2010-01-01 | BWBR0020421 | Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft

This commit is contained in:
Coornhert 2010-01-01 12:00:00 +00:00
parent b9f4e12abc
commit 29ea73bccf

View file

@ -18,16 +18,21 @@ citeertitel: Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. *afsluitprovisie*:
*afsluitprovisie*:
1°. beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, die een aanbieder ter gelegenheid van de totstandkoming van een overeenkomst inzake een complex product of inzake een hypothecair krediet gecombineerd met een beleggingsrekening, tussen hem en een consument rechtstreeks of middellijk voor het bemiddelen of adviseren inzake die overeenkomst betaalt; of
2°. beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, die een aanbieder van een financieel product dat onderdeel uitmaakt van een complex product als bedoeld in onderdeel d, onder 4°, dat is samengesteld of in de markt verkrijgbaar gesteld door een bemiddelaar, ter gelegenheid van de totstandkoming van een overeenkomst tussen hem en een consument inzake dat financieel product voor het bemiddelen of adviseren inzake die overeenkomst rechtstreeks of middellijk betaalt;
b. *bestuurder*: indien het een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder betreft, een ieder die krachtens wet een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder vertegenwoordigt of het beleid van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder bepaalt;
c. *betalingstermijn*: tijdvak dat ligt tussen:
*bestuurder*: indien het een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder betreft, een ieder die krachtens wet een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder vertegenwoordigt of het beleid van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder bepaalt;
*betalingsbeschermer:* verzekering ter dekking van het risico dat de verzekeringnemer betalingsverplichtingen uit hoofde van een overeenkomst inzake krediet niet kan nakomen;
*betalingstermijn*: tijdvak dat ligt tussen:
1°. het tijdstip waarop een aanbieder ter uitvoering van een overeenkomst inzake krediet een geldsom ter beschikking stelt, of aanvangt met het verschaffen van het genot van een roerende zaak, financieel instrument of beleggingsobject of met het verlenen van een dienst en het tijdstip waarop de consument gehouden is de eerste betaling ter zake daarvan te hebben gedaan: of
2°. twee opeenvolgende tijdstippen waarop een consument gehouden is ter zake van een overeenkomst inzake krediet een betaling te hebben gedaan;
d. *complex product*:
*complex product*:
1°. combinatie van twee of meer financiële producten die ten minste een financieel product omvat waarvan de waarde afhankelijk is van de ontwikkelingen op financiële markten of andere markten;
2°. recht van deelneming in een beleggingsinstelling dat niet verhandelbaar is of dat op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect wordt ingekocht of terugbetaald;
@ -38,24 +43,34 @@ d. *complex product*:
7°. beleggingsrecht eigen woning als bedoeld in artikel 3.116a, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
8°. lijfrentespaarrekening als bedoeld in artikel 3.126a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
9°. lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in artikel 3.126a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
10°. ander financieel product dat bij ministeriële regeling kan worden aangewezen indien dit ten behoeve van de vergelijkbaarheid van de onder 2 tot en met 5 bedoelde complexe producten met dit financiële product in verband met de belangen die het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet beoogt te beschermen wenselijk is; of
11°. combinatie van een of meer onder 2° tot en met 6° bedoelde complexe producten met een of meer financiële producten;
e. *consumptief krediet*: krediet, niet zijnde hypothecair krediet;
f. *deposito*: tegoed bij een bank dat onmiddellijk kan worden opgevraagd en waarvan de rentetermijn ten hoogste twaalf maanden bedraagt;
g. *doorlopende provisie*:
10°. ander financieel product dat bij ministeriële regeling kan worden aangewezen indien dit ten behoeve van de vergelijkbaarheid van de onder 2° tot en met 9° bedoelde complexe producten met dit financiële product in verband met de belangen die het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet beoogt te beschermen wenselijk is; of
11°. combinatie van een of meer onder 2° tot en met 10° bedoelde complexe producten met een of meer financiële producten;
*consumptief krediet*: krediet, niet zijnde hypothecair krediet;
*deposito*: tegoed bij een bank dat onmiddellijk kan worden opgevraagd en waarvan de rentetermijn ten hoogste twaalf maanden bedraagt;
*doorlopende provisie*:
1°. beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, niet zijnde afsluitprovisie, die een aanbieder van een complex product of van een hypothecair krediet gecombineerd met een beleggingsrekening, na de totstandkoming van een overeenkomst tussen hem en een consument voor het bemiddelen of adviseren inzake die overeenkomst rechtstreeks of middellijk betaalt; of
2°. beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, niet zijnde afsluitprovisie, die door een aanbieder van een financieel product dat onderdeel uitmaakt van een complex product als bedoeld in onderdeel d, onder 4°, dat is samengesteld of in de markt verkrijgbaar gesteld door een bemiddelaar, na de totstandkoming van een overeenkomst inzake dat financieel product tussen hem en een consument voor het bemiddelen of adviseren inzake die overeenkomst rechtstreeks of middellijk betaalt;
h. *doorlopend krediet*: overeenkomst inzake:
*doorlopend krediet*: overeenkomst inzake:
1°. geldkrediet waarbij de consument op verschillende tijdstippen geldsommen kan opnemen, voorzover het uitstaande saldo de kredietlimiet niet overschrijdt; of
2°. goederenkrediet waarbij de aanbieder of een derde gehouden is aan een consument op verschillende tijdstippen het genot van een roerende zaak, financieel instrument of beleggingsobject te verschaffen of een dienst te verlenen, voorzover het uitstaande saldo de kredietlimiet niet overschrijdt;
i. *eindtermen*: normen met betrekking tot de vakbekwaamheid voor het verlenen van een bepaalde financiële dienst met betrekking tot een bepaald financieel product;
i.1. *financieel analist*: een relevante persoon die tastbaar onderzoek op beleggingsgebied verricht;
j. *financieel derivaat*: financieel instrument als bedoeld in artikel 4:60, eerste lid, onderdeel d, e, f of g, van de wet;
k. *financiële bijsluiter*: document waarin informatie over de in artikel 66, eerste of tweede lid, genoemde onderwerpen met betrekking tot een complex product is weergegeven op de ingevolge dat artikel voorgeschreven wijze;
l. *geldmarktinstrument*: financieel instrument als bedoeld in onderdeel c van de definitie van financieel instrument in artikel 1:1 van de wet;
m. *gelieerde partij*:
*eindtermen*: normen met betrekking tot de vakbekwaamheid voor het verlenen van een bepaalde financiële dienst met betrekking tot een bepaald financieel product;
*financieel analist*: een relevante persoon die tastbaar onderzoek op beleggingsgebied verricht;
*financieel derivaat*: financieel instrument als bedoeld in artikel 4:60, eerste lid, onderdeel d, e, f of g, van de wet;
*financiële bijsluiter*: document waarin informatie over de in artikel 66, eerste of tweede lid, genoemde onderwerpen met betrekking tot een complex product is weergegeven op de ingevolge dat artikel voorgeschreven wijze;
*geldmarktinstrument*: financieel instrument als bedoeld in onderdeel c van de definitie van financieel instrument in artikel 1:1 van de wet;
*gelieerde partij*:
1°. persoon die met een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder of met een bestuurder van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur is verbonden;
2°. persoon die direct of indirect stemrecht kan uitoefenen of anderszins bepaalde rechten kan uitoefenen waardoor invloed van betekenis kan worden uitgeoefend op het zakelijk of financieel beleid van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder;
@ -63,59 +78,92 @@ m. *gelieerde partij*:
4°. natuurlijke persoon die een persoonlijke relatie heeft met een bestuurder van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder of met een natuurlijke persoon als bedoeld onder 1° of 2°, in welke relatie hij het handelen van de bestuurder of de natuurlijke persoon met betrekking tot de beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder kan beïnvloeden;
5°. rechtspersoon waarin een bestuurder van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder of een natuurlijke persoon als bedoeld onder 3° of 4°, direct of indirect stemrecht kan uitoefenen of anderszins bepaalde rechten kan uitoefenen waardoor sprake is van invloed van betekenis op het zakelijk of financieel beleid van die rechtspersoon; of
6°. natuurlijke persoon die onderdeel is van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder;
m.1. *gelieerd financieel instrument:* een financieel instrument waarvan de prijs sterk wordt beïnvloed door prijsschommelingen van een ander financieel instrument dat het onderwerp van onderzoek op beleggingsgebied is of van een van dit andere financiële instrument afgeleid financieel instrument;
n. *hypothecair krediet*: overeenkomst inzake krediet met een consument, bij het aangaan waarvan een recht van hypotheek wordt gevestigd, strekkende tot verhaal bij voorrang van de vordering tot voldoening van de door de consument verschuldigde betaling, dan wel met betrekking waartoe reeds een zodanig recht is gevestigd en waarbij het krediet wordt verleend tegen een voor hypothecaire financieringen van de aanbieder gebruikelijk effectief kredietvergoedingspercentage;
o. *incident*: gedraging of gebeurtenis die een ernstig gevaar vormt voor de integere uitoefening van het bedrijf van een financiële onderneming;
p. *integriteitgevoelige functie*:
*gelieerd financieel instrument:* een financieel instrument waarvan de prijs sterk wordt beïnvloed door prijsschommelingen van een ander financieel instrument dat het onderwerp van onderzoek op beleggingsgebied is of van een van dit andere financiële instrument afgeleid financieel instrument;
*hypothecair krediet*: overeenkomst inzake krediet met een consument, bij het aangaan waarvan een recht van hypotheek wordt gevestigd, strekkende tot verhaal bij voorrang van de vordering tot voldoening van de door de consument verschuldigde betaling, dan wel met betrekking waartoe reeds een zodanig recht is gevestigd en waarbij het krediet wordt verleend tegen een voor hypothecaire financieringen van de aanbieder gebruikelijk effectief kredietvergoedingspercentage;
*incident*: gedraging of gebeurtenis die een ernstig gevaar vormt voor de integere uitoefening van het bedrijf van een financiële onderneming;
*integriteitgevoelige functie*:
1°. leidinggevende functie direct onder de personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen of mede bepalen; of
2°. functie waaraan een bevoegdheid is verbonden die een wezenlijk risico bevat voor de integere uitoefening van het bedrijf van een financiële onderneming;
q. *integriteitrisico*: gevaar voor de aantasting van de reputatie of bestaande of toekomstige bedreiging van vermogen of resultaat van een financiële onderneming als gevolg van een ontoereikende naleving van hetgeen bij of krachtens enig wettelijk voorschrift is voorgeschreven;
r. *internationale jaarrekeningstandaarden*: internationale standaarden voor jaarrekeningen die door de Commissie van de Europese Gemeenschappen van toepassing zijn verklaard overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 (PbEG L 243);
s. *kosten*: bedragen die een financiële onderneming in rekening brengt of ten laste laat komen van een cliënt, consument of deelnemer;
t. *kredietlimiet*:
*integriteitrisico*: gevaar voor de aantasting van de reputatie of bestaande of toekomstige bedreiging van vermogen of resultaat van een financiële onderneming als gevolg van een ontoereikende naleving van hetgeen bij of krachtens enig wettelijk voorschrift is voorgeschreven;
*internationale jaarrekeningstandaarden*: internationale standaarden voor jaarrekeningen die door de Commissie van de Europese Gemeenschappen van toepassing zijn verklaard overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 (PbEG L 243);
*kosten*: bedragen die een financiële onderneming in rekening brengt of ten laste laat komen van een cliënt, consument of deelnemer;
*kredietlimiet*:
1°. maximum bedrag van door een consument bij de aanbieder van krediet op te nemen geldsommen ter uitvoering van een overeenkomst inzake doorlopend geldkrediet; of
2°. maximumwaarde van door een aanbieder van krediet aan de consument te verschaffen genot van een zaak, financieel instrument of beleggingsobject, of te verlenen dienst ter uitvoering van een overeenkomst inzake doorlopend goederenkrediet;
u. *kredietsom*:
*kredietsom*:
1°. geldsom die de consument in het kader van een overeenkomst inzake geldkrediet ter beschikking wordt gesteld, met dien verstande dat indien het doorlopend krediet betreft de kredietlimiet als die geldsom wordt aangemerkt; of
2°. verschil tussen het totaal van de contante waarde van de roerende zaken, financiële instrumenten, beleggingsobjecten of diensten, waarvan de consument het genot wordt verschaft, onderscheidenlijk welke aan de consument worden verleend, in het kader van een overeenkomst inzake goederenkrediet, en de door deze in dat kader gedane contante betalingen, met dien verstande dat indien het doorlopend krediet betreft de kredietlimiet als dat verschil wordt aangemerkt;
v. *kredietvergoeding*: kosten ter zake van een overeenkomst inzake krediet;
w. *maandlast*: bedrag dat een consument verschuldigd is aan betalingen ter zake van krediet, berekend voor één kalendermaand, waaronder in ieder geval betalingen aan rente en aflossing in verband met het krediet;
w.1. *nauwe banden*: situatie waarin twee of meer natuurlijke of rechtspersonen verbonden zijn door:
*kredietvergoeding*: kosten ter zake van een overeenkomst inzake krediet;
*maandlast*: bedrag dat een consument verschuldigd is aan betalingen ter zake van krediet, berekend voor één kalendermaand, waaronder in ieder geval betalingen aan rente en aflossing in verband met het krediet;
*nauwe banden*: situatie waarin twee of meer natuurlijke of rechtspersonen verbonden zijn door:
1°. een deelneming, dat wil zeggen het rechtstreeks of door middel van een zeggenschapsband houden van ten minste 20% van de stemrechten of het kapitaal van een rechtspersoon;
2°. een zeggenschapsband, dat wil zeggen de band die bestaat tussen een moederonderneming en een dochteronderneming, in alle gevallen zoals bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van de richtlijn geconsolideerde jaarrekening, of een band van dezelfde aard tussen een natuurlijke of rechtspersoon en een andere rechtspersoon; een dochteronderneming van een dochteronderneming wordt ook beschouwd als een dochteronderneming van de moederonderneming die aan het hoofd van deze ondernemingen staat;
w.2. *onderzoek op beleggingsgebied:* onderzoek of andere voor het publiek bestemde informatie waarbij expliciet of impliciet een beleggingsstrategie wordt aanbevolen of voorgesteld ten aanzien van één of meerdere financiële instrumenten of uitgevende instellingen van financiële instrumenten, daaronder begrepen aanbevelingen betreffende de huidige of toekomstige waarde of koers van dergelijke instrumenten, welk onderzoek:
*onderzoek op beleggingsgebied:* onderzoek of andere voor het publiek bestemde informatie waarbij expliciet of impliciet een beleggingsstrategie wordt aanbevolen of voorgesteld ten aanzien van één of meerdere financiële instrumenten of uitgevende instellingen van financiële instrumenten, daaronder begrepen aanbevelingen betreffende de huidige of toekomstige waarde of koers van dergelijke instrumenten, welk onderzoek:
a. als onderzoek op beleggingsgebied wordt gepresenteerd of op enigerlei andere wijze wordt voorgesteld als een objectieve of onafhankelijke verklaring van de aangelegenheden die in de aanbeveling aan de orde komen; en
b. indien het tot een cliënt zou zijn gericht, geen adviseren is;
x. *op- en afslagen*: bedragen waarmee de door de deelnemers voor rechten van deelneming in een beleggingsinstelling betaalde of ontvangen prijs of terugbetaling worden verhoogd onderscheidenlijk verlaagd ten opzichte van de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming;
x.1. *persoonlijke transactie*: een transactie in een financieel instrument door of in naam van een relevante persoon, waarbij:
*op- en afslagen*: bedragen waarmee de door de deelnemers voor rechten van deelneming in een beleggingsinstelling betaalde of ontvangen prijs of terugbetaling worden verhoogd onderscheidenlijk verlaagd ten opzichte van de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming;
*PE-onderwijsprogramma:* onderwijsprogramma voor permanente educatie;
*PE-toets:* toets voor permanente educatie;
*PE-toetstermen:* criteria waaraan de vakbekwaamheid van een persoon wordt getoetst om te kunnen vaststellen of deze voldoet aan de eisen voor permanente educatie;
*persoonlijke transactie*: een transactie in een financieel instrument door of in naam van een relevante persoon, waarbij:
1°. de betrokken relevante persoon handelt anders dan in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf;
2°. de transactie wordt verricht voor rekening van de relevante persoon;
3°. de transactie wordt verricht voor rekening van een persoon met wie de relevante persoon familiebanden of nauwe banden heeft; of
4°. de transactie wordt verricht voor rekening van een persoon wiens relatie met de relevante persoon van dien aard is dat de relevante persoon een direct of indirect wezenlijk belang heeft bij het resultaat van de transactie afgezien van een provisie voor de uitvoering van de transactie;
y. *relevante persoon:*
*relevante persoon:*
1°. een persoon die het dagelijks beleid bepaalt of een verbonden agent is van een beleggingsonderneming;
2°. een ieder die het dagelijks beleid bepaalt van een verbonden agent van een beleggingsonderneming;
3°. een werknemer van de beleggingsonderneming of van een verbonden agent van de beleggingsonderneming of een andere natuurlijke persoon wiens diensten ter beschikking en onder zeggenschap staan van een beleggingsonderneming onderscheidenlijk de verbonden agent en die betrokken is bij het verrichten van beleggingsactiviteiten of het verlenen van beleggingsdiensten door de beleggingsonderneming; of
4°. een natuurlijke persoon die uit hoofde van een overeenkomst tot uitbesteding met het oog op het verlenen of verrichten door de beleggingsonderneming van beleggingsdiensten of beleggingsactiviteiten rechtstreeks betrokken is bij het verrichten van diensten ten behoeve van de beleggingsonderneming of haar verbonden agent;
z. *retourprovisie*: gedeelte van een door of ten laste van een beleggingsinstelling voor een dienst van een derde te betalen of betaalde vergoeding dat direct of indirect door de ontvanger wordt terugbetaald of doorbetaald;
aa. *risico-indicator*: weergave van het risiconiveau van een complex product;
bb. *serie van beleggingsobjecten*: verzameling van beleggingsobjecten waarvoor hetzelfde beleggingsobjectprospectus, bedoeld in artikel 4:30a, van de wet wordt opgesteld;
cc. *termijnbedrag*: bedrag van de betaling die een consument aan het einde van een betalingstermijn moet hebben gedaan;
dd. *theoretische looptijd*: lengte van de periode gedurende welke een consument ter zake van een doorlopend krediet gehouden is betalingen te doen berekend op de in bijlage A bij dit besluit aangegeven wijze;
ee. *toetstermen*: criteria waaraan de vakbekwaamheid van een persoon wordt getoetst om te kunnen vaststellen of deze voldoet aan de eindtermen;
ff. *totale prijs van het krediet*: som van de door een consument te betalen maandlasten gedurende de looptijd van een kredietovereenkomst, of, indien het doorlopend krediet betreft, gedurende de theoretische looptijd van een kredietovereenkomst;
gg. *uitstaand saldo*:
*retourprovisie*: gedeelte van een door of ten laste van een beleggingsinstelling voor een dienst van een derde te betalen of betaalde vergoeding dat direct of indirect door de ontvanger wordt terugbetaald of doorbetaald;
*risico-indicator*: weergave van het risiconiveau van een complex product;
*serie van beleggingsobjecten*: verzameling van beleggingsobjecten waarvoor hetzelfde beleggingsobjectprospectus, bedoeld in artikel 4:30a, van de wet wordt opgesteld;
*termijnbedrag*: bedrag van de betaling die een consument aan het einde van een betalingstermijn moet hebben gedaan;
*theoretische looptijd*: lengte van de periode gedurende welke een consument ter zake van een doorlopend krediet gehouden is betalingen te doen berekend op de in bijlage A bij dit besluit aangegeven wijze;
*toetstermen*: criteria waaraan de vakbekwaamheid van een persoon wordt getoetst om te kunnen vaststellen of deze voldoet aan de eindtermen;
*totale prijs van het krediet*: som van de door een consument te betalen maandlasten gedurende de looptijd van een kredietovereenkomst, of, indien het doorlopend krediet betreft, gedurende de theoretische looptijd van een kredietovereenkomst;
*uitstaand saldo*:
1°. indien het geldkrediet betreft: op enig tijdstip bestaand totaal van de tot en met dat tijdstip door de consument opgenomen geldsommen, vermeerderd met de tot en met dat tijdstip aan de consument in rekening gebrachte kredietvergoeding en verminderd met de tot en met dat tijdstip door de consument gedane betalingen;
2°. indien het goederenkrediet betreft: op enig tijdstip bestaand totaal van de contante waarde van de roerende zaken, financiële instrumenten, beleggingsobjecten of diensten waarvan tot en met dat tijdstip aan de consument het genot is verschaft, of welke tot en met dat tijdstip aan de consument zijn verleend, vermeerderd met het totaalbedrag van de tot en met dat tijdstip aan de consument in rekening gebrachte kredietvergoeding en verminderd met de tot en met dat tijdstip door de consument gedane betalingen;
hh. *wet*: Wet op het financieel toezicht.
*uitvaartverzekering:* levensverzekering die uitsluitend strekt tot het doen van geldelijke uitkeringen in verband met de verzorging van de uitvaart van een natuurlijke persoon of een natura-uitvaartverzekering;
*wet*: Wet op het financieel toezicht.
### Paragraaf 1.2. Bijzondere bepalingen
@ -224,8 +272,8 @@ b. hij een financiëledienstverlener is met een op jaarbasis gemiddeld aantal vo
Een diploma of een erkenning van beroepskwalificaties is geldig, tenzij de houder ervan:
a. niet binnen achttien maanden na de openbaarmaking, bedoeld in artikel 8, derde lid, op de door Onze Minister vastgestelde wijze heeft voldaan aan de in zijn geval relevante toetstermen voor permanente educatie, bedoeld in artikel 8, tweede lid; of
b. niet binnen achttien maanden na de openbaarmaking, bedoeld in artikel 8, derde lid, van toetstermen voor permanente educatie met goed gevolg een examen heeft afgelegd van een door Onze Minister erkend exameninstituut dat voldoet aan de in zijn geval relevante toetstermen die tegelijkertijd met toetstermen voor permanente educatie openbaar zijn gemaakt.
a. niet binnen achttien maanden na de inwerkingtreding, bedoeld in artikel 8, derde lid, op de door Onze Minister vastgestelde wijze heeft voldaan aan de in zijn geval relevante toetstermen voor permanente educatie, bedoeld in artikel 8, tweede lid; of
b. niet binnen achttien maanden na de inwerkingtreding, bedoeld in artikel 8, derde lid, van toetstermen voor permanente educatie met goed gevolg een examen heeft afgelegd van een door Onze Minister erkend exameninstituut dat voldoet aan de in zijn geval relevante toetstermen die tegelijkertijd met toetstermen voor permanente educatie openbaar zijn gemaakt.
**2.** Indien een houder van een diploma of een erkenning van beroepskwalificaties niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn heeft voldaan aan de in zijn geval relevante toetstermen voor permanente educatie, is het diploma of de erkenning van beroepskwalificaties ongeldig vanaf het einde van die termijn tot hij alsnog daaraan voldoet.
@ -237,7 +285,7 @@ b. niet binnen achttien maanden na de openbaarmaking, bedoeld in artikel 8, derd
**2.** Indien ontwikkelingen op de financiële markten of relevante wettelijke voorschriften daartoe aanleiding geven worden bij ministeriële regeling toetstermen vastgesteld met betrekking tot permanente educatie, alsmede de wijze waarop aan deze toetstermen kan worden voldaan.
**3.** Onze Minister draagt er zorg voor dat de openbaarmaking van de toetstermen voor examens en de openbaarmaking van de daarbij aansluitende toetstermen voor permanente educatie gelijktijdig plaatsvinden.
**3.** Onze Minister draagt er zorg voor dat de inwerkingtreding van de toetstermen voor examens en de inwerkingtreding van de daarbij aansluitende toetstermen voor permanente educatie gelijktijdig plaatsvinden.
### Paragraaf 2.4. Exameninstituten
@ -310,6 +358,90 @@ o. de interne klachtenprocedure.
**3.** Van een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
### Paragraaf 2.5. Instituten voor permanente educatie
### Artikel 11a
Aan artikel 7, eerste lid, voldoet degene die binnen achttien maanden na inwerkingtreding van PE-toetstermen:
1. beschikt over een certificaat dat is afgegeven door een door Onze Minister erkend instituut voor permanente educatie waaruit blijkt dat hij met goed gevolg een PE-onderwijsprogramma heeft gevolgd met betrekking tot de in zijn geval relevante toetstermen;
2. beschikt over een certificaat dat is afgegeven door een door Onze Minister erkend exameninstituut waaruit blijkt dat hij met goed gevolg een PE-toets heeft afgelegd met betrekking tot de in zijn geval relevante toetstermen;
3. beschikt over een certificaat dat is afgegeven door een door Onze Minister erkend exameninstituut waaruit blijkt dat hij vakinhoudelijk betrokken is geweest bij het afnemen van examens of bij de ontwikkeling van examenmateriaal met betrekking tot de in zijn geval relevante toetstermen bij dat exameninstituut; of
4. beschikt over een certificaat dat is afgegeven door een door Onze Minister erkend instituut voor permanente educatie waaruit blijkt dat hij als geregistreerd docent betrokken is geweest bij de uitvoering van een PE-onderwijsprogramma met betrekking tot de in zijn geval relevante toetstermen bij dat instituut voor permanente educatie.
### Artikel 11b
**1.** Onze Minister erkent een instituut voor permanente educatie op aanvraag, indien de aanvrager heeft aangetoond te zullen voldoen aan artikel 11c, voor zover het in dat artikel bepaalde op de aanvrager van toepassing is.
**2.** Onze Minister beslist op een aanvraag om erkenning binnen vier maanden nadat de aanvraag is ingediend. De beslissingstermijn kan ten hoogste tweemaal met twee maanden worden verlengd.
**3.** Onze Minister kan aan een erkenning voorschriften verbinden.
**4.**
Onze Minister kan een erkenning intrekken:
a. op verzoek van het erkende instituut voor permanente educatie;
b. indien de gegevens en bescheiden die zijn verstrekt ter verkrijging van de erkenning, na de erkenning zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat de erkenning zou zijn geweigerd of zonder voorschriften zou zijn verleend, indien bij de behandeling van de aanvraag de juiste gegevens volledig bekend waren geweest; of
c. indien het instituut voor permanente educatie niet langer voldoet aan artikel 11c of artikel 11d of aan een voorschrift of voorwaarde, verbonden aan de erkenning.
### Artikel 11c
**1.**
Een erkend instituut voor permanente educatie beschikt over:
a. aantoonbare en actuele ervaring met het op zorgvuldige en betrouwbare wijze vervaardigen en verzorgen van cursussen en het beoordelen van individuele kandidaten;
b. gekwalificeerde docenten in inhoudelijk, onderwijskundig en toetstechnisch opzicht en maakt daar bij de uitvoering van PE-onderwijsprogrammas ook uitsluitend gebruik van;
c. een registratie waaruit de vakbekwaamheid van de docenten voor een PE-onderwijsprogramma blijkt;
d. een evaluatiesysteem voor het afgenomen PE-onderwijsprogramma;
e. een adequaat kwaliteitsborgingssysteem.
**2.** Een erkend instituut voor permanente educatie biedt een PE-onderwijsprogramma meerdere malen in Nederland aan waarbij kandidaten die beschikken over het relevante diploma, bedoeld in artikel 6, worden toegelaten.
**3.** Een erkend instituut voor permanente educatie stemt in met een door Onze Minister te organiseren controle.
**4.** Een erkend instituut voor permanente educatie verzorgt het PE-onderwijsprogramma met een toetsend element dat alle PE-toetstermen voor de desbetreffende module omvat en levert daarbij tevens cursusmateriaal dat als naslagwerk kan dienen voor kandidaten.
**5.** Een erkend instituut voor permanente educatie stelt Onze Minister in kennis van een nieuw ontwikkeld PE-onderwijsprogramma.
**6.** Een erkend instituut voor permanente educatie legt een nieuw ontwikkeld PE-onderwijsprogramma ter beoordeling voor aan Onze Minister.
**7.** Een erkend instituut voor permanente educatie draagt zorg voor een vakinhoudelijk juiste en objectieve beoordeling van de aangeboden PE-onderwijsprogrammas.
**8.** Een erkend instituut voor permanente educatie neemt de maatregelen die redelijkerwijs nodig zijn om te bevorderen dat PE-onderwijsprogrammas op een correcte en eerlijke wijze worden aangeboden en draagt zorg voor een vakinhoudelijke juiste en objectieve beoordeling van kandidaten.
**9.** Het aantal kandidaten per PE-onderwijsprogramma dat een erkend instituut voor permanente educatie aanbiedt, bedraagt ten hoogste 25 personen.
**10.**
Een erkend instituut voor permanente educatie beschikt over en handelt in overeenstemming met een PE-reglement waarin ten minste de volgende onderwerpen met betrekking tot het PE-onderwijsprogramma adequaat zijn geregeld:
a. wijze van aanmelding van de kandidaten;
b. aantal malen per jaar dat gelegenheid wordt gegeven tot het volgen van een PE-onderwijsprogramma;
c. wijze van kennisgeving van plaats, datum en tijdstip van de start- en eindtijden van het PE-onderwijsprogramma;
d. opbouw, verschillende interactieve onderwijsvormen en uitvoering van PE-onderwijsprogrammas gericht op actieve participatie van de kandidaten en de wijze van beoordelen van kandidaten ten aanzien van hun inhoudelijke vakbekwaamheid betreffende de PE-toetstermen;
e. vaststelling van de identiteit van kandidaten en docenten;
f. vaststelling van de presentie van de kandidaten;
g. vaststelling van de rechten en plichten van de kandidaten;
h. maatregelen om fraude te voorkomen;
i. bewaartermijnen voor de gegevens van afgelegde PE-onderwijsprogrammas wat betreft inhoud en evaluatie, gegevens van docenten en gegevens van kandidaten;
j. interne klachtenprocedure.
### Artikel 11d
**1.** Een erkend instituut voor permanente educatie verstrekt aan Onze Minister twee maanden na de periode, bedoeld in artikel 7, een opgave van het aantal afgenomen PE-onderwijsprogrammas, de geanonimiseerde klachten over de PE-onderwijsprogrammas, de slagingspercentages die zijn geregistreerd door het instituut voor permanente educatie en een analyse daarvan.
**2.** Een erkend instituut voor permanente educatie verstrekt aan Onze Minister op diens verzoek de gegevens die Onze Minister nodig heeft voor de uitoefening van zijn in dit hoofdstuk omschreven taken.
**3.** Met het toezicht op de naleving van de artikelen 11b en 11c zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen.
**4.** Van een besluit als bedoeld in het derde lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
### Artikel 11e
Een erkenning die is verleend op grond van artikel 3 van de Erkenningsregeling permanente educatie Wft berust na de inwerkingtreding van het Wijzigingsbesluit financiële markten 2010 op artikel 11b, eerste lid.
## Hoofdstuk 3. Betrouwbaarheid
### Artikel 12
@ -573,7 +705,7 @@ De bedrijfsvoering van een beheerder, beleggingsinstelling of bewaarder als bedo
a. elke transactie waarbij de beleggingsinstelling is betrokken, kan worden gereconstrueerd;
b. het beheerde vermogen van de beleggingsinstelling overeenkomstig het beleggingsbeleid en de bij of krachtens de wet gestelde regels wordt belegd;
c. een functiescheiding bestaat tussen het verrichten van rechtshandelingen met betrekking tot het vermogen van de beleggingsinstelling en het controleren en administreren van deze handelingen;
d. een betrouwbare, juiste en consistente intrinsieke waarde van de belegginginstelling wordt bepaald;
d. een betrouwbare, juiste en consistente intrinsieke waarde van de beleggingsinstelling wordt bepaald;
e. het proces van intrinsieke waardebepaling binnen de beheerder of de beleggingsmaatschappij wordt gescheiden van de overige activiteiten van de beheerder of de beleggingsmaatschappij;
f. de berekening van de intrinsieke waarde van de beleggingsinstelling aansluit bij de financiële administratie;
g. de risicos die samenhangen met het beleggingsproces op een systematische wijze worden beheerst en geanalyseerd; en
@ -658,8 +790,8 @@ Een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet dr
De artikelen 35c, 35d en 35e, eerste tot en met het derde lid, zijn niet van toepassing op:
a. persoonlijke transacties verricht in het kader van het beheer van een individueel vermogen waarbij het vermogen op discretionaire basis wordt beheerd en waarbij over de transactie geen voorafgaande communicatie heeft plaatsgevonden tussen de vermogensbeheerder en de relevante persoon of een andere persoon als bedoeld in artikel 1, onderdeel X1, onder 3° of 4°, voor wiens rekening de transactie wordt uitgevoerd;
b. persoonlijke transacties in rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten, indien noch de relevante persoon, noch een persoon als bedoeld in onderdeel X1, onder 3° of 4°, voor wiens rekening de transacties worden uitgevoerd, bij de leiding van de betreffende instelling betrokken is.
a. persoonlijke transacties verricht in het kader van het beheer van een individueel vermogen waarbij het vermogen op discretionaire basis wordt beheerd en waarbij over de transactie geen voorafgaande communicatie heeft plaatsgevonden tussen de vermogensbeheerder en de relevante persoon of een andere persoon als bedoeld in de definitie van *persoonlijke transactie*, onder 3° of 4°, in artikel 1, voor wiens rekening de transactie wordt uitgevoerd;
b. persoonlijke transacties in rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging in effecten, indien noch de relevante persoon, noch een persoon als bedoeld in de definitie van *persoonlijke transactie*, onder 3° of 4°, in artikel 1, voor wiens rekening de transacties worden uitgevoerd, bij de leiding van de betreffende instelling betrokken is.
### Artikel 35g
@ -797,7 +929,7 @@ Bij de uitbesteding van werkzaamheden in verband met het verlenen van betaaldien
### Artikel 38j
**1.** De artikelen 37, 38f, 38g en 39i zijn slechts van toepassing op het uitbesteden van werkzaamheden door betaalinstellingen voor zover het belangrijke werkzaamheden betreft.
**1.** De artikelen 37, 38f, 38g en 38i zijn slechts van toepassing op het uitbesteden van werkzaamheden door betaalinstellingen voor zover het belangrijke werkzaamheden betreft.
**2.** Een werkzaamheid wordt als belangrijk aangemerkt indien een gebrekkige of tekortschietende uitvoering ervan wezenlijk afbreuk zou doen aan de naleving door de betaalinstelling van de vergunningsvereisten, als bedoeld in artikel 2:3b van de wet, of van andere verplichtingen ingevolge de wet of Titel 7B van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel aan haar financiële resultaten of de soliditeit of continuïteit van haar betaaldiensten.
@ -1178,11 +1310,11 @@ d. zijn inschrijving in het door de toezichthouder gehouden register.
### Artikel 58
**1.** Voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een complex product of hypothecair krediet verstrekt een bemiddelaar een consument informatie over de hoogte van de provisie, de afsluitprovisie, het jaarlijkse bedrag aan doorlopende provisie en het aantal termijnen daarvan die de desbetreffende aanbieder rechtstreeks of middellijk zal betalen in verband met het complexe product of het hypothecair krediet.
**1.** Voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake een betalingsbeschermer, complex product, hypothecair krediet of uitvaartverzekering verstrekt een bemiddelaar een consument informatie over de hoogte van de provisie, de afsluitprovisie, het jaarlijkse bedrag aan doorlopende provisie en het aantal termijnen daarvan die de desbetreffende aanbieder rechtstreeks of middellijk zal betalen in verband met de betalingsbeschermer, het complexe product, het hypothecair krediet, onderscheidenlijk de uitvaartverzekering.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op bemiddelaars die complexe producten als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 4°, samenstellen of in de markt verkrijgbaar stellen, voor zover het betreft de financiële producten die onderdeel zijn van die complexe producten.
**3.** Voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst zonder tussenkomst van een bemiddelaar inzake een complex product of hypothecair krediet verstrekt een aanbieder een consument informatie over het feit dat hij kosten maakt ten behoeve van de distributie met inbegrip van het adviseren en dat deze kosten onderdeel uitmaken van de prijs van het complexe product of hypothecair krediet of verwerkt kunnen zijn in het rentepercentage.
**3.** Voorafgaand aan het zonder tussenkomst van een bemiddelaar doen van een voorstel tot het aangaan van een overeenkomst inzake een betalingsbeschermer, complex product, hypothecair krediet of uitvaartverzekering, verstrekt een aanbieder een consument informatie over het feit dat hij kosten maakt ten behoeve van de distributie met inbegrip van het adviseren en dat deze kosten onderdeel uitmaken van de prijs van het product of verwerkt kunnen zijn in het rentepercentage, alsmede informatie over de aard en reikwijdte van zijn dienstverlening.
**4.** Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op bemiddelaars die complexe producten als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 4°, samenstellen of in de markt verkrijgbaar stellen en bemiddelen in de financiële producten die onderdeel zijn van die complexe producten. Indien een bemiddelaar als bedoeld in de vorige volzin niet kan voldoen aan het tweede lid, verstrekt hij aan de consument de in het derde lid bedoelde informatie.
@ -1316,7 +1448,33 @@ c. een duidelijke waarschuwing dat een specifieke instructie van de cliënt de b
### Artikel 59a
**1.** Een betaaldienstverlener stelt een betaaldienstgebruiker voordat deze is gebonden door een overeenkomst betreffende een eenmalige betalingstransactie op gemakkelijk toegankelijke wijze de in artikel 59b bedoelde informatie en voorwaarden ter beschikking.
**1.** Een aanbieder verstrekt voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst met een consument inzake een complex product of hypothecair krediet, aan de consument informatie over de totale prijs van het complexe product of hypothecaire krediet, met inbegrip van alle bijbehorende kosten.
**2.**
Onverminderd het eerste lid verstrekt een aanbieder voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst met een consument inzake een complex product dat strekt tot vermogensopbouw, aan de consument, voor zover van toepassing, ten minste de volgende informatie:
a. het bedrag van de totale kosten;
b. de kosten die worden ingehouden op de inleg of de premie, onderverdeeld naar soorten kosten, zoals in elk geval eerste kosten, doorlopende kosten en aan- en verkoopkosten;
c. de kosten die worden ingehouden op de vermogensopbouw of uitkering, onderverdeeld naar soorten kosten zoals in elk geval eerste kosten, doorlopende kosten en aan- en verkoopkosten;
d. de kosten die de beheerder van de beleggingsinstelling jaarlijks in rekening brengt voor het beheer van rechten van deelneming in die beleggingsinstelling;
e. de invloed van het gemiddelde jaarlijkse percentage van de kosten, bedoeld onder b, c en d, op het rendement en de vermogensopbouw of uitkering, verbonden aan de overeenkomst; en
f. de wijze waarop de kosten, bedoeld onder b, c en d, worden verdeeld over de looptijd van de overeenkomst.
**3.**
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op:
a. overeenkomsten met betrekking tot beleggingsobjecten; en
b. overeenkomsten met betrekking tot het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst.
**4.** Het tweede lid, aanhef en de onderdelen b tot en met f, zijn niet van toepassing op een levensverzekeraar die een levensverzekering aanbiedt waarbij de uitkering wordt uitgedrukt in rechten van deelneming in een beleggingsinstelling.
**5.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op financiële ondernemingen die een complex product als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 1°, 4° of 11° samenstellen en dat product in de markt verkrijgbaar stellen voor consumenten of, indien het een recht van deelneming in een beleggingsinstelling betreft, cliënten.
### Artikel 59b
**1.** Een betaaldienstverlener stelt een betaaldienstgebruiker voordat deze is gebonden door een overeenkomst betreffende een eenmalige betalingstransactie op gemakkelijk toegankelijke wijze de in artikel 59c bedoelde informatie en voorwaarden ter beschikking.
**2.** Op verzoek van de betaaldienstgebruiker verstrekt de betaaldienstaanbieder hem de informatie en voorwaarden op papier of op een andere duurzame drager.
@ -1324,9 +1482,9 @@ c. een duidelijke waarschuwing dat een specifieke instructie van de cliënt de b
**4.** Indien de overeenkomst betreffende een eenmalige betalingstransactie op verzoek van de betaaldienstgebruiker is gesloten met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand welke het de betaaldienstverlener onmogelijk maakt aan het eerste lid te voldoen, voldoet deze onmiddellijk na de uitvoering van de betalingstransactie aan zijn verplichtingen ingevolge het genoemde lid.
**5.** Aan het eerste tot en met het derde lid kan ook worden voldaan door het verstrekken van een exemplaar van het ontwerpcontract betreffende een eenmalige betalingstransactie of de ontwerpbetaalopdracht waarin de in artikel 59b bedoelde informatie en voorwaarden zijn opgenomen.
**5.** Aan het eerste tot en met het derde lid kan ook worden voldaan door het verstrekken van een exemplaar van het ontwerpcontract betreffende een eenmalige betalingstransactie of de ontwerpbetaalopdracht waarin de in artikel 59c bedoelde informatie en voorwaarden zijn opgenomen.
### Artikel 59b
### Artikel 59c
**1.**
@ -1339,7 +1497,7 @@ d. voor zover van toepassing, de bij de betalingstransactie toe te passen feitel
**2.** Voor zover van toepassing stelt de betaaldienstverlener de overige in artikel 59d bedoelde informatie en voorwaarden op gemakkelijk toegankelijke wijze aan de betaaldienstgebruiker ter beschikking.
### Artikel 59c
### Artikel 59d
**1.** Een betaaldienstverlener verstrekt een betaaldienstgebruiker ruimschoots voordat deze is gebonden aan een raamovereenkomst voor betaaldiensten op papier of op een andere duurzame drager de in artikel 59d bedoelde informatie en voorwaarden.
@ -1349,7 +1507,7 @@ d. voor zover van toepassing, de bij de betalingstransactie toe te passen feitel
**4.** Aan het eerste lid kan ook worden voldaan door het verstrekken van een exemplaar van de ontwerpraamovereenkomst waarin de in artikel 59d bedoelde informatie en voorwaarden zijn opgenomen.
### Artikel 59d
### Artikel 59e
**1.**
@ -1382,7 +1540,7 @@ x. een vermelding dat de betaaldienstgebruiker een raamovereenkomst voor betaald
y. de contractuele bepalingen inzake het op de raamovereenkomst voor betaaldiensten toepasselijke recht of de ter zake bevoegde rechter; en
z. de klachtenprocedure en buitengerechtelijke geschillenbeslechting die ingevolge artikel 4:17 van de wet voor de betaaldienstgebruiker openstaan.
### Artikel 59e
### Artikel 59f
**1.** Een betaaldienstverlener verstrekt, in afwijking van de artikelen 59c en 59d, met betrekking tot betaalinstrumenten die overeenkomstig een raamovereenkomst voor betaaldiensten uitsluitend worden gebruikt voor afzonderlijke betalingstransacties van maximaal € 30, met een uitgavenlimiet van € 150 of waarop maximaal een bedrag van € 150 tegelijk kan worden opgeslagen, de betaler uitsluitend informatie over de voornaamste kenmerken van de betaaldienst, met inbegrip van de wijze waarop van het betaalinstrument gebruik kan worden gemaakt, de aansprakelijkheid, alle in rekening gebrachte kosten en andere belangrijke informatie die nodig is om een weloverwogen besluit te nemen, en geeft tevens aan waar andere in artikel 59d bedoelde informatie en voorwaarden op gemakkelijk toegankelijke wijze beschikbaar zijn gesteld.
@ -1390,7 +1548,7 @@ z. de klachtenprocedure en buitengerechtelijke geschillenbeslechting die ingevol
**3.** Voor vooraf betaalde betaalinstrumenten, bedoeld voor nationale betalingstransacties, worden de in het eerste lid genoemde bedragen verhoogd tot € 500.
### Artikel 59f
### Artikel 59g
**1.** Een betaaldienstverlener brengt een betaaldienstgebruiker geen kosten in rekening voor de ingevolge de artikelen 59a tot en met 59e te verstrekken informatie.
@ -1504,7 +1662,7 @@ n. indien het een overeenkomst betreft die strekt fondsvorming als bedoeld in ar
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing op complexe producten, met uitzondering van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling, ten aanzien waarvan uitsluitend financiële diensten worden verleend aan anderen dan consumenten.
**4.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op financiële ondernemingen die een complex product als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 1°, 4° of 7°, samenstellen en dat product algemeen in de markt verkrijgbaar stellen voor consumenten of, indien een recht van deelneming in een beleggingsinstelling betreft, cliënten.
**4.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op financiële ondernemingen die een complex product als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 1°, 4° of 11°, samenstellen en dat product algemeen in de markt verkrijgbaar stellen voor consumenten of, indien een recht van deelneming in een beleggingsinstelling betreft, cliënten.
### Artikel 66
@ -1834,8 +1992,9 @@ n. het contractuele recht op tussentijdse beëindiging van de overeenkomst op af
o. het feit dat het in artikel 4:28, eerste en tweede lid, van de wet bedoelde recht wel of niet van toepassing is, de duur van en de voorwaarden voor de uitoefening van dat recht, met inbegrip van informatie over het bedrag dat de consument gehouden kan zijn te betalen, de gevolgen van niet-uitoefening van dat recht en de wijze waarop dat recht kan worden uitgeoefend;
p. het bestaan van op de overeenkomst op afstand toepasselijke garantiefondsen of andere compensatieregelingen die niet vallen onder richtlijn nr. 1994/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 mei 1994 inzake de depositogarantiestelsels (PbEG L 135) en richtlijn nr. 1997/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 3 maart 1997 inzake de beleggerscompensatiestelsels (PbEG L 084);
q. de taal of de talen waarin de voorwaarden van de overeenkomst op afstand en de in dit artikel bedoelde informatie worden verstrekt, alsmede de taal of talen waarin de financiëledienstverlener zal communiceren gedurende de looptijd van de overeenkomst op afstand;
r. het op de totstandbrenging van betrekkingen met de consument voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst op afstand toe te passen recht, het op die overeenkomst toe te passen recht en de bevoegde rechter; en
s. de overige voorwaarden van de overeenkomst op afstand.
r. het op de totstandbrenging van betrekkingen met de consument voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst op afstand toe te passen recht, het op die overeenkomst toe te passen recht en de bevoegde rechter;
s. de overige voorwaarden van de overeenkomst op afstand; en
t. indien hij gebruik maakt van een andere beroepsbeoefenaar, de naam en adres van deze beroepsbeoefenaar en, indien deze een rechtspersoon is, diens statutaire naam en handelsnaam of handelsnamen, en de hoedanigheid waarin deze tegenover de consument optreedt
**2.** Een financiëledienstverlener die financiële diensten verleent met betrekking tot levensverzekeringen voldoet aan het eerste lid, aanhef en onderdelen f, g, h, m, n en s, door het verstrekken van de informatie, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdelen h, i, l, m, n, o, p, r, s en t.
@ -1843,7 +2002,7 @@ s. de overige voorwaarden van de overeenkomst op afstand.
### Artikel 78
**1.** Indien een overeenkomst op afstand op verzoek van de consument tot stand is gekomen met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waarmee de in artikel 77 bedoelde informatie niet schriftelijk of via een andere duurzame drager als bedoeld in artikel 49, eerste lid, voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst kan worden verstrekt, kan de financiëledienstverlener onderneming de informatie onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst op afstand aan de consument verstrekken.
**1.** Indien een overeenkomst op afstand op verzoek van de consument tot stand is gekomen met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waarmee de in artikel 77 bedoelde informatie niet schriftelijk of via een andere duurzame drager als bedoeld in artikel 49, eerste lid, voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst kan worden verstrekt, kan de financiëledienstverlener de informatie onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst op afstand aan de consument verstrekken.
**2.**
@ -2090,7 +2249,7 @@ Deze paragraaf is niet van toepassing op beleggingsondernemingen met zetel in ee
**1.**
Een beleggingsonderneming meldt aan de Autoriteit Financiële Markten een wijzing in de gegevens die eerder door haarzelf of door een andere financiële onderneming aan een toezichthouder zijn verstrekt ten behoeve van de beoordeling van de ingevolge de wet gestelde eisen met betrekking tot de betrouwbaarheid van:
Een beleggingsonderneming meldt aan de Autoriteit Financiële Markten een wijziging in de gegevens die eerder door haarzelf of door een andere financiële onderneming aan een toezichthouder zijn verstrekt ten behoeve van de beoordeling van de ingevolge de wet gestelde eisen met betrekking tot de betrouwbaarheid van:
a. de personen die het beleid van de beleggingsonderneming bepalen of mede bepalen; of
b. de personen die onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de beleggingsonderneming.
@ -2873,7 +3032,7 @@ d. het bedrag van de verplichtingen onderscheiden naar soort aan het einde van h
### Artikel 149a
**1.** Een aanbieder, bemiddelaar of adviseur verschaft of ontvangt, voor het bemiddelen of adviseren inzake een complex product of een hypothecair krediet, rechtstreeks of middellijk geen provisie die niet noodzakelijk is voor het verlenen van de betreffende dienst of deze mogelijk maakt.
**1.** Een aanbieder, bemiddelaar of adviseur verschaft of ontvangt, voor het bemiddelen of adviseren inzake een betalingsbeschermer, complex product, hypothecair krediet of uitvaartverzekering, rechtstreeks of middellijk geen provisie die niet noodzakelijk is voor het verlenen van de betreffende dienst of deze mogelijk maakt.
**2.**
@ -2882,9 +3041,19 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. provisies die worden verschaft door of aan de cliënt of degene die namens hem optreedt;
b. provisies die worden verschaft door of aan een derde of degene die namens hem optreedt, indien:
1°. de bemiddelaar of adviseur de cliënt op uitvoerige, accurate en begrijpelijke wijze mededeling doet van het bestaan, de aard en het bedrag of, indien het bedrag niet kan worden achterhaald, de wijze van berekening van de provisie voordat de betreffende dienst wordt verleend; en
1°. de bemiddelaar of adviseur de cliënt op uitvoerige, accurate en begrijpelijke wijze mededeling doet van het bestaan, de aard en het bedrag of, indien het bedrag niet kan worden achterhaald, de wijze van berekening van de provisie of in geval van provisie in natura de waarde in het economisch verkeer voordat de betreffende dienst wordt verleend; en
2°. de verschaffing van de provisie de kwaliteit van de betreffende dienst ten goede komt en geen afbreuk doet aan de verplichting van de aanbieder, bemiddelaar of adviseur om zich in te zetten voor de belangen van de cliënt.
**3.**
Onverminderd het eerste en tweede lid verschaft of ontvangt een aanbieder, bemiddelaar of adviseur voor het bemiddelen of adviseren inzake een betalingsbeschermer, complex product, hypothecair krediet of uitvaartverzekering, rechtstreeks of middellijk, geen andere provisie dan:
a. afsluitprovisie;
b. doorlopende provisie; of
c. provisie in natura die onafhankelijk van de totstandkoming van de overeenkomst wordt verschaft en die, voor zover deze de waarde van € 100 overstijgt, voldoet aan het eerste lid en het tweede lid, onderdeel b.
**4.** Voor de toepassing van het derde lid wordt onder «consument» in artikel 1, onderdelen a en g, mede verstaan een cliënt, niet zijnde een consument.
### Artikel 149b
**1.** Een adviseur die niet tevens aanbieder is of een bemiddelaar verstrekt in het kader van het tot stand brengen van een overeenkomst met een consument inzake een complex product of hypothecair krediet een dienstverleningsdocument aan de consument.
@ -2904,7 +3073,7 @@ b. de verschillende wijzen van zijn beloning, onderscheiden naar soort financiee
**1.** Een aanbieder betaalt geen afsluitprovisie die meer bedraagt dan de helft van de som van die afsluitprovisie en de totale doorlopende provisie terzake van de desbetreffende overeenkomst.
**2.** Een aanbieder betaalt aan de doorlopende provisie evenredig uit gedurende ten minste tien jaar na totstandkoming van de desbetreffende overeenkomst. Indien de looptijd van de overeenkomst korter is dan tien jaar, betaalt de aanbieder de doorlopende provisie evenredig uit gedurende die looptijd.
**2.** Een aanbieder betaalt de doorlopende provisie evenredig uit gedurende ten minste tien jaar na totstandkoming van de desbetreffende overeenkomst. Indien de looptijd van de overeenkomst korter is dan tien jaar, betaalt de aanbieder de doorlopende provisie evenredig uit gedurende die looptijd.
**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op overeenkomsten inzake complexe producten voor zover tussen de desbetreffende aanbieder en de consument door tussenkomst van dezelfde bemiddelaar ten minste drie maanden voorafgaand aan het sluiten daarvan een overeenkomst is gesloten inzake een financieel product dat onderdeel is van het desbetreffende complexe product.
@ -3240,7 +3409,7 @@ Tot 1 april 2007 is artikel 52, vijfde lid, niet van toepassing op financiële
a. onverminderd artikel 65, eerste lid, aan de consument of, indien het een recht van deelneming in een beleggingsinstelling betreft, cliënt een financiële bijsluiter verstrekken voorafgaande aan de totstandkoming van de overeenkomst;
b. in de informatie die zij aan de consument of, indien het een recht van deelneming in een beleggingsinstelling betreft, cliënt verstrekken over het complexe product geen financiële bijsluiter opnemen die is opgesteld op grond van het Besluit financiële bijsluiter, zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit financiële dienstverlening; en
c. de consument adequaat schriftelijk informeren over de verschillen tussen de berekening van de rendementen, kosten en risicos ten behoeve van de financiële bijsluiter, bedoeld in artikel 66, eerste lid, onderdelen c en g, onderscheidenlijk tweede lid, onderdelen d en f, en de berekeningen die ten grondslag liggen aan de overige informatie die zij aan de consument of, indien het een recht van deelneming in een belegginginstelling betreft, cliënt verstrekken.
c. de consument adequaat schriftelijk informeren over de verschillen tussen de berekening van de rendementen, kosten en risicos ten behoeve van de financiële bijsluiter, bedoeld in artikel 66, eerste lid, onderdelen c en g, onderscheidenlijk tweede lid, onderdelen d en f, en de berekeningen die ten grondslag liggen aan de overige informatie die zij aan de consument of, indien het een recht van deelneming in een beleggingsinstelling betreft, cliënt verstrekken.
### Artikel 173a
@ -3250,9 +3419,9 @@ De artikelen 58 en 149a zijn uitsluitend van toepassing op overeenkomsten aangeg
**1.** De artikelen 150 en 151 zijn uitsluitend van toepassing op overeenkomsten aangegaan na inwerkingtreding van dit besluit.
**2.** In afwijking van artikel 150, eerste lid, betaalt een aanbieder aan bemiddelaar ter zake van overeenkomsten die voor 1 januari 2008 zijn aangegaan geen afsluitprovisie die meer bedraagt dan tachtig procent van de som van die afsluitprovisie en de doorlopende provisie ter zake van de desbetreffende overeenkomst. Voor overeenkomsten die vanaf 1 januari 2008 tot en met 31 december 2009 en vanaf 1 januari 2010 tot 31 december 2010 worden aangegaan bedraagt het in de vorige volzin benoemde percentage zeventig onderscheidenlijk zestig.
**2.** In afwijking van artikel 150, eerste lid, betaalt een aanbieder aan een bemiddelaar ter zake van overeenkomsten die voor 1 januari 2008 zijn aangegaan geen afsluitprovisie die meer bedraagt dan tachtig procent van de som van die afsluitprovisie en de doorlopende provisie ter zake van de desbetreffende overeenkomst. Voor overeenkomsten die vanaf 1 januari 2008 tot en met 31 december 2009 en vanaf 1 januari 2010 tot 31 december 2010 worden aangegaan bedraagt het in de vorige volzin benoemde percentage zeventig onderscheidenlijk zestig.
**3.** Artikel 150, tweede lid, is uitsluitend van toepassing op overeenkomsten aangegaan voor 1 januari 2010.
**3.** Artikel 150, tweede lid, is uitsluitend van toepassing op overeenkomsten aangegaan voor 1 januari 2011.
### Artikel 175