||||
b. de voorschriften omtrent onderwijstijd gesteld op grond van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs,
|
||||
c. de voorbereiding op het schoolplan, bedoeld in artikel 12 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 21 van de Wet op de expertisecentra en artikel 24 van de Wet op het voortgezet onderwijs, en
|
||||
d. de scheiding tussen de functies van bestuur en het toezicht daarop, bedoeld in de artikelen 17a en 17b van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 28g en 28h van de Wet op de expertisecentra en de artikelen 24d en 24e van de Wet op het voortgezet onderwijs.
|
||||
|
||||
**2.** De inspectie kan indien het bepaalde in het eerste lid daartoe aanleiding geeft overleg voeren met het bevoegd gezag van de instelling. Naar aanleiding van dit overleg kan de inspectie besluiten dat het bepaalde in artikel 11b, tweede tot en met zesde lid, van overeenkomstige toepassing is, met dien verstande dat in afwijking van het derde lid bij het opstellen van de risicoanalyse het schoolplan niet wordt betrokken, en in afwijking van het vierde lid de risicoanalyse wordt opgesteld binnen drie maanden na het overleg, bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
|
||||
|
|
@ -229,11 +231,12 @@ b. de voorschriften omtrent onderwijstijd gesteld op grond van de Wet op het pri
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Binnen een maand na aanvang van de bekostiging van een instelling, bedoeld in artikel 81 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 87 van de Wet op de expertisecentra, artikel 66, vierde lid van de Wet op het voortgezet onderwijs, verstrekt de instelling aan de inspectie gegevens met betrekking tot:
|
||||
Binnen een maand na aanvang van de bekostiging van een instelling, bedoeld in artikel 75, vierde of vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 87 van de Wet op de expertisecentra en artikel 69, van de Wet op het voortgezet onderwijs, verstrekt de instelling aan de inspectie gegevens met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. het schoolplan, bedoeld in artikel 12 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 21 van de Wet op de expertisecentra en artikel 24 van de Wet op het voortgezet onderwijs,
|
||||
b. de bekwaamheid van degenen die onderwijs geven, bedoeld in artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 3 van de Wet op de expertisecentra en artikel 33 van de Wet op het voortgezet onderwijs, en
|
||||
c. het voldoen aan de voorschriften omtrent onderwijstijd die gelden op grond van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs.
|
||||
b. de bekwaamheid van degenen die onderwijs geven, bedoeld in artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 3 van de Wet op de expertisecentra en artikel 33 van de Wet op het voortgezet onderwijs,
|
||||
c. het voldoen aan de voorschriften omtrent onderwijstijd die gelden op grond van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs, en
|
||||
d. het voldoen aan de voorschriften omtrent de scheiding van toezicht en bestuur, de inrichting en de inhoud van het intern toezicht die gelden op grond van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -242,13 +245,13 @@ De inspectie oefent toezicht uit door middel van het opstellen van een risicoana
|
|||
a. de gegevens, bedoeld in het eerste lid, niet binnen de genoemde termijn zijn verstrekt,
|
||||
b. de inspectie onvolkomenheden constateert in de naleving van het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Bij het opstellen van de risicoanalyse worden de onderwerpen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a, b en c, betrokken.
|
||||
**3.** Bij het opstellen van de risicoanalyse worden de onderwerpen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, betrokken.
|
||||
|
||||
**4.** De risicoanalyse wordt binnen drie maanden nadat de bekostiging is aangevangen door de inspectie opgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** Binnen een maand nadat de risicoanalyse is opgesteld toont de instelling ten genoegen van de inspectie aan dat de onvolkomenheden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, zijn hersteld.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de instelling twee maanden na het opstellen van de risicoanalyse nog steeds in gebreke is ten aanzien van de naleving van het eerste lid, onderdelen a, b en c, kunnen de maatregelen worden genomen die door de in het eerste lid, aanhef, genoemde onderwijswetten worden mogelijk gemaakt.
|
||||
**6.** Indien de instelling twee maanden na het opstellen van de risicoanalyse nog steeds in gebreke is ten aanzien van de naleving van het eerste lid, onderdelen a tot en met d, kunnen de maatregelen worden genomen die door de in het eerste lid, aanhef, genoemde onderwijswetten worden mogelijk gemaakt.
|
||||
|
||||
**7.** Nadat het bevoegd gezag van een niet uit de openbare kas bekostigde bijzondere school overeenkomstig artikel 5 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 54 van de Wet op het voortgezet onderwijs aan Onze Minister kennis heeft gegeven van de oprichting van de school, besluit de inspectie zo spoedig mogelijk na de aanvang van het onderwijs of deze onderwijsvoorziening een school is als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, subonderdeel 3, van de Leerplichtwet 1969.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue